Informatie - Erfenis
 

Adviezen | Advocaat | Bank | Belastingen | Bestaansmiddelen | Detective | Deurwaarder | Echtelijke woning
Echtscheiding door onderlinge toestemming | Erfenis | Gezinnen | Gezinswoning | Gevoelens | Gevolgen echtscheiding
Geweld | Hulpverlening | Huwelijksplichten | Huwelijksstelsel | Jongeren na echtscheiding | Jurisprudentie Justitiehuizen | Kerk | Leven na scheidingNieuwe gezinsvormen | Nieuwe relatie | Nieuw-samengestelde gezinnen
Notaris | Omgangsrecht | Onderhoudsgelden | Onderwijsaangelegenheden | Ouderlijk gezag | Ouder-naam
Ouderschapsbemiddeling | Overlijden | Overspel | Procedure | Relaties | Samenwoning | Scheidingsbemiddeling Vaderschap bij scheiding | Vereffening en verdeling | Wetgeving | Woonstvergoeding

Artikels :
- Vermogensplanning met een levensverzekering
- Hoe stel je een geldig testament op?
-
Erfenisplanning - nieuw samengestelde gezinnen
- Automatisch erfrecht voor wettelijk samenwonenden
- De nalatenschap van samenwoners - mogelijke problemen en aanpak
- Stiefkinderen niet langer benadeeld bij erfenis
 
Omhoog
 

Vermogensplanning met een levensverzekering

Een man heeft drie kinderen uit een eerste huwelijk. Hij heeft een nieuwe relatie en hij wil er voor zorgen dat zijn kinderen zo weinig mogelijk erven, zijn partner zoveel mogelijk.

Van zijn totale spaarpotje van 100 000 euro investeert hij 50 000 euro in een beleggingsverzekering van het type TAK 23. Dit is een belegging onder de vorm van een verzekering, waarbij op voorhand bepaald is aan voor wie het kapitaal is bij het overlijden van de belegger. De man in het voorbeeld heeft zijn nieuwe partner als begunstigde aangeduid. De man maakt ook een testament op waarin hij vastlegt dat het grootst mogelijke deel van zijn nalatenschap moet toekomen aan zijn nieuwe partner.

Bij zijn overlijden 10 jaar later, wordt het kapitaal van de levensverzekering uitgekeerd aan de partner. Door de stijging van de beurs was dit kapitaal aangegroeid tot 140 000 euro. Een kapitaal uitgekeerd in het kader van een levensverzekering valt niet in de nalatenschap. De kinderen krijgen hier dus niets van.

De man liet bij zijn overlijden nog eens een kapitaal van 80 000 euro na. De partner zal hiervan nog eens 20 000 euro ontvangen op basis van het testament. De drie kinderen samen zullen nog 60 000 euro kunnen erven of 20 000 euro per kind. De partner zal in totaal 160 000 euro bekomen, de kinderen elk afzonderlijk 20 000 euro. Het is duidelijk dat de kinderen door de beleggingsverzekering benadeeld zijn. Iemand die van slechte wil is, kan het erfrecht van zijn kinderen op deze wijze drastisch inperken.

Tot voor kort konden de kinderen hier weinig tegen beginnen. Zij hebben weliswaar een minimaal erfrecht, de reserve genoemd, maar die wordt enkel berekend op de goederen die in de nalatenschap vallen en dus niet op de kapitalen uitgekeerd in het kader van een beleggingsverzekering. Voor de berekening van de reserve wordt enkel rekening gehouden met de premie wanneer deze buitensporig hoog was in vergelijking met het vermogen van de verzekeringnemer. Maar dat is niet zo gemakkelijk te bewijzen. Bovendien werd enkel rekening gehouden met de premie, niet met het uitgekeerde kapitaal. Ook al werd in ons voorbeeld een kapitaal uitgekeerd van 140 000 euro, er zal  slechts rekening worden gehouden met een premie van 50 000 euro.

Het Grondwettelijk Hof heeft beslist dat de huidige wetgeving discriminerend is. Het Hof heeft geoordeeld dat bij het bepalen van de reserve van de kinderen rekening moet worden gehouden met het effectief uitgekeerde kapitaal van de verzekering en niet enkel met de premie. De wijze waarop een kapitaal belegd is, een  beleggingsverzekering, een spaarboekje of een kasbon, mag geen invloed hebben op de berekening van de reserve. Hoewel de wet nog niet is aangepast, kan deze regeling al worden toegepast door de rechtbanken. Het wordt dringend tijd dat de overheid de verzekeringswet aanpast aan deze nieuwe evolutie.

Pascal Hoedt
ARCO Rechtshulp
Bent u Arcopar-vennoot en hebt u nog vragen, bel 02 246.50.00 of mail
rechtshulp@groeparco.be

Visie 24 – 17 september 2010



 
Omhoog
 

Hoe stel je een geldig testament op?

Met een testament kan je afwijken van de wettelijk georganiseerde erfvolgorde en dus van de verdeling die bij gebrek aan testament zou worden toegepast. Een testament kan dus een belangrijk element zijn in het kader van je successieplanning. Maar wanneer is een testament geldig opgesteld? Waar moet je op letten?
 
Specifieke kenmerken

Ten eerste is een testament een eenzijdige akte. Een testament is een hoogst persoonlijk document: man en vrouw kunnen geen gezamenlijk testament opstellen.
Een tweede kenmerk is de herroepbaarheid. Een testament kan te allen tijde door de erflater worden herroepen. Dat wil zeggen dat hij de beschikkingen kan wijzigen, aanvullen of vernietigen.


De vorm van een testament

Er bestaan verschillende types testamenten, we bekijken er hier 2:

1.         Het eigenhandig testament wordt volledig eigenhandig door de erflater geschreven en van een datum, plaatsaanduiding en handtekening voorzien. Het maakt weinig uit waarop u nu precies het testament schrijft. Wat telt, is dat het document duidelijk leesbaar is en dat de inhoud eenduidig kan worden geïnterpreteerd.
Voordeel: het is kosteloos.
Nadeel: het kan gemakkelijk verloren gaan, tenzij u het veiligheidshalve in bewaring geeft bij een notaris, die het zal laten registreren.

2.         Het openbaar of authentiek testament wordt gedicteerd aan een notaris, die het vervolgens eigenhandig schrijft, in het bijzijn van twee getuigen of een andere notaris. Zo’n testament is een notariële akte (en kost dus geld), wordt bewaard bij de notaris, geregistreerd in het Centrale Register der Testamenten en biedt zekerheid over de wettelijkheid van de getroffen schikkingen. Een recente wetswijziging maakt ook een testament op tekstverwerker bij de notaris mogelijk. Voor de effectieve inwerkingtreding van deze bepaling, wachten we nog op de Koning en bijkomend wetgevend initiatief, maar hopelijk komt er op korte termijn duidelijkheid.

Julie Janssens
financieel planner
Stremersch, Van Broekhoven & Partners
www.svbp-financieleplanners.be


 
Omhoog
 

Erfenisplanning - nieuw samengestelde gezinnen

Een nieuw verhaal - een andere planning


Nieuw samengestelde gezinnen vormden pakweg twintig jaar geleden eerder een uitzondering. Vandaag de dag gaat het om een zeer brede noemer voor uiteenlopende relatievormen: éénoudergezinnen, een tweede of derde huwelijk, samenwonenden, … Deze gezinnen heb ben vaak specifieke wensen op het vlak van successie.

We nemen het fictieve voorbeeld van Mieke en Joris, die het geluk bij elkaar hebben gevonden. Mieke heeft een kind uit een eerdere relatie, terwijl Joris drie kinderen heeft uit zijn eerste huwelijk. Samen wensen zij een nieuw leven op te bouwen. Naast de bescherming van de kinderen dient daarin de bescherming van de nieuwe levensgezel centraal komen te staan.

Feitelijk samenwonen

Er wordt een onderscheid gemaakt tussen ‘feitelijk’ en ‘wettelijk’ samenwonen. Bij feitelijke samenwoning is er niets geregeld, waardoor deze vorm geen bijzondere (rechts)bescherming biedt. De samenwonenden beschikken over geen enkel erfrecht ten aanzien van elkaar.

Stel dat Joris komt te overlijden, dan zal zijn volledige nalatenschap vererven naar zijn drie kinderen, bij gebrek aan beschermingsmaatregelen ten voordel van Mieke. Als ze deze situatie willen vermijden, moeten ze tijdig stappen ondernemen.

Mieke en/of Joris kunnen elkaar als langstlevende tweede partner bevoordelen middels afspraken in een notarieel of onderhands samenlevingscontract. Het geldende tarief zoals gehanteerd tussen echtgenoten zal maar van toepassing zijn wanneer Mieke en Joris op het ogenblik van overlijden van de eerststervende ten minste één jaar op een ononderbroken manier een gemeenschappelijke huishoudingen voerden.

De successierechten op de vererving van de gezinswoning naar de langstlevende – gehuwd of samenwonend – zijn sinds 1 januari 2007 volledig vrijgesteld. Eigenaardig is wel dat de vereiste duur van het feitelijke samenwonen en voeren van een gemeenschappelijke huishouding verschilt naargelang het om het toepasselijke tarief inzake successierechten (1 jaar) gaat dan wel om de vrijstelling van het verkregen aandeel in de gezinswoning ten voordele van de langstlevende partner (3 jaar).

Indien Joris dus binnen de twee jaar zou overlijden en een testament opmaakte waarin hij Mieke bevoordeelt, kan Mieke wél erven aan de gunstige tarieven. Maar zij zal niet kunnen genieten van de vrijstelling van de gezinswoning.

Wettelijk samenwonen

Willen Mieke en Joris toch een minimale bescherming – bijvoorbeeld van de gezinswoning – inlassen zonder te huwen, dan kunnen zij kiezen voor het wettelijke samenwonen. Daarvoor moeten zij de ambtenaar van burgerlijke stand een verklaring van samenwoning bezorgen. Wensen zij een bescherming die verder gaat dan de wet voorziet, dan kunnen zij dit vastleggen in een samenlevingscontract.

Net zoals bij de feitelijke samenwoning zijn en blijven de goederen en inkomsten verkregen vóór en tijdens het samenwonen eigen. Alles waarvan de eigendom niet bewezen kan worden, wordt geacht in onverdeeldheid te zijn. De wettelijk samenwonenden hebben wel een beperkt erfrecht, maar ze beschikken net zo min als de feitelijk samenwonenden over beschermde reservataire aanspraken. Sinds één jaar geldt voor hen wel een wettelijk erfrecht voor de gezinswoning. Eens Mieke en Joris een verklaring van wettelijk samenwonen hebben afgelegd zullen zij op successierechtelijk valk volledig gelijkgeschakeld worden met gehuwden ook voor wat de gezinswoning betreft.


Huwelijk

Mieke en Joris kunnen ook in het huwelijksbootje stappen. Indien zij geen huwelijkscontract laten opmaken door de notaris, dan is het wettelijke stelsel dat scheiding van goederen met gemeenschap van aanwinsten impliceert, automatisch van toepassing. Zij kunnen uiteraard steeds een huwelijkscontract opstellen dat afwijkt van het wettelijke stelsel.

Hoe de langstlevende beschermen?

Indien Mieke en Joris willen vermijden dat de langstlevende (wettelijk of feitelijk) samenwonende partner voor onaangename verrassingen komt te staan bij een overlijden, kunnen zij een testament opstellen. Daarin leggen zij vast aan wie hun nalatenschap toekomt.

Wil Joris dat Mieke na zijn overlijden onbekommerd in de gezinswoning kan blijven wonen, dan moet hij als feitelijk samenwonende een testament in die zin opmaken. Zijn zij daarentegen wettelijk samenwonend of gehuwd, dan ontvangt Mieke automatisch het vruchtgebruik van de woning. Maar als wettelijk samenwonende kan Mieke geen reservataire aanspraak maken op de woning. Joris kan haar erfdeel in zijn testament dus beperken en haar zo het vruchtgebruik van de gezinswoning ontzeggen.

Een testament heeft als voordeel dat het te allen tijde herroepbaar is. Maar hierin schuilt juist het nadeel van de langstlevende partner die zo geen absolute zekerheid of bescherming heeft. Als Joris en Mieke meer bescherming willen inlassen, kunnen zij een beroep doen op het ‘tontinebeding’ of ‘beding van aanwas’. Deze techniek zorgt ervoor dat zij de gezinswoning verwerven met de absolute zekerheid dat dit goed op het ogenblik van het overlijden van de eerststervende in volle eigendom toekomt aan de langstlevende. Wanneer de tontine of het beding van aanwas in werking treedt, gebeurt dit vrij van successierechten. Er is wel een registratierecht van 10 % of 12,5 % verschuldigd, berekend op de verkoopwaarde op het ogenblik van overlijden. Het voordeel van een beding van aanwas is dat het niet eenzijdig geschrapt kan worden.


“ Het beding van aanwas of de

tontine geeft de samenwonende

of de gehuwde partner absolute zekerheid.”



Ook voor gehuwden biedt deze techniek een oplossing, louter als maatregel om de langstlevende tweede echtgenote te beschermen. Het vruchtgebruik van de gezinswoning komt weliswaar aan de langstlevende toe, maar kinderen uit een eerste huwelijk kunnen steeds de omzetting van dit vruchtgebruik van de langstlevende tweede echtgenote vorderen. De inlassing van het tontinebeding geeft de samenwonende of de gehuwde partner absolute zekerheid. Zelfs indien er kinderen uit een eerste huwelijk of relatie zijn. Want ondanks hun reservataire afspraken kunnen de eigen kinderen zich niet verzetten tegen deze toebedeling.

Er is dus een afweging nodig tussen het burgerrechtelijk beschermingsaspect en de eventuele fiscale optimalisatie. Zeker sinds de gelijkschakeling van feitelijk en wettelijk samenwonenden met gehuwde koppels en de invoering van de vrijstelling van de gezinswoning op het vlak van successierechten.

In de eerder genoemde situatie valt de voogdij pas open wanneer beide ouders overleden zijn. In geval van overlijden van Mieke of Joris kan dit aanleiding geven tot een confrontatie tussen de langstlevende tweede partner enerzijds en de eerste partner/echtgenoot anderzijds. Deze laatste zal immers het ouderlijk gezag blijven uitoefenen over de persoon én de goederen van de minderjarige kinderen met alle gevolgen vandien. Mieke en Joris moeten hierop dan ook tijdig anticiperen. Dit kan bijvoorbeeld door een testament op te stellen of een bepaalde structuur op te richten om zo de controle over het vermogen te garanderen in hoofde van de langstlevende tweede partner/echtgenoot.

Naast dit beding bestaan er nog tal van andere planningstechnieken die we in deze bijdrage even buiten beschouwing laten : (levenslange) huurovereenkomsten, bruikleenconstructies, levensverzekeringen, schenkingen en bedingen ingelast in het samenlevingscontract, …

Bescherming kinderen uit vorig huwelijk

Mieke en Joris kunnen van de bescherming van hun eigen kinderen ook een absolute prioriteit maken. Ondernemen zij geen verdere stappen en wonen zij samen, dan zijn de eigen kinderen enige erfgenaam, uitgezonderd het vruchtgebruik van de gezinswoning in geval van wettelijke samenwoning. Hun eigen kinderen ontvangen dus 100 % van de nalatenschap en zullen bovendien steeds worden beschermd dankzij hun erfrechtelijke reserve.

Als Mieke en Joris voor de teopassing van een tontinebeding opteren, heeft de overgang van de volle eigendom van de gezinswoing op Mieke het nadeel dat de drie kinderen van Joris gedeeltelijk onterfd worden. Dit kan vermeden worden door het beding van aanwas te beperken tot het vruchtgebruik. Stel dat Mieke en Joris huwen én hun kinderen optimaal willen beschermen, dan kunnen zij de huwelijkspartner via het huwelijkscontract gedeeltelijk onterven. Een dergelijke regeling kan zelfs zonder wederkerigheid getroffen worden., met uitzondering dat het vruchtgebruik op de gezinswoning nooit ontnomen kan worden.

Wenst u meer informatie over dit onderwerp of over financiële planning? Contactgeer het Instituut voor Persoonlijke Financiële Planning via info@pfp.be of op het telefoonnummer 011 85 86 61.

Bron: Magazine PrivéZaken Van Lanschot Bankiers – 2008-  p. 13-14


 
Omhoog
 

Automatisch erfrecht voor wettelijk samenwonenden

De kamercommissie Justitie heeft dinsdag 12 december 2006 een wetsontwerp goedgekeurd dat wettelijk samenwonenden automatisch erfrecht toekent wanneer één van de twee sterft. De langstlevende samenwonende krijgt voortaan automatisch het vruchtgebruik van de woning en de huisraad. Alle partijen stemden voor, behalve het Vlaams Belang, dat tegen stemde.

De wet van 23 november 1998 biedt wel een juridische omkadering voor wettelijke samenwonenden, maar het statuut heeft geen gevolgen op het vlak van erfopvolging. Zelfs indien er een testament wordt opgemaakt, heeft de langstlevende samenwonende slechts recht op een beperkt deel van de nalatenschap.

Een gelijkschakeling van het erfrecht tussen gehuwden en wettelijk samenwonenden komt er niet. Er blijven een aantal verschillen bestaan. De nieuwe regeling geldt niet voor feitelijk samenwonenden.

Belga

Het beperkt erfrecht voor wettelijk samenwonenden is nu feitelijk in de wetgeving opgenomen.

"Op 8 mei 2007 verscheen in het B.S. de Wet van 28 maart 2007, voluit “Wet tot wijziging, wat de regeling van het erfrecht van de langstlevende wettelijk samenwonende betreft, van het Burgerlijk Wetboek en van de Wet van 29 augustus 1988 op de erfregeling inzake landbouwbedrijven met het oog op het bevorderen van de continuïteit”. Sedert 18 mei 2007, de inwerkingtreding van deze wet, hebben wettelijk samenwonende partners een beperkt intestaatserfrecht sui generis in elkaars nalatenschap."

Bron: Erfrecht wettelijk samenwonenden, Christoph Castelein Uitg. Larcier, 2007

Gh. D. - 13 oktober 2007

Tekst: Hervorming erfrecht voor samenwonenden

Tekst: Kan ik mijn echtgenoot onterven?

De Federale Overheidsdienst Financiën heeft in 2011 een brochure opgesteld "Wegwijs in schenkingen en nalatenschappen" (90 pagina's). Ze is bestelbaar bij de betreffende dienst, ze is ook online raadpleegbaar vanaf een pdf-document:

Tekst: Wegwijs in schenkingen en nalatenschappen



 
Omhoog
  De nalatenschap van samenwoners

Mogelijke problemen bij het erfrecht voor wettelijk samenwonenden en hun aanpak

In oktober 2007 verschijnen een aantal artikels in de pers rond "de nalatenschap van samenwoners". Centraal in die artikels staat de wet van 8 mei 2007 (BS 28-3-2007) Wet tot wijziging, wat de regeling van het erfrecht van de langstlevende wettelijk samenwonende betreft...

Artikel 1 "EEN VANGNET MET VEEL GATEN"

Het is wel duidelijk dat de wet alleen van toepassing is op wettelijk samenwonenden die een geregistreerd samenwoningscontract voor de burgerlijke stand van de gemeente hebben afgesloten. Feitelijk samenwonenden vallen hoegenaamd niet onder die wet.

Uit het artikel lichten we een paar passages die van groot belang kunnen zijn voor wettelijk samenwonenden.

Als langstlevende samenwoner erf je enkel het vruchtgebruik van de gezinswoning en van de huisraad, in juridisch jargon de preferentiële goederen genoemd.

'Een ander heikel punt is dat je als langstlevende samenwoner nu wel het levenslange vruchtgebruik erft van de gezinswoning en huisraad, maar dat die geërfde gezinswoning niet beschermd wordt voor de langstlevende partner', waarschuwt Van Tricht. 'De andere erfgenamen van de overledene die samen met de langstlevende partner de gezinswoning erven -dat kunnen zowel de ouders als de kinderen zijn- behouden de mogelijkheid om de omzetting van het vruchtgebruik te eisen.'

Of met andere woorden: de erfgenamen/naakte eigenaars kunnen op elk moment hun deel opeisen, ook als de woning daarvoor verkocht moet worden. Heb je als langstlevende partner niet genoeg geld om de andere erfgenamen op dat moment uit te kopen, dan sta je dus op straat.

Artikel 2 De trukendoos : hoe elkaar extra erfrechten geven?

Wettelijke én feitelijke samenwoners kunnen constructies opzetten om elkaar te beschermen.

Het nieuwe erfrecht voor samenwoners is een vangnet met vele gaten. Wie daar niet wil doorvallen, zorgt best zélf voor een bijkomende veiligheid. Dat kan op verschillende manieren. Maar één ding is wel zeker: wil je als langstlevende samenwoner heibel met je schoonfamilie of kinderen vermijden als je partner er niet meer is, zorg dan voor een duidelijke regeling.

Een klassiek hulpmiddel om erfeniskwesties in goede banen te leiden, is een testament. In een testament kan je je bezittingen toewijzen aan om het even wie, zolang je de voorbehouden erfdelen van je voorbehouden erfgenamen maar respecteert. Nu de successierechten voor wettelijke samenwoners gelijkgeschakeld zijn met de tarieven die gelden tussen echtgenoten, is een testament overigens ook fiscaal een aantrekkelijke manier voor samenwoners om hun erfenis te regelen.

Maar één nadeel heeft zo'n testament onvermijdelijk wél. Het biedt nooit absolute zekerheid want een wilsbeschikking kan altijd nadien herroepen worden. Beslist je partner op zekere dag dat het toch iets minder mag zijn, dan kan hij of zij het testament aanpassen, ook zonder jouw medeweten. En daar valt niets tegen te beginnen. Noteer ook dat de voorbehouden erfrechten van de eigen kinderen altijd gerespecteerd moeten worden in een testament.

Is meer zekerheid gewenst, dan kunnen beide partners samen een regeling treffen in een samenlevingscontract, weet notaris Van Tricht. 'Door in een samenlevingscontract een zogenaamd 'beding van aanwas' op te nemen zorg je ervoor dat de onverdeelde bezittingen na het overlijden van de eerste partner automatisch in het vermogen van de langstlevende worden opgenomen', aldus Van Tricht.

Een beding van aanwas kan beperkt worden tot welbepaalde goederen maar kan ook betrekking hebben op alle onverdeelde bezittingen van het koppel. Belangrijk is wel dat beide partners gelijkwaardig zijn. Dat wil zeggen dat ze allebei de helft moeten bezitten en dat ze ook ongeveer even oud moeten zijn, zodat hun overlijdenskans ongeveer even groot is. 'Voor een oude bok met zijn groen blaadje kan dat wel eens een probleem zijn', waarschuwt Van Tricht.

Ook voor het lot van de gezinswoning kan een beding van aanwas*, ook wel eens tontine* genoemd, soelaas bieden. Toen er nog geen wettelijk erfrecht bestond voor samenwoners waren aankoopaktes met een tontine schering in en inslag wanneer ongehuwde partners samen een huis kochten. Maar ook nu nog heeft deze clausule zijn nut, vermits de erfrechten van de langstlevende op de gezinswoning lang niet waterdicht zijn. Laat je een beding van aanwas opnemen in de aankoopakte van de woning, dan wordt bij het overlijden van de eerste partner diens helft eigendom van de langstlevende. Maar daar hangt wel een relatief zwaar prijskaartje aan vast. Bij het overlijden moeten er in zo'n geval registratierechten worden betaald op het deel van de woning dat van eigenaar verandert. Die bedragen 10 procent in Vlaanderen en 12,5 procent in Brussel en Wallonië. Door de klassieke tontine te vervangen door een beding van aanwas met optie is het mogelijk om aan die registratierechten te ontsnappen. Bij het overlijden van de eerste partner heeft de langstlevende dan de keuze: ofwel wordt het beding van aanwas uitgeoefend en zijn er registratierechten verschuldigd, ofwel wordt het normale erfrecht toegepast en erft de langstlevende wettige samenwoner het vruchtgebruik van de gezamenlijke gezinswoning 'gratis'. Is de relatie met de andere erfgenamen goed dan kan dat een aanvaardbaar 'risico' zijn. Bovendien behouden samenwoners de mogelijkheid om elkaar via testament de naakte eigendom van hun helft van de woning na te laten. Is er zo'n testament dan is het voor de langstlevende partner voldoende als hij of zij enkel het vruchtgebruik erft.

Voor feitelijke samenwoners is het nog belangrijker om alles op papier te zetten, want zij erven volgens het wettelijk erfrecht helemaal niet van elkaar. Net zoals wettelijke samenwoners kunnen zij met testamenten, samenlevingscontracten en tontines een constructie opzetten om elkaar te beschermen. Feitelijke samenwoners moeten wél rekening houden met enkele bijkomende hindernissen. Zo kunnen samenwoners zonder kinderen hun ouders niet onterven. Bovendien gelden in Wallonië en Brussel voor feitelijke samenwoners de hoogste tarieven van de successierechten

Voor je aan het knutselen gaat met testamenten, samenlevingsovereenkomsten en tontines win je best het advies in van een notaris. Het eerste adviserende gesprek met een notaris is overigens altijd gratis.

http://www.notaris.be

*Meer over het beding van aanwas en de tontine: klik hier

Artikel 3 Successierechten

Lees ook: Feitelijke samenwoners worden nog gediscrimineerd

Verder: Aanwas voor samenwonenden en huwelijkspartners


 
Omhoog
  Stiefkinderen worden niet langer benadeeld bij erfenis

De Vlaamse regering heeft einde 2001 een merkwaardigheid weggewerkt uit de successie- of erfenisrechten. Stiefkinderen worden in de toekomst gelijk behandeld met andere kinderen.

Hoe was het vroeger? Een vrouw hertrouwt met een man die al twee kinderen heeft. Als zij overlijdt en als ze de twee stiefkinderen in haar testament heeft aangewezen als erfgenaam, dan genieten die kinderen van het gunsttarief voor de erfenisrechten. Aan de staat moeten ze dan 3 tot 27 % successierechten betalen.

Maar als de biologische vader eerst overleden was en daarna pas de vrouw, dan betaalden de kinderen tot nu op haar erfenis de volledige erfenisrechten van 45 tot 65 procent.

Van belang was wie het eerst overleed: de biologische vader/moeder of de stiefvader/moeder.

Die onrechtmatigheid wordt later opgeheven, zo staat in de programmawet. Of de biologische vader/moeder nog leeft of niet, doet er dan niet meer toe. Stiefkinderen genieten dan altijd van het gunsttarief. Omgekeerd trouwens ook. Als de stiefkinderen voor de ouders sterven, krijgen de ouders ook het gunsttarief op de successierechten.

Als de stiefouders enkel samenwonen en niet huwen, gelden de regels ook.


 
 
 
     
Laatste update : 20 januari 2012 | Vragen welkom bij : Webmaster Top | Home