Een groot Gents industrieel, gehaat door de Engelsen, op handen gedragen door de Fransen.
LIEVEN BAUWENSPLEIN
 
Gildehuizen Korenmeters en Vrije Schippers De Acht Zaligheden Belfort De Gekroonde Hoofden Gildehuis van de metsers Jacob Van Artevelde Patershol Het Spijker Sint Niklaaskerk Het toreken Patershol
 
 
Graslei Gravensteen Kleine Spijker Patershol St-Michielsbrug St-Veerleplein Leie Penshuisjes - Groot Vleeshuis
Website gesponsord door Reiscafé Mosquito Coast - Hoogpoort 28 - 9000 Gent
 
Webdesign door Adix - Foto's ® Adix
 


Op de Kuremort geroaken


(letterlijk : op de Korenmarkt geraken. Omdat men vroeger op de Korenmarkt goederen uit faillissement verkocht, wil dit zeggen : platzak geraken)



Eerste upload : 08.06.2003
Laatste update : 13.06.2005

Standbeeld van Lieven Bauwens (Gent 14.06.1769 - Parijs 17.031822), opgericht in 1885.

Hij was de grondlegger van de mechanische textielnijverheid in Gent. Rond 1798 liet hij onderdelen van een mechanische spinmolen, de Mull Jenny,
vanuit Engeland naar Parijs smokkelen, alwaar hij zijn eerste
katoenspinnerij oprichtte (in Gent spreken ze van de Mule Jenny).
In 1799 volgde de Gentse fabriek. Het was de aanzet van een
bloeiende periode voor de Gentse textielindustrie, die maar een 15-tal jaar
duurde...

Lieven Bauwens is geboren in de Waaistraat (nabij de Vrijdagmarkt). Een gedenkplaat naast het socialistisch huis geeft de plaats aan
waar het geboortehuis van Lieven Bauwens heeft gestaan (zie foto onderaan). Reeds in 1849 dacht men er aan hem een standbeeld te geven. In 1866 plaatste men een ontwerp in plaaster op de huidige plaats. Uiteindelijk kwam in 1885 het huidige bronzen standbeeld.

Het leven van Lieven Bauwens :
Er gaan vele verhalen van Lieven Bauwens. Door de ene opgehemeld tot held, en weldoener voor de Gentse bevolking, maar door anderen bestempeld als collaborateur en zakkenvuller...
Hij was een gewiekst zakenman die met veel geld, veel gedaan heeft om zijn eigen te verrijken, maar ondertussen had de bevolking ook werk.

Lieven was de oudste van 12 kinderen. Zijn vader was een rijke handelaar (wijnkoopman en vrije huidenvetter). Op vraag van zijn vader moest de 13-jarige Lieven de school verlaten om te werken als leerlooier in het bedrijf. Op zijn 17de ging hij voor 3 jaar naar Engeland om er de nieuwste technieken van het leerlooien te leren.

Na zijn terugkeer richtte hij in het Nieuwland in een oud klooster van de predikheressen een modelbedrijf op met 550 looikuipen en 200 werklieden. De werktijd om tot mooi leder te komen, werd nu gedaan in 6 weken in plaats van 6 maanden. Hij kon zelfs concurreren met Engeland en maakte daarom vele reizen naar Engeland (als industrieel spion). Tijdens zijn verblijf merkte hij het grote belang van de katoenspinnerij in de Engelse industrie op. Toen hoorde hij spreken over de Mull-Jenny, een spinmachine. Deze machine verzekerde Engeland van het monopolie van de katoennijverheid.

Het ging de familie Bauwens voor de wind en het geheimhouden van de nieuwe leerlooitechnieken leverde hen rijkdom op. Toen vader stierf, namen Lieven en zijn broer François de zaken over. Ze richtten nieuwe bedrijven op, o.a. een handel in Engeland in koloniale waren (Indisch katoen, koffie, suiker), die als dekmantel diende om stukken van de Mull-Jenny te smokkelen van Engeland naar het vasteland. Deze stukken had hij via een stroman gekocht bij de Constructeur Adam Parkinson in Manchester, onder het voorwendsel dat hij elders in Engeland een bedrijf ging oprichten. Dit was een riskante onderneming, omdat de Engelsen met de doodstraf dreigden voor iedereen die het geheim van deze mekaniek zou verklappen.

In 1794 viel het Franse leger voor de tweede keer Gent binnen. De haat tegen de bezetters was groot. Maar de gebroeders Bauwens waren gewiekste zakenmensen en sloten met het Franse leger zeer gunstige contracten af. Zo mochten ze schoenen en laarzen leveren. De Gentenaars beschouwden hen dan ook als collaborateurs van het zuiverste gehalte. Met de grove winsten kochten ze in 1796 het klooster van de Minderbroeders in Passy en het Hôtel Richelieu in Parijs. In 1798 kochten ze het Kartuizerklooster in Gent en het Norbertijnenklooster in Drongen.
Toen het in Gent te warm werd voor beide broers, en ze vreesden voor represailles, vertrokken ze naar Parijs.

Maar in die tijd was het ook oorlog tussen de Fransen en de Engelsen. Van de Fransen had hij portvrijstelling bekomen voor al zijn goederen. Met veel listen en met veel goud, kocht hij brokken en stukken van de Mull-Jenny, die hij dan in kisten suiker of in balen koffie naar het vasteland zond. Het ging hem niet enkel om machines. Hij moest ook mensen vinden met de nodige kennis en de ervaring om ze te monteren en om ermee te werken. Het werven van deze mensen kostte Lieven Bauwens heel wat moeite. Vooreerst moesten zijn vertegenwoordigers in Londen al hun overtuigingskracht aanwenden om de Engelse arbeiders met mooie beloftes naar Hamburg of Schotland te lokken. Hij beloofde hen dat wanneer ze op zijn voorstellen ingingen, ze financieel een paar jaar op rozen zouden zitten. Velen hebben zo hun familie in Engeland achtergelaten zonder te beseffen dat ze zich met industriële spionage bezighielden en er voor hen geen terugkeer mogelijk was. Daarbij komt nog dat hij hen op tijd en stond aan de kant zette, nadat ze goedkopere autochtonen hadden opgeleid. Maar op 12 nov 1798 liep het grondig fout. De laatste stukken waren ingeladen en hij had een 40-tal Engelse spinners, meestergasten en mekaniekmakers aangeworven, met de idee om met hen in Gent een nieuw spinnersbedrijf op te richten. Maar de echtgenote van een werkmeester verklikte de zaak aan de politie. Lieven had nauwelijks de tijd om in te schepen naar Hamburg. Zijn schip werd gevolgd door verschillende Engelse schepen. Zelfs in Hamburg lieten de Engelsen niet los. Ze eisten zijn uitlevering en alleen door omkoop met veel goud kon hij opnieuw vluchten. In Engeland werd zijn huis doorzocht, er werd een prijs op zijn hoofd gezet en zijn koopwaren verbeurd verklaard. De medeplichtigen werden veroordeeld tot gevangenis en boetes.

Toch kreeg hij door eigen vinding en kennis de Mull-Jenny aan het draaien. De productie kon beginnen. Ondertussen produceerde zijn broers fabriek in Parijs méér dan 2.000 Mull Jenny's.

Ondertussen hadden de zussen van Lieven ook niet stilgezeten. Ze trouwden met andere industriëlen en het is alzo dat Lieven terug naar Gent kwam. Kort na 1800 opende hij in Gent een mechanische katoenspinnerij in het Kartuizerklooster (heden instituut Sint Jan de Deo aan het Fratersplein). Al gauw vervaardigden 3.000 werklieden bij hem katoen, bazijn, percale, piqué en batiste. Lieven verkocht zijn machines aan de industriëlen die met een zus van hem getrouwd waren : Heyndrickx, Guinard, Heyman, de katoendrukker De Vos die in
het Victorinenklooster aan de Groene Briel een fabriek opstartte. Maar ook aan anderen, zoals aan Rosseel en Lousbergs verkocht hij zijn machines . Deze laatste gebruikte het Capucinessenklooster aan de Reep (de huidige Sint Bavoschool). Zo werd Gent in korte tijd het Belgisch Manchester. De sinds 2 eeuwen ingedommelde stad herleefde en haar bevolking groeide zeer spoedig...

De Franse regering wilde zulke verdienstelijke man aan zich hechten. Consul Bonaparte benoemde Bauwens op 15.06.1800 tot meier (burgemeester) van zijn geboortestad, maar hij legde deze functie al op 28.04.1801 neer. Hij hield zich liever bezig met nijverheidsondernemingen.

Ondertussen (1802) had hij het zelfs gedaan gekregen dat de 7 à 800 gevangenen in het Rasphuis (provinciale gevangenis aan de Coupure) voor hem werkten (tegen water en brood). Hetzelfde gebeurde in Vilvoorde en in Hemiksem bij Antwerpen.. In 1805 richtte hij in de oude abdij van de Norbertijnen te Drongen een 3de katoenspinnerij in, doch ditmaal met toepassing van de stoommachine. Ook in Dinant had hij een fabriek.

Op 22 mei 1805 kreeg hij een gouden medaille van de stad Gent. Hij werd door Napoleon op 09.05.1810 gedecoreerd met het kruis van het Erelegioen. Hij was lid van de algemene raad van het Schelde-departement en luitenant-kolonel van de erewacht te paard.

Tot 1811 ging alles goed, maar de Continentale blokkade deed zich gevoelen. Het ging met de katoenindustrie steeds minder goed. Bauwens had weinig financiële reserve, want alles was geïnvesteerd in machines en gebouwen. Bauwens incasseerde verliezen en hij moest de helft van zijn arbeiders ontslaan. De val van het keizerrijk van Napoleon sleepte Bauwens met zich mee. Hij poogde nog vruchteloos de hulp van de Prins van Oranje in te roepen, maar die kwam te laat en Bauwens ging failliet. Hij liet zijn fabrieken over aan zijn schuldeisers en trok zich terug in Parijs.

Daar, in 1819 ontdekte hij een nieuwe manier om flokzijde te verwerken. Hij verkocht zijn brevet met een jaarlijkse rente aan baron d'Idelot. Hij kon weer denken aan een herstel van zijn fortuin, maar op 17 maart 1822 komt hij plots te overlijden. Hij werd 53 jaar. Hij ligt begraven op het Père-Lachaise kerkhof te Parijs.

Wil je meer weten over industriële geschiedenis, dan moet je het MIAT eens bezoeken. Dit museum, gevestigd in een voormalige katoenspinnerij, wil het publiek bekendmaken met de evolutie van de industriële maatschappij en in het bijzonder met de technische revolutie.

Permanente tentoonstelling: "Ons industrieel verleden, 1900-2000. De vrouw achter de schermen en op de barricades. De evolutie van de samenleving bekeken vanuit een vrouwelijke invalshoek aan de hand van voorwerpen, machines, interieurs en evocaties van vroegere nijverheden."

Minnemeers 9
B-9000 Gent

Open 10.00 - 18.00 uur
Gesloten op maandag

Toegang 2002 :

Volwassenen: 2,48 euro
-26/ +55j: 1,24 euro
-12j: gratis
groepen +15 pers.: 1,24 euro
Gentenaars: gratis


De gedenkplaat in de Waaistraat, geboorteplaats van Lieven Bauwens