Omtrent Romain |
![]() |
|||
|
Foto's van Hélène Maréchal uit de beginperiode in de Minardschouwburg: "uit sympathie aan Angèle - 14-2-43". (Verzameling Deseijn)
Foto
Roby Catalina: "à Angèle - bien amical souvenir - Gand
17-11-42" (Verzameling Deseijn)
Foto
Yvonne Verbeeck: "van harte aan Angèle - Femina 20-5-43" (Verzameling Deseijn)
Foto
Henk De Bruyn: "met gansch mijne sympathie aan Angèle -
15-4-1943" (Verzameling Deseijn)
Foto
Mary Brouillard: "met gansch m'n sympathie aan een goede vriendin Angèle
- Gent 18-4-1942" (tragisch dat juist Mary tussen haar en Romain zou
komen...) (Verzameling Deseijn)
Scène uit de Dickson (?) - revue Gent Overènde (vóór of tijdens de
Tweede Wereldoorlog) (Verzameling Deseijn)
Scène uit de Dickson (?) - revue Tsjok op schok (vóór of tijdens de
Tweede Wereldoorlog) (Verzameling Deseijn)
Scène uit de Dickson (?) - revue Bloed op flessche (vóór of tijdens de
Tweede Wereldoorlog) Uiterst
links: Romain Deconinck. (Verzameling Deseijn)
|
Er
zijn verschillende vrouwen in Romain's leven geweest. Zijn
bekende leven ‘begint’ in 1943 met de oprichting van zijn eigen
gezelschap in de Minard, na zijn kennismaking met Hélène Marechal die
hem daarin steunde. En met Roby Catalina. En met Mary Brouillard. En met
Yvonne Delcour. Daarvóór
kende hij echter bijna 10 jaar mijn tante Angèle Deseyn, en waren ze
zelfs gehuwd. Hoe leerde Romain Deconinck mijn tante Angèle kennen? Romain
Deconinck was met mijn tante verloofd in de jaren 1933-1934, làng voor
ze getrouwd zijn. Romain was toen ‘assistent’ bij de bekende
fotograaf Barbaix aan het Sint-Michielsplein. Hij heeft er zijn beroep
geleerd als leerjongen. Romain's
specialiteit was, in de tijd toen tekenfilms zeer populair waren,
foto's maken waarbij iemand een Mickey Mouse op zijn hand had
staan. Ook
mijn tante Angèle heeft nog zo'n foto. Eerst werd de foto op een glazen
plaat genomen en achteraf werd daar met Chinese inkt een Mickey bij
geschilderd. Geboren
in 1915, was Romain zo'n 20 jaar toen hij mijn tante Angèle ontmoette.
Angèle was een jaar jonger dan Romain. Van
1934 tot 1937 zijn ze verloofd geweest. Na 5 jaar huwelijk zijn ze in
1942 feitelijk en in 1945
wettelijk gescheiden. Zij waren dus bijna 10 jaar samen. Romain
en Angèle waren actief bij de Melomanen, een zang- en
toneelmaatschappij in de Savaanstraat. Mijn tante Angèle heeft volgens haar zeggen nooit mee opgetreden. Zij beweert in elk geval van niet, alhoewel een aantal foto's uit de beginperiode in de Minard het tegendeel laat vermoeden en waarom zou ze zo'n uitgebreid fotoalbum uit die periode in haar bezit hebben? Ze stond in elk geval binnen het gezelschap bekend als Angèle, Ange of Angi, 'de vrouw van Romain'. Dit blijkt ook uit de vele foto's aan haar opgedragen. Zelf
wil ze niet aan die tijd herinnerd worden… Dat
was de tijd van het gezelschap van impresario Dickson, waarin Romain
meespeelde. Het Dicksongezelschap was gesticht door de vader van Henk De
Bruyn. Daardoor kende Angèle vanzelfsprekend ook de broers Marcel en
Henk De Bruyn, Yvonne Verbeeck, en alle andere debuterende huis- en
gastartiesten. Alhoewel
Yvonne, volgens eigen zeggen (telefonisch contact), zich Angèle niet
kan herinneren. Dit is niet onmogelijk vermits zij tussen 1942 en 1945
met Romain in contact kwam, dus juist tijdens de scheiding. Yvonne
Verbeeck en Henk De Bruyn, de zanger, werden altijd in één adem
genoemd, alhoewel hij getrouwd was met een kapster, Christine. Ook
mijn vader heeft voor die periode een hiaat in zijn herinneringen voor
wat er verder tussen Romain en mijn tante is gebeurd. Van zijn twaalf
tot zijn zeventien jaar was hij door familieomstandigheden van huis weg
en verbleef in een internaat in Herentals. Hij is niet op het huwelijksfeest van zijn zuster met Romain geweest, maar de dag na hun huwelijk zijn ze bij hem op bezoek gekomen. Hij zat toen te Brussel in een "Home pour Jeunes Gens" op de Alsembergse Steenweg. De
beginperiode van hun ‘verkering’, in 1933-1934, verliep héél
romantisch als een halve Romeo en Julia-historie, balkon incluis. De
familie Deseyn woonde toen, na de scheiding van mijn grootouders, in de
Poelsnepstraat juist om de hoek van de Ganzendries: ttz. mijn
grootmoeder met haar beide dochters Angèle en Jenny. En
er woonde een vriend van Romain net om de hoek. Beide huizen paalden
achteraan bijna aan elkaar. Daardoor kon hij via zijn vriend over het
balkon Fensterln om met zijn lief te kunnen zijn. Dat gebeurde
regelmatig. Mijn
grootmoeder of de buren mochten niet weten dat ze iets hadden. In
1937 zijn ze tenslotte gehuwd. Ze
zijn ‘ingetrouwd’ bij
zijn ouders in de Leopoldstraat nabij de Ham (die straat heet nu Keizer
Leopoldstraat). Romain's ouders woonden in een groot burgerhuis in een
rij met demisouterrains, een van die art-nouveauhuizen in gele
baksteen aan de zijde van de Sint-Jorisbrug. Zijn vader was boekbinder,
nadien postbode. Toen ze trouwden was hij dat al. Zijn moeder was
schoolmeid. Romain
en Angèle zijn er blijven wonen tot hun scheiding. Nog
hetzelfde jaar is hij opgeroepen bij het leger. Mijn tante Angèle
beweert dat hij nooit soldaat is geweest, maar dat kan niet, anders kon
hij in 1940 niet zijn gemobiliseerd. In 1940 werden nu eenmaal alleen
soldaten gemobiliseerd. De
mannen tussen 18 en 34 jaar die geen soldaat geweest waren zoals mijn
vader moesten gedwongen naar Frankrijk, als reserve. Dikwijls
wordt beweerd dat Romain met zijn toneelgezellen de ‘troepen
entertainde’. Dat is sterk overdreven. En hij is zeker nooit voor de
Duitsers opgetreden. In
werkelijkheid zat dat zo: tijdens zijn mobilisatie zou het gezelschap
van de Melomanen eens staan zingen hebben aan de poort, waarschijnlijk
van de Leopoldskazerne, om de aandacht van Romain te trekken. Da's al. Verkeerdelijk
is dit feit opgeblazen als of dat het gezelschap "regelmatig"
voor de troepen ging optreden. Dit moet gedemystificeerd. In
1940, na 18 dagen, was de oorlog afgelopen. Alle soldaten werden krijgsgevangen of gedemobiliseerd. Ook
Romain moest naar huis en hij is de gehele tijd in Gent gebleven na de
demobilisatie. Op
een zeker ogenblik ging hij aan de Gentse universiteit solliciteren voor
een plaats in het laboratorium bacteriologie en hygiëne. Hij werd er
"preparator". Dat
moet nog in 1940 geweest zijn. Of er iemand hem aan een plaats heeft
geholpen opdat hij niet naar Duitsland zou moeten is me niet bekend... Hij
is pas met zijn eigen gezelschap na de oorlog begonnen. Tijdens de
oorlog speelde hij in de Dickson-revues, die doorgingen zowel bij de
Melomanen als in de Minard. Henk
De Bruyn speelde daar ook (zijn
vader was er immers de oprichter van), onder andere samen met Yvonne
Verbeeck. Ze voerden stukjes op en heel waarschijnlijk ook onder een
andere naam, op andere gelegenheden.
Het
waren blijkbaar toch méér dan amateurs - of zij hadden in elk geval véél
aspiraties - want de meeste van hun foto's die ik bezit afkomstig uit
het album van mijn tante Angèle zijn genomen door een beroepsfotograaf.
Zoals die van Hélène Marechal, van danseres Roby Catalina, van Mary
Brouillard en andere leden (waarvan we de familienaam niet konden
achterhalen: misschien kan iemand daaromtrent informatie bezorgen?),
waarvan sommige waren aangesloten
bij het Femina-gezelschap (-agentschap?). Mijn
vader zat in Duitsland toen hij het bericht kreeg dat Romain en Angèle
gescheiden waren. In 1942 waren ze uiteen gegaan, maar in 1945 pas
officieel. Waarom
ze gescheiden zijn weten alleen zij. Romain
heeft mij ooit eens, eind jaren 1960 begin jaren 1970, toevertrouwd dat
het de schuld van mijn grootmoeder was. Maar
ook de oudere Mary Brouillard, waarmee hij een tijdlang samenwoonde, zat
er voor véél tussen. Ze hebben ooit het café naast de Minard, de Marimain
(Mary + Romain)
opengehouden. Die bestaat trouwens nog steeds. Tenslotte
is Romain in 1945 hertrouwd met de jongere Yvonne Delcour. Romain
had een uitgebreide vriendenkring, en niet alleen in de toenmalige scène
van het amateur- en volkstoneeltoneel. Over
kleermaker Latsi Lakatos, een Hongaarse vriend van Romain herinnerde
mijn vader, ook kleermaker zijnde,
zich nog een anecdote uit 1934. Lakatos
huurde een huis in de Volderstraat, schuin over de aula van de
universiteit. Hij was een gevluchte Hongaar (na de revolutie naar hier
gekomen?). Hij
was toen dé kleermaker van Gent. In die tijd moest men buitenlander
zijn om prestige te genieten. Er bestond geen sant in eigen land. Maar
het was écht wel de beste van Gent. Romain liet er ook zijn kleren
maken omdat ze vrienden
waren. Raoul
Roelandt, een kleermaker die ook meespeelde in Romain's gezelschap en
een paar jaar ouder was dan mijn vader, heeft nog bij Lakatos gewerkt. Later,
na de oorlog heeft Roelandt zich
geplaceerd in de Henegouwenstraat. Hij
is slechts één keer vermeld in een documentaire die de VRT ooit over
Romain maakte, alhoewel hij een belangrijke medewerker van Romain's
gezelschap is geweest. Latsi
Lakatos was daarenboven een zeer goed violist en speelde ook in de
Melomanen. Romain en Latsi speelden er op een bepaald ogenblik een
sketch waarin Lakatos Sombre Dimanche te gehore bracht, een zéér
melancholisch stuk en de Hongaarse ziel kennende... Lakatos
stond dus op scène, gans alleen op zijn viool te spelen. Op een bepaald
moment begint het publiek enorm te lachen. En Lakatos verwonderd,
verbijsterd: dit tijdens zijn chique stuk op zijn viool! Wat
was er gebeurd. Romain was achteraan op scène verschenen met een emmer
en een dweil. En hij stond te schreien, en de tranen met een dweil uit
te wringen. Lakatos was razend. Hij begon een hele uitleg te geven over
het stuk, dat het de ziel van de Hongaren was en er zich veel mensen
zelfmoorden naar aanleiding van het stuk enzovoort. Achteraf hebben ze
zich toch verzoend, en hij heeft Romain een viool cadeau gedaan... Romain
heeft die sketch nadien nog enkele malen herbruikt. Samengesteld
door Guido Deseijn, december 2000.
[1]
Naar gegevens verstrekt door mijn vader, Oscar Deseyn, en
mijn tante, Angèle Deseyn. |
|||