Informatie - Erfenis
 

Adviezen | Advocaat | Bank | Belastingen | Bestaansmiddelen | Detective | Deurwaarder | Echtelijke woning
Echtscheiding door onderlinge toestemming | Erfenis | Gezinnen | Gezinswoning | Gevoelens | Gevolgen echtscheiding
Geweld | Hulpverlening | Huwelijksplichten | Huwelijksstelsel | Jongeren na echtscheiding | Jurisprudentie Justitiehuizen | Kerk | Leven na scheidingNieuwe gezinsvormen | Nieuwe relatie | Nieuw-samengestelde gezinnen
Notaris | Omgangsrecht | Onderhoudsgelden | Onderwijsaangelegenheden | Ouderlijk gezag | Ouder-naam
Ouderschapsbemiddeling | Overlijden | Overspel | Procedure | Relaties | Samenwoning | Scheidingsbemiddeling Vaderschap bij scheiding | Vereffening en verdeling | Wetgeving | Woonstvergoeding

Artikels :
- Hoe stel je een geldig testament op?
-
Erfenisplanning - nieuw samengestelde gezinnen
- Kan ik mijn echtgenoot onterven?
- Automatisch erfrecht voor wettelijk samenwonenden
- De nalatenschap van samenwoners - mogelijke problemen en aanpak
- Aanwas voor huwelijkspartners - Prof. Jos Ruysseveldt
- Stiefkinderen niet langer benadeeld bij erfenis
 
Omhoog
 

Hoe stel je een geldig testament op?

Met een testament kan je afwijken van de wettelijk georganiseerde erfvolgorde en dus van de verdeling die bij gebrek aan testament zou worden toegepast. Een testament kan dus een belangrijk element zijn in het kader van je successieplanning. Maar wanneer is een testament geldig opgesteld? Waar moet je op letten?
 
Specifieke kenmerken

Ten eerste is een testament een eenzijdige akte. Een testament is een hoogst persoonlijk document: man en vrouw kunnen geen gezamenlijk testament opstellen.
Een tweede kenmerk is de herroepbaarheid. Een testament kan te allen tijde door de erflater worden herroepen. Dat wil zeggen dat hij de beschikkingen kan wijzigen, aanvullen of vernietigen.


De vorm van een testament

Er bestaan verschillende types testamenten, we bekijken er hier 2:

1.         Het eigenhandig testament wordt volledig eigenhandig door de erflater geschreven en van een datum, plaatsaanduiding en handtekening voorzien. Het maakt weinig uit waarop u nu precies het testament schrijft. Wat telt, is dat het document duidelijk leesbaar is en dat de inhoud eenduidig kan worden geïnterpreteerd.
Voordeel: het is kosteloos.
Nadeel: het kan gemakkelijk verloren gaan, tenzij u het veiligheidshalve in bewaring geeft bij een notaris, die het zal laten registreren.

2.         Het openbaar of authentiek testament wordt gedicteerd aan een notaris, die het vervolgens eigenhandig schrijft, in het bijzijn van twee getuigen of een andere notaris. Zo’n testament is een notariële akte (en kost dus geld), wordt bewaard bij de notaris, geregistreerd in het Centrale Register der Testamenten en biedt zekerheid over de wettelijkheid van de getroffen schikkingen. Een recente wetswijziging maakt ook een testament op tekstverwerker bij de notaris mogelijk. Voor de effectieve inwerkingtreding van deze bepaling, wachten we nog op de Koning en bijkomend wetgevend initiatief, maar hopelijk komt er op korte termijn duidelijkheid.

Julie Janssens
financieel planner
Stremersch, Van Broekhoven & Partners
www.svbp-financieleplanners.be


 
Omhoog
 

Erfenisplanning - nieuw samengestelde gezinnen

Een nieuw verhaal - een andere planning


Nieuw samengestelde gezinnen vormden pakweg twintig jaar geleden eerder een uitzondering. Vandaag de dag gaat het om een zeer brede noemer voor uiteenlopende relatievormen: éénoudergezinnen, een tweede of derde huwelijk, samenwonenden, … Deze gezinnen heb ben vaak specifieke wensen op het vlak van successie.

We nemen het fictieve voorbeeld van Mieke en Joris, die het geluk bij elkaar hebben gevonden. Mieke heeft een kind uit een eerdere relatie, terwijl Joris drie kinderen heeft uit zijn eerste huwelijk. Samen wensen zij een nieuw leven op te bouwen. Naast de bescherming van de kinderen dient daarin de bescherming van de nieuwe levensgezel centraal komen te staan.

Feitelijk samenwonen

Er wordt een onderscheid gemaakt tussen ‘feitelijk’ en ‘wettelijk’ samenwonen. Bij feitelijke samenwoning is er niets geregeld, waardoor deze vorm geen bijzondere (rechts)bescherming biedt. De samenwonenden beschikken over geen enkel erfrecht ten aanzien van elkaar.

Stel dat Joris komt te overlijden, dan zal zijn volledige nalatenschap vererven naar zijn drie kinderen, bij gebrek aan beschermingsmaatregelen ten voordel van Mieke. Als ze deze situatie willen vermijden, moeten ze tijdig stappen ondernemen.

Mieke en/of Joris kunnen elkaar als langstlevende tweede partner bevoordelen middels afspraken in een notarieel of onderhands samenlevingscontract. Het geldende tarief zoals gehanteerd tussen echtgenoten zal maar van toepassing zijn wanneer Mieke en Joris op het ogenblik van overlijden van de eerststervende ten minste één jaar op een ononderbroken manier een gemeenschappelijke huishoudingen voerden.

De successierechten op de vererving van de gezinswoning naar de langstlevende – gehuwd of samenwonend – zijn sinds 1 januari 2007 volledig vrijgesteld. Eigenaardig is wel dat de vereiste duur van het feitelijke samenwonen en voeren van een gemeenschappelijke huishouding verschilt naargelang het om het toepasselijke tarief inzake successierechten (1 jaar) gaat dan wel om de vrijstelling van het verkregen aandeel in de gezinswoning ten voordele van de langstlevende partner (3 jaar).

Indien Joris dus binnen de twee jaar zou overlijden en een testament opmaakte waarin hij Mieke bevoordeelt, kan Mieke wél erven aan de gunstige tarieven. Maar zij zal niet kunnen genieten van de vrijstelling van de gezinswoning.

Wettelijk samenwonen

Willen Mieke en Joris toch een minimale bescherming – bijvoorbeeld van de gezinswoning – inlassen zonder te huwen, dan kunnen zij kiezen voor het wettelijke samenwonen. Daarvoor moeten zij de ambtenaar van burgerlijke stand een verklaring van samenwoning bezorgen. Wensen zij een bescherming die verder gaat dan de wet voorziet, dan kunnen zij dit vastleggen in een samenlevingscontract.

Net zoals bij de feitelijke samenwoning zijn en blijven de goederen en inkomsten verkregen vóór en tijdens het samenwonen eigen. Alles waarvan de eigendom niet bewezen kan worden, wordt geacht in onverdeeldheid te zijn. De wettelijk samenwonenden hebben wel een beperkt erfrecht, maar ze beschikken net zo min als de feitelijk samenwonenden over beschermde reservataire aanspraken. Sinds één jaar geldt voor hen wel een wettelijk erfrecht voor de gezinswoning. Eens Mieke en Joris een verklaring van wettelijk samenwonen hebben afgelegd zullen zij op successierechtelijk valk volledig gelijkgeschakeld worden met gehuwden ook voor wat de gezinswoning betreft.


Huwelijk

Mieke en Joris kunnen ook in het huwelijksbootje stappen. Indien zij geen huwelijkscontract laten opmaken door de notaris, dan is het wettelijke stelsel dat scheiding van goederen met gemeenschap van aanwinsten impliceert, automatisch van toepassing. Zij kunnen uiteraard steeds een huwelijkscontract opstellen dat afwijkt van het wettelijke stelsel.

Hoe de langstlevende beschermen?

Indien Mieke en Joris willen vermijden dat de langstlevende (wettelijk of feitelijk) samenwonende partner voor onaangename verrassingen komt te staan bij een overlijden, kunnen zij een testament opstellen. Daarin leggen zij vast aan wie hun nalatenschap toekomt.

Wil Joris dat Mieke na zijn overlijden onbekommerd in de gezinswoning kan blijven wonen, dan moet hij als feitelijk samenwonende een testament in die zin opmaken. Zijn zij daarentegen wettelijk samenwonend of gehuwd, dan ontvangt Mieke automatisch het vruchtgebruik van de woning. Maar als wettelijk samenwonende kan Mieke geen reservataire aanspraak maken op de woning. Joris kan haar erfdeel in zijn testament dus beperken en haar zo het vruchtgebruik van de gezinswoning ontzeggen.

Een testament heeft als voordeel dat het te allen tijde herroepbaar is. Maar hierin schuilt juist het nadeel van de langstlevende partner die zo geen absolute zekerheid of bescherming heeft. Als Joris en Mieke meer bescherming willen inlassen, kunnen zij een beroep doen op het ‘tontinebeding’ of ‘beding van aanwas’. Deze techniek zorgt ervoor dat zij de gezinswoning verwerven met de absolute zekerheid dat dit goed op het ogenblik van het overlijden van de eerststervende in volle eigendom toekomt aan de langstlevende. Wanneer de tontine of het beding van aanwas in werking treedt, gebeurt dit vrij van successierechten. Er is wel een registratierecht van 10 % of 12,5 % verschuldigd, berekend op de verkoopwaarde op het ogenblik van overlijden. Het voordeel van een beding van aanwas is dat het niet eenzijdig geschrapt kan worden.


“ Het beding van aanwas of de

tontine geeft de samenwonende

of de gehuwde partner absolute zekerheid.”



Ook voor gehuwden biedt deze techniek een oplossing, louter als maatregel om de langstlevende tweede echtgenote te beschermen. Het vruchtgebruik van de gezinswoning komt weliswaar aan de langstlevende toe, maar kinderen uit een eerste huwelijk kunnen steeds de omzetting van dit vruchtgebruik van de langstlevende tweede echtgenote vorderen. De inlassing van het tontinebeding geeft de samenwonende of de gehuwde partner absolute zekerheid. Zelfs indien er kinderen uit een eerste huwelijk of relatie zijn. Want ondanks hun reservataire afspraken kunnen de eigen kinderen zich niet verzetten tegen deze toebedeling.

Er is dus een afweging nodig tussen het burgerrechtelijk beschermingsaspect en de eventuele fiscale optimalisatie. Zeker sinds de gelijkschakeling van feitelijk en wettelijk samenwonenden met gehuwde koppels en de invoering van de vrijstelling van de gezinswoning op het vlak van successierechten.

In de eerder genoemde situatie valt de voogdij pas open wanneer beide ouders overleden zijn. In geval van overlijden van Mieke of Joris kan dit aanleiding geven tot een confrontatie tussen de langstlevende tweede partner enerzijds en de eerste partner/echtgenoot anderzijds. Deze laatste zal immers het ouderlijk gezag blijven uitoefenen over de persoon én de goederen van de minderjarige kinderen met alle gevolgen vandien. Mieke en Joris moeten hierop dan ook tijdig anticiperen. Dit kan bijvoorbeeld door een testament op te stellen of een bepaalde structuur op te richten om zo de controle over het vermogen te garanderen in hoofde van de langstlevende tweede partner/echtgenoot.

Naast dit beding bestaan er nog tal van andere planningstechnieken die we in deze bijdrage even buiten beschouwing laten : (levenslange) huurovereenkomsten, bruikleenconstructies, levensverzekeringen, schenkingen en bedingen ingelast in het samenlevingscontract, …

Bescherming kinderen uit vorig huwelijk

Mieke en Joris kunnen van de bescherming van hun eigen kinderen ook een absolute prioriteit maken. Ondernemen zij geen verdere stappen en wonen zij samen, dan zijn de eigen kinderen enige erfgenaam, uitgezonderd het vruchtgebruik van de gezinswoning in geval van wettelijke samenwoning. Hun eigen kinderen ontvangen dus 100 % van de nalatenschap en zullen bovendien steeds worden beschermd dankzij hun erfrechtelijke reserve.

Als Mieke en Joris voor de teopassing van een tontinebeding opteren, heeft de overgang van de volle eigendom van de gezinswoing op Mieke het nadeel dat de drie kinderen van Joris gedeeltelijk onterfd worden. Dit kan vermeden worden door het beding van aanwas te beperken tot het vruchtgebruik. Stel dat Mieke en Joris huwen én hun kinderen optimaal willen beschermen, dan kunnen zij de huwelijkspartner via het huwelijkscontract gedeeltelijk onterven. Een dergelijke regeling kan zelfs zonder wederkerigheid getroffen worden., met uitzondering dat het vruchtgebruik op de gezinswoning nooit ontnomen kan worden.

Wenst u meer informatie over dit onderwerp of over financiële planning? Contactgeer het Instituut voor Persoonlijke Financiële Planning via info@pfp.be of op het telefoonnummer 011 85 86 61.

Bron: Magazine PrivéZaken Van Lanschot Bankiers – 2008-  p. 13-14


 
Omhoog
 

Kan ik mijn echtgenoot onterven ?

 

 

 

SINDS 1981 heeft de overlevende echtgenoot een volwaardig erfrecht in de nalatenschap van zijn/haar overleden partner, zelfs als deze kinderen uit een vorig huwelijk nalaat. Daarbij sluit de overlevende huwelijkspartner de andere erfgenamen niet uit, maar wordt hij/zij onder hen opgenomen.

 

 

Prof. Ruysseveldt, de specialist

 

We kunnen drie hypotheses onderscheiden. Indien de langstlevende echtgenoot samen met de kinderen van de overledene tot de nalatenschap wordt geroepen, erft zij/hij het vruchtgebruik van alle goederen (zowel roerend als onroerend) van de overledene. De kinderen erven enkel de blote eigendom.

Komt de langstlevende echtgenoot op met andere erfgenamen dan de kinderen (bijvoorbeeld broers en/of zussen van de overledene), dan is het erfrecht van de langstlevende afhankelijk van hun huwelijksstelsel.

Zijn ze gehuwd onder het wettelijk stelsel van de gemeenschap, dan verkrijgt de langstlevende de volle eigendom van het gemeenschappelijk vermogen en het vruchtgebruik van het eigen vermogen van de overleden partner. De blote eigendom van het eigen vermogen van de overledene komt in dat geval toe aan de wettelijke erfgenamen van de overleden partner (bv. broers en/of zussen).

In die zin is het soms aangeraden om bepaalde eigen goederen (bv. de gezinswoning) in de tussen hen bestaande huwgemeenschap in te brengen. Het is niet de eerste keer dat de kinderloze weduwe slechts het vruchtgebruik van de gezinswoning verkrijgt, terwijl de blote eigendom aan de familie van haar overleden man toekomt, terwijl diezelfde weduwe dacht dat zij alles zou vererven.

Zijn de echtgenoten gehuwd onder het stelsel van scheiding van goederen, dan zal de langstlevende alleen het vruchtgebruik verkrijgen, aangezien er hier geen gemeenschappelijk vermogen bestaat. Ook hier kunnen beide kinderloze partners desgevallend huwelijkse of testamentaire schikkingen treffen teneinde de schoonfamilie buitenspel te plaatsen. Zijn de echtgenoten getrouwd onder het stelsel van de algehele gemeenschap van goederen, dan zal alles naar de langstlevende gaan.

Net zoals de kinderen (en in bepaalde situaties ook de ouders) beschermt de wet de langstlevende echtgenoot tegen een mogelijke onterving. Deze reserve is tweeslachtig. Zo is er een abstracte reserve, die steeds gelijk is aan de helft van het vruchtgebruik op de nalatenschap.

Daarnaast is er ook een concrete reserve. De overlevende partner heeft altijd de geheelheid van het vruchtgebruik op de gezinswoning en de zich daarin bevindende huisraad (ook soms preferentiële goederen genoemd).

Dat betekent dat de andere erfgenamen (ook niet de stiefkinderen) nooit de verkoop van de gezinswoning kunnen uitlokken. De overlevende huwelijkspartner mag levenslang het woonhuis gebruiken of dat zelfs verhuren, zonder hiervoor enige toestemming te moeten vragen.

Dit preferentieel vruchtgebruik blijft altijd aan de overlevende huwelijkspartner voorbehouden, zelfs als de waarde hiervan meer is dan de helft van de nalatenschap. Vormen de preferentiële goederen minder dan de helft van de nalatenschap, dan worden ze aangevuld met het vruchtgebruik van de andere goederen, tot de helft van de nalatenschap is bereikt.

Wanneer schenkingen of legaten de reserve van de langstlevende partner hebben aangetast, zal de overlevende partner zijn/haar vordering op inkorting moeten uitoefenen. Deze inkorting gebeurt niet van rechtswege en dient desgevallend via gerechtelijk weg te worden afgedwongen.

In tegenstelling tot de kinderen kan de langstlevende echtgenoot, onder bepaalde voorwaarden, toch worden onterfd. De langstlevende echtgenoot verliest dan zijn/haar reserve zonder dat de rechter hierover enige appreciatie heeft.

Opdat de langstlevende zou kunnen worden onterfd, zal de ontervende echtgenoot volgende initiatieven moeten ondernemen:
a) zijn wil in een testament uitdrukken;
b) minstens zes maanden van zijn partner feitelijk gescheiden leven;
c) een gerechtelijke vordering instellen tot het bekomen van een afzonderlijk verblijf; d) na de gerechtelijke vordering niet opnieuw gaan samenwonen met de onterfde huwelijkspartner.

Jos Ruysseveldt is professor aan de Fiscale Hogeschool Brussel.

Bron: De Standaard - Economie en Financiën E4 van maandag 22 januari 2007.



 
Omhoog
 

Automatisch erfrecht voor wettelijk samenwonenden

De kamercommissie Justitie heeft dinsdag 12 december 2006 een wetsontwerp goedgekeurd dat wettelijk samenwonenden automatisch erfrecht toekent wanneer één van de twee sterft. De langstlevende samenwonende krijgt voortaan automatisch het vruchtgebruik van de woning en de huisraad. Alle partijen stemden voor, behalve het Vlaams Belang, dat tegen stemde.

De wet van 23 november 1998 biedt wel een juridische omkadering voor wettelijke samenwonenden, maar het statuut heeft geen gevolgen op het vlak van erfopvolging. Zelfs indien er een testament wordt opgemaakt, heeft de langstlevende samenwonende slechts recht op een beperkt deel van de nalatenschap.

Een gelijkschakeling van het erfrecht tussen gehuwden en wettelijk samenwonenden komt er niet. Er blijven een aantal verschillen bestaan. De nieuwe regeling geldt niet voor feitelijk samenwonenden.

Bericht De Morgen / Belga

Hervorming erfrecht voor samenwonenden


In navolging van een aantal andere Europese landen zoals de Scandinavische, Duitsland en Nederland heeft België, naast het traditionele huwelijk, andere samenlevingsvormen van volwassenen uitdrukkelijk erkend en geregeld. Zo biedt de federale wet van 23 november 1998 (inwerking sinds 1 januari 2000) een juridische omkadering voor elk type van tweerelatie, ongeacht de seksuele of familiale band, voor zover de partners uitdrukkelijk voor deze rechtsbescherming kiezen.

Tijdens de eerste vier jaar, sinds de toepassing van die wet, zouden er al 46.575 samenlevingscontracten zijn afgesloten. Daarvan zijn er ook al 9.855 (21 %) weer ontbonden.

De wet voorziet onder meer in een bescherming voor de gezinswoning, een regeling voor de bijdragen in de gezinslasten. Voor het vermogensrechtelijk statuut van de samenwonenden bij overlijden is er tot op heden niets wettelijk geregeld. Zij zijn aangewezen op testamentaire of conventionele (bvb. bescherming via aanwas) technieken. Volgens een recent wetsontwerp zouden samenwonende partners binnen afzienbare tijd van elkaar kunnen erven. Eerst en vooral zal de wet voor heel België van toepassing zijn. Dit in tegenstelling tot de regionale materie van het successierecht, dat voor de samenwonende partners in de drie gewesten totaal verschillend is.

Verder komen enkel samenwonende partners, die een verklaring van samenwoning hebben afgelegd, voor het wettelijk erfrecht in aanmerking. Dit betekent dat zij die feitelijk samenwonen van het wettelijk erfrecht zijn uitgesloten.

Noteer nochtans dat deze laatste groep in het Vlaamse gewest (niet in Brussel of Wallonië) van een voordelig fiscaal successietarief van 3, 9 tot 27 procent kan genieten, en zelfs van een voorwaardelijke vrijstelling voor de gezinswoning. Feitelijk samenwonenden zullen in de regel dan wel tijdens hun leven nog steeds aangewezen zijn om bepaalde beschermingstechnieken toe te passen.

De grote krijtlijnen van dit nieuwe erfrecht kunnen als volgt worden samengevat. Zoals de langstlevende echtgenoot zou de overlevende partner automatisch (dus zonder enige testamentaire of conventionele beschikking) het vruchtgebruik verkrijgen. Dat zou dan weliswaar beperkt zijn tot het huis of appartement dat zij samen bewoonden en de huisraad die er zich in bevond.

In tegenstelling tot het wettelijk vruchtgebruik van de overlevende huwelijkspartner, verkrijgt de overlevende samenwoner geen erfrechtelijk vruchtgebruik op de andere goederen dan de gezinswoning en de huisraad (bvb. de aandelen van de vennootschap, de effecten, de tweede woning aan de kust, de auto, ). Een testamentair of conventioneel initiatief zou voor deze goederen nog steeds nodig zijn.

Verder heeft de langstlevende echtgenoot, in tegenstelling tot de overlevende samenwonende partner, ook een reservataire bescherming. Zo heeft hij/zij een wettelijke reserve op de helft in vruchtgebruik van alle goederen en zelfs op het geheel in vruchtgebruik op de gezinswoning en de huisraad. De langstlevende samenwonende partner zou daarentegen geen reservataire aanspraken verwerven waardoor een onterving ten aanzien van de overlevende partner toch nog mogelijk is.

Samenwoners die een ruimer erfrechtelijke bescherming tegenover elkaar wensen, zullen dan toch best kiezen voor het huwelijkse bootavontuur, aldus de memorie van toelichting. Voor definitieve conclusies blijft het intussen wachten op de definitieve wettekst.

Prof. Jos Ruysseveldt is advocaat, http://www.ruysseveldt.be

Bron: De Standaard E4 - maandag 18 december 2006

Het beperkt erfrecht voor wettelijk samenwonenden is nu feitelijk in de wetgeving opgenomen. De voorzieningen zoals ze in de bovenstaande tekst van Prof. J. Ruysseveldt zijn aangehaald zitten in de nieuwe wet en zijn van toepassing.

"Op 8 mei 2007 verscheen in het B.S. de Wet van 28 maart 2007, voluit “Wet tot wijziging, wat de regeling van het erfrecht van de langstlevende wettelijk samenwonende betreft, van het Burgerlijk Wetboek en van de Wet van 29 augustus 1988 op de erfregeling inzake landbouwbedrijven met het oog op het bevorderen van de continuïteit”. Sedert 18 mei 2007, de inwerkingtreding van deze wet, hebben wettelijk samenwonende partners een beperkt intestaatserfrecht sui generis in elkaars nalatenschap."

Bron: Erfrecht wettelijk samenwonenden, Christoph Castelein Uitg. Larcier, 2007

Gh. D. - 13 oktober 2007



 
Omhoog
  De nalatenschap van samenwoners

Mogelijke problemen bij het erfrecht voor wettelijk samenwonenden en hun aanpak

Op 29 oktober 2007 publiceert De Standaard een drietal artikels rond "de nalatenschap van samenwoners". Centraal in die artikels staat de hierboven aangehaalde wet van 8 mei 2007 (BS 28-3-2007) Wet tot wijziging, wat de regeling van het erfrecht van de langstlevende wettelijk samenwonende betreft...

Artikel 1 draagt de titel "EEN VANGNET MET VEEL GATEN"

Het is wel duidelijk dat de wet alleen van toepassing is op wettelijk samenwonenden die een geregistreerd samenwoningscontract voor de burgerlijke stand van de gemeente hebben afgesloten. Feitelijk samenwonenden vallen hoegenaamd niet onder die wet.

Uit het artikel lichten we een paar passages die van groot belang kunnen zijn voor wettelijk samenwonenden.

Als langstlevende samenwoner erf je enkel het vruchtgebruik van de gezinswoning en van de huisraad, in juridisch jargon de preferentiële goederen genoemd.

'Een ander heikel punt is dat je als langstlevende samenwoner nu wel het levenslange vruchtgebruik erft van de gezinswoning en huisraad, maar dat die geërfde gezinswoning niet beschermd wordt voor de langstlevende partner', waarschuwt Van Tricht. 'De andere erfgenamen van de overledene die samen met de langstlevende partner de gezinswoning erven -dat kunnen zowel de ouders als de kinderen zijn- behouden de mogelijkheid om de omzetting van het vruchtgebruik te eisen.'

Of met andere woorden: de erfgenamen/naakte eigenaars kunnen op elk moment hun deel opeisen, ook als de woning daarvoor verkocht moet worden. Heb je als langstlevende partner niet genoeg geld om de andere erfgenamen op dat moment uit te kopen, dan sta je dus op straat.

Artikel 2 De trukendoos van de samenwoners: hoe elkaar extra erfrechten geven?

Dit artikel nemen we omwille van zijn intrinsieke informatieve waarde in extenso over.

Wettelijke én feitelijke samenwoners kunnen constructies opzetten om elkaar te beschermen.

Het nieuwe erfrecht voor samenwoners is een vangnet met vele gaten. Wie daar niet wil doorvallen, zorgt best zélf voor een bijkomende veiligheid. Dat kan op verschillende manieren. Maar één ding is wel zeker: wil je als langstlevende samenwoner heibel met je schoonfamilie of kinderen vermijden als je partner er niet meer is, zorg dan voor een duidelijke regeling.

Een klassiek hulpmiddel om erfeniskwesties in goede banen te leiden, is een testament. In een testament kan je je bezittingen toewijzen aan om het even wie, zolang je de voorbehouden erfdelen van je voorbehouden erfgenamen maar respecteert. Nu de successierechten voor wettelijke samenwoners gelijkgeschakeld zijn met de tarieven die gelden tussen echtgenoten, is een testament overigens ook fiscaal een aantrekkelijke manier voor samenwoners om hun erfenis te regelen.

Maar één nadeel heeft zo'n testament onvermijdelijk wél. Het biedt nooit absolute zekerheid want een wilsbeschikking kan altijd nadien herroepen worden. Beslist je partner op zekere dag dat het toch iets minder mag zijn, dan kan hij of zij het testament aanpassen, ook zonder jouw medeweten. En daar valt niets tegen te beginnen. Noteer ook dat de voorbehouden erfrechten van de eigen kinderen altijd gerespecteerd moeten worden in een testament.

Is meer zekerheid gewenst, dan kunnen beide partners samen een regeling treffen in een samenlevingscontract, weet notaris Van Tricht. 'Door in een samenlevingscontract een zogenaamd 'beding van aanwas' op te nemen zorg je ervoor dat de onverdeelde bezittingen na het overlijden van de eerste partner automatisch in het vermogen van de langstlevende worden opgenomen', aldus Van Tricht.

Een beding van aanwas kan beperkt worden tot welbepaalde goederen maar kan ook betrekking hebben op alle onverdeelde bezittingen van het koppel. Belangrijk is wel dat beide partners gelijkwaardig zijn. Dat wil zeggen dat ze allebei de helft moeten bezitten en dat ze ook ongeveer even oud moeten zijn, zodat hun overlijdenskans ongeveer even groot is. 'Voor een oude bok met zijn groen blaadje kan dat wel eens een probleem zijn', waarschuwt Van Tricht.

Ook voor het lot van de gezinswoning kan een beding van aanwas*, ook wel eens tontine* genoemd, soelaas bieden. Toen er nog geen wettelijk erfrecht bestond voor samenwoners waren aankoopaktes met een tontine schering in en inslag wanneer ongehuwde partners samen een huis kochten. Maar ook nu nog heeft deze clausule zijn nut, vermits de erfrechten van de langstlevende op de gezinswoning lang niet waterdicht zijn. Laat je een beding van aanwas opnemen in de aankoopakte van de woning, dan wordt bij het overlijden van de eerste partner diens helft eigendom van de langstlevende. Maar daar hangt wel een relatief zwaar prijskaartje aan vast. Bij het overlijden moeten er in zo'n geval registratierechten worden betaald op het deel van de woning dat van eigenaar verandert. Die bedragen 10 procent in Vlaanderen en 12,5 procent in Brussel en Wallonië. Door de klassieke tontine te vervangen door een beding van aanwas met optie is het mogelijk om aan die registratierechten te ontsnappen. Bij het overlijden van de eerste partner heeft de langstlevende dan de keuze: ofwel wordt het beding van aanwas uitgeoefend en zijn er registratierechten verschuldigd, ofwel wordt het normale erfrecht toegepast en erft de langstlevende wettige samenwoner het vruchtgebruik van de gezamenlijke gezinswoning 'gratis'. Is de relatie met de andere erfgenamen goed dan kan dat een aanvaardbaar 'risico' zijn. Bovendien behouden samenwoners de mogelijkheid om elkaar via testament de naakte eigendom van hun helft van de woning na te laten. Is er zo'n testament dan is het voor de langstlevende partner voldoende als hij of zij enkel het vruchtgebruik erft.

Voor feitelijke samenwoners is het nog belangrijker om alles op papier te zetten, want zij erven volgens het wettelijk erfrecht helemaal niet van elkaar. Net zoals wettelijke samenwoners kunnen zij met testamenten, samenlevingscontracten en tontines een constructie opzetten om elkaar te beschermen. Feitelijke samenwoners moeten wél rekening houden met enkele bijkomende hindernissen. Zo kunnen samenwoners zonder kinderen hun ouders niet onterven. Bovendien gelden in Wallonië en Brussel voor feitelijke samenwoners de hoogste tarieven van de successierechten

Voor je aan het knutselen gaat met testamenten, samenlevingsovereenkomsten en tontines win je best het advies in van een notaris. Het eerste adviserende gesprek met een notaris is overigens altijd gratis.

http://www.notaris.be

*Meer over het beding van aanwas en de tontine: klik hier

Artikel 3 Successierechten bij samenwoners

Omwille van de feitengegevens nemen we ook dit artikel volledig over

Feitelijke samenwoners worden nog gediscrimineerd

Het vernieuwde erfrecht voor samenwoners is pas enkele maanden van kracht. Maar op het vlak van erfenis- of successierechten is de gelijkschakeling tussen samenwoners en gehuwden al verschillende jaren aan de gang. Voor wettige samenwoners is de gelijkheid inmiddels zo goed als een feit. Maar feitelijke samenwoners worden nog wél gediscrimineerd. Vooral in Brussel en Wallonië is het voor hen oppassen geblazen als ze hun nalatenschap niet voor het grootste deel in handen van de fiscus willen zien vallen.

In Vlaanderen gelden voor samenwoners dezelfde lage tarieven als voor gehuwden op voorwaarde dat de partners voor het overlijden ofwel wettelijk samenwoonden, ofwel minstens één jaar feitelijk samenwoonden en dat ook kunnen bewijzen.

In het Brusselse gewest genieten alleen wettelijke samenwoners dezelfde behandeling als gehuwden. Feitelijke samenwoners betalen op elkaars nalatenschap erfenisrechten berekend tegen de hoogste tarieven (40 tot 80 procent).

In Wallonië betalen wettelijke samenwoners dezelfde successierechten als gehuwden, maar uitsluitend op voorwaarde dat de verklaring van wettelijke samenwoning minstens één jaar oud is op het moment van het overlijden. In alle andere gevallen zijn de hoogste tarieven van toepassing (30 tot 90 procent).

Ook de vrijstelling van successierechten op de gezinswoning gaat het verst in Vlaanderen.

Zoals bekend zijn sinds 1 januari 2007 geen successierechten meer verschuldigd op de vererving van de gezinswoning in Vlaanderen. Deze nieuwe maatregel geldt zowel voor gehuwden als voor samenwoners. Wettelijk samenwonenden genieten echter al van deze vrijstelling vanaf de dag dat ze bij de ambtenaar van de burgerlijke stand hun verklaring van wettelijk samenwonen hebben afgelegd, terwijl er voor feitelijk samenwonenden een wachttijd van drie jaar geldt.

In Brussel en Wallonië is deze nieuwe maatregel niet van toepassing. Daar gelden weliswaar andere tariefverlagingen voor de vererving van de gezinswoning maar die regelingen gaan minder ver dan de Vlaamse.

Uit De Standaard van maandag 29 oktober 2007 – Economie E4 en E5.


 
Omhoog
 

Aanwas voor huwelijkspartners

maandag 12 december 2005
PERSOONLIJKE FINANCIEN

Bij aanwas komen partijen (bv. samenwonenden of huwelijkspartners) overeen dat bij een eerste overlijden het aandeel van die partner bij dat van de langstlevende wordt gevoegd. Op het eerste gezicht is dat een kanscontract. Men weet immers niet wie eerst zal overlijden. En een kanscontract is geen schenking.


Het bezwarende karakter veronderstelt gelijke overlevingskansen van beide partijen. Bij het opstellen van een aanwas moet men dan ook letten op het geslacht, de leeftijd en de gezondheidstoestand van beide partners. Zo kan een aanwasbeding tussen een jonge vrouw en haar veel oudere partner toch als een schenking worden gezien.

Ook echtgenoten kunnen een aanwasbeding overeenkomen. Daardoor kunnen ze zelfs een regeling treffen die verder reikt dan het erfrecht en hun huwelijkscontract. Voor partners die gehuwd zijn onder een gemeenschapsstelsel kan een aanwasbeding enkel voor eigen goederen, niet voor gemeenschappelijke. Echtgenoten met een stelsel van zuivere scheiding hebben enkel eigen goederen, soms wel in onverdeeldheid. Zij kunnen een aanwasbeding voor hun gezamenlijke goederen opnemen.

Via een aanwas in volle eigendom kunnen zij tot hetzelfde resultaat komen als echtgenoten gehuwd onder een gemeenschapsstelsel waarbij de langstlevende de volle huwgemeenschap krijgt (,,langst leeft, al heeft'').

De overlevende huwelijkspartner betaalt bij een beding ,,langst leeft, al heeft'' successierechten. Niet zo bij een aanwasbeding waar hij (of zij) registratierechten betaalt als het over onroerende goederen gaat. Voor roerende goederen is er in principe geen registratierecht verschuldigd. Nochtans beschouwt de fiscus een aanwas tussen echtgenoten steeds als een schenking (zie Administratieve beslissing van 22 oktober 1992), ook als er een werkelijke gelijkwaardigheid van kansen voorligt.

Maar een aanwas is steeds gekoppeld aan een voorwaarde van vooroverlijden. Zulke schenkingen worden sinds begin dit jaar als een legaat beschouwd. Als gevolg daarvan belanden we alsnog bij de successierechten (tot 27 procent in het Vlaamse Gewest).

Onlangs werd over het probleem nog eens een parlementaire vraag gesteld (vraag nr. 840 Van Biesen van 14 juni 2005). De minister van Financiën bleef vaag. Hij erkent wel dat een aanwas van roerende goederen in beginsel niet in het toepassingsgebied van het registratierecht noch in dat van het successierecht valt.

Nochtans houdt de minister, en dus ook de belastingadministratie, voor een aanwas tussen echtgenoten nog altijd vast aan de kwalificatie als schenking. Volgens de minister moet men rekening houden met alle omstandigheden van de zaak, met de bedoeling en hoedanigheid van de partijen en ook met de tussen hen bestaande banden. Buiten het principiële verbod van verkoop (ruil) kunnen echtgenoten tijdens hun huwelijk perfect overeenkomsten ten bezwarende titel (zoals aanwas) aangaan. Dat betekent dat echtgenoten, zoals samenwonende partners, de vrijheid hebben om onderling vermogensrechtelijke afspraken te regelen.

Trouwens, bij een nadere analyse van het huwelijksvermogensrecht heeft de wetgever al een dergelijk mechanisme ingebouwd voor echtgenoten, gehuwd met een gemeenschap. Zo kunnen zij bedingen dat de huwgemeenschap in volle eigendom aan de langstlevende toekomt. Die overeenkomst wordt, uiteraard binnen bepaalde grenzen, niet als een schenking maar als een huwelijksvoordeel behandeld (art. 1464, lid 1 B.W.). Kinderen geboren uit het huwelijk van beide echtgenoten kunnen dan zelfs hun reservataire aanspraken op die toebedeling niet laten uitvoeren.

Jos Ruysseveldt

De Standaard - maandag 12 december 2005 - Economie en Financiën blz. 20.

Jos Ruysseveldt is professor aan de Fiscale Hogeschool en advocaat bij Greenille Vermogensadvocaten

 
Omhoog
  Stiefkinderen niet langer benadeeld bij erfenis

(bbd)
06/12/2001
BRUSSEL -- De Vlaamse regering heeft een merkwaardigheid weggewerkt uit de successie- of erfenisrechten. Stiefkinderen worden voortaan gelijk behandeld met andere kinderen. Eenzelfde tegemoetkoming aan alle zorgkinderen zit er voorlopig niet in.


Eerst even zeggen hoe het vroeger was. Stel dat een vrouw hertrouwt met een man die al twee kinderen heeft. Als zij overlijdt en als ze de twee stiefkinderen in haar testament heeft aangewezen als erfgenaam, dan genieten die kinderen het gunsttarief voor de erfenisrechten. Ze betalen dus 3 tot 27 procent successierechten aan de staat.

Maar als de biologische vader eerst gestorven was en daarna pas de vrouw, dan betaalden de kinderen tot nu op haar erfenis de volle pot: erfenisrechten van 45 tot 65 procent.

Het ging er dus om wie het eerst stierf: de biologische vader/moeder of de stiefvader/moeder.

Die anomalie wordt straks opgeheven, zo staat in de programmawet. Of de biologische vader/moeder nog leeft of niet, doet er dan niet meer toe. Stiefkinderen krijgen dan altijd het gunsttarief. Omgekeerd trouwens ook. Als de stiefkinderen voor de ouders sterven, krijgen de ouders ook het gunsttarief op de successierechten.

Wat meer is, als de stiefouders enkel samenwonen en niet huwen, gelden de regels ook.

De aanpassingen zijn een antwoord -- maar lang geen volledig -- op een voorstel van decreet van Sonja Becq (CD&V). Die wou alle personen die van elkaar ervan het gunsttarief geven als er sprake is van een ,,duurzame emotioneel-affectieve zorgrelatie''.

Voorlopig gaat de Vlaamse regering daar niet op in. ,,Wij gaan wel akkoord met het idee'', zegt het kabinet-Van Mechelen. ,,Maar wat is dat een zorgrelatie? Omdat de definitie daarvan altijd mank loopt, vrezen we een beetje voor misbruiken.''

Bovendien kunnen die misbruiken een effect hebben op het budget. Successierechten leveren Vlaanderen jaarlijks 20 miljard frank op. Zowat de helft daarvan komen binnen via het hoge tarief.


De Standaard

 
 
 
 
     
Laatste update : 4 december 2009 | Vragen welkom bij : Webmaster Top | Home