Jacobus Zevecotius

 Bruyloft-Dicht


Lest als de droeve silvre maen  
  
Vertrecken moest uyt 's hemels baen, 
 
En voor haer broeders vlammen wijcken; 
  
Als 's morgens vroech den dageraet 
 
Uyt zijn beblomde bed opstaet, 
  
En doet de nacht van d'aerde strijcken: 

      
Doen heeft vrou Venus, in haer sael,  
  
Te gaer doen roepen altemael 
  
Haer kinders, en de kleyne Goden, 
 
Die in het rijcke van de min 
 
Altijt volbrengen Venus sin, 
 
En onderhouden haer geboden. 

      
Stracx quam daer luck en ongeluck,  
 
Rust, hope, vreese, blijtschap, druck, 
  
En hondert duysent minder wichten, 
  
Een deel gewapent metten brant, 
  
Een deel met poppen in de hant, 
  
En veel met bogen ende schichten. 

     
Maer als vrou Venus niet en sag  
 
Cupido, die naest 't herte lag, 
  
Cupido, voetsel van haer leven, 
  
Heeft zy, beroert en seer verbaest, 
  
Haer Goden al, met grooter haest, 
  
Om hem te soecken last gegeven. 
  
 
Een docht dat 't kint noch lag en sliep,  
  
Die haestich naer het bedde liep; 
  
Een ander socht hem op de straten,  

Maer wat dat d'een of d'ander de, 
  
Noch hier, noch in een ander ste, 
  
En mocht het soecken haer niet baten. 

    
Terwijl dat 't hof nog was ontstelt  
  
En Venus om haer kint gequelt, 
  
Is daer Cupido aengekomen, 
  
En heeft zijn moeders mont gekust, 
  
Op haren lieven schoot gerust 
  
En soo haer droefheyt wech genomen. 
  
    
Vrou Venus hem in d'armen nam,  
 
En vraegde stracx van waer hy quam, 
  
En waer zijn schichten bleven waren: 
  
Ick heb, seyt hy, een schoone maegt, 
 
Die een jonck eelman heeft behaegt, 
  
Voor eeuwichlick met hem gaen paren. 

 
De soete Venus, wel te vreen,  
  
Heeft al haer volck terstont gebeen 
 
De nieu getroude te beschencken; 
  
De een gaf rijckdom, d'ander jeugt, 
  
De derde vruchtbaerheyt en vreugt, 
 
En al wat 's menschen hert kan dencken. 

     
Als dit Cupido had gesien,  
  
Heeft hy de trouwe doen ontbien, 
  
En u soo vast te samen binden, 
  
Dat u, tot dat de trage doot 
  
U nemen sal in haren schoot, 
  
Noyt yemant sal ontbonden vinden. 
  

Gaet dan geluckig, speelt te gaer  
  
Tot dat ghy moer sijt en ghy vaer, 
 
Tot dat ghy kinders hebt gekregen, 
 
Speelt dag en nacht, eer door den tijt, 
 
Die alle aertsche dingen slijt, 
  
Uw' groene krachten sijn verlegen.


Jacob van Zevecote
(Gent, 16 januari 1596 - Harderwijk, 17 maart 1642)


Linecol
Biografie
De humanist Jacobus Zevecotius werd geboren in 1596 in de Lange Steenstraat te Gent. Zijn ouders FranÁois van Zevecote en Maria uten Eeckhoute kwamen beiden uit welgestelde patriciŽrsfamilies. Zevecotius was intelligent, leergierig, vurig, nerveus en eerder zwak van gezondheid. Hij kreeg een opleiding op het college Sint-Stefanus, waar men veel aandacht had voor de Latijnse taal. In 1614 behaalde hij het baccalaureaat rechten te Leuven (ca. 1614) en vestigde zich als advocaat in Gent, maar dat ambt beviel hem niet. In die periode wijdde hij ook vurige verzen aan een Gentse schone, die hij Thaumantis noemde. Gefrustreerd door zijn ongelukkige liefde voor Thaumantis trad hij in de augustijnenorde. In de lente van 1616 reisde hij naar Rome, waar hij enige tijd verbleef. Na zijn terugkeer uit Rome doceerde hij welsprekendheid in Gent (ca. 1620) en Brussel (1622). Met een gevoel van miskenning en ongelukkig wegens de Spaanse bezetting, die hij de maraensche slavernij noemde, week hij uit naar Leiden (1623). Daar ontmoette hij zijn neef DaniŽl Heinsius, voor wie hij vriendschap en respect voelde. Desalniettemin was Zevecotius de betere dichter al had Heinsius meer status en succes. In 1626 beleefde hij zijn wonderjaar in Leiden. Hij trouwde er namelijk met Maria Wouters, die hem een zoon DaniŽl (1626-1661) en een dochtertje Marijtje (1630-1635) schonk. Verder schreef hij er ook het treurspel 'Belegh van Leyden' (1626), dat beschouwd wordt als ťťn van zijn beste werken. Daarbovenop werd hij nu ook een overtuigd aanhanger van de gereformeerde godsdienst. Een jaar later dan (in 1627) werd hij hoogleraar in Harderwijk in welsprekendheid en in geschiedenis. Omdat hij zich als dichter eerder miskend voelde dichtte hij niet meer in Harderwijk. De dertigjarige Zevecotius had dit in Leiden al aangkondigd met volgende verzen:
ĎMaer mits ik moede ben, Ick offer u mijn pen, Ick kom mijn dienst opseggen... Doch, heeft u oyt behaegt Yet dat ghy van my saegt, Laet mynen name blyven, Tot spijt van nyders tocht, Soo lang als door de locht De wolcken sullen dryven.í
Hij hield zich nu nog uitsluitend bezig met filologische arbeid en rechtsgeleerdheid. Als gevolg van zijn vlijtige studie promoveerde hij in de rechten te Leiden in 1635. De dood van zijn dochter Marijtje op 24 augustus 1635 was echter een beproeving, die hij niet meer te boven kwam. Hij herdacht haar in een ontroerend rouwdicht 'In obitum suavissimae filiolae Mariae'. Jacob Zevecote overleed te Harderwijk op 17 maart 1642.
© Gaston D'Haese (13 januari 2014).

Voornaamste werken van Jacob van Zevecote: Rosimunda tragoedia et Esther tragicomoedia (1621). PoŽmata (1622, herdrukken in 1623, 1625 en 1640). Latynsche treurspelen Maria Stuartia en Maria Graeca. In PoŽmata (1625, herdruk in Amsterdam 1640). Verachtinge des doots, poŽzie (1625). Belech van Leyden (1626, herdruk 1632), uitgeverij Elzeviers. Ontset van Leyden. Bly-eindich spel (1630), uitgeverij N. van Wieringen, Harderwijk. Observata politica. Amsterdam, 1630. Nederduytsche dichten (1626 - 1638). Emblemata ofte Sinnebeelden met dichten verciert (1626, herdruk in Amsterdam 1638). Aan de uitgave van 1638 werden 9 gedichten toegevoegd, waaronder 4 opgedragen aan Thaumantis. Uitg. Jan Janszen. PoŽmatum editio ultima. Amstelodami, typi Joannis Janssoni, 1640.


Linecol




Jacobus Zevecotius
Thaumantis


Jacobus Zevecotius
Genuchte van 't velt


Jacobus Zevecotius
Belegh van Leyden


Jacobus Zevecotius
Kranen


Brief aan Heinsius
en Anna Roemer Visscher


DaniŽl Heinsius
Rossa


De Harduwijn
Lof Myns Liefs Haer-Tros


De Harduwijn
Ode


Naar Bakermat



Homepage


Pageviews since/sinds 21-03-2002: 

©  Gaston D'Haese: 13-01-2014.
Laatste wijziging: 11-01-2016.

E-post: webmaster