L. Geloen
6. Zonsondergang
|
Zandloper Ik
moet er ooit eens doorheen. (Als
allen voor me zijn geweest). Er
is geen ontkomen aan. (De
tijd drinkt). Het
gaat almaar sneller. (Drijfzand
is mijn fundament). Deze
vluchthaven wordt een thuis En
een nieuw begin. (Dezelfde
angst vermenigvuldigt zich). Mijn
leven is een half uur, Een
gesmoord tikken, Een
tunnel van één. Keer
mij om. (Het
is mijn lot). Mijn
fibula is nooit gesloten. (De
zwaartekracht is mijn gezel, de
aarde mijn toekomst).
|
Verjaarde
jaren Hoor
ik de verre Kreten
van verpulverde Pijn,
holle zeepbellen Vol
wrede klinkers en Versperde
ogen die Schreeuwen
in deze Dove
tunnel? Leg
ik mijn oor, In
dit Lome
logboek van Losgeslagen
dagen en Verschoten
schroot, Ter
ruste? Klasseer
ik, de Lange
minuten die Dagen
en weken Vol
verjaarde jaren Duren
en gespierde Spinnenwebben
folterend Verticaal? Waar
is het vuur Dat
mijn gerichte Oogkleppen
verast, waar De
goedkope grens van Mijn
lichtend luchtkasteel Dat
me verblindt, in De
zon? Kan
ik de gestorven Tijd
als mijn Erfenis Overzien? |
Sterven (Tegenlicht
is mijn doel.)
|
Copyright 2005 L. Geloen
Niets van deze pagina (en de pagina's waarheen de links naartoe verwijzen) mag gebruikt, gecopieerd of gedeeltelijk worden overgenomen zonder toestemming van de auteur.