Erfenisplanning - nieuw samengestelde gezinnen
Een nieuw verhaal - een andere planning
Nieuw samengestelde gezinnen vormden pakweg twintig jaar geleden eerder een uitzondering. Vandaag de dag gaat het om een zeer brede noemer voor uiteenlopende relatievormen: éénoudergezinnen, een tweede of derde huwelijk, samenwonenden, … Deze gezinnen heb ben vaak specifieke wensen op het vlak van successie.
We nemen het fictieve voorbeeld van Mieke en Joris, die het geluk bij elkaar hebben gevonden. Mieke heeft een kind uit een eerdere relatie, terwijl Joris drie kinderen heeft uit zijn eerste huwelijk. Samen wensen zij een nieuw leven op te bouwen. Naast de bescherming van de kinderen dient daarin de bescherming van de nieuwe levensgezel centraal komen te staan.
Feitelijk samenwonen
Er wordt een onderscheid gemaakt tussen ‘feitelijk’ en ‘wettelijk’ samenwonen. Bij feitelijke samenwoning is er niets geregeld, waardoor deze vorm geen bijzondere (rechts)bescherming biedt. De samenwonenden beschikken over geen enkel erfrecht ten aanzien van elkaar.
Stel dat Joris komt te overlijden, dan zal zijn volledige nalatenschap vererven naar zijn drie kinderen, bij gebrek aan beschermingsmaatregelen ten voordel van Mieke. Als ze deze situatie willen vermijden, moeten ze tijdig stappen ondernemen.
Mieke en/of Joris kunnen elkaar als langstlevende tweede partner bevoordelen middels afspraken in een notarieel of onderhands samenlevingscontract. Het geldende tarief zoals gehanteerd tussen echtgenoten zal maar van toepassing zijn wanneer Mieke en Joris op het ogenblik van overlijden van de eerststervende ten minste één jaar op een ononderbroken manier een gemeenschappelijke huishoudingen voerden.
De successierechten op de vererving van de gezinswoning naar de langstlevende – gehuwd of samenwonend – zijn sinds 1 januari 2007 volledig vrijgesteld. Eigenaardig is wel dat de vereiste duur van het feitelijke samenwonen en voeren van een gemeenschappelijke huishouding verschilt naargelang het om het toepasselijke tarief inzake successierechten (1 jaar) gaat dan wel om de vrijstelling van het verkregen aandeel in de gezinswoning ten voordele van de langstlevende partner (3 jaar).
Indien Joris dus binnen de twee jaar zou overlijden en een testament opmaakte waarin hij Mieke bevoordeelt, kan Mieke wél erven aan de gunstige tarieven. Maar zij zal niet kunnen genieten van de vrijstelling van de gezinswoning.
Wettelijk samenwonen
Willen Mieke en Joris toch een minimale bescherming – bijvoorbeeld van de gezinswoning – inlassen zonder te huwen, dan kunnen zij kiezen voor het wettelijke samenwonen. Daarvoor moeten zij de ambtenaar van burgerlijke stand een verklaring van samenwoning bezorgen. Wensen zij een bescherming die verder gaat dan de wet voorziet, dan kunnen zij dit vastleggen in een samenlevingscontract.
Net zoals bij de feitelijke samenwoning zijn en blijven de goederen en inkomsten verkregen vóór en tijdens het samenwonen eigen. Alles waarvan de eigendom niet bewezen kan worden, wordt geacht in onverdeeldheid te zijn. De wettelijk samenwonenden hebben wel een beperkt erfrecht, maar ze beschikken net zo min als de feitelijk samenwonenden over beschermde reservataire aanspraken. Sinds één jaar geldt voor hen wel een wettelijk erfrecht voor de gezinswoning. Eens Mieke en Joris een verklaring van wettelijk samenwonen hebben afgelegd zullen zij op successierechtelijk valk volledig gelijkgeschakeld worden met gehuwden ook voor wat de gezinswoning betreft.
Huwelijk
Mieke en Joris kunnen ook in het huwelijksbootje stappen. Indien zij geen huwelijkscontract laten opmaken door de notaris, dan is het wettelijke stelsel dat scheiding van goederen met gemeenschap van aanwinsten impliceert, automatisch van toepassing. Zij kunnen uiteraard steeds een huwelijkscontract opstellen dat afwijkt van het wettelijke stelsel.
Hoe de langstlevende beschermen?
Indien Mieke en Joris willen vermijden dat de langstlevende (wettelijk of feitelijk) samenwonende partner voor onaangename verrassingen komt te staan bij een overlijden, kunnen zij een testament opstellen. Daarin leggen zij vast aan wie hun nalatenschap toekomt.
Wil Joris dat Mieke na zijn overlijden onbekommerd in de gezinswoning kan blijven wonen, dan moet hij als feitelijk samenwonende een testament in die zin opmaken. Zijn zij daarentegen wettelijk samenwonend of gehuwd, dan ontvangt Mieke automatisch het vruchtgebruik van de woning. Maar als wettelijk samenwonende kan Mieke geen reservataire aanspraak maken op de woning. Joris kan haar erfdeel in zijn testament dus beperken en haar zo het vruchtgebruik van de gezinswoning ontzeggen.
Een testament heeft als voordeel dat het te allen tijde herroepbaar is. Maar hierin schuilt juist het nadeel van de langstlevende partner die zo geen absolute zekerheid of bescherming heeft. Als Joris en Mieke meer bescherming willen inlassen, kunnen zij een beroep doen op het ‘tontinebeding’ of ‘beding van aanwas’. Deze techniek zorgt ervoor dat zij de gezinswoning verwerven met de absolute zekerheid dat dit goed op het ogenblik van het overlijden van de eerststervende in volle eigendom toekomt aan de langstlevende. Wanneer de tontine of het beding van aanwas in werking treedt, gebeurt dit vrij van successierechten. Er is wel een registratierecht van 10 % of 12,5 % verschuldigd, berekend op de verkoopwaarde op het ogenblik van overlijden. Het voordeel van een beding van aanwas is dat het niet eenzijdig geschrapt kan worden.
“ Het beding van aanwas of de
tontine geeft de samenwonende
of de gehuwde partner absolute zekerheid.”
|
Ook voor gehuwden biedt deze techniek een oplossing, louter als maatregel om de langstlevende tweede echtgenote te beschermen. Het vruchtgebruik van de gezinswoning komt weliswaar aan de langstlevende toe, maar kinderen uit een eerste huwelijk kunnen steeds de omzetting van dit vruchtgebruik van de langstlevende tweede echtgenote vorderen. De inlassing van het tontinebeding geeft de samenwonende of de gehuwde partner absolute zekerheid. Zelfs indien er kinderen uit een eerste huwelijk of relatie zijn. Want ondanks hun reservataire afspraken kunnen de eigen kinderen zich niet verzetten tegen deze toebedeling.
Er is dus een afweging nodig tussen het burgerrechtelijk beschermingsaspect en de eventuele fiscale optimalisatie. Zeker sinds de gelijkschakeling van feitelijk en wettelijk samenwonenden met gehuwde koppels en de invoering van de vrijstelling van de gezinswoning op het vlak van successierechten.
In de eerder genoemde situatie valt de voogdij pas open wanneer beide ouders overleden zijn. In geval van overlijden van Mieke of Joris kan dit aanleiding geven tot een confrontatie tussen de langstlevende tweede partner enerzijds en de eerste partner/echtgenoot anderzijds. Deze laatste zal immers het ouderlijk gezag blijven uitoefenen over de persoon én de goederen van de minderjarige kinderen met alle gevolgen vandien. Mieke en Joris moeten hierop dan ook tijdig anticiperen. Dit kan bijvoorbeeld door een testament op te stellen of een bepaalde structuur op te richten om zo de controle over het vermogen te garanderen in hoofde van de langstlevende tweede partner/echtgenoot.
Naast dit beding bestaan er nog tal van andere planningstechnieken die we in deze bijdrage even buiten beschouwing laten : (levenslange) huurovereenkomsten, bruikleenconstructies, levensverzekeringen, schenkingen en bedingen ingelast in het samenlevingscontract, …
Bescherming kinderen uit vorig huwelijk
Mieke en Joris kunnen van de bescherming van hun eigen kinderen ook een absolute prioriteit maken. Ondernemen zij geen verdere stappen en wonen zij samen, dan zijn de eigen kinderen enige erfgenaam, uitgezonderd het vruchtgebruik van de gezinswoning in geval van wettelijke samenwoning. Hun eigen kinderen ontvangen dus 100 % van de nalatenschap en zullen bovendien steeds worden beschermd dankzij hun erfrechtelijke reserve.
Als Mieke en Joris voor de teopassing van een tontinebeding opteren, heeft de overgang van de volle eigendom van de gezinswoing op Mieke het nadeel dat de drie kinderen van Joris gedeeltelijk onterfd worden. Dit kan vermeden worden door het beding van aanwas te beperken tot het vruchtgebruik. Stel dat Mieke en Joris huwen én hun kinderen optimaal willen beschermen, dan kunnen zij de huwelijkspartner via het huwelijkscontract gedeeltelijk onterven. Een dergelijke regeling kan zelfs zonder wederkerigheid getroffen worden., met uitzondering dat het vruchtgebruik op de gezinswoning nooit ontnomen kan worden.
Wenst u meer informatie over dit onderwerp of over financiële planning? Contactgeer het Instituut voor Persoonlijke Financiële Planning via info@pfp.be of op het telefoonnummer 011 85 86 61.
Bron: Magazine PrivéZaken Van Lanschot Bankiers – 2008- p. 13-14
|