Ludo Geloen
3. Rood
|
Druiver
Mijn
hersenpan Is
een omgekeerd Wijnglas,
druppels Druppen
hun dorre Weg
omlaag. Ik
kijk in het rode Schijnsel
van de roemer. Dood
is de droesem, Mijn
gespinsel een steenpuist Van
gevallen zand. De
opgevangen neerslag Glaast
mij glad Aan,
een ratelslang Echoot
in de muren.
|
Onderbroek
en panty’s
Op
jonge leeftijd Was
mijn kinderjuf Oud. Op
winderige dagen Toonde
ze meer Dan
nodig: Witte
onderbroek En
panty’s. Nu
ik even oud Ben, Bloost
haar haar En
herinner ik Een
ver bewegen: Twee
pilaren En
een gespannen Hemel.
|
Kloppend
Het
bloed lijkt Rood
en apocrief, Het
sijpelt langs De
binnenmuren, de Hof
van mijn vleeshuis In,
het sukkelt me dood En
pompt me Omver. Haar
bron suist Me
in de oren, Het
water vloeit Me
onherroepelijk Door
de vingers: Takkenbossen
fijngehakt Loof. Een
stoel houdt me Nog
recht en Een
galsmaak Geurt
mijn mond Tot
tong.
|
Copyright 2005 L. Geloen
Niets van deze pagina (en de pagina's waarheen de links naartoe verwijzen) mag gebruikt, gecopieerd of gedeeltelijk worden overgenomen zonder toestemming van de auteur.