Terug naar Karel Van de Woestijne - Home

Karel Van de Woestijne - Verzen
Karel Van de Woestijne

Karel van de Woestijne
(1878 - 1929)
Vlaams dichter-essayist-journalist



Verzen


I

 Over de zee hangt matelijk te tampen 
 een zoele en droeve klokke door den mist. 
 De dag is zonder klaarte en zonder lampe. 
 En wie zijn hart bezit, weet wat hij mist. 
  
 Een stemme roept, en ieder loopt verloren. 
 Ik loop alleen. En 'k weet dat duizend zijn 
 die naast me dragen door te dichte smooren 
 'lijk al te volle teilen melk hun pijn. 
  
 Ga niet terug: gij zult den weg niet vinden. 
 Gisteren, morgen, en eenzelfde klacht.... 
 - De mist-klok zingt onzichtbaar-manend in den 
 dag-witten nacht. 

Naar boven

II Een vrucht, die valt.... - Waar 'k wijle in 't ónontwijde zwijgen, buigt statiglijk de nacht zijn boog om mijn gestalt. De tijd is dood, omhoog, omlaag. Geen sterren rijgen haar paarlen aan 't stramien der roerelooze twijgen. En geen gerucht, dan deze vrucht, die valt. Een vrucht. - En waar ik sta, ten zatten levens-zoome, vol als de nacht maar even stil; blind als de lucht maar rijker aan 't verholen licht van mijne droomen, voel 'k - loomer dan in 't loof der luidelooze boomen een vrucht die valt, - mijn hart, gelijk die vrucht.
Naar boven

III Gij draagt het gladde mom der dood; uw oog is groot van lijden; het naaste naken van den nood heeft uwen mond gescheiden. Reeds is het, of het laatste woord uw lippe gaat verpaarsen. Gij spert uw vingeren, door-gloord van eeuwig licht, als kaarsen. Gansch uw gedaante is als verklaard; uw gang is eêl en zedig; gij zijt gezuiverd, of gij waart van zekerheên volledig. En waar mijn eigen leên en brein van levens-koortse dorden, is 't, of mijn weiger medelij'n mag eindlijk liefde worden.
Naar boven

IV Die mijn linkerhand omvingert laat mijn rechtre vlak en leêg. Heel de herfst stolt in den wingerd; heel mijn hart is heet en veeg. Heil'ge koppigheid van 't lijden: geene hoop meer om me-zelf; slechts wat zonne hij 't verscheiden en wat mane in 't laatst gewelf. Neen: mijn eindlijk stoelken zetten aan den rand waar de afgrond gaapt.... - En Gij zult mijn blikken betten met Uw duister, en beletten, God, dat de ooge weent of slaapt.
Naar boven

V Wij zijn nog niet genezen van onze oogen: verdeelde schoonheid die gescheiden ligt in klaarte of duisternis, en, zwaar of licht, uw weelden rijk, door niets zijt opgetogen naar de opgeloste zuiverheid van 't Licht. Wij zijn van onze handen niet genezen die hare koelte gretig warmen gaan aan al de vaste vormen, van den waan: vergeefsche hoop, eens vol aan ijlt te wezen en onbeweeglijk in 't ontberen staan. Wij zijn nog niet van reuk, noch zijn van ooren, wij zijn nog niet genezen van het woord; wij snuiven de' aêm uit de omgedolven voren; een vrouwe-stemme komt ons hart bekoren, waar de eigen klank als wijsheid ons bekoort. Wij zijn nog niet genezen van de wake; wij zijn nog niet genezen van den slaap; geneuchte!: en doornen-roze om onze slaap;... - gebondnen, tot de dood genieten slake en, overtuigend, ons de zonde rake die van haar vuur ons lippe zuiver make: o Goddelijke wrake!...
Naar boven

VI Er is geen smart te groot voor ons: wij zijn te glanzend van geluk dan dat de roodste en felste wond' ons niet als eene roze smukk'. Het effen leven, - blank geweef waarop ons vreugde of ons verdriet, al naar ze een trage zorge dreef, de teeknen stikten van een lied, - gewerd bij beurte schacht of schicht die duister brast of blinkend klaart. Maar wij staan lichtend in het Licht dat in zich diepte en hoogte gaêrt. Er is geen macht die wakend wacht, er is geen dag die open-slaat dan ons gelaat dat hoop-vol wacht de teistring toe van Uw gelaat. En waar de stilte in 't hart ons bonst als teeken van een laatsten nood: 't is' of de trommel van den dood - o horzel die de zon door-gonst, - ten reddings-tocht ons noodt.


Naar boven

Karel Van de Woestijne - Het Vaderhuis

Karel Van de Woestijne - God aan zee I

Karel Van de Woestijne - God aan zee II

Karel Van de Woestijne - God aan zee III

Karel Van de Woestijne - God aan zee IV

Karel Van de Woestijne - God aan zee V

Karel Van de Woestijne - God aan zee VI

Karel Van de Woestijne - Het bergmeer I

Karel Van de Woestijne - Het bergmeer II

Karel Van de Woestijne - Het bergmeer III

Karel Van de Woestijne - Het bergmeer IV

Karel Van de Woestijne - Het bergmeer V

Karel Van de Woestijne - Het bergmeer VI

Karel Van de Woestijne - Bloemlezing & biografie

Karel Van de Woestijne - Wanneer ik sterven zal

Karel Van de Woestijne - De modderhaven

Karel Van de Woestijne - Het menschelijk brood

Karel Van de Woestijne - Zeven gebeden

Karel Van de Woestijne - God aan zee (bloemlezing)

Karel Van de Woestijne - Het bergmeer (bloemlezing)

Terug naar Karel Van de Woestijne - Home

Van Nu en Straks

Vlaamse dichters - Overleden vóór 1942

Nederlandse dichters - Overleden vóór 1942

Naar Dode-dichterssoos - Nederlandse & Vlaamse dichters


Homepage


Poëzieweb-Poetryweb: pageviews since/sinds 21-03-2002 
Statist. Poëzieweb-Poetryweb
  Free counter and web stats       © Gaston D'Haese: 24-04-2007.
Laatste wijziging: 07-12-2009.   E-post:: webmaster