Titia Brongersma

De 17e-eeuwse dichteres Titia Brongersma woonde in Groningen. Ze koesterde
een lesbische liefde voor Elisabeth Joly*. Deze laatste was waarschijnlijk
de dochter van een bemiddelde koopman met Franse roots.
Uiteindelijk zou hun relatie stranden waardoor Titia verweesd achterbleef,
hetgeen blijkt uit haar gedichten...

‘Nu ik de Liefd' moet derven Van mijn waarde Minnares’

De oorzaak van de breuk is niet duidelijk. Overleed of verhuisde Elisabeth ?
Of hield ze de boot af omdat Titia te veeleisend werd op seksueel gebied,
hetgeen in die tijd toch een risico inhield ?
Titia Brongersma publiceerde haar gedichten in de lijvige bundel (240 pagina's)
'De bron-swaan, of mengeldigten'. Deze bevat ook lofdichten op onder meer
de Friese dichter Adriaan Tymens en de Amsterdamse dichteres Katharyne Lescailje.
Verder bevat 'De bron-swaan' ook vier gedichten in het Fries en enkele vertalingen
van de Franse dichter Pierre de Ronsard.

*In haar gedichten wordt Elisabeth Joly aangeduid als Elisene of Elise.


Lof op 't hunebed, of de ongemene,
opgestapelde steenhoop te Borger in Drente

'k Sta als verbaasd deez' steenmijt aan te schouwen.
't Schijnt dat weleer het dappere Hunnenschap
Daar heeft gewild een denk-plaats op te bouwen
Om zo te streven op de eretrap.
Neen, 't is 't gestapel waar een drom van reuzen
Door wraak gehitst het godendom bestreed,
Door 't bliksemvuur van Mulciber gesmeed.
Of 't zijn alleen getorste pyramijden,
Of tomben, want dit grove berggewas
Besluit in haar gewelfsel van voortijden
Nog, als bewijs, geheiligde offer-as.
Neen, 't is veeleer Natura's marmeren tempel,
Waarin zij wil dat men haar godheid eert,
En aan de voet haars negentallige drempels
Niets anders dan een lofgezang begeert.
Laat Thebe vrij nog pochen op haar muren,
Die schier in 't hoog bereikten 't wolkgespan,
Dit rotsgevaart zal langer kunnen duren.
Geen kracht, hoe groot, haar force kwetsen kan.
Kom nimfjes, en gij Drentse herderreien!
Bepronk met loof dit Borger steenpaleis!
Wil top en kruin met bloemen overspreien.
Schenk aan Natuur daarvan haar deel en eis.
Ik neurie dan met hese en schorre tonen
('t Zij wat het wil) tot roem der wondere grot
Een loflied en bereid de eiken kronen,
Waarmee 'k bepruik het grote keienslot.


 Uit 'De Bron-swaan' (1686).

Titia Brongersma liet een groot hunebed opgraven
in Borger in juni 1685.




‘Op de ongemeene plaisierige Wandelplaats,
de Cingel: buyten om de stadt Leeuwarden’

O Weeld'rig Yperwout begrandigt in V paden,
Met wat een herten lust heb ik V vaak betreen,
En in V Gallery veel uyren doen besteen
Om daar in't Boom-prieel mijn suffe geest t'ontladen.
V kruynen die soo steyl tot aan de wolken schieten
Bekransen vaak mijn hooft, soo dat dees puyk-warand,
De Pallem-gaarden trots van Keyser Ferdinand
Waar't Friesche Iufferdom haar vreugt komt door genietê.
Maar schoon dees vvandel-baan, en effene Boscagie
Dat Leeuwaards festen Croont, en Gragte boorden ciert,
Niet naa vvaardy van my mag vverden belauwriert
Vergun dan dat ik V van eygen Telg pluymagien.
Berey een Lof-festoen, die ik ten toon mach rijgen
Aan't Oude hoofsche spits: om uwe Cingel-Tuyn
Te stellen op haar Troon: en dat ik uyt basuyn
V Roem: die grooter is, als 't opperhof der frijgen
Wast dan als Ceders, en groey op tot Populieren,
Sort Amberdroopjes uyt, bedruyp V stigters hant
Die in soo juisten rey V tronken heeft geplant,
En doet V Schoonheyt, met een Fenix vlerk beswieren.


  Uit 'De Bron-swaan' (1686).

Keyser Ferdinand: Ferdinand I (1503-1564) was keizer
van het Heilige Roomse Rijk en koning van Bohemen
en Hongarije. Hij was de jongere broer van keizer
Karel V. Keizer Ferdinand versloeg de Ottomanen
onder leiding van Süleyman.
De Pallem-gaarden: lusttuinen in Wenen, die ten tijde
van keizer Ferdinand I   ontstonden.



‘Aan Elisene’

‘Ag! moet ik dan soo ver van U gescheyden blijven Daar men alleen door schrijven U heusheyt nad'ren kan, Hoe dikwijls spreek ik daar met droeve klagten van. En 't leekend' oog waar uyt de brakke dropels springen Een Ramp koomt op te dringen Aan mijn bedrukt gemoet, Dat door de hoop van U te sien steeds wert gevoet. Maar ach! wanneer, wanneer: O wrede tussenwegen Koomt het U eens gelegen Dat ik mijn hert ontlast, En het verlangen sus, dat langs hoe meerder wast Tot U mijn Eliseen: ay! wouw Dedaaal me gunnen Sijn wieken 'k souw dan kunnen Gemoedicht tot U gaan, Of dat ik hadde maar de pluymen van een Swaan. Ik souw de driften van den E stroom over plassen Om U te gaan verrassen, En als een klis U leen Aankleeven, maar helaas dees spooreloose reen Verquikken my: als of ik waarlijk U omhelsde, En mont en lippen knelsde, Doch 't is maar enkel droom, Vaar wel, en leef gerust tot dat ik by U koom.’


 (1686)

Dedaal: in de Griekse mythologie ontsnapte 'Daedalus'
samen met zijn zoon Icarus al vliegend aan de tirannie
en uit het labyrinth van de Kretenzische koning Minos.
E stroom: Eliseen woonde aan de andere kant van
de Ee-rivier, hetgeen hun relatie bemoeilijkte.



'Op 't laaste afscheyt’

       *A.M. C.H. E.L.
'Toon, schoon Catrijn. Ah! Droog af uw natte wangen Schijn bedroefde Eliseen, Neen neen laat die perlen hangen 'T is het pronk van U geween, 'T sijn gesmolten Couralijnen Die gy plengt op 't Lelyblank Op getrocken uyt de mijnen Van uw zieltogt, tegen dank. Dwing uw sugtjes dat se swijgen Stuyr haar weder naar beneen, Laat uw boesem door het hijgen Niet versticken Eliseen Ag! het is genoeg: mijn tranen Uyt te storten, en een Beek Door die pekeldrift te banen Om uw, in dees jammer streek. 'T is onnut om my te truyren 'K ben niet een gedagtjen waart Schoon mijn Liefde, sal verduyren 'T sterkste steunsel van de aard Jaa de Son sal eer verduyst'ren, En de Maan haar Horenligt Door een ondergank ontluyst'ren Eer ik voor de Trouste swigt. Weest versekert 'k sal nooyt scheyden Wijl ge segt, vergeet my niet, Woorden die de Geest verleyden En versagten veel verdriet, 'K laat me van geen vleyers strelen 'K ben gelijk een Rots van steen, Nog van Orfeus min bequelen 'K blijf voor U geheel alleen.’


 (1686)

 *A.M. C.H. E.L. (= A ma chère Elise)


Titia Brongersma
(°Dokkum, ca. 1650 - †Groningen, ca. 1700)




Vlaamse dichters


Nederlandse dichters



Homepage


Pageviews since/sinds 21-03-2002: 

© Gaston D'Haese: 16-02-2013.
Laatste wijziging: 09-01-2016.

E-post: webmaster