PURE

REVIEWS

INTERNATIONAL JAZZ FEDERATION, 1986, Charles Alexander

I hav been listening to it with interest and pleasure during the last few days. I must complement you on your compositions and your guitarplaying, both of which are most impressive

LES LUNDIS D'HORTENSE

Nous voici en précense d'une oeuvre néo-classique qu'on peut apprécier pour les couleurs qu'elle évoque. Gilbert Isbin fait démonstration d'une merveilleuse technique de concertiste qu'il sait délicieusement mixer aux rédites en progression aux pouvantes réverbérations largement situées dans d'autres studios, du côté de la Forët Noire. A l'esthétique d'un Jarrett, on ajoute une pincée de Gismonti (la chaleur latine en moin) et on arrose le tout d'un coulis de flüte de Paul Van Laere (façon Yusef Lateef des 'Sounds Of Nature' 1960) et d'un Mileslésine de Swyngedouw (prou de Swing) J.M Hacquier

EUROCK, USA, N°29 1986

The music on Pure is highlighted by Isbin's delicate acoustic guitar picking which is in turn completed by subtle accompaniment on electric guitar, winds and percussion. The music is a study in understatement, filled with strong melodies and crips instrumental interplay. Gilbert makes music that says a lot within the context of only a few notes, it's music that is pure and simple.

CADENCE, USA,N°12,1985

THis is obviously the new wave music of the 80's.

JAZZ 360°, SWITZERLAND, N°83, 1985

Gilbert Isbin, guitarist Belge, ne cache pas son admirationpour Ralph Towner et Bill Connoers qui l'on fortement influence. Ce disque nous propose une musique raffinée, cultivant la pureté du son et les atmosphères éthérées. Les amoureux de la guitare 'pure' trouveront matière à satisfaction.

SOUND CHOICE N7, 1987, USA

This is the debut LP by Belgian acoustic guitarist Isbin and it reflects his influences: Ralph Towner, Bill Connors and John Abercrombie. He limits the ensemble size to duets and trios,
Adding fluet or soprano sax, electric guitar, trumpet, and percussions to his guitar. This is lovely music in the ECM vein, but more focussed and engaging than numerous EXMs by bigger names.

BACKSTAGE, APRIL 1986, Willy Heynen, Belgium

De klassieke gitaar is een van de allermoeilijkste disciplines en als je bovendien een stijl aanleunt die niets met Francis Goya of Lois Mayas te maken heeft volg je natuurlijk niet de gamkkelijkste weg om rijk en beroemd te worden. Wat Gilbert Isbin uitbrengt wordt dikwijls omschreven als ECM muziek, en dan denken we vooral aan Ralph Towner, Bill Connors en John Abercrombie, maar de muziek van Isbin is minder geënt op de jazz en de etnische muziekvormen die deze heren gewoonlijk hanteren. De muziek op ‘Pure’ is naar onze smaak eerder beïnvloed door de Europese klassiek komponisten en meer bepaald de impressionisten. De eerste kant bestaat uit dialogen tussen Isbin en Paul Van Laere die afwisselend sopranosax en fluit speelt. Lyrische werkjes waar de rol van sfeermaker e20begeleider wordt vervuld door Isbin terwijl Van Laere de melodiën eksposeert, hier en daar toch wel beïnvloed door het expressieve werk van John Coltrane op platen als ‘Crescent’, ‘Open Mind’, ‘Dance’, en ‘Brindle’ zijn miniatuurtjes die een etherische sfeer creëren en die ook aanhouden, dank zij de uitstekende feeling en techniek van beide mùuzikanten. ‘The Crossing’ met naast Van Laere ook gitarist Rich Lasner op elektrische gitaar en ‘Unexpected’, een duo met trompettist Jacques Swyngedouw zijn vrijer van struktuur en van techniek. Van Laere gebruikt het ‘overblazen’ om de ietwat onwezenlijke lijnen neer te zetten terwijl Swyngedouw diep in de ‘half-valve’ techniek gaat putten. Op de B kant vallen de duetten met Eric Neels op elektrische gitraar een beetje tegen. Dat heet niet te makern met de kwaliteiten van Neels maar wel dat hij een soort Terje Rypdal kosept hanteert met veel delay en kerktoonladders, binnen een tonaal centrum dus, iets wat een kompleet ander idioom is dan wat Isbin brengt, wat Don’t Care’ en ‘Soft Knock’ een dualiteit meegeeft diet niet altijd even geslaagd overkomt. De kompositiorische en gitaristieke kwaliteiten van Isbin zijn het best te horen op de stkjes voor sologitaar als ‘Pure’, ‘Serena’, ‘Kimbala’ (met percussionist Mike Goyvaerts) en vooral ‘When it’s over’. Isbin heeft een eigen vocabularioum ontwikkeld al moeten we zeggen dat zijn vocabularium nog relatief klein is. Dezelfde technieken komen regelmatig terug, zoals repitieve figuurtjes op het einde van een muzikale zin (echo zonder echokamer dus), de spanning die in de akkoorden dikwijls met dezelfde intervallen worden opgebouwd en de atonale interplay tussen het hogen en lage register van de gitaar. Dit is geen kritiek, enkel een vaststelling van wat hij kent, kent hij blijkbaar ook grondig en dat is aan de autoriteit waarmee hij speelt en komponeert duidelijk te horen. We willen hem trouwens een ekstra pluim geven voor zijn uitstekende gitaartechniek. Kompositiorisch zou hij er heel wat baat bij hebben de werken van moderne komponisten als Hindemith en vooral de Cubaanse gitarist Leo Brouwer te bestuderen, de opbouw en de structuur van zijn werken kan er alleen maar bij winnen.
Gilbert Isbin zou best eens een belangrijke figuur op de internatrionale sien kunnen worden.

MUSIC MAKER, Nederland

Gilbert Isbin is een gitarist uit Brugge, die zich de techniek van het gitaarspelen, grotendeel zelf aangeleerd heeft. Na eerst in alllei verbanden muzikaal actief te zijn geweest in het live-circuit van België, is hij nu met een eerste plaatprodukt op de proppen gekomen. Hij bespeelt de akoestisch, nylonsnarige gitaar en zijn autodidactische achtergrond heeft ervoor gezorgd dat hij op het instrument een tamelijk eigengereide stijl heeft ontwikkeld. Er zitten elementen uit de jazz, folk, de klassiek –en de Spaanse school in, maar deze elementen zijn op een persoonlijke manier verwerkt : ze vloeien op een natuurlijke wijze dooreen zodat je nooit kunt zeggen dat je nu naar een typisch jazz- of een typisch folkstukje zit te luisteren. Het ritme van al zijn stukken is vrij, en de muziek ontwikkelt zich alsof zij gedreven wordt door de wind : dan weer sneller, dan weer wat langzamer, dan weer een tijdje rustig voortkabbelend. De gastmuzikanten die Isbin ten behoeve van de opname om zich heen heeft verzameld, voelen deze atmosfeer uitstekend aan : de twee (overigen zeer akoestisch klinkende) elektrische gitaren, de fluit, de sopranosax versmelten als het ware met de gitaar. Deels gecomponeerd, deels geïmproviseerd klinken de stukken toch alsof ze niet anders hadden kunnen zijn zijn dan zoals ze op de plaat staan. Is kant één in de studio opgenomen, kant twee is in de Stella Mariskerk geregistreerd en hier heeft men de werkelijk schitterende galm van dit gebouw op constructieve manier in de muziek weten te verwerken. De titel is niet voor niets gekozen : Pure heeft een diepgang die groeit met iedere keer luisteren. Liefhebbers van het ECM-genre kan ik de plaat dan ook van harte aanbevelen.

JAZZ NU N°89, Nederland

De belangrijktse inspiratiebronnen voor de Belgische gitarist Gilbert Isbin waren aanvankelijk Bill Connors en Ralph Towner. Later is Isbin vanuit deze stijlen zijn eigen persoonlijk opvattingen gigantisch gaan weergeven. Wat dat oplevert valt op dit in eigen beheer opgernomen plaat te belmuisteren. De lijst van musici die Isbin op deze plaat hebben bijgestaan wekt een verkeerde indruk. Pure is een lp waarop Gilbert Isbin centraal staat als solist, in een aantal duetten en trio’s.
Opvallen bij Isbin’s compositie is de onduidelijk vorm. Veel stukken lijken uit het niets te ontstaan en verdwijnen ook vrij plotseling. Toch hebben de werken wel kwaliteit. Over de composities is geschreven dat deze zich uitstekend lenen voor collectieve en solistische improvisaties, ‘zonder de roots te verloochene’. Naar deze plaat te oordelen, wordt met ‘roots’ niet zozeer de jazzwortels, als wel de ‘serieuze’ gitaarmuziek bedoeld. Isbin wordt weliswaar autodidakt genoemd, maar zijn werk lijk nogal beïnvloed door de gitaarcomposties van Heitor-Villa Lobos en Leo Brouwer. Met name de solostukken Pure, Serana en When it’s over zouden in een gitaarrecital niet misstaan. Enerzijds zegt dat w<el iets over het hoger niveau van deze stukken, maar aan de andere kant vraag ik mij af of je hier nog wel van improvisaties kan spreken. De stukken lijken afgewogen, zo compleet. Kant I laat drie duetten tussen Isbin en de mooi spelende Paul Van Laere horen. Op The Crossing voegt zich gitarist Rich Lasner bij het duo en dat resulteert in het hoogtepunt van de schijf. Gitarist Eric Neels levert op kant 2 een aantal bijdragen maar deze accentueren voornamelijk Isbin’s spel. In het sluitstuk Unexpected is pianist Jacques Swyngedouw te horen. Ditmaal op trompet, die zeer ‘afstandelijk’ opgenomen lijkt.