Papierscheppen Molens op de Zwalm Geschiedenis Home 

[left.htm]

Geschiedenis van de molen (1)

De Ijzerkotmolen ligt in het zogenaamde “Klein Zwitserland” op een bijpas van de Zwalm die sinds recente ingrijpende waterhuishoudkundige werken als hoofdloop fungeert.

De molen heeft in zijn bestaan merkwaardig veel verschillende functies gekend : Papiermolen Ijzermolen, Kopermolen, Oliemolen, Graanmolen en zelfs brouwerij en café.

bullet

1. De eerste sporen

Het zou kunnen dat er reeds in 1412 daar een molen stond. Toen werd er reeds melding gemaakt van een "tvelt der nieuwer meulen up dhoude zwalme". Het gebouwenbestand was dan samengesteld uit een woonhuis, een schur, een poest en een duufhuus. De graanwatermolen wordt ook vermeld in documenten van 1417 en 1426 : gheleghen ter nuwermeulene in de prochie van onser vrouwen lathem. Het is niet absoluut zeker dat deze molen op de plaats stond waar nu de IJzerkotmolen zich bevindt.

bullet

2. De Papiermolen (voor 1571 tot na 1589)

De huidige watermolen gaat zeker terug tot de 16de eeuw. De oudste gegevens waarover we voor deze molen beschikken staan vermeld in de Xxste Penningkohieren van 1571 en 1572. De Xxste Penningkohieren zijn een fiscale bron, opgesteld onder de hertog van Alva om een quotiteitsbelasting te heffen. Hierin staat dat Daneel de Keysere, eerste deurwaarder in Vlaanderen, de molen in pacht hield van Jan vanden Driessche voor 108 pond parisis ( Parijse ponden) per jaar en dat in de molen papier gemaakt werd.

Volgens een akte van 1589 was de papiermolen intussen eigendom geworden van Jan de Flandres. In die akte werd trouwens beslag gelegd op de papiermolen wegens onbetaalde schulden. Het ging in de 16de eeuw dus duidelijk om een papiermolen. Vroeger werd wel eens beweerd dat dit de eerste papiermolen in Vlaanderen was, maar dit kon tot vandaag niet echt bewezen worden.

bullet

3. De IJzermolen (na 1589 tot ca 1630)

In de inventaris van het bisdom Gent, deel III, p 256 wordt in 1643-44 een proces gevoerd voor de Raad van Vlaanderen over een kopermolen, voorheen papiermolen. In het procesbundel vermelden beide partijen enkele keren dat de papiermolen door een ijzermolen werd opgevolgd.  Volgens het verzoekschrift van het Sint-Baafskapittel gebeurde deze omschakeling door de houders van dezelfde cijns als van de papiermolen (welcken papiermeulen bij de possesseurs van de voorseyde cheyns daernaer verandert synde in een ijzermeulen).

De stap van een papiermolen naar een ijzer (of kopermolen) is technisch alvast niet zo groot als men zou denken. In beide gevallen drijft het waterrad een soort trommel of nokkenas aan die hamers in beweging bracht. Metaal werd toen (zoals in de gekende smidse) bewerkt door het te kloppen met een hamer. Het pletwalsen van metaal dateert van veel later.

In dit filmpje kan U zien hoe het mechanisme werkte. De opname werd gemaakt in de abdij van Fontenaye in de Bourgogne. Daar werd deze techniek uitgevonden, die geldt als de start van de metallurgische industrie  

papiermolen schema.bmp (44042 bytes)

Schematische voorstelling van een papiermolen

 

Daarna werd de molen gekocht door het huys van de ghewesen Prince van Gavere (de Graaf van Egmont, 1552-1586). Hun bezittingen werden echter aangeslagen, zodat de molen in het bezit kwam van Zijne Majesteit. Daarna is den selven ysermeulen eene wijle tijts vervallen gheweest, tot Jacques van Laerebeke in 1642 of '43 als pachter opkwam.   Volgens zijn verweerschrift van april 1644 werd zijn molen voordien 10 jaar niet meer als ijzermolen gebruikt.

bullet

4. De Kopermolen (1643 - tussen 1656 en 1675)

Jacques van Laerebeke, koopman te Gent, nam dus in 1643 de verlaten molen voor 18 jaar in pacht van de heeren vande finantien  van Zijne Majesteit om er een kopermolen van te maken. De 29 jarige Bavo vanden Hecke fs Christiaens, pachter-molenaar op de watermolen ter Eken te Munkzwal, getuigde op 23 november 1643 : Dat hy deposant tsedert de twee maenden herrewaerts, dat den zelfde verweerdere heeft begonnen te maelen metten zelven synen copermeulen, by hem binnen jaer ende dach herrewaerts geheërigiert, grootelick is belet gheweest in het maelne metten selven coorenwaetermeulen.

Wat was er aan de hand : De Kopermolen was uitgerust met hamers, waarbij er meer kracht nodig was om hem in werking te stellen dan bij de papiermolen. Wellicht kon voor de kopermolen wel nog gebruik gemaakt worden van het mechanisme (nokkenas, hamers) van de voorgaande Ijzermolen. Koper had toen overigens belangrijke militaire toepassingen. De kopermolen was nog maar pas in werking of er kwamen klachten vanwege de gebruiker van de molen ter Eken te Munkzwalm. (dit is niet de Zwalmmolen, maar een molen die aan het begin van de Gaverbosdreef moet gestaan hebben tussen 1396 en 1834)

Sinds de start van de kopermolen werd de Molen ter Eken sterk belemmerd in het malen, wegens het ophouden van het water met de schoven van de kopermolen "om te meerderen val te hebben van het water". Daardoor hing het waterrad van de grooten meulen ter Eecken bijna twee voeten in het water. Het kon dus niet meer zo licht draaien als voorheen.

In 1644 wordt dan een compromis voorgesteld waarbij de beide molens een waterpeghele zouden plaatsen waarbij elkeen de gestelde hoogte zou moeten respecteren. Tevens zou men de wateras van de molen Ter Eken een voet verhogen.

In 1646 is het overigens weer prijs. De molenaar van de Ter Eken molen vraagt gedeeltelijke pachtkwijtschelding omdat de "dienaers van Van Laerebeke alle daeghen lancx om hoogher het waeter zyn haudende.

 

bullet

5. De Oliemolen (tussen 1656/1675 en 1897)

Bijna 30 jaar later vroeg de molenaar van Ter Eken (nog steeds dezelfde Bavo van den Hecke) opnieuw pachtvrijstelling aan, maar de kopermolen had ondertussen een andere functie gekregen. Van Laerebecke was in 1656 overleden en in 1675 behoorde de molen toe aan de erfgenamen van Adriaen Vanderhaegen. Deze laatste had de verlaten kopermolen wellicht kunnen kopen om er een oliemolen van te maken. En wederom rezen er problemen met de buurmolen van Munkzwalm. Het was zelfs nog erger dan vroeger : zijn waterrad lag 3 ½ voet in het water, soo dat sy nu meer dan eenen voet het waeter aan het voorseyde stamkot syn hoogher haudende dan datmen heertyts met de copermeulens plach te doen.

De oliemolen bleef in werking tot 1897. Dan werd hij omgebouwd tot brouwerij. De zolders dienden dan als droogplaats voor de grondstoffen. Rond 1960 werd de brouwerij gesloopt en gebeurde de verbouwing tot het café-restaurant dat er zich nog steeds in bevindt.

bullet

6. De toevoeging van de graanmolen (1792 tot heden)

Het volgende spoor van de molen in de archieven vinden we terug in 1792. Jan Koenraad (Jean Conrad)Vanderbeken, inwoner van Beerlegem, was toen eigenaar van de olieslagmolen (tordoir) in Sint-Maria-Latem, en vraagt in dat jaar toelating aan Zijne Majesteit om naast deze oliemolen een graanmolen met twee steenkoppels op te richten. "de pouvoir ériger à côté de son tordoir, un moulin à deux couples de meules à moudre toutes espèces de grains".

Op 8 februari 1792 werd zijn verzoek verstuurd naar de Rekenkamer te Brussel, om er hun advies op te geven. De molen werd gebouwd op de andere oever, zodat een dubbelmolen ontstond.  Wie nu dus van de straatkant naar het gebouw kijkt ziet links het deel dat ooit papier-, ijzer-, koper- en olie-molen was, en rechts naar de nog steeds bestaande graanmolen. De overbouwing van het rad is duidelijk van latere datum.

Op dit kadasterplan uit 1858 staan de beide molens nog steeds apart ingetekend, met de beek tussenin. Maar wat opvalt is dat het de "kleine" beek die de molens aandrijft is, die op de kaart "Zwalm" genoemd wordt. En dus niet de vertakking die vanaf de Waelput loopt (en vandaag de Zwalm is)

We leren hier wel uit dat de familie Van der Beken niet minder dan 160 jaar de molen in bezit had van 1872 tot 1948. Toen wer de molen trouwens gekocht door Louis De Clercq, gehuwd met ene dochter Van der Beken.

Het proces-verbaal van afpaling der gemeente Sint-Maria-Latem van 12 mei 1817 vermeldt zowel de graan- als de oliemolen, separés l'un de l'autre par la rivère de la Zwalm, en ze waren beiden toen nog uitgerust met een grondwiel (onderslagrad). De huidige molen heeft een bovenslagrad.

Immers, in de ganse 19de eeuw was de molen eigendom van de familie Van der Beken die ook eigenaar was van de nabijgelegen oliemolen en van de tegenoverliggende herenhoeve. De naam Ijzerkotmolen komt voor op de primitieve kadastrale plannen van ca. 1830. De betekenis is niet duidelijk, sommigen beweren dat het iets te maken zou hebben met het feit dat het een van de eerste met een ijzeren rad zou geweest zijn. Een andere mogelijkheid is een etymologische verklaring waar ook de rivier de  IJzer z'n naam aan te danken heeft : wild water. Of slaat het dan weer op die vroegere bestemming als "kopermolen"?

De oliemolen (het stampkot) moet aan de overkant van de beek gelegen hebben, in het stuk van het molengebouw dat nu het café-restaurant herbergt. De twee molens moeten dus rechterover elkaar gelegen hebben, met de twee waterraden zij aan zij.

In 1845 kwam hij door erfenis van Van der Beken Jozef, olieslager te Sint Maria Latem toe aan zijn Van der Beken Amelia. In 1892 ging deze erfenis over aan Van der Beken Eugenius, in 1897 reeds naar Van der Beken - Saey, brouwer.

Voordeur 1920.jpg (33756 bytes)

        de molen omstreeks 1920, de man in het midden is molenaar Vandevelde.

In 1932 werd de molen verkocht aan Van der Beken Louise Marie, "bijzondere" te Sint Maria Latem. In 1948 verkocht zij de molen aan De Clercq-Van der Beken Louis, burgemeester van Sint Maria Latem.  De brouwersfamilie emigreerde in 1948 naar Ontario, Canada.

Armand, de zoon van Louis De Clercq schreef in Canada op zijn vijfenzeventigste nog een hoogst amusant boekje "Son of a Brewer"over zijn jeugd in de brouwerij en de molen.  Een uitreksel hieruit vindt u hier

De korenmolen ligt professioneel stil sinds 1954. In 1960 werd de molen verkocht aan Marcel De Boe uit Zottegem. .

Men is toen zelfs begonnen met het slopen van de korenmolen, maar gelukkig is enkel het “luiwerk” (katrollensysteem om zakken op te halen) verdwenen. De rest van de molen is intakt gebleven.

1974.jpg (8721 bytes)

Het wegroestende waterrad in 1974

bullet

6. De restauratie

Marcel De Boe verkocht deze op zijn beurt aan Emiel Mareels en Agnes Demaere in 1972. Zij zijn er in 1974 ook gaan wonen. Mevrouw Demaere is nog steeds eigenares van de molen.

In 1981 werd een eerste "doe-het-zelf"-restauratiepoging gewaagd. Alhoewle het verdere verval daarmee gelukkig werd gestuit, heeft de molen toen slechts enkele keren kunnen malen.

In 1985 werd de Ijzerkotmolen met inbegrip van de keermuren van de waterradgeul, het sluiswerk, het waterrad, het roerend werk, alle werktuigen en hun aandrijving, het houten sluiswerk en de sluismuren ter hoogte van en tussen de vijver en de Zwalm beschermd als monument, vooral om zijn industrieel-archeologische waarde.

In 1998 werd dan eindelijk een begin gemaakt met de hoognodige restauratie van het maalwerk van de Ijzerkotmolen. (Zie de aparte bladzijde over deze restauratiewerken)

De restauratie beoogde het terug functioneel maken van de maalinrichting.

herstellen en in werking stellen, zichtbaar en toegankelijk maken voor bezoekers van het waterrad
restaureren van één van de vier steenkoppels. Uiteindelijk zijn 2 steenkoppels terug maalvaardig gemaakt.
herstellen van het dak

Oorspronkelijk wa het rad volledig weggewerkt in de kelderverdieping. Deze ruimte is enkel toegankelijk bij het afsluiten van de waterloop. Om het waterrad en de werking ervan te tonen aan bezoekers werd een deel van de erboven gelegen vloer verwijderd, zodat het rad vanaf het gelijkvloers zichtbaar werd.

Twee steenkoppels werden maalvaardig gemaakt, zodat aan de bezoekers de werking van de graanmolen wordt getoond. Tevens veroorzaakt het stilstaan van de maalinrichting de grootste schade aan de installatie, door het regelmatig werken van de maalinrichting zal deze beter bewaard blijven.

Maalgang.jpg (60493 bytes)

De 4 maalgangen met telkens één steenkoppel

De aannemingswerken zelf worden uitgevoerd door de firma Roland Wieme uit Deinze voor de molentechnische werken. Het is deze molenbouwer die met een enorme liefde voor het vak en stielkennis de restauratie tot een schitterend einde heeft gebracht.

De werken werden voltooid in mei 1999. Sindsdien wordt er minstens elke zondag gemalen. In 2001 was de Ijzerkotmolen de molen die volgens de officiële telling door de provincie het méést gedraaid had in Oost-Vlaanderen.

Voor deze bijdrage maakten we graag gebruik van het artikel over de IJzerkotmolen van Dhr. Lieven Denewet in Molenecho's, het Vlaams tijdschrift voor Molinologie, 27ste jaargang, nr 2, april-juni 1999. Een nog veel vollediger geschiedschrijving van de IJzerkotmolen is in Molenecho's van april-juni 2001 verschenen van de hand van dezelfde auteur.

Het bericht over de kopermolen ontvingen we in een reactie op deze website van Dhr. Johan De Punt.  Het spoor uit 1792 hebben we dan weer van Dhr Lieven Denewet per brief toegestuurd gekregen. Ook dhr. Aimé Smeyers stuurde ons interessante informatie over de molen. Wij danken hen oprecht voor hun inzet en belangstelling.

Het schema van de papiermolen komt uit " De Molen als symbool" van Karel van den Bossche, centrum voor Molinologie, Sint Amands aan de Schelde