<=  De Tunnel   =>

L. Geloen

2. Venus

Pacifist

 

De tunnel is ver zoek.

(Ik doe overal deuren dicht.)

 

Mijn handen zijn wapens.

(Ik begroet iedereen.)

 

Ik zoek naar sleutels.

(Het zijn sloten.)

 

Een horloge lijkt verslagen,

Ik betoog tot eenheid van tijd

En ruimte, (geef me plaats!),

Ik ben aan zet.

(Ik word bezeten).

 

Een landkaart bundelt landen.

(De aarde zit in mijn binnenzak.)

Vredesduif

 

Haar vlucht is geen tunnel.

(Haar vleugels behoeden haar

Voor een vrije val.)

 

Wit is haar borst en veren.

(Medailles van een overwonnen

Gewaande strijd.)

Solerend staat ze tussen arend en gier.

(Vrienden zijn nooit ver.)

 

Ze kirt nooit, warmte is haar

Boodschap, een verteerde hoop.

Vang haar niet, laat ze bekomen.

(Een kompas waakt over haar dromen.)

 

Een brand laait in haar binnenste.

(De aarde is een sfinx).

 

Deadline

 

Het is altijd vijf voor twaalf.

(Je kunt steeds opnieuw beginnen.)

 

De tunnel is de wegwijzer.

(Een knipperlicht naar rechts.)

 

Elke seconde word ik wijzer.

(Hij tikt bij elk geluidje een ruimte weg.)

 

De lijn is dood, ik hoor alleen

Getik, de wereld draait geruisloos,

Ik plant een vlag in dit bekend gebied.

(De wind wil mij onvoorwaardelijk helpen.)

 

De eindstreep is getrokken.

(De aarde nam ze mee.)

Carpe diem

 

Elke steen is een liefdesgedicht.

(Ik ben met stomheid geslagen, ik zie verdriet).

 

Zij zwijgen en spreken als het graf.

(De stilte beweert van niet).

 

Een tunnel ligt onzichtbaar tussen hier en nu. 

(Hij stuurt me met een kluitje in het riet).

 

Ik zoek een bewegen, een

Hartsgeheim, een brief in het

Verschiet.

 

Ik vraag om weten en

Verzwijg geen enkel lied.

(De aarde wenkt van ver en

beveelt me: ‘geniet!’).

 

 

 

Copyright 2005 L. Geloen

Niets van deze pagina (en de pagina's waarheen de links naartoe verwijzen) mag gebruikt, gecopieerd of gedeeltelijk worden overgenomen zonder toestemming van de auteur.