Willy Vandersteen

Jeugd

Op 15 februari 1913 werd in Antwerpen Willebrord Jan Frans Maria, of kortweg Willy, geboren als zoon van een beeldhouwer-geveldecorateur Francis Vandersteen. Francis Vandersteen kwam uit een artistieke familie van houtbewerkers. Ook Willy's moeder, Anna Gerard, had artistiek talent. Ze had een passie voor zang en toneel en leidde een balletgroepje in de buurt.

Willy groeide op in de arme Antwerpse volkswijk de Seefhoek, waar zijn tekentalent en fantasie al vroeg opvielen. Zijn vaders werkplaats bevond zich naast een drukkerij, waar de kleine Willy tijdens de Eerste Wereldoorlog reeds jeugdbladen en strips leerde kennen. In de lagere school blonk Willy uit in tekenen en opstellen schrijven. Voor de rest van het schoolgebeuren had hij maar weinig belangstelling. Na schooltijd kon hij zijn leeftijdsgenoten boeien met ellenlange ridderverhalen, toneeltjes en krijttekeningen op de stoep. Op zijn dertiende schreef Willy zich in voor avondlessen beeldhouwen in de Antwerpse Academie voor Schone Kunsten, waar de tekenlessen hem mateloos boeiden.

In 1928 verhuisde het gezin Vandersteen naar Deurne, waar Willy zich aansloot bij de scouts. Daar leerde hij de natuur kennen en vriendschap waarderen, zaken die gedurende zijn verdere carrière en in zijn stripverhalen een belangrijke rol zouden spelen. Uit deze scoutsperiode dateren ook zijn oudste bewaard gebleven tekeningen. Hij tekende ze om de verslagen van de tochten en uitstapjes van de scouts op te smukken.

Toen Willy Vandersteen met school stopte, startte hij als leerjongen bij een gevelbedrijf en werkte mee in het atelier van zijn vader. Ondanks zijn zware dagtaak bleef hij tot in 1935 avondlessen aan de Antwerpse Academie voor Schone Kunsten volgen. Hij was zeker getalenteerd genoeg om in zijn vaders voetsporen te treden, maar toen in de jaren dertig de meer moderne en sobere architectuur van de art déco haar intrede deed, was de ornamentkunst plots uit de mode. Er was niet voldoende werk meer in deze sector en voor Vandersteen brak een periode aan waarin hij allerlei karweitjes opknapte om de werkloosheid tegen te gaan.

Start als striptekenaar

In 1936 startte hij bij het grootwarenhuis Innovation op de Antwerpse Meir als etaleur-decorateur, een job waarin hij houtbewerking en creativiteit kon combineren. In datzelfde jaar ontmoette hij ook zijn grote liefde Paula Van den Branden. Het jonge paar trouwde op 9 oktober 1937 en ging in Schilde wonen. Vandersteen bleef etalages decoreren. Op een dag kreeg hij van zijn baas een Amerikaans modetijdschrift als inspiratiebron voor een moderne en verzorgde etalage. Bij het doorbladeren van het tijdschrift viel Vandersteens blik op een artikel getiteld Comics in your Life. Het artikel gaf een beschrijving van het tekenen en uitgeven van strips in de Verenigde Staten in die tijd. Beeldverhalen verschenen er als afleveringen in bijna alle kranten en hielden duizenden lezers in de ban. Het artikel maakte zo'n indruk op Vandersteen dat hij besloot striptekenaar te worden. Zijn eerste gepubliceerse stripverhaal was Kitty Inno. Deze humoristische strip rond een vlotte verkoopster verscheen vanaf 1940 in Entre Nous, het personeelsblad van de Innovation. Zijn eerste publicatiekans in een dagblad kreeg hij in maart 1941 in de krant De Dag met de strips Tor de Holbewoner en Pudifar de kater.

In 1942 verliet Willy Vandersteen de Innovation en kwam hij via zijn schoonbroer bij de Landbouw- en Voedingscorporatie terecht. Hij werd er tewerkgesteld op de diensten Vee, Vlees en Bijproducten en Pers en Propaganda. Hij illustreerde er het maandblad Het Slagersblad. Dankzij zijn administratieve functie ontsnapte hij aan de ronseling van de Duitse bezetter, die arbeidskrachten zocht voor fabrieken in Duitsland. Door zijn activiteiten bij de Landbouw- en Voedingscorporatie leerde Vandersteen Winterhulp kennen, een organisatie die voedsel en kleding verdeelde onder de de arme burgers en de frontsoldaten. Voor het maandblad Winterhulp tekende hij een reeks spotprenten die op ludieke wijze de belevenissen van Sint-Maarten in beeld brachten. Verder ontwierp hij nog enkele affiches en illustreerde hij brochures voor de liefdadigheidsorganisatie.

Eind april 1943 verschijnt de eerste strip van Willy Vandersteen in het Brusselse jeugdblad Bravo, dat door de oorlog niet meer over Amerikaanse stripreeksen beschikte en noodgedwongen binnenlands talent zocht. Voor Bravo tekent Vandersteen Tori en Simbat de Zeerover. De uitgeverij Ons Volk bracht in 1943 het eerste stripalbum van Willy Vandersteen op de markt onder de titel De avonturen van Piwo, het houten paard. Tegen het einde van de Tweede Wereldoorlog verleende Vandersteen zijn medewerking aan verschillende andere weekbladen, zoals De Rakker en De Illustratie.

Het succes van Suske en Wiske

In maart 1945 kreeg Willy Vandersteen zijn grote kans. De Nieuwe Standaard publiceerde de eerste stroken van de dagstrip Rikki en Wiske. Rikki, de broer van Wiske, verdween al snel van het toneel en in december 1945 start het eerste echte Suske en Wiske-avontuur: Op het eiland Amoras. Het succes van de reeks was zo groot dat Vandersteen in 1948 door het weekblad Kuifje benaderd werd met de vraag of hij ook voor hen wilde komen tekenen. Hij zou van 1948 tot 1959 voor het weekblad verscheidene verhalen rond Suske en Wiske teken die later bijna allemaal in een blauwe kaft uitgegeven werden en daarom bekend staan als de Blauwe reeks. Omdat Hergé, artistiek directeur van het weekblad Kuifje, wou dat Vandersteen een meer professionele stijl hanteerde die bij de rest van het blad paste, begonnen de stripfiguren er heel anders uit te zien dan in de krantenstrips. Wiske kreeg een ander kapsel en werd net al Suske meer een tiener dan een kind, Lambik werd iets minder dom en allemaal hadden ze een gespierder uiterlijk. Het succes van de Suske en Wiske-verhalen bleef maar groeien. In januari 2001 verkocht de Standaard Uitgeverij het 150 000 000e album van Suske en Wiske. Intussen zijn de verhalen al in meer dan 25 talen vertaald en bestaat er een hele merchandising aan Suske en Wiske-producten.

Studio Vandersteen

Vandersteens strips verschenen onder andere in De Standaard, Ons Volkske, 't Kapoentje en de Bond. Veel van die verhalen waren eenmalige vertellingen die in een meer realistische stijl getekend waren, zoals Tijl Uilenspiegel, maar ook gagstrips zoals De familie Snoek, De grappen van Lambik, De vrolijke bengels, Het plezante circus en 't Prinske bleven uit zijn potlood rollen. Vandersteen tekende al deze strips alleen en begon daarom in te zien dat hij wat hulp kon gebruiken. Zijn vrouw inkte aanvankelijk al de tekeningen, maar spoedig nam hij talloze medewerkers in dienst die het inkleuren, de lettering en het decortekenen van hem overnamen. Zo ontstond in 1959 de Studio Vandersteen. Meestal werkte Vandersteen de eerste verhalen van een nieuwe reeks zelf volledig uit. Wanneer zijn interesse in de serie verminderde, begon hij steeds meer werk aan medewerkers over te dragen, zodat hij zich kon concentreren op een nieuwe creatie. Deze manier van werken liet Willy Vandersteen toe een aantal succesvolle humoristische en avontuurlijke series te lanceren. Zo groeide Bessy in de jaren zeventig uit tot een gigantisch succes in Duitsland. Andere succesverhalen zijn: De Rode Ridder(1959), Jerom (1960), de western Karl May (1962), de vliegtuigstrip Biggles (1965), de Afrikareeks Safari, de reeks rond de twee schelmen Robert en Bertrand (1969), Pats en Tits (1974) en Schanulleke (1986).

Vanaf 1969 werd Karel Biddeloo de tekenaar en scenarist van De Rode Ridder. Vanaf 1972 nam Paul Geerts de serie Suske en Wiske geleidelijk aan over. In 1974 gaf Willy Vandersteen de serie volledig uit handen. De Studio Vandersteen bevindt zich nog steeds op de eerste verdieping in de voormalige villa van Willy Vandersteen in Heide-Kalmthout. Op het gelijkvloers is nu het Provinciaal Suske en Wiske Kindermuseum gevestigd.

De Geuzen

In 1972 had Willy Vandersteen zich voorgenomen een stripverhaal op te zetten rond de geschiedenis van de Nederlanden in de 16e eeuw. De Geuzen zou een komische strip moeten worden met Hannes de Geus en zijn verloofde Soetkin. Verder Tjokke, het broertje van Soetkin en de geuzen Tamme en Galnaes. De tegenspeler was Don Sangria de Pajella, veldheer van Don Alvarez de Toetoedello. Samen met Paul Geerts ontwierp Vandersteen een tiental proefpagina's die uiteindelijk in de lade verdwenen om plaats te maken voor de serie Robert en Bertrand. Pas in 1985 zou Willy Vandersteen deze lade weer openen...

In 1985 werd Willy Vandersteen 72 jaar en zorgde hij tot verbazing van zijn omgeving voor een verrassing in de Vlaamse stripwereld. Hij deed afstand van de scenario's van Robert en Bertrand ten gunste van Marck Meul en Ron Van Riet en concentreerde zich op een nieuwe reeks, De Geuzen. In deze stripreeks werden de grote passies van Vandersteen samengebracht. Allereerst het historische kader van de geuzentijd met het ontluikende vrijheidsideaal van de bewoners van de Lage Landen, die de Spaanse overheersing meer dan moe waren. Daarnaast de tekeningen, etsen en schilderijen van Pieter Breughel, die de veredeling van de renaissancistische zelfontplooiing op sublieme wijze uitbeeldde in zijn afkeer voor de oorlog en de onvermijdelijke menselijke dwaasheid die eraan ten grondslag ligt. Voor De Geuzen was Vandersteen niet gebonden aan een publicatiedatum in een dag- of weekblad. Hij maakte de strips naar eigen goeddunken en volgens een door hem bepaald tempo. Met een uiterste precisie tekende hij zijn decors en situaties. De tekeningen zijn dynamisch en doorvoeld. Vandersteen had een enorme verbeeldingskracht.

De Geuzen vormde een nieuw monument in de geschiedenis van het beeldverhaal in Vlaanderen. Uiteindelijk verschenen 10 albums. Willy Vandersteen heeft duidelijk gesteld dat niemand deze serie mocht overnemen na zijn dood. Op 28 augustus 1990 stierf één van de meest succesrijkste en beste stripauteurs, de Bruegel van het beeldverhaal. Hij liet een ontzettend indrukwekkende reeks stripcreaties na, die nu nog altijd getuigen van zijn uitzonderlijk vertel- en tekentalent.

      
      

Bronnen:

Biografie Willy Vandersteen: De Bruegel van het beeldverhaal / Peter Van Hooydonck - Antwerpen: Standaard Uitgeverij, 1994 - 288 p.: ill. - ISBN 90 02 19500 1

Provincie Antwerpen, Suske en Wiske Kindermuseum
http://ww.momu.be/vrije_tijd/cultuur/musea/suske_en_wiske_kinde/documentatie/biografie_willy_vand/

Stripverhalen.net
http://www.stripverhalen.net/html/reeksen/tekenaars/vandersteen.php?Page=none

Studio Vandersteen
http://www.studio-vandersteen.be/Basispagina's/welkombijstudiov.html


terug naar boven