Informatie - Erfenis
 

Adviezen | Advocaat | Bank | Belastingen | Bestaansmiddelen | Detective | Deurwaarder | Echtelijke woning
Echtscheiding door onderlinge toestemming | Erfenis | Gezinnen | Gezinswoning | Gevoelens | Gevolgen echtscheiding
Geweld | Hulpverlening | Huwelijksplichten | Huwelijksstelsel | Jongeren na echtscheiding | Jurisprudentie Justitiehuizen | Kerk | Leven na scheidingNieuwe gezinsvormen | Nieuwe relatie | Nieuw-samengestelde gezinnen
Notaris | Omgangsrecht | Onderhoudsgelden | Onderwijsaangelegenheden | Ouderlijk gezag | Ouder-naam
Ouderschapsbemiddeling | Overlijden | Overspel | Procedure | Relaties | Samenwoning | Scheidingsbemiddeling Vaderschap bij scheiding | Vereffening en verdeling | Wetgeving | Woonstvergoeding

Artikels :


- De zorgvolmacht (12-4-2019)
- Veel voorkomende misverstanden rond successieplanning (13-3-2018)
- Komt er nu een grote hervorming van de erfwet zoals wordt meegedeeld? Jawel, vanaf 1 september 2018
- Hervorming van het erfrecht
- Erfenis verwerpen of toch...?

- Moeten persoonlijke rekeningen aangegeven worden bij overlijden van echtgenote?
- Kan ik mijn huis op lijfrente verkopen aan mijn kinderen?
- Vermogensplanning met een levensverzekering
- Hoe stel je een geldig testament op?
-
Erfenisplanning - nieuw samengestelde gezinnen
- Automatisch erfrecht voor wettelijk samenwonenden
- De nalatenschap van samenwoners - mogelijke problemen en aanpak
- Stiefkinderen niet langer benadeeld bij erfenis

 
Omhoog
 

De zorgvolmacht

Iemand die geen verantwoorde beslissingen meer kan nemen over zijn vermogen, omdat hij of zij geen besef heeft van de gevolgen van die beslissing, noemt men een “wilsonbekwame” persoon. De lijn tussen een wilsbekwame en wilsonbekwame persoon is niet altijd eenvoudig te trekken…


Met een zorgvolmacht (via een lastgeving) geeft het betrokken persoon die wil anticiperen op zijn wilsonbekwaamheid de bevoegdheid aan één of meerdere personen om specifieke of algemene handelingen te stellen met betrekking tot zijn vermogen. Om een lastgevingsovereenkomst te sluiten en een zorgvolmacht te geven moet de lastgever (deze die de zorgvolmacht geeft) wel nog wilsbekwaam zijn op het moment dat hij of zij de zorgvolmacht opstelt. Twijfel je om zelf een zorgvolmacht op te stellen of te laten opstellen omdat je merkt dat je gezondheid achteruit gaat? Dan is het beter om dit niet te lang uit te stellen.


***

Het grote voordeel van de zorgvolmacht is dat uitwerking kan hebben wanneer de beschermde persoon wilsbekwaam is, én ook voor de toekomst uitwerking heeft, eenmaal de betrokken persoon effectief wilsonbekwaam is geworden. De lastgever kan ook perfect bepalen dat zijn lasthebber (die persoon aan wie hij de zorgvolmacht geeft) slechts een volmacht krijgt op het moment dat hij zelf niet meer bekwaam is. In die zin kan een zorgvolmacht ook een belangrijke rol spelen bij vermogensplanning.

Een belangrijke voorwaarde om de zorgvolmacht uitwerking te geven wanneer de persoon wilsonbekwaam is geworden, is dat de lastgeving geregistreerd werd in het Centraal Register voor Lastgevingen. Zonder registratie zal de zorgvolmacht van rechtswege beëindigen vanaf het moment dat de lasthebber (beschermde persoon) wilsonbekwaam wordt, wat meestal juist niet de bedoeling is van de betrokken partijen.

Opgelet, de zorgvolmacht belet niet dat de wilsonbekwame beschermde persoon zelf nog bepaalde uitgaven maakt of bepaalde zaken blijft uitvoeren. Het feit dat aangeduide mensen voor het beheer van een aantal belangrijke zaken een volmacht ontvangen, belet dus niet dat de beschermde persoon zelf nog vrij is om over zijn vermogen te beschikken. Dit betekent dus ook dat de zorgvolmacht in bepaalde gevallen geen voldoende bescherming zal bieden. Voor bepaalde situaties zal de gerechtelijke bewindvoering dan ook meer aangewezen zijn.

Bron: Notaris.be 

Video over de zorgvolmacht: gesprek met mevrouw Strobbe notaris 4'49

[PDF]

De zorgvolmacht - Notaris.be


Het is aan te bevelen meer bronnen te raadplegen. Elke bron bevat doorgaans een beetje eigen informatie rond het thema.

* Zorgvolmacht voor u uitgelegd - Hanne Martens
* De zorgvolmacht - Okra
* De Gezinsbond
* Adlex


 
 
Omhoog
 

Veel voorkomende misverstanden rond successieplanning (13-3-2018)

Notaris.be helpt alvast enkele misverstanden over successieplanning uit de wereld en zet de krachtlijnen van de hervorming van het erfrecht op een rijtje.

Bron: Seniorennet.be

Nieuw erfrecht:

Wat zijn de krachtlijnen van het nieuwe erfrecht? Vanaf wanneer gelden de nieuwe regels? Moet je intussen iets ondernemen? Meer info en tips op www.notaris.be

Notaristip: hervorming erfrecht, wat zijn de nieuwigheden?

Video 3'06"



 
 
Omhoog
 

Komt er nu een grote hervorming van de erfwet zoals wordt meegedeeld?
Jawel, vanaf 1 september 2018


De nieuwe wet op het erfrecht goedgekeurd - 20-7-2017

De meeste nieuwe regels op het erfrecht zullen pas na de zomer van 2018 in werking treden.
Zowat midden augustus 2017 zal de nieuwe erfwet worden gepubliceerd in het Belgische Staatsblad.
De overgangsregels worden vanaf die publicatie van toepassing. Ze slaan vooral op de schenkingen.
In een artikel in Netto van De Tijd staan de belangrijkste nieuwe regels opgesomd.

WELK STUK KRIJGT DE FISCUS BIJ EEN ERFENIS?

De nieuwe tarieven op de erfbelasting gaan in vanaf 1 september 2018.
In het artikel in Netto vindt u de uitvoerige beschrijving van de huidige situatie. Daarbij wordt dan aangegeven hoe die situatie vanaf 1 september 2018 verandert voor de verschillende categorieën van erfgenamen.
Wie op de hoogte wil geraken van de nieuwe erfwet met daarbij de erfbelasting moet zeker dit artikel aandachtig en grondig lezen.

Klik door naar Netto (8-3-2018)





Al vrij vlug na de samenstelling van het nieuwe federale parlement in 2014 komt er vanwege vier Vld-volksvertegenwoordigers onder leiding van mevrouw Carina Van Cauter een veel omvattend wetsvoorstel tot hervorming van de Belgische erfwet. We nemen aan dat veel parlementair werk in stilte binnenskamers wordt verricht en dat er slechts sporadisch mededelingen over komen in de media.

Dat is wellicht nu ook het geval met het initiatief om de erfwet stevig te hervormen.
Midden deze maand november komt dan wél het bericht in de krant dat er nog voor het einde van het jaar 2016 de wetshervorming een feit zou kunnen zijn. Wij kijken ernaar uit welke parlementaire procedure er daartoe op gang wordt gebracht. Veel informatie over de omgang van de mogelijke hervorming blijkt niet uit het artikel in de krant van dinsdag 15 november 2016.

Dient het wetsvoorstel van Carina Van Cauter e.a. van 18 november 2014 als basis? Komt er een wetsontwerp zelf vanuit de regering van Justitieminister Geens zelf? Is er al wat geagendeerd in de Kamer van Volksvertegenwoordigers? Is er consensus binnen de meerderheidspartijen over het wetsvoorstel of over een wetsontwerp of is de consensus ruimer over de grens van meerderheidspartijen en oppositie heen?
Wat is omvang van het wetgevend initiatief? Zit er meer in dan de vereenvoudigde voorstelling zoals die in het krantenartikel wordt weergegeven?

In elk geval is het de moeite waard om de informatie die in de krant is verschenen al mee te delen, omdat het over een fundamenteel aspect handelt in de erfwet: de vrije beschikking van de erflater over zijn erfenis en de beperking van die beschikking. De helft van het nagelaten fortuin zou in elk geval overgaan naar de overblijvende ouder totaal los van het aantal kinderen dat er in het gezin zijn. De erflater wordt zelfs volledig vrij te beschikken over zijn erfenis als er geen kinderen zijn.

DSInfografiek

 

We verwijzen hierbij nog eens graag naar het wetsvoorstel van  Carina Van Cauter e.a. van 18 november 2014.
Voor uitleg daarover zie het artikel hier net onder.

We verwijzen hierbij en ten slotte nog naar het artikel ‘Wekelijks vraag om kind te onterven’ in De Standaard van 15 november 2016 met de aankondiging van de hervorming van de erfwet.

G.D.


 
Omhoog
 

Hervorming van het erfrecht

Verdere hervorming van het erfrecht in België

Wetsvoorstel bij de Kamer ingediend op 3 december 2014

DOC 54 0681/001

Wetsvoorstel tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek met betrekking tot het erfrecht

3/12/2014

Samenvatting

Dit wetsvoorstel beoogt de actualisering en de verbetering van het erfrecht.

Toelichting

DAMES EN HEREN,

Dit voorstel neemt de tekst over van het in de Senaat ingediende voorstel 5-2207/1.

Dit wetsvoorstel beoogt de hervorming van het erfrecht, in het verlengde van de reeds bij wetten van 10 december 2012 verwezenlijkte wijzigingen inzake erfonwaardigheid en plaatsvervulling, schenkingen via levensverzekeringen.

Dit wetsvoorstel is opgesteld rekening houdend met de vele analyses en opmerkingen die in de Belgische rechtsleer in talrijke publicaties en naar aanleiding van studiedagen en congressen aan het erfrecht en zijn noodzakelijke minstens gewenste hervorming werden gewijd.

Dit wetsvoorstel herneemt ook diverse eerdere voorstellen die senatoren tijdens de vorige zitting hebben ingediend, of heringediend, en die een actualisering of een verbetering van het erfrecht beogen.

Ten slotte steunt dit wetsvoorstel ook op suggesties die van het notariaat uitgaan, en op deze die werden uiteengezet ter gelegenheid van het colloquium op 6 oktober 2010 ter ere van graaf Pierre Harmel in de Senaat georganiseerd. Deze laatste suggesties zijn gebundeld in het boek Wetsvoorstellen in notariële zaken ter attentie van de wetgever, Larcier, 2011.

De hier beoogde hervorming van het erfrecht vertrekt van een dubbele vaststelling: het erfrecht kan niet afgeschaft worden, maar het moet wel herzien worden.

De indieners van huidig voorstel hebben onderzocht waar de herziening prioritair op moest gericht worden. Ze hebben hiervoor achtereenvolgens aandacht gehad voor vragen omtrent
(1) de devolutie van de nalatenschap naar bloedverwanten, inclusief de plaats van de langstlevende echtgenoot en van de langstlevende wettelijk samenwonende levensgenoot in deze nalatenschap;
(2) de regels inzake de verdeling van de nalatenschap, de inbreng van schenkingen en van schulden,
en de gevolgen van de verdeling;
(3) de reserve van de kinderen, van de ouders en van de langstlevende echtgenoot, en de regels van de inkorting;
(4) het begrip onbelaste reserve, de mogelijkheid om daarvan af te wijken ten voordele van zorgkinderen en de mogelijkheid om aan de reserve te verzaken;
(5) de mogelijkheid om erfovereenkomsten te sluiten.

Lees het wetsvoorstel


Ghislain Duchâteau - 26 december 2014


- De Algemene beleidsnota Justitie van 27 december 2012

Volgens minister van Justitie Annemie Turtelboom is het erfrecht al tweehonderd jaar niet meer fundamenteel aangepast. Dat betekent dat het niet meer aansluit bij de hedendaagse maatschappij en dat een vernieuwing meer dan wenselijk is. Vooral de nieuwe samenlevingsvormen in deze tijd roepen die hervorming op.

Begin januari 2013 heeft de minister een ‘Algemene beleidsnota Justitie’ voorgesteld aan pers en publiek. Die sluit nauw aan bij het regeerakkoord en legt de nadruk op drie hoofdthema’s: de hervorming van de rechterlijke orde met een nieuwe indeling van de gerechtelijke arrondissementen, het aansturen van een operationeel ict-beleid voor justitie en de versterking van de strafuitvoering. Daarnaast noteren we in de nota toch voor onze thematiek twee belangrijke hoofdstukken: dat over de hervorming van het erfrecht en de modernisering van het familierecht. In de Kamer wordt het CD&V-voorstel 2595 aan de orde gesteld over de verplichte invoering van het ouderschapsplan bij echtscheiding. In de Commissie Justitie van de Senaat is sinds 20 maart 2013 de behandeling van “De hervorming van het erfrecht” ingediend. Op dit ogenblik zijn nog geen documenten voor dit dossier beschikbaar.

Wij kunnen ons wel voorstellen welke inhouden die hervorming kan krijgen. Daartoe kopiëren we tekst van het hoofdstuk Erfrecht uit de Algemene beleidsnota Justitie DOC 53 2586/027 .

- Erfrecht

Een eerste hervorming van het erfrecht is verwezenlijkt met de wet die op 29 november 2012 door de Kamer is goedgekeurd. De wet voert een nieuwe, duidelijke, eerlijke regeling over de erfrechtelijke onwaardigheid in, die gepaard gaat met een coherente regeling van alimentaire onwaardigheid en van verlies van huwelijksvoordelen voor wie zich tegenover de erflater onbetamelijk heeft gedragen.

Daarnaast wordt het begrip plaatsvervulling verruimd: de afstammelingen van een overleden erfgenaam, maar ook de afstammelingen van een erfgenaam die onwaardig is, of van een erfgenaam die de nalatenschap verwerpt, zullen voortaan zijn plaats kunnen innemen. Hierdoor is voor het eerst de mogelijkheid ingevoerd van een gewilde erfenissprong of generatiesprong bij erfrecht. (p. 16)

Ook is de ongrondwettig verklaarde bepaling van artikel 124 van de Wet op de Landverzekeringsovereenkomst herschreven, zodat ze nu grondwetsconform is, en ook daadwerkelijk het misbruik van levensverzekeringen om voorbehouden erfgenamen (kinderen in het bijzonder) te benadelen, tegengaat. In het verlengde van de aanpassing van artikel 124 van de Wet op de Landverzekeringsovereenkomst zal er in 2013 ook gewerkt worden aan de aanpassing van de artikelen 127 en 128 van deze wet, die ook ongrondwettig zijn verklaard. Het gaat om het lot van levensverzekeringen die door een gehuwde persoon zijn aangegaan. De regeling die in overleg met de pensioenminister wordt uitgewerkt moet coherent zijn met het huwelijksstelsel van de verzekeringsnemer, en mag hem niet toelaten hetgeen de huwelijksgemeenschap toekomt aan de huwelijksgemeenschap te onttrekken. Daarbij moet echter het onderscheid worden gemaakt tussen de individuele levensverzekering en de collectieve levensverzekering, waarmee een aanvullend pensioen wordt opgebouwd. Manifeste ongelijkheid in pensioenopbouw van de echtgenoten moet door een duidelijke, billijke en hanteerbare financiële regeling gecompenseerd kunnen worden. Daar wordt in overleg met de pensioenminister aan gewerkt.

Het huwelijkscontract is het instrument om goede vermogensrechtelijke afspraken tussen echtgenoten vast te leggen. De mogelijkheden daartoe moeten worden uitgebreid, in het bijzonder om in het huwelijkscontract een goede regeling van de nalatenschap uit te werken, waartoe de echtgenoten zelf en op maat van hun eigen familiale en vermogensrechtelijke situatie kunnen beslissen, met de mogelijkheid om ze in geval van nieuwe omstandigheden verder aan te passen.
Het thans geldend verbod om overeenkomsten te sluiten over een niet opengevallen nalatenschap (verbod van erfovereenkomsten) is aan herziening toe. De burger wil meer ruimte om zelf te regelen, in overleg met zijn erfgenamen, hoe zijn nalatenschap zal worden verkregen en verdeeld. In overleg met de Koninklijke Federatie van het Belgisch Notariaat wordt onderzocht op welke wijze dit op de meest efficiënte manier kan worden ingevoerd, met voldoende aandacht voor een billijk evenwicht tussen de belangen van de ouders en die van de kinderen.
Rekening houdend met de diversiteit van actuele familiale situaties, en het groeiend aantal nieuw samengestelde gezinnen, waarin zich ook zeer uiteenlopende situaties kunnen voordoen, moet er in het Burgerlijk Wetboek meer mogelijkheid worden ingevoerd zijn om een aangepaste en op maat gesneden regeling uit te werken, die niet voor iedereen dezelfde kan zijn, maar die de mensen zelf vastleggen: stiefkinderen bij de verdeling van de nalatenschap betrekken, ouders uit die verdeling uitsluiten, behoren tot de pistes die op dit ogenblik worden onderzocht. (p.17-18)

Ten slotte moeten de oude, traditionele regels van het Burgerlijk Wetboek in verband met de verdeling van de nalatenschap, en dan vooral in verband met het tijdstip van waardering zowel van de te verdelen goederen als van de bij leven geschonken goederen herzien worden om billijker en beter bruikbaar te zijn. Deze regels zijn meer dan 200 jaar oud, en dus bezwaarlijk “actueel” te noemen; bovendien leiden ze soms tot onrechtvaardigheden, dikwijls tot hopeloze complicaties: daarom zijn zij ook aan hervorming toe. (p.18)

- Plannen voor een blauwdruk voor een nieuw erfrecht van Annemie Turtelboom

Bron: Netto ERFENISGIDS – MAART 2013

Minister van Justitie Annemie Turtelboom wil het erfrecht grondig aanpassen.
Zo wil ze meer bewegingsvrijheid om te beslissen wie wat krijgt (blz. 24) en meer mogelijkheden geven aan nieuw samengestelde gezinnen (blz. 32) en kinderloze koppels (blz. 40). Ook voor schenkingen (blz. 16) en het huwelijkscontract (blz. 20) wil de minister veranderingen doorvoeren.
Bovendien wil ze het mogelijk maken om een deal te sluiten met de kinderen over een erfenis (blz. 24). Sinds kort kunnen kleinkinderen al rechtstreeks erven van de grootouders (blz. 63).


Schenkingen

Er zal verandering komen in de wijze waarop schenkingen gewaardeerd worden bij de verdeling van een nalatenschap. Meer specifiek gaat het om het tijdstip waarop de te verdelen goederen en eerdere schenkingen gewaardeerd moeten worden. Het verschil dat de wet nu nog maakt tussen schenkingen van roerende goederen (geld, effecten) en schenkingen van onroerende goederen (grond, huis) zal verdwijnen.

Huwelijkscontract

Er is een uitbreiding gepland van de mogelijkheden om in het huwelijkscontract een regeling voor de nalatenschap uit te werken. Die mogelijkheid bestaat nu al, maar enkel voor koppels met kinderen uit een vorige relatie. Het zou ook mogelijk worden voor koppels die (nog) geen kinderen of alleen gemeenschappelijke kinderen hebben. Verduidelijkt zal worden wat in een huwelijkscontract kan of niet kan worden geregeld en tot hoever de afspraken in een huwelijkscontract bestand zijn tegen aanspraken van kinderen die hiertegen zouden willen opkomen, na het overlijden van hun vader of moeder.

Versoepeling van het verbod op erfovereenkomsten

Tot nu toe is het verboden om met de kinderen een ‘deal’ te sluiten over de verdeling van de nalatenschap van iemand die nog niet is overleden. De enige uitzondering is een schenking met voorbehoud van het vruchtgebruik. Dan kunnen de ouders het akkoord van de overige kinderen vragen om één kind te bevoordelen. Nadien komt die schenking niet langer in aanmerking bij de verdeling van de nalatenschap. Dat zou in de toekomst voor alle schenkingen mogelijk moeten worden.

Uitbreiding van het beschikbare deel van de nalatenschap

Daardoor wordt de wettelijke reserve van de kinderen herleid tot een kleiner deel van de nalatenschap. Volgens de voorzitter van de werkgroep Erfrecht Martine Taelman wordt de discussie gevoerd om het vrij beschikbaar deel van de nalatenschap te verruimen tot de helft van de nalatenschap en zelfs op drie vierde van de nalatenschap als de erflater slechts één kind achterlaat. Taelman verwacht wel dat dit plan nog veel stof voor discussie zal opleveren.

Meer mogelijkheden voor nieuw samengestelde gezinnen

De modernisering van de erfrechtwet heeft o.m. tot doel een oplossing te geven voor nieuw samengestelde gezinnen. Als de stiefouder dat wil, moet het mogelijk worden om stiefkinderen bij de nalatenschap te betrekken. Maar er zou geen regeling komen die stiefkinderen wettelijk erfrecht toekent. De vraag is dan of stiefkinderen evenveel kunnen krijgen als eigen kinderen.

Kinderloze koppels

Voor kinderloze koppels wordt erover nagedacht om de reserve van de ouders af te schaffen. Waarschijnlijk zal dat gebeuren met behoud van het bestaande recht op een onderhoudsuitkering, als de ouders bij overlijden van hun kind behoeftig zijn.

Kleinkinderen kunnen erven van hun grootouders

Sinds december 2012 bestaat de plaatsvervulling bij de verwerping van een nalatenschap.
Dat kan voordelig zijn, omdat het een manier is om een zogenaamde ‘vrijwillige erfenissprong’ te realiseren. Bij het overlijden van een grootouder kan diens kind beslissen om de erfenis te verwerpen en dat ten gunste van zijn eigen kinderen. De kleinkinderen nemen dan de plaats in van hun ouder en erven rechtstreeks van hun grootouders. Dat kan nuttig zijn omdat de kleinkinderen het steuntje uit de erfenis beter kunnen gebruiken dan de ouders, die zelf al een vermogen hebben opgebouwd. Daarbij kan het ook een aanzienlijke besparing opleveren, omdat men op die manier voorkomt dat er twee keer successierechten moeten worden betaald op hetzelfde erfdeel.

- Mogelijkheid tot schenking aan stiefkinderen met wie je een heel sterke band hebt

Interview met prof. dr. Dimitri Mortelmans, socioloog UA en promotor-woordvoerder van het onderzoek Scheiding in Vlaanderen (SiV)

Maken de ontwerpen van minister van Justitie Turtelboom het nu al ingewikkelde erfrecht niet nog moeilijker?

Het maakt het er inderdaad niet eenvoudiger op, maar tegelijkertijd zou het een meer volwassen aanpak van de realiteit betekenen. Huwelijken lopen sneller spaak waardoor kinderen bij de echtscheiding steeds jonger zijn. In een nieuw samengesteld gezin brengen ze een groot deel van hun leven door met een stiefouder, waardoor ook de emotionele band met die stiefouder groot is. Bijna van nature ontstaat daardoor de wil tot erven. Als je de nieuw samengestelde gezinnen au sérieux neemt, is dit vernieuwde erfrecht een logisch gevolg.’

Een stiefkind erft toch al van twee ouders? Waarom moet het dan nog van een derde ouder erven?

‘Als een kind voornamelijk opgevoed wordt door een stiefouder, kun je veronderstellen dat een van de biologische ouders ook meer op de achtergrond komt. Als die biologische ouder op zijn beurt ook een stiefkind heeft en een deel van de erfenis nalaat aan dat stiefkind, vermindert het deel van het eerste kind. Het is een mes dat aan twee kanten snijdt.’

Creëer je op die manier niet meer discussie tussen kinderen?

‘Rond erfenis zal er altijd discussie zijn. Het voorstel zal discussie tussen stiefkinderen en biologische kinderen niet uitschakelen, maar het zal een nieuwe dimensie creëren. Het laat toe om iets te schenken aan de stiefkinderen met wie je een heel diepe band hebt.’
‘Het hangt er allemaal vanaf op welk moment het kind bij het gezin komt. Biologische kinderen en stiefkinderen die vanaf jonge leeftijd samen opgroeien, zullen veel minder problemen maken. Als ze ouder zijn, zullen biologische kinderen eerder het gevoel krijgen dat hen iets wordt afgenomen.’

Wat vindt u van een vastgelegde minimumperiode waarin de stiefkinderen en overleden ouders onder hetzelfde dak hebben gewoond?

‘Hoe bepaal je dan hoeveel tijd er nodig is voor er een band is? Het doet denken aan de afkoelingsperiode die in sommige landen bestaat voor een voorlopige scheiding. Dat is een even vreemde redenering. In zijn wilsbeschikking kan de overledene zelf uitmaken of de band met het stiefkind groot genoeg is. Daar is geen tijdsbepaling voor nodig.’

Is het een goed idee om kinderen te laten meebeslissen?

‘Als je kinderen laat meebeslissen, komt er sowieso ruzie. Ik dank dat je altijd moet vertrekken van de wil van de overledene.’

(maart 2013)

- Wetgeving

In de Senaat functioneert binnen de Commissie Justitie de Werkgroep Erfrecht die de wetsontwerpen of wetsvoorstellen rond de hervorming van het erfrecht voorbereidt. Voorzitter is senator Martine Taelman. De Werkgroep telt nog zeven andere senatoren. Ze heeft zich tot dusver gebogen over één wetsvoorstel en drie wetsontwerpen in verband met de hervorming van het erfrecht. Ze behandelt op dit ogenblik vijf wetsvoorstellen, maar nog niet het pas ingediende ontwerp ‘De hervorming van het erfrecht’.

2 april 2013


 
Omhoog
 

Erfenis verwerpen of toch…

Wat als de erflater mogelijk schulden achterlaat?

De procedure voor wie een erfenis wil verwerpen of zekerheid wil hebben dat de overledene meer bezittingen dan schulden heeft, is vereenvoudigd. U kunt het vanaf 29 mei 2014 ook met een notaris regelen.

Om te voorkomen dat u voor de schulden moet opkomen, kunt u de erfenis verwerpen. U krijgt dan geen bezittingen of geld uit de erfenis, maar u moet ook niet de schulden of successierechten betalen.
Twijfelt u of er meer bezittingen dan schulden zijn, dan kunt u de erfenis aanvaarden onder voorrecht van boedelbeschrijving. Dan wordt een inventaris, een boedelbeschrijving, gemaakt van alles wat de erflater nalaat. ‘Blijkt dat er meer schulden dan bezittingen zijn, dan is het niet meer mogelijk de erfenis alsnog te verwerpen’, zegt notaris Marc Sobrie. ‘Maar door de werkwijze heeft u de zekerheid dat u nooit meer schulden zal moeten betalen dan het actief dat u ontvangt.’ Daardoor vermijdt u dat u uw eigen centen zou moeten ophoesten om de schulden van de overledene af te lossen.

Voor het systeem van een verwerping of een aanvaarding onder voorrecht van boedelbeschrijving moest u voor 29 mei terecht bij de rechtbank van eerste aanleg van het arrondissement waar de erflater woonde. Maar dat is nu  niet meer nodig, al kan het nog wel indien u dat wenst. Als u het niet wenst, kan het bij de notaris die u zelf kiest. De notaris neemt van u een verklaring af, die hij dan overmaakt aan de rechtbank. Specifieke vormvereisten voor die verklaring zijn er niet.
De procedure is daardoor veel eenvoudiger. Trouwens is er toch een tussenkomst nodig van een notaris om de boedelbeschrijving op te maken, voor de verdeling en de vereffening van de nalatenschap en voor haar aangifte.

 ‘De nieuwe procedure zal weinig of niets veranderen aan de kostprijs’, zegt Marc Sobrie. Tot nu toe moest u 38 euro aan de rechtbank betalen om een erfenis te verwerpen of te aanvaarden onder het voorrecht van boedelbeschrijving. In dat laatste geval komt daar nog 100 à 200 euro bovenop voor de publicatie in het Belgische Staatsblad. ‘Die is verplicht om eventuele schuldeisers toe te laten zich kenbaar te maken en hun schulden op te eisen’, zegt notaris Sobrie.

Daarbij is er ook een prijs voor het opstellen van de boedelbeschrijving door de notaris. ‘De kostprijs daarvan hangt af van de samenstelling van de nalatenschap’, zegt Marc Sobrie. Het is evident dat de inventaris van een nagelaten handelszaak veel ingewikkelder is dan die van een oudere persoon met alleen een spaarrekening. In een aantal gevallen is die inventaris verplicht en geen vrije keuze. Dat is zo als minderjarigen of personen die onbekwaam zijn verklaard, erven.



 
Omhoog
 

Moeten persoonlijke rekeningen aangegeven worden bij overlijden van echtgenote?

Na het overlijden van mijn echtgenote stelde ik vast dat een spaarrekening op mijn persoonlijke naam niet geblokkeerd werd. Dat spaargeld moest evenmin worden opgenomen in de aangifte van de nalatenschap omdat wij gehuwd waren met een contract van ‘scheiding van goederen'. Dat mijn echtgenote volmacht had op deze spaarrekening, was geen beletsel volgens de notaris. Zal deze regeling onder de nieuwe wetgeving behouden blijven?

Dat rekeningen op uw naam niet aangegeven moesten worden bij het overlijden van uw echtgenote, klopt inderdaad, aangezien u gehuwd was met ‘scheiding van goederen'. Bij zo'n stelsel is er geen gemeenschappelijk vermogen, maar behoren alle goederen tot het eigen vermogen van één van beide partners. Alleen de eigen goederen en rekeningen –zeg maar: het eigen vermogen– van de overleden partner moeten dan aangegeven worden. Dat geldt niet alleen voor rekeningtegoeden, maar ook voor bijvoorbeeld kluizen. Dat de overledene er een volmacht op had, verandert hier niets aan. De volmacht zal gewoon vervallen bij het overlijden van de volmachthouder.

Bij het wettelijk stelsel of bij gemeenschap van goederen is dat helemaal anders. De meeste aanwinsten die dateren van tijdens het huwelijk behoren dan automatisch tot het gemeenschappelijk vermogen, op welke naam de rekeningen ook staan. Omdat de helft van het gemeenschappelijk vermogen mee in de nalatenschap valt bij het overlijden van één van de echtgenoten moeten alle rekeningen op naam van één of van beide partners dan geblokkeerd worden. Dit moet het mogelijk maken om het gemeenschappelijk vermogen vast te stellen.

Deze regeling is al jarenlang van kracht en op dit moment is er geen enkele wetswijziging op til die daar mogelijk verandering in zou brengen. Tot nader order zal het dus zo blijven dat bij scheiding van goederen de persoonlijke rekeningen op naam van de langstlevende echtgenoot niet aangegeven moeten worden bij het overlijden van de andere. Wel buigt een commissie in de Senaat zich momenteel over een hervorming van het erfrecht, waarbij erfgenamen veel sneller de mogelijkheid zullen krijgen om een erfenis te verwerpen ten voordele van hun eigen kinderen. Daardoor zal het eenvoudiger worden om een erfenis meteen na te laten aan de kleinkinderen van de overledene. Deze wetswijziging is echter van een heel andere orde en heeft totaal geen betrekking op de fiscale afhandeling van een erfenis bij scheiding van goederen.

7-8-2012



 
Omhoog
 

Kan ik mijn huis op lijfrente verkopen aan mijn kinderen?

Ik stel mij de vraag of ik een onroerend goed op lijfrente kan verkopen aan mijn kinderen. En zo ja, waarop moet ik dan speciaal letten?
N. M.

Uw huis op lijfrente verkopen aan uw kinderen is inderdaad mogelijk. Wil u vermijden dat uw kinderen bij uw overlijden toch nog successierechten moeten betalen op het huis, dan moet u er wel voor zorgen dat de verkoop geen bedekte bevoordeling inhoudt. Dat wil zeggen: de overeengekomen verkoopprijs moet realistisch zijn, de periodieke lijfrente moet correct berekend worden, uw kinderen moeten u daadwerkelijk levenslang die lijfrente betalen en op de verkoop moeten registratierechten worden betaald. Doorgaans wordt bij een verkoop op lijfrente ook een gedeelte van de overeengekomen verkoopprijs meteen betaald. Dit noemt men het boeket.

Zo'n verkoop op lijfrente kan op twee manieren gebeuren. Ofwel verkoopt u enkel de blote eigendom en behoudt u zelf het vruchtgebruik. U kan dan levenslang in de woning blijven wonen. De lijfrente die uw kinderen moeten betalen is dan uiteraard minder groot. Bij uw overlijden dooft het levenslang vruchtgebruik uit en worden uw kinderen automatisch volle eigenaar van het goed.

De andere optie is om meteen de volle eigendom van uw woning aan uw kinderen te verkopen op lijfrente. U moet het huis dan meteen afstaan aan uw kinderen, maar in ruil daarvoor moeten zij u een hogere periodieke lijfrente betalen.

Aan welk van beide varianten u ook de voorkeur geeft, het is heel belangrijk dat de berekening van de periodieke lijfrente correct gebeurt. Uw notaris kan die berekening voor u maken. Kunnen uw kinderen later niet bewijzen dat de lijfrente correct werd berekend en dat ze ook daadwerkelijk altijd werd betaald, dan gaat de fiscus er bij uw overlijden vanuit dat het onroerend goed nog in volle eigendom in uw nalatenschap zit. De koper/erfgenaam zal er dan successierechten op moeten betalen.

Verder moet u er ook rekening mee houden dat u een verkoop op lijfrente aan één van uw kinderen niet kan gebruiken om een ander kind te onterven. Heeft u bijvoorbeeld twee kinderen, een zoon en een dochter, en verkoopt u uw huis op lijfrente aan uw zoon, dan zal er na uw overlijden gekeken worden of het voorbehouden erfdeel (de wettige reserve) van uw dochter daardoor niet is overschreden. Is dat wel het geval, dan kan ze inkorting vragen en is het mogelijk dat de verkoop (deels) wordt ontbonden. U kan dit vermijden door haar toestemming te vragen en in de akte op te nemen.

10-4-2012



 
Omhoog
 

Vermogensplanning met een levensverzekering

Een man heeft drie kinderen uit een eerste huwelijk. Hij heeft een nieuwe relatie en hij wil er voor zorgen dat zijn kinderen zo weinig mogelijk erven, zijn partner zoveel mogelijk.

Van zijn totale spaarpotje van 100 000 euro investeert hij 50 000 euro in een beleggingsverzekering van het type TAK 23. Dit is een belegging onder de vorm van een verzekering, waarbij op voorhand bepaald is aan voor wie het kapitaal is bij het overlijden van de belegger. De man in het voorbeeld heeft zijn nieuwe partner als begunstigde aangeduid. De man maakt ook een testament op waarin hij vastlegt dat het grootst mogelijke deel van zijn nalatenschap moet toekomen aan zijn nieuwe partner.

Bij zijn overlijden 10 jaar later, wordt het kapitaal van de levensverzekering uitgekeerd aan de partner. Door de stijging van de beurs was dit kapitaal aangegroeid tot 140 000 euro. Een kapitaal uitgekeerd in het kader van een levensverzekering valt niet in de nalatenschap. De kinderen krijgen hier dus niets van.

De man liet bij zijn overlijden nog eens een kapitaal van 80 000 euro na. De partner zal hiervan nog eens 20 000 euro ontvangen op basis van het testament. De drie kinderen samen zullen nog 60 000 euro kunnen erven of 20 000 euro per kind. De partner zal in totaal 160 000 euro bekomen, de kinderen elk afzonderlijk 20 000 euro. Het is duidelijk dat de kinderen door de beleggingsverzekering benadeeld zijn. Iemand die van slechte wil is, kan het erfrecht van zijn kinderen op deze wijze drastisch inperken.

Tot voor kort konden de kinderen hier weinig tegen beginnen. Zij hebben weliswaar een minimaal erfrecht, de reserve genoemd, maar die wordt enkel berekend op de goederen die in de nalatenschap vallen en dus niet op de kapitalen uitgekeerd in het kader van een beleggingsverzekering. Voor de berekening van de reserve wordt enkel rekening gehouden met de premie wanneer deze buitensporig hoog was in vergelijking met het vermogen van de verzekeringnemer. Maar dat is niet zo gemakkelijk te bewijzen. Bovendien werd enkel rekening gehouden met de premie, niet met het uitgekeerde kapitaal. Ook al werd in ons voorbeeld een kapitaal uitgekeerd van 140 000 euro, er zal  slechts rekening worden gehouden met een premie van 50 000 euro.

Het Grondwettelijk Hof heeft beslist dat de huidige wetgeving discriminerend is. Het Hof heeft geoordeeld dat bij het bepalen van de reserve van de kinderen rekening moet worden gehouden met het effectief uitgekeerde kapitaal van de verzekering en niet enkel met de premie. De wijze waarop een kapitaal belegd is, een  beleggingsverzekering, een spaarboekje of een kasbon, mag geen invloed hebben op de berekening van de reserve. Hoewel de wet nog niet is aangepast, kan deze regeling al worden toegepast door de rechtbanken. Het wordt dringend tijd dat de overheid de verzekeringswet aanpast aan deze nieuwe evolutie.

Pascal Hoedt
ARCO Rechtshulp
Bent u Arcopar-vennoot en hebt u nog vragen, bel 02 246.50.00 of mail
rechtshulp@groeparco.be

Visie 24 – 17 september 2010



 
Omhoog
 

Hoe stel je een geldig testament op?

Met een testament kan je afwijken van de wettelijk georganiseerde erfvolgorde en dus van de verdeling die bij gebrek aan testament zou worden toegepast. Een testament kan dus een belangrijk element zijn in het kader van je successieplanning. Maar wanneer is een testament geldig opgesteld? Waar moet je op letten?
 
Specifieke kenmerken

Ten eerste is een testament een eenzijdige akte. Een testament is een hoogst persoonlijk document: man en vrouw kunnen geen gezamenlijk testament opstellen.
Een tweede kenmerk is de herroepbaarheid. Een testament kan te allen tijde door de erflater worden herroepen. Dat wil zeggen dat hij de beschikkingen kan wijzigen, aanvullen of vernietigen.


De vorm van een testament

Er bestaan verschillende types testamenten, we bekijken er hier 2:

1.         Het eigenhandig testament wordt volledig eigenhandig door de erflater geschreven en van een datum, plaatsaanduiding en handtekening voorzien. Het maakt weinig uit waarop u nu precies het testament schrijft. Wat telt, is dat het document duidelijk leesbaar is en dat de inhoud eenduidig kan worden geïnterpreteerd.
Voordeel: het is kosteloos.
Nadeel: het kan gemakkelijk verloren gaan, tenzij u het veiligheidshalve in bewaring geeft bij een notaris, die het zal laten registreren.

2.         Het openbaar of authentiek testament wordt gedicteerd aan een notaris, die het vervolgens eigenhandig schrijft, in het bijzijn van twee getuigen of een andere notaris. Zo’n testament is een notariële akte (en kost dus geld), wordt bewaard bij de notaris, geregistreerd in het Centrale Register der Testamenten en biedt zekerheid over de wettelijkheid van de getroffen schikkingen. Een recente wetswijziging maakt ook een testament op tekstverwerker bij de notaris mogelijk. Voor de effectieve inwerkingtreding van deze bepaling, wachten we nog op de Koning en bijkomend wetgevend initiatief, maar hopelijk komt er op korte termijn duidelijkheid.

Julie Janssens
financieel planner
Stremersch, Van Broekhoven & Partners
www.svbp-financieleplanners.be


 
Omhoog
 

Erfenisplanning - nieuw samengestelde gezinnen

Een nieuw verhaal - een andere planning


Nieuw samengestelde gezinnen vormden pakweg twintig jaar geleden eerder een uitzondering. Vandaag de dag gaat het om een zeer brede noemer voor uiteenlopende relatievormen: éénoudergezinnen, een tweede of derde huwelijk, samenwonenden, … Deze gezinnen heb ben vaak specifieke wensen op het vlak van successie.

We nemen het fictieve voorbeeld van Mieke en Joris, die het geluk bij elkaar hebben gevonden. Mieke heeft een kind uit een eerdere relatie, terwijl Joris drie kinderen heeft uit zijn eerste huwelijk. Samen wensen zij een nieuw leven op te bouwen. Naast de bescherming van de kinderen dient daarin de bescherming van de nieuwe levensgezel centraal komen te staan.

Feitelijk samenwonen

Er wordt een onderscheid gemaakt tussen ‘feitelijk’ en ‘wettelijk’ samenwonen. Bij feitelijke samenwoning is er niets geregeld, waardoor deze vorm geen bijzondere (rechts)bescherming biedt. De samenwonenden beschikken over geen enkel erfrecht ten aanzien van elkaar.

Stel dat Joris komt te overlijden, dan zal zijn volledige nalatenschap vererven naar zijn drie kinderen, bij gebrek aan beschermingsmaatregelen ten voordel van Mieke. Als ze deze situatie willen vermijden, moeten ze tijdig stappen ondernemen.

Mieke en/of Joris kunnen elkaar als langstlevende tweede partner bevoordelen middels afspraken in een notarieel of onderhands samenlevingscontract. Het geldende tarief zoals gehanteerd tussen echtgenoten zal maar van toepassing zijn wanneer Mieke en Joris op het ogenblik van overlijden van de eerststervende ten minste één jaar op een ononderbroken manier een gemeenschappelijke huishoudingen voerden.

De successierechten op de vererving van de gezinswoning naar de langstlevende – gehuwd of samenwonend – zijn sinds 1 januari 2007 volledig vrijgesteld. Eigenaardig is wel dat de vereiste duur van het feitelijke samenwonen en voeren van een gemeenschappelijke huishouding verschilt naargelang het om het toepasselijke tarief inzake successierechten (1 jaar) gaat dan wel om de vrijstelling van het verkregen aandeel in de gezinswoning ten voordele van de langstlevende partner (3 jaar).

Indien Joris dus binnen de twee jaar zou overlijden en een testament opmaakte waarin hij Mieke bevoordeelt, kan Mieke wél erven aan de gunstige tarieven. Maar zij zal niet kunnen genieten van de vrijstelling van de gezinswoning.

Wettelijk samenwonen

Willen Mieke en Joris toch een minimale bescherming – bijvoorbeeld van de gezinswoning – inlassen zonder te huwen, dan kunnen zij kiezen voor het wettelijke samenwonen. Daarvoor moeten zij de ambtenaar van burgerlijke stand een verklaring van samenwoning bezorgen. Wensen zij een bescherming die verder gaat dan de wet voorziet, dan kunnen zij dit vastleggen in een samenlevingscontract.

Net zoals bij de feitelijke samenwoning zijn en blijven de goederen en inkomsten verkregen vóór en tijdens het samenwonen eigen. Alles waarvan de eigendom niet bewezen kan worden, wordt geacht in onverdeeldheid te zijn. De wettelijk samenwonenden hebben wel een beperkt erfrecht, maar ze beschikken net zo min als de feitelijk samenwonenden over beschermde reservataire aanspraken. Sinds één jaar geldt voor hen wel een wettelijk erfrecht voor de gezinswoning. Eens Mieke en Joris een verklaring van wettelijk samenwonen hebben afgelegd zullen zij op successierechtelijk valk volledig gelijkgeschakeld worden met gehuwden ook voor wat de gezinswoning betreft.


Huwelijk

Mieke en Joris kunnen ook in het huwelijksbootje stappen. Indien zij geen huwelijkscontract laten opmaken door de notaris, dan is het wettelijke stelsel dat scheiding van goederen met gemeenschap van aanwinsten impliceert, automatisch van toepassing. Zij kunnen uiteraard steeds een huwelijkscontract opstellen dat afwijkt van het wettelijke stelsel.

Hoe de langstlevende beschermen?

Indien Mieke en Joris willen vermijden dat de langstlevende (wettelijk of feitelijk) samenwonende partner voor onaangename verrassingen komt te staan bij een overlijden, kunnen zij een testament opstellen. Daarin leggen zij vast aan wie hun nalatenschap toekomt.

Wil Joris dat Mieke na zijn overlijden onbekommerd in de gezinswoning kan blijven wonen, dan moet hij als feitelijk samenwonende een testament in die zin opmaken. Zijn zij daarentegen wettelijk samenwonend of gehuwd, dan ontvangt Mieke automatisch het vruchtgebruik van de woning. Maar als wettelijk samenwonende kan Mieke geen reservataire aanspraak maken op de woning. Joris kan haar erfdeel in zijn testament dus beperken en haar zo het vruchtgebruik van de gezinswoning ontzeggen.

Een testament heeft als voordeel dat het te allen tijde herroepbaar is. Maar hierin schuilt juist het nadeel van de langstlevende partner die zo geen absolute zekerheid of bescherming heeft. Als Joris en Mieke meer bescherming willen inlassen, kunnen zij een beroep doen op het ‘tontinebeding’ of ‘beding van aanwas’. Deze techniek zorgt ervoor dat zij de gezinswoning verwerven met de absolute zekerheid dat dit goed op het ogenblik van het overlijden van de eerststervende in volle eigendom toekomt aan de langstlevende. Wanneer de tontine of het beding van aanwas in werking treedt, gebeurt dit vrij van successierechten. Er is wel een registratierecht van 10 % of 12,5 % verschuldigd, berekend op de verkoopwaarde op het ogenblik van overlijden. Het voordeel van een beding van aanwas is dat het niet eenzijdig geschrapt kan worden.


“ Het beding van aanwas of de

tontine geeft de samenwonende

of de gehuwde partner absolute zekerheid.”



Ook voor gehuwden biedt deze techniek een oplossing, louter als maatregel om de langstlevende tweede echtgenote te beschermen. Het vruchtgebruik van de gezinswoning komt weliswaar aan de langstlevende toe, maar kinderen uit een eerste huwelijk kunnen steeds de omzetting van dit vruchtgebruik van de langstlevende tweede echtgenote vorderen. De inlassing van het tontinebeding geeft de samenwonende of de gehuwde partner absolute zekerheid. Zelfs indien er kinderen uit een eerste huwelijk of relatie zijn. Want ondanks hun reservataire afspraken kunnen de eigen kinderen zich niet verzetten tegen deze toebedeling.

Er is dus een afweging nodig tussen het burgerrechtelijk beschermingsaspect en de eventuele fiscale optimalisatie. Zeker sinds de gelijkschakeling van feitelijk en wettelijk samenwonenden met gehuwde koppels en de invoering van de vrijstelling van de gezinswoning op het vlak van successierechten.

In de eerder genoemde situatie valt de voogdij pas open wanneer beide ouders overleden zijn. In geval van overlijden van Mieke of Joris kan dit aanleiding geven tot een confrontatie tussen de langstlevende tweede partner enerzijds en de eerste partner/echtgenoot anderzijds. Deze laatste zal immers het ouderlijk gezag blijven uitoefenen over de persoon én de goederen van de minderjarige kinderen met alle gevolgen vandien. Mieke en Joris moeten hierop dan ook tijdig anticiperen. Dit kan bijvoorbeeld door een testament op te stellen of een bepaalde structuur op te richten om zo de controle over het vermogen te garanderen in hoofde van de langstlevende tweede partner/echtgenoot.

Naast dit beding bestaan er nog tal van andere planningstechnieken die we in deze bijdrage even buiten beschouwing laten : (levenslange) huurovereenkomsten, bruikleenconstructies, levensverzekeringen, schenkingen en bedingen ingelast in het samenlevingscontract, …

Bescherming kinderen uit vorig huwelijk

Mieke en Joris kunnen van de bescherming van hun eigen kinderen ook een absolute prioriteit maken. Ondernemen zij geen verdere stappen en wonen zij samen, dan zijn de eigen kinderen enige erfgenaam, uitgezonderd het vruchtgebruik van de gezinswoning in geval van wettelijke samenwoning. Hun eigen kinderen ontvangen dus 100 % van de nalatenschap en zullen bovendien steeds worden beschermd dankzij hun erfrechtelijke reserve.

Als Mieke en Joris voor de teopassing van een tontinebeding opteren, heeft de overgang van de volle eigendom van de gezinswoing op Mieke het nadeel dat de drie kinderen van Joris gedeeltelijk onterfd worden. Dit kan vermeden worden door het beding van aanwas te beperken tot het vruchtgebruik. Stel dat Mieke en Joris huwen én hun kinderen optimaal willen beschermen, dan kunnen zij de huwelijkspartner via het huwelijkscontract gedeeltelijk onterven. Een dergelijke regeling kan zelfs zonder wederkerigheid getroffen worden., met uitzondering dat het vruchtgebruik op de gezinswoning nooit ontnomen kan worden.

Wenst u meer informatie over dit onderwerp of over financiële planning? Contactgeer het Instituut voor Persoonlijke Financiële Planning via info@pfp.be of op het telefoonnummer 011 85 86 61.

Bron: Magazine PrivéZaken Van Lanschot Bankiers – 2008-  p. 13-14


 
Omhoog
 

Automatisch erfrecht voor wettelijk samenwonenden

De kamercommissie Justitie heeft dinsdag 12 december 2006 een wetsontwerp goedgekeurd dat wettelijk samenwonenden automatisch erfrecht toekent wanneer één van de twee sterft. De langstlevende samenwonende krijgt voortaan automatisch het vruchtgebruik van de woning en de huisraad. Alle partijen stemden voor, behalve het Vlaams Belang, dat tegen stemde.

De wet van 23 november 1998 biedt wel een juridische omkadering voor wettelijke samenwonenden, maar het statuut heeft geen gevolgen op het vlak van erfopvolging. Zelfs indien er een testament wordt opgemaakt, heeft de langstlevende samenwonende slechts recht op een beperkt deel van de nalatenschap.

Een gelijkschakeling van het erfrecht tussen gehuwden en wettelijk samenwonenden komt er niet. Er blijven een aantal verschillen bestaan. De nieuwe regeling geldt niet voor feitelijk samenwonenden.

Belga

Het beperkt erfrecht voor wettelijk samenwonenden is nu feitelijk in de wetgeving opgenomen.

"Op 8 mei 2007 verscheen in het B.S. de Wet van 28 maart 2007, voluit “Wet tot wijziging, wat de regeling van het erfrecht van de langstlevende wettelijk samenwonende betreft, van het Burgerlijk Wetboek en van de Wet van 29 augustus 1988 op de erfregeling inzake landbouwbedrijven met het oog op het bevorderen van de continuïteit”. Sedert 18 mei 2007, de inwerkingtreding van deze wet, hebben wettelijk samenwonende partners een beperkt intestaatserfrecht sui generis in elkaars nalatenschap."

Bron: Erfrecht wettelijk samenwonenden, Christoph Castelein Uitg. Larcier, 2007

Gh. D. - 13 oktober 2007

Tekst: Hervorming erfrecht voor samenwonenden

Tekst: Kan ik mijn echtgenoot onterven?

De Federale Overheidsdienst Financiën heeft in 2011 een brochure opgesteld "Wegwijs in schenkingen en nalatenschappen" (90 pagina's). Ze is bestelbaar bij de betreffende dienst, ze is ook online raadpleegbaar vanaf een pdf-document:

Tekst: Wegwijs in schenkingen en nalatenschappen



 
Omhoog
  De nalatenschap van samenwoners

Mogelijke problemen bij het erfrecht voor wettelijk samenwonenden en hun aanpak

In oktober 2007 verschijnen een aantal artikels in de pers rond "de nalatenschap van samenwoners". Centraal in die artikels staat de wet van 8 mei 2007 (BS 28-3-2007) Wet tot wijziging, wat de regeling van het erfrecht van de langstlevende wettelijk samenwonende betreft...

Artikel 1 "EEN VANGNET MET VEEL GATEN"

Het is wel duidelijk dat de wet alleen van toepassing is op wettelijk samenwonenden die een geregistreerd samenwoningscontract voor de burgerlijke stand van de gemeente hebben afgesloten. Feitelijk samenwonenden vallen hoegenaamd niet onder die wet.

Uit het artikel lichten we een paar passages die van groot belang kunnen zijn voor wettelijk samenwonenden.

Als langstlevende samenwoner erf je enkel het vruchtgebruik van de gezinswoning en van de huisraad, in juridisch jargon de preferentiële goederen genoemd.

'Een ander heikel punt is dat je als langstlevende samenwoner nu wel het levenslange vruchtgebruik erft van de gezinswoning en huisraad, maar dat die geërfde gezinswoning niet beschermd wordt voor de langstlevende partner', waarschuwt Van Tricht. 'De andere erfgenamen van de overledene die samen met de langstlevende partner de gezinswoning erven -dat kunnen zowel de ouders als de kinderen zijn- behouden de mogelijkheid om de omzetting van het vruchtgebruik te eisen.'

Of met andere woorden: de erfgenamen/naakte eigenaars kunnen op elk moment hun deel opeisen, ook als de woning daarvoor verkocht moet worden. Heb je als langstlevende partner niet genoeg geld om de andere erfgenamen op dat moment uit te kopen, dan sta je dus op straat.

Artikel 2 De trukendoos : hoe elkaar extra erfrechten geven?

Wettelijke én feitelijke samenwoners kunnen constructies opzetten om elkaar te beschermen.

Het nieuwe erfrecht voor samenwoners is een vangnet met vele gaten. Wie daar niet wil doorvallen, zorgt best zélf voor een bijkomende veiligheid. Dat kan op verschillende manieren. Maar één ding is wel zeker: wil je als langstlevende samenwoner heibel met je schoonfamilie of kinderen vermijden als je partner er niet meer is, zorg dan voor een duidelijke regeling.

Een klassiek hulpmiddel om erfeniskwesties in goede banen te leiden, is een testament. In een testament kan je je bezittingen toewijzen aan om het even wie, zolang je de voorbehouden erfdelen van je voorbehouden erfgenamen maar respecteert. Nu de successierechten voor wettelijke samenwoners gelijkgeschakeld zijn met de tarieven die gelden tussen echtgenoten, is een testament overigens ook fiscaal een aantrekkelijke manier voor samenwoners om hun erfenis te regelen.

Maar één nadeel heeft zo'n testament onvermijdelijk wél. Het biedt nooit absolute zekerheid want een wilsbeschikking kan altijd nadien herroepen worden. Beslist je partner op zekere dag dat het toch iets minder mag zijn, dan kan hij of zij het testament aanpassen, ook zonder jouw medeweten. En daar valt niets tegen te beginnen. Noteer ook dat de voorbehouden erfrechten van de eigen kinderen altijd gerespecteerd moeten worden in een testament.

Is meer zekerheid gewenst, dan kunnen beide partners samen een regeling treffen in een samenlevingscontract, weet notaris Van Tricht. 'Door in een samenlevingscontract een zogenaamd 'beding van aanwas' op te nemen zorg je ervoor dat de onverdeelde bezittingen na het overlijden van de eerste partner automatisch in het vermogen van de langstlevende worden opgenomen', aldus Van Tricht.

Een beding van aanwas kan beperkt worden tot welbepaalde goederen maar kan ook betrekking hebben op alle onverdeelde bezittingen van het koppel. Belangrijk is wel dat beide partners gelijkwaardig zijn. Dat wil zeggen dat ze allebei de helft moeten bezitten en dat ze ook ongeveer even oud moeten zijn, zodat hun overlijdenskans ongeveer even groot is. 'Voor een oude bok met zijn groen blaadje kan dat wel eens een probleem zijn', waarschuwt Van Tricht.

Ook voor het lot van de gezinswoning kan een beding van aanwas*, ook wel eens tontine* genoemd, soelaas bieden. Toen er nog geen wettelijk erfrecht bestond voor samenwoners waren aankoopaktes met een tontine schering in en inslag wanneer ongehuwde partners samen een huis kochten. Maar ook nu nog heeft deze clausule zijn nut, vermits de erfrechten van de langstlevende op de gezinswoning lang niet waterdicht zijn. Laat je een beding van aanwas opnemen in de aankoopakte van de woning, dan wordt bij het overlijden van de eerste partner diens helft eigendom van de langstlevende. Maar daar hangt wel een relatief zwaar prijskaartje aan vast. Bij het overlijden moeten er in zo'n geval registratierechten worden betaald op het deel van de woning dat van eigenaar verandert. Die bedragen 10 procent in Vlaanderen en 12,5 procent in Brussel en Wallonië. Door de klassieke tontine te vervangen door een beding van aanwas met optie is het mogelijk om aan die registratierechten te ontsnappen. Bij het overlijden van de eerste partner heeft de langstlevende dan de keuze: ofwel wordt het beding van aanwas uitgeoefend en zijn er registratierechten verschuldigd, ofwel wordt het normale erfrecht toegepast en erft de langstlevende wettige samenwoner het vruchtgebruik van de gezamenlijke gezinswoning 'gratis'. Is de relatie met de andere erfgenamen goed dan kan dat een aanvaardbaar 'risico' zijn. Bovendien behouden samenwoners de mogelijkheid om elkaar via testament de naakte eigendom van hun helft van de woning na te laten. Is er zo'n testament dan is het voor de langstlevende partner voldoende als hij of zij enkel het vruchtgebruik erft.

Voor feitelijke samenwoners is het nog belangrijker om alles op papier te zetten, want zij erven volgens het wettelijk erfrecht helemaal niet van elkaar. Net zoals wettelijke samenwoners kunnen zij met testamenten, samenlevingscontracten en tontines een constructie opzetten om elkaar te beschermen. Feitelijke samenwoners moeten wél rekening houden met enkele bijkomende hindernissen. Zo kunnen samenwoners zonder kinderen hun ouders niet onterven. Bovendien gelden in Wallonië en Brussel voor feitelijke samenwoners de hoogste tarieven van de successierechten

Voor je aan het knutselen gaat met testamenten, samenlevingsovereenkomsten en tontines win je best het advies in van een notaris. Het eerste adviserende gesprek met een notaris is overigens altijd gratis.

http://www.notaris.be

*Meer over het beding van aanwas en de tontine: klik hier

Artikel 3 Successierechten

Lees ook: Feitelijke samenwoners worden nog gediscrimineerd

Verder: Aanwas voor samenwonenden en huwelijkspartners


 
Omhoog
  Stiefkinderen worden niet langer benadeeld bij erfenis

De Vlaamse regering heeft einde 2001 een merkwaardigheid weggewerkt uit de successie- of erfenisrechten. Stiefkinderen worden in de toekomst gelijk behandeld met andere kinderen.

Hoe was het vroeger? Een vrouw hertrouwt met een man die al twee kinderen heeft. Als zij overlijdt en als ze de twee stiefkinderen in haar testament heeft aangewezen als erfgenaam, dan genieten die kinderen van het gunsttarief voor de erfenisrechten. Aan de staat moeten ze dan 3 tot 27 % successierechten betalen.

Maar als de biologische vader eerst overleden was en daarna pas de vrouw, dan betaalden de kinderen tot nu op haar erfenis de volledige erfenisrechten van 45 tot 65 procent.

Van belang was wie het eerst overleed: de biologische vader/moeder of de stiefvader/moeder.

Die onrechtmatigheid wordt later opgeheven, zo staat in de programmawet. Of de biologische vader/moeder nog leeft of niet, doet er dan niet meer toe. Stiefkinderen genieten dan altijd van het gunsttarief. Omgekeerd trouwens ook. Als de stiefkinderen voor de ouders sterven, krijgen de ouders ook het gunsttarief op de successierechten.

Als de stiefouders enkel samenwonen en niet huwen, gelden de regels ook.


 
 
 
     
Laatste update : 12 april 2019 | Vragen welkom bij : Webmaster Top | Home