L. Geloen
5. Mars
|
Kamikaze De
tunnel wijst me de weg. (Stenen
praten op mij in.) Mijn
hoogste goed groeit in me. (Een
tweelingbroer gelijk.) Ik
zoek hem op prentkaarten. (Zijn
geschiedenis staat klokvast.) Geluidloos
draait mijn motor Op
volle toeren. (Dromend
voel ik me in
leven.) Mijn
enkele vlucht is een thuiskomst. (Mijn
vleugels verlangen reeds tot breken.) Met
een neerwaartse beweging Trek
ik mijn hemelpoort open. (De
aarde leek zo dicht.)
|
Vluchteling
De
tunnel is lang. (Stenen
lopen met me mee.) Mijn
voeten zijn gras. (Ze
groeien mijn benen in.) Mijn
land ligt in mijn hart. (Grenzen
zijn dode lijnen van bloed.) Stap
voor stap kom ik ver Weg
en verloren leg Ik
mij ter ruste in een Verloren
thuis vol Bedorven
lucht. Mijn
vlucht is een noodzaak. (Nationaal
belang is een muurkrant.) Een
zonsondergang is mijn enig bezit. (De
aarde lijkt zo licht.) |
Gestorven
soldaat
Ik
lig onder de tunnel. (Men
deed voor eeuwig het licht uit.) Mijn
witte steen lijkt een medaille. (Het
gras salueert in rechte lijn.) Klaprozen
paraderen in gevangen tenue. (Ze
komen elk jaar terug.) Ik
slaap een ene droom, (Orfeus
zingt niet meer.) Hij
blaast de aftocht op een Versleten
geweer. (Ik
houd al lang de adem in.) Een
bos bloemen lijkt een sprei. (De
aarde is mijn bed.)
|
|
Generaal Ik
ben de tunnel. (De
tunnel is in mij). De
kamer boven mij is leeg. (Niemand
hoeft te spreken, ik weeg). En
wikken is vertrekken. (Reizen
is kort). Ik
teken de dood Als
zelfportret en leidt Het
leger tot beslissen. (Bloed
bepaald het gewin). Ik
ga niet ten onder. (De aarde is mijn schavot). |
Shellshock De
tunnel kijkt in me. (Hij
vult de complete kamer). Mijn
geboeide handen kleven aan mijn pols. (De
slag liep gehavend weg). Ook
mijn uurglas liep vast. (Raderen
zwijgen een machinegeweer dood). Laat
mij overvloedig alleen, Ik
beklop de muur wel met Mijn
gekamd haar. De gel Is
mijn behang. (Fractals
begroeien mijn oog). De
angst is mijn bloed. (De
aarde is een vijver). Begraaf
me.
|
Scherpschutter
Mijn
tunnel is enig. (De
loop al uren scherp). Mijn
hart klopt traag. (Eén
trilling lijkt fataal). Ik
verzamel brandpunten. (Ze
liggen als bondgenoten in mijn handen). Ik
overzie een territorium Met
dodelijke ernst, Mijn
vinger is een lont, Mijn
gedachten vatten vuur. (Een
knal echoot in mijn schouder). Het
vizier is een glazen bol. (De aarde is van geen tel). |
|
Yperiet
Deze
tondeldoos is van Pandora. (Na
enige tijd heb ik ze door). Het
braken houdt op en de maag blijft binnen. (Gas
legt vezels bloot, de groene eerst). De
wolk is wind, de wind werd wolk. (En
ik adem vluchtig lucht, een wolk zonder mist). Schiet,
omsingel en ontwapen het, Ondermijn
en rijg het aan de bajonet! (Vooraleer
mosterd me onherroepelijk kruidt). Met
de wind in de rug, vlucht ik. (De
aarde is vooral onwetend). |
Stigma Het
brandmerk is rood geijkt. (De
ijkmeester dronk te veel wijn.) Oost-Indische
inkt is water en vuur. (Een
oog blijft kijken zonder te zien.) Huidcellen
woekerden een eigen weg. (Het
werd de vuurtoren van mijn gezicht.) De
tunnel lijkt een asiel, Ik
kan er schuilen tegen woorden Vol
sneeuw, hagel en overvloedige Regens.
De hemelpoorten zijn jaloers. (Weglopen
is een riool.) Een
tatoeage is een sinecure. (De
aarde verslindt die wel.)
|
|
Copyright 2005 L. Geloen
Niets van deze pagina (en de pagina's waarheen de links naartoe verwijzen) mag gebruikt, gecopieerd of gedeeltelijk worden overgenomen zonder toestemming van de auteur.