| |
Voorpagina
Contact
Nieuw
Jaargang 2011
Jaargang 2010
Jaargang 2009
Jaargang 2008
Jaargang 2007
Jaargang 2006
Jaargang 2005
Jaargang 2004
Recente nummers
Nummers bestellen
Abonnement
Adverteren
Colofon
|
|
"Beperkt houdbaar" (feb 2006, nr. 309) |
 Eind 2005 zette Jan De Cock het Londense Tate Modern naar zijn eigen artistieke hand. Een criticus betreurde het dat de sculpturen van de kunstenaar reeds een maand na de vernissage afgebroken werden. Gesloopte kunst, alleen op enkele foto’s bewaard! Installaties, improvisaties, performances, organische kunst, interacties, graffiti, land art, trash art. Dit themanummer reflecteert over kunstgenres die zich ‘beperkt houdbaar’ noemen, efemere kunst. Van Christo over Spencer Tunick naar Jan Fabre. Maar ook over iPods en mobiel entertainment, weblogs, e-zines, geurkunst en literatuur waar je haar niet verwacht. Samenstelling: Julien Vermeulen | |
|
"Kunst en spiritualiteit" (april 2006, nr. 310) |
 Spiritualiteit is weer in. Het gaat hierbij eerder om een intuïtieve, traditieloze benadering van het sacrale, los van instituten, kerken of dogma’s. Reeds in het verleden besteedde het Kunsttijdschrift Vlaanderen aandacht aan de verhouding geloof en kunst (nrs. 245 en 265), zodat dit nieuwe nummer niet uitsluitend wil focussen op de typisch christelijke spiritualiteit, maar wel op spiritualiteit in de meest brede betekenis: als alles wat bijdraagt tot de totstandkoming van een grondhouding of grondstemming waarin mensen in het leven staan. Kunst die mensen anders leert kijken, voelen en horen kan op een heel eigen manier een weg openen naar het spirituele. In dit themanummer komt de relatie tussen hedendaagse kunst en spiritualiteit op een dubbele manier ter sprake. Er is enerzijds de vraag vanuit welke spiritualiteit een kunstwerk tot stand komt. Anderzijds is er de vraag of hedendaagse kunst spiritualiteit oproept. Naast de algemene bijdragen geven we graag het woord aan een aantal kunstliefhebbers en kunstenaars.
Samenstelling: Emmanuel Van Lierde | |
|
"Herman Teirlinck" (juni 2006, nr. 311) |
 ‘Herman Teirlinck is de veelzijdigste, beweeglijkste figuur onder de Vlaamse auteurs dezer eeuw’, noteerde de Nederlandse literatuurhistoricus Pieter Minderaa in 1959. Die typering is zeker niet onterecht. Teirlinck balanceerde op zijn thuisgevoel in zowel de stad als op het platteland, was een getalenteerd tekenaar, illustrator en boekbandversierder, stortte zich begin van de twintigste eeuw met enthousiasme in de dorpspolitiek van Linkebeek, was betrokken bij tal van initiatieven en schreef tegelijk een aantal schitterende romans. Bovendien geldt hij als de grote vernieuwer van het theater in Vlaanderren. Teirlincks vader, Isidoor, was volkskundige, auteur en lid van het Brusselse kunstgenootschap De Distel. Daar was het dat zijn zoon kennismaakte met de Van Nu en Straksers die er een moderne esthetica op nahielden, gebaseerd op hun perceptie van de Nederlandse Tachtigers. Met de kring van De Distel zou Teirlinck in 1904 op subtiele wijze afrekenen in het parodiërende De kroonluchter, kunstgenootschap. Van de redactie van Van Nu en Straks zou hij eerlang deel uitmaken. Het was een andere Van Nu en Strakser van de eerste generatie, Stijn Streuvels, die met zijn realistisch-naturalistische verhaalkunst het landleven bezong in een eigengereid en dialectisch taalidioom. Teirlinck nestelde zich met zijn vroege proza duidelijk in het spoor van Streuvels, met een gevoelige impressionistisch-naturalistische beschrijvingskunst, weliswaar voorzien van eigen dramatische en melodramatische accenten, bovendien sterk poëtisch en mysterieus. Hij voegde daar later een ironiserend, afstandelijk accent aan toe.
Samenstelling: Stefan Van Den Bossche | |
|
"Vlaanderen-Spanje" (sept 2006, nr. 312) |
 Vlaanderen heeft in de loop van de geschiedenis nogal wat intense contacten gehad met diverse streken in Europa. In de voorbije jaargangen van het Kunsttijdschrift Vlaanderen werden de relaties met Bourgondië en Toscane al besproken. In 2006 wordt aandacht gevraagd voor de nauwe banden die Vlaanderen met Spanje had. We denken dan niet alleen aan het huwelijk tussen Filips de Schone en Johanna de Waanzinnge of aan de regering van de aartshertogen Albrecht en Isabella, maar evenzeer aan de vele kunstwerken die door Spaanse edellieden – niet in het minst door de vorst – in Vlaanderen werden besteld en/of aangekocht. Veel Spaanse kastelen en kerken zijn opgesmukt met beelden, schilderijen en wandtapijten van Vlaamse herkomst. Maar ook op het gebied van de muziek, de literatuur en de gastronomie zijn er banden tussen beide gebieden. Het wordt dus een boeiend interdisciplinair nummer dat ons een brede kijk op die relaties zal brengen. En zoals gewoonlijk werd een beroep gedaan op een resem gespecialiseerde auteurs om al die aspecten te behandelen.
Samenstelling: Jean Luc Meulemeester | |
|
"Ex-libris" (nov 2006, nr. 313) |
 Reeds eeuwen merken boekbezitters hun kostbaar bezit. De eerste ex-librissen waren wapens want alleen de mensen van adel bezaten boeken. Aanvankelijk werden ze met de hand aangebracht, later werden ze op afzonderlijke blaadjes gedrukt en voorzien van een afbeelding. Ook burgers begonnen zich boeken aan te schaffen en de afbeelding vertelt iets over de eigenaar: zijn naam, zijn beroep, zijn interesses... Er is een grote variëteit aan ex-librissen. Beroemde kunstenaars als Dürer, Masereel, Picasso hebben schitterende ex-librissen gemaakt, maar ook kinderen ontwerpen soms een ex-libris voor hun lievelingslectuur. Er zijn boekmerken voor zowel de bibliofiel als voor de abdijbibliotheek, voor zowel ernstige boeken als voor minder ernstige... Antwerpen opende in 1900 de eerste tentoonstelling in België over ex-libris. Niet lang daarna onstond de eerste vereniging van verzamelaars in België en ook in Nederland. Er werden schitterende verzamelingen aangelegd. Uiteenlopende grafische technieken werden en worden toegepast en ook de computer heeft in de wereld van ex-libris zijn intrede gedaan. Op die manier komen ook jongeren in contact met een eeuwenoud gebruik.
Samenstelling: Tony Oost | |
|