Terug naar Karel Van de Woestijne - Home

Karel Van de Woestijne - God aan zee VI
Karel Van de Woestijne
Karel van de Woestijne
(1878 - 1929)

God aan zee VI

Uitvaart van den bedelaar


  

Geen klok omgolft den dooven toren. Wat galmende aarde als een'ge klank. In 't holst ontberen naakt geboren, heeft hij thans de armo-zelf verloren en is gestorven zonder dank. Hij, 't kind van duizend wilde schooten, werd lam ten laatste schoot gebracht. Zoo wordt de zieke aan boord der booten - gelaten, maar gevreesde vracht, - der zee gegeve', een zoeten nacht. En ach, hij was allang verscheiden. Geen liefde om ouders zonder brood kan duurzaam 't kinder-hart verblijden, wien de eerste les in 't onderscheiden de vrage van den honger bood. En wij, de Vader en de Moeder, wij zagen hem als wandlaar gaan de lege wegen van zijn waan. o Hope dat hij, moede en moeder, weldra wer voor ons deur zou staan. Maar neen: 't geheugen zou hem falen als 't zitten aan een langen disch waarbij de tanden langzaam malen: ontall'ge visschen boven-halen en 't nutten van geen enklen visch... En, vraat-zucht hij, en dorst van velen, werd dra hij zatheid van begeer. Wie nimmer ate en dronk mag deelen, vergeet de dorheid van zijn kele en kent den nood zijns monds niet meer. Zoo heeft wellicht hij nooit begrepen. De mensch is zwaar; de God is licht. - Heeft hij, die thans begraven ligt, in 't dikke leem der aard benepen, 't bezoek gekregen van Uw Licht? Hij was de bedelaar geworden die nooit en vraagt, dien niemand geeft, die niet verlangde en die niet morde. - Kent hij thans 't liefde-woord der orde die geeft en die van gaven leeft? De zoon der dood, die van zijn oogen Uw oog niet oopnen zag, mijn God: hij had geen mond om veel te loven, hij die den gur slechts van den oven genieten mocht als daeglijksch brood; hij die in havens en gelaten alleen afwezigheid mocht zien; neen: hij die buiten allen bate, van liefde los en allen hate zich-zelven niet meer zag, misschien; - Gij, die tot beedlaars ons laat groeien, o God, als dze bedelaar, 'dat we in ontstentenisse bloeien en 'dat we alleen nog zullen gloeien als in Uw zon 't onschuldig aar; Gij, die van 't bloed en 't bloote water, van 't wassend tij, van 't wassend brood onthoudt, ons will'gen, hoog 't geschater tot vreugd van 't onbekende Later; doch laat ons zwaar en warm als lood: geheime, Gij; de zekre Zaaier die kiemen laat uit duisternis allen, en uit ons rijk gemis: maakt Gij mijn beedlaar tot een waaier der zeegning over onzen disch? o Blijde Veger der woestijnen maar Zaemlaar van den versten straal: zal ik, zijn Vader, wer verschijnen gezuiverd van den schijn der pijne, zijn Moeder, blank van moeder-praal?... - Wij hebben hem vandaag begraven, gebaarde uit onze onwetendheid. Doch wij, die hem zijn armo gaven, bevroeden dat wie van ons lijdt ons soms een dankbaar loon bereidt. Ons werk is krank, nog vor ons handen het mo beginnen te eigen leed. Maar wien 't gebed der offerande komt schroeiend op de lippen branden, o vinn'ge en zachte God: hij wet.


EINDE



Naar boven

Karel Van de Woestijne
God aan zee I

Karel Van de Woestijne
God aan zee II

Karel Van de Woestijne
God aan zee III

Karel Van de Woestijne
God aan zee IV

Karel Van de Woestijne
God aan zee V

Karel Van de Woestijne
Het bergmeer I

Karel Van de Woestijne
Het bergmeer II

Karel Van de Woestijne
Het bergmeer III

Karel Van de Woestijne
Het bergmeer IV

Karel Van de Woestijne
Het bergmeer V

Karel Van de Woestijne
Het bergmeer VI

Karel Van de Woestijne
Bloemlezing & biografie

Karel Van de Woestijne
Wanneer ik sterven zal

Karel Van de Woestijne
De modderhaven

Karel Van de Woestijne
Het menschelijk brood

Karel Van de Woestijne
Zeven gebeden

Karel Van de Woestijne
God aan zee

Karel Van de Woestijne
Het bergmeer

Karel Van de Woestijne
Een ster

Karel Van de Woestijne
Verzen

Naar Karel Van de Woestijne
Home


Van Nu en Straks

Vlaamse dichters
Overleden vr 1948

Nederlandse dichters
Overleden vr 1948


Homepage


Pageviews since/sinds 21-03-2002: 
© Gaston D'Haese: 31-12-2005.
Laatste wijziging: 10-10-2017.

E-mail: webmaster