|
[left.htm] |
De IJzerkotmolen is één van de molens op de Zwalm.
Klik op een molentje voor een beschrijving
Van bron tot monding heb je : de Boembekemolen in Michelbeke de IJzerkotmolen in Sint-Maria-Latem de Ter Biestmolen in Nederzwalm. Klassiek worden ook de molens die op zijriviertjes van de Zwalm staan tot de "Zwalmmolens" gerekend. (1) Van der Lindensmolen te Nederzwalm-Hermelgem op de Boekelbeek of Peerdestokbeek Moldergemmolen te Sint-Denijs-Boekel op de Boekelbeek of Moldergembeek Pedes molentje te Hundelgem op de Passemaregracht of Zweedebeek Driesmolen te Velzeke op de Molenbeek Molen Van den Borre te Strijpen op de Traveinsbeek Perlinckmolen in Elst (Brakel) op de Perlinckbeek Slijpkotmolen in Nederbrakel op de Meerbeek Nieuw : de Vinkemolen te Sint Denijs Boekel (een windmolen in heropbouw)
Deze watermolen, ook Ten Bergemolen genaamd, wordt al vermeld in 1040 als eigendom van de benedictijnerabdij van de Blandijnberg te Gent. Bij de eerste acten wordt beschreven "et molendinum unum super fluviolum sualma". De molen komt terug in 1063 in een akte van Boudewijn V, graaf van Vlaanderen. Bij de Franse revolutie werden de bezittingen verkocht en kocht de familie Haesbeyt uit Gent het domein. In 1875 worden de goederen opnieuw verkocht. In de beschrijving vinden we de mole terug : "Eenen schoonen koorn, oliewatermolen, met hofstede, land en boomgaard genoemd den molen ten bergen groot 27 aren 10 centiaren. Het was dus oorspronkelijk een koren- en oliewatermolen. In 1891 werd de olieslagerij stilgelegd, de graanmolen stopte zijn activiteit in 1962. De Zwalmmolen werd aangekocht door de Provincie Oost-Vlaanderen die een grondige restauratie in het vooruitzicht stelt. Doordat in de jaren 70-80 een café werd ingericht in het molengebouw zelf heeft een deel van de inrichting daarvoor plaats moeten ruimen. Rechtover de Zwalmmolen vindt U een kantoor van de provinciale toeristische dienst.
de Ter Biestmolen in Nederzwalm. Aanvankelijk zou deze watermolen een afhankelijkheid geweest zijn van de abdij van Ename in 1063. Omstreeks 1483 was het banmolenrecht in het bezit van Jacques van den Hane en Bernard Rogiers. In de 19de eeuw werd de molen een paar maal verkocht en stond toen bekend als korenoliewatermolen. De molen werd in 1969 stilgelegd na een dodelijk ongeval. In de molen zelf is momenteel een taverne ingericht. Het gebouw is volledig opgeknapt, maar de molen kan niet meer draaien.
Zijriviertjes van de Zwalm Van der Lindensmolen te Nederzwalm Deze molen ligt vlakbij de Biestmolen op de Peerdestokbeek. Het huidige gebouw draagt in de ankering het jaartal 1801 maar de molen is echter zeer oud. Vroeger was dit een blekerij of wasmolen. Er zijn nog grondvesten aanwezig van twee wachthuisjes, misschien tegen het stelen van wasgoed. Nadien werd de molen een oliemolen om uiteindelijk in 1870 een graanmolen te worden. In 1887 werden de gebouwen uitgebreid om een stoommachine te plaatsen. De molen krijgt dan als benaming : " een Koren en lijnkoekstoom-watermolen" Moldergemmolen te Sint-Denijs-Boekel
Deze watermolen werd reeds vermeld in maart1229 als eigendom van de benediktijnerabdij te Ename. In het cartularium van de abdij vindt men de tekst "Dedit preterea idem Willelmus unum diarim prat juxta molendinum de Malderghem". Deze abdij is nu zeer bekend door de archeologische site "Ename 974". De molen zou eertijds een zaagmolen geweest zijn, nadien een oliestamperij en sinds 1871 een korenmolen. Wie de molen bezoekt, kan dit perfect combineren met een wandeling in het nabije Korsele, de "geuzenhoek" van Sint-Maria-Horebeke.
Deze molen ligt in de Beugelstraat in Velzeke. De molen zou dateren uit de 17de eeuw. De molen was in 1980 nog in gebruik, maar dan wel aangedreven door een motor. Het is wel de enige molen die nog een houten bovenslagwiel heeft. De zeer oude steenkisten (waar de molenstenen in zitten) zouden zelfs nog de oorspronkelijke zijn uit de 17de eeuw. Molen Van den Borre te Strijpen Dit is een traditionele boerderijmolen, die in de gesloten bedrijfsgebouwen is geïntegreerd. De molen wordt al vermeld in de penningkohieren van 1571. Hij was eigendom van Gaulthier Alaert en werd gepacht door de erfgenamen van Lievin Scauvlieghe, te zamen met de pachthoeve en twee dagwand en twee bunder grond, tegen 40 pond parisis, 2 cappoenen (haantjes), 2 hazen, 3 koppels patrijzen en 6 karpers. Vermoedelijk is het ook een oliemolen geweest. De molen was in 1980 nog steeds in bedrijf !
De Perlinckmolen staat op de gelijknamige beek, die samen met 2 andere beken de Boekelbeek, vervolgens de Moldergembeek wordt en in de Zwalm uitmondt net voor de monding in de Schelde. Volgens een "descriptio" van de jaren 868-869 zou de abdij van Lobbes in Zegelsem een watermolen en een brouwerij bezeten hebben. Van deze molen, samen met die van Sint-Maria-Lierde zou bewezen zijn dat het de oudste watermolens van het land zijn. In 1859 rukte een geweldige storm de sluizen en het molenrad
mee. De molen wordt gelukkig hersteld. Auteur Herman Teirlinck kwam hier vaak in de buurt
op vakantie en beschrijft in Maria Speermalie de watermolen van Elst. "Zij
lopen langs het spuiwater dat hoog rijst en neerslaat op het donkere molenrad. De houten
vlerken zijn ingevreten en bemost. Het schuim kookt aan de randen. Een dof geraas
begeleidt het stampen bij iedere schok, en 't gansche kot daarachter davert. Onderaan
stijgt het bijzonder geluid van de malende steen. Maar niet zo gauw zijn zij bij de bocht
van de beek en de fluwelige hazelaars voorbij of de lucht gaat weer open met haar gewoon
lawaai. En weg is het geronk van de molen". De maalactiviteiten werden omstreeks 1974 gestopt. Nu is het gebouw vrij mooi opgeknapt en bewoond. De molen is reeds beschermd sinds 1974. Daardoor is het binnenwerk gelukkig gevrijwaard van vernietiging, maar is nu wel niet meer te bezichtigen.
Deze watermolen werd gebouwd met ijzeren as en molenrad op de wijk Meerbeek, op een bijriviertje van de Zwalm dat ontspringt dichtbij de Hoogstraat te Zegelsem. De molenvijver ligt aan de andere kant van de steenweg naar Oudenaarde. We hebben hier waarschijnlijk te doen met een oude molen die afhing van de heerlijkheid Nederbrakel, een bezit van de familie Lalaing van Schorisse. In 1571 bestond deze molen reeds.
(1) Voor de geschiedenis van deze molens putten we vooral uit het boek "De molens van het arrondissement Oudenaarde uit hun geschiedenis" door Julien l. th. vandeputte, een uitgave uit 1974 van de Geschied- en Oudheidkundige Kring van Oudenaarde. Voor alle wind- en watermolens van de streek, ook diegene waarvan geen enkel fysiek spoor meer overblijft, mag dit boek gerust als hét standaardwerk bestempeld worden. Sommige teksten, het kaartje en de zwart-witfoto's voor deze bladzijde zijn geput uit het boek "Oostvlaamse watermolens", Paul Bauters en Raoul Buysse, mei 1980, een uitgave van het Provinciebestuur van Oost-Vlaanderen. |