Terug naar Karel Van de Woestijne - Home

Karel Van de Woestijne - God aan zee IV
Karel Van de Woestijne

Karel van de Woestijne
(1878 - 1929)

IV Geboorte van den honig


 Stilte is de stelligheid die nooit begeeft. 
 - Ik streel uw haar, mijn broeder: onze zuster 
 dooraêmt de stilt', waar ze in de stilte leeft 
 bewuster. 
   
 Bij scheemren stikt ze een zijden roze, die, 
 mijn broêr, nooit in een vruchtb're zon zal leven. 
 Zij heeft een hart: daar komt een donk're bie 
 te beven. 

Naar boven

Gij rijst aan mij gelijk een vlindering van bloemen. Reeds is de zoelt geen geur en 't bloed geen zoelte meer. Mijn oor vergeet de stilte om naar 't omkransend zoemen te luistren van een aldoor-schaarscher bijen-heir. Nog sta 'k aan trossen rijk, aan bleek-geschelpte trossen zooals uw keen'ge stam, o kromme acacia; doch zal rondom mijn voet het drassig gras aldra, van felle bloemen geel, aan vale bloemen rossen. - Eerst waar de wind ze drijft komt cirkelend de spreeuw die van haar schreeuw, en menigvoud, mijn boom omvademt. Toch voel 'k reeds de einders naakt en open op den geeuw waarin een zaal'ge winter ademt.
Naar boven

Die mijn linker-hand omvingert laat mijn rechtre vlak en leêg. Heel de herfst stolt in den wingerd; heel mijn hart is heet en veeg. Heil'ge koppigheid van 't lijden: geene hoop meer om me-zelf; slechts wat zonne bij 't verscheiden en wat maan in 't laatst gewelf. Neen: mijn eindlijk stoelken zetten aan den rand waar de afgrond gaapt... - Maar Gij zult mijn blikken betten met Uw duister, en beletten God, dat de ooge weent of slaapt.
Naar boven

Sluit uwe oogen op het licht: dieper zal het branden... Nimmer is me uw lief gezicht liever, dan waar 't veilig ligt binnen mijne handen. Keer uw zinnen van den dag: langer zal hij duren... Rijker langend wordt uw lach waar hij schemert door het rag der verleden uren. Neuren als een voorjaars-wind bij geloken wachten... Mondje, dat geen vraag ontbindt; oogen zonder vrees, o kind; en uw haren, bleek en blind als de maan bij nachte.
Naar boven

Waar me uw hulp genaakte, en lachte, lachte God uit uwe hulp. In het nachtelijke fulp ging een licht ontwakend wachten. Waar mijn angst u zou verzorgen in den nacht der ziekte: toen streek van God een bleeke zoen op uw aangezicht van morgen. Ik en gij, - en tusschen beiden beider zwijgen, vroom en bloô, om wat schromend bindt. En zóo aan ons zelven te verscheiden. Blik in blik elkaêr te kennen en verliezen, waar men vindt. Oogen, heel der wereld blind om aan Godes oog te wennen.
Naar boven

Groeien uit het brassend weven van de zee, tot bloei verdicht, en gelijk een straal te streven, recht, naar de eenheid van het Licht; recht, van uit de woel'ge vaalte naar de klaart die kallem wacht; - o mijn rijpe ziele, haal de Hovenier die snoeit en lacht.
Naar boven

Waarom verwijt ge mij de paden te verlaten die, van hun eigen blik verlicht, de menschen gaan? De zee klotst om haar-zelf en, zonder baak of bate, weet in haar slappen kom haar eindloosheid te slaan. Ik heb geen doel, mijn God, dan van Uw wil geboden. De zee slaat aan de maan de maat van allen tijd. Ik ga geen wegen dan, misschien, den weg der dooden. En 't is de weg der eeuwigheid.
Naar boven

Er is geen tijd. Wat gistren was is wat vandaag me een liefde wijst. Herdenken: ongedronken glas dat morgen laaft en spijst. Wat is me droeve scheppings-daad en baren in 't gelaat der dood?: een kindje dat aan 't schaetren slaat daar 't wemelt in mijn schoot. Welke is de krankheid die me pijnt bij dreigend komen en vergaan? Wij zijn, daar ze onbeweeglijk schijnt, een sterre aan hare baan. Wij reizen, en uit ieder punt verrijst een einde, ontrijst begin; waar alles wat het leven gunt verlies is, en gewin. En komt eens de ongenoode Gast ons scheemren in 't vervaald gelaat, o Dood, met avond rijk belast: dàn wordt het dageraad.


Naar boven

Karel Van de Woestijne - God aan zee I

Karel Van de Woestijne - God aan zee II

Karel Van de Woestijne - God aan zee III

Karel Van de Woestijne - God aan zee V

Karel Van de Woestijne - God aan zee VI

Karel Van de Woestijne - Het bergmeer I

Karel Van de Woestijne - Het bergmeer II

Karel Van de Woestijne - Het bergmeer III

Karel Van de Woestijne - Het bergmeer IV

Karel Van de Woestijne - Bloemlezing & biografie

Karel Van de Woestijne - Wanneer ik sterven zal

Karel Van de Woestijne - De modderhaven

Karel Van de Woestijne - Het menschelijk brood

Karel Van de Woestijne - Zeven gebeden

Karel Van de Woestijne - God aan zee (bloemlezing)

Karel Van de Woestijne - Het bergmeer (bloemlezing)

Karel Van de Woestijne - Een ster

Karel Van de Woestijne - Verzen

Terug naar Karel Van de Woestijne - Home

Van Nu en Straks

Vlaamse dichters - Overleden vóór 1942

Nederlandse dichters - Overleden vóór 1942

Naar Dode-dichterssoos - Nederlandse & Vlaamse dichters


Homepage


Poëzieweb-Poetryweb: pageviews since/sinds 21-03-2002 
Statist. Poëzieweb-Poetryweb
  Free counter and web stats       © Gaston D'Haese: 30-12-2005.
Laatste wijziging: 06-12-2009.   E-post:: webmaster