| Informatie - Adviezen |
| |
|
Adviezen
| Advocaat | Bank
| Belastingen | Bestaansmiddelen
| Detective | Deurwaarder
| Echtelijke woning
Echtscheiding
door onderlinge toestemming | Erfenis
| Gezinnen | Gezinswoning
| Gevoelens | Gevolgen
echtscheiding
Geweld | Hulpverlening
| Huwelijksplichten | Huwelijksstelsel
| Jongeren na echtscheiding
| Jurisprudentie Justitiehuizen
| Kerk | Leven
na scheidingNieuwe gezinsvormen
| Nieuwe relatie |
Nieuw-samengestelde gezinnen
Notaris
| Omgangsrecht | Onderhoudsgelden | Onderwijsaangelegenheden
| Ouderlijk gezag | Ouder-naam
Ouderschapsbemiddeling | Overlijden
| Overspel | Procedure
| Relaties | Samenwoning
| Scheidingsbemiddeling Vaderschap
bij scheiding | Vereffening
en verdeling | Wetgeving | Woonstvergoeding |
|
| Artikels : |
- Tips voor scheidende ouders met kinderen
- Gids voor gezinnen - een allesomvattende website (sinds augustus 2009)
- Naslagwerk "Je rechten in je relatie bij huwelijk en samenwonen" door Liliane Versluys
- Boekpublicatie "Kleinkind onbereikbaar" van Cornelie van Well
- Het professorenfilmpje als ouders gaan scheiden uit de website Twee huizen
- Ex-partner kan nog steeds vakantie boycotten
- Vakantie
- "Echtelijke moeilijkheden... en dan? - een praktische leidraad na de nieuwe echtscheidingswet". Boekpublicatie 3-9-2007
- De bescherming van de rechten van de kinderen binnen de Europese Unie volgens de "Nieuwe Brussel II-Regeling"
English text included / Texte Français inclu.
- Federaal contactpunt voor ouderontvoeringen - ook Child Focus werkt aan het oplossen ervan
- Tien basistips voor een positieve opvoeding
- Themanummer 'Echtscheiding': Tijdschrift Voor Welzijnswerk Jg. 31 nr. 283 - april-mei 2007
- 'Tot alles gezegd is' vertelt spannend verhaal voor vaders -
recente roman rond scheiding en kinderontvoering van Enne Koens
- Vallende ouders - Ouders hebben is ook niet alles, vooral als hun relatie stukloopt. Jeugdboek.
- De internationale verklaring van Langeac - Een manifest voor gelijkwaardig ouderschap
- The International Declaration of Langeac - The Langeac "Equal Parenting" Summer School 25-31 July 1999
- Adviezen
voor ouders die gescheiden zijn
- Lectuuradviezen - Nog nooit een kind gezien - boekenkeuze Alexander Witpas, seksuoloog
- Het charter over de gelijkheid van ouders / La Charte de l'Equité Parentale - Caps Enfance
- De vaderverklaring - Oproep aan alle vaders van Nederland - 19 juni 2005
- 1700 = de Vlaamse infolijn
- De Kinder- en Jongerentelefoon heeft vanaf 20 september 2006 een nieuw en gratis nummer 102
- 'Van huwelijkscontract naar opvoedingsbelofte' - nieuwe publicatie van het Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen
- Redelijkheid raakt het hart wanneer zij
weerloos is - Rik Torfs DS 9-9-04
- Zo beperkt u de schade
- Hoe je kinderen doorheen het echtscheidingsproces
kan helpen : Wat wél te doen ? Wat niet te doen ?
- De scheidingsmelding
- Bestendig handboek echtscheiding
- Hoe optimaliseer ik mijn echtscheiding ? Gevolgen
voor fiscaliteit en sociale zekerheid - Boek van Dirk Miseur - Editie 2006-2007
- Mensenrechten |
| |
| |
Kennis is macht,
karakter is meer...
|
|
| |
|
Uw webmaster,
ten dienste van ouders en kinderen
|
|
Bij internationale kinderontvoering
door één ouder: contacteer
de
Centrale Autoriteit
Federaal Contactpunt:
Telefoon: 02/542 67 00
E-mail : kinderontvoering@just.fgov.be
|
|
|
 |
 |
|
| |
Tips voor scheidende ouders met kinderen
1. Overtuig het kind dat, na de echtscheiding, beide ouders hen nog even graag blijven zien.
2. Laat het kind toe om contact te houden met de grootouders en de beide families.
3. Geef de weekendouder alle nodige gegevens over school en hobby’s en ga beiden naar de activiteiten van het kind.
4. Stel duidelijke verblijfsregels op.
5. Bespreek de echtscheidingsproblemen niet in aanwezigheid van het kind.
6. Laat het kind niet kiezen waar het wil verblijven.
7. Betrek het kind niet in procedures.
8. Maak van het kind geen “vervangpartner”.
9. Laat de andere ouder steeds in zijn waardigheid.
Bron: De bezoekruimte "Het huis"
25-1-2010
Het Huis - Wittestraat, 116/3 - 2020 Antwerpen - tel: 03 216.17.17
www.hethuis.be
Symposium
" Van loyaliteitsconflict tot ouderverstoting"
- 'Het huis' in Antwerpen 26 februari 2010: klik hier
- 'Het huis' in Brugge 5 maart 2010: klik hier
|
|
|
 |
 |
 |
|
|
 |
 |
|
| |
Gids voor gezinnen - een allesomvattende website (sinds augustus 2009)
Ga je trouwen of samenwonen?
Ben je zwanger of heb je jonge kinderen?
Ben je alleenstaande ouder of leef je in een nieuw samengesteld gezin?
Je hebt ongetwijfeld wel eens een vraag over het leven in een gezin.
Enkele voorbeelden:
- Ik vond een zakje cannabis in de kamer van mijn dochter. Waar kan ik om raad?
- Binnenkort trekt mijn oudere moeder bij ons in. Waar moet ik rekening mee houden?
- We weten niet of we nog verder willen met onze relatie. Wie kan ons adviseren?
- Ik zou graag een huis kopen, maar ik heb een laag inkomen. Kan ik een sociale lening krijgen?
In de Gids voor Gezinnen vind je duidelijke informatie over jouw concrete situatie.
Adressen en links maken je wegwijs in de diensten die je kunnen helpen.
Alle informatie die gespreid beschikbaar is, wordt hier gebundeld in één geheel. Heel handig dus om vlug iets op te zoeken.
Thuispagina: http://www.gidsvoorgezinnen.be/index.php/home
Klik door naar de rubrieken en thema's of zoek op trefwoord.
De kans is groot dat je iets ontdekt waarvan je niet eens wist dat het bestond!
Deze website werd gelanceerd in augustus 2009 en wordt nog dagelijks geactualiseerd.
Een initiatief van het Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen, met steun van De Vlaamse overheid, Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin.
(Meegedeeld)
|
|
 |
 |
 |
|
|
 |
 |
|
| |
Naslagwerk "Je rechten in je relatie bij huwelijk en samenwonen" door Liliane Versluys

Dit naslagwerk is bedoeld zowel voor advocaten, hulpverleners als voor betrokkenen zelf. Het boek werd op 7 november 2008 gepubliceerd en behandelt alomvattend de problematiek van je rechten in een twee-relatie en het betreft de wetgeving zoals ze nu van toepassing is. Je kan dus volkomen vertrouwen stellen dat de informatie die je eruit opsteekt accuraat en geldig is.
Het boek werd uitgegeven door Uitgeverij EPO in haar Wetsreeks. Het werk telt niet minder dan 760 bladzijden. De winkelprijs is € 39,50.
Om een indruk te geven van de inhoud sommen we hier de grote delen van het werk op:
Deel I. Samenwonen
Deel II. Huwen, rechten en plichten
Deel III. Uit elkaar
Deel IV. De kinderen
Deel V. Niet-Belgen
Deel VI. De belastingen en je relatie
Deel VII. Sociale zekerheid en je relatie
Deel VIII. De prijs van huwelijksmoeilijkheden
Voor de volledige inhoud klik hier
Bij delen I, II en III zijn modellen opgenomen.
Vanaf blz. 706 vind je een bibliografie, noten, een lijst met vindplaatsen van wat infobronnen en een zaakregister.
De auteur Liliane Versluys, advocate, werd bijgestaan door een redactieraad van 20 leden, op één na allemaal dames.
Wil je de inleiding van de auteur lezen klik dan hier

Wil je het interview op Radio 2 beluisteren met Liliane Versluys klik dan hier
Als naslagwerk, werkinstrument en informatiebron rond juridische vragen in een relatie bevelen we dit werk bijzonder aan: het is een betrouwbare en bijna onmisbare gids.
Ghislain Duchâteau
|
|
 |
 |
 |
|
|
 |
 |
|
| |
Boekpublicatie "Kleinkind onbereikbaar" van Cornelie van Well
Verhalen over verbroken relaties tussen grootouders, ouders en kleinkinderen
In oktober 2009 kwam het nieuwste boek van Cornelie van Well uit: Kleinkind onbereikbaar.
In dit boek leest u de verhalen van grootouders, die om uiteenlopende redenen geen contact meer hebben met hun kleinkinderen. Ook kleinkinderen komen aan het woord, evenals ouders die besloten hebben het contact met hun ouders te verbreken.
Deskundigen - mediators, een advocaat - geven praktische tips.
Familietherapeut Else-Marie van den Eerenbeemt geeft haar visie op het belang van een goede kleinkind - grootouder relatie.
Meer informatie en mogelijkheden: klik hier
|
|
 |
 |
 |
|
|
|
|
 |
 |
|
| |
Ex-partner kan nog steeds vakantie boycotten
De Standaard - Binnenland - zaterdag 01 juli 2006
Gescheiden ouders die met hun kinderen op reis willen, moeten soms nog wel toelating vragen aan hun ex.
Je bent gescheiden en wilt met je minderjarige kinderen twee weken naar Spanje. Je wilt een reis boeken in een reisbureau, maar daar vragen ze eerst een bewijs van je ex-partner dat hij/zij het ermee eens is dat je met je kinderen naar Spanje trekt. Wie zijn of haar ex-partner onder druk wil zetten, bijvoorbeeld in verband met alimentatie, zag hier een kans schoon. Geen toestemming geven, waardoor de vakantie in het water valt.
Wie een reis boekt met Thomas Cook kan zoiets niet meer tegenkomen. Dat heeft beslist dat zijn reisbureaus geen schriftelijke toestemming van de ex-partner meer zullen vragen. Bij het uitspreken van de echtscheiding bepaalt de rechter wie het ouderlijk gezag uitoefent. Bijna altijd spreekt de rechter ,,de gezamenlijke uitoefening van het ouderlijk gezag'' uit. Dat betekent dat iemand als ouder alle beslissingen alleen mag en moet nemen tijdens de periode dat de kinderen bij hem of haar zijn.
Dat vindt ook de Vereniging van Vlaamse Reisbureaus (VVR), de grootste Vlaamse beroepsvereniging van de reissector.
,,Wettelijk is de toestemming niet nodig, althans niet als je naar een land gaat dat het Schengen-akkoord heeft ondertekend'', zegt ook de Belangenverdediging van Gescheiden Mannen met Minderjarige Kinderen (BGMK.be Antwerpen). ,,Voor andere landen is het nog aan te raden zo'n toestemming te hebben. Je mag de kinderen op reis nemen naar waar je wilt en zolang je wilt, op voorwaarde dat de reis binnen de periode van je omgangsrecht valt. Als je twee weken strandvakantie in Spanje boekt of een fietsvakantie door Frankrijk, kan je ex daar geen enkel bezwaar tegen hebben. Anders ligt het als de reis gevaar inhoudt. Als je met je vijfjarige dochter een rugzakrondreis door Sumatra plant of een strandvakantie in Israël, kan je ex wel naar de rechter stappen en vragen de reis te verbieden.''
Maar het Steunpunt Blijvend Ouderschap tempert het enthousiasme. ,,Voor kinderen tot twaalf jaar die naar het buitenland reizen, moet je een wit pasje hebben. Dat moet je als ouder aanvragen bij de gemeente. Er zijn gemeenten die dat niet willen afleveren als het om een ouder gaat bij wie het kind niet gedomicilieerd is, zonder schriftelijke toestemming van de andere ouder'', zegt Luc Arron. ,,Bovendien zijn er buiten Thomas Cook nog andere reisorganisatoren en die vragen het wel.''
Met de nieuwe elektronische identiteitskaart is zo'n pasje niet meer nodig. Maar volgens Arron is er een eenvoudiger manier om problemen tijdens de vakantie te vermijden. ,,Laat in het echtscheidingsvonnis van de rechter zetten dat de ene ouder geen verantwoording moet afleggen aan de andere ouder als hij/zij met de minderjarige kinderen naar het buitenland wil.''
(ig)
www.sbo.be
www.diplomatie.be
Zie ook Goudi - Informatie - Adviezen - Vakantie
Reactie en repliek van BGMK.be Antwerpen:
1. dat wit pasje voor kinderen -12j is waardeloos als reisdocument omdat er geen foto opstaat. Het is ten hoogste bruikbaar om er in Wenduine een duwfietsje mee te huren
2. kinderen die naar het buitenland reizen hebben een echte identiteitskaart nodig. Kinderen die naar een land reizen waarvoor de ouders een paspoort nodig hebben, moeten ook een echt paspoort hebben (Buitenlandse Zaken heeft dat goedkoper gemaakt dan een volwassene-pp)
3. het standpunt van Thomas Cook werd vorig jaar al door de V.V.R. betwist
4. niet de touroperator, maar de grenscontrole beslist welke reisdocumenten iemand nodig heeft
5. niet de touroperator, maar de reisagent adviseert de klant
Zie hieronder Vakantie
|
|
 |
 |
 |
|
|
 |
 |
|
| |
Vakantie
1. Welke documenten heb je nodig
om op vakantie te vertrekken?
- paspoort (behalve voor landen die identiteitsbewijs of identiteitskaart
aanvaarden)
- uittreksel uit de geboorteakte, (moet gelegaliseerd worden = gewettigd
worden)
- schriftelijke toestemming van vader of moeder voor een reis van
een minderjarige zonder één van de ouders,
zeker naar het buitenland (dient ook op het gemeentehuis gelegaliseerd
te worden).
- identiteitskaart
- SlS-kaart
Ouderlijke toestemming
Er bestaan noch in België noch in het buitenland vaste nationale
of internationale procedures of formulieren die de ouderlijke toestemming
voor reizen vastleggen.
Ongeacht de invulling van het ouderlijk gezag (gezamenlijk of exclusief)
is het de plicht van elke ouder de andere ouder in te lichten als
men op vakantie (binnen- of buitenland) gaat.
Je maakt best goede afspraken met je ex omtrent vertrek en retourdatum.
Wees zo vriendelijk verblijfsadressen en/of telefoonnummers met
elkaar uit te wisselen, zodat indien nodig contact kan worden gezocht.
Opletten met landen buiten Europa. Vb. Marokko. Stel: een gescheiden
paar, de allochtone vader wil met zijn kind jonger dan 12 op vakantie
naar Marokko, dan moet de moeder daarvoor toestemming geven op het
gemeentehuis; daarbij moet het kind aanwezig zijn. Wanneer het kind
er niet bij is, kan de toestemming van de moeder niet gewettigd
worden.
Als je op reis gaat naar het buitenland en er vallen dagen buiten
de normale verblijfsregeling (vonnis of bij
E.O.T.) dan heb je een schriftelijke toestemming nodig van je ex-partner.
Voor landen waarvoor je een internationaal paspoort nodig hebt,
is de schriftelijke toestemming van de andere ouder steeds nodig.
Identiteitskaart
Identiteitsbewijs voor kinderen jonger dan 12 jaar. leder kind jonger
dan 12 dat ingeschreven is in de bevolkingsregisters of het vreemdelingenregister
moet een identiteitsbewijs (zonder foto) bezitten. Dit is enkel
geldig in België. Voor reizen naar het buitenland kan de ouder
op wiens adres het kind is ingeschreven, samen met het kind in het
gemeentehuis, dienst bevolking, een identiteitskaart met foto afhalen
die 5 jaar geldig is vanaf de datum van uitgifte.
Iedere Belg die ten minste twaalf jaar oud is en ingeschreven is
in het bevolkingsregister moet een identiteitskaart bezitten.
Vanaf 15 jaar moet iedereen deze kaart steeds bij zich hebben. Wanneer
de identiteitskaart beschadigd is, wanneer de foto niet meer gelijkend
is, wanneer men naar een andere gemeente verhuist of van naam verandert,
dient men een nieuwe identiteitskaart aan te vragen.
Diefstal of verlies van de identiteitskaart móet onmiddellijk
worden aangegeven bij de politie.
Een nieuwe kaart wordt op het gemeentehuis, dienst bevolking aangevraagd.
Hierbij moet men één pasfoto
meebrengen.
Als men de verloren of gestolen kaart binnen de vijftien dagen terugvindt,
moet men zich onmiddellijk melden
bij de dienst bevolking. Na deze termijn wordt de kaart geannuleerd.
SIS-kaart (Sociaal Informatie Systeem)
Voor vakantie in het binnenland: De SIS-kaart niet vergeten voor
het binnenland. De SIS-kaart is persoonlijk. Een dubbel exemplaar
kan je niet verkrijgen, wel kan je bij je mutualiteit de SIS-kaart
laten uitprinten. Die voorlopige SIS-kaart is twee maanden geldig.
Niet vergeten enkele kleefbriefjes van de mutualiteit aan je ex
te vragen voor het geval het kind op reis ziek
zou worden of slachtoffer zou zijn van een ongeval.
In het buitenland heeft een SIS-kaart geen zin omdat men ze niet
kan inlezen.
Een goede reisbijstandsverzekering is eveneens aan te raden.
2. Vakantietijd kan eenzame tijd
zijn, maar ook een tijd met kansen
Heel veel gescheiden ouders maken nu de eenzaamste periode van
het jaar door, zeker het eerste jaar dat ze een lange periode zonder
de kinderen doorbrengen. Velen hebben het daar moeilijk mee. Dikwijls
hebben ze zelf geen vakantie gepland omdat ze er tegenop zien alleen
op reis te gaan of omdat ze nog niet alleen durven weg te gaan.
En zo gebeurt het dat ze voor het eerst helemaal alleen zitten.
Het eerste jaar is het lastigste. Het helpt wanneer je die periode
vooraf goed plant. Maak dat je dingen te doen hebt. Regel afspraken
met familie, vrienden en kennissen. Kom buiten.
Anderzijds heb je de vaders die voor het eerst lang alleen zijn
met hun kinderen. Dikwijls zie je dat die vaders dat eigenlijk heel
goed doen. Vele mannen hebben na hun scheiding een betere relatie
met hun kinderen dan toen ze nog gehuwd waren. Daarom valt de scheiding
hun op het einde van de gemeenschappelijke vakantie dikwijls zwaar.
Wanneer je ex-partner met de kinderen op vakantie is, hoed je er
dan voor te pas en te onpas te bellen. Door constant te bellen of
te verwachten dat je kind je opbelt, confronteer je de kinderen
teveel met jouw eenzaamheid en stel je hen daarvoor verantwoordelijk.
Doe het niet, hoe enorm lastig dat bij momenten ook moge zijn.
Armand Vervaet, administratieve medewerker BGMK vzw
Uit : Hoop! ts. BGMK.vzw jg. 27 nr. 2 juni - juli - augustus
2005 pp.12-13
Voor de meest recente gegevens klik op: www.diplomatie.be
|
|
 |
 |
 |
|
|
 |
 |
|
| |
"Echtelijke moeilijkheden... en dan? - een praktische leidraad na de nieuwe echtscheidingswet". Boekpublicatie 3-9-2007

Graag wil ik uw aandacht vestigen op een publicatie die in de verenigingen of bij individuele hulpverlening aan mensen die in een echtscheidingssituatie komen, bijzonder nuttig zou kunnen zijn. Aan de hand van dit boekje kunnen de betrokkenen zelf de gegevens opzoeken die voor hen van belang zijn in hun situatie.
Het boekje heet
"Echtelijke moeilijkheden... en dan? - een praktische leidraad na de nieuwe echtscheidingswet".
Het is geschreven door drie advocaten: Jan Roodhooft | Wim Smets | Monika Moens. Het is uitgegeven bij de Standaard Uitgeverij september 2007. 176 bladzijden.
ISBN 978 90 341 9229 5
D/2007/0034/371
NUR 820
Prijs: € 18.
Het boekje is verschenen net toen de nieuwe echtscheidingswet op 1 september 2007 van toepassing werd. Het bevat dan ook alle informatie over de echtscheiding en aanverwante thema's zoals die nu na het invoeren van de wet in de praktijk toepasselijk is. Het is dus bijzonder actueel en naar mijn mening de eerste publicatie die voor het algemeen publiek is bestemd met alle bepalingen van de wet in de huidige situatie. Het is een leidraad of een handleiding waar iedereen die dat wil aan de hand van de inhoudstafel direct de gegevens kan opzoeken die hem/haar interesseren en die van belang kunnen zijn van de eigen concrete situatie van dat ogenblik.
Het is ook een volledige handleiding. Ik geef een idee van de inhoud van 11 hoofdstukken en 5 bijlagen:
- een kort overzicht van wat er verandert met de nieuwe echtscheidingswet
- enkele algemene aanbevelingen
- enkele beveiligende maatregelen: verzegeling, inventarisatie, intrekken van volmachten
- bij de vrederechter: wanneer kan dat? hoe verloopt de procedure? welke maatregelen kan de vrederechter bevelen? hoe lang gelden die maatregelen? zelf een overeenkomst op papier zetten?
- echtscheiding met onderlinge toestemming: de voorwaarden, de procedure, de overeenkomsten, wijzigbaarheid van de overeenkomsten
- naar de rechtbank zonder akkoord: de voorlopige maatregelen, de echtscheidingsprocedure op grond van onherstelbare ontwrichting van het huwelijk, de alimentatie na echtscheiding, de vereffening en verdeling
- als een echtgenoot een vreemde nationaliteit heeft: welke rechter is bevoegd? welk recht is van toepassing?
- scheiding van tafel en bed
- naar een scheidingsbemiddelaar
- het overgangsrecht
In de bijlagen zitten:
- de gecoördineerde wettelijke bepalingen (volgens de nieuwe echtscheidingswet)
- het verzoekschrift tot echtscheiding en voorlopige maatregelen
- de dagvaarding in echtscheiding en voorlopige maatregelen
- voorbeeld van een echtscheiding door onderlinge toestemming
- het verzoekschrift voor aanvang van echtscheiding op grond van een onherstelbare ontwrichting van het huwelijk
Er staat zelfs een ruime bladzijde in over de woonstvergoeding blz. 102-103 - wat van advocaten toch ongebruikelijk is.
Aanbevolen om zich ter dege te informeren.
Ghislain Duchâteau
|
|
 |
 |
 |
|
|
 |
 |
|
| |
De bescherming van de rechten van de kinderen binnen de Europese Unie volgens de "Nieuwe Brussel II-Regeling"
English text included : The protection of children's rights within the European Union under the "New Brussels II Regulation"
Texte Français inclu : La protection des droits de l’enfant dans l’Union européenne en vertu du «nouveau règlement Bruxelles II»
Vanaf 1 maart 2005 zullen vonnissen over de ouderlijke verantwoordelijkheid erkend worden in de hele Europese Unie als gevolg van een nieuwe regeling door de Raad. Het doel is een gemeenschappelijke juridische ruimte te creëren op het gebied van het familierecht om de situatie te verbeteren van kinderen na de scheiding van hun ouders. Een van de belangrijkste objectieven is te verzekeren dat een kind contact kan blijven houden met zijn beide ouders na een scheiding zelfs als die in verschillende lidstaten wonen. De regeling probeert ook een einde te stellen aan het probleem van de kinderontvoeringen door een ouder binnen de Europese Unie.
Als een Frans koppel bijvoorbeeld in België woont en wenst te scheiden, dan kan het kiezen om de procedure in Frankrijk of in België te voeren en de echtscheiding zal automatisch erkend worden in de andere lidstaat.
Erkenning en uitvoering van echtscheidingsvonnissen en van vonnissen over de ouderlijke verantwoordelijkheid gelden voor de hele Europese Unie behalve Denemarken. De regeling geldt voor procedures die ingezet worden na 1 maart 2005. De regeling is ook van toepassing bij scheiding van ouders die niet gehuwd waren. Vonnissen over de omgangsregeling of over de terugkeer van een kind als gevolg van ontvoering zullen in de lidstaten op basis van wederzijds vertrouwen niet meer worden betwist. De Regeling creëert een samenwerkingssysteem tussen de centrale overheden van de lidstaten. Die overheden zullen de communicatie tussen de rechtbanken ondersteunen en zullen akkoorden tussen ouders vergemakkelijken bijvoorbeeld via bemiddeling.
De tekst van de persmededeling over deze Brussel II-Regeling is enkel beschikbaar in het Engels en het Frans. We geven ze hieronder weer :
E N G L I S H
MEMO/05/70
Brussels, 1st March 2005
The protection of children’s rights within the European Union under the “New Brussels II Regulation”
From 1 March 2005, judgments on parental responsibility will be recognised throughout the European Union pursuant to a new Council Regulation. The aim is to create a common judicial area in the field of family law to improve the situation of children after the separation of their parents. One of the main objectives is to ensure that a child can maintain contact with both parents after a separation even when they live in different Member States. It seeks also to put an end to the problem of parental child abduction within the European Union.
Background
The Regulation is part of the ongoing work within the EU to create a genuine judicial area based on the principle of mutual recognition of judicial decisions. This goal is set out in the Programme for mutual recognition of judgments. Access rights were identified as a priority for judicial cooperation by the European Council in Tampere in 1999.
The first step towards a mutual recognition of judgments in the family law area was taken with Council Regulation (EC) No 1347/2000 of 29 May 2000 (“the Brussels II Regulation”) which entered into force on 1 March 2001. The Brussels II Regulation set out uniform rules on jurisdiction and the recognition and enforcement of divorce judgments and to certain judgments on parental responsibility. Judgments on parental responsibility were recognised only to the extent that they were issued in the context of a divorce proceeding and concerned children common to both spouses. As a result, the Regulation was not applicable in the numerous cases where the parents were unmarried, the judgment on parental responsibility was issued either before or after a divorce proceeding or the child was not common to both spouses.
The scope of the Brussels II Regulation showed itself to be too narrow as far as parental responsibility matters were concerned. For this reason, the Commission proposed in 2002 a draft Regulation that would cover all decisions on parental responsibility. The Regulation was adopted under the Italian Presidency in November 2003.
Relevance
As citizens increasingly move within the European Union, there is a growing number of cases where family members are not of the same nationality and/or do not live in the same Member States. This social reality creates a need to lay down uniform rules to determine the competent court and to facilitate mutual recognition of judgments. If, for example, a French couple living in Belgium want to divorce, the Regulation gives the spouses the choice to file for divorce in either France or Belgium. The divorce decision will be automatically recognised in the other Member State.
Summary of the new Brussels II Regulation
Council Regulation (EC) No. 2201/2003 of 27 November 2003 concerning jurisdiction and the recognition and enforcement of judgments in matrimonial matters and the matters of parental responsibility (“the new Brussels II Regulation”) will enter into application on 1 March 2005. It will repeal and replace the Brussels II Regulation from that date.
The Regulation applies in all Member States except Denmark. It applies to legal proceedings instituted after 1 March 2005.
The Regulation unifies the legal framework in the field of family law. The provisions on divorce and matters of parental responsibility are brought together in one single text. The rules on divorce are taken over practically unchanged from the Brussels II Regulation.
In order to ensure equality for all children, the scope extends to cover all decisions on parental responsibility. It is irrelevant whether the parents are or were married and whether the child is common to the parties.
The grounds of jurisdiction are shaped in the light of the best interests of the child. Jurisdiction lies, as a general rule, with the Member State of the child’s habitual residence. It introduces a possibility, in exceptional cases, to transfer a case to a court of another Member State, if that court is better placed to hear the case. A court can only transfer a case if it has been accepted by at least one of the parties and it is in the best interests of the child.
Based on the principle of mutual trust, a judgment given in one Member State shall be recognised in all other Member States. The grounds for non-recognition are kept to a strict minimum. The State addressed should review neither the jurisdiction of the State origin, nor the findings of fact. For the first time in the field of judicial co-operation in civil law, the European Union does away with the intermediate procedure (so-called “exequatur procedure”) for certain types of judgments. Hence, judgments on access rights and judgments ordering the return of a child following an abduction will no longer be treated differently or be subject to additional procedures because they are issued in another Member State. The judge of origin shall simply issue a certificate indicating that certain procedural requirements have been respected, in particular that the child and the parties have been given an opportunity to be heard. The suppression of these procedures will make it easier to exercise visiting rights when the parents live in different Member States and thus ensure that a child can maintain regular contact with both parents. This principle was endorsed by the European Council in Tampere in 1999. It is also in line with the Programme on mutual recognition that foresees the gradual suppression of exequatur for all decisions in civil and commercial matters.
The Regulation seeks to solve the problem of parental child abduction within the European Union. It will complement and reinforce the Hague Convention of 25 October 1980 on the civil aspects of international child abduction, which is in force in all Member States. To create a deterrent effect, the Regulation states that courts of the Member State of the child’s habitual residence before the abduction keep jurisdiction also after the abduction and have the final say to decide where the child shall stay. In addition, the Regulation reinforces the obligation to order the immediate return of the child. The courts of the requested State shall always order the return of the child to the Member State of origin if the child can be protected there.
The courts must issue the decision within a time-limit of six weeks and give the child as well as the left-behind parent the opportunity to be heard. If the court decides that the child shall not return, it shall send a copy of the decision to the competent court in the Member State of origin, which has the final say. The judge of origin shall co-operate with the judge who took the decision on non-return. A decision by the court of origin entailing the return of the child is directly recognised and enforceable in the other Member State without any intermediate procedure. This serves to ensure the child’s quick return.
Finally, the Regulation creates a system of co-operation between central authorities which will be designated in all Member States. These authorities will support communications between courts, and facilitate agreements between parents e.g. mediation.
Facts and figures
Although there are no exact statistics available on the number of “cross-border” divorces and cases of parental responsibility within the European Union, it is safe to say that a considerable number of citizens are affected. As an example, approximately 15 per cent of the divorces pronounced in Germany each year (approximately 30.000 couples) concern couples of different nationalities.
Statistics on child abduction cases can be found at the web-site of the Hague Conference on Private International law. It is understood that further works to collect statistics on child abduction are in progress in view of the next Special Commission in 2006. A statistical analysis of the application of the 1980 Hague Convention made in 1999 showed that hundreds of children were victim of abduction within the European Union each year.
Follow-up
The Regulation will continuously monitor the application of the Regulation. In addition, the central authorities designated under the Regulation will meet regularly in the framework of the European Judicial Network in civil and commercial matters to discuss the application of the Regulation.
For more information :
http://europa.eu.int/comm/justice_home/ejn/parental_resp/parental_resp_ec_en.htm
FRANCAIS
MEMO/05/70
Bruxelles, le 1er mars 2005
La protection des droits de l’enfant dans l’Union européenne en vertu du «nouveau règlement Bruxelles II»
À compter du 1er mars 2005, les décisions judiciaires en matière de responsabilité parentale seront reconnues à travers l’Union européenne en application d’un nouveau règlement du Conseil. Le but recherché est de créer un espace judiciaire commun dans le domaine du droit de la famille afin d’améliorer la situation des enfants après la séparation de leurs parents. L’un des principaux objectifs est de faire en sorte qu’un enfant puisse entretenir des contacts avec ses deux parents après une séparation, même lorsqu’ils vivent dans des États membres différents. Ce règlement vise aussi à mettre fin au problème des enlèvements parentaux dans l'Union européenne.
Contexte
Ce règlement s’inscrit dans le cadre des travaux en cours au sein de l’UE en vue de créer un véritable espace de justice fondé sur le principe de la reconnaissance mutuelle des décisions judiciaires. Cet objectif figure dans le programme pour la reconnaissance mutuelle des décisions judiciaires. Le Conseil européen de Tampere de 1999 avait considéré le droit de visite comme une priorité en matière de coopération judiciaire.
La première étape sur la voie de la reconnaissance mutuelle des décisions dans le domaine du droit de la famille avait été franchie avec l'adoption du règlement (CE) n° 1347/2000 du 29 mai 2000 («règlement Bruxelles II»), entré en vigueur le 1er mars 2001. Le règlement Bruxelles II fixait des règles uniformes concernant la compétence, la reconnaissance et l'exécution des décisions de divorce et de certaines décisions en matière de responsabilité parentale. Les décisions en matière de responsabilité parentale n’étaient reconnues que lorsqu’elles étaient rendues dans le cadre d’une procédure de divorce et qu’elles concernaient les enfants communs. Le règlement était par conséquent inapplicable dans de nombreux cas: lorsque les parents n’étaient pas mariés, lorsque la décision relative à la responsabilité parentale avait été rendue soit avant, soit après la procédure de divorce, ou lorsque l’enfant n’était pas commun aux deux conjoints.
Le champ d’application du règlement Bruxelles II s’est avéré trop étroit en ce qui concerne les questions de responsabilité parentale. C’est pour cette raison que la Commission a présenté en 2002 un projet de règlement qui s’appliquerait à toutes les décisions en matière de responsabilité parentale. Ce règlement a été adopté sous la Présidence italienne en novembre 2003.
Pertinence
La mobilité des citoyens au sein de l’Union européenne allant croissant, le nombre de familles dont les membres n’ont pas la même nationalité et/ou ne vivent pas dans le même État membre ne cesse d'augmenter. Cette réalité sociale crée une nécessité d’établir des règles uniformes afin de déterminer la juridiction compétente et de faciliter la reconnaissance mutuelle des décisions judiciaires. Si, par exemple, un couple français vivant en Belgique souhaite divorcer, le règlement donne aux conjoints le choix de demander le divorce soit en France, soit en Belgique, et la décision de divorce sera automatiquement reconnue dans l'autre État membre.
Résumé du nouveau règlement Bruxelles II
Le règlement (CE) n° 2201/2003 du Conseil du 27 novembre 2003 relatif à la compétence, la reconnaissance et l'exécution des décisions en matière matrimoniale et en matière de responsabilité parentale («nouveau règlement Bruxelles II») entrera en vigueur le 1er mars 2005.
Il abrogera et remplacera le règlement Bruxelles II à compter de cette date.
Il s’applique dans tous les États membres, à l'exception du Danemark, et couvre les actions judiciaires intentées après le 1er mars 2005.
Ce règlement unifie le cadre législatif dans le domaine du droit de la famille. Les dispositions en matière de divorce et de responsabilité parentale sont rassemblées dans un texte unique, et celles relatives au divorce sont reprises pratiquement telles quelles du règlement Bruxelles II. Afin de garantir l’égalité pour tous les enfants, le champ d’application a été étendu à toutes les décisions en matière de responsabilité parentale, indépendamment du fait que les parents soient mariés ou non, qu’ils l’aient été ou non, et que l’enfant soit commun aux parties ou non.
Les règles de compétence sont conçues en fonction de l'intérêt supérieur de l'enfant. Généralement, ce sont les juridictions de l'État membre dans lequel l'enfant a sa résidence habituelle qui sont compétentes. Le règlement instaure la possibilité, dans des cas exceptionnels, de renvoyer l’affaire à une juridiction d’un autre État membre, si cette juridiction est mieux placée pour connaître de l’affaire. Une juridiction ne peut renvoyer l’affaire que si ce renvoi a été accepté par l'une des parties au moins et qu’il sert l'intérêt supérieur de l'enfant.
Sur la base du principe de la reconnaissance mutuelle, une décision rendue dans un État membre sera reconnue dans tous les autres États membres. Les motifs de non-reconnaissance sont réduits au strict minimum. L'État requis ne doit contrôler ni la compétence de l'État d'origine, ni le fond de la décision. Pour la première fois dans le domaine de la coopération judiciaire civile, l’Union européenne supprime la procédure intermédiaire (procédure dite «d’exequatur») pour certains types de décisions judiciaires. Par conséquent, les décisions relatives au droit de visite et celles ordonnant le retour d'un enfant après un enlèvement parental ne feront plus l’objet d’un traitement différent ni de procédures supplémentaires au motif qu’elles ont été rendues dans un autre État membre. Le juge d’origine se bornera à délivrer un certificat indiquant que certaines règles de procédure ont été respectées, notamment que l’enfant et les parties ont eu la possibilité d’être entendus. La suppression de ces procédures facilitera l’exercice du droit de visite lorsque les parents vivent dans des États membres différents, et permettra donc de garantir que l’enfant pourra entretenir des contacts réguliers avec ses deux parents.
Ce principe a été approuvé par le Conseil européen de Tampere de 1999. Il cadre également avec le programme pour la reconnaissance mutuelle, qui prévoit la suppression progressive de l'exequatur pour toutes les décisions en matière civile et commerciale.
Le règlement vise à résoudre le problème des enlèvements parentaux dans l’Union européenne. Il complétera et renforcera la convention de La Haye du 25 octobre 1980 sur les aspects civils de l’enlèvement international d’enfants, en vigueur dans tous les États membres. Pour produire un effet dissuasif, le règlement prévoit que les juridictions de l'État membre dans lequel l'enfant résidait habituellement avant l’enlèvement parental demeurent compétentes même après l’enlèvement et décident en dernier ressort du lieu de résidence futur de l’enfant. De surcroît, le règlement renforce l’obligation d’ordonner le retour immédiat de l’enfant. Les juridictions de l’État requis ordonneront toujours le retour de l’enfant vers l’État membre d’origine s’il peut y être protégé. Les juridictions doivent rendre leur décision dans un délai de six semaines et donner à l’enfant ainsi qu’au parent dont l’enfant a été enlevé la possibilité d’être entendus. Si la juridiction décide du non-retour de l'enfant, elle doit transmettre une copie de la décision à la juridiction compétente dans l’État membre d’origine, qui décide en dernier ressort. Le juge d’origine est tenu de coopérer avec le juge ayant rendu la décision de non-retour. Toute décision d’une juridiction d’origine entraînant le retour de l’enfant est directement reconnue et exécutoire dans l’autre État membre, sans aucune procédure intermédiaire, ce qui a pour effet de garantir le retour rapide de l’enfant.
Enfin, le règlement instaure un système de coopération entre les autorités centrales qui seront désignées dans tous les États membres. Ces autorités faciliteront la communication entre les juridictions, ainsi que la conclusion d'accords entre les titulaires de la responsabilité parentale, notamment par la médiation.
Faits et chiffres
Bien qu'il n'existe pas de statistiques précises disponibles concernant le nombre de divorces ou d'affaires en matière de responsabilité parentale présentant un caractère «transfrontalier» dans l'Union européenne, il est raisonnable de dire qu'un nombre important de citoyens est concerné. Ainsi, 15 % environ des divorces prononcés chaque année en Allemagne (quelque 30 000 couples) concernent des couples dans lesquels les conjoints n'ont pas la même nationalité.
Des statistiques relatives aux affaires d'enlèvements d'enfants sont disponibles sur le site Internet de la Conférence de La Haye de droit international privé. Il semble que des travaux complémentaires visant à collecter des statistiques relatives aux enlèvements d'enfants soient en cours, en vue de la prochaine Commission spéciale de 2006. Une analyse statistique de l’application de la Convention de La Haye de 1980, réalisée en 1999, a montré que des centaines d'enfants étaient victimes d'enlèvement chaque année dans l'Union européenne.
Suivi
La Commission assurera un suivi constant de l'application du règlement. En outre, les autorités centrales désignées en application du règlement se réuniront régulièrement dans le cadre du Réseau judiciaire européen en matière civile et commerciale pour discuter de l'application du règlement.
De plus amples informations sont disponibles à l'adresse suivante:
http://europa.eu.int/comm/justice_home/ejn/parental_resp/parental_resp_ec_fr.htm
|
|
 |
 |
 |
|
|
 |
 |
|
| |
Federaal contactpunt voor ouderontvoeringen - ook Child Focus werkt aan het oplossen ervan
Donderdag 27 januari 2005 werd in een persconferentie met de ministers van buitenlandse zaken en justitie officieel de oprichting meegedeeld van een contactpunt voor ouderontvoeringen van kinderen naar het buitenland. Het is constant bemand en dus permant bereikbaar:
Het artikel in De Standaard van vrijdag 28 januari 2005 van de hand van Inge Ghijs geeft daarover veel informatie. Daaruit is zeker aandacht te besteden aan de mededeling dat er op 1 maart 2005 een nieuw Europees Reglement van kracht wordt, op grond waarvan de onmiddellijke terughaling van een ontvoerd kind op grond van een rechterlijke beslissing mogelijk wordt. Minder duidelijk is dat er vanaf 1 maart geen verzet meer mogelijk zou zijn tegen een beslissing over omgangsrecht.
BRUSSEL - Stel: je kind wordt door je partner ontvoerd naar het buitenland. Elk jaar overkomt het meer dan honderd moeders of vaders. Voor hen is er nu een federaal contactpunt. Het wil ouders steunen en begeleiden bij het vaak langdurige en ingewikkelde proces om hun kind terug te krijgen. Maar Child Focus, dat al jarenlang expertise heeft op dat vlak, voelt zich in de kou staan.
De overheidsdienst Justitie behandelde vorig jaar 118 dossiers van internationale ontvoeringen. Buitenlandse Zaken nog eens 15 dossiers, dat zijn er 133. In 2000 waren het nog maar 93. Beide diensten slaan de handen in elkaar en richtten een federaal contactpunt in. Op die manier willen ze alle informatie centraliseren, de individuele dossiers behandelen en de ouders en kinderen financieel en psychologisch ondersteunen.
Het contactpunt bestaat uit zes juristen, twee psychologen en drie gegradueerden in de rechten.
Het contactpunt zal ook samenwerken met parketten en hun wachtdiensten. Indien een dringende tussenkomst noodzakelijk is, kunnen de parketmagistraten van wacht zich wenden tot het contactpunt met het oog op een onmiddellijke tussenkomst bij de bevoegde buitenlandse centrale autoriteit. Dat is bedoeld voor specifieke situaties die te maken hebben met het tijdsverschil. Indien een magistraat van wacht verneemt dat een ouder zich samen met zijn kind in het vliegtuig bevindt, bijvoorbeeld naar Canada, en dat het risico bestaat dat beiden meteen na aankomst verdwijnen, dan kan de magistraat aan de Canadese autoriteiten vragen om maatregelen te nemen.
Tot nu toe was Child Focus de schakel tussen de overheid en de ouders en zorgden zij voor juridisch advies. Maar Child Focus voelt zich nu in de kou staan. ,,We zijn blij dat het federale contactpunt er is. Wij pleiten al lang voor overleg tussen Justitie en Buitenlandse Zaken en het is toe te juichen dat de overheid zijn verantwoordelijkheid neemt'', zegt Isabelle Marneffe van Child Focus.
,,Maar wij hebben toch jarenlange ervaring in dit soort dossiers en in psychologische begeleiding We zijn totaal niet betrokken geweest bij de oprichting van het contactpunt. Ook in de teksten over het contactpunt worden de ngo's zoals wij niet genoemd. We hebben een protocolakkoord met het ministerie van Justitie, dat kan minister van Justitie Laurette Onkelinx toch niet zomaar opzeggen?''
Volgens Marneffe zou Child Focus zeker een meerwaarde kunnen leveren. ,,En voor een aantal ouders heeft Child Focus volgens ons toch een lagere drempel. We denken dat we nuttig kunnen zijn en zijn vragende partij om mee te werken.''
In 2004 opende Child Focus 419 nieuwe dossiers in verband met parentale ontvoeringen. Daarbij kwamen 156 dossiers van de afgelopen jaren die nog niet waren afgesloten. In de helft van de gevallen gaat het om preventiedossiers: ouders die vrezen dat hun kinderen ontvoerd zullen worden.
In dat geval wordt aangeraden om de paspoorten bij te houden, de school te verwittigen, foto's van de kinderen en de ouder te bezorgen, zodat ze desnoods internationaal geseind kunnen worden.
Deze preventiedossiers hebben vaak te maken met mensen die gehuwd zijn met iemand uit Noord-Afrika, maar vaak komt het in die gevallen niet tot een echte ontvoering.
In de andere helft van de dossiers van Child Focus worden wel één of meer kinderen ontvoerd. Bijna de helft van die kinderen worden in België gelokaliseerd, dan nemen andere organisaties de zaak van Child Focus over. Maar in meer dan honderd gevallen zijn de kinderen ook effectief in het buitenland beland.
Als het kind ontvoerd is naar een van de 43 landen die verbonden zijn door het Verdrag van Den Haag, dan komt het ministerie van Justitie tussenbeide om via een juridische procedure het kind terug naar België te halen. ,,Maar er zijn al heel wat achterpoortjes gevonden waardoor het toch allemaal lang kan duren'', zegt Marneffe.
Het goede nieuws is dat er op 1 maart een nieuw Europees Reglement van kracht wordt dat geldt voor 23 van de 24 Europese lidstaten (Denemarken doet niet mee). Als een kind ontvoerd is naar een van die landen, en de Belgische rechter beslist dat het kind terug naar België moet komen, dan is die beslissing onmiddellijk uitvoerbaar. Deze maatregel zou een ontradend effect moeten hebben.
De meeste kinderen die naar een ander land worden ontvoerd, worden naar een Europees land ontvoerd. Frankrijk staat bovenaan de lijst.
Op 1 maart verandert er ook wat inzake het bezoekrecht. Het zal niet meer mogelijk zijn om zich te verzetten tegen een beslissing over het bezoekrecht, op voorwaarde dat die beslissing gepaard gaat met een certificaat waaruit blijkt dat bepaalde formaliteiten zijn vervuld.
Ook als een kind naar Marokko en Tunesië wordt ontvoerd, treedt het ministerie van Justitie in actie. Met die landen heeft België een overeenkomst waardoor de problematiek in een speciale commissie wordt behandeld. Met Marokko verlopen de onderhandelingen nu iets gemakkelijker dan enkele jaren geleden.
Maar er zijn ook nog landen waar helemaal geen overeenkomst mee bestaat. Dan komt Buitenlandse Zaken in actie. Via politieke druk en diplomatie wordt er naar een overeenkomst gezocht.
,,Het is erg dossiergebonden of een zaak lang of kort duurt'', zegt Marneffe. Als het gaat om landen zonder enige overeenkomst, dan kun je juridisch niets doen. Maar het voordeel is wel dat je met politieke druk kunt werken, en dat is soms zelfs effectiever.''
Inge Ghijs, redactrice
©Copyright De Standaard
We nemen hier nog eens het persbericht van het Ministerie van Justitie over van 5 april 2004. Het stelt o.m. duidelijk hoe het Federaal Contactpunt functioneert.
Persbericht Ministerie van Justitie
Strijd tegen internationale kinderontvoeringen
5 april 2004
Op voorstel van mevrouw Laurette Onkelinx, Vice-Eerste Minister en Minister van Justitie en de heer Louis Michel, Vice-Eerste Minister en Minister van Buitenlandse Zaken heeft de Ministerraad een reeks concrete maatregelen genomen in het kader van de internationale kinderontvoeringen en het grensoverschrijdend bezoekrecht.
Na afloop van de rondetafel die op 14 maart 2003 werd georganiseerd over de internationale kinderontvoeringen en het grensoverschrijdend bezoekrecht, bleek dat een versterking van de verschillende instanties die zich met deze problematiek bezighouden onontbeerlijk was.
De Ministerraad ging akkoord met de oprichting van :
1. een interministeriële coördinatiecel (Justitie en Buitenlandse Zaken) om de strijd tegen de internationale kinderontvoeringen doeltreffender te maken
2. een werkgroep samengesteld uit vertegenwoordigers van de bevoegde federale overheden en eventueel experts, psychologen en bemiddelaars. Deze groep werd belast met het uitwerken van voorstellen die, vervolgens, worden bestudeerd door de interministeriële coördinatiecel en, daarna, worden overgemaakt aan de Ministerraad.
Bovendien werden concrete maatregelen beslist om de ouders die het slachtoffer zijn van de ontvoering van hun kinderen door hun ex-partners beter bij te staan en om de bilaterale onderhandelingen met de betrokken landen te intensifiëren: Oprichting van het 'enig loket'.
Binnen de FOD Justitie zal in de maand juni een 'enig loket' worden geopend. Hier zal alle informatie in verband met internationale kinderontvoeringen (ook op preventief vlak) en met grensoverschrijdend bezoekrecht worden gecentraliseerd. Het loket zal gedurende de hele dag toegankelijk zijn voor alle personen en organisaties die betrokken zijn bij de problematiek. Er wordt ook een enig telefoonnummer voorzien. Magistraten van wacht die 's avonds en in de weekends door de politie zouden worden opgeroepen voor een dringend geval, zullen een beroep kunnen doen op een referentiepersoon binnen de FOD Justitie.
Versterking van de interministeriële coördinatiecel Justitie/Buitenlandse Zaken:
De regering voorziet een versterking van de cel met 2 adjunct-raadgevers/juristen, 2 gegradueerden in de rechten en 2 psychologen. Die versterking was nodig: het werk binnen de Europese Unie en binnen de Conferentie van Den Haag neemt steeds toe.
Daarnaast zullen binnenkort de bilaterale onderhandelingen, zoals die reeds plaatsvonden met Marokko ook met landen als Algerije, Egypte en Libanon worden opgestart. Bovendien wordt deze cel belast met een steeds toenemend aantal ontvoeringen en gevallen van grensoverschrijdend bezoekrecht.
Die maatregelen zijn intussen gerealiseerd binnen het Ministerie van Buitenlandse Zaken (Red. 12/2/2005)
***
Communiqué du Ministère de la Justice
Lutte contre les enlèvements internationaux d'enfants
5 avril 2004
Sur proposition de Mme Laurette Onkelinx, Vice-Première Ministre et Ministre de la Justice, et de M. Louis Michel, Vice-Premier Ministre et Ministre des Affaires Etrangères, le Conseil des Ministres a décidé de prendre un certain nombre de mesures concrètes dans le cadre des enlèvements internationaux d'enfants et du droit de visite transfrontalière.
A la suite de la table ronde qui s'est tenue le 14 mars 2003 sur les thèmes de l'enlèvement international d'enfants et du droit de visite transfrontalière, il est apparu qu'un renforcement était indispensable afin d'optimaliser l'action des différentes instances intervenant en ce domaine.
Le Conseil des Ministres a marqué son accord sur la création :
1. d'une cellule de coordination interministérielle (Justice et Affaires étrangères) en vue de renforcer l'efficacité de la lutte contre les enlèvements internationaux d'enfants ainsi que
2. d'un groupe de réflexion composé de représentants des autorités fédérales compétentes et éventuellement d'experts, psychologues et médiateurs. Ce groupe de réflexion a été chargé de formuler des propositions qui seront examinées par la cellule de coordination interministérielle et ensuite communiquées au Conseil des Ministres.
En outre, des mesures concrètes ont été prises afin de mieux assister les parents victimes de rapts de leurs enfants par leurs ex-conjoints et d'intensifier les négociations bilatérales avec les pays concernés: Mise en place d'un 'guichet unique'
Un 'guichet unique' sera ouvert au SPF Justice dans le courant du mois de juin. Lieu de centralisation de toutes les informations en relation avec les enlèvements parentaux internationaux (en ce compris au plan préventif) et le droit de visite transfrontalière, il sera accessible en journée à toute personne ou instance concernée et disposera d'un numéro d'appel unique. Le soir et le week-end, les magistrats de garde qui seraient saisis d'un cas urgent par les services de police disposeront d'un accès à une personne de référence au sein du SPF Justice.
Renforcement de la cellule de coordination Justice/Affaires Etrangères:
Le gouvernement a prévu le renfort de 2 conseillers adjoints juristes, 2 gradués en droit et 2 psychologues au sein de cette cellule. Ce renfort était nécessaire en raison de l'intensification des travaux à l'Union européenne et au sein de la Conférence de La Haye de droit international privé. Par ailleurs les négociations au plan bilatéral avec des pays cibles comme le Maroc et prochainement l'Algérie, l'Égypte et le Liban se mettent en place. En outre cette cellule est saisie d'un nombre sans cesse croissant de cas d'enlèvements et de droit de visite transfrontalière.
Enfin, la Belgique voit le nombre d'Etats avec lesquels elle est liée par la Convention de La Haye s'accroître, ce qui va nécessairement conduire à une augmentation du nombre de dossiers.
Les mesures ont été réalisées effectivement par le Ministère des Affaires Etrangères (Red. 12/2/2005) |
|
|
|
 |
 |
 |
|
|
 |
 |
|
| |
Tien basistips voor een positieve opvoeding
1. Als je kind je iets wilt tonen, stop dan met wat je bezig bent en richt je
aandacht op je kind. Het is belangrijk om geregeld eens kort samen iets te
doen dat jullie beiden leuk vinden.
2. Schenk je kind veel fysieke genegenheid – kinderen houden er vaak van als je
hen omhelst, knuffelt en hun handje vasthoudt.
3. Spreek met je kind over dingen waarin hij of zij geïnteresseerd is en deel ook
aspecten van jouw dag.
4. Prijs je kind uitgebreid en gericht als hij of zij iets doet dat je graag meer zou
willen zien, zoals “Dank je om meteen te doen wat ik heb gevraagd.”
5. Er is meer kans dat kinderen zich slecht gaan gedragen als ze zich vervelen.
Zorg dus dat je kind zich met een heleboel activiteiten binnen en buitenshuis
kan bezighouden, zoals boetseren, kleuren, verkleedpartijtjes, kartonnen
dozen, knusse plekjes, enz.
6. Breng je kinderen nieuwe vaardigheden bij door eerst zelf het voorbeeld te
geven en vervolgens je kind de kans te geven de vaardigheid aan te leren.
Spreek elkaar bijvoorbeeld thuis beleefd aan. Spoor je kind aan om ook
beleefd te spreken (bv. “alsjeblieft” of “bedankt” zeggen) en prijs je kind voor
zijn/haar inspanningen.
7. Bepaal duidelijke grenzen voor het gedrag van je kind. Ga even samenzitten
en bespreek met het hele gezin de huisregels. Maak je kind duidelijk wat de
gevolgen zullen zijn als hij/zij de regels overtreedt.
8. Blijf kalm als je kind zich slecht gedraagt en zeg duidelijk dat hij/zij moet
ophouden. Vertel duidelijk hoe je zich wel moet gedragen (bv. "Hou op met
vechten, wees lief voor elkaar."). Geef je kind een compliment als het slechte
gedrag ophoudt. Zoniet treed je gepast op.
9. Wees realistisch in je verwachtingen. Alle kinderen gedragen zich soms slecht
en zullen onvermijdelijk wel eens problemen veroorzaken door hun
ongehoorzaamheid. Pogingen om een volmaakte ouder te zijn, kunnen leiden
tot frustratie en teleurstelling.
10. Zorg voor jezelf. Het is moeilijk om een kalme, ontspannen ouder te zijn als je
last hebt van stress, bezorgdheid of depressie. Probeer wekelijks tijd te
vinden om je te ontspannen of iets leuks te doen.
Bron: www.triplep.be
Triplep is de website van Triple P - Positive Parenting Program - een ondersteuningsprogramma voor ouders - geeft opvoedingscursussen.
Zie Triple P Voor Ouders
|
|
 |
 |
 |
|
|
|
|
 |
 |
|
| |
'Tot alles gezegd is' vertelt spannend verhaal voor vaders -
recente roman rond scheiding en kinderontvoering van Enne Koens
Gescheiden vaders zijn hot! Niet qua aandacht van de politiek, want aan hun belabberde juridische positie verandert vooralsnog niets. Maar, het moeras waar een vader na een scheiding in kan wegzinken, is dankbare stof voor romanschrijvers. Zagen we een maand geleden al Weg van Lila verschijnen, zojuist is Tot alles gezegd is verschenen - een verhaal van Enne Koens waarin opnieuw een moeder-vader gevecht om een kind centraal staat. IkVader vroeg journalist Henk Riemersma, zelf een gescheiden vader, om het boek te lezen en te recenseren.
Lees...
De roman Tot alles gezegd vertelt het verhaal van een vader, een moeder en een peuter. Als blijkt dat Michel definitief de omgang met zijn dochter wordt ontzegd, raakt hij in paniek. Hij wil Josja zien opgroeien. Hij haalt zijn dochtertje op bij het kinderdagverblijf en slaat met haar op de vlucht, steeds dieper Europa in, steeds verder van haar moeder Liesbeth vandaan.
Onderweg, al wennend aan het weerzien met zijn kind, probeert Michel de scheuren in zijn relatie met Liesbeth te duiden, te ontdekken waarom ze van elkaar zijn weggedreven. Hij zoekt naar woorden voor hun misverstanden, zijn verlangen naar evenwicht, Liesbeths onwil of onvermogen, om zich uiteindelijk af te vragen: zou het mogelijk zijn Liesbeth volledig uit Josja’s herinneringen te wissen?
Enne Koens zoomt in op de verhalen van respectievelijk Michel en Liesbeth, in een heldere stijl. Ten slotte laat ze Josja zelf aan het woord. Hoe zal de ontvoering haar leven beïnvloeden?
‘Origineel eigen geluid.’ aldus het juryrapport hollandse nieuwe toneelschrijfprijs 2004. Oordeel zelf en koop dit debuut. Vanaf 22 oktober 2007 te vinden in de boekhandel.
Tot alles gezegd is
Paperback 13,5 x 20 cm
Ca. 192 pagina’s
Ca. € 16,-
NuR 301
IsBN 978 90 5759 389 5
website: www.ennekoens.nl
Bron: Lombox| 13-09-07
|
|
 |
 |
 |
|
|
 |
 |
|
| |
Vallende ouders - Ouders hebben is ook niet alles, vooral als hun relatie stukloopt. Jeugdboek.
|
Hannu, Hannu
door Geir Gulliksen |
Recensie door Ed Frank
Hoe kinderen lijden onder de aftakelende relatie tussen hun ouders, en de relatie tussen twee broers: het zijn twee vaak aangeboorde thema's in de jeugdliteratuur. Maar zelden gebeurde het zo indringend als in Hannu, Hannu van de Noorse schrijfster Geir Gulliksen.
De lezer zit voortdurend in het hoofd van een zevenjarig jongetje. Hoe onzeker en bang hij in het leven staat, opgesloten in zijn eigen wereldje, wordt duidelijk door emotioneel geladen details.
Zijn enige toeverlaat is zijn oudere broer. Diens opgekropte verdriet en groeiende stille verzet krijgt gestalte in zijn daden en reacties.
Een sfeer van naderend onheil krijgt je langzaam in zijn greep. Het geheimzinnige gedrag van Hannu, de oudste broer, maakt alles nog beklemmender. Als hij uiteindelijk zijn broertje een uitweg uit de pijnlijke gezinssituatie belooft, is dit het keerpunt naar een dramatische, totaal onverwachte ontknoping.
De ouders zijn zo goed als afwezig in het leven van de kinderen, en dus terecht ook in het boek - op een mislukte troostpoging na, die hun onbegrip voor de psychologische noodsituatie van hun kinderen demonstreert.
Gulliksen heeft een prachtige suggestieve schrijfstijl en hanteert knappe, originele metaforen, zoals het bos en de grot die dienen als toevluchtsoord. Ze gebruikt een kinderlijke, eenvoudige taal, die nooit kinderachtig wordt, maar altijd treffend is. ('Later snapte ik dat papa allang voor mama verliefd werd, bedroefd was geweest. Als mama niet verliefd was geworden op een ander, zou papa toch bedroefd zijn geweest. Maar dat snapte ik toen niet.') Er is geen zweem van literaire drukdoenerij te bespeuren, en net daarom klinkt alles zo authentiek. Hannu, Hannu is een tragisch en ontroerend kleinood.
GEIR GULLIKSEN
Hannu, Hannu.
Vertaald door Bernadette Custers, Lannoo, 88 blz., 10,95 . 10+
Bron: De Standaard Letteren L13 van vrijdag 29 februari 2008
|
|
 |
 |
 |
|
|
 |
 |
|
| |
De internationale verklaring van Langeac
Een manifest voor gelijkwaardig ouderschap
Grondbeginselen
1. Vaders en moeders hebben in het leven van hun kinderen gelijke Status en als gevolg
daarvan gelijke rechten en verantwoordelijkheden.
2. Als de ouders het samen niet eens kunnen worden, brengen de kinderen evenveel tijd door bij elk van hen.
3. Ouderschap berust uitsluitend op de relatie kind-ouder, niet op de relatie tussen ouder
onderling. Kinderen hebben het recht beide ouders te kennen en andersom.
De belangen van het kind
a. De belangen van het kind mogen niet worden beschouwd als een vaststaand gegeven of iets dat losstaat van de belangen van de ouders en/of het gezin of als iets dat moet worden
omschreven door openbare instellingen of deskundigen.Het is aan de ouders om de belangen van hun kind te interpreteren, behalve in extreme gevallen van mishandeling of ouderlijke onbekwaamheid.
b. De publieke autoriteiten en andere derden moeten worden aangemoedigd om gezinnen en individuele gezinsleden te steunen als ze hulp nodig hebben, zo nodig ook preventief.
Behoudens ernstige mishandeling, dienen ze echter beslist niet het recht te hebben om buiten de wens van de ouders in te grijpen.
c. Het kind moet het recht hebben om met zijn of haar ouders te communiceren ongeacht de situatie.
d. Biologisch ouderschap moet worden vastgesteld bij de geboorte door middel van een
DNA-test. Zodra de conclusie van ouderschap (of niet-ouderschap) is getrokken, dienen
bewijsmateriaal en verslagen onmiddellijk te worden vernietigd.
2 Keuzecontracten tussen ouders
a. Ouders dienen in Staat te worden gesteld om rechtsgeldige contracten te ondertekenen, met een breed scala van mogelijkheden om hun rechten en plichten met betrekking tot hun
kinderen in te vullen. Zo kunnen zij bij scheiding een ongelijke verdeling van de zorgtijd en de inkomens overeenkomen, of afspraken maken over partner-alimentatie. De betrokken
overheidsorganen hebben tot taak passende open contracten en procedures te ontwerpen, om keuzes te vereenvoudigen en de procedurekosten ervan te drukken.
b. Ouders hebben toegang tot advies en tot gestructureerde contracten die in alle gevallen, via bemiddeling dan wel via juridische tussenkomst een doeltreffend middel dienen te zijn om
bijvoorbeeld de verdeling van zorgtaken te regelen.
3 Respect voor de individuele handelingsvrijheid van elke ouder
a. Deze vrijheid moet behouden blijven behoudens de minimumvereisten voor ouderlijke
samenwerking.
b. Verhuizing: Als een van de ouders op grote afstand wil gaan wonen, terwijl dat leidt tot
potentiële problemen aangaande contact, reiskosten of zelfs tot een dreigende scheiding
tussen een ouder en de kinderen, dan kan dat ingrijpen van externe autoriteiten noodzakelijk
maken om te beslissen over de hoeveelheid tijd die bij elk van de ouders wordt doorgebracht.
De vrije keuze van een volwassene om zijn/haar woonplaats te kiezen kan immers ingeperkt
worden door de compromissen die noodzakelijk zijn om de zorg voor het kind te verzekeren.
Beslissingen hierover moeten rekening houden met alle omstandigheden, inclusief bijvoorbeeld de noodzaak een baan te vinden door verhuizing. Het dogma van de "stabiele thuissituatie" hoort bij het nemen van een beslissing echter geen uitgangspunt te zijn.
4 Adoptieouders, de Familie en andere belangrijke mensen
Kinderen hebben recht op contact met en informatie van familieleden van beide ouders en
andersom. De ouder die op een moment de zorg heeft, heeft het recht om eindbeslissingen te nemen over contacten van het kind met anderen dan de familie, ouders of adoptieouders. Het kind houdt het recht beide biologische ouders te kennen, beide minstens op te kunnen bellen en te kunnen schrijven, in het laatste geval met bewijs van ontvangst.
5 De politiek-juridische context
a. De politiek-juridische context waarbinnen over gezinskwesties wordt besloten moet helder en eerlijk zijn voor beide sekses, zonder positieve of negatieve discriminatie. Relaties tussen mannen, vrouwen en kinderen zullen zo worden behandeld dat de ontwikkeling van
groepsrivaliteit en polarisatie wordt voorkomen. Behoeften van deze of gene groep mogen niet tot gevolg hebben dat de belangen van anderen op aanmatigende wijze worden gepasseerd.
b. De belangen van het kind zijn gedefinieerd door ouders gezamenlijk. In geval van scheiding worden ze gedefinieerd door de ouder bij wie het kind op dat ogenblik verblijft. Alleen als er duidelijk kindermishandeling is aangetoond, hebben andere partijen of openbare instellingen het recht om aan ouderlijke beslissingen op dit punt voorbij te gaan. In alle andere gevallen dient de bevoegdheid van genoemde derden te worden beperkt tot het geven van hulp en steun aan gezinnen in nood.
6 Gelijkheid op het werk
a. Beide seksen hebben in gelijke mate recht op ouderschapsverlof.
b. Arbeid moet zo worden ingedeeld dat beide ouders in Staat zijn zo
volledig mogelijk aan het leven van hun kinderen deel te nemen.
c. Dit vereist ontegenzeggelijk zo'n herindeling van arbeid dat deze een
zelfde beeld zat gaan vertonen als de tijdsindeling van onderwijzers en
leraren. Dit voorstel moet gezien worden in verband van een
wereldwijde vermindering van de eisen die aan arbeiders worden
gesteld en verder in het licht van het algemeen groeiende besef dat de
emotionele en functionele banden tussen de generaties moeten worden
verdiept.
7 Bemiddeling, Juridische terughoudendheid en de betrokkenheid van derden
a. Door deskundige derden bemiddelde vormen van samenwerking kunnen de voorkeur
verdienen als het welzijn van het kind dat vereist. De rechten van de ouders om het kind bij
zich te hebben en het te verzorgen dienen echter niet afhankelijk te zijn van de manier waarop deskundigen een ouderlijke bereidheid of weigering tot samenwerking beoordelen.
b. Sommige ouderlijke beslissingen vereisen overeenstemming. Er moeten structuren komen om dit mogelijk te maken, via derden of direct. Voorbeelden van zulke beslissingen: vaccinatie (medische zorg), schoolkeuze, zorgverdelings-afspraken, etc.
c. Alleen wanneer ouders niet tot overeenstemming kunnen komen, zal interventie van
bemiddelaars in eerste instantie en van het gerecht in laatste instantie noodzakelijk worden.
d. Alleen wanneer ouders, rechtstreeks of via bemiddeling, geen overeenstemming kunnen
bereiken, zulten rechters de beslissingen voor hen moeten nemen. Dat betekent niet dat deze van buiten komende autoriteiten het recht hebben te beslissen over de hoeveelheid ouderlijke zorgtijd, maar zij hebben dat alleen over het bepalen van de dagen en uren binnen de hoeveelheid tijd die door de ouders werd overeengekomen of de standaard 50/50.
e. Recht moet niet alleen moeten worden gesproken, het moet ook openbaar zijn. Procedures achter gesloten deuren moeten waar mogelijk worden vermeden. Ook waar het noodzakelijk of wenselijk is om de identiteit van de partijen te beschermen, zullen wel de procesverslagen en de motivering en vastlegging van de beslissing openbaar beschikbaar zijn. Om dit te bereiken moeten er correct gestenografeerde verslagen van alle procedures bijgehouden worden.
f. Bemiddeling moet beschikbaar zijn voor, tijdens en na (echt)scheiding. Bemiddeling moet
onafhankelijk zijn van de rechterlijke macht. Zij dient een gratis publieke voorziening te zijn,
facultatief en zonder voorkeur op grond van geslacht. Rechtbanken dienen tussenkomst van
bemiddelaars en een door bemiddeling tot stand gekomen overeenkomst te eerbiedigen.
8 Financiën
a. Als ouders financieel draagkrachtig zijn. is elk van hen financieel verantwoordelijk voor de helft van de kosten van de verzorging van het kind. Deze kosten kunnen van tevoren worden vastgesteld op basis van de minimum onderhouds- en verzorgingskosten voor de kinderen, wat in eerste instantie de verantwoordelijkheid is van de ouders en als ouders hun
verantwoordelijkheden niet nakomen of niet kunnen nakomen, van de Staat en andere
verantwoordelijke instellingen.
b. Het Staat ouders geheel vrij om onder elkaar elk ander contract of overeenkomst ten
aanzien van het financiële onderhoud en andere zaken met betrekking tot de zorg voor de
kinderen aan te gaan. Ouders kunnen dus wederzijds rechtsgeldige contracten sluiten waarin de rechten en/of plichten t.a.v. hun kinderen worden aangepast, bij voorbeeld wat betreft de verdeling van de kosten of de zorgtijd.
9 Kindermishandeling
Wreedheid (l),
verwaarlozing (II),
geweld (iii),
seksuele mishandeling (IV)
dienen te vallen onder de relevante bepalingen van het strafrecht en niet onder de wetten betreffende zorgverdeling en gelijkverdeeld ouderschap. De veronderstelling van onschuld tot schuld is bewezen zal gelden voor alle gevallen, met uitzondering van de hieronder onder b. genoemde.
a. Beoordeling van kindermishandeling dient te gebeuren zonder vooroordeel. De vier typen kindermishandeling zullen gelijk gewogen worden. Tenzij de beschuldigingen van een
dergelijke aard zijn dat ze onmiddellijk de veiligheid van het kind betreffen, zal er geen
beslissing worden genomen om het contact met een van de ouders te verbreken.
b. Als er beschuldigingen bestaan en er is besloten het contact tussen het kind en een van de ouders op te schorten, dan moet er onmiddellijk een provisorisch onderzoek plaatsvinden om de gevaren vast te stellen. Na een schorsing van ten hoogste twee weken van de bestaande gelijke of andere overeengekomen zorgverdeling dient de oude situatie te worden hersteld, tenzij het onderzoek anders uitwijst. Schorsing alleen kan niet worden gebruikt als een middel om de rechten op ouderlijke zorg van een van de ouders te herzien.
c. Valse beschuldigingen of meineed zullen streng worden vervolgd onder de bepalingen van het wetboek van strafrecht.
d. Waar de ouderkind relatie wordt beschadigd door oudervervreemding wordt het kind in zijn belangen geschaad en dit zal daarom worden beschouwd als een vorm van
kindermishandeling. Ook maatregelen van de overheden die een ouder-kindrelatie op zo'n
manier beschadigen dienen als een vorm van kindermishandeling te worden beschouwd en
dienen overeenkomstig te worden bestraft.
10 Wat niet valt onder deze principes van gelijk verdeeld ouderschap
Het boven beschreven 'gelijkverdeeld ouderschap' heeft niet direct betrekking op gevallen waarin een of beide ouders weigeren of niet in staat zijn hun ouderlijke verantwoordelijkheden ten aanzien van zorg en onderhoud van hun kinderen uit te oefenen. Het betreft alleen die gevallen waar beide ouders zich om hun kinderen willen bekommeren. Een ouder die verklaart niet voor een kind te willen zorgen, kan daar ook niet toe gedwongen worden. Wat wel bestaat is de financiële plicht om zorg mogelijk te maken en zo is er ook een noodzaak om die zorg te verstrekken, door de ouders of door de Staat.
Nogmaals: kindermishandeling wordt onder. 'gelijkverdeeld ouderschap' beschouwd als een aparte kwestie.
Definities
Ouders ... worden gedefinieerd als de biologische ouders of, in geval van ernstige mishandeling of bij weeskinderen, de adoptieouders.
Kind... is het menselijk wezen van geboorte af tot de laagste van de twee leeftijden behorend bij emancipatie en meerderjarigheid.
Gezin ... is het kind en zijn biologische of adoptieouders.
Familie ... zijn de bloedverwanten van het kind en eventueel van zijn of haar adoptieouders
Ter verduidelijking:
Elk onderdeel van deze verklaring is een integraal deel van het geheel en kan niet buiten het verband van de andere onderdelen worden toegepast of begrepen.
Getekend op vrijdag 30 Juli 1999 door vertegenwoordigers van diverse ouderorganisaties uit Europa en Zuid-Amerika.
familyroutes@aesops.force9.co.uk
http://www.impactwp.com/familyroutes/faro/
Tel: 00 44 (0)113 229 8949
Nederlandse informatie is ook op internet te vinden op
http//huizen.daxis.nl/zan-der/langeac.html
Telefonisch contact over deze verklaring:
- 0348-402 510 (Ipe Smit) ipesmit@worldonline.nl
- 0570-621 784 (Joep Zander) zander@daxis.nl
|
|
 |
 |
 |
|
|
 |
 |
|
| |
The Langeac "Equal Parenting" Summer School
25-31 July 1999
Declaration of LANGEAC
Principles
1. Fathers and mothers should be accorded equal status in a child's life, and consequently should have equal rights and equal responsibilities.
2. Where the parents cannot agree, the children should spend equal time living with each parent.
3. Parenthood must be based only on the child-parent relationship, not that between parents. Children have the right to know both parents and vice versa.
1. The interests of the child
a) The interests of the child will not be viewed as a pre-defined and separate entity from that of parents and family or as something to be defined by the public authorities or professionals. Parents will act as the medium for interpreting the interests of their children except in extreme cases of individual abuse or parental incapacity.
b) The public authorities and third parties can and should be encouraged to support families and individual family members when they need help and if necessary proactively. However in no case except that of severe abuse should they have the right to intervene where parents do not wish this.
c) The child has the right to communicate with his or her parents whatever the situation.
d) Biological parenthood should be established at birth by way of DNA testing. For any DNA test all material evidence and records should be destroyed immediately the conclusion of parenthood (or non-parenthood) is reached.
2. Elective contracts between parents
a) Parents will be able to sign legally valid contracts which may vary their individual rights in regard to their children, eg: in the case of a family split they may agree to make a non-equal division of time and salaries if both so wish, or incorporate clauses involving spousal maintenance. The governments bureaucracies involved in these areas are charged with creating suitable blank contracts and formulae in order to simplify the choices involved and the cost of such procedures.
b) Parents will have access to advice and structured agreements (contracts) which will in all cases, be it via mediation or judicial intervention, stand as valid instruments permitting the formalisation of such methods as division of residential time, etc.
3. Respect for the individual freedom of action of each parent
a)... will not be modified, except by the minimum requirements of parental cooperation.
b) Geographical dislocation: where one or both parents wishes to move somewhere far away, leading to potential problems of contact, transport costs and disruption to children, may require outside authorities to make decisions affecting the quantities of time spent with each parent. This is because the free adult choice of where to live may be in conflict with the compromises necessary to ensure parental residence. Decisions thus arrived at must take into account all factors, including the need to find a job by moving for instance, and the need to respect adult choices and decisions. Assumptions based on the dogma of stable residence should not be made.
4. Adoptive parents, extended family and significant others
Children should have the right of access to and information from members of the extended family on both sides and vice versa. The residential parent at any given time should have the right of final decision over children's contact with other parties excepting extended family, parents and adoptive parents. The child retains the right to know both natural parents, of both receiving and sending communications to them, with proof that this has arrived.
5. The Politico-legal Context
a) The politico-legal context within which family and gender issues are decided must be clear and fair between the sexes, with neither positive or negative discrimination. Relationships between men, women and children will be treated in such a way as to preclude the development of group competition and polarity between them. There should be no presumption that one group's needs override the interests of others.
b) The interests of the child are defined by parents, together. In the case of separation they are to be defined by each parent in their residential time with the child. Only in the case where clear abuse against the child is established may other parties or public bodies acquire the right to override parental decisions in this respect In all other cases, their decision-making power should be limited to the ability to offer help and support to families in need.
6. Equality at work
a) Both sexes should have equal right to parental leave from work.
b) Work structures should be planned so that both parents are able to participate as fully as possible in the life of their children.
c) This indisputably requires the restructuring of employment so that in many ways it reflects the work patterns of primary and secondary school teachers. This proposal is made, of course, within the context of a global reduction in the requirements for workers and in the light of general awareness of the need to enrich the emotional and functional links between the generations.
7. Mediation, Judicial Discretion and Involvement of Professional Third Parties
a) Mediated cooperation through professional third parties may be preferable where children's welfare requires it. Residence should not be dependent on the assessment by professionals of parental cooperation or non-cooperation.
b) Certain decisions require joint consent. Structures should be put in place to enable this, whether through third parties or directly. Examples of such decisions: vaccinations (medical care), choice of school, residence timetables, etc.
c) Only in the case that parents are not able to arrive at a mutual agreement will the intervention of mediators in the first instance and of the court as a final resort become necessary.
d) In cases where parents simply do not or cannot reach agreement, either directly or through mediation, judges will have to make the decisions for them. This does not imply that these outside authorities have the right to decide the quantities of parental time, but only the distribution of the quantities of time agreed by both parents or the default of 50 / 50.
e) Justice should not only be done but be seen to be done. In camara proceedings should be avoided wherever possible. Where it is deemed necessary or desirable to protect the identity / ies of the parties, records of the proceedings and justification for the decision should be made publicly available. In order to achieve this, proper stenographed records of all proceedings must be kept.
f) Mediation should be available before, during and after divorce / separation. Mediation must be independent from the courts. It must always be a free public service, optional and gender neutral. Courts should respect mediation agreements and mediation intervention.
8. Finances
a) If parents are financially capable, each parent is to be held financially responsible for half the costs of childcare. This cost may be pre-determined on the basis of minimum child maintenance and childcare costs, which will be the responsibility of parents in the first instance, and of the state or other responsible bodies where parents do not or cannot fulfil their obligations.
b) Any other agreements or contracts between the parents regarding financial maintenance and other childcare issues may be freely entered into by mutual accord between both parents. That is to say, both parents can mutually sign legally valid contracts varying their basic rights, for example, by giving more or less rights to money or residential time to one or the other parent.
9. Child abuse
i) cruelty;
ii) negligence;
iii) violence;
iv) sexual abuse
should be dealt with under the relevant criminal law, not the laws of residence and equal parenthood. The presumption of innocence until proven guilty should apply in all cases except those at b) below.
a) Evaluation of child abuse should be without prejudice. The four types of abuse will have no order of priority in judicial decisions. Unless accusations are of such gravity that they affect the immediate safety of the child, no decision to suspend residence with either parent should be made.
b) Where accusations exist and residence has been suspended, immediate provisional investigation to assess dangers of residence should take place, with a maximum of a two weeks' delay permitted before 50 / 50 or other agreed double residence is restored. Separation should not be used as an opportunity for revising the residence rights to one of the parents.
c) False accusations or perjury should be severely dealt with under the criminal law.
d) As parental alienation damages the child-parent relationship, it is detrimental to the best interests of the child, and should be viewed as a form of child abuse. Actions by state authorities which damage child-parent relationships should also be viewed as a form of child abuse and carry corresponding penalties.
10. Cases which do not concern equal parenthood
EP does not directly address cases where one or both parents refuse or cannot take up their parental responsibilities in respect of their children, to care for and maintain them. It only addresses those cases where both parents want to look after and be responsible for both of their children. Within EP it is recognised that to force a parent to look after their child physically when they state they do not wish to is probably inadvisable. However, given that financial obligations to care for the child exist, the need to provide care for the child are available, either through the parents or the state. Equally, child abuse is under EP, regarded as a distinct and separate question.
Definitions
Parents
... are defined as the biological parents or in the case of severe abuse by biological parents or where children are orphaned, the adoptive parents.
Child
... is taken to mean a human being from birth to the age of emancipation or majority, whichever is the lower.
Family
...is a child and it's biological or adoptive parents.
Extended Family
... are the blood relatives of the child or his or her adoptive parents.
|
Clarification:
Each part of this declaration is integral to the whole and cannot be applied
outside the context of the other clauses.
Signed on Friday 30 July 1999
|
|
 |
 |
 |
|
|
 |
 |
|
| |
Adviezen voor ouders die gescheiden
zijn

Op het moment van de scheiding
- Stel je kind gerust door te zeggen dat jij en de andere ouder
nog altijd van hem houden.
- Maak je kind duidelijk dat het niet verantwoordelijk is voor
de scheiding
- Help je kind begrijpen dat de scheiding definitief is. Het moet
beseffen dat niets je nog op je beslissing zal doen terugkeren.
- Zorg voor een zo regelmatig mogelijke dagelijkse routine.
- Verzeker je kind dat het op bezoek zal mogen bij de andere ouder.
- Sta open voor gekwetste gevoelens van je kind. Laat slecht of
schadelijk gedrag niet te ver gaan. Help je kind om zijn boosheid,
angst of verdriet te uiten.
Na de scheiding
- Praat met je kind niet op een negatieve manier over de andere
ouder, zijn familie of vrienden. Als je nog boos bent, zoek dan
een vriend(in) die je kan ondersteunen of een raadsman met wie
je over je gevoelens kunt praten.
- Laat niet doorschemeren, door je woorden of daden, dat je kind
ontrouw is als het zich amuseert bij de andere ouder.
- Wees beleefd wanneer de andere ouder het kind komt halen of
terugbrengt. Als je glimlacht en ervoor zorgt dat het kind klaar
is op het afgesproken tijdstip, maak je de overgang voor het kind
misschien minder moeilijk.
- Zorg ervoor dat je kind schoon en uitgerust is en gegeten heeft
als het vertrekt voor of terugkomt van een visite. Laat het liever
niet vertrekken met een koffer vuile kleren.
- Laat je kind telefoneren naar de andere ouder.
- Ondersteun je kind en respecteer - binnen de grenzen van het
redelijke - de beperkingen die door de andere ouder zijn gesteld.
- Doe bij je kind geen navraag naar activiteiten, vrienden of
inkomsten van de andere ouder.
- Bespreek de bezoekregeling met de andere ouder voordat je het
plan voorstelt aan je kind. Bij tieners bevestig je de afspraken
over een bezoek vooraf met de andere ouder.
- Beschuldig de andere ouder nooit valselijk van kindermisbruik.
- Geef belangrijke medische informatie door aan de andere ouder.
- Als het kind niet naar school wil of de andere ouder niet lijkt
te willen bezoeken, maakt het zich misschien zorgen om je welzijn.
Zorg ervoor dat je kind weet dat het je goed gaat.
Bron : Canadian Paediatric Society. Hints for separated parents. |
|
 |
 |
 |
|
| |
 |
 |
|
| |
Lectuuradviezen - Nog nooit een kind gezien - boekenkeuze Alexander Witpas, seksuoloog

Tot 11 november 2007 kon u op de Boekenbeurs weer kiezen uit 65.000 boeken. Elke dag stuurde 'De Standaard' iemand met kennis van zaken op pad om boeken te kopen. Het was de beurt aan Alexander Witpas, seksuoloog en ex-directeur van Sensoa, om voor 125 euro boeken te kopen over gezin en relaties.
Verkering na je zestigste, een gebruiksaanwijzing, Sophie de Wijn, Uitgeverij SWP Amsterdam, 14,90 euro
'Zestigplussers zijn een grote groep die steeds vaker in therapie belandt: ze blijven langer gezond, hebben meer vrije tijd en leiden dus een actiever leven. Dit is een van de eerste boeken die ik over dit onderwerp zie; de auteur is zelf zestig en dus een ervaringdeskundige. Er staat meer in dan datingtips: ondermeer een vergelijking over verkeren vroeger en nu, waarom een nieuwe relatie zo complex is - er zijn kinderen en kleinkinderen, het testament wordt ingewikkelder - en ook een stuk over de specifieke problemen in verband met erotiek en seks. Vaak zijn zestigers op dat vlak niet meer mee: ze hebben jarenlang in een relatie gezeten waarin alles zijn gangetje ging, wat met een nieuwe partner niet het geval is. Als ik de inhoudstafel bekijk, zie ik toch wel de onderwerpen die er toe doen.'
In de naam van de vader, over de relatie tussen vaders en zonen. Marleen Heylen, Uitgeverij Acco, 22,20 euro
'Valt het op dat ik vader ga worden? (lacht) Ik heb al een hele hoop boeken over zwangerschap en bevallen gelezen, maar de rol van de vader is daarin meestal wat minnetjes. Sommige boeken schrijven zelfs alsof mannen nog nooit in hun leven een klein kind hebben gezien of vastgehouden. Dit boek gaat dieper in op de relatie tussen vaders en zonen: hoe het komt dat de vaderrol zo weinig aan bod komt in de literatuur en in de maatschappij, en dan vaak nog alleen in de problematische sfeer. Ik denk dat we dringend nood hebben aan een herwaardering van vaders.'
Weekendvaders, Martine F. Delfos, Uitgeverij SWP, Amsterdam, 19,90 euro
'Het boek gaat over vaders die hun kinderen enkel zien in het kader van een omgangregeling. Het bekijkt hoe je die rol invult als je meer wil zijn dan een 'pretvader', die de kinderen meeneemt naar de zoo. Dat is interessant: ik merk dat veel vaders in die situatie een hechte band willen houden met hun kinderen, maar geen idee hebben hoe ze eraan gaan beginnen. De auteur, Martine Delfos, is therapeute en geeft ook nascholing aan hulpverleners. Ik denk dat het boek ook voor hen wel wat te bieden heeft.'
...
Seks, vragen en antwoorden, Anne Hooper, Uitgeverij The House of Books, 18,50 euro
'Als seksuoloog moest ik natuurlijk ook een boek over seks kiezen, maar ik vond het aanbod toch teleurstellend. Veel boeken blijven hangen in wat je kunt en moet doen om je seksleven passioneel en spannend te maken. Daar is natuurlijk niets mis mee, maar er zijn wel grenzen aan. Hooper is zelf een seksuologe met een lange staat van dienst. De opwindende lingerie en de speeltjes zitten ook in dit boek, maar de tekst is toch meer onderbouwd: je krijgt ook hoofdstukken over seks voor alleenstaanden, tijdens de zwangerschap en daarna, over seksuele geaardheid en dergelijke. Ook wel fijn is dat je bij getuigenissen over problemen altijd de versie van beide partijen te horen krijgt.'
Magnetic Poetry Kit Fatherhood & Motherhood, Magnetic Poetry Inc., 12,50 euro per stuk (2 stuks)
'Geen boek, maar ijskastmagneten, een set over het vaderschap en een over het moederschap. De laatste jaren is de nadruk in communicatie heel hard gelegd op directheid, over hoe een probleem verwoord moet worden, hoe je conflicten uitpraat, hoe je onderhandelt. Maar er zijn ook andere vormen van communicatie, meer intuïtieve manieren om dingen uit te wisselen. In één set zitten 260 woorden, waaronder ook algemene dingen als 'dochter', 'discipline' of 'zakgeld'. Maar ook 'beschaamd', onzichtbaar', 'heet' en andere. Uitgebreid genoeg om over veel dingen te spreken, zonder er al te veel woorden aan vuil te moeten maken. De beste vondsten kan je bundelen en bijhouden.' (isg)
De Standaard dinsdag 6 november 2007 Cultuur & Media 33.
|
|
 |
 |
 |
|
|
 |
 |
|
| |
Het charter over de gelijkheid van ouders /
La Charte de l'Equité Parentale -
Caps Enfance - Bruxelles / Brussel
Version Française
Les signataires s’engagent à promouvoir la lettre et l’esprit des valeurs suivantes. Ils s’engagent à soutenir les organisations citoyennes qui tentent de les traduire en décisions juridiques et politiques.
Principes
1. Un enfant a besoin autant de ses deux parents.
Un enfant n’est pas un adulte responsable, il s’agit plutôt d’un être inachevé qui recherche sa finitude physique, psychique et sociale. L’enfant a donc des besoins spécifiques qui évoluent tout au long de l’enfance.
2. L’intérêt supérieur de l’enfant est une notion à très haut risque car elle est statique et sujette à de nombreuses interprétations.
Il est bien plus utile de préciser les non intérêts spécifiques d’un enfant liés à son âge, signes d’une perception souple, dynamique, modeste et pragmatique.
3. Le respect de l’enfance passe par l’établissement et l’application de règles démocratiques, objectives et non discriminatoires lors de tout débat sur la famille ou l’enfance dans les médias ou dans toute instance publique ou privée liée à l’enfance
.
4. La création et l’application réelle de règles a priori non-discriminatoires entre les parents sont essentielles au bien-être de chaque enfant.
Propositions
5. Les signataires demandent, prioritairement, la création de structures souples, régulatrices, simples, non conflictogènes et non conflictuelles en matière de droit familial.
Afin entre autres de ne pas pousser le ou les parents à la démission, au conflit, à l’exclusion. Cela induit prioritairement la création d’un tribunal aux affaires familiales qui reprendrait toutes les compétences actuellement éclatées entre le Tribunal de paix, de la jeunesse et des référés.. et la mise en place d’un filtre préjudiciaire composé de médiateurs décodeurs afin de débroussailler le conflit.
6. .La société doit se donner les moyens de veiller à l’application des décisions législatives et sanctionner les dérives parentales et/ou institutionnelles.
Pour ce faire, les signataires attendent un comité APC (Autorité Parentale Conjointe) qui aurait les moyens financiers et juridiques pour informer, auditer, voire sanctionner les institutions publiques et privées en matière du respect de l’Autorité Parentale Conjointe. Ainsi la loi sur l’Autorité Parentale Conjointe de 1995 pourrait enfin être pleinement reconnue et respectée.
7. Les signataires s’engagent, dans leurs interventions médiatiques et publiques, à ne stigmatiser ni le père ni la mère, ni l’homme ni la femme, à ne pas diffuser une image tronquée, humiliante et dénigrante de la paternité ou de la maternité, de la féminité ou de la masculinité, de la femme ou de l’homme.
CAPs Enfance asbl - Siège social: r. des Pâquerettes 16 - 1030 Bruxelles
Tél.: 0495/31 71 85 -Email: caps@lespapas.com - Site web :
http://www.lespapas.com
Nederlandse versie
Ondergetekenden verbinden zich ertoe de volgende waarden naar de letter en naar de geest te bevorderen. Zij verbinden zich ertoe om de burgerlijke instellingen te ondersteunen, die zich inspannen om die waarden te vertalen in juridische en politieke beslissingen.
Beginselen
- 1 Een kind heeft beide ouders evenveel nodig.
Een kind is geen verantwoordelijke volwassene, het gaat hier eigenlijk om een onvoltooid wezen dat zijn fysieke, psychische en sociale voleinding nastreeft. Het kind heeft dus specifieke behoeften die evolueren gedurende de hele kindertijd.
- 2 Het hoogste belang van het kind is een begrip met een bijzonder groot risico, want het is statisch en onderworpen aan heel wat interpretaties.
Het is wel nuttiger de niet-specifieke belangen van een kind nader te bepalen, die aan zijn leeftijd gebonden zijn en die tekens zijn van een soepele waarneming, die dynamisch, beperkt en pragmatisch zijn.
- 3 De eerbied voor de kindertijd komt tot uitdrukking door democratische, objectieve en niet-discriminerende regels op te stellen en toe te passen tijdens elk debat over het gezin of over de kindertijd in de media of bij elke publieke of privé-instantie die te maken heeft met de kinderleeftijd.
- 4 Het ontwerpen en de reële toepassing van niet discriminerende a prioriregels tussen de ouders zijn wezenlijk voor het welzijn van elk kind.
Voorstellen
- 5 Ondergetekenden vragen bij voorrang het tot stand brengen van soepele, regelende, eenvoudige, niet conflictogene of botsende structuren in het familierecht.
Met het doel ondermeer de ouder of de ouders er niet toe aan te zetten om het op te geven, om in conflict te treden of tot uitsluiting over te gaan. Dat veronderstelt bij voorrang het instellen van een familierechtbank die alle bevoegdheden tot zich zou trekken die nu verdeeld zijn tussen het Vredegerecht, de Jeugdrechtbank en de Kortgedingrechter.. en het aanbrengen van een prejudiciaire filter samengesteld uit bemiddelaars die het conflict ontleden om het op te ruimen.
- 6 De maatschappij moet de middelen voorzien om toe te zien op de toepassing van de wetgevende beslissingen en om de ouderlijke en/of institutionele afwijkingen te sanctioneren. Daartoe wachten de ondergetekenden op een comité GOG (Gezamenlijk Ouderlijk Gezag) dat over de financiële en juridische middelen zou beschikken om op het gebied van de eerbied van het Gezamenlijk Ouderlijk Gezag de openbare en privé-instellingen te informeren, te horen, respectievelijk te bestraffen. Aldus zou de wet op het Gezamenlijk Ouderlijk Gezag van 1995 eindelijk ten volle erkend en geëerbiedigd kunnen worden.
7 Ondergetekenden verbinden er zich toe in hun publieke tussenkomsten en bij de media noch de vader noch de moeder, noch de man noch de vrouw te stigmatiseren, noch een vervormd, een vernederend of miskennend beeld te verspreiden over het vaderschap of over het moederschap, over de vrouwelijkheid of de mannelijkheid, over de vrouw of de man.
(Vertaling uit het Frans naar het Nederlands Ghislain Duchâteau)
CAPs Enfance asbl - Siège social: r. des Pâquerettes 16 - 1030 Bruxelles
Tél.: 0495/31 71 85 -Email: caps@lespapas.com - Site web :
http://www.lespapas.com
Revue bimestriel - Tweemaandelijks tijdschrift "Mon papa, le juge et moi" -
Website: http://www.monpapalejugeetmoi.be
|
|
 |
 |
 |
|
|
 |
 |
|
| |
De vaderverklaring - Oproep
aan alle vaders van Nederland - 19 juni 2005
De vaderverklaring van een aantal
bekende Nederlandse "vaders" en GroenLinks "vaders"
(plus one of the guys moeder Femke Halsema) stond afgelopen zaterdag
in de Telegraaf en is terug te vinden op de website van GroenLinks
op de link hieronder. Ze is opmerkelijk.
De vaderverklaring
Oproep aan alle vaders van Nederland:
http://www.groenlinks.nl/actie/vaderverklaring
1) Wij vaders zijn niet één dag per jaar op Vaderdag
vader, maar genieten het hele jaar door van onze kinderen. Wij zijn
geen vaders die alleen zondags het vlees snijden. Of die onze kinderen
pas leren kennen als we met pensioen zijn.
2) Wij vaders willen niets missen van de snelle ontwikkeling die
onze kinderen doormaken. Wij vinden opvoeding, het verzorgen van
kinderen en het gezamenlijke huishouden ook onze verantwoordelijkheid.
Hoezo zijn dit ‘typische vrouwentaken’? Wij kunnen ook
voorlezen, verschonen, wassen, koken, veters strikken, neuzen snuiten
en staartjes in haren maken.
3) Wij vaders roepen alle vaders op om zonen en dochters gelijkwaardig
op te voeden. We stimuleren niet alleen onze zonen, maar ook onze
dochters om zelfstandig en avontuurlijk in het leven te staan. Zogenaamde
‘softe’ opvoedzaken als leren communiceren en omgaan
met anderen is niet alleen een zaak van meisjes en vrouwen, maar
ook van vaders en zonen.
4) Wij vaders roepen op tot burgerlijke ongehoorzaamheid aan minister
Brinkhorst vanwege zijn vurige pleidooien voor de 40-urige werkweek.
Hoe kunnen vaders en moeders zorgen voor hun kinderen als ze minimaal
veertig uur per week moeten werken? Wij vaders willen het eenzijdige
patroon van de fulltime baan voor de man doorbreken. Het Nederlandse
cultuurverschijnsel dat 66% van de vrouwen parttime werkt en ruim
85% van de mannen fulltime (Emancipatiemonitor 2004) moet maar eens
op de helling. Een eerlijke verdeling van zorg en arbeid is beter
voor onze kinderen én levert een minder gestresst leven op.
5) Wij vaders weigeren de dominante cultuur van overwerken te accepteren.
Bijna de helft van de werknemers werkt regelmatig over. Wij maken
ons sterk voor een cultuur waarin overwerken niet altijd vanzelfsprekend
is en wij ook doordeweeks de opvoeding ter hand kunnen nemen. Wij
vaders durven weg te gaan als ons werk gedaan is. We trekken niet
de deur pas als laatste achter ons dicht, omdat eerder weggaan not
done is.
6) Wij vaders eisen dat er in onze CAO een regeling komt voor kinderopvang.
Tachtig procent van de bedrijven heeft geen kinderopvangregeling
(Regioplan, april 2005). Werkgevers doen alsof kinderen een vrouwenzaak
is. Alsof het een kwestie is die hen niet aangaat. Kinderopvang
is een zaak van beide ouders én de werkgever. Wij vaders
willen goede kinderopvangregelingen en ruimte om onze verantwoordelijkheid
voor zieke kinderen te kunnen nemen. Wij laten daar niet alleen
de moeders voor opdraaien. Wij vaders verwachten dat de werkgever
begrijpt dat zieke kinderen soms onvermijdelijk zijn en dat zoiets
hoort bij de familiale ‘bedrijfsongevallen’.
7) Wij vaders willen onze kinderen niet alleen
zien opgroeien, maar daar ook een actieve en gelijkwaardige bijdrage
aan leveren. Na een scheiding moeten vaders daarom gelijke rechten
krijgen bij het verblijf van of de omgangsregeling met hun kind(eren).
Rechters moeten bij een scheiding het belang van vader én
moeder gelijk wegen. Kinderen willen door twee ouders worden opgevoed.
Bekende Vaders:
Paul de Leeuw, Robert ten Brink, Ivo de Wijs, Edwin Rutten (Ome
Willem), Zeki Arslan, Joost Zwagerman, Howard Komproe, Vincent Duindam
en Jochem van Gelder.
GroenLinks Vaders:
Kees Vendrik en Wijnand Duyvendak
En one of the guys: Femke Halsema
|
|
 |
 |
 |
|
|
|
|
|
De Kinder- en Jongerentelefoon heeft vanaf 20 september 2006 een nieuw en gratis nummer 102
In april 2004 kondigden we het nieuwe en gratis 0800-nummer aan. Dit in afwachting van de definitieve toekenning van het 102-nummer aan de Kinder- en Jongerentelefoon.
102 is een telefoonnummer dat in de wet voorzien is voor kinderen en jongeren in Vlaanderen!
Sinds vandaag, 20 september kunnen we eindelijk vertellen dat dit nummer actief is.
We willen iedereen vragen om dit nummer zo ruim mogelijk bekend te maken via nieuw promotiemateriaal zoals stickers, affiches en informatiebrochures ,… .
Om een goede service te verlenen aan kinderen en jongeren (telefoon, brieven en email, chat) organiseren we in oktober in de zes afdelingen Gent, Hasselt, Brussel, Mechelen, Brugge en Antwerpen een informatieavond voor kandidaat-vrijwilligers. De opleiding voor vrijwilligers start in november. Ben je geïnteresseerd of ken je kandidaten?
Op www.kjt.org en via het secretariaat 02/534.37.43 of info@kjt.org vind je meer informatie over het promotiemateriaal en de infoavonden.
Een beetje geschiedenis :
Het is een hele weg geweest sinds de oprichting van de Kinder- en Jongerentelefoon in 1981. Iedere provincie had toen een eigen telefoonnummer. Een grote stap was de invoering van één gemeenschappelijk oproepnummer voor alle afdelingen in Vlaanderen : 078/ 15 14 13. Dit nummer was echter niet gratis en was zelfs heel duur voor GSM’s, die aan een opmars bezig waren. Ook de anonimiteit kon niet langer gegarandeerd blijven. Daarom legde KJT, in samenwerking met Kind en Gezin in 2000 een strategisch plan voor aan minister van Welzijn. Het voorstel was de implementatie van het gratis 102-nummer. De minister stond niet achter het voorstel. Dit 102-nummer wordt echter wel in de wet over noodnummers voor de kinderen en jongeren voorzien! In Wallonië kunnen kinderen en jongeren al jaren terecht op het 103-nummer.
In het voorjaar 2004 hebben we opnieuw met het kabinet Welzijn gesproken om een gratis nummer te kunnen aanbieden. Deze keer met een positief gevolg: via extra projectsubsidie Kinderrechten kreeg KJT voor één jaar (15 april 2004 – 15 april 2005) de mogelijkheid om het gratis nummer 0800/15 111 aan te bieden. De projectsubsidie werd door de coördinerend minister Kinderrechten Anciaux verlengd tot 31 december 2006.
In overleg met het kabinet Jeugd heeft KJT verder gewerkt aan de toekenning van het 102-nummer. Op vraag van minister Anciaux en Vervotte werd in juli 2005 het 102-nummer door minister Verwilghen (bevoegd voor de noodnummers) en het BIPT toegekend aan KJT. Toch duurde het om technische redenen nog een volledig jaar voordat het 102-nummer eindelijk actief werd. Vandaag kunnen we stellen dat het nummer gratis is voor de beller? maar nog niet volledig voor de Kinder- en Jongerentelefoon. Dit wordt uiteraard vervolgd.
Wie is de Kinder- en Jongerentelefoon?
De Kinder- en Jongerentelefoon is in Vlaanderen actief sinds 1 december 1981. Binnenkort vieren we onze vijfentwintigste verjaardag. Op 1 december meer hierover. Op verschillende plaatsen in Vlaanderen ontstonden kleine kernen van kinder- en jongerentelefoons. In 1986 bundelden ze hun krachten in het Overleg Kinder- en Jongerentelefoons. Dit OKEJ sloot op 1 januari 1997 een belangrijke samenwerkingsovereenkomst af met Kind en Gezin, dat vanaf toen instond voor een aanzienlijk deel van de personeels- en werkingskosten. OKEJ werd de Kinder- en Jongerentelefoon Vlaanderen in 1998 (afkorting KJT). In 2001 werd officieel de laatste regionale vzw opgedoekt. Vanaf toen konden we spreken van één organisatie voor heel Vlaanderen. Vanaf juli 2006 valt de Kinder- en Jongerentelefoon onder het ministerie Jeugd en wordt de Kinder- en Jongerentelefoon structureel gesubsidieerd via dit ministerie.
KJT bestaat momenteel uit zes afdelingen die maximaal samenwerken: vijf afdelingen verzorgen telefoonpermanentie, één afdeling beantwoordt de brieven en de e-mails (sinds oktober 1999). Sinds april 2005 verzorgen een aantal vrijwilligers de chatservice. De afdelingen worden volledig gedragen door vrijwilligers en ze worden ondersteund door het Nationaal Secretariaat, waar 4 personeelsleden werkzaam zijn.
Aan de basis van de werking van de Kinder- en Jongerentelefoon ligt een eenvoudige, nog steeds niet evidente missie: we willen mondige kinderen: kinderen die opkomen voor hun rechten en een maatschappij die dit toelaat.
De Kinder- en Jongerentelefoon wil twee doelen bereiken:
- luisteren naar kinderen en jongeren:een hulp/informatielijn voor alle kinderen en jongeren.
- kinderen en jongeren een stem geven door aan de maatschappij te signaleren wat bij hen leeft.
Wie contacteert KJT?
Overzicht oproepen KJT 2001 t.e.m. 2005
Oproepen |
Telefoon |
E-mails |
Brieven |
Chat |
Website: Droomkasteel |
Website: Graffitimuur |
2005 |
167.474 a |
1801 |
36 |
250 |
471c |
1302c |
2004 |
145.002 b |
1970 |
75 |
/ |
/ |
/ |
2003 |
14.841 |
1492 |
64 |
/ |
/ |
/ |
2002 |
14.848 |
1044 |
113 |
/ |
/ |
/ |
2001 |
22.058 |
780 |
162 |
/ |
/ |
/ |
Bron: jaarverslagen KJT
a enkel 0800 nummer, b zowel 078 als 0800 nummer, c cijfers van 6 maanden (21 augustus 2005 te.m. 21 februari 2006)
Kinderen en jongeren kunnen KJT contacteren via :
- telefoon : 102 (elke dag, behalve zon- en feestdagen, van 16u tot 22u)
- e-mail : brievenbus@kjt.org
- chat : via www.kjt.org op woendag tussen 18u en 21u
- interactieve forums op de website www.kjt.org
- brief : KJT, Postbus 50, 2800 Mechelen
(Medegedeeld)
|
 |
|
|
 |
 |
|
 |

'Van huwelijkscontract naar opvoedingsbelofte' - Nieuwe publicatie van het Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen
Persbericht
De ouder-kindrelatie ligt onder vuur. Als jongeren ontsporen, worden de ouders met de vinger gewezen. Er wordt volop gedreigd met sancties: tijdelijk intrekken van kindergeld, vermindering van studiebeurs, ouderstages – verplicht!
In deze sfeer van paniekmaatregelen, die meestal te laat komen, pleit het Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen voor een positieve benadering van de altijd kwetsbare opvoedingsrelatie, een instelling die de ouder-kindrelatie van bij de start kadert en ondersteunt: de opvoedingsbelofte.
Wat?
De opvoedingsbelofte is een publieke verklaring waarmee ouders hun engagement tegenover hun kind(eren) uitspreken. Ze doen dat bij de aangifte van een geboorte, of de registratie van een adoptie. Ze kunnen later hun belofte ook bevestigen, bijvoorbeeld na een scheiding: ‘In goede en kwade dagen zijn en blijven wij de ouders van ons kind.’
Waarom?
De opvoedingsbelofte moet de ouders bewustmaken van de draagwijdte van hun engagement, naar analogie met de regeling van partnerrelaties. Het publieke karakter van de uitspraak plaatst meteen de maatschappij voor haar verantwoordelijkheid om het nieuwe gezin met de nodige steun te omringen. Voor de kinderen betekent zij de bevestiging dat hun ouders er zijn voor hen, altijd, ongeacht de relatie die de ouders verder met elkaar hebben.
Dit voorstel werd geformuleerd door pedagoog Hans Van Crombrugge, docent aan het HIG, die zich ondermeer baseert op het Internationaal Verdrag van de Rechten van het Kind: ‘In plaats van ouders die tekort lijken te schieten in het opnemen van hun verantwoordelijkheid te sanctioneren, doet de overheid er beter aan een positief klimaat van engagement te cultiveren. De opvoedingsbelofte kan daartoe een instrument zijn.’
Voor of tegen?
Naar aanleiding van de Internationale Dag van het Gezin discussieerden vertegenwoordigers van beleid, wetenschappelijk onderzoek, hulpverlening en middenveld over de zin en onzin van dit voorstel. Het boekje ‘Van huwelijkscontract naar opvoedingsbelofte’ bundelt de visies van een twintigtal experten.
Zelfs als de uitkomst van de discussie niet eenduidig is, heeft de publicatie toch haar doel bereikt: een dialoog op gang brengen over de vraag of de opvoedingsbelofte een passend instrument is om de opvoedingsrelatie te kaderen én te ondersteunen. Wij hopen dat dit boekje aanzet geeft tot nieuwe stappen in dit belangrijke debat.
‘Van huwelijkscontract naar opvoedingsbelofte’ is à 10 euro (verzendingskosten inclusief) te bestellen bij het Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen, Huart Hamoirlaan 136, 1030 Brussel, tel. (02) 240 68 40, e-mail: info@hig.be, www.hig.be.
Ook Goudi heeft een bijdrage geleverd aan de publicatie onder de titel:
"De opvoedingsbelofte als concept en haar (on)haalbaarheid in de praktijk"
Ghislain Duchâteau,
Gescheiden Ouders Dienstbetoon door Informatie
|
 |
|
|
 |
 |
|
| |
Redelijkheid raakt het
hart wanneer zij weerloos is - Rik Torfs DS 9-9-04
Het slotgedeelte van het artikel
in De Standaard van 9 september 2004 "Kritiek van de universele
rede" geschreven door Prof. Dr. Rik Torfs (Kerkelijk Recht
K.U. Leuven) willen wij onze bezoekers van deze adviesrubriek toch
niet onthouden. Beeld van het bloedend paard... de slotzin. Is ook
vaak van toepassing op mensen die geconfronteerd met een echtscheiding
voor de rechter staan.
Maar wacht even. Stop de tijd. Gun
mij nog een ogenblik. Zelfs op deze vrijplaats van de leugen overvalt
mij volkomen onverwacht een drang naar waarheid. Nu en dan, heel
soms, bestaat er een redelijkheid die de wereld beter maakt. De
redelijkheid van het paard dat in het gedicht Place du Carrousel
van Jacques Prévert op het einde van een mooie zomerdag,
na een ongeval, bloedend en met gebroken been op de kasseien staat.
Niets beweegt. Het paard zwijgt, klaagt niet, hinnikt evenmin. Het
staat daar gewoon en wacht. Het paard wacht op iets heel ergs. Dat
voelen wij allemaal. Daarover is elk woord te veel. Et il était
si beau si triste si simple et si raisonnable qu'il n'était
pas possible de retenir ses larmes.
Si raisonnable. Redelijkheid
raakt het hart wanneer zij weerloos is.
|
|
 |
 |
 |
|
|
|
|
 |
 |
|
| |
 |
 |
|
| |
Hoe
je kinderen doorheen het echtscheidingsproces kan helpen :
Wat wél te doen ?
Wat niet te doen ?
Reena Sommer, Ph.D.
"Het is een onderschatting
te suggereren dat het echtscheidingsproces uitdagend of stresserend
is. Het is erger. Vaak zijn ouders zo verwikkeld in hun eigen
emotionele verwarring dat zij er niet toe komen in te schatten
hoe moeilijk dat proces is voor kinderen. Omdat kinderen beperkt
zijn in hun vermogen om intellectueel te verwerken wat er
aan de hand is, interpreteren ouders dikwijls het ontbreken
van een repliek bij hun kinderen verkeerd als een teken dat
zij met de scheiding in het reine komen zonder dat ze een
belangrijk schokeffect ondergaan. Hoe kinderen daarmee omgaan,
verschilt goeddeels naargelang van hun leeftijd, rijpheid,
temperament en de graad en de duur van het conflict van hun
ouders."
Hier volgen nu enkele adviezen
om voor de geest te houden gedurende die overgangstijd :
Wat wél te doen ?
- Verzeker je kinderen dat ze veilig
zullen zijn, dat ze beschut worden en dat voor ze gezorgd
wordt.
- Behoud je ouderlijke rol. Wees volwassen
! Je kinderen zullen dat geruststellend vinden.
- Vertel hun dat je ze graag ziet
en dat ze welkom zijn.
- Overtuig je ervan dat zij begrijpen
dat de breuk niet hun schuld is.
- Moedig je kinderen aan dat ze hun
gevoelens over de breuk op veilige manier kunnen uitdrukken.
- Blijf zelf gezond. Neem alle nodige
rust, zorg voor de voeding, voor de ondersteuning.
Wat niet te doen ?
- Onnodige veranderingen aanbrengen. Behoud zoveel mogelijk
stabiliteit in de dagelijkse routines en speciaal in de
regels, de bedtijden, de disciplinestijlen en de sociale
contacten.
- Kwaad te spreken over de andere ouder, zijn levensstijl
of zijn nieuwe partner.
- Indirect of direct je kinderen te betrekken in je conflict
en/of de details van je scheiding. Kinderen verdienen het
los te staan van de ruzies van hun ouders. Ze hebben er
al een hele klus aan om zich aan te passen aan hun nieuwe
en veranderende gezinssituatie.
- Hen doen geloven in (of hoop geven op) een verzoening
die wellicht toch zal uitblijven.
- Je kinderen te dreigen hen te verlaten of hen naar de
andere ouder te sturen.
- Te communiceren met je echtgeno(o)t(e) via de kinderen.
Zij zijn geen boodschappers ; het zijn kinderen. Als je
niet rechtstreeks met je echtgeno(o)t(e) kunt praten, doe
dat dan via de advocaten of via vrienden.
- Je kinderen als spionnen te gebruiken. Het is storend
en respectloos tegenover hen. Vermijd je kinderen in een
positie te plaatsen waar ze aanvoelen dat ze je beste vriend
zouden kunnen zijn, je klankbord, je therapeut of zelfs
je ouder!
KERNARTIKEL UIT :
DIVORCE-GO-ROUND!
"A newsletter for and about people going through separation
and divorce"
"Een nieuwsbrief voor en over mensen die een (echt)scheiding
doormaken" (Engelstalig)
Published by Reena Sommer, Ph.D. - Divorce Consultant
Gepubliceerd door Reena Sommer, Ph.D. uit Canada - Echscheidingsconsulente
http://www.reenasommerassociates.mb.ca
Uit : Surviving Divorce: Dr. Reena Sommer & Associates
- Divorce Consultants
Vol. 1, Issue 3
April 17, 2003
(Nederlandse vertaling uit het Engels van Ghislain Duchâteau
- 4 juni 2003)
|
|
 |
 |
 |
|
|
 |
 |
 |
|
|
 |
 |
|
| |
De scheidingsmelding
Videofragment uit de toespraak van prof. Hoefnagels op het Symposium over oudervervreemding in het Belgisch Parlement op dinsdag 13 februari 2007.
Overtuigend belicht hij de draagwijdte toe van het adieugesprek van scheidenden.
Om te kijken en vooral te luisteren: klik hier
_____________________
(On-)Deskundigheid
In het Rotterdams Dagblad, 3 september 2002
Door Peter Hoefnagels
Een huisarts onderkent de symptomen van blindedarmontsteking; hij
stuurt de patiënt naar het ziekenhuis en deze wordt geopereerd.
Zowel de blindedarmontsteking als de operatie zijn in boeken beschreven
en aan iedere arts bekend. Als de arts de blindedarmontsteking niet
zou onderkennen -wat nooit of zelden voorkomt- of de patiënt
niet naar het ziekenhuis zou sturen -wat nooit voorkomt- dan krijgt
de patiënt buikvliesontsteking en kan de arts ernstige maatregelen
verwachten. Een dokter die dat niet kan, is een gevaar voor de patiënt.
Zo gaat het niet in de kinderbescherming.
Na scheiding van ouders houden de kinderen onverminderd recht op
contact met beide ouders.
Als de verzorgende ouder, meestal moeder, het contact van de kinderen
met vader frustreert, komt dat door onverwerkte scheidingsemoties.
Deze ontstaan in alle tot nu toe onderzochte gevallen omdat de zogenoemde
scheidingsmeldingsinteractie tussen de ouders niet
plaatsvond.
Deze is door een deskundig bemiddelaar in de beginfase (vergelijkbaar
met een blindedarmontsteking) vrij snel te verhelpen. Als er eerst
een vechtprocedure plaatsvindt (vergelijkbaar met een buikvliesontsteking)
is het ook te verhelpen, maar gaat het vaak iets moeilijker.
Als er geen bemiddelingsoperatie plaatsvindt, loopt het kind stuk
in een loyaliteitsconflict en als de contacten gefrustreerd worden,
lijdt het tegen het 40-ste jaar aan het 'parental alienation syndrome',
het zogenaamde PAS, een stoornis die je graag verruilt voor een
blinde darm-ontsteking.
De scheidingsmeldingsinteractie is helder beschreven in mijn 'Handboek
Scheidingsbemiddeling' (voor de deskundigen) en in mijn
publieksboek 'Gelukkig Getrouwd, Gelukkig Gescheiden; bemiddeling
en overeenkomst bij trouwen en scheiden'.
Het handigste is het toch dat scheidenden zelf dit boekje lezen
en dan naar een goede advocaat-bemiddelaar gaan (en natuurlijk niet
naar een advocaat sec!)
De scheidingsmelding wordt door de meeste advocaten-scheidingsbemiddelaars
de laatste jaren goed gekend. Dat moet ook, want anders maak je
grondfouten in je vak.
Helaas wordt de scheidingsmelding niet onderkend door de rapporteurs
van de raden voor de kinderbescherming. Ze hebben meestal geen kennis
genomen van de psychologie van het scheidingsproces, ofschoon ze
jaarlijks in 1700 zaken voor omstreeks 3400 kinderen rapport en
advies aan de rechter uitbrengen. Het hoofdkantoor van de raden
heeft de bemiddelingsoperatie in deze zaken wel als norm gesteld,
maar ook aan deze departementale norm houden de werkers in het veld
zich meestal niet.
Opgepast dus, scheidenden! Zorg dat je zelf op de hoogte bent,
zolang de kinderbeschermers nog ondeskundig zijn.
(Dit artikel is voor de Nederlandse situatie geschreven, maar de
scheidingsmelding is ook in Vlaanderen en België van grote
betekenis voor het scheidingsverloop. G.D.)
(Prof. dr. G.P. Hoefnagels
is emeritus-hoogleraar criminologie en familierecht aan de Erasmus
Universiteit Rotterdam en scheidingsbemiddelaar)
"De scheidingsmelding of het adieu
De scheidingsmelding is de boodschap van de ene aan de andere echtgenoot dat hij of zij wil scheiden. De scheidingsmelding is voltooid als zij door de ander is gehoord, en hij/zij heeft laten blijken dat deze begrepen heeft dat de ander wil scheiden en deze daarop, ook emotioneel, heeft gereageerd. Deze reacties kunnen onmiddellijk na de melding komen en nemen vaak twee of drie weken in beslag. Voor de voltooiing van de scheidingsmelding is niet de acceptatie vereist van wàt de ander meldt. Wel is een interactie nodig waarin echtgenoten elkaars boodschap hebben verstaan. Het adieu is in feite het afscheidsgesprek van de partners. Hieruit ontstaat na twee of drie weken ook de aanvaarding dàt er gescheiden moet worden... "
Uit 'Gelukkig Getrouwd, Gelukkig Gescheiden; bemiddeling
en overeenkomst bij trouwen en scheiden' p. 48.
Wij kennen Prof. Hoefnagels van midden de jaren 80 toen we
hem in Hasselt hadden uitgenodigd voor een symposium
rond de betekenis van het vaderschap. We hebben hem nog een paar
keren ontmoet in Nederland en telkens was het wederzijds een heel
hartelijk weerzien. Wij bewonderen hem om zijn grote kennis rond
het echtscheidingsrecht en zijn uitzonderlijke kwaliteiten als één
van de eminentste scheidingsbemiddelaars in Nederland. Een paar laren geleden nog hoorden wij Prof. Hoefnagels tijdens een bijeenkomst in
Utrecht als een echte activist opkomen voor een menswaardige aanpak
van de omgangsregeling in Nederland. Hij neemt geen blad voor de
mond en zegt wat hij meent. Prof. Hoefnagels was de eerste spreker op het symposium over oververvreemding in het Belgische Parlement op dinsdag 13 februari 2007. Nadien hadden wij hem een dagje op bezoek bij ons thuis en werden we gefilmd door TV-Limburg. Wij hopen dat prof. Hoefnagels ook beluisterd wordt
en dat men zijn inzichten ernstig neemt en zijn ideeën ook
in de praktijk toepast ten nutte van zovele scheidende ouders en
van zovele kinderen die bij scheiding benepen zitten in een intrieste
situatie waarom zij eigenlijk hoegenaamd niet gevraagd hebben.
Prof. Hoefnagels, wij groeten u met groot respect en bewondering
en ook met genegenheid vanuit Vlaanderen in België
Ghislain Duchâteau |
|
 |
 |
 |
|
| |
 |
 |
|
| |
Bestendig Handboek
Echtscheiding
Heel nuttig naslagwerk voor hulpverleners
en mensen die vanuit verenigingen de opvang doen van nieuwkomers
Auteur(s) : Brouwers, S., Bruynseraede G., Buyssens,
H., Calewaert, A., Dirickx, F., Govaerts M.
Publicatievorm : Losbladig
Bestelcode : HBER/LB - beschikbaar
Prijs
Abonnement*(basiswerk): € 166,00 BTW inbegrepen (€ 156,60
BTW exclusief)
*De vermelde prijs is de prijs van het basiswerk. Afhankelijk
van de actualiteit ontvangt u aanvullingen met nieuwe informatie.
Deze aanvullingen worden per pagina gefactureerd aan de op dat moment
geldende paginaprijs. Hier vindt u de frequentie en het geschat
aantal pagina´s van de updates.
Scheiding van tafel en bed, echtscheiding door onderlinge toestemming,
vereffening en verdeling, echtscheiding en sociaal recht,... dit
alomvattende "doe-boek" vertelt u, zonder academische
omwegen, hoe u ieder concreet echtscheidingsdossier afwerkt. Het
is meteen de eerste Vlaamse publicatie die u bij de systematische
aanpak van elk specifiek aspect ook echt bruikbare vuistregels geeft.
Het werk werd bovendien verrijkt met verhelderende kruisverwijzingen
en voetnoten, praktische checklists en adressen, kant en klare modelteksten
voor procedures en briefwisseling, een overzicht van procedure-
en gerechtskosten, de noodzakelijke indexcijfers,... Voor een jaarlijkse
abonnementsprijs ontvangt u alle updates die in de loop van ieder
jaar noodzakelijk zijn. De redactie bestaat uit een equipe ervaren
advocaten met als voorkeurmateries echtscheidingsrecht, I.P.R.,
sociaal recht en fiscaal recht. Zij garanderen u dat u niets over
het hoofd zal zien.
Thema : Burgerlijk recht
Subthema : Erfrecht, schenkingen, testamenten
en huwelijksvermogensrech , Notariëel recht , Personen- en
familierecht
Uitgeverij : Kluwer uitgevers
Frequentie : 2 aanvullingen per jaar
Omvang : 1 band
2 aanvullingen per jaar.
De bovenstaande tekst is overgenomen van de uitgevers.
Het is een product van Kluwer Uitgevers.
U kunt het werk bestellen via de website van Kluwer Uitgevers
|
|
 |
 |
 |
|
|
 |
 |
|
| |
Hoe
optimaliseer ik mijn echtscheiding ?
Gevolgen van een echtscheiding op het vlak van de fiscaliteit, de sociale zekerheid en de verzekeringen - Editie 2006-2007 bijgewerkt tot 31 maart 2006

Deze praktische gids behandelt alle
fiscale en sociaalrechtelijke gevolgen van een echtscheiding. Aangevuld
met voorbeelden uit de praktijk, met een aantal nuttige tips en
verwijzend naar de meest recente rechtspraak en administratieve
commentaren terzake, is dit werk geschikt voor iedereen die met
de echtscheidingsproblematiek geconfronteerd wordt.
Prijs : 38 €
Wanneer een huwelijk op de klippen loopt, heeft dit vaak ook gevolgen
op fiscaal en sociaal vlak. Aanvankelijk wordt hier meestal minder
aandacht aan besteed. Ten onrechte overigens, want vrij snel reeds
dienen de ex-partners beslissingen te nemen die belangrijke fiscale
en/of sociale gevolgen kunnen hebben. En dan komen de vragen naar
boven:
- Hoe en waar moet ik mijn belastingaangifte indienen?
- Hoeveel mag mijn kind bijverdienen of als alimentatie krijgen
om fiscaal ten laste te blijven?
- Hoe wordt mijn onderhoudsuitkering belast?
- Hoeveel bedraagt de fiscale besparing als ik een onderhoudsuitkering
betaal?
- Wat zijn de fiscale en sociale consequenties van co-ouderschap?
- Wie dient de onroerende voorheffing te betalen?
- Kan ik nog steeds mijn hypotheeklening opnemen in mijn belastingaangifte?
- Mag de fiscus bij mij komen aankloppen voor de inning van de fiscale
schulden van mijn ex-partner?
- Kan mijn echtgenoot, waarvan ik feitelijk gescheiden leef, nog
steeds erven van mij?
- Welke ouder heeft er recht op kinderbijslag?
- Heeft mijn echtscheiding een invloed op het bedrag van mijn werkloosheidsuitkering?
- Kan ik op het ziekenboekje van mijn ex-partner blijven staan?
- Hoe wordt mijn pensioenuitkering berekend?
Op deze en heel wat andere vragen wordt door de auteur een antwoord
gegeven waarbij de klemtoon wordt gelegd op de praktische bruikbaarheid.
Aangevuld met voorbeelden uit de praktijk, met een aantal nuttige
tips en verwijzend naar de meest recente rechtspraak en administratieve
commentaren terzake, is dit werk geschikt voor iedereen die zelf
met de echtscheidingsproblematiek wordt geconfronteerd, evenals
voor de jurist, fiscalist en accountant die professioneel met deze
materie bezig is.
De auteur :
Dirk Miseur
Fiscaal adviseur
Om een idee te krijgen over welke praktische onderwerpen dit boekje directe en nuttige informatie verschaft, overloopt de belangstellende lezer van dit artikel liefst de inhoudstafel. Klik op Inhoudstafel...
Zie verder de website van Uitgeverij voor Handel en Nijverheid
n.v. http://www.ukhn.be/txt_divorce.htm en http://www.edipro.info
Sterk aanbevolen voor wie met de echtscheidingsproblematiek geconfronteerd wordt zowel voor hulpverleners als voor de betrokkenen zelf. Het boekje is werkelijk een praktische gids waar je beknopt informatie vindt waar je elders wellicht lang moet naar zoeken. Het is in zijn tweede editie nog aangevuld met informatie over de Dienst voor Alimentatievorderingen (DAVO) en met gegevens over verzekeringsaangelegenheden bij scheiding.
Ghislain Duchâteau
|
|
 |
 |
 |
|
|
 |
 |
|
| |
MENSENRECHTEN
De Universele Verklaring voor de Rechten van de Mens
Bijzonder veel weerklank in de media kreeg op 10 december
1998 de vijftigjarige herdenking van de Universele Verklaring voor
de Rechten van de Mens die de Verenigde Naties goedkeurden in 1948.
Ze bevat 30 artikels. Het is goed die verklaring eens aandachtig
te herlezen en te kijken in welke mate ze ook van betekenis is voor
mensen die met echtscheiding te maken krijgen en die geoordeeld
moeten worden door rechtbanken die daarbij toch zeker in hoge mate
rekening moeten houden met die wereldwijde verklaring voor de rechten
van de mens.
Doen rechters en advocaten dat in concrete echtscheidingsbehandelingen
? We halen ter overweging enkele artikelen aan. Je kan daarbij nadenken
over die vraag.
Art. 1 : Alle mensen worden vrij en gelijk in waardigheid en rechten
geboren. Zij zijn begiftigd met verstand en geweten, en behoren
zich jegens elkander in een geest van broederschap te gedragen.
Art. 3 : Een ieder heeft het recht op leven, vrijheid en onschendbaarheid
van zijn persoon.
Art. 5 : Niemand zal onderworpen worden aan folteringen, noch aan
een wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing.
Art. 6 : Een ieder heeft, waar hij zich ook bevindt, het recht als
persoon erkend te worden voor de wet.
Art. 7 : Allen zijn gelijk voor de wet en hebben zonder onderscheid
aanspraak op gelijke bescherming door de wet. Allen hebben aanspraak
op gelijke bescherming tegen iedere achterstelling in strijd met
deze Verklaring en tegen iedere ophitsing tot een dergelijke achterstelling.
Art. 8 : Een ieder heeft recht op daadwerkelijke rechtshulp van
bevoegde nationale rechterlijke instanties tegen handelingen, welke
in strijd zijn met de grondrechten hem toegekend bij Grondwet of
wet.
Art. 10 : Een ieder heeft, in volle gelijkheid, recht op een eerlijke
en openbare behandeling van zijn zaak door een onafhankelijke en
onpartijdige rechterlijke instantie bij het vaststellen van zijn
rechten en verplichtingen en bij het bepalen van de gegrondheid
van een tegen hem ingestelde strafvervolging.
Art. 12 : Niemand zal onderworpen worden aan willekeurige inmenging
in zijn persoonlijke aangelegenheden, in zijn gezin, zijn tehuis
of zijn briefwisseling, noch aan enige aantasting van zijn eer of
goede naam. Tegen een dergelijke inmenging of aantasting heeft een
ieder recht op bescherming door de wet.
Art. 16 : 1. Zonder enige beperking op grond van ras, nationaliteit
of godsdienst, hebben mannen en vrouwen van huwbare leeftijd het
recht om te huwen en een gezin te stichten. Zij hebben gelijke rechten
wat het huwelijk betreft, tijdens het huwelijk en bij de ontbinding
ervan.
3. Het gezin is de natuurlijke en fundamentele groepseenheid van
de maatschappij en heeft recht op bescherming door de maatschappij
en de Staat.
Art. 17 : 1. Een ieder heeft recht op eigendom, hetzij alleen, hetzij
te samen met anderen.
2. Niemand mag willekeurig van zijn eigendom worden beroofd.
Art. 19 : Een ieder heeft recht op vrijheid van mening en meningsuiting.
Dit recht omvat de vrijheid om zonder inmenging een mening te koesteren
en om door alle middelen en ongeacht grenzen inlichtingen en denkbeelden
op te sporen, te ontvangen en door te geven.
Art. 22 : Een ieder heeft als lid van de gemeenschap recht op maatschappelijke
zekerheid en heeft er aanspraak op, dat door middel van nationale
inspanning en internationale samenwerking en overeenkomstig de organisatie
en de hulpbronnen van de betreffende Staat, de economische, sociale
en culturele rechten, die onmisbaar zijn voor zijn waardigheid en
voor de vrije ontplooiing van zijn persoonlijkheid, verwezenlijkt
worden.
Art. 25 : 1. Een ieder heeft recht op een levensstandaard, die hoog
genoeg is voor de gezondheid en het welzijn van zichzelf en zijn
gezin, waaronder inbegrepen voeding, kleding, huisvesting en geneeskundige
verzorging en de noodzakelijke sociale diensten, alsmede het recht
op voorziening in geval van werkloosheid, ziekte, invaliditeit,
overlijden van de echtgenoot, ouderdom of een ander gemis aan bestaansmiddelen,
ontstaan ten gevolge van omstandigheden onafhankelijk van zijn wil.
2. Moeder en kind hebben recht op bijzondere zorg en bijstand. Alle
kinderen, al dan niet wettig, zullen dezelfde sociale bescherming
genieten.
Art. 26 : 1. Een ieder heeft recht op onderwijs...
2. Het onderwijs zal gericht zijn op de volle ontwikkeling van de
menselijke persoonlijkheid en op de versterking van de eerbied voor
de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. ...
3. Aan de ouders komt in de eerste plaats het recht toe om de soort
van opvoeding en onderwijs te kiezen, welke aan hun kinderen zal
worden gegeven.
Art. 29 : 2. In de uitoefening van zijn rechten en vrijheden zal
een ieder slechts onderworpen zijn aan die beperkingen, welke bij
de wet zijn vastgesteld en wel uitsluitend ter verzekering van de
onmisbare erkenning en eerbiediging van de rechten en vrijheden
van anderen en om te voldoen aan de gerechtvaardigde eisen van de
moraliteit, de openbare orde en het algemeen welzijn in een democratische
gemeenschap.
Over dat alles valt ernstig na te denken met betrekking tot
de behandeling van onszelf en onze eigen echtscheidingszaak of niet
soms ?
G.D.
|
|
 |
 |
 |
|
| |
|
|
| |