Terug naar Karel Van de Woestijne - Home

Karel Van de Woestijne - Bloemlezing van God aan zee
Karel Van de Woestijne

Karel van de Woestijne
(1878 - 1929)


God aan zee - Bloemlezing

 
'k Heb mijne nachten meer doorbeden dan doorweend
al wemelt twijfel in de opalen van mijne ogen;
'k heb in mijn leven meer geloochend dan gelogen,
en ziet: de bitterheid ligt om mijn mond versteend.

O Gij, die morgen om mijn laatste bed gebogen,
u voor het raadsel van dees ziele hebt vereênd:
uw zucht trilt door een ijlt die gij vol wisheid meent
en mijn gebrek aan smart vervult gij met meêdogen.

Of ik genieten wil dan of ik lijden mag:
ik wacht op tranen in de dorheid van een lach
en 'k vrees mijn tand waar hij de lippe Gods zal bijten.

Ik ben de lafaard die, voor eigen vreugd bedeesd,
zich-zelf van alle paradijzen heeft verweesd,
en 'k voel me schoon alleen waar 'k beef voor zelf-verwijten.

Naar boven

o Blik vol dood en sterren o hart vol licht en leed. De dag is spijtig verre; de nacht is hel en wreed. Mijn mond vol wondre smaken dien géne vrucht verzaadt. Niemand, o hunkrend waken, die langs mijn venster gaat... Wij zullen nimmer wezen dan Godes angst'ge wezen. - God, laat ons waan en schijn dat we Uwe wezen zijn.
Naar boven

‘Uw eenzaamheid? Gij zijt als die wolvin. ‘Zwijmlend van honger, en van moederschap bliksmen-verblind en 't ingewand doorflitst, heeft, bij de trill'ge guurt van winter-nacht, in 't gladde leem van een doorweekte sloot, deze wolvin, al hare tanden bloot, geworpen zeven jongen, schicht aan schicht. ‘En in den nacht heeft niemand haar gezien, en geen geluid is in den nacht van haar. Zij ligt. Zij beeft. Traag likt ze hare wond. ‘Maar in een verre wijdte, de einders rond, op elke hoeve snuift, aan 't eigen hok geketend - en ze snokt haar kele toe -, snuift teef aan teef den geur dier moeder op. Haar kranke weelde schiet de flanken door; begeert dooradert de oogen; dof gemor wordt huilen, hoeve aan hoeve, vert aan vert. Zij liggen aan den band. Hàar lijf is hòl... ‘- Uw eenzaamheid? Werp uwe kindren, gij!’
Naar boven

'k Zit met mijn lamme beenen in de assche van een stervend vuur. Ik bid; mijn vrienden weenen; en 't hangt mijn keel uit op den duur. Zal ik mij dan vervelen met langer Job te spelen? De schoonste lol, de liefste lol maakt op den einde dol. De schapen moet men scheren en de ezels moet men slaan, ja slaan. Zoo wil 'k, in alle zeere, mijn lamme beenen gaarne braên. Mits 'k U dan maar en geve het zout van dit mijn leven, en van mijn wrokkig offer, God, niet worde te eigen spot.
Naar boven

Groeien uit het brassend weven van de zee, tot bloei verdicht, en gelijk een straal te streven, recht, naar de eenheid van het Licht; recht, van uit de woel'ge vaalte naar de klaart die kallem wacht; - o mijn rijpe ziele, haal de Hovenier die snoeit en lacht.
Naar boven

Wielwaal, die van rijpe kersen uwen rooden gorgel spoelt; ziele, die u-zelf te persen in den mond van God bedoelt; (want te worden riet ten tande die het zacht tot suiker bijt: speelsche en wijze vrucht, ter hande die de buit tot fluite wijdt); ... 'k sta in mijne diept geborgen, God, Gij die geen kersen zuigt, - kerse, ik, die als éene zorge, mond, naar Uwe bete buigt, mond van God...
Naar boven

Sluit uwe ogen op het licht: dieper zal het branden... Nimmer is me uw lief gezicht liever, dan waar ’t veilig ligt binnen mijne handen. Keer uw zinnen van den dag: langer zal hij duren... Rijker langend wordt uw lach waar hij schemert door het rag der verleden uren. Neuren als een voorjaarswind bij geloken wachten... Mondje, dat geen vraag ontbindt; ogen zonder vrees, o kind; en uw haren, bleek en blind als de maan bij nachte.




Naar boven

Karel Van de Woestijne - God aan zee I

Karel Van de Woestijne - God aan zee II

Karel Van de Woestijne - God aan zee III

Karel Van de Woestijne - God aan zee IV

Karel Van de Woestijne - God aan zee V

Karel Van de Woestijne - God aan zee VI

Karel Van de Woestijne - Het bergmeer I

Karel Van de Woestijne - Het bergmeer II

Karel Van de Woestijne - Het bergmeer III

Karel Van de Woestijne - Het bergmeer IV

Karel Van de Woestijne - Bloemlezing & biografie

Karel Van de Woestijne - Wanneer ik sterven zal

Karel Van de Woestijne - De modderhaven

Karel Van de Woestijne - Het menschelijk brood

Karel Van de Woestijne - Zeven gebeden

Karel Van de Woestijne - God aan zee

Karel Van de Woestijne - Het bergmeer

Karel Van de Woestijne - Verzen

Karel Van de Woestijne - Een ster

Terug naar Karel Van de Woestijne - Home

Van Nu en Straks

Vlaamse dichters - Overleden vóór 1942

Nederlandse dichters - Overleden vóór 1942

Naar Dode-dichterssoos - Nederlandse & Vlaamse dichters


Homepage

Poëzieweb-Poetryweb: pageviews since/sinds 21-03-2002 
Statist. Poëzieweb-Poetryweb
  Free counter and web stats       © Gaston D'Haese: 02-01-2006.
Laatste wijziging: 05-12-2009.   E-post:: webmaster