 |
Actualiteit |
 |
| |
|
|
| |
|
|
| |
Artikels :
INDEX:
- BELGIE en NEDERLAND
- Dimitri Mortelmans en het project "Scheiding in Vlaanderen"
- Hulptelefoon van Tele-Onthaal krijgt talloze oproepen in december
- Kinderen en jongeren speelbal tussen hun ouders
- Politiek streven in Nederland om de kinderalementatie billijker te maken
- Onderzoeksresultaten rond scheiding in Nederland – een advocaat over partneralimentatie, co-ouderschap en nieuw-samengestelde gezinnen
- Een familierechtbank op komst!
- Wetsvoorstel hoorrecht/spreekrecht voor kinderen
- De Gezinsbond focust op de financiële gevolgen van (echt)scheiding
- Kind van 12 pleegt zelfmoord - Vlaamse kinderrechtencommissaris doet een oproep
- Intensieve politieke belangstelling om het erfrecht en de erfenisrechten te hervormen in België
- Oudere gescheiden mensen lopen risico van vereenzaming
- Waarheidsvinding bij uithuisplaatsing van kinderen in Nederland: diepe noodzaak
- Vereffening en verdeling bij echtscheiding binnenkort in de tijd beperkt
- Kerstboodschap 2010:
Weg met de rampzalige seponeringssystematiek weigering omgangsrecht en herstel van de rechten van de niet-inwonende ouders inzake contact met hun kinderen
- Een realistische inkijk in het getwist om de kinderen na echtscheiding
- Studiedag Verblijfsco-ouderschap en de loopbaan van de ouders vanuit een genderperspectief - dinsdag 23-11-2010 Steunpunt Gelijkekansenbeleid
- School en scheiding van ouders "Ik wil een volwaardige ouder zijn" KLASSE VOOR OUDERS 5-5-2010
- Grootschalig onderzoek rond de scheidingssituatie in Vlaanderen 25-3-2010
- Met een studiedag en drie wetsvoortellen ontketent Senator Guy Swennen een nieuw offensief tegen de niet-naleving van het omgangsrecht - 19-3-2010
- Kleinkinderen tussen twee vuren - bezoekruimte "Het huis" in de actualiteit
- Wie betaalt de prijs voor echtscheiding?
- Bij scheiding moeten kinderen kunnen worden ingeschreven op twee adressen
________________________________
- NIEUWE TEKSTEN OP DEZE SITE
- 'Exit. Alles wat u moet weten over scheiding' in Nederland - boek van Annemarie van Gaal
- De website Twee huizen – Als ouders apart gaan wonen - voor kinderen, jongeren en gescheiden ouders
- 'De breuklijn'
- Singles
- 'Uit elkaar - voor grootouders" brochure - Rol van de grootouders na scheiding
- Brief van een trotse maar verongelijkte vader
- Als je kind je niet meer wil zien - Sanne Rooseboom 10-6-2011
- Psychotherapeutische begeleiding aan ouders en kinderen tempert de negatieve impact echtscheiding - mei 2011
- Zin in relatie - Encounter Vlaanderen
- Meer blowen en minder verdienen - gevolgen van echtscheiding op kinderen
- Vademecum internationale kinderontvoeringen
- Ouderlijke ontvoeringen: Welke oplossingen voor de ouders in nood? Colloquium
Belgisch Parlement vrijdag 17 december 2010
- 'Nieuwe levens, nieuw geluk' 3e boek van gesprekstherapeute Martine Mingelinckx
- De betekenis van het vaderschap (Yvon Dallaire)
- Belang van het kind? Nee, een rechtstaat voor het kind - Mr. Peter Prinsen
- Wat te doen wanneer uw partner overlijdt? Nieuwe brochure (29 juni 2010)
- Echtscheiding. Wat kun je als leraar of school doen?
- Wettelijk samenwonen of niet? Een wereld van (geld)verschil...
- Basisinformatie over het ouderverstotingssyndroom - video met Dr. Jayne Major aan het woord 17-12-2009 -
Basic information about the Parental Alienation Syndrome - video Dr. Jayne Major speaking 17-12-2009
- Hoe stel je een geldig testament op?
- De buitengewone kosten bij onderhoudsverplichtingen voor kinderen
- Naslagwerk "Je rechten in je relatie bij huwelijk en samenwonen" door Liliane Versluys
- Hoe bereken je alimentatiegeld?
- "Echtelijke moeilijkheden... en dan? - een praktische leidraad na de nieuwe echtscheidingswet". Boekpublicatie 3-9-2007
|
|
| |
|
|
| |

Goudi
staat op het spreekgestoelte voor kinderen en ouders bij scheiding
|
|
| |
|
|
| |
België en Nederland |
|
| |
|
|
| |
|
|
| |
 |
 |
|
| |
Dimitri Mortelmans en het project "Scheiding in Vlaanderen"
“Scheiding in Vlaanderen”
Dat is een grootschalig project waarvoor een consortium werd samengesteld bestaande uit de Universiteiten van Antwerpen, Gent, Leuven, V.U. Brussel en de Studiedienst van de Vlaamse Regering. Het eerste luik van dit project had als doel oorzaken en geolgen van een echtscheiding in kaart te brengen. Op vrijdag 25 februari 2011 werd in Antwerpen daarover een studiedag georganiseerd met de eerste resultaten van het scheidingsonderzoek. De deelnemers kregen toen een "draft versie" van het boek "Scheiding in Vlaanderen", dat effectief gepubliceerd werd eind oktober 2011. In de huidige volwaardige boekeditie vinden we een heel grote dataverzameling rond oorzaken en gevolgen van echtscheiding in Vlaanderen.
Klik hier voor het inhoudsoverzicht van het boek.

"Scheiding in Vlaanderen" is uitgegeven door Acco in Leuven en het kost € 49,50.
E-post: uitgeverij@acco.be Website: http://www.acco.be
De auteurs van het werk zijn Dimitri Mortelmans, Inge Pasteels, Piet Bracke, Koen Matthijs, Jan Van Bavel en Christine Van Peer. De leiding van de studiedag was in handen van de Antwerpse socioloog Dimitri Mortelmans, die ook de hoofdverantwoordelijkheid had voor de boekpublicatie.
Professor Mortelmans heeft zelf de echtscheiding van zijn ouders meegemaakt en blikt in een interview met Veerle Beel, journaliste van De Standaard, terug op hoe hij dat beleefde en hoe dat verder geëvolueerd is tot nu. Het is een boeiend verhaal geworden van een persoonlijke beleving vanuit de visie van het kind, de opgroeiende jongen, de man, de echtgenoot die eerst huiverig stond tegenover het huwelijk.
Het scheidingsverhaal
We laten u die beleving meemaken vanuit de eigen woorden van Mortelmans.
"Ik zat in het vijfde leerjaar toen mijn ouders het ons vertelden. In eerste instantie was dat toch een drama. Maar het was ook wel logisch, want mijn twee broers en ik hadden ze vaak horen ruzie maken. We kregen een klassieke verblijfsregeling: wonen bij moeder, en om de twee weken een weekend bij vader.
Pas een paar jaar later begon ik te revolteren. O ja, ik was echt wel een lastige puber. In het tweede middelbaar kreeg ik een B-attest, wat betekende dat ik niet verder mocht gaan in de Latijnse. Als men mijn gegevens zou toevoegen aan het grote echtscheidingsonderzoek, zou ik bij de “watervallers, terechtkomen: leerlingen die van richting moeten “afzakken,, wat we vaker zien bij kinderen van gescheiden ouders. Het was maar een klein watervalletje, maar toch.
Mijn moeder had toen een vriend, en ik verzette me heel erg. In eerste instantie tegen haar, maar als zij het niet meer aankon, ook tegen hem. Is het daardoor dat ik dat jaar verknoeid heb, of zou ik tegen mijn eigen vader ook gerevolteerd hebben? Of was Latijn gewoon te moeilijk? Dat is allemaal koffiedik kijken. Later heb ik mij herpakt en ben ik vlot doorgestroomd naar de universiteit. Op kot gaan zat er om financiële redenen niet in, maar ik heb dat nooit een probleem gevonden. Ik kon overal komen met de fiets.
Ik ben vrij vroeg getrouwd, toen ik 24 was. En ook meteen kinderen gekregen, waar ik heel blij om ben. Maar als het van mij had afgehangen, was ik nooit getrouwd. Ik denk dat de scheiding van mijn ouders mij op dat vlak het meest heeft beïnvloed, in mijn visie op relaties. Mijn vrouw en ik hebben daar lange debatten over gevoerd. Zij komt uit een warm, intact nest, met hechte familiebanden. Zij heeft me overtuigd, en ze heeft mij ook geleerd hoe een relatie werkt. Dat je je ergernissen niet moet opkroppen, maar ruzie moet durven te maken. In het begin van ons huwelijk heeft ze daar wel een paar keer op de tafel voor moeten kloppen. Ik had thuis geleerd om conflicten uit de weg te gaan.
Mijn vader heb ik een hele tijd niet gezien. Ik heb pas opnieuw contact gezocht toen ik zelf een kind kreeg. Op mijn 13de wilde ik heel graag bij hem gaan wonen. Hij was daar niet klaar voor. Een paar jaar later is mijn jongere broer bij hem gaan wonen. Natuurlijk was ik erg ontgoocheld. Maar we hebben het doorgepraat, ik voel er nu geen wrok meer over.
Mijn moeder heeft het al die jaren niet gemakkelijk gehad. Ze werkte voltijds en kon het hoofd boven water houden dankzij studiebeurzen. Ze had een tijdlang een vriend, maar ze maakte er een erezaak van de financiële zaken gescheiden te houden. We zijn nooit onder de armoedegrens beland. We hadden niets tekort. Maar we gingen niet op vakantie. We waren in de scouts en we gingen op kamp, en dat was het dan. Ik zat toevallig op een school met nogal wat jongens die op skivakantie gingen en verre reizen maakten. Dat stak wel eens. Maar tijdens de vakanties zelf amuseerde ik mij in mijn eigen buurt en had ik daar geen last van.
Toen we nog in het middelbaar zaten, greep mijn moeder een keer naast de studiebeurzen, omdat ze net teveel verdiende. Dat was een heel zwaar jaar. Voor de rest kan ik enkel zeggen dat de democratisering van het onderwijs in mijn geval goed gewerkt heeft. Zonder alle beurzen en ondersteuningsmaatregelen was ik nooit prof geworden.
Een tijdje geleden heb ik in uw krant eens een opiniestuk geschreven waarin ik zei dat de overheid meer moest doen om alleenstaande ouders, en vooral moeders, te ondersteunen. Een vrouwenorganisatie - ik ben vergeten welke - heeft me daarvoor gecomplimenteerd: dat een mán zoiets kon schrijven! Ik heb het natuurlijk mijn hele leven uit eerste hand gezien, hoe moeilijk mijn moeder het had.
Voor het overige zijn er geen problemen meer. Wat als een heuse vechtscheiding begon, is nu min of meer goed gekomen. Ik heb met allebei mijn ouders een goed contact. Ze komen zelfs naar dezelfde familiefeestjes en zitten aan dezelfde feesttafel. Wij, die in onze jeugd het voorwerp waren van hun vechtscheiding, zijn nu volwassen, en dus hoeft er geen ruzie meer te worden gemaakt. Dat vind ik vooral fijn voor mijn kinderen. Ze weten dat opa en oma niet samenwonen, en dat is oké. Maar ze moeten geen van beide missen."
|
|
 |
 |
 |
|
|
| |
|
|
| |
 |
 |
|
| |
Hulptelefoon van Tele-Onthaal krijgt talloze oproepen in december
Donderdag 29 december 2011
De hulptelefoon Tele-Onthaal kreeg al honderden oproepen meer dan in december vorig jaar.

Tele-Onthaal krijgt meer telefoons dan normaal.
De hulptelefoon Tele-Onthaal wordt meer dan ooit gebeld door mensen die het moeilijk hebben. De organisatie kreeg al honderden oproepen meer dan in december vorig jaar. Dat berichten Gazet van Antwerpen en Het Belang van Limburg.
In een 'normale' decembermaand krijgt Tele-Onthaal gemiddeld 1.500 oproepen van mensen die het zwaar hebben en het leven even niet meer zien zitten. Maar deze maand hebben al ruim 1.800 mensen gebeld, een vijfde meer dan vorig jaar, en de maand is niet eens om.
Onzekerheid en economische crisis
Volgens psycholoog Eric Heyns spelen de economische crisis en onzekerheid over de toekomst een doorslaggevende rol in die toename. "We hebben een jaar achter de rug met veel onzekerheid: politiek, economisch, natuurrampen... Dat zorgt voor stress en angst. De toekomstperspectieven van de mensen zijn veel minder rooskleurig dan een paar jaar geleden", verklaart hij. (Belga/SD)
|
|
 |
 |
 |
|
|
| |
|
|
| |
|
|
| |
|
|
| |
|
|
| |
|
|
| |
|
|
| |
|
|
| |
 |
 |
|
| |
Een familierechtbank op komst!
Sinds zowat dertig jaar is er in parlementaire kringen sprake van de creatie van een familierechtbank. Een aantal wetsvoorstellen werden daartoe ingediend, maar nog geen enkel is tot dusver in bespreking genomen.
De bedoeling van een familierechtbank zou o.m. zijn bij geschillen tussen echtgenoten of samenwonenden, die doorgaans uitmonden in een scheiding, dat één en dezelfde rechter de hele aangelegenheid zou volgen en daarover beschikken. Op dit ogenblik zijn daarbij verscheidene rechtbanken betrokken: de vrederechter, de jeugdrechter, de rechter bij de rechtbank van eerste aanleg. Als alle aspecten van een scheiding door dezelfde rechter worden onderzocht, behandeld en beslist zou dat een aanzienlijke procedurele vereenvoudiging betekenen. De verenigingen die zich met scheiding inlaten in dit land, zijn ook al jaren voorstander van de oprichting van een dergelijke familierechtbank. Die rechtbanken bestaan ook in het buitenland zoals in Duitsland en in het Verenigd Koninkrijk. De berichten die ons bereiken uit die landen omtrent de afwikkeling van scheidingen en hun verwante problemen zoals de verblijfs- en alimentatieregelingen voor de kinderen wijzen nochtans niet in de richting dat een familierechtbank beter zou functioneren dan de rechtbanken hier in de huidige situatie.
Midden augustus 2007 beleven we het langdurig formatieberaad op Hertoginnendal rond een regeerakkoord voor de komende regering. Heel wat aspecten van het politiek beleid worden gelijktijdig of achtereenvolgens aan de orde gesteld om tot afspraken daarover te komen. Ook een hervorming van justitie staat op de agenda en blijkt al tot enige voornemens te leiden. Zo zou de nieuwe regering met de meerderheidspartijen in de komende legislatuur overgaan tot een groepering van de rechtbanken die nu apart werken. De arbeidsrechtbank, de rechtbank van koophandel en de rechtbank van eerste aanleg zouden omgevormd worden tot een eenheidsrechtbank. Die uitgebreide rechtbank zou vele kamers bevatten, niet alleen een kamer voor burgerlijke aangelegenheden en strafzaken e.a. maar ook een familiale rechtbank. Daarover zou onder de onderhandelaars van de respectieve partijen een akkoord bestaan.
De justitieminister zal de initiatieven moeten nemen om de gerechtelijke hervorming via het parlement te realiseren. Dan zou ook de familierechtbank eindelijk wel eens geïntroduceerd kunnen worden in ons gerechtelijk systeem. In dat geval zullen wij vanuit onze positie als belangengroeperingen de ontstaansgeschiedenis van dichtbij blijven volgen. Dat houdt in of de belangen van de rechtzoekenden inderdaad beter gediend worden via de nieuwe familierechtbank dan wel of het weer een louter structurele hervorming wordt los van humaniseringsaspecten waaraan rechtbanken toch voor ons blijvend behoefte hebben. Hoe zal de familierechtbank dan beter functioneren? Zal een procedure sneller en efficiënter verlopen? Zal de rechter de aangelegenheid grondiger en diepergaand overwegen en betere vonnissen uitspreken? Zal de billijkheid in geschillen meer en beter aan bod komen? We vragen ons dat alles af. In elk geval zijn we ervan overtuigd, dat de rechtbanken en zeker een mogelijke familierechtbank dichter bij de rechtzoekenden moeten komen en op basis van een verbeterde wetgeving ook menselijker uitspraken met een grondige motivering van de beslissingen moeten doen.
Op 2 juni 2009 komen de justitieminister en de staatssecretaris voor familieaangelegenheden naar buiten met een verklaring dat de familierechtbank er komt wellicht nog op het einde van het jaar 2009.
Wij kijken nu uit naar het wetsontwerp daarvoor van de regering. Mocht de regering in de herfst van dit jaar ontslag nemen en worden er nieuwe verkiezingen uitgeschreven, dan zouden de plannen voor de oprichting van een familierechtbank opnieuw kunnen worden opgeborgen. Zekerheid over die hervorming hebben we pas als het wetsontwerp door het parlement wordt goedgekeurd en de nieuwe wet in het Belgisch Staatsblad wordt gepubliceerd. We kijken uit en wachten af.
Ghislain Duchâteau
5 juni 2009
Op 19 februari 2010 is er nog steeds geen werk gemaakt van de intentie om een familierechtbank binnen het Belgische rechtssysteem tot stand te brengen.
19 maart 2010
Tijdens de studiedag in het Vlaamse Parlement over de niet-naleving van het omgangsrecht, georganiseerd door Senator Guy Swennen hebben de professoren Senaeve (KUL) en Swennen (UA) publiek verklaard dat de Familierechtbank niet meer gerealiseerd kan worden tijdens de huidige legislatuur die in 2011
eindigt.
27 april 2010
Op 26 april 2010 werd het ontslag van de Belgische federale regering door de koning aanvaard.
We stevenen af op de ontbinding van het federale parlement en naar nieuwe federale verkiezingen in juni 2010. Van de resolute plannen van staatssecretaris Melchior Wathelet om een familierechtbank op te richten komt voorlopig weer niets in huis. Er was trouwens daarvoor nog geen wetsontwerp ingediend bij het parlement voor zover wij dat kunnen weten.
4 november 2010
Er is geen nieuwe regering. De regering van lopende zaken neemt geen initiatief in dit verband. De toestand t.o.v. 27 april 2010 is niet veranderd.
29 november 2010
Een ontwerp vanwege de regering van lopende zaken mogen we niet meer verwachten. Toch komt de thematiek rond de familierechtbank opnieuw in de publieke belangstelling. Een heel pak kranten en ook de radio en televisie kondigen een nieuw wetsvoorstel aan voor de oprichting van een familie- en jeugdrechtbank. Het gaat uit van mevrouw Sonja Becq (CD&V) en de heer Christian Brotcorne (cdH). We verwijzen voor de substantiële inhoud van het wetsvoorstel naar de website van volksvertegenwoordiger Sonja Becq. Klik hier

Wij kijken met veel belangstelling uit naar de agendering in de subcomissie Familierecht en later in de Commissie Justitie van de Kamer. Het wetsvoorstel dat berust op het ideeëngoed voor het ontwerp van Staatssecretaris Melchior voor Gezinsbeleid zou spoedig aan de orde komen.
27 februari 2011
Het wetsvoorstel wordt in bespreking genomen in de Kamercommissie van Justitie vanaf 26 januari 2011 tot dusver in 4 zittingen tot 23 februari 2011. Het wordt nu ondersteund door de CD&V, de cdH, Ecolo-Groen en Open VLD. We verwachten een stevige meerderheid om het goed te keuren. Als dit voorstel wet wordt betekent dit een grote verandering in de procedures rond echtscheiding, voorlopige maatregelen, permanent aanhanging zijn bij de rechtbank van een dossier e.a. vernieuwingen. Toegang tot de ingediende tekst van het voorstel vindt
u hier.
29 april 2011
Tijdens de studiedag van de Gezinsbond in Brusssel verklaarde staatssecretaris Melchior Wathelet dat de hoorzittingen rond het wetsvoorstel werden afgerond, dat de Raad van State aan het parlement zijn advies heeft overgemaakt over het wetsvoorstel. Uit een persoonlijk gesprek met indienster mevrouw Sonja Beckx vernemen we dat er nog intern beraadslaagd wordt over bepaalde aspecten van het wetsvoorstel en dat er over bepaalde punten onder partijen akkoorden worden nagestreefd. Wij kijken nu uit naar de verdere bespreking en naar de stemming over het wetsvoorstel.
6 juli 2011
Wetsvoorstel oprichting familierechtbank goedgekeurd
Op de agenda van de Justiecommissie van de Kamer staat op woensdag 6 juli 2011 het wetsvoorstel om een familierechtbank op te richten. Na de eindbespreking werd het voorstel goedgekeurd. De familierechtbanken moeten de procedures rond echtscheiding centraliseren bij één en dezelfde rechter. Het is de bedoeling daarmee echtscheidingen menselijker te laten verlopen dan nu het geval is.
De indienster van het wetsvoorstel Sonja Becq zegt daarover in de pers:
‘Op die manier vermindert het aantal procedures tijdens een echtscheiding, wat het voor koppels wellicht goedkoper én duidelijker maakt. Omdat er maar één dossier bestaat van de familie, is het meer op maat van de mensen. De rechter wordt aangemoedigd om meer te zoeken naar een oplossing dan echt een vonnis te vellen. Vooral voor de kinderen, die vaak lijden onder een scheiding, zijn afspraken nodig waar beide partners én de kinderen zich in kunnen vinden.' Volgens het kamerlid is het daarbij de bedoeling familierechters een specifieke opleiding te geven. Ook over andere familiegeschillen zoals die over erfenissen kan de familierechter optreden.
Ghislain Duchâteau
|
|
 |
 |
 |
|
|
| |
|
|
| |
 |
 |
|
|
Wetsvoorstel hoorrecht/spreekrecht voor kinderen
Dat een wetsvoorstel heel vaak een langdurige en moeizame weg moet afleggen blijkt hier weer: het werd op 13 oktober 2000 voor het eerst bij de Belgische Senaat ingediend, is door de ontbinding van het parlement een paar keren vervallen en het
werd opnieuw ingediend op 17 maart 2008. Nu pas op 14 juni 2011 werd het door de Senaat na amendering goedgekeurd. Het moet nu naar de Kamer van Volksvertegenwoordigers en daarna opnieuw naar de Senaat om het uiteindelijk van toepassing te laten worden door een publicatie in het Belgisch Staatsblad.
Het hoorrecht van kinderen bestaat in de Belgische Wetgeving, maar op twee nogal verschillende manieren. Enerzijds is er sinds 30 juni 1994 het artikel 931 van het Gerechtelijk Wetboek (G.W.) dat het hoorrecht fundeert op het onderscheidingsvermogen van het kind waar de rechter al dan niet het kind hoort. Anderzijds is er het artikel 56bis in de wet van 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming dat de jeugdrechter verplicht het kind te horen vanaf 12 jaar.
In het huidige wetsvoorstel worden alle bepalingen over het “spreekrecht” van minderjarigen vervat in een te wijzigen artikel 931 G.W. De wijzigingen zijn nogal ingrijpend. Er is een oproepingsplicht gekoppeld aan een verschijningsplicht bij geschillen waarbij het kind betrokken is. Aan de verschijningsplicht is evenwel ook een zwijgrecht van de minderjarige verbonden. De leeftijd wordt verlaagd tot 7 jaar en de rechter kan het spreekrecht gemotiveerd ontzeggen als het kennelijk gaat over een aangelegenheid van ondergeschikt belang. De minderjarige kan tegen die ontzegging beroep aantekenen. Zelfs kinderen van minder dan 7 jaar krijgen in bepaalde omstandigheden spreekrecht.
Voor een efficiënte hoorrechtpraktijk worden rechters verplicht een gerichte opleiding in het horen van kinderen te volgen. Partijen in het geding worden bij het horen niet toegelaten, maar het kind kan zich laten vergezellen door een vertrouwenspersoon, mogelijk ook een advocaat. De samenvatting van het onderhoud wordt bij het dossier van rechtspleging gevoegd, maar aan partijen wordt geen afschrift bezorgd.
Het wetsvoorstel betekent een aanzienlijke stap in de richting van de juridische erkenning van het kind als rechtssubject. Ondanks de argumentatie in de toelichting dat een gesprek van een minderjarige met een rechter of een persoon door hem aangewezen zo objectief mogelijk en buiten elk loyauteitsconflict naar de ouders toe moet worden gevoerd, blijven we terughoudend tegenover de mogelijkheid tot objectiviteit. Beïnvloeding van het kind door één of beide procespartijen is in een aantal gevallen niet uit te sluiten.
Ghislain Duchâteau
***
Wetsvoorstel tot wijziging van verschillende bepalingen over het recht van minderjarigen om door de rechter te worden gehoord
- Wetgevingsstuk nr. 5-115/1 ingediend door de senatoren Sabine de Béthune en Martine Taelman
Voor de tekst van het wetsvoorstel en onze commentaar zie onze pagina Informatie - Wetgeving
|
|
 |
 |
 |
|
|
| |
|
|
| |
 |
 |
|
| |
De Gezinsbond focust op de financiële gevolgen van (echt)scheiding
Studiedag met resultaten enquête (echt)scheiding
Op 29 april organiseerde de Gezinsbond een studiedag over de financiële gevolgen van een scheiding. De Gezinsbond vindt het heel belangrijk dat ouders vóór ze scheiden een akkoord uitwerken voor de kinderen, een ouderschapsplan waarin de opvoeding, de verblijfsregeling en het onderhoudsgeld voor de kinderen geregeld wordt.
In de voormiddag overhandigde de Gezinsbond de resultaten van zijn enquête en zijn voorstellen aan de minister van Justitie Stefaan De Clerck en staatssecretaris van Gezinsbeleid Melchior Wathelet. Op die manier kunnen zij ervoor zorgen dat scheidingsprocedures minder duur zouden uitvallen, dat conflicten minder lang aanslepen en dat scheidende koppels een eerlijke en rechtvaardige financiële regeling kunnen uitwerken.
In de namiddag presenteerde de Gezinsbond de resultaten van zijn bevraging. Ze mochten rekenen op een grote opkomst. In het publiek waren advocaten, bemiddelaars, politici en beleidsverantwoordelijken, en ook mensen die een scheiding meemaakten, aanwezig. Zij maakten ook hun voorstellen naar overheid, justitie en bemiddelaars toe bekend.
Dat scheiden emotioneel zwaar kan zijn, hoeft geen betoog. Maar een scheiding kan ook financieel pijn doen aan de ex-partners. Dit gegeven vormde het vertrekpunt van een bevraging die de Gezinsbond voerde bij 105 mensen die een (echt)scheiding meemaakten en bij een groep van 20 erkende scheidingsbemiddelaars.
Hoe ziet de financiële situatie van ex-partners vóór en na een scheiding eruit? Hoeveel kost de scheidingsprocedure? Biedt het onderhoudsgeld een uitweg? Kan bemiddeling helpen?...
Aan de hand van de resultaten van deze bevraging doet de Gezinsbond een aantal voorstellen die ervoor kunnen zorgen dat scheidende koppels na hun scheiding minder in financiële moeilijkheden terechtkomen. Verantwoordelijken van de studiedienst van de Gezinsbond lichtten de resultaten van hun bevraging en hun voorstellen toe op deze studiedag.
Voor dit onderzoek kreeg de Gezinsbond steun van Staatssecretaris voor Gezinsbeleid, Melchior Wathelet. Hij sprak ook het slotwoord uit op de studiedag en beloofde van de voorstellen van de Gezinsbond te realiseren wat haalbaar is.
Publicatie

De resultaten en voorstellen, gepresenteerd op de studiedag "De financiële gevolgen van een (echt)scheiding" van 29 april 2011, zijn opgenomen in de publicatie "Focus op de financiële gevolgen van een scheiding. Hoe valkuilen vermijden?"
Wil je de publicatie bestellen? Tel. 02 507 88 71 of e-mail: studiedienst@gezinsbond.be.
De publicatie kost 7 euro voor leden en 10 euro voor niet-leden (excl. verzendingskosten).
De belangrijkste hoofdstukken met relevante informatie:
- De inkomenssituatie van de ex-partners vóór en na de scheiding
- De impact van het onderhoudsgeld op de financiële situatie van de ex-partners
- Wat kost een scheiding?
- De verblijfsregeling van de kinderen
- De huisvesting en de boedelverdeling
- De loopbaan vóór en na de scheiding
- De bemiddelaars over scheiding
- Voorstellen vanuit de Gezinsbond
|
|
 |
 |
 |
|
|
| |
|
|
| |
 |
 |
|
| |
12-jarige jongen pleegt zelfmoord na scheiding ouders
Kinderrechtencommissaris roept gescheiden ouders op
het belang van hun kinderen voorop te stellen
Jongen meende dat hij schuld had aan de scheiding van zijn ouders
De 12-jarige jongen heeft zich dinsdag van het leven benomen in het huis van zijn moeder in Tienen. Volgens zijn afscheidsbrief kon hij de vechtscheiding van zijn ouders niet verwerken.
De ouders van de jongen waren al tien jaar gescheiden. Na de scheiding verhuisde de moeder in 2007 van Brussel naar Tienen, terwijl de vader in Edingen ging wonen. De jongen woonde om de andere week afwisselend bij zijn vader en bij zijn moeder.
Wanneer de jongen na een week werd afgezet bij de andere ouder kwam het telkens weer tot hoogoplopende ruzies tussen de twee ouders. Veel van die ruzies gingen over de jongen. Het kind beschouwde zichzelf daardoor als de schuldige voor de voortdurende ruzies tussen zijn ouders.
Dinsdagavond was de moeder naar de avondschool. Omstreeks kwart voor zes kreeg de vader een sms-berichtje van de jongen waarin hij zijn wanhoopsdaad aankondigde.
De vader zag dit echter niet meteen en las pas even na zes uur de boodschap. Hij verwittigde meteen de hulpdiensten. Toen die aankwamen bij de woning van de moeder in Tienen was de jongen al dood.
Op de tafel lag een afscheidsbrief. Daaruit bleek dat de jongen het te moeilijk had met de vechtscheiding van zijn ouders en dat de ruzies de aanleiding waren voor zijn wanhoopsdaad.
Terechte oproep van de kinderrechtencommissaris aan gescheiden ouders
De Vlaamse kinderrechtencommissaris Bruno Vanobbergen doet zijn oproep naar aanleiding van de zelfmoord van de twaalfjarige jongen in Tienen. Die schreef in zijn afscheidsbrief dat hij de vechtscheiding van zijn ouders niet meer aankon. Vanobbergen roept ouders die in een echtscheiding verwikkeld zijn op altijd het belang van het kind voorop te stellen.
Volgens de kinderrechtencommissaris mag de impact van een scheiding op het leven en welzijn van kinderen niet onderschat worden. "Ouders moeten zich bewust zijn van de impact die dergelijke conflicten hebben op kinderen. In die discussies en conflicten is het belangrijk dat ze zoveel mogelijk de belangen van het kind centraal stellen.” Kinderen moeten dan ook buiten de conflicten worden gehouden.
Kinderpsychiaters: 'Uitzonderlijk'
Dat een jongen van 12 zelfmoord pleegt, is eerder uitzonderlijk. Dat zegt kinderpsychiater Lieve Swinnen van het Mariaziekenhuis in Overpelt in Het Laatste Nieuws. "Als de echtscheiding een vechtscheiding wordt, moeten de alarmlichten op rood springen. Als het conflict blijft voortduren, zuigen kinderen dat op en kunnen ze eraan onderdoor gaan."
Volgens Swinnen is het heel belangrijk dat beide ouders duidelijk tegen hun kinderen zeggen dat de scheiding niet hun schuld is en dat ze hen graag blijven zien. "Ouders moeten ook rekening houden met het welzijn van kind. Een 12-jarige wil bij zijn vrienden zijn. Als je dan als ouders 100 km. uit elkaar gaat wonen, dan is dat om problemen vragen", aldus Swinnen.
'Belangrijke taak voor grootouders'
Annik Lampo, hoofd van de dienst Kinderpsychiatrie van het UZ Brussel, stelt dat scheiden niet noodzakelijk slecht hoeft te zijn. "De bedoeling is net dat na de breuk alles beter wordt, dat de vrede en de rust weerkeren", zegt Lampo in Het Laatste Nieuws. "Als de ruzies en conflicten tussen ouders echter blijven aanslepen, dan gaan kinderen daar echter onder lijden. Sommigen gaan dan denken dat de scheiding hun schuld is", aldus Lampo.
Lampo ziet voor de groutouders en vrienden en familie ook een belangrijke taak. "Zij moeten de ouders wijzen op het belang van het kind en duidelijk maken dat ze hun eigen problemen moeten opzij zetten en denken aan het welzijn van het kind".
De Zelfmoordlijn is dag en nacht te bereiken op het gratis nummer 02/649.95.55 en
www.zelfmoordlijn.be.
Ook Tele-Onthaal biedt onmiddellijke opvang voor personen die aangegrepen zijn door verhalen over zelfdoding. Iedereen kan 24 uur op 24 uur terecht op het gratis noodnummer 106 of kan contact opnemen via de chatlijn op www.tele-onthaal.be/.
Donderdag 28 april 2011
|
|
 |
 |
 |
|
|
| |
|
|
| |
|
|
| |
|
|
| |
 |
 |
|
| |
Oudere gescheiden mensen lopen risico van vereenzaming
De faculteit Psychologie en Educatiewetenschappen van de Vrije Universiteit Brussel i.s.m. de Hogeschool Gent en de provincies voerde een uitgebreid behoeftenonderzoek uit naar senioren. Prof. Dominique Verté gaf enkele tendensen aan van de resultaten. ‘Sociaal isolement is een ernstig probleem. Het gaat om een groep mensen die letterlijk verdwenen zijn uit de samenleving’. 16 % van de Vlaamse senioren of zowat 90.000 zestigplussers verklaart dat ze zich eenzaam voelen. Veelal zijn het ook mensen die moeilijk te benaderen zijn. Het zijn dikwijls personen die kampen met een sociale stoornis of psychische problemen waarvoor professionele hulp dienstig zou kunnen zijn.
Het meest kwetsbaar blijken volgens het onderzoek de gescheidenen te zijn. ‘Zij hebben geen partner meer, maar ook het contact met kinderen en met de rest van de familie verloopt vaak moeilijker’, verklaart prof. Verté. ‘Omdat de groep groter wordt, zal het probleem waarschijnlijk nog toenemen’.
Actief zijn in het verenigingsleven kan van betekenis zijn, maar ook het onderhouden van één of twee intieme relaties kan bijzonder belangrijk zijn voor ouderen en zeker voor gescheiden oudere mensen.
Daartegenover kan verhuizen een risicofactor zijn op latere leeftijd. Het wordt vaak moeilijk na verhuizing om zich te integreren in de nieuwe leefgemeenschap. Beperkte mobiliteit kan ook bijzonder hinderlijk zijn maar daarvoor kunnen vrijwilligers heel wat diensten bewijzen.
Het is belangrijk dat de vereenzaming van een persoon vroegtijdig wordt aangepakt. Mogen wij verwachten dat de resultaten van het behoeftenonderzoek naar senioren in Vlaanderen voert naar aanpakvormen vanwege de lokale besturen om de dreigende vereenzaming van ouderen en speciaal van oudere gescheiden mensen te helpen lenigen? Georganiseerd vrijwilligerswerk kan daartoe flink bijdragen.
G.D.
4 maart 2011.
Enkele percentages met concrete gegevens over zestigplussers:
95% wonen zelfstandig thuis en 80% zijn eigenaar van een woning.
40 % van de woningen zijn ernstig onaangepast en 45% zijn matig aangepast.
66 % van de zestigplussers heeft een gezinsinkomen van minder dan € 1500.
31 % hebben een gezinsinkomen lager dan € 1000.
40% van deze leeftijdsgroep verklaren financieel moeilijk rond te komen.
42 % van de zestigplussers vangen kleinkinderen op.
30 % zijn sterk actief in de mantelzorg ( partner, familie, buren, ouders,…).
16% doet vrijwilligerswerk.
70 % zijn lid van een ouderenbond.
18% hebben eenzaamheidsproblemen.
|
Over het welbevinden van senioren: klik hier
|
|
 |
 |
 |
|
|
| |
|
|
| |
|
|
| |
|
|
| |
 |
 |
|
| |
Vereffening en verdeling bij echtscheiding binnenkort in de tijd beperkt
4 januari 2011
Vechtscheidingen zullen voortaan in de tijd beperkt worden tot in principe tien maanden. Een wetsvoorstel van sp.a-senator Guy Swennen werd door alle partijen getekend. Daardoor is het zeker dat het voorstel dit jaar nog wet wordt.
De voorbije jaren werd de echtscheidingswetgeving gemoderniseerd. Het sluitstuk was de schuldloze echtscheiding. Daarnaast werden nog andere zaken geregeld, zoals de objectivering van het te betalen onderhoudsgelden voor de kinderen.
Daardoor is de laatste jaren een akkoord-cultuur ontstaan. De meeste echtscheidingen leveren weinig of geen problemen op. Zijn er toch problemen, dan heeft dat veelal te maken met de boedelscheiding, met de verdeling en vereffening van het roerend en vooral het onroerend goed.
Te lang
Vechtscheidingen kunnen daardoor héél lang duren. Er is wel een procedure om de zaken alsnog te regelen via notaris en rechtbank, maar in die procedure zit géén enkele tijdsbeperking. Senator Guy Swennen heeft daar altijd al voor gewaarschuwd toen hij in de Kamer nog de subcommissie Familierecht voorzat en vanuit die functie voorging in de hervorming van de echtscheidingswetgeving. Maar toenmalig minister van Justitie Laurette Onkelinx (PS) wou niet volgen.
Guy Swennen pikt nu de draad opnieuw op. Iets wat hij des te gemakkelijker kan omdat de orde van advocaten en de orde van notarissen voorstellen hebben gedaan om vechtscheidingen in de tijd te beperken.
Daarnaast werden ook vier professoren gehoord. Dat alles heeft geleid tot een wetsvoorstel dat mede ondertekend werd door alle partijen. Daardoor is het zeker dat het dit jaar nog ook echt wet wordt.
Het voorstel omvat 13 maatregelen om de boedelscheiding na een echtscheiding ordentelijk te laten verlopen. Het voornaamste voorstel is de beperking van de vereffening en verdeling in de tijd. De nieuwe regeling voorziet twee mogelijkheden.
1. Ofwel spreken de partners die gehuwd waren of samenwoonden samen een tijdspad af. Ze moeten zich daaraan houden. Doen ze dat niet, dan mag de notaris-vereffenaar géén rekening houden met vragen die niet op tijd binnenkwamen.
2. Ofwel krijgen ze een bindende termijn opgelegd. In standaardzaken zal dat tien maanden zijn.
In het wetsvoorstel staan nog meer maatregelen om de boedelscheiding in de tijd te beperken. Eens het voorstel wet is, zal er nog maar met één notaris-vereffenaar gewerkt worden. De procedure moet niet uitgeput worden. Tussenakkoorden zijn mogelijk. Ze zijn dan wel bindend.
Op 9 maart 2011 vernemen we van Senator Swennen dat het advies van de Raad van State vereist dat er amendementen worden ingediend bij het Wetsvoorstel. Als Senator Swennen daarmee klaar is, wordt zijn voorstel in de Senaat besproken en goedgekeurd. Daarna moet de Kamer nog haar zeg hebben. Voor het einde van 2011 zal het wetsvoorstel wellicht wet worden.
Zie het wetsvoorstel ingediend in de Senaat op 28 oktober 2010
vanwege
5-405 |
Wetsvoorstel houdende hervorming van de procedure van gerechtelijke vereffening-verdeling |
|
|
 |
 |
 |
|
|
| |
|
|
| |
 |
 |
|
| |
Kerstboodschap 2010:
Weg met de rampzalige seponeringssystematiek weigering omgangsrecht en herstel van de rechten van de niet-inwonende ouders inzake contact met hun kinderen
De eerste voorzitter bij het hof van Cassatie, Ghislain Londers,
zegt in een interview in De Standaard van 24-25-26 dec. 2010:
‘Fundamenteel moet het gerecht met een tussenkomst in een zaak altijd de bedoeling hebben de rust achteraf te herstellen. De betrokkenen moeten verder kunnen met hun leven. De situatie moet beter worden dan ze was voor het gerecht zich moeide, niet slechter.’
Als we dat toepassen op scheidingssituaties met kinderen, dan is er een krachtige verandering nodig ten overstaan van het huidige optreden van het gerecht.
De vonnissen moeten gender neutraal zijn waarbij de vaders en de moeders gelijkberechtigd worden. Zorg en omgang moeten gelijk verdeeld worden in elk geval waar dat goed mogelijk is.
Nog elk jaar verliezen honderden kinderen door de scheiding het contact met één van hun ouders, doorgaans de vader. Hier blijven heel duidelijk de parketten in gebreke. Het overdadig seponeren van de klachten weigering omgangsrecht creëert onomstotelijk rechtsonzekerheid vooral voor de vaders die zich in een hopeloze situatie moeten verdedigen tegenover een overmacht om hun kinderen niet uit hun leven te zien verdwijnen.
Om die toestand te verhelpen is er geen wetgeving nodig. Alle middelen zijn ter beschikking om op basis van bestaande wetgeving het nodige te doen, opdat vaders in moeilijke scheidingssituaties hun contact, hun opvoedingsverantwoordelijkheid en hun emotionele band met hun kinderen kunnen verder zetten. De parketten kunnen hier de rechtsonzekerheid herstellen. Zij hebben de intrinsieke plicht om de gerechtelijke beschikkingen te doen nakomen, dus ook om het omgangsrecht te waarborgen.
De procureurs-generaal zijn zich al jaren bewust van het onredelijke en onrechtvaardige systeem van de massale seponering van de klachten weigering van het omgangsrecht. Als vaders een beroep doen op een procureur of een substituut-procureur van een parket krijgen ze in vele gevallen geen persoonlijke toegang tot die magistraat om hun situatie uit te leggen en te vragen om de moeders die moeilijkheden maken voor de omgang van hun kinderen met hun vaders tot zich te roepen, hun duidelijk te maken dat frustratie van de omgang niet kan en dat zij bij herhaling van de inbreuk als magistraat zullen optreden.
Klachten worden opgelijst en maandelijks naar de parketmagistraat opgestuurd, die nagenoeg nooit ingaat op de klachten. Politiemensen schrijven talloze processen-verbaal die door de parketmagistraten massaal zonder gevolg worden geklasseerd. De situatie van vaders die van hun kinderen willen blijven houden en ze een passende plaats in hun leven willen laten innemen, blijft schrijnend.
Het wordt dus de hoogste tijd dat alle parketmagistraten zich eens grondig gaan bezinnen over die onzalige seponeringssystematiek. Het wordt de hoogste tijd dat de procureurs-generaal hun circulaires eens gaan herzien en een nieuwe doeltreffende aanpak uitwerken om de rechtsonzekerheid ten overstaan van de niet-inwonende ouder te herstellen en om aan die maatschappelijke wantoestand die nu al tientallen jaren aansleept een einde te maken.
Bepaalde parketten maken er al een begin mee, maar aan alle rechtbanken in alle gerechtelijke arrondissementen moet er werk van worden gemaakt. De minister van justitie kan daartoe een krachtige impuls geven. De Hoge Raad van Justitie kan effectief adviseren. De procureurs-generaal kunnen aan alle staande magistraten de nodige richtlijnen verstrekken om een maatschappelijke wantoestand uit de wereld te helpen en recht te doen aan de uitspraak hierboven van de hoge magistraat van het hof van Cassatie, de heer Ghislain Londers.
Ghislain Duchâteau
Kerstdag 25 december 2010
_________________________
Wetsvoorstel van Senator Guy Swennen betreffende een actievere rol van het openbaar ministerie bij het behandelen van klachten wegens schending van het omgangsrecht.
Bij de huidige gang van zaken worden heel veel klachten neergelegd bij de lokale politie
wegens niet-naleving van het omgangsrecht. Het parket beslist pas na relatief lange tijd
over vervolging of niet-vervolging. In tussentijd wordt met de informatie die de
klachtenmeldingen bevat heel weinig tot niets gedaan. Dit wetsvoorstel wil daar
verandering in brengen door enerzijds aan het openbaar ministerie op te leggen
driemaandelijks na het indienen van de eerste klacht in een dossier deze door te sturen aan
de rechter die het laatste vonnis heeft uitgesproken betreffende de omgangs- of
verblijfsregeling waarover klacht is neergelegd. Anderzijds wordt aan diezelfde rechter de
mogelijkheid geboden om aan de hand van de bekomen informatie zonder veel verdere
plichtplegingen en formaliteiten een snel vonnis te vellen, met alle maatregelen die de
rechter gepast acht, overeenkomstig artikel 387ter van het gerechtelijk wetboek.
|
|
 |
 |
 |
|
|
| |
|
|
| |
 |
 |
|
| |
Een realistische inkijk in het getwist om de kinderen na echtscheiding
In vier uitzendingen geeft Dit is de Dag van de Evangelische Omroep (EO) op Radio 1 Nederland een realistische inkijk in het getwist om de kinderen na echtscheiding. De opnames zijn gemaakt tijdens besloten zittingen in de Rechtbank Groningen.
Een goede reportage trekt je binnen in de wereld achter het nieuws... Dat is wat Gerry Bos, de verslaggeefster, graag doet: uitleggen en inzicht bieden.
|
Rechter Peter Buijtenhuijs |
'En succes in het belang van de kinderen', zegt de rechter tegen de vader en moeder die de rechtszaal verlaten.
Door Gerry Bos
Er zijn tijdens de zitting heftige emoties aan de orde geweest. Mag de kleine meid van drie nu al eens een nachtje langer bij pappa zijn in het weekend? Hij mist haar zo. En bij zijn nieuwe partner is ze welkom. Maar de Raad voor de Kinderbescherming vindt het nog te vroeg om de omgang met vader uit te breiden.
De advocaat van moeder overhandigt de rechter een stuk waarin een verhandeling staat over veilige hechting bij jonge kinderen. En vader, die zijn dochtertje zo graag vaker zag, moet geduld hebben. De omgang zal uitgebreid worden, maar nu nog niet.
Vaste prik
Het is een van de twaalf zaken op de rol die de Groningse rechters Buijtenhuijs en Flinterman vandaag afwerken. Vaste prik elke week op donderdag staan er zo'n twaalf conflicten over de omgangregeling in het schema van de Familierechters. Sommige ouders houden het procesvoeren tegen elkaar jarenlang vol. Anderen worden door de rechter met succes naar een bemiddelaar verwezen.
Om de radio-uitzendingen te beluisteren klik door naar: 'In het belang van de kinderen'
(klik telkens op het driehoekje links om te starten) |
|
 |
 |
 |
|
|
| |
|
|
| |
 |
 |
|
| |
Studiedag Verblijfsco-ouderschap en de loopbaan van de ouders vanuit een genderperspectief - dinsdag 23-11-2010 Universiteit Antwerpen - Organisatie Steunpunt Gelijkekansenbeleid
De moeilijke positie van alleenstaande ouders is al langer bekend. Zowel wat arbeidsmarktparticipatie als wat armoederisico betreft, scoren zij slecht. In het geval van een echtscheiding zijn het voornamelijk vrouwen die financieel inleveren. Een belangrijke factor die hiertoe bijdraagt, is de verblijfsregeling van de kinderen. Traditioneel werden die veelal aan de moeder toegewezen. Ter wille van gelijke kansen op volwaardig ouderschap en een billijke verdeling van opvoedingstaken en –kosten, nam de wetgever een initiatief om dit bij te sturen. De wet op het co-ouderschap van 18 juli 2006 bepaalt dat wanneer de ouders niet samenleven en één van de ouders vraagt het verblijfsco-ouderschap (een gelijkmatige verdeling van het verblijf) de rechter deze regeling bij voorrang moet onderzoeken en dus bij voorrang moet kiezen voor een regeling om de huisvesting van het kind op een gelijkmatige manier tussen de ouders te verdelen. Deze wetswijziging werpt verschillende vragen op. Zijn de lusten en lasten bij verblijfsco-ouderschap wel zo gelijk verdeeld als verondersteld wordt? Leidt deze nieuwe verblijfsregeling tot een verhoging van de arbeidsdeelname van vrouwen? Slagen co-ouders er in om hun intenties ook op de langere termijn waar te maken?
De Vlaamse Minister voor Gelijke Kansen gaf opdracht aan het Steunpunt Gelijkekansenbeleid (S-GKB) om het verblijfsco-ouderschap vanuit een gelijkekansenperspectief te onderzoeken. Het S-GKB organiseert deze studiedag naar aanleiding van de publicatie van het onderzoeksrapport “Verblijfsco-ouderschap en de loopbaan van de ouders vanuit een genderperspectief”. Naast een literatuurstudie behelst het rapport de resultaten van een schriftelijke bevraging van gescheiden ouders omtrent de verblijfsregeling van hun kinderen. We gaan na in welke mate verblijfsco-ouderschap al dan niet leidt tot meer gelijkheid tussen mannen en vrouwen.
Marcia Poelman over dit thema: http://www.atv.be/item/co-ouderschap-blijft-moeilijk
Het onderzoek
Om een beeld te krijgen van verblijfsco-ouderschap in de praktijk met zijn financiële en organisatorische consequenties, is het van belang dat we allereerst cijfers hebben over het percentage (echt)gescheiden koppels dat bij aanvang van hun (echt)scheiding ‘kiest’ voor het stelsel van verblijfsco-ouderschap (los van het percentage co-ouders in de praktijk). Deze cijfers zijn tot op heden niet beschikbaar. Zo kan men de omvang van het verblijfsco-ouderschap niet nagaan op basis van de rijksregistergegevens vermits de kinderen hun officiële domicilie hebben bij één van de beide co-ouders. Een kwantitatief beeld van verblijfsco-ouderschap in de praktijk zou bijgevolg gebaseerd moeten zijn op de (echt)scheidingsdossiers die behandeld zijn bij de rechtbank. Die geven ons bovendien ook een overzicht van de daaraan gerelateerde financiële regeling die getroffen werd met betrekking tot de kinderen.
Een tweede stap bestaat er vervolgens uit te onderzoeken hoe het de (echt)gescheiden koppels, die zich (in 2002) geëngageerd hebben voor verblijfsco-ouderschap, verder vergaan is in de praktijk. Dit laatste deden we door een steekproef van deze ex-partners te bevragen aan de hand van een kwantitatieve survey die peilt naar de actuele verblijfsregeling, de financiële regeling en de respectieve uitgaven voor de kinderen door beide ouders en de evolutie van beroepssituatie van de ouders. De steekproef van 2002 werd aangevuld met een tweede steekproef uit 2006 om het effect van de nieuwe wet op het verblijfs-co-ouderschap te kunnen inschatten.
|
|
 |
 |
 |
|
|
| |
|
|
| |
 |
 |
|
| |
School en scheiding van ouders "Ik wil een volwaardige ouder zijn" KLASSE VOOR OUDERS 5-5-2010
Nieuws
SCHOOL EN SCHEIDING VAN OUDERS

"Ik wil een volwaardige ouder zijn"
"Elk schooljaar moet ik de leraren van mijn kinderen aansporen om ook míj alle informatie van de school te bezorgen", zegt Dirk, papa van twee kinderen. Samen met hen, zijn nieuwe partner en haar twee kinderen vormen zij een nieuw samengesteld gezin. Dirk wil volledig betrokken blijven bij het schoolleven van zijn kinderen. Dat blijkt voor de school niet altijd evident.
"Wij vormen een nieuw samengesteld gezin: ik heb twee kinderen van vijf en negen, mijn vrouw heeft twee kinderen van vijf en tien. Ze gaan alle vier naar dezelfde school. De twee jongsten zitten in de kleuterschool, de twee oudsten in het vierde en vijfde leerjaar. Toen ik scheidde van de mama van mijn kinderen heb ik de school onmiddellijk schriftelijk op de hoogte gebracht. De directeur antwoordde dat dat helemaal niet nodig was: er waren nog veel gezinnen op school in dezelfde situatie."
Alles in tweevoud?
"De directeur beloofde mij ervoor te zorgen dat ook ik alle informatie, uitnodigingen, rapporten, facturen zou krijgen. De leraren zouden alles in tweevoud meegeven met de kinderen van mijn nieuwe partner. Ik heb dat vaak gevraagd, maar toch gebeurde het niet. Ik moest zelf uitvissen wanneer er een oudercontact was. Gelukkig wisten we via de zoon van mijn vrouw wanneer er iets te doen was op school. Toen er een nieuwe directeur kwam, heb ik mijn vraag opnieuw gesteld. Vanaf dan werd alles, behalve schoolfacturen, correct doorgegeven. Nu verloopt het redelijk goed, maar ik moet wel elk schooljaar de leraren aan die regeling herinneren en hen aansporen er rekening mee te houden. Kan dat niet gewoon in het dossier van mijn kinderen staan?"

Een of twee ouders aanwezig?
"Knutselwerkjes voor grootouders gingen steeds mee naar huis met de mama. Mijn ouders kregen niets. Daarna heb ik afgesproken met de juf om ook met mijn ouders rekening te houden. Een bestelbon voor bijvoorbeeld nieuwjaarsbrieven krijg ik niet: die moet ik op goed geluk via de moeder van mijn kinderen bestellen. Ik schrijf het bedrag over op haar rekening in de hoop dat zij de bestelling doorgeeft. De school stuurt alle facturen enkel naar de mama. Op sommige uitnodigingen voor de ouders staat 'zullen aanwezig zijn met één of twee'. In ons geval is dat met meer dan twee, als de nieuwe partner meekomt. Of mag de nieuwe partner misschien niet meekomen? Hetzelfde gebeurt ook met de grootouders. Die mogen maximaal met vier komen, terwijl de kinderen ook grootouders hebben bij de nieuwe partner van hun ouders. Zij zijn in totaal dus met acht."
"Als vader wil ik evenveel recht op informatie. Ik wil beschouwd worden als een 'volwaardige ouder'. Dat is toch niet te veel gevraagd?"
In elke klas
• Van steeds meer leerlingen wonen de ouders niet (meer) samen. Bij kleuters is dat een op de tien, in de derde graad secundair onderwijs is dat een op de vier (0 - 4 jaar: 11,2 procent; 5 - 9 jaar: 18,6 procent; 10 - 14 jaar: 22,8 procent; 15 - 17 jaar: 23,4 procent).
• 11 procent van alle vrouwen tussen 40 en 44 jaar is alleenstaande moeder, 2 procent van alle mannen tussen 40 en 44 jaar is alleenstaande vader.
• 5,2 tot 7 procent van de gezinnen zijn nieuw samengestelde gezinnen.
• 9,5 tot 10 procent van de kinderen leeft in een stiefgezin.
De Eerste Lijn
Klasse voor Leraren verspreidt deze week aan alle scholen en leraren in Vlaanderen een stappenplan om beter met nieuwe gezinsvormen op school om te gaan. Lees meer op www.klasse.be/leraren
Filmpje nieuwe gezinsvormen 10 minuten - Knap gemaakt en bijzonder informatief: klik hier
Nieuwe Gezinsvormen
|
|
 |
 |
 |
|
|
| |
|
|
| |
 |
 |
|
| |
Grootschalig onderzoek rond de scheidingssituatie in Vlaanderen
Interdisciplinair Project voor de Optimalisatie van Scheidingstrajecten (IPOS)
De ´scheidingsrevolutie´ die we de afgelopen tijd ook in Vlaanderen gekend hebben, roept onderzoeks- , praktijk- en beleidsvragen op. In het onderzoek lag de klemtoon tot nog toe op het in kaart brengen van het veranderend juridisch en maatschappelijk scheidingslandschap. Dit heeft geleid tot inzicht in scheidingspatronen, de regelgeving en de kwetsbare juridische, economische en psychosociale positie van gezinnen in een scheidingssituatie en na scheiding.
Scheiding: een stressvolle omwenteling
Het hoeft immers geen betoog dat het proces van ´uit elkaar gaan´ voor de betrokkenen een stressvolle omwenteling in hun leven is. Scheidende partners moeten vele, complexe beslissingen nemen die het verdere leven van henzelf en hun kinderen beïnvloeden. Hoewel de meeste ex-partners en hun kinderen uiteindelijk stabiliteit vinden en dus op termijn succesvol omgaan met de scheiding, gaat het scheiden op zich, het proces, gepaard met een verlies aan levenskwaliteit voor alle betrokkenen. Het impliceert verlies op verschillende domeinen, onder meer materieel, fysiek, emotioneel en relationeel welzijn, maatschappelijke integratie, veiligheid en productiviteit.
Naar meer kwaliteit van leven voor gezinnen in een scheidingssituatie en na scheiding
Vraag is wat de kwaliteit van leven na de scheiding bepaalt en hoe we op het proces kunnen inwerken, zodat het verlies aan levenskwaliteit zo klein mogelijk wordt en kinderen en ouders zo goed mogelijk door de scheiding komen. Dit is de centrale vraag in het IPOS. De focus ligt niet enkel op gevolgen, maar ook en in het bijzonder op processen die actief worden bij scheiding, met respect voor de zelfdeterminatie van de scheidende partners en hun kinderen.
Focus op het scheidingsproces
Scheiding wordt opgevat als een proces, een overgang met nadruk op de veranderingen zowel bij de kinderen en de ouders als in de gezinsrelaties. Psychosociale, economische en juridische aspecten beïnvloeden elkaar voortdurend tijdens dit proces. De studie van scheiding vanuit dergelijk ´ontwikkelingsperspectief´ vereist dan ook multidisciplinair, strategisch onderzoek.
De studie focust niet alleen op het proces van echtscheiding bij gehuwden, maar ook op het proces van scheiding bij niet-gehuwden.
Colloquium: Scheiden anders bekeken
Het IPOS onderzoeksteam organiseerde rond zijn onderzoeksthema een colloquium op 25 maart 2010 in het Vlaams Parlement te Brussel. Tijdens het colloquium werden de resultaten van het onderzoek bij gezinnen-in-scheiding voorgesteld Na de pauze werden de resultaten van het onderzoek bij de scheidingsdeskundigen besproken. Daarbij werd een debat georganiseerd met vertegenwoordigers uit praktijk, beleid en onderzoek, waarbij de onderzoeksresultaten werden bekeken vanuit hun betekenis voor het beleid en de scheidingspraktijk.
Enkele tendensen uit het onderzoek
Wij schrijven dit op het ogenblik dat het colloquium in Brussel nog volop bezig. Uit een paar krantenartikels (De Standaard 25-3-2010) kunnen we in afwachting van meer gegevens enkele tendensen afleiden van resultaten van het langdurig tweevoudig onderzoek.
Verblijfsco-ouderschap is goed voor het welzijn van de ouders die ervoor kiezen en ertoe in staat zijn. Voor de kinderen echter maakt het niet zoveel uit waar ze wonen. Voor hen is het heel belangrijk dat ze een goed contact behouden met de beide ouders. Uit het onderzoek bij 175 kinderen tussen 11 en 17 jaar blijkt dat vier op de tien kinderen beurtelings bij elk van de ouders gaan wonen en dat wordt bevestigd door de ouders die zelf tot een overeenkomst komen. Is er geen akkoord tussen de ouders, dan laten ze de knoop door de rechter doorhakken. Die beslist in een kwart van de gevallen tot verblijfsco-ouderschap. De “wet tot het bevoorrechten van een gelijkmatig verdeelde huisvesting van het kind van wie de ouders gescheiden zijn…” van 2006 schuift nochtans het gedeelde verblijf naar voren als ‘prioritair’ te onderzoeken. De magistraten hebben evenwel de ruimte binnen de wet om op maat van de gezinnen te werken omwille van de levenskwaliteit van kinderen en ouders. Verblijfsco-ouderschap kent het meeste succes bij ouders met weinig ouderlijk conflict en bij bedienden. Dat is minder het geval bij hogere kaderleden en bij arbeiders.
Opvallend is ook dat ouders die midden in een scheidingsprocedure zitten, melden dat zij een eerder laag gevoel van welbevinden hebben. Dat is bij kinderen niet zo. Bij hen overheerst een gevoel van opluchting. Het is echter mogelijk dat alleen kinderen die aan het onderzoek meededen zich niet heel verdrietig of verward voelen.
Prof. Ann Buysse, coördinator van het onderzoek, stelt: “Hoe beter de relatie met hun moeder en hun vader, hoe beter kinderen zich ook voelen. Ze moeten het idee hebben dat ze altijd een beroep op hen kunnen doen. En ook dat er bij de beslissingen over de scheiding rekening wordt gehouden met wat voor hen belangrijk is. Een jongen wil blijven voetballen. Iemand anders wil naar de muziekles blijven gaan, of samen met opa piano blijven spelen. De vraag die telt, is: hebben mijn ouders gedacht aan wat voor mij belangrijk is om gelukkig te zijn? Tel ik nog mee?” Verder zegt Ann Buysse: “Alle kinderen krijgen wel eens te maken met ouders die ruzie maken. Als het gaat om intens en frequent conflict, wordt het lastig voor hen. Maar als kinderen begrijpen wat er gebeurt en waarom hun ouders ruzie maken, kunnen ze er beter mee omgaan. Daarom moeten scheidingsdeskundigen ouders aanmoedigen om met hun kinderen over de scheiding te praten. Kinderen hebben recht op een duidelijke en correcte uitleg.’
De ouders zijn minder tevreden met hun leven op emotioneel, materieel, fysiek en relationeel gebied en melden een lagere productiviteit en maatschappelijke participatie.
Een EOT (onderlinge toestemming) is milder dan een gerechtelijke procedure op grond van onherstelbare ontwrichting (EOO).
Bemiddeling zou een goed traject zijn voor kinderen, omdat ze minder ouderconflict meemaken. Voor de levenskwaliteit van de ouders is bemiddeling niet relevant.
De ondervraagde deskundigen zijn het niet eens over de zin van bemiddeling. Justitieassistenten, veel geconfronteerd met moeilijke scheidingen, willen scheidenden vanaf het begin naar bemiddeling doen sturen. Hulpverleners en bemiddelaars zijn er ook voorstander van. Magistraten en notarissen houden zich evenwel op de vlakte. Advocaten geloven blijkbaar niet in de zin van bemiddeling. Scheidingsbegeleiding blijft uit het gezichtsveld en wordt niet besproken.
De scheidingsdeskundigen blijven vooral op hun eigen terrein. Buysse pleit voor meer samenwerking onder hen.
Wij hopen grondiger kennis te kunnen nemen van de resultaten van het onderzoek als het gepubliceerd wordt.
IPOS, een strategisch basisonderzoek is een samenwerking tussen KULeuven en UGent.
Bron: http://www.scheidingsonderzoek.be/
|
|
 |
 |
 |
|
|
| |
|
|
| |
|
|
| |
|
|
| |
 |
 |
|
| |
Kleinkinderen tussen twee vuren - bezoekruimte "Het huis" in de actualiteit
ANTWERPEN - Tweemaal in de maand mag Denise haar kleinkinderen zien in een neutrale bezoekruimte. Haar ex-schoondochter wil dat liever niet. ‘In het begin draaiden ze gewoon hun rug naar me toe. Ik besef heus wel dat het voor die kinderen ook heel moeilijk is.'
|
De vrouw op de foto is niet Denise, maar wel Rita Hey, initiatiefneemster van Het Huis, in de speelruimte waar (groot)ouders en (klein)kinderen elkaar op neutraal terrein ontmoeten. |
www.hethuis.be
www.caw.be
***
In het Huis worden valselijke beschuldigingen tussen scheidende ouders blootgelegd
De Antwerpse vzw Het Huis biedt een neutrale bezoekruimte aan kinderen en ouders uit (v)echtscheidingen en verricht daarmee als vrijwilligersorganisatie baanbrekend werk.
Het bijzondere aan het Huis is dat de (groot)ouder en het kind nooit helemaal alleen gelaten worden, dat er altijd begeleiding in de buurt is en iemand observeert.
Indien nodig kunnen zij ondersteuning bieden.
Wat ook bijzonder is, is dat van de bezoeken verslagen worden gemaakt en aan de rechtbank worden doorgegeven.
Voorbeeld.
Stel: een vrouw beschuldigt haar ex valselijk van geweld, waardoor de relatie tussen vader en kind wordt ingeperkt en bemoeilijkt.
Tijdens een contact tussen het kind en de vader in het Huis kan blijken dat het kind zich wél op zijn gemak bij papa voelt en dat er wél een fijn contact is.
Doordat daar een verslag voor Justitie van wordt gemaakt, kunnen de contacten tussen die ouder en dat kind evolueren en eventuele valse beschuldigingen blootgelegd worden.
Het Huis werkt in opdracht van Justitie, maar kun je er ook zonder tussenkomst van de rechter terecht?
“In principe wel”, zegt Rita Hey van het Huis, maar in 9 van de 10 gevallen worden de bezoeken door een rechtbank opgelegd.
Mensen die worstelen met een scheiding waar de kinderen de dupe van worden, komen voor advies en begeleiding sowieso bij Het Huis terecht.
Tips voor scheidende ouders met kinderen.
1. Overtuig het kind dat, na de echtscheiding, beide ouders hen nog even graag blijven zien.
2. Laat het kind toe om contact te houden met de grootouders en de beide families.
3. Geef de weekendouder alle nodige gegevens over school en hobby’s en ga beiden naar de activiteiten van het kind.
4. Stel duidelijke verblijfsregels op.
5. Bespreek de echtscheidingsproblemen niet in aanwezigheid van het kind.
6. Laat het kind niet kiezen waar het wil verblijven.
7. Betrek het kind niet in procedures.
8. Maak van het kind geen “vervangpartner”.
9. Laat de andere ouder steeds in zijn waardigheid.
Meer info.
Het Huis krijgt geen subsidie en werkt uitsluitend met vrijwilligers.
Het Huis - Wittestraat, 116/3 - 2020 Antwerpen - tel: 03 216.17.17.
Bron: Nieuwsbrief Hulporganisaties nr. 348 d.d. 25-1-2010
|
|
 |
 |
 |
|
|
| |
|
|
| |
 |
 |
|
| |
| Wie betaalt de prijs voor echtscheiding? |
|
De overheid zou werk moeten maken van een tijdelijke financiële ondersteuning van mensen die scheiden, vinden ANN VAN DEN TROOST en DIMITRI MORTELMANS. 'Zo kunnen ex-partners de kans krijgen hun leven opnieuw te organiseren.'
Sociologen en demografen tonen al geruime tijd aan dat het klassieke vader-moedergezin het gezelschap heeft gekregen van tal van andersoortige huishoudvormen zoals nieuw samengestelde gezinnen en eenoudergezinnen. De commerciële markt speelt handig in op dit 'nieuwe' demografische gegeven: kleinere woningen, kleinere verpakkingen in de supermarkt, reizen voor alleenstaanden, en ga zo maar door. Ook de promotiestunt van P-magazine ('Hoera, u wint een scheiding') getuigt van de commercialisering van echtscheiding. In die commerciële slipstream organiseert Vlaanderen nu ook, in navolging van Oostenrijk en Nederland, de eerste echtscheidingsbeurs. De motivatie is duidelijk: Vlamingen beslissen steeds vaker een punt te zetten achter hun relatie en ze doen dit ook steeds sneller. Binnen Europa zijn we overigens de koplopers wat echtscheiding betreft. Informatie op maat - zowel juridisch als niet-juridisch - over het hoe en het wat van scheiden is dan ook welgekomen.
De noden die samengaan met de (al lang niet meer nieuwe) demografische realiteit lijken beduidend minder doorgedrongen tot het politieke (onder)bewustzijn. De echtscheidingswetgeving werd de voorbije decennia wel meermaals versoepeld. Dit om tegemoet te komen aan de roep om het beklemmende keurslijf van het oude huwelijksmodel losser te maken. Bijkomend is er een toegenomen aandacht voor bemiddeling en co-ouderschap met als doel het aantal vaak slopende gevechten tussen partners te reduceren. Maar er is meer aan de hand.
Er valt immers te vrezen dat de sporen die echtscheidingen nalaten op sociaal en economisch gebied heel wat minder fraai zullen zijn. Zo is bijvoorbeeld één van de aannames bij de beperking in de duur van het alimentatiegeld dat gescheidenen, vrouwen incluis, economisch zelfredzaam zijn (of dat snel kunnen worden). Men kan zich bezwaarlijk scharen achter dit idee. Niet alleen sociologische analyses, maar zelfs een eenvoudige blik op de arbeidsstatistieken leren dat dit niet zo is. Het traditionele huwelijksmodel is nog steeds sterk aanwezig waardoor in het huidige arbeids- en gezinsbeleid te weinig wordt uitgegaan van de 'nieuwe' demografische realiteit. Zo illustreert het verhoogde armoederisico van eenoudergezinnen de weinig afdoende sociale bescherming van 'afwijkende' gezinsvormen in onze welvaartsstaat. Dat gegeven werd overigens deze week nogmaals bevestigd in het recent gevoerde onderzoek naar de positie van eenoudergezinnen (DS 17 juni).
Het is de taak van de wetgever om aangepaste antwoorden te formuleren op de diverse risico's die samengaan met echtscheiding. Moet er bijvoorbeeld niet dringend nagedacht worden over de mate waarin het verlies van een partner door echtscheiding (en dus vaak ook diens inkomen) als sociaal risico kan worden erkend en welke compensaties hiervoor kunnen worden voorzien? Dit is iets wat bijvoorbeeld wel voorzien is bij overlijden van een echtgeno(o)te. Inkomensverlies door overlijden van een partner of door echtscheiding zijn situaties die in realiteit veel gemeen kunnen hebben, maar door de wetgever per definitie verschillend behandeld worden. Zonder hiermee te zeggen dat ze gelijk dienen behandeld te worden, moet op zijn minst de discussie hierover worden aangegaan.
Onze analyses tonen aan dat de financiële terugval na een relatiebreuk doorgaans een tijdelijke terugval is. Dat betekent dat een tijdelijke ondersteuning via hogere uitkeringen (bijvoorbeeld kinderbijslag) of een aangepaste fiscaliteit ex-partners al de kans zou kunnen geven hun leven opnieuw te organiseren. We pleiten zeker niet voor nieuwe beschermingsmaatregelen die mensen afhankelijk maken van een uitkering. Maar het voorzien in een tijdelijke ondersteuning kan een stimulans betekenen om problemen actief aan te pakken in omstandigheden waarbij naast de emotionele gevolgen niet ook nog de economische gevolgen van de breuk op de schouders van gescheiden vrouwen en mannen komen.
Het is de hoogste tijd om als overheid in te spelen op de noden en behoeften op dit gebied. Deze taak mag niet enkel vervuld worden door de commerciële spelers op het terrein maar moet des te meer ter harte worden genomen door de beleidsmakers. Naast het verstrekken van informatie aan scheidende koppels, hebben we nood aan een beleid dat geënt is op de nieuwe levenslopen van mensen in het algemeen en de echtgescheidenen in het bijzonder. Het zijn die kwetsbare huishoudens die in de toekomst een gepaste institutionele verankering vragen van hun 'nieuwe' samenleefvorm.
Ann Van den Troost is coördinator van het onderzoek 'Scheiding in Vlaanderen'. Dimitri Mortelmans is woordvoerder van 'Scheiding in Vlaanderen'. Beiden zijn verbonden aan het Centrum voor Longitudinaal en Levensloop Onderzoek (CELLO), Universiteit Antwerpen
|
|
|
 |
 |
 |
|
|
| |
|
|
| |
|
|
| |
|
|
| |
|
|
| |
|
|
|