Hoe wij hem ook zien bloeien voor onze ogenHoe wij hem ook zien bloeien voor onze ogen Deze klare tuin die ons stil wil gedogen, Het plant zich weelderig in ons voort 's Werelds onschuldigste en zoetste oord. Want wij genieten van alle bloemen, Van alle kruiden en alle palmen Die wij lachend en wenend benoemen In geluk dat onvermengd blijft talmen. Want wij beleven de vreugderoes Van felle feest- en lentekreten, Die wij ongeremd in de smeltkroes van verrukkelijke woorden smeten. O, diep bevredigd zijn wij en vol lof Voor 's werelds vrolijkste en zoetste hof.Les heures claires (1896) Wij kunnen niet aan onze omhelzing ontkomenWij kunnen niet aan onze omhelzing ontkomen, Omdat ze intens is en volkomen Opdat in het lichaam heldere liefde ruste, Dalen wij samen af in jouw tuin van lusten. Jouw borsten zijn daar als offergaven En je handen, alles wat me bekoort; Niets gaat boven dit naïeve laven Van teder woord aan wederwoord. De schaduw van de bloesemtwijgen gaat Tussen je boezem en je gelaat En je losgemaakte haren spreiden Zich als bloemenslingers op de weiden. De nacht is een blauw-zilver land, De nacht is een stil ledikant, De zoete nacht, wiens briesjes langzaamaan Lelies plukken in het licht van de maan. Les heures claires (1896) Je hebt die avond zo fijn met mij gesprokenJe hebt die avond zo fijn met mij gesproken, dat alle bloemen zich begonnen te tooien; Plots werden wij verliefd en zijn zij ontloken, om hun petaaltjes in onze schoot te strooien. Je sprak teder over toekomstige jaren, die we zouden drinken als langbewaarde wijn; Hoe zouden wij het luiden van het lot ervaren ? Hoe zouden wij beminnen, als wij ouder zijn ? Je stem was als een omhelzing met zoete pijn, toen jouw brandend hart me kalme schoonheid bood, zodat ik als ik wou, zonder vrees in staat zou zijn om de kronkelwegen te volgen naar de dood.Les heures d'après-midi (1905) De spadeWind die wolken ment; vorst die water stremt. Aan de oostkant van de weide in het stugge land Staat de pokdalige spade geplant, Wier naaktheid tot weemoed stemt. - Maak een kruis op de gele grond Met je ranke hand, Jij die weggaat, langs de weg - De hut is groen van mos En zijn linden niet door de bliksem gespaard En zijn as in de haard En aan de muur het voetstuk uit gips Waar de Maagd afgevallen is. - Maak een kruis naar de hutten Met je ranke hand van licht en vrede - Dode padden in de eindeloze wagensporen Vissen in het riet En dan een trage ijle langgerekte vogelkreet Een schreeuw vol doodsangst, in het niet. - Maak een kruis met uw hand Deerniswekkend, op de weg - In het lege dakvenster van de koeienstal Heeft de spin haar web van stof geweven; En de hoeve aan de rivier, Met aan weerszijden armzalige hutten, Zoals armen met afgehakte handen, Kruist zijn balken, verder en verder. - Maak een kruis over de dag van morgen, Onherroepelijk, met uw hand - Een dubbele rij naakte bomen en stronken Worden omgehakt langs de slechte wegen. In de dorpen zwijgen de klokken: Zelfs geen wanhopig snikkend dies irae Voor de lege echo en zijn gekwetste monden. - Maak een kruis aan de vier hoeken van de horizonten. Want het is het einde van de velden en van de avonden; De diepe rouw van het zwerk wentelt als molenstenen Zijn zwarte zonnen; En larven ontluiken alleen In de verrotte schoten van dode vrouwen. Aan de oostkant van de weide, in het stugge land, Verloren op de verwaarloosde akkers, Prijkt daar en voor altijd, Plaat van klaar staal, steel van koud hout, De spade.Naar "La bêche" Mon villageUne place minime et quelques rues, Avec un Christ au carrefour; Et l'Escaut gris et puis la tour Qui se mire, parmi les eaux bourrues; Et le quartier du Dam, misérable et lépreux, Jeté comme au hasard vers les prairies; Et près du cimetière aux buis nombreux, La chapelle vouée à la Vierge Marie, Par un marin qui s'en revint On ne sait quand Des Bermudes ou de Ceylan; Tel est - je m'en souviens après combien d'années - Le village de Saint-Amand Où je suis né. C'est là que je vécus mon enfance angoissée, Parmi les gens de peine et de métier, Corroyeurs, forgerons, calfats et charpentiers, Avec le fleuve immense au bout de ma pensée...Toute la Flandre - Les tendresses premières (1904). Mijn dorpEen nietig plein en enkele straten, met aan het kruispunt een Lieve Heer; En de grijze barse Schelde met het veer en de toren, weerspiegeld in het water; En de wijk van Den Dam, melaats en pover, op goed geluk in het gras gesmeten; En bij het kerkhof in het dichte lover, ik weet het nog na die lange tijd, de kapel aan de heilige maagd gewijd, door een matroos, die ik niet ken en die na de grote vaart besloot, weer naar zijn scheldedorp te varen. Sint-Amands waar ik geboren ben en mijn jeugd beklemmend heb ervaren, tussen mensen die zwoegden voor hun boterham, touwslager, smid, breeuwer en timmerman, met de machtige stroom diep in mijn gedachten... L'Escaut *Sauvage et bel Escaut, Tout l'incendie De ma jeunesse endurante et brandie, Tu l'as épanoui: Aussi, Le jour que m'abattra le sort, C'est dans ton sol, c'est sur tes bords, Qu'on cachera mon corps, Pour te sentir, même à travers la mort, encor !L'Escaut (Toute la Flandre) - *Extrait ![]() Schelde *Wilde en schone Schelde, Heel de gloed van mijn felle jeugd, hebt gij doen stralen vol overmoed: Opdat als eens het lot mij nederslaat, men op uw oevers, in uw schoot, mijn lichaam rusten laat, om u nog te voelen, na mijn dood !L'Escaut (Toute la Flandre) - *Fragment ©De hertalingen in het Nederlands zijn van Lepus ![]() |
Biografie![]() Emile Adolphus Gustavus Verhaeren werd geboren te Sint-Amands a.d. Schelde op 21 mei 1855. Zijn familie behoorde tot de gegoede burgerij van het scheldedorp. De jonge Verhaeren sprak het plaatselijk dialect, maar bij hem thuis was de voertaal Frans. Op veertienjarige leeftijd werd hij op internaat gestuurd om een middelbare schoolopleiding te volgen in het Frans aan het Jezuïetencollege Sainte Barbe te Gent. Na de middelbare school studeerde Verhaeren rechten aan de universiteit van Leuven. Daarna deed hij stage bij de Brusselse balie. In de hoofdstad kwam Verhaeren in contact met schrijvers en kunstenaars van de avant-garde, waarvan sommigen meewerkten aan het tijdschrift "L’Art Moderne". De jonge advocaat droomde van een carrière als schrijver en na slechts twee rechtszaken gepleit te hebben, hing hij zijn toga aan de wilgen. Daarop werkte Verhaeren als dichter en kunstcriticus mee aan verschillende Belgische en buitenlandse tijdschriften. Hij schreef ondermeer voor "L’Art Moderne" en werd redacteur van het progressieve "La Jeune Belgique". In 1883 verscheen dan Verhaerens eerste dichtbundel 'Les Flamandes'. De sensuele en naturalistische geladenheid van de gedichten hadden succes bij de toenmalige avant-garde, maar verwekten schandaal in het bekrompen landelijke milieu van Klein-Brabant. Geholpen door de pastoor van Sint-Amands, trachtten zijn ouders de volledige oplage op te kopen en te vernietigen. Ook Les Moines' (1886), werd niet overal goed onthaald. ![]() |
Bibliografie
Les Flamandes (1883) ![]()
![]() |


