Na het afscheid
O, Ik heb mijn liefde zo wijd gezaaid
Dat hij ze overal zal vinden;
Zij zal hem wekken in de nacht
En hem omarmen in de lucht.
Ik zette mijn schaduw in zijn zicht
Met de vleugels van begeerte,
Moge hij een wolk zijn bij dag
En een vuurschicht in de nacht.
De Kus
Ik hoopte dat hij me zou beminnen
Want hij kuste mij op de mond,
Maar ik ben een verschrikte vogel
Die het zuiden niet vond.
Want ofschoon hij mij bemint,
Is mijn hart bedroefd vannacht;
Zijn kus was niet zo bijzonder
Als al de dromen die ik had.
Vreugde
Ik ben wild, ik zal zingen voor de bomen,
Ik zal zingen voor de sterren aan de hemel
Ik bemin, ik word bemind en moet hem niet derven,
Nu kan ik eindelijk sterven!
Ik ben geschoeid met wind en vuur,
Ik heb hartstocht en gezang te geven,
Ik kan lopen op het gras of de sterren
Nu kan ik eindelijk leven!
Bericht
Ik hoorde een nachtelijke kreet
Duizende mijlen hier vandaan,
Scherp als een flits van licht,
Mijn naam, mijn naam!
Het was jouw stem die ik hoorde,
Je wekte en beminde me fel --
Ik antwoordde met deze woorden,
Ik weet het wel!
Blauw zeelook
Hoeveel miljoenen keer kwam April
Voor ik te weten kwam
Hoe wit een kerselaar kon zijn,
Een bed zeelook, hoe blauw.
En hoeveel keer April danste
Voor het leven klaar was met mij,
Eer de blauwe vlam van de bloem dooft
En de witte vlam van de boom.
O, verbrand mij dan met uw schoonheid,
O, pijnig mij boom en bloem,
Ik vrees dat de dood loert
Om zelfs dit schitterend uur te stelen.
O wiegende bloemen, O glanzende bomen,
O zonnig wit en blauw,
Verwond mij, zodat ik doorheen eindeloze slaap
Uw litteken mag dragen.
|