Papierscheppen Molens op de Zwalm Geschiedenis Home 

[left.htm]

De Vinkemolen

De Vinkemolen is een buitenbeentje op deze website over de IJzerkotmolen en de Zwalmse watermolens. Niet alleen omdat het hier om een windmolen gaat, maar vooral ook omdat de molen op dit ogenblik niet eens herbouwd is. Maar als de initiatiefnemers in hun opzit slagen, wordt dit weldra de énige draaiende windmolen op het grondgebied van de gemeente Zwalm.  Hierna vindt U een uitgebreide schets van de molen door een van de initiatiefnemers, Geert Wisse.

Vinkemolen.jpg (16316 bytes)

foto : stichting Levende Molens, foto M.Boogert (24/8/1972)

HEROPBOUW VAN DE VINKEMOLEN TE SINT-DENIJS-BOEKEL (ZWALM)

1. Inleiding:

Bijna 20 jaar geleden maakte een orkaan een einde aan het bestaan van de Vinkemolen te Oosterzele. Aanvankelijk koesterde men de hoop om de molen binnen een afzienbare tijd terug op te bouwen. De molen was immers een beschermd monument sinds 1944. Bovendien waren alle onderdelen nog aanwezig om de molen in zijn oude glorie te herstellen. Enkele molendeskundigen waren het unaniem eens dat dit eeuwen oude monument hersteld móest worden.

De Vinkemolen behoort tot het type van de zogenaamde staakmolens. Dergelijke molens zijn volledig in hout opgetrokken en worden in de bestaande literatuur gerekend tot het oudste windmolentype dat in de 12de eeuw in Vlaanderen tot ontwikkeling kwam.

Zij werden gebruikt voor het malen van graan en vanaf de 14de eeuw voor het slaan van olie, het verplaatsen van water (wip-watermolens) en zelfs voor het zwengelen van vlas.

Omstreeks 1830 waren er in Oost-Vlaanderen maar liefst 447 staakmolens bedrijvig. Dit aantal liep sterk terug vanwege de grote concurrentie van moderne maalderijen die werden aangedreven door stoom, diesel en elektriciteit. Ook werden tijdens de Eerste Wereldoorlog een groot aantal molens opgeblazen. Op dit moment telt Oost-Vlaanderen nog slechts 14 exemplaren. Hiervan wachten twee molens: Oosterzele en Sint-Antelinks (eig. van het Vlaams Gewest) nog op een definitief herstel.

Omdat de houten constructie van dergelijke molens het toe liet om de molen te demonteren, gebeurde het zeer regelmatig dat men overging tot het verplaatsen. In de afgelopen decennia werden in Huise, Wannegem-Lede, Etikhove, Ledegem, Olen, Brugge en Veurne staakmolens opgericht die van elders afkomstig waren.

Het is de bedoeling om de molen op te richten op een nieuwe standplaats. Deze site is uitermate markant en is opgenomen in de Atlas van historische relicten. Op het Gewestplan staat zij ingekleurd als landbouwgebied en deze kouter behoort tot een van de best bewaarde "open" heuvels van de Vlaamse Ardennen.

Na de restauratie vormt zij opnieuw een "dynamisch baken" in het landschap en zal de molen een grote aantrekkingskracht uitoefenen op het fiets-en wandeltoerisme.

Tevens is de inplanting een herinnering aan de kleinschaligheid van de landbouw.

2. Korte historische schets van de Vinkemolen:

De vroegste vermelding dateert van 1566, Philippe de Rodaen, heer van Beerlegem, bezat een windmolen te Oosterzele. Ruim dertig jaar later (1599) was de molen in bezit van zijn broer, de bisschop van Brugge.

Deze molen kwam door overerving in het bezit van Emmanuel de Evora-Y-Vega in 1727, heer van het land van Rode. Oorspronkelijk stond de molen tegenover de Ankerkerk in de Hoeimeersch. Zijn zoon, Emmanuel-Joseph, liet de molen afbreken om hem in 1790 terug op te bouwen aan de Geraardbergsesteenweg. Dit jaartal komt voor op de staak en een weegband (op de meelzolder) van de molen. Het verplaatsen van staakmolens kwam regelmatig voor. Het is niet ondenkbaar dat de oude standplaats minder gunstig werd: een opkomende bebouwing kon de windvang beperken. Dit betekende een aanzienlijke vermindering aan inkomsten voor de eigenaar. Hoewel het vaak duurder was dan de bouw van een nieuwe molen, besloot men de molen te verplaatsen. De nieuwe steenweg naar Geraardsbergen werd juist aangelegd.

De molen was tot omstreeks 1956 in bedrijf. Nadien volgden er slechts onderhouds-werkzaamheden aan het exterieur.

3. Na de fatale storm van november 1983:

Tijdens een zware herfststorm, in de nacht van 27 november 1983, waaide de molen omver. De oorzaak was een slecht herstelde kruisplaat, een essentieel onderdeel voor de stabiliteit. De aangebrachte las bezweek onder de druk van de meesterband. De molen viel aan de trapzijde omver. Een roede kwam terecht op het molenaarshuis. Als bij wonder vielen er geen slachtoffers.

Dankzij een spoedprocedure konden de wrakstukken van de molen gedemonteerd worden. Bij de inventarisatie van het molenbestand in Oost-Vlaanderen in 1985 had men reeds opgemerkt dat de molen constructief goed, maar met slecht hout was gemaakt. Men maakte destijds de opmerking dat de molen aan een grondige restauratiebeurt toe was...

De toenmalige eigenaar, graaf M. d'Ursel de Bousies, besloot de restanten van de molen af te staan aan de gemeente Oosterzele. Binnen tien jaar zou de gemeente de molen moeten herbouwen. Vanaf 1987 werden de restauratiewerken ingeschreven op de gemeentelijke begroting en dit zonder enig resultaat. In 1995 kwam de molen terug in het bezit van graaf A. d'Ursel. Inmiddels was de standplaats aan de Geraardbergsesteenweg minder geschikt geworden: de opkomende lintbebouwing belemmerde in hoge mate een goede windvang. Een ander initiatief om de molen op een nieuwe standplaats op te richten, vond geen doorgang.

Tot in 1997 lagen de onderdelen van de molen in Oosterzele opgeslagen: deels in een kleine loods, deels in open lucht. Ze werden uiteindelijk overgebracht naar een hoevecomplex te Wylegem (Zwalm).

4. De nieuwe standplaats:

Het gehucht Wijlegem is gelegen op de flank van de Franskouter. Deze hooggelegen en open vlakte situeert zich tussen de dorpen Sint-Blasius-Boekel en Sint-Denijs-Boekel. Deze site omvat thans twee monumentale hoeven en een klein kerkje. De geschiedenis gaat ver terug, de eerste vermeldingen dateren uit de 9de eeuw. De hoeven, bijbehorende gronden en het kerkje behoorden eeuwenlang toe aan de Gentse Sint-Pietersabdij. Het bleef een zelfstandige parochie en gemeente tot de Franse overheersing. Het unieke kerkje dat gewijd is aan Sint-Margaretha werd in 1975 geklasseerd en de hoeven werden uiteindelijk in 1998 beschermd als monument.

De Franskouter grenst onmiddellijk aan deze site. Op het hoogste punt van deze kouter stond tot 1946 een forse staakmolen. Volgens een heemkundige studie zou deze molen reeds vermeld worden rond 1500 en behoorde ze toe aan Formelis Borluut, heer van Boekel. In 1704 werd de windmolen verkocht aan Jan de Cooman, maar tot aan de afschaffing van der heerlijkheden, werden er cijnsrechten betaald aan de familie Borluut en later Van Melle.

Aanvankelijk heette dit gebied de Vranckxkouter. De adellijke familie Vranckx die afkomstig was uit Frans-Vlaanderen had op deze kouter meerdere bezittingen.

De benaming "Franskouter" dateert van WOI: de Fransen hadden er enkele schermutselingen met de Duitsers.

Op oude kaarten en plannen kan men de molen terugvinden en op enkele exemplaren uit de 19de eeuw leest men: "Koutermolen". Er bestaan nog verschillende oude foto's van deze staakmolen.

Bij een Koninklijk Besluit werd de molen in 1945 beschermd. Maar helaas werd ze in 1946 omvergetrokken. De lage molenwal werd afgegraven en kort nadien bouwde men er een mechanische maalderij en woonhuis.

Het is de bedoeling om de Vinkemolen op een nieuwe standplaats op te richten. Zij situeert zich op zo'n 200 meter in de oostelijke richting van de afgebroken molen. Het perceel is gelegen aan een weg die thans Wijlegemstraat heet. Maar voor de fusie van de verschillende gemeenten in 1971, heette deze weg "Molenstraat". Ze leidde immers naar de molen en de lager gelegen watermolen te Moldergem. Deze buurtweg werd reeds vermeld in de 16de eeuw en zou volgens sommige heemkundigen in oorsprong een restant zijn van een Romeinse heerweg die liep van Gavere naar Elst.

De windvang is hier optimaal en door de unieke ligging ontwaart men op de horizonlijn de staakmolen van Mater en de molenrompen Sint-Kornelis-Horebeke en Rozebeke.

In februari 2001 werd een bouwaanvraag ingediend bij de gemeente Zwalm. Ondanks de gunstige adviezen van Monumenten & Landschappen en Stedenbouw, weigerde de gemeente een bouwvergunning af te leveren. Volgens het College van burgemeester en schepenen, zou enkele de oorspronkelijke plaats in aanmerking kunnen komen. Bovendien zou deze molen een ?schending? betekenen van het open landschap.

Op 13 september 2001 leverde de Bestendige Deputatie van de Provincie Oost-Vlaanderen echter wél de bouwvergunning in beroep af. Hopelijk staat nu niets meer de heropbouw van de windmolen in de weg, en kan de ganse gemeente Zwalm binnenkort fier opkijken naar dit nieuwe teken aan de Zwalmse Skyline...

Contactadres:

De Vinkemolen vzw

Wijlegem 1

B 9630 Zwalm

Tel.& fax: (+32) 55 49 68 92

e-mail: email7.gif (2241 bytes)    geertwisse@belgacom.net