Terug naar Karel Van de Woestijne - Home

Een sterUit “Verzen aan zee en in een tuin” in Het zatte hart (1926) O late dago Late dag, gij smaakt naar water en naar rozen.- Ik weet me alléen te zijn in 't wijde, koele huis, 'k geniet mijn eenzaamheid, ik voel mijn vrees verblozen; ik voel 't verléen vergaan in teder blaêr-gesuis. Reeds neigt de zon ter rust en lijkt 't gerijs der mane. Er is geen komst die hoopt; er is geen leed dat wijkt. Een vreed'ge staat regeert die, buiten wens en wanen, vermeert een zoet betrouwe' en dat me-zelf gelijkt. En de avond staat gestrekt aan dezen muur vol bloemen rijzig en ijl, gelijk de schaaûw der eeuwigheid... Een bijen-zwerm die keert: ik hoor dees woorden zoemen die 'k, zwaar aan dracht, maar blijde en vroom, der Stilte wijd. Uit “Verzen aan zee en in een tuin” in Het zatte hart (1926) ![]() |

