Informatie - Belastingen
 

Adviezen | Advocaat | Bank | Belastingen | Bestaansmiddelen | Detective | Deurwaarder | Echtelijke woning
Echtscheiding door onderlinge toestemming | Erfenis | Gezinnen | Gezinswoning | Gevoelens | Gevolgen echtscheiding
Geweld | Hulpverlening | Huwelijksplichten | Huwelijksstelsel | Jongeren na echtscheiding | Jurisprudentie Justitiehuizen | Kerk | Leven na scheidingNieuwe gezinsvormen | Nieuwe relatie | Nieuw-samengestelde gezinnen
Notaris | Omgangsrecht | Onderhoudsgelden | Onderwijsaangelegenheden | Ouderlijk gezag | Ouder-naam
Ouderschapsbemiddeling | Overlijden | Overspel | Procedure | Relaties | Samenwoning | Scheidingsbemiddeling Vaderschap bij scheiding | Vereffening en verdeling | Wetgeving | Woonstvergoeding

Artikels:

- Welke zijn de onderhoudskosten die je na een scheiding kunt inbrengen?
- Nieuwe belastingschijven in 2011
- Het onderhoudsgeld optimaliseren - Rond de fiscaliteit van het scheiden
- Vernieuwde fiscale regeling voor co-ouderschap vanaf 2008
- Fiscaal co-ouderschap
- Aanvraag voor fiscaal co-ouderschap
- Hoe optimaliseer ik mijn echtscheiding ? Gevolgen voor fiscaliteit en sociale zekerheid - Boek van Dirk Miseur
- Echtscheiding fiscaal aftrekbaar ?
- Het begrip "feitelijke scheiding" voor de fiscus
- Wanneer wordt echtscheiding officieel voor de fiscus ?
- Belastingen en echtscheiding (verslag)
-
Fiscaliteit bij echtscheiding : voor- en nadelen m.b.t. onderhoudsuitkeringen

 
Omhoog
 

Welke zijn de onderhoudskosten die je na een scheiding kunt inbrengen?



Sinds mijn scheiding betaal ik onderhoudsgeld voor twee kinderen. Die kan ik inbrengen bij mijn belastingaangifte. Maar hoe zit het met studiekosten en hobbykosten?

Betaalde onderhoudsuitkeringen kunnen aftrekbare bestedingen zijn. De onderhoudsuitkeringen moeten hiervoor aan drie voorwaarden voldoen:

  • gebeurd zijn ter uitvoering van een wettelijke verplichting
  • betaald zijn aan een persoon die geen deel uitmaakt van het gezin van de belastingplichtige;
  • regelmatig betaald zijn.

Het is niet vereist dat de betaling van het onderhoudsgeld door een rechterlijke beslissing opgelegd is. Een vrijwillig betaalde onderhoudsuitkering kan ook aftrekbaar zijn. Bovendien is voor de onderhoudsverplichting van ouders tegenover hun minderjarige of nog niet-afgestudeerde kinderen, niet vereist dat de kinderen behoeftig zijn.

Onderhoudsuitkeringen die men spontaan betaalt (d.w.z. zonder contractuele of gerechtelijke verplichting) aan de ex-echtgenote voor het onderhoud van de gemeenschappelijke kinderen, kunnen aftrekbaar zijn.

Het hof van beroep van Antwerpen bevestigde al in een arrest dat studiekosten (huur van een "kot", inschrijvingsgelden, kosten van cursussen) van de kinderen die bij de moeder verblijven, betaald door de gescheiden vader, worden aanvaard als aftrekbare onderhoudsgelden.

De onderhoudsbijdrage bevat volgens de wet zowel gewone als buitengewone kosten. “Gewone kosten” zijn alle gebruikelijke kosten m.b.t. het dagelijkse onderhoud van het kind. En buitengewone kosten zijn de uitzonderlijke, noodzakelijke of onvoorzienbare uitgaven die voortvloeien uit toevallige of ongewone gebeurtenissen en die het gebruikelijke budget voor het dagelijkse onderhoud van het kind dat desgevallend als basis diende voor de vaststelling van de onderhoudsbijdragen, overschrijden.

De derde voorwaarde mag echter ook niet uit het oog verloren worden: om aftrekbaar te zijn, moeten onderhoudsuitkeringen “regelmatig” betaald worden. “Regelmatig” dient hier begrepen te worden als “periodiek”. Dit hoeft echter geen strikt mathematische regelmaat te zijn.

Voor uitgaven die geen periodiek karakter hebben, wordt de voorwaarde van regelmaat niet gesteld. Die voorwaarde is immers zonder voorwerp. Dat geldt trouwens voor àlle betalingen (door ouders aan kinderen) van buitengewone kosten zoals hierboven gedefinieerd.
Betalingen die aan deze voorwaarden voldoen kunnen als onderhoudsuitkering afgetrokken worden.

Let wel: het mag niet gaan om willekeurige onderhoudsbijdragen, zoals bijdragen die uitgekeerd worden wanneer de onderhoudsplichtige over het betreffende belastbaar tijdperk hoge inkomsten heeft en de eenmalig verhoogde onderhoudsuitkering is ingegeven door het voornemen van de onderhoudsplichtige om zijn inkomen louter om fiscale redenen af te romen. Deze willekeurige bijdragen komen niet in aanmerking voor aftrekbaarheid bij de betaler en belastbaarheid bij de ontvanger.

Vanzelfsprekend moet u ook kunnen bewijzen dat u de onderhoudsuitkering effectief betaald hebt.

Ann Rasschaert

19 juni 2012

Ann Rasschaert is materiedeskundige bij Kluwer.



 
Omhoog
 

Nieuwe belastingschijven in 2011

Na een forse stijging van de fiscale grensbedragen - de zogenaamde plafonds - in 2009 en een bevriezing in 2010, is er opnieuw een stijging van die grensbedragen. Dat meldt La Dernière Heure.
 
Inkomensbelasting

De fiscale grensbedragen bepalen onder meer de hoogte van de belastingschijven voor de inkomensbelasting. Voor het tarief van 25 pct is dat voortaan van 0 tot 8.070 euro, 30 pct voor 8.070 tot 11.480 euro, 40 pct voor 11.840 tot 19.130 euro, 45 pct voor 19.130 tot 35.060 euro en 50 pct vanaf 35.060 euro, zo schrijft de krant.
 
De alleenstaande belastingplichtige is vrijgesteld voor 6.570 euro, elke echtgenoot geniet van dezelfde belastingvrije som. Die wordt verhoogd met 1.400 euro voor één kind, met 3.590 euro voor twee kinderen, 8.050 euro voor drie kinderen, 13.020 euro voor vier kinderen en 4.970 euro per kind boven het vierde.
 
Pensioensparen

De fiscale grensbedragen zijn ook van belang voor de vrijstelling van de vergoeding op het spaarboekje of hoeveel men fiscaal voordelig kan sparen voor het pensioen. (belga/lb)


 
Omhoog
 

Het onderhoudsgeld optimaliseren

PORTEFEUILLE DE FISCALITEIT VAN HET SCHEIDEN

Uit het huwelijksbootje stappen is een pak ingewikkelder dan je er in een sfeer van liefde en verliefdheid aan toevertrouwen. Zelfs voor partners die niet met getrokken messen tegenover staan, is het oppassen geblazen dat in het verdriet, de woede, de frustraties van het moment geen beslissingen worden genomen waar je portemonnee achteraf spijt van krijgt.

Eenvoudig is het allemaal niet, anders had de Beroepsvereniging voor Accountants, Belastingconsulenten, Bedrijfsrevisoren, Boekhouders en Erkende Fiscalisten van Antwerpen er onlangs geen seminarie aan gewijd. Wij luisterden voor u mee en pikten er enkele concrete tips uit in verband met onderhoudsgeld.

Voor de informatie klik hier




 
Omhoog
 

Gewijzigde fiscale regeling voor co-ouderschap vanaf 2008

Steeds meer gescheiden koppels kiezen voor co-ouderschap. ‘Een week bij papa, een week bij mama’ – of een variant daarop – is deze dagen dan ook een veel voorkomende verblijfsregeling voor kinderen van gescheiden ouders. Die trend naar co-ouderschap is de laatste tein jaar zo sterk geworden dat er in 1999 ook een fiscale co-ouderschapsregeling op is gevolgd. Die regeling geeft co-ouders de mogelijkheid om de belastingvrije toeslag voor hun kinderen ten laste onder elkaar te verdelen. Of anders gezegd: de partner bij wie de kinderen officieel gedomicilieerd zijn, heeft sinds 1999 de mogelijkheid om een deel van zijn fiscaal voordeel voor kinderlast af te staan aan zijn of haar ex-partner.

Voor de informatie klik hier



 
Omhoog
 

Fiscaal co-ouderschap

In geval van co-ouderschap bestaat de mogelijkheid om de toeslag op de belastingvrije som voor kinderen ten laste over beide ouders te verdelen.

Wanneer de ouders van één of meer kinderen die voldoen aan de voorwaarden om ten laste te zijn, niet (meer) samenleven, worden die kinderen geacht ten laste te zijn van de ouder bij wie zij hun fiscale woonplaats hebben (in principe de ouder bij wie zij gedomicilieerd zijn).

Het belastingvoordeel (toeslag op de belastingvrije som) waarop die kinderen recht geven, mag echter in zulk geval worden verdeeld over de beide ouders, op voorwaarde dat:
  •  
  • de ouders geen deel uitmaken van hetzelfde gezin
  •  
  • de ouders gezamenlijk het ouderlijk gezag over die  kinderen uitoefenen
  •  
  • de ouders zich akkoord verklaren met de verdeling van het belastingvoordeel en daartoe gezamenlijk een schriftelijke aanvraag indienen.

    Meer informatie: klik hier.

    Vanaf 1 januari 2007 worden een aantal wijzigingen en bijkomende bepalingen van toepassing.

    Er is niet alleen de gewone toeslag op de belastingvrije som in functie van het aantal kinderen ten laste: er bestaat ook een bijkomende toeslag van 325 euro (geïndexeerd 470 euro voor het aanslagjaar 2007) voor ieder kind ten laste dat nog geen 3 jaar oud is op 1 januari van het aanslagjaar, een verhoogde toeslag van 870 euro (geïndexeerd 1.260 euro) voor een belastingplichtige die alleen wordt belast en één of meer kinderen ten laste heeft. Die bijkomende toeslag en de verhoogde toeslag kunnen op dezelfde manier worden verdeeld.

    Wel opletten:
    - Als een van beide co-ouders hertrouwd is of samenwoont, heeft die niets aan de verdeling van de toeslag. Hij heeft geen recht op (de helft van) de verhoogde toeslag voor een belastingplichtige die alleen wordt belast.
    - Als een co-ouder niet alleenstaand is en de andere wel, dan kan die alleenstaande co-ouder geen deel van de toeslag voor alleenstaande ouder met kinderlast krijgen.
    - Ook is er geen deel van de toeslag als de alleenstaande co-ouder zelf ook één of meer kinderen ten laste heeft en zo al recht heeft op de toeslag. Er is geen bijkomende voordeel en de andere co-ouder verliest de helft van zijn of haar voordeel.

    Verder:
    - Bij een EOT-overeenkomst moet in de akte uitdrukkelijk staan, dat de co-ouders ermee akkoord gaan om de toeslagen op de belastingvrije som te delen.
    - De nieuwe fiscale co-ouderschapsverdeling kan enkel toegepast worden als er op 1 januari van het aanslagjaar een geregistreerde of gehomologeeerde overeenkomst bestaat of ter zake een gerechtelijke beslissing is genomen.
    - De bijkomende toeslag voor een kind jonger dan 3 jaar kan niet samengaan met de aftrek van uitgaven voor kinderoppas voor dat kind.

    Versoepeling voor de onderhoudsbijdragen

    Tot nu was aftrek van onderhoudsuitkeringen uitgesloten voor de kinderen waarvoor het fiscale co-ouderschap en de verdeling van de belastingvrije som was aangevraagd. Het kan echter zijn dat het voor de betreffende ouder fiscaal interessanter is de onderhoudsbijdrage af te trekken dan de overdracht van de helft van de toeslagen te vragen. Daarom krijgt men nu de keuze tussen de twee systemen. In de wet staat dat een ouder die onderhoudsbijdragen voor een kind in aftrek brengt, hij/zij dat kind niet fiscaal ten laste kan nemen.

    Ook de formaliteiten worden vereenvoudigd. De co-ouders zullen niet meer elk jaar een gezamenlijke schriftelijke aanvraag bij hun aangifte moeten voegen. Het is voldoende dat ze in hun aangifte vermelden dat één of meer van hun kinderen in het systeem zit van 'gelijkmatig verdeelde huisvesting'. Voor die 'gelijkmatig verdeelde huisvesting' wordt rekening gehouden met de datum zelf van de gerechtelijke beslissing, niet met die van de overschrijving in de registers van de burgerlijke stand van het scheidingsvonnis.

    Zie voor de laatste gegevens 'Fiscaal co-ouderschap gevoelig uitgebreid', Emmanuel Ollieuz, in het BGMK-tijdschrift Hoop! jan. 2007 blz. 5-7.



     
    Omhoog
     

    Aanvraag voor fiscaal co-ouderschap

    De wetgever heeft werk gemaakt van het vereenvoudigen van de echtscheidingsprocedure en het stimuleren van het co-ouderschap. Ook fiscaal wordt vanaf het aanslagjaar 2008 een mogelijke bron van discussie tussen gescheiden ouders opgeruimd. De instemming van beide ouders om de belastingvermindering voor kinderen ten laste over hen beiden te verdelen, is dan immers niet altijd meer nodig.

    Voor de volledige informatie klik hier


     
    Omhoog
     
     

    Hoe optimaliseer ik mijn echtscheiding ?
    Gevolgen van een echtscheiding op het vlak van de fiscaliteit en de sociale zekerheid

     

     

    Deze praktische gids behandelt alle fiscale en sociaalrechtelijke gevolgen van een echtscheiding. Aangevuld met voorbeelden uit de praktijk, met een aantal nuttige tips en verwijzend naar de meest recente rechtspraak en administratieve commentaren terzake, is dit werk geschikt voor iedereen die met de echtscheidingsproblematiek geconfronteerd wordt.

    Prijs : € 32

     

     

     

     

    Wanneer een huwelijk op de klippen loopt, heeft dit vaak ook gevolgen op fiscaal en sociaal vlak. Aanvankelijk wordt hier meestal minder aandacht aan besteed. Ten onrechte overigens, want vrij snel reeds dienen de ex-partners beslissingen te nemen die belangrijke fiscale en/of sociale gevolgen kunnen hebben. En dan komen de vragen naar boven:
    - Hoe en waar moet ik mijn belastingaangifte indienen?
    - Hoeveel mag mijn kind bijverdienen of als alimentatie krijgen om fiscaal ten laste te blijven?
    - Hoe wordt mijn onderhoudsuitkering belast?
    - Hoeveel bedraagt de fiscale besparing als ik een onderhoudsuitkering betaal?
    - Wat zijn de fiscale en sociale consequenties van co-ouderschap?
    - Wie dient de onroerende voorheffing te betalen?
    - Kan ik nog steeds mijn hypotheeklening opnemen in mijn belastingaangifte?
    - Mag de fiscus bij mij komen aankloppen voor de inning van de fiscale schulden van mijn ex-partner?
    - Kan mijn echtgenoot, waarvan ik feitelijk gescheiden leef, nog steeds erven van mij?
    - Welke ouder heeft er recht op kinderbijslag?
    - Heeft mijn echtscheiding een invloed op het bedrag van mijn werkloosheidsuitkering?
    - Kan ik op het ziekenboekje van mijn ex-partner blijven staan?
    - Hoe wordt mijn pensioenuitkering berekend?

    Op deze en heel wat andere vragen wordt door de auteur een antwoord gegeven waarbij de klemtoon wordt gelegd op de praktische bruikbaarheid. Aangevuld met voorbeelden uit de praktijk, met een aantal nuttige tips en verwijzend naar de meest recente rechtspraak en administratieve commentaren terzake, is dit werk geschikt voor iedereen die zelf met de echtscheidingsproblematiek wordt geconfronteerd, evenals voor de jurist, fiscalist en accountant die professioneel met deze materie bezig is.

    De auteur :

    Dirk Miseur
    Fiscaal adviseur

    Zie verder de website van Uitgeverij voor Handel en Nijverheid n.v. http://www.ukhn.be/txt_divorce.htm


     


     
    Omhoog
     

    Echtscheiding fiscaal aftrekbaar ?

    SOMMIGE parlementsleden willen restaurantcheques uitdelen aan koppels die lang genoeg bij elkaar blijven. Anderen willen dan weer een belastingvoordeel geven aan echtparen die uit de echt scheiden. De bedoelingen van dit laatste voorstel zijn nochtans nobel. De indieners van het voorstel willen de echtscheiding door onderlinge toestemming promoten om zo de overbelasting van de rechtbanken te bestrijden. De aftrek is bedoeld om een deel van de advocaten- en notariskosten te dekken. Vraag is of dat betekent dat voor andere procedures deze kosten dan niet aftrekbaar zijn.

    Lees verder



     
    Omhoog
     

    Het begrip "feitelijke scheiding" voor de fiscus

    Begrip en bewijsvoering

    Het fiscale begrip "feitelijke scheiding" heeft in principe dezelfde betekenis als het burgerrechtelijke begrip "feitelijke scheiding". Het kan worden omschreven als een gewilde of vrijwillige verwijdering van de echtgenoten die een materieel element, het niet-samenwonen en samenleven, en een intentioneel element bevat. Intentioneel betekent hier dat ten minste één van de echtgenoten de wil heeft afzonderlijk te leven (Com. IB. 1992, art. 128/17).

    Een tijdelijke verwijdering uit de gezinswoning, al duurt zij lang, omwille van beroepswerkzaamheden, ziekte, legerdienst, oorlog, gevangenhouding, ziekenhuis of psychiatrische instelling is dus geen feitelijke scheiding zoals dat staat in art. 128, eerste lid, 2° van het Wetboek van Invordering Belastingen (W.I.B.). 1992.

    De fiscus stelt daarbij dat er een feitelijke scheiding bestaat als de echtgenoten werkelijk en duurzaam een verschillende woonplaats hebben (art. 3/15.8 Com IB 1992).

    Met woonplaats wordt bedoeld de echte woonplaats, die al dan niet overeenstemt met de administratieve woonplaats (ingeschreven in het bevolkingsregister van een gemeente).

    Voor de fiscus moet de belastingplichtige bewijzen dat hij werkelijk gescheiden leeft van zijn of haar echtgenoot. Drie elementen moeten bewezen worden :

    - de begindatum van de feitelijke scheiding ;
    - de werkelijkheid van de feitelijke scheiding;
    - het duurzaam en ononderbroken karakter van de feitelijke scheiding.

    De fiscus houdt dus rekening met de toestand van feitelijke scheiding, als door middel van een geheel van feiten die genoegzaam ernstig, nauwkeurig en overeenstemmend zijn om een bewijskrachtig vermoeden te vormen van de werkelijke en duurzame afzonderlijke woonplaats, die feitelijke scheiding wordt aangetoond.

    De inschrijving in het bevolkingsregister of een attest van de gemeenteoverheid betekenen een wettelijk vermoeden dat de partners werkelijk gescheiden leven. De datum daarvan geldt als het moment vanaf wanneer de echtgenoten feitelijk gescheiden leven.

    De datum van het vonnis van voorlopige maatregelen waarbij de gedingvoerende echtgenoten afzonderlijke woonst toegewezen krijgen, kan ook worden aangevoerd als bewijs voor het ontstaan van de feitelijke scheiding. Het is evenwel soms geen sluitend bewijs (Luik, 18/9/1999).

    De datum van het verzoekschrift om voorlopige maatregelen en de betaling van onderhoudsgelden vanuit een andere gemeente kunnen worden aanvaard als bewijs van feitelijke scheiding (Brussel, 12/3/1985).

    Belang van de datum van de feitelijke scheiding

    De datum van de feitelijke scheiding is bepalend voor
    1. de heffing van de belastingen
    2. de invordering van de belastingen.

    Invloed van de datum op de heffing van de belastingen :

    Getrouwden en alleenstaanden worden op verschillende wijze belast. De datum van de feitelijke scheiding is van belang om de partners als getrouwden te beschouwen of als alleenstaanden.

    Voor het jaar van de feitelijke scheiding worden de partners als getrouwden beschouwd en als dusdanig belast. Zij hoeven maar één aangifte te doen en zij worden gezamenlijk aangeslagen. (Zij kunnen wel bij de belastingen een afzonderlijke berekening vragen.)

    Het jaar volgend op het jaar van de feitelijke scheidng worden de vroegere partners als alleenstaanden aangeslagen als de scheiding uiteraard voortduurt.

    Voor die verschillende belastingaanslag bestaan 2 redenen :
    - de persoonlijke belastingvrije som voor een alleenstaande is hoger dan voor een gehuwd persoon en dat is ook zo voor de mogelijke verhoging wegens kinderlast;
    - het mechanisme van het huwelijksquotiënt mag enkel voor getrouwden worden toegepast.

    Voor het inkomstenjaar 2003 is die belastingvrije som voor een alleenstaande 5.570 euro, voor een gehuwde 4.610 euro. Voor 2003 moet de alleenstaande dus 240 euro minder belastingen betalen. Door de Wet van 10/8/2001 wordt het verschil evenwel weggewerkt vanaf het inkomstenjaar 2004. Dan wordt de belastingvrije som voor een gehuwde en een alleenstaande gelijk.

    Bij kinderlast heeft de feitelijk gescheiden belastingplichtige vanaf het inkomstenjaar 2002 ook recht op een verhoging van de persoonlijke belastingvrije som met 1.160 euro.

    Het huwelijksquotiënt geldt niet voor een alleenstaande enkel voor een gehuwde. Het wordt toegekend als één van beide echtgenoten geen of heel weinig eigen beroepsinkomsten heeft. Het komt erop neer dat voor de berekening van de belastingen fictief een deel van het loon van de werkende partner wordt toegekend aan de niet-werkende partner. Dat is 30% en maximum 8.030 euro. voor het inkomstenjaar 2003. De niet-werkende partner wordt daarop belast in de laagste schalen terwijl dat anders in hoofde van de werkende partner in de hoogste schalen zou gebeuren. Dat betekent voor dat gezin een belastingbesparing.

    Invloed van de datum op de invordering van de belastingen :

    Vanaf het aanslagjaar 2002 d.i. het inkomstenjaar 2001, wordt een aanzienlijke beperking ingevoerd op het principe dat feitelijk gescheiden echtgenoten aansprakelijk blijven voor elkaars belastingschulden.

    Door de Wet van 10/8/2001 kan de inkomstenbelasting op het inkomen van één van de gehuwden niet meer worden verhaald op het inkomen van de andere echtgenoot of op de goederen die met dit inkomen werden verworven vanaf het tweede kalenderjaar na de feitelijke scheiding.

    Zie hierboven van Dirk Miseur De praktische gids : Hoe optimaliseer ik mijn echtscheiding blz. 12-21.


     
    Omhoog
     

    Echtscheiding en belastingen

    Wanneer wordt echtscheiding officieel ?
    Voor de fiscus ?


    Mannen komen van Mars, vrouwen van Venus. Dus durft het tussen beiden wel eens mis te gaan. Als de breuk niet meer te lijmen valt, scheiden niet alleen hun emotionele en materiële wegen. Ook fiscaal hebben zij geen uitstaans meer met elkaar. Maar vanaf wanneer beschouwt de fiscus een ex-echtgenoot en een ex-echtgenote opnieuw als twee fiscaal onafhankelijke wezens ?

    Lees verder


     
    Omhoog
     


    Belastingen en echtscheiding

    Verslag van een themavergadering op maandag 5 juni 2000 :

    Sprekers : Dhr. Frans de Keyser, eerstaanwezend inspecteur en Dhr. Daniël Vaes, inspecteur-ambtenaar (Dhr. Geert Wittemans was verontschuldigd).

    Het huwelijk

    Tijdens het huwelijk word je belast op het gezinsinkomen. Je krijgt een belastingaangifte op naam van beide echtgenoten. Voor de dienst belastingen ben je gehuwd tot de echtscheiding is overgeschreven in de registers van de burgerlijke stand.

    Belastingen bij feitelijke scheiding

    Vroeger kon men ook vanaf 1 januari na het eerste jaar van de feitelijke scheiding aparte belastingaangiften krijgen voor beide partners. Toch werd er bij eventueel gedwongen inning naar beide inkomens gekeken. Het was ook mogelijk dat je moest opdraaien voor de eventuele administratieve boetes van de tegenpartij.
    Vanaf het aanslagjaar 2000 inkomsten 1999, is er een nieuwe procedure. Beide partners krijgen een aangifte voor hun aparte inkomsten. Ze zijn nu dus beiden belastingplichtig. Dat houdt in dat je bezwaar kan indienen tegen het dossier van de tegenpartij. Je hoeft ook niet meer op te draaien voor de boetes van de tegenpartij.
    Het is nu ook mogelijk om al tijdens het eerste jaar van de feitelijke scheiding een splitsing van beider aandeel in de belastingen van man en vrouw aan te vragen en te laten berekenen. Dat eerste jaar worden ze zoals vroeger wel nog gezamenlijk belast (tot de eerste januari van het volgende jaar).

    Nieuwe wijzigingen in verband met de gezinslasten

    Vanaf het aanslagjaar 2000 inkomsten 1999 is het mogelijk om de belastingaftrek voor de kinderen ten laste te delen bij co-ouderschap.
    Op de aangifte kan je dat invullen in vak II B gezinslasten punt 2 en punt 3. De partner bij wie de kinderen gedomicilieerd zijn, vult dan op zijn of haar aangifte punt 2 in. De andere partner vult op zijn of haar aangifte punt 3 in. Als deze laatste onderhoudsgeld betaalt, dan kan dat bedrag niet meer in aanmerking komen om belastingvermindering op basis van 80% van de gestorte bijdragen te verkrijgen. Wil je van het bovengenoemde voordeel genieten, dan is het nodig dat beiden een verklaring ondertekenen die dan bij de respectieve belastingaangiften gevoegd moet worden.
    Als je onderhoudsgeld betaalt, dan is de bovenstaande mogelijkheid de belastingaftrek voor de kinderen ten laste te delen niet altijd de voordeligste. Het is verstandig om in dat geval vooraf het belastingvoordeel van beide mogelijkheden te berekenen. Misschien is het in dat geval voordeliger als je gewoon je onderhoudsgeld voor 80 % aftrekt van je inkomsten voor de berekening van de belastingen.

    Onderhoudsgelden

    * Als je onderhoudsgeld betaalt, dan vul je dat in vak VIII punt 2a in. Dat zijn onderhoudsgelden voor de echtgenote, de kinderen maar ook eventueel voor behoeftige ouders. Je moet bij je aangifte wel altijd de afschriften (bijvoorbeeld van je vonnis voorlopige maatregelen en kopieën van de rekeninguittreksels van je stortingen) voegen die bewijzen dat je onderhoudsgeld betaalt. Extra betalingen zoals bijvoorbeeld medische kosten zijn ook aftrekbaar. Op je aangifte vul je het volledige bedrag in. Punt 2b vul je in wanneer het onderhoudsgeld gezamenlijk door beide echtgenoten verschuldigd is. Bij punt 3c vul je de namen en adressen in van degene aan wie je het onderhoudsgeld betaalt.

    * Als je onderhoudsgeld ontvangt, dan moet je dat invullen in vak VI B punt 2. Het onderhoudsgeld dat je voor je kinderen ontvangt, moet je niet aangeven.

    * Als je onderhoudsgeld betaalt naar het buitenland, dan moet je bedrijfsvoorheffing betalen. Na een gerechtelijke beslissing moet een man bijvoorbeeld 100.000 BEF onderhoudsgeld betalen aan zijn vrouw die in het buitenland woont. Deze vrouw zal echter maar 80.000 BEF ontvangen, 20.000 BEF is bedrijfsvoorheffing.

    Dat is dan de belangrijkste informatie die we in de vergadering mochten noteren.

    Tonia Hamal
    Verslaggeefster


     
    Omhoog
     

    Fiscaliteit bij echtscheiding : voor- en nadelen m.b.t. onderhoudsuitkeringen

    Voordracht door Roger Hoebrechts - Lic. Ec. Wet.

    Wie een “onderhoudsuitkering” stort, mag dat bedrag onder bepaalde voorwaarden aftrekken. De begunstigde moet het ontvangen bedrag aangeven en wordt er normaal op belast.

    Wat is een onderhoudsuitkering ?

    * De fiscus heeft het over een onderhoudsuitkering wanneer een behoeftig persoon financiële steun krijgt. In juridische vaktaal spreekt men veeleer over alimentatiegeld tussen ex-partners en over bijdrage in de kosten voor de opvoeding en het onderhoud voor de kinderen. Een onderhoudsuitkering betekent meestal dat regelmatig een som wordt gestort. Maar het is ook mogelijk dat éénmalig een kapitaal wordt uitgekeerd of dat de bijstand in natura wordt toegekend (bijvoorbeeld : ouders stellen een flat of huis gratis ter beschikking van een kind).
    * Ofwel gebeurt de uitkering op basis van een rechterlijke beslissing (bijvoorbeeld : bij een echtscheiding) : dan is de uitkering automatisch aftrekbaar als ze regelmatig wordt betaald. Ofwel wordt ze op vrijwillige basis toegekend: dan gaat de fiscus nauwgezet na of wel aan alle voorwaarden is voldaan.

    Het belastingsvoordeel

    * Hoewel u het totale bedrag moet aangeven van het onderhoudsgeld dat u in 2002 hebt betaald, wordt slechts 80% ervan afgetrokken. De fiscus doet dat automatisch bij de berekening van uw belasting.
    * Gaat het om een gezamenlijke schuld van u en uw huwelijkspartner, dan wordt het bedrag proportioneel in mindering gebracht van uw respectieve inkomsten, zodat de belastingbesparing afhangt van uw persoonlijke, respectieve marginale aanslagvoet (zie tabel).
    * Gaat het om een persoonlijke schuld (bijvoorbeeld alimentatie betaald aan uw ex), dan wordt die in mindering gebracht van uw persoonlijke inkomsten, zodat de belastingbesparing alleen van uw eigen marginale aanslagvoet afhangt.

    Voorbeeld
    Jos heeft een belastbaar inkomen van € 40.000 en zijn vrouw Vera van € 20.000. In 2002 hebben zij € 1.500 gestort (elke maand € 125) aan hun oudste dochter omdat die financiële problemen heeft sedert haar huishuur werd opgetrokken. Dat onderhoudsgeld zal de fiscus als volgt aftrekken :
    - van Jos’ inkomsten: € 1.500 X 80 % X (€ 40.000 / € 60.000 = € 800
    - van Vera’s inkomsten: € 1.500 X 80 % X (€ 20.000 / € 60.000 = € 400

    * Fiscaal gezien is het soms uiterst nadelig om een kapitaal uit te keren in plaats van een rente. Anders dan de begunstigde mag u het kapitaal voor de aftrek immers niet in een zgn. fictieve rente omzetten. Daardoor kan het bedrag in kwestie groter zijn dan het geheel van de belastbare inkomsten waarvan het aftrekbaar is. En wat niet werd afgetrokken, mag u niet naar het volgende jaar overdragen! Het is beter het kapitaal op te splitsen en de uitkering over twee of meer jaren te spreiden.
    * De controleur mag de aftrek van het onderhoudsgeld niet weigeren onder het voorwendsel dat de begunstigde er in de praktijk niet op wordt belast.

    De belasting voor de begunstigde

    Wanneer het onderhoudsgeld dat u krijgt, voldoet aan de voorwaarden om fiscaal aftrekbaar te zijn voor de betaler, moet u het ontvangen bedrag aangeven;

    De voorwaarden

    * In principe is elke onderhoudsuitkering die aftrekbaar is voor de betaler, belastbaar bij de begunstigde. In de praktijk zult u er als begunstigde vaak evenwel niet effectief op worden belast. Als u in 2002 met het totaal van uw inkomsten (het onderhoudsgeld incluis) immers niet aan ten minste € 5.480 komt, blijft het onderhoudsgeld onbelast. Let op ! Dat geeft de controleur van de betaler niet het recht om de aftrek te weigeren. Aan de andere kant is de onderhoudsuitkering belastbaar, zelfs wanneer de betaler geen gebruik heeft gemaakt van de aftrek, alhoewel hij dat kon. Maar in de praktijk komt het slechts zelfden voor dat de fiscus er weet van krijgt dat iemand vrijwillig onderhoudsgeld uitkeert maar dat niet aangeeft.
    * Wanneer de controleur de aftrekt daarentegen heeft geweigerd aan de betaler, dan moet u van uw kant ook geen belasting betalen op het bedrag dat u hebt aangegeven. Of als u dat al hebt gedaan, moet het bedrag aan u worden terugbetaald. Dien in dat geval zo snel mogelijk een bezwaarschrift in of een vraag om ambtshalve ontheffing, wat binnen een bepaalde termijn moet gebeuren. Let wel : indien uw weldoener zelf een bezwaarschrift heft ingediend omdat hij niet akkoord gaat met de controleur, moet u vooral niet wachten tot de zaak haar beslag heeft gekregen. Dien in dat geval meteen een bezwaarschrift in of een verzoek om ambtshalve ontheffing “tot bewaring van uw rechten”, zo vraagt u dat die op basis van het aangegeven bedrag werd aangerekend, wordt rechtgezet indien de directeur negatief beslist over het bezwaarschrift van uw weldoener. Indien u daarentegen de beslissing van de directeur of een rechterlijke uitspraak afwacht, kan het te laat zijn om iets te doen.

    De aanslag

    * Hoewel u altijd de volledige som moet aangeven die u hebt ontvangen, wordt slechts 80 % ervan toegevoegd aan uw andere belastbare inkomsten.
    * Als u geen rente maar een eenmalig kapitaal hebt gekregen, moet u het bedrag omzetten in een fictieve rente. Zolang u leeft, moet u die fictieve rente dan jaarlijks aangeven en u wordt erop belast samen met uw andere inkomsten. Let op ! Het eerste jaar moet u niet altijd heel het bedrag van de fictieve rente aangeven. Dat hangt af van de datum waarop u het kapitaal hebt gekregen. Als dat bijvoorbeeld pas in september gebeurde, hebt u er maar vier maanden van het jaar over beschikt : daarom moet u voor dat jaar maar 4/12 van de normale fictieve rente aangeven.
    * Wanneer de fiscus u als een echtpaar belast, wordt het onderhoudsgeld belast bij de partner met de meeste beroepsinkomsten, dus tegen zijn/haar marginale aanslagvoet (het tarief van toepassing op de hoogste schijf van de inkomsten).
    * Als het minderjarig kind dat u als ten laste aangeeft, onderhoudsgeld ontvangt, moet u dat bedrag niet aan uw eigen inkomsten toevoegen. Die uitkering moet hooguit aangegeven worden in de aangifte die het kind op zijn naam moet invullen. Wanneer het kind door dat onderhoudsgeld de grens overschrijdt om nog ten laste te zijn netto € 2.410 (echtpaar) of € 3.480 netto (alleenstaanden), netto € 4.420 (gehandicapt) a.j. 2003, i.j. 2002), menen sommige belastingplichtigen dat op te lossen door het onderhoudsgeld in hun eigen aangifte op te nemen.
    * Als u een gepensioneerde bent, bent u uiteindelijk dikwijls méér belasting verschuldigd dan wat de betaler aan belasting uitspaart. De uitkering (althans 80 % ervan) wordt immers niet alleen onderworpen aan de marginale aanslagvoet, bovendien verkleint daadoor de belastingvermindering op uw pensioen. En u hebt normaal niet de keuze om de uitkering al dan niet aan te geven. Maar, als de betaler de uitkering echter niet in zijn aangifte opneemt, heeft de fiscus er normaal geen weet van… Een volkomen wettige manier om aan de belasting te ontsnappen, bestaat erin het onderhoudsgeld niet geregeld uit te keren, waardoor het niet aan de voorwaarden voldoet voor de aftrek en de belasting.

    De aftrekvoorwaarden

    1. Het onderhoudsgeld wordt betaald of toegekend op grond van een wettelijke onderhoudsplicht.
    2. De begunstigde maakt geen deel uit van het gezin van de betaler.
    3. Het onderhoudsgeld wordt regelmatig uitgekeerd.
    4. Bewijs leveren van betaling


    1. Het onderhoudsgeld wordt betaald of toegekend op grond van een wettelijke onderhoudsplicht.

    Volgens het burgerlijk en het gerechtelijk wetboek bestaat er een onderhoudsplicht tussen ouders-kinderen en tussen echtgenoten als één van hen in een toestand van behoeftigheid verkeert. Een dergelijke verplichting bestaat niet tussen broers en zussen.

    a) Tussen ouders-kinderen

    * Er is alleen sprake van een onderhoudsplicht – en de uitkeringen zijn dus alleen aftrekbaar – als de begunstigde zich in een toestand van behoefigheid bevindt. Behalve wanneer de rechtbank het bedrag heeft vastgelegd, heeft de fiscus altijd het recht om de behoeftigheid van de begunstigde te controleren en desgevallend de aftrek te weigeren wanneer het onderhoudsgeld enkel een poging blijkt te zijn om belasting te ontduiken; Behoeftigheid is echter een relatief begrip. Er is geen inkomensdrempel vanaf waar iemand als financieel behoeftig moet worden beschouwd. De behoeftigheid moet worden beoordeeld volgens de inkomsten (in de ruime zin) en de normale levenswijze van de begunstigde in zijn sociaal milieu, en volgens de mogelijkheden van diegene die het onderhoudsgeld stort.
    * Hof van Cassatie (arrest 21/12/97) : bij de bepaling van het bedrag van het onderhoudsgeld moet rekening worden gehouden met de respectieve financiële mogelijkheden van diegene die betaalt en diegene die ontvangt, en daarbij moet onder andere worden gekeken naar de leeftijd, de inkomsten en de sociale positie van de betrokkenen.
    * De onderhoudsplicht van de ouders eindigt niet per se bij de meerderjarigheid van de kinderen. Wanneer een kind nog onmogelijk in zijn eigen behoeften kan voorzien, bijvoorbeeld het studeert nog, moeten de ouders het financieel blijven steunen. Verdwijnt de toestand van behoeftigheid daarentegen nog voor de meerderjarigheid, dan kan ook de onderhoudsplicht vroegtijdig eindigen.
    * Het geld hoeft niet per se rechtstreeks aan de begunstigde te worden betaald.

    Voorbeeld : Uw ouders verblijven in een bejaardentehuis. Zelf hebben ze niet genoeg inkomsten om hun verblijf te bekostigen en u betaalt het verschil rechtstreeks aan de instelling. Dat bedrag mag u als onderhoudsgeld beschouwen en van uw inkomsten aftrekken.

    * Het onderhoudsgeld dat een ouder n.a.v. een feitelijke scheiding heeft uitgekeerd aan het kind dat bij de andere ouder is gebleven, is reeds aftrekbaar vanaf het eerste jaar van de feitelijke scheiding. Dat in tegenstelling tot het onderhoudsgeld betaald aan de ex-partner. Omdat de ouders dat eerste jaar nog gezamenlijk belastbaar zijn, laat de fiscus echter niet toe dat de ouders die kinderen ook als ten laste aangeven.. Volgens het hof van beroep van Gent (6 mei 1999) kan dit echter wel.
    * Wanneer een man/vrouw behoeftig is geworden sedert het overlijden van zijn/haar partner en het echter geen kinderen had, moeten de erfgenamen van de overledene de betrokkene helpen : de uitkering die in die omstandigheden wordt betaald, is aftrekbaar voor de erfgenamen en belastbaar voor de begunstigde.
    § De uitkering betaald aan een broer of zus is nooit aftrekbaar.

    b) Tussen echtgenoten

    Wanneer echtgenoten uit elkaar gaan, moet de ene dikwijls alimentatiegeld betalen aan de andere. Het bedrag ervan kan via de rechtbank of in een onderlinge overeenkomst tussen de ex-partners worden bepaald. Dat bedrag is pas aftrekbaar voor diegene die betaalt en belastbaar voor degene die het krijgt vanaf het jaar na dat waarin de feitelijke scheiding heeft plaatsgevonden. Alleen als de definitieve rechterlijke uitspraak i.v.m. de echtscheiding of de scheiding van tafel en bed nog in hetzelfde jaar valt als de feitelijke scheiding, mag u dat jaar al het bedrag aftrekken dat u hebt gestort.

    2. De begunstigde maakt geen deel uit van het gezin van de betaler.

    * De begunstigde en de betaler mogen niet dezelfde thuis, dezelfde hoofdverblijfplaats hebben. Anders dan wat sommigen denken, kan iemand die fiscaal niet meer ten laste is omdat hij/zij in 2002 bijvoorbeeld méér dan € 2.410 nettobestaansmiddelen had maar nog bij de ouders inwoonde, toch nog deel uitmaken van het gezin.

    * Als het onderhoudsgeld werd uitgekeerd aan behoeftige ouders of aan een feitelijk gescheiden of uit de echt gescheiden partner, is het niet moeilijk om te bewijzen dat deze tweede voorwaarde vervuld is. Domicilie vermeld in de registers van de burgerlijke stand. Maar de fiscus kan nagaan of dit geen enscenering is ! Zo ook is het mogelijk dat een vrouw en een man die feitelijk gescheiden leven, kunnen aantonen dat ze eerder uit elkaar zijn gegaan dan de datum van hun nieuw domicilie op de burgerlijke stand (hof van beroep van Antwerpen 4/6/97). Daar waar het schoentje wringt, is wanneer het gaat om onderhoudsgeld voor een studerend kind dat in een universiteitsstad of elders verblijft. Doorgaans oordeelt de fiscus dat het kind in kwestie nog deel uitmaakt van het ouderlijke gezin, aangezien zijn afwezigheid maar tijdelijk is. Sommige controleurs gaan ervan uit dat het studerende kind per definitie nog deel uitmaakt van het ouderlijke gezin, aangezien zijn afwezigheid maar tijdelijk is. Het kind moet echt zelfstandig leven. Men moet dan bewijzen dat het kind zelfstandig leeft door bijvoorbeeld feiten als verandering van domicilie, het soort woning waar de jongere vertoeft qua grootte, uitrusting met een wasmachine, diepvriezer, badkamer …, de huurovereenkomst die voor een langere duur werd gesloten, gemeubileerde verhuring, de jongere ontvangt zelf zijn kinderbijslag, komt maar sporadisch naar de ouderlijke woning op bezoek, voorziet zelf in een deel van zijn financiële behoeften, een eigen gezinsverzekering, het stichten van een gezin, samenwonen, de leeftijd om op eigen benen te staan omwille van de gespannen relatie met u of met een stiefouder,…

    3. Het onderhoudsgeld wordt regelmatig uitgekeerd.

    Regelmatig uitkeren betekent niet dat het geld op een precieze vervaldag, maar wel periodiek wordt uitgekeerd. En het hoeft ook niet per se altijd hetzelfde bedrag te zijn.

    Voorbeelden:
    - Wanneer u maandelijks onderhoudsgeld stort, met om de 3 maanden een extraatje erbovenop omdat het toen gunstig zat met de lotto, voldoet u aan de derde voorwaarde.
    - De bedragen die u maanden te laat hebt gestort (achterstallen), voldoen daarentegen niet aan de voorwaarde.

    In twee gevallen is er geen sprake van regelmatige uitkering en is het onderhoudgeld toch aftrekbaar :

    1) Als u het onderhoudsgeld in de vorm van een éénmalig kapitaal hebt uitgekeerd (“gekapitaliseerde uitkering”). Dat bedrag wordt bij u in één keer afgetrokken, terwijl de begunstigde er in gedeeltes op wordt belast, meer bepaald in de vorm van een jaarlijkse fictieve rente. Hebt u het kapitaal in gedeeltes uitgekeerd, wat dikwijls voordeliger is, dan hoeft u niet te wachten tot het heel kapitaal is uitgekeerd : u mag elk gedeelte apart aftrekken en de begunstigde ma elk gedeelte apart in een fictieve rente omzetten.

    2) Als een rechter u ertoe verplicht heeft om met terugwerkende kracht onderhoudsgeld uit te keren (bijvoorbeeld een uitspraak van 10 februari waarin u ertoe werd veroordeeld om vanaf 1 september van het vorige jaar onderhoudsgeld te betalen). Let op ! Achterstallen waartoe u niet door een rechter was gedwongen en die gewoon inhouden dat u niet tijdig betaalde, zijn niet aftrekbaar en evenmin belastbaar voor de begunstigde.

    Bijstand in natura toegekend, kan soms als onderhoudsgeld worden afgetrokken, maar lang niet altijd; Wij houden de aftrek voor mogelijk als bijvoorbeeld het appartement waarvan u eigenaar bent, ter beschikking stelt van uw dochter omdat die behoeftig is geworden. In dat geval ontzegt u zich immers huur en kunt u dat bedrag ten belope van een normale huur als regelmatig uitgekeerd onderhoudsgeld aftrekken.
    De rechtbanken weigeren over het algemeen de aftrek als u na een feitelijke scheiding, en voor de echtscheiding is uitgesproken, uw huwelijkspartner over de gezinswoning laat beschikken. Het hof van Brussel heeft de aftrek in zo’n geval wel al eens toegestan (23/06/200). U riskeert eveneens problemen wanneer u de hypothecaire lasten of andere woninglasten (onroerende voorheffing, elektriciteit,…) als onderhoudsgeld aftrekt omdat u ze voor uw rekening blijft nemen hoewel het uw ex is die de vroegere echtelijke woning betrekt. U vermindert dit risico door een grotere som als onderhoudsgeld uit te keren, zodat uw ex daar de hypothecaire lasten en de andere woninglasten volledig voor zijn/haar rekening kan nemen.
    De aftrek levert geen problemen zo u de financiële steun niet rechtstreeks aan uw familielid uitkeert maar aan een tehuis waar de behoeftige verblijft. Ga eventueel wel na of de betrokkene uiteindelijk niet meer belasting verschuldigd is dan wat u uitspaart…
    De aftrek is eventueel mogelijk voor bepaalde uitgaven die u voor de betrokkene doet, in de mate dat het om noodzakelijke en regelmatige uitgaven gaat die zonder enige twijfel voor de betrokkene zijn bestemd. Voorbeelden zijn de kosten voor een geneeskundige behandeling of het inschrijvingsgeld in de instelling waar de persoon verblijft. Maar denk ook niet te ruim. Het is bijvoorbeeld hoe dan ook uitgesloten om de kosten af te trekken voor kleren, logies en eten wanneer de betrokkene (tijdelijk) bij u thuis verblijft.

    4. Hoe kunt u bewijzen dat het onderhoudsgeld gestort werd ?

    Betaal onderhoudsgelden altijd via uw bank- of postrekening. Bewaar ook alle bewijsstukken in verband met deze stortingen : rekeninguittreksels, ontvangbewijzen van stortingen, … Neem fotokopies van deze bewijzen. De fiscus vraagt meestal om die bij uw aangifte te voegen.

    Speciale gevallen

    Méér dan één onderhoudsplichtige

    Dat is bijvoorbeeld het geval wanneer de ouders meer dan één kind hebben dat hen wettelijk gezien moet bijstaan, omdat zij financieel behoeftig zijn geworden. Welnu, het kan gebeuren dat één van de kinderen voor het volledige onderhoud van de ouders instaat en dus méér uitkeert dan waartoe hij wettelijk verplicht is. In dergelijke gevallen weigert de fiscus soms om het volledige bedrag af te trekken wat de overige onderhoudsplichtigen hadden moeten storten. De rechtbanken zijn daar evenwel niet unaniem over :

    • Een aantal hoven van beroep hebben de aftrek van het volledige bedrag aanvaard (Bergen, Antwerpen).

    • Het hof van beroep van Brussel daarentegen ging er niet mee akkoord dat één enkele onderhoudsplichtige het volledige bedrag aftrok.

    Kinderbijslag

    Het gebeurt dat de ouder die de kinderbijslag trekt, die aan het kind doorstort of aan de andere ouder bij wie het kind in kwestie woont. Dat is echter geen onderhoudsgeld en geeft dan ook geen recht op een aftrek, het kind kan er evenmin op worden belast.

    Onderhoudsgeld betaald in het buitenland

    Wanneer u in het buitenland aan iemand onderhoudsgeld betaalt, mag u die som veelal maar aftrekken indien u, naast de vermelde vier voorwaarden, ook aan een bijkomende vereiste voldoet :
    - ofwel kunt u bewijzen dat het geld effectief wordt belast in het buitenland
    - ofwel stort u bedrijfsvoorheffing aan de belastingontvanger en vult daarnaast een samenvattende opgave 325.30 en een fiche 281.30 in en stuurt die terug naar het documentencentrum voor bedrijfsvoorheffing. Ons land heeft immers met verschillende landen een internationale overeenkomst gesloten om vast te leggen dat onderhoudsgeld ofwel in België mag worden belast in de vorm van bedrijfsvoorheffing, ofwel in het buitenland. Neem inlichtingen bij uw controleur.

    Kinderen die nu eens bij de ene dan bij de andere ouder wonen

    De huidige fiscale wetgeving is hierop nog niet ingesteld, alhoewel dit systeem ingang begint te vinden.
    Gescheiden ouders kunnen namelijk, behalve wanneer de rechter het ouderlijk gezag aan slechts één van hen heeft toegekend, er in onderling overleg voor kiezen om hun gemeenschappelijke kinderen allebei als ten laste aan te geven. Financieel is dat echter geen aanrader :
    - Als de ouders die keuze niet maken en slechts één van de ouders de kinderen als ten laste aangeeft terwijl de andere ouder onderhoudsgeld betaalt, is er dubbel fiscaal voordeel : een belastingvermindering wegens kinderen ten laste en de aftrek van het betaalde onderhoudsgeld.
    - Als de ouders die keuze wel maken, wordt het fiscaal voordeel wegens kinderen ten laste onder hen beiden verdeeld. Alleen is dat meestal niet interessant. Bovendien kan de ouder die onderhoudsgeld betaalt voor een kind dat fiscaal ten laste van beide ouders wordt aangegeven, dat niet aftrekken.

    Wanneer er twee kinderen zijn, proberen sommige ouders als volgt fiscaal het onderste uit de kan te halen : ze nemen elk een kind te hunnen laste en betalen elk onderhoudsgeld voor het andere kind. Een gevaarlijke techniek. Zeker als de onderhoudsuitkeringen extra hoog worden gelegd om een zo groot mogelijk fiscaal voordeel binnen te halen. Ooit kan de verstandhouding tussen de beide ouders immers verslechteren of kunnen alle kinderen bij één ouder intrekken… En dan zou de ouder die plots ook het (de) andere kind(eren) te zijnen laste aangeeft, zich op die hoge bedragen aan onderhoudsuitkering kunnen baseren om een grote som aan onderhoudsgeld te eisen.

    Verandering van hoofdverblijfplaats

    Het kan gebeuren dat een kind dat bij een van de ouders woonde, in de loop van een jaar naar de andere ouder trekt en voortaan voor die ouder fiscaal ten laste is. Hoe moet je voor het jaar waarin de verandering van woonplaats is voorgekomen, handelen voor de aangifte van het kind ten laste en het onderhoudsgeld ?
    * Het kind moet als ten laste worden aangegeven door de ouder bij wie het laatst is ingetrokken. Men houdt dus rekening met de toestand op 1 januari van het jaar na dat van de inkomsten.
    * Die betrokken ouder mag het onderhoudsgeld dat hij/zij heeft uitgekeerd tot het kind bij hem/haar is komen wonen, toch aangeven. De voorwaarde dat het kind geen deel mag uitmaken van het gezin van de persoon die de uitkering wil aftrekken, moet immers worden beoordeeld op het ogenblik dat het geld wordt uitgekeerd.
    * De ouder bij wie het kind vroeger woonde, mag alleen het onderhoudsgeld aftrekken dat hij na het vertrek van het kind heeft uitgekeerd.

    De belastinghervorming : reeds vanaf de inkomsten van 2001 (aanslagjaar 2002)

    Voor kinderen van gescheiden ouders

    - Een kind is fiscaal ten laste van zijn ouders en levert als zodanig een belastingvoordeel op zolang het met eigen bestaansmiddelen onder een bepaald maximumbedrag blijft. Maar tot nu toe zien heel wat ouders dit voordeel aan hun neus voorbijgaan. Een kind kan dit voordeel doen verliezen, zo zijn onderhoudsuitkeringen die het van vader of moeder krijgt, de drempel overschrijden. Ook zo wanneer het kind door een vakantiejob iets bijverdient. Als een jongere in 2000 bijvoorbeeld 3.000 € (121.000 bef) aan onderhoudsgeld kreeg, dus € 250 (10.085 bef) per maand, en hij daarnaast een vakantiejob vervulde, was hij fiscaal al niet meer ten laste van zijn alleenstaande ouder zodra hij met die job € 563,46 (22.730 bef) verdiende.
    - Vanaf de inkomsten van 2001 mag een jongere voortaan zelf méér verdienen zonder dat de alleenstaande ouder daar fiscaal de dupe van is, en dat door het cumulatief effect van twee nieuwe regels :

    o Ten eerste telt het onderhoudsgeld voortaan nog slechts vanaf een bepaald bedrag mee bij de bepaling van de eigen bestaansmiddelen van de jongere : er wordt geen rekening meer gehouden met de eerste schijf van € 2.070 (83.514 bef).
    o Ten tweede werd de bovengrens opgetrokken die geldt voor het totaal bedrag aan eigen bestaansmiddelen (dus met inbegrip van het onderhoudsgeld dat eventueel nog meetelt) dat de jongere mag hebben om fiscaal ten laste van een alleenstaande belastingplichtige te zijn : voor 2001 mag hij netto over € 3.390 (136.752 bef) beschikken, in plaats van slechts over € 2.940 (118.599 bef).
    o Voor het inkomensjaar 2002 persoon ten laste van een alleenstaande € 3.480 (netto) (€ 4.350 bruto).
    o Daardoor mag diezelfde jongere uit ons voorbeeld in 2002 met een vakantiejob gerust € 3.307,50 verdienen : aangezien daar nog 20 % van afgaat om het nettobedrag te bepalen van de bestaansmiddelen, overschrijdt hij in totaal, dus met zijn onderhoudsgeld erbij, de grens van € 3.480 niet.

    Voor wie feitelijk gescheiden leeft


    - Een echtpaar dat sedert meer dan één jaar niet meer samenleeft, wordt door de fiscus als twee alleenstaanden beschouwd. Behalve voor de betaling van belastingschulden : als uw ex zijn/haar personenbelastingen niet betaalt, kon de fiscus daarvoor tot nog toe erg makkelijk bij u aankloppen.
    - Dat probleem valt nu weg, althans ten dele : voortaan kan de fiscus vanaf het tweede jaar na uw feitelijke scheiding geen beslag meer leggen op uw inkomsten voor de personenbelasting die uw ex verschuldigd is op zijn/haar inkomsten.
    - Als u dus bijvoorbeeld in 1999 elk afzonderlijk bent gaan wonen (en dat kunt bewijzen), kan de fiscus zich niet meer tot u wenden voor de fiscale schulden van uw ex met betrekking tot zijn/haar inkomsten van 2001. Wel kan hij nog altijd beslag laten leggen op alle andere goederen, tenzij u kunt bewijzen dat het om eigen bezittingen gaat op grond van uw huwelijkscontract. Hou ook rekening met een zeker vertragingseffect : de fiscus kan u in 2002 of zelfs in 2003 nog aanspreken voor belasting die uw ex verschuldigd is op zijn/haar inkomsten van 2000.

    Onderhoudsgeld en de fiscus : vragen

    Hoeveel is van het gestorte onderhoudsgeld fiscaal aftrekbaar ? Wat krijg ik terug ?

    Hoe dan ook is maar 80 % van de gestorte bedragen fiscaal aftrekbaar. De betaler moet in zijn belastingaangifte evenwel het volledige bedrag opnemen dat hij heeft gestort en de fiscus trekt 80 % ervan af van de hoogste inkomensschijf van de betrokkene.
    Het juiste bedrag hangt af van de aanslagvoet die op die hoogste inkomensschijf van toepassing is, de zgn. marginale aanslagvoet.

    Voorbeeld :
    M. betaalt maandelijks in 2002 € 149 voor zijn zoon toevertrouwd aan de moeder. Dat betekent voor het hele jaar € 149 X 12 = € 1.788. Zijn belastbaar inkomen bedraagt
    € 19.000 . De aanslagvoet voor deze inkomensschijf bedraagt 45 %. Strikt genomen moeten hierbij nog de gemeentelijke opcentiemen (bijvoorbeeld 7 %) geteld worden, zodat men aan 48,20 % belastingen te betalen komt. Fiscaal geeft dit de volgende belastingbesparing :
    (€ 1.788 X 80 %) X 48,20 % = € 689,45.

    Moet ik het onderhoudsgeld aangeven dat mijn ex-man aan mij betaalt voor onze zoon over wie ik de hoede heb ?

    Neen, in geen geval. Dat geld is immers geen inkomen van u, maar van uw zoon, zelfs al wordt het elke maand aan u bezorgd en bent u het die erover beschikt. Daarom ook moet uw zoon dat geld normaal aangeven in een aangifte op zijn eigen naam. Zo hij er geen ontvangt en beneden de grenzen (zie hoger) blijft, dan is hij ook niet verplicht om een aangifte aan te vragen, vooral van toepassing bij jonge kinderen.

    Mijn vrouw en ik zijn uiteengegaan, maar hebben de echtscheiding nog niet aangevraagd. Mag ik het onderhoudsgeld dat ik haar elke maand stort, aftrekken ?

    Dat geld kan pas fiscaal in mindering worden gebracht vanaf het jaar na dat waarin de feitelijke scheiding zich heeft voorgedaan (de datum van feitelijke scheiding kan worden bewezen aan de hand van domicilieverandering).
    Het onderhoudsgeld mag alleen reeds fiscaal worden afgetrokken tijdens het jaar van de scheiding als er in datzelfde jaar nog een definitieve uitspraak is geveld over de echtscheiding of de scheiding van tafel en bed (wat telt, is de datum van de uitspraak, niet die in de registers van de burgerlijke stand).
    Onderhoudsgeld voor de kinderen die aan de andere partner zijn toevertrouwd, mag wel worden afgetrokken vanaf het jaar van de feitelijke scheiding.
    Het jaar van de feitelijke scheiding blijven de man en de vrouw voor de fiscus immers een getrouwd koppel. In principe moeten ze voor dat jaar nog een gezamenlijke aangifte invullen. Als de ouders of in dit geval één van hen het onderhoudsgeld voor hun kind fiscaal aftrekken, mogen ze dat kind niet meer als te hunnen laste aangeven. Daarom berekenen ze beter welke oplossing voor dat jaar de voordeligste is : ofwel het kind als ten laste aangeven en geen onderhoudsgeld aftrekken ofwel het kind niet meer ten laste aangeven en het onderhoudsgeld aftrekken.

    Mag ik om mijn ex-vrouw in haar behoeften te helpen voorzien in één keer een grote som storten in plaats van elke maand een klein bedrag ?

    Echtscheiding is één van de gevallen waarin het onderhoudsgeld wettelijk in de vorm van een kapitaal mag worden uitgekeerd. Hoewel de uitkering niet regelmatig gebeurt, past de fiscus een speciale regel toe.
    Het jaar waarin u het kapitaal uitkeert, mag u 80 % ervan aftrekken. Maar… als u niet genoeg belastbare inkomsten hebt om heel dat bedrag af te trekken, mag u niets ervan overdragen naar een volgend jaar om het dan af te trekken : u spreidt best het overeengekomen kapitaal dan beter over twee of meer jaarlijkse uitkeringen.
    Uw ex-vrouw zal voor de rest van haar leven elk jaar in haar aangifte een deel van dat kapitaal aan haar inkomsten moeten toevoegen : een fictieve rente. Ze zal dan worden belast op 80 % van die zogenaamde fictieve rente. Indien het kapitaal in jaarlijkse schijven was opgesplitst, geldt dat principe voor elke schijf apart. Het eerste jaar mag ze wel de evenredigheidsregel laten spelen, volgend de datum waarop ze het kapitaal heeft ontvangen.

    Mijn ex-man werd veroordeeld om onderhoudsgeld aan mij uit te keren. Vorig jaar kreeg ik 5 maanden niets en plots in één keer het totale verschuldigde bedrag. Klopt het dat ik hierop niet zal worden belast?

    Dat klopt. In principe is achterstallig onderhoudsgeld noch aftrekbaar noch belastbaar omdat de voorwaarde van “regelmatig gestort” niet vervuld is. Er is één uitzondering op die regel : onderhoudsgeld m.b.t. een vroeger jaar is aftrekbaar en belastbaar als een rechter de betaling ervan met terugwerkende kracht had opgelegd. Is de begunstigde een kind dat nog fiscaal ten laste is, dan telt dat achterstallig onderhoudsgeld niet mee in de berekening waaruit moet blijken of het kind nog wel ten laste is.

    Mijn broer heeft het niet breed na zijn echtscheiding, daarom stort ik elke maand wat geld op zijn rekening. Mag ik die sommen fiscaal aftrekken ?

    Dat mag u niet! Er is immers geen wettelijke onderhoudsplicht tussen broers en zusters. Het geld dat u uw broer toestopt, voldoet dus niet aan de eerste aftrekvoorwaarde.
    Om dezelfde reden kunt u de financiële hulp evenmin aftrekken die u stort aan een oude tante, een neef of een vriend en zelfs niet aan een pleegkind dat u jarenlang hebt opgevoed en dat bijvoorbeeld op 18 jaar alleen is gaan wonen.

    Zeker te onthouden!

    1. Doe de stortingen via een bankrekening, dat levert een onbetwistbaar bewijs van storting op.
    2. Geef in de belastingaangifte het totale bedrag aan van het onderhoudsgeld. De fiscus past automatisch de 80 %-regel toe.
    3. Als een kind dat te uwen laste is onderhoudsgeld krijgt, neem die som dan niet op in uw aangifte. Als ze in een aangifte mag voorkomen is het die van het kind.
    4. Een kind dat te uwen laste is, is misschien niet meer te uwen laste zo het samen met het onderhoudsgeld te veel verdient.
    5. Verzamel zoveel mogelijk gegevens die erop wijzen, dat u geen onderhoudsgeld betaalt met de bedoeling belasting te ontduiken. Zodra uw belastingcontroleur de uitkering in uw aangifte ziet staan, zal hij zeker van zich laten horen.

    Zeker niet vergeten in te vullen in uw belastingaangifte :

    1. kinderen ten laste
    2. betalen van onderhoudsgelden
    3. betalen van levensverzekeringspremies
    4. pensioensparen
    5. betalen van intresten voor een hypothecaire lening
    6. aflossen van een deel van de hypothecaire lening
    7. doen van giften aan erkende VZW’s
    8. PWA-cheques

    Opmerkingen :

    1. verminderen van de registratierechten van 12,5 % naar 10 %
    2. verminderde registratierechten bij wederinkoop van eigen woning
    3. vermindering van de crisisbelasting, met verdwijnen in het inkomstenjaar 2003


    Progressieve belastingschaal voor de personenbelasting voor de inkomsten van 2002

     

    Inkomensschijf
    Belastingpercentage
    van 0,01 tot € 6.730 25 %
    van 6.730 tot € 8.920 30 % - € 336,50
    van 8.920 tot € 12.720 40 % - € 1.228,50
    van 12.720 tot € 29.260 45 % - € 1.864,50
    van 29.260 tot € 43.870 50 % - € 3.327,50
    boven de € 43.870 52 % - € 4.204,10

    Onderhoudsgeld voor de kinderen : vragen

    Ons gezinsleven is niet meer wat het was. We weten nog niet of het tot een echtscheiding zal komen. Maar we willen alvast een paar maanden apart gaan wonen om de zaak te laten bekoelen. Kunnen we een regeling treffen voor de kosten met betrekking tot de kinderen ?

    Zo tussen u beiden een regeling getroffen kan worden, bent u vrij om daarover te beslissen. Leg die regeling best schriftelijk vast, om zo een bewijs te hebben, zo één van beiden zich niet aan de afspraak houdt.
    Geraakt men het hierover niet eens, dan moet men naar de vrederechter van de laatste echtelijke woonplaats stappen. Die zal maatregelen treffen in het kader van de zogenaamde dringende en voorlopige maatregelen. U hebt geen advocaat nodig, wel een schriftelijk verzoekschrift te richten aan het vredegerecht. Die maatregelen kunnen van toepassing blijven zo de echtscheiding wordt aangevraagd bij de rechtbank van eerste aanleg. Men kan daar nog altijd om wijzigingen vragen.

    Mijn echtscheidingsprocedure is aan de gang. Mijn ex vraagt voor onze twee kinderen 2 en 3 jaar oud € 372. Gezien mijn inkomen vind ik dat overdreven. Hoe wordt het onderhoudsgeld bepaald ?

    Hier gelden geen vaste regels. De wetgever zegt dat de ouders hun “onderhoudsplicht moeten vervullen naar evenredigheid van hun middelen” zonder hierbij andere criteria op te geven. Het bedrag is dan ook erg afhankelijk van de rechter die uitspraak doet.
    Factoren van belang hier zijn :
    * leeftijd van het kind ;
    * noden van het kind ;
    * financiële draagkracht van de ouders ;
    * levensstijl van het gezin ;
    * de kinderbijslag ;
    * de rechtstreekse uitgaven die de ouder maakt terwijl het kind bij hem/haar verblijft ;
    * de lasten van andere kinderen…

    Er bestaat een methode-Renard. Die werd opgesteld naar aanleiding van een wetenschappelijk onderzoek in opdracht van de Franstalige gemeenschap. Die methode kent enig succes, maar niet alle rechtbanken passen deze formule consequent toe. In Vlaanderen zijn er nagenoeg geen rechters die ze toepassen. Die formule is neutraal, maar het belastingvoordeel komt hier niet in aanmerking.

    Ik ben een uit de echt gescheiden vrouw met twee kinderen waarover ik het hoederecht heb. Mijn ex betaalt me voor elk kind € 124 onderhoudsgeld. Bij de oudste dochter is een ernstige ziekte vastgesteld, die heel wat kosten vergt. Kan ik aan mijn ex vragen om een deel van deze kosten te dragen ?

    Bij het bepalen van het onderhoudsgeld voor de kinderen wordt normaal rekening gehouden met de kosten die een kind vereist. Hier zal de jeugdrechter een uitspraak moeten doen. De uitgaven moeten immers verantwoord zijn.

    Ik ben uit de echt gescheiden. De rechter heeft beslist dat ik maandelijks € 186 moest betalen voor de zoon. Maar intussen heb ik mijn werk verloren en is mijn inkomen aanzienlijk gedaald. Mijn ex daarentegen is hertrouwd en zit er warmpjes in. Kan ik vragen om het onderhoudsgeld te laten verminderen ?

    Als uw ex akkoord gaat is er geen enkel probleem. Een onderlinge overeenkomst is steeds mogelijk, maar leg die schriftelijk vast, zo de omstandigheden toch gewijzigd zijn.
    Als u geen akkoord krijgt, bestaat de mogelijkheid om naar de vrederechter te stappen. Die zal rekening houden met alle gegevens die hem op dat ogenblik worden voorgelegd.
    Opgepast! Als u met onderlinge toestemming uit de echt bent gescheiden, is de herziening bij wet geregeld. Sinds 7/7/1997 is bepaald dat het onderhoudsgeld in het geval van een echtscheiding met onderlinge toestemming slechts kan worden herzien wanneer door nieuwe omstandigheden buiten de wil van de partijen hun toestand of die van de kinderen ingrijpend gewijzigd is. In de andere gevallen ligt niets wettelijk vast en de rechter beslist hier soeverein.

    Richtlijnen :
    * Bij een vrijwillige opgave van zijn goedbetaalde job, zal de rechter niet geneigd zijn een verlaging toe te staan.
    * Bij verlies van zijn job door een ernstige ziekte bestaat de mogelijkheid wel, maar het belang van het kind primeert.
    * In een omgekeerde situatie als de onderhoudsplichtige ouder om welke reden dan ook over méér inkomsten beschikt, zou men eraan kunnen denken het onderhoudsgeld op te trekken. Zolang de andere ouder kan instaan voor het onderhoud en de opvoeding van het kind, is er geen verhoging aan de orde. Daarentegen kan het volgende wel aanleiding geven tot een verhoging van het onderhoudsgeld : als het kind minder vaak bij hem verblijft dan overeengekomen, dan moet de andere ouder immers meer kosten dragen dan aanvankelijk werd ingeschat.
    * Reden tot verlaging van het onderhoudsgeld : de onderhoudsplichtige hertrouwt en moet voor zijn nieuw gevormd gezin nieuwe lasten dragen (zo voor de kinderen die in dat gezin geboren worden). De rechter moet immers rekening houden met alle lasten die de onderhoudsplichtige op dat ogenblik heeft. Spelen ook de inkomsten van de nieuwe partner een rol ? Niet rechtstreeks : de rechters houden er geen rekening mee bij de herziening van het bedrag van het onderhoudsgeld. Maar onrechtstreeks gebeurt dat soms wel : sommige rechters nemen immers aan dat een gescheiden vrouw die geen inkomsten heeft, plots als het ware wel een inkomen geniet wanneer ze voltijds de rol van huisvrouw opneemt in haar nieuw gezin.

    Ik moet onderhoudsgeld betalen voor mijn dochter. Die is intussen 18 jaar geworden. Ze zal verder studeren. Moet ik alle verdere studies blijven betalen ?

    Ook na de meerderjarigheid kan men onderhoudsgeld moeten blijven betalen.
    De rechters houden rekening met een vijftal elementen :
    1. Het kind moet over de nodige intellectuele bekwaamheden beschikken en de nodige inspanningen en ernst leveren om de opleiding tot een goed einde te brengen.
    2. De onderhoudsplicht vervalt zodra het kind een einddiploma van het hoger onderwijs heeft behaald dat toegang verleent tot de arbeidsmarkt - ook al wil het daarna een verdere studie aanvatten of zich specialiseren.
    3. De eigen inkomsten van het kind komen in aanmerking zoals arbeidsinkomen uit een studentenjob.
    4. Er is geen verplichting bij te dragen in niet-noodzakelijke meeruitgaven. De kamerkosten komen niet in aanmerking voor de onderhoudsgeldberekening als het kind in dezelfde stad woont waar het hoger onderwijs volgt.
    5. Volgens sommige rechters is er geen reden meer om onderhoudsgelden te betalen als het kind het recht op eerbied van de betalende ouder flagrant miskent.

    Mijn ex betaalt geen onderhoudsgelden meer. Wat kan ik doen ?

    1. Ontvangstmachtiging vragen aan de vrederechter. Loondelegatie bij de werkgever. (Er is geen beperking aangaande het bedrag.)
    2. Beslag laten leggen op goederen door een deurwaarder voor de niet betaalde onderhoudsgelden. (Er is geen beperking aangaande het bedrag.)
    3. Klacht indienen wegens familieverlating. Als de onderhoudsplichtige meer dan twee maanden het onderhoudsgeld niet betaalt, kan hij een gevangenisstraf van 8 dagen tot 6 maanden oplopen en/of een geldboete.
    4. Voorschot vragen aan het OCMW. Voorwaarden : inkomensgrens en maximaal €125 per maand.

    Mijn vrouw en ik overwegen om via echtscheiding uit elkaar te gaan. Wij willen dat de kinderen bij elk van ons evenveel tijd doorbrengen. Moet er bij zo’n co-ouderschap nog onderhoudsgeld worden betaald ? En wie krijgt de kinderbijslag ?

    In de volksmond heeft men het inderdaad over “co-ouderschap” wanneer twee gescheiden ouders elk ongeveer evenveel voor de kinderen zorgen. Juridisch gezien is er nochtans ook co-ouderschap wanneer de kinderen bij één van de ouders verblijven, maar de andere ouder nog volledig zijn/haar deel van het ouderlijk gezag heeft behouden. Een regeling kan hier uitgewerkt worden tussen de ouders. De rechter die uitspraak doet over het ouderlijk gezag zal nagaan of de regeling niet strijdig is met de belangen van het kind.
    De vraag is hier of er bij co-ouderschap nog sprake moet zijn van onderhoudsgeld : de financiële last van de kinderen is normaal verdeeld over de ouders, aangezien de kinderen de helft van de tijd bij ieder doorbrengen. Maar het hangt van de inkomens af of dit een correcte verdeling van de kosten is. Zo één van de ouders aanzienlijk meer verdient dan de andere, blijft die toch nog een onderhoudsgeld verschuldigd.
    Bij die beoordeling moet ook de kinderbijslag in aanmerking worden genomen. Bij co-ouderschap blijft normaal gezien de moeder die ontvangen, tenzij de ouders anders overeenkomen of als de vader in een rechterlijke uitspraak werd aangewezen als persoon aan wie de kinderbijslag moet worden uitbetaald. Door de kinderbijslag volledig toe te kennen aan de ouder met het laagste inkomen kan evenwel een evenwichtige verdeling tot stand worden gebracht zonder dat een bijkomend onderhoudsgeld moet worden geëist. Om alle discussies te vermijden kan tussen de ouders bijvoorbeeld halfjaarlijks een afrekening worden opgesteld met alle schoolkosten, kosten van kleren, voor hobby, medische kosten en andere grote kosten die in gezamenlijk overleg zijn gemaakt… Op basis daarvan kan worden nagegaan of de kosten correct zijn verdeeld en of de ene nog iets aan de andere verschuldigd is.

    Voordracht gehouden voor BGMK vzw – Afdeling Hasselt op donderdag 5 juni 2003 door Lic. Ec. Wet. Roger Hoebrechts.

    De tekst werd opgenomen met de persoonlijke toestemming van de auteur.


     
    Laatste update : 9 maart 2011 | Vragen welkom bij : Webmaster Top | Home