Ludo Geloen
4. Groen
|
Mallemolen
Ik
eet groene woorden, Nagenoeg
tijd. Ik
adem ze fijn Tussen
molenstenen: Wieken
van klemgeketende zakhorloges. Ik
scherp mijn dolgedraaide Zinnen
en wacht Een
oneindige lucht Aan
winden. (Mijn
bruin boek verlangt
tot drukkend
scheiden.) In
de spiegel Eten
letters Coprofiele
Beelden.
|
Heilig
Ik
leg me ter ruste op
een stee van groen
beddengoed, ik
glooi mijn vierkante leden
omheen de ronde borsten
van Juffrouw Melancholia
en bedrijf, In
een paal boven water, Een
heilige ziekte. In
een verlaten siddering Ontvalt
mij een hulpje Toekomst
en glip ik In
een hagedis, het bosje Uit.
Ik zoek mijn staart En
vind die tussen De
benen. Ik
scheur dit heden Uit
mijn weke delen, (De
kalender Hangt
aan een vale Boom.) De
stam ligt bladbladerend Op
de grond. Zijn tooi Is
tot een platte waaier Gereduceerd,
(water is zijn lucht - Aarde
zijn toekomst). (Nu
lijd ik aan anosmie.)
|
Huid Een
merel pikt De
grasmat groen, elk Grassprietje
is Een
haar op mijn hoofd. Mijn
bolheid is te groot Voor
elk klein Akkefietje
in het schoon Geloof
van Een
duif. Een
boom streelt Hun
onbewuste IJdelheid
tot Voorbij
mijn groene Huid,
ik huiver en Mos
groeit tussen Mijn
oren. Praat
mij omver Want
ik luister Niet.
|
|
Het
Begin
Het
gedicht van gisteren Is
opgelost in een Emmer
water. Het Vale
oppervlak weerspiegelt De
laatste woorden, een Eeuwenoude
letter zinkt Naar
de achtergrond. Ik
hoor een echo schaterlachen In
de wind van volgend Jaar,
een zware kalender- Deur
valt dicht: Een
groene tijd kan Beginnen.
|
De
Fluit
Een
groene faun Ligt
wulps op mijn tuinbank En
groeit al een tijdje Met
me mee. Een
kerselaar Ontbreekt
een tak, De
wind berijdt zijn Met
gaten rijke rug. Van
verre Hoor
ik een voorspel Op
mijn namiddag (Debussy
lijkt niet ver): Om
dromen Bekleedt
mijn adem Het
eenzaam fluitend Spel.
|
|
Copyright 2005 L. Geloen
Niets van deze pagina (en de pagina's waarheen de links naartoe verwijzen) mag gebruikt, gecopieerd of gedeeltelijk worden overgenomen zonder toestemming van de auteur.