Informatie - Huwelijksplichten
 

Adviezen | Advocaat | Bank | Belastingen | Bestaansmiddelen | Detective | Deurwaarder | Echtelijke woning
Echtscheiding door onderlinge toestemming | Erfenis | Gezinnen | Gezinswoning | Gevoelens | Gevolgen echtscheiding
Geweld | Hulpverlening | Huwelijksplichten | Huwelijksstelsel | Jongeren na echtscheiding | Jurisprudentie Justitiehuizen | Kerk | Leven na scheidingNieuwe gezinsvormen | Nieuwe relatie | Nieuw-samengestelde gezinnen
Notaris | Omgangsrecht | Onderhoudsgelden | Onderwijsaangelegenheden | Ouderlijk gezag | Ouder-naam
Ouderschapsbemiddeling | Overlijden | Overspel | Procedure | Relaties | Samenwoning | Scheidingsbemiddeling Vaderschap bij scheiding | Vereffening en verdeling | Wetgeving | Woonstvergoeding

Artikels :
- Trouwen en samenwonen wordt eenvoudiger en kosteloos
- Tekortkoming aan de huwelijksplichten grond voor echtscheiding op feiten
 
Omhoog
 

HUWELIJKSAANGIFTE

Trouwen en samenwonen wordt eenvoudiger en kosteloos

Op initiatief van de staatssecretaris voor administratieve vereenvoudiging, Vincent Van Quickenborne, en de federale minister van Justitie heeft de ministerraad vrijdag 18 februari 2005 het voorontwerp van wet om de huwelijksaangifte te vereenvoudigen, goedgekeurd. Hierdoor zullen jaarlijks ca. 39.000 Belgische huwelijkskandidaten eenvoudiger in het huwelijk kunnen treden. Ze hoeven niet langer onnodig afschriften en bewijzen af te halen en voor te leggen voor hun huwelijksaangifte. De belasting wordt eveneens afgeschaft.

Deze vereenvoudigingen gelden ook voor koppels die kiezen voor een samenlevingscontract.

Simpel gesteld: de gegevens die de overheid reeds kent in verband met haar burgers (naam, geboortedatum, woonplaats, nationaliteit, burgerlijke staat, afstamming) hoeven niet opnieuw door de burger opgehaald en meegedeeld te worden. Met de vereenvoudiging komt een antwoord op vele gelijkaardige meldingen op het Kafka-meldpunt.

De vereenvoudiging van de aangifte kent twee luiken:

1. Huwen en samenwonen zonder verplaatsing en zonder rompslomp

Wie vandaag wil huwen, moet de volgende documenten voorleggen:

- een voor eensluidend verklaard afschrift van de akte van geboorte
- een bewijs van identiteit
- een bewijs van nationaliteit
- een bewijs van de ongehuwde staat, en in voorkomend geval van de ontbinding of nietigverklaring van de vorige huwelijken
- een bewijs van de inschrijving in het bevolkings-, vreemdelingen- of wachtregister en/of een bewijs van de actuele verblijfplaats

Concreet

Stel dat een Belg geboren in Kortrijk trouwt met een Belgische geboren uit Hasselt. Beiden wonen in Brussel en willen daar huwen. Ze moeten beiden vrij nemen om een afschrift af te halen van hun geboorteakte in de respectieve geboorteplaats. Daarna doen ze hetzelfde met de bewijzen die ze moeten verzamelen in het gemeentehuis van Brussel.

Dat is in tegenspraak met het principe van 'unieke gegevensinzameling', opgenomen in het regeerakkoord van juli 2003, waarbij een burger slechts eenmaal een bepaalde informatie moet aanleveren aan de overheid.

De ambtenaar van burgerlijke stand zal zelf alle controles doen zonder dat de huwelijkskandidaten nog worden belast met het ophalen van allerlei documenten. Zo zullen twee Belgen die beiden geboren zijn in België en die wonen in België geen enkel document meer hoeven af te halen in hun geboorte- of woonplaats. De onnodige verplaatsing naar het gemeentehuis van hun geboorteplaats verdwijnt. Bovendien wordt komaf gemaakt met de absurde situatie dat men bij twee loketten in het gemeentehuis van de woonplaats moet aanschuiven om alle huwelijksformaliteiten in orde te brengen.

Hetzelfde geldt voor vreemdelingen wier geboorteakte in België is ingeschreven in de registers van de Burgerlijke Stand.

2. Belasting op huwen en samenwonen afgeschaft

Een bijkomend effect van de vereenvoudiging is dat de belasting op de aangifte om te huwen en samenwonen wordt afgeschaft. Vandaag betaalt men 6,5 euro zegeltaks per afschrift of bewijs. Omdat burgers de afschriften niet meer zelf zullen moeten voorleggen, hoeven ze geen zegelrecht meer te betalen. Een kandidaat-huwer heeft gemiddeld 3 attesten nodig. Dit betekent een besparing van 19,5 euro per persoon, een kleine 40 euro per koppel.

Staatssecretaris Vincent Van Quickenborne: "Huwen en samenwonen wordt eenvoudiger en goedkoper. Dat is het concrete resultaat van deze vereenvoudiging. De filosofie erachter is eenvoudig: door beter gebruik te maken van de gegevens die de overheid reeds kent, worden burgers niet langer onnodig belast met allerhande rompslomp. Zo hebben jaarlijks bijna 39.000 koppels die willen huwen en de vele duizenden samenwoners recht op meer plezier en minder papier."

Het wetsontwerp dat het Burgerlijk Wetboek aanpast, gaat nu naar de Raad van State en daarna naar het Parlement. Deze vereenvoudiging treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand na die waarin zij is bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.

Concreet: naar alle waarschijnlijkheid op 1 januari 2006.

Bron : VLD-website - Durven Vernieuwen


 
Omhoog
 

PROCEDURE - VROEGERE ECHTSCHEIDING OP GROND VAN FEITEN O.M. TEKORTKOMINGEN AAN DE HUWELIJKSPLICHTEN

Let wel op:

Sinds de huidige wet op de echtscheiding van toepassing is vanaf 1 september 2007 is de echtscheiding op grond van feiten niet meer van toepassing. Het schuldprincipe kan bij de rechtbank wel nog ingeroepen worden bij de bepaling van alimentatiegeld onder ex-echtgenoten en soms eens bij de bewijsvoering van de onherstelbare ontwrichting van het huwelijk.

Overzicht van de rechtspraak (1994-2000) m.b.t. de echtscheiding op grond van grove beledigingen, gewelddaden en mishandelingen (art. 231 B.W.) e.a.


Samenvatting van het door K.Herbots geschreven gelijknamige artikel gepubliceerd in het Echtscheidingsjournaal van juni 2000.

"Ieder der echtgenoten kan echtscheiding vorderen op grond van gewelddaden, mishandelingen of grove beledigingen door de andere echtgenoot jegens hem gepleegd", luidt art. 231 B.W. dat bijgevolg drie wettelijke gronden opsomt die bruikbaar zijn als basis voor het inleiden van deze echtscheidingsprocedure.

1. De wettelijke gronden

Eerst en vooral de gewelddaden waaronder elke handeling wordt verstaan die gepaard gaat met fysiek geweld waarbij eventueel het leven van de echtgenoot in gevaar wordt gebracht, kortom alle zware slagen en ernstige verwondingen.

Daarnaast bestaan de mishandelingen als echtscheidingsgrond waarbij niet alleen de fysieke maar ook de psychische integriteit van de mede-echtgenoot wordt aangetast door o.a. bedreigingen, beschuldigingen, getier…
Meestal worden gewelddaden en mishandelingen als één echtscheidingsgrond ingeroepen.

De wettelijke grond die echter steeds meer als overkoepelende term gebruikt wordt om deze procedure in te leiden, is die van de grove beledigingen en dit wegens de ruime interpretatiemogelijkheden ervan.
Onder grove beledigingen worden immers alle gedragingen, handelingen en/of feiten aanvaard door één der echtgenoten gesteld (of nagelaten te stellen) waardoor hetzij het echtelijke leven onmogelijk of toch minstens grondig verstoord wordt , hetzij de andere echtgenoot ten zeerste in zijn/haar gevoelens, eer en waardigheid wordt gekrenkt. Deze grove beledigingen kunnen ofwel een zware tekortkoming aan de huwelijksplichten uitmaken ofwel een elementair gebrek van respect en aandacht inhouden. Verder in deze samenvatting komen we uitgebreid terug op wat hieronder kan begrepen worden.

2. De algemene voorwaarden

Het enkel "bestaan" van de ingeroepen feiten als echtscheidingsgrond is niet voldoende voor het inleiden van een echtscheidingsvordering. Tegelijkertijd moeten immers ook de vier volgende voorwaarden vervuld zijn :

1) Het zwaarwichtig karakter

Het is uiteraard logisch dat een echtscheiding niet zomaar bij de minste onenigheid zal uitgesproken worden en dat de schending van één of meerdere huwelijksplichten een zwaar en ernstig karakter moet vertonen. Elk feit op zich is misschien niet ernstig genoeg maar het geheel van de feiten kan zwaar genoeg wegen om een echtscheidingsvordering te kunnen inleiden. Bij de beoordeling van de ernst van één of meerdere feiten zal de rechter steeds rekening houden met omstandigheden waarin deze feiten plaatsgrepen.

2) Het vrijwillige en toerekenbare karakter

Tevens moet ook bewezen worden dat het stellen of het nalaten van bepaalde handelingen vrijwillig gebeurde en dat de echtgenoot wist of moest weten dat hij/zij de partner daardoor ernstig zou kwetsen en/of beledigen. Hiermee hangt uiteraard samen dat de echtgenoot zich bewust moet zijn van zijn foutieve en kwetsend gedrag. Deze zogenoemde toerekenbaarheid wordt slechts in drie situaties opgeheven namelijk bij fout tengevolge van overmacht of toeval (dus buiten de wil om van de "schuldige" echtgenoot) ; bij geestesstoornis en bij gedragingen te wijten aan een ziekte. De rechter oordeelt opnieuw in het licht van de concrete situatie en kan eventueel een deskundigenonderzoek bevelen om na te gaan in hoeverre bepaalde gedragingen al dan niet toe te schrijven zijn aan een bepaalde ziekte of geestestoestand.

3) Het beledigende karakter

Daarnaast moet ook bewezen worden door diegene die de gestelde of nagelaten handeling(en) inroept dat hij/zij zich als gevolg ervan beledigd voelt. Dit al dan niet beledigend karakter wordt beoordeeld op het ogenblik van de feiten en uiteraard opnieuw in het licht van de specifieke omstandigheden.
Er bestaat echter geen systeem van foutcompensatie in ons echtscheidingsrecht, waarmee bedoeld wordt dat de schending van de huwelijksplichten door de ene echtgenoot, de andere niet het recht geeft om op zijn/haar beurt hieraan te verzaken. De verplichting de huwelijksplichten en - rechten te eerbiedigen blijft hoe dan ook bestaan.
Het beledigend karakter van bepaalde feiten valt pas weg als er enerzijds door beide echtgenoten tekortkomingen zijn gepleegd en anderzijds er een oorzakelijk verband bestaat tussen de verschillende feiten.

4) Feiten die dateren van tijdens het huwelijk

Aangezien het hier tekortkomingen van de huwelijksplichten betreft vormen feiten van vóór het huwelijk geen grond tot echtscheiding. Hierop wordt door de rechtbanken volgende uitzondering gemaakt namelijk de verborgen feiten die - als ze vooraf gekend waren - het huwelijk hadden verhinderd. De feitelijke scheiding tussen de echtgenoten heeft geen opheffing van de huwelijkse verplichtingen tot gevolg.
Feiten die dateren van na het inleiden van de echtscheidingsvordering kunnen niet op zichzelf, maar wel in samenhang met andere bewezen feiten van vóór de inleiding, een grond tot echtscheiding uitmaken.
Door de exceptie (of uitzondering) van verzoening in te roepen kan de echtscheidingsvordering komen te vervallen. Hiervoor moeten twee elementen bewezen worden namelijk de hervatting van het samenleven en het intentionele element van de verzoening, m.a.w. de bereidheid om de gebeurde feiten te vergeven en de belofte om hierin niet meer te hervallen. Gebeurt dit laatste toch dan kan een nieuwe echtscheidingsvordering ingesteld worden waarbij feiten van vóór de verzoening mogen gebruikt worden.

3. Overzicht van de ingeroepen grove beledigingen

De grove beledigingen kunnen opgedeeld worden in twee hoofdcategorieën: enerzijds de tekortkomingen aan één of meerdere huwelijksplicht(en) en anderzijds de tekortkomingen aan de vereiste van elementair respect en aandacht voor de echtgenoot-partner.

A. De tekortkoming aan de in het B.W. aangeduide huwelijksplichten

Art. 213 B.W. luidt als volgt : "Echtgenoten zijn jegens elkaar tot samenwoning verplicht; zij zijn elkaar getrouwheid, hulp en bijstand verschuldigd."

1) De samenwoningsplicht

De weigering tot verder samenleven of de verlating van de echtelijke verblijfplaats is op zich geen grond tot echtscheiding. Daarvan moet immers het ongerechtvaardigde, voortdurende en beledigende karakter worden aangetoond. Bepaalde omstandigheden kunnen dus de onttrekking aan de samenwoningsplicht rechtvaardigen vb. een onveiligheidsgevoel in eigen huis tengevolge van gewelddadig gedrag. Ook het toestemmen, zonder akkoord van de andere echtgenoot, in de intrekking van een derde persoon of de eenzijdige beslissing tot wijziging van de echtelijke verblijfplaats, kan een weigering tot verder samenleven rechtvaardigen.
Voortvloeiend uit de samenwoningsplicht maakt het hebben van geslachtsverkeer met elkaar ook deel uit van de huwelijkse verplichtingen. Een weigering hiervan zonder ernstige redenen of akkoord van de andere echtgenoot kan een grond tot echtscheiding uitmaken. De voortplanting op zich wordt eveneens als een huwelijksplicht beschouwd behalve als er onderling daaromtrent andere voorhuwelijkse afspraken werden gesloten.
De problematiek rond weigering tot ouderschap is echter vrij complex aangezien er een afweging moet gebeuren tussen enerzijds de huwelijksplichten en anderzijds het zelfbeschikkingsrecht over het eigen lichaam en de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer.

2) De getrouwheidsplicht

Naast overspel (sinds 1998 door het Hof van Cassatie ook aanvaard tussen personen van hetzelfde geslacht) kan ook elke andere vorm van seksuele ontrouw een schending vormen van de getrouwheidsplicht en als een grove belediging worden gebruikt in het kader van een echtscheidingsvordering. Ook hier geldt de afwezigheid van foutcompensatie waardoor overspel van de ene echtgenoot dus geen opheffing van de getrouwheidsplicht van de andere echtgenoot betekent.

3) De hulp- en bijdrageplicht en de bijstandsplicht

a. De (materiële) hulpplicht : omvat de verplichting van de financieel sterkere echtgenoot om zijn levensstandaard met de andere te delen.
b. De (materiële) bijdrageplicht : omvat de verplichting voor beide echtgenoten om ieder volgens zijn mogelijkheden bij te dragen in de huwelijkslasten.
c. De (immateriële) bijstandsplicht : omvat de verplichting elkaar de nodige aandacht, respect en genegenheid te tonen.
Een vrijspraak van een strafrechtelijke veroordeling wegens familieverlating (art. 391bis Sw.) belet niet dat bepaalde feiten als een tekortkoming aan de hulp- en bijdrageplicht kunnen worden beschouwd. Ook hier wordt telkens geoordeeld in het licht van de specifieke omstandigheden.

B. De schending van de elementaire plicht tot respect en eerbied

1) De abusieve of lichtzinnige uitoefening van procedurele rechten

Het onterecht instellen van een echtscheidingsvordering op zich kan eveneens als basis dienen voor het instellen van een tegeneis. Ook het om de haverklap instellen van gerechtelijke procedures of het neerleggen van strafklachten die telkens zonder gevolg geklasseerd worden, kan als grove belediging aanvaard worden.

2) De strafrechtelijke veroordeling

Een strafrechtelijke veroordeling vormt op zich geen grond tot echtscheiding maar moet hiervoor ook aan de hierboven opgesomde voorwaarden voldoen. De burgerlijke rechter beoordeelt, onafhankelijk van de strafrechtelijke uitspraak, het al dan niet beledigend karakter van de veroordeling. Hierdoor belet een strafrechtelijke vrijspraak niet automatisch dat de feiten een grove belediging kunnen vormen.

3) Het misbruik van en/of de verslaving aan verdovende middelen

De verslaving op zich vormt geen grond tot echtscheiding maar moet bovendien een vrijwillig, ernstig en beledigend karakter vertonen waardoor het normale echtelijke leven onmogelijk wordt gemaakt. Ook hier wordt bij de beoordeling gekeken naar de concrete omstandigheden. Een weigering of vroegtijdige beëindiging van een ontwenningskuur kan bijvoorbeeld een ernstige tekortkoming aan de huwelijksverplichting uitmaken.

4) Feiten gepleegd ten nadele van derden

Om als grove belediging beschouwd te kunnen worden moeten deze feiten door de echtgenoot zelf ten aanzien van derden zijn gepleegd en noodzakelijk terugwerken op de andere echtgenoot. Meestal betreft het hier feiten ten aanzien van de al dan niet gemeenschappelijke kinderen of ten aanzien van familieleden.

5) De algemene houding, een bepaald gedrag of karakter van de echtgenoot

Karaktertrekken op zich vormen géén grond tot echtscheiding maar moeten deel uitmaken van een groter feitencomplex en een gedrag ten toon spreiden dat onverenigbaar is met het normale echtelijke leven vb. een algemene houding van misprijzen en beledigingen t.o.v. de andere echtgenoot. Ook geldkwesties kunnen een grove belediging uitmaken wanneer ze de waardigheid van de andere echtgenoot aantasten vb. het lenen van grote sommen geld bij derden achter de rug van de echtgenoot om.

4. Besluit

Een rode draad doorheen deze rechtspraak in het kader van de echtscheiding op grond van bepaalde feiten is het feit dat het louter stellen of nalaten van bepaalde handelingen onvoldoende is als echtscheidingsgrond maar dat hiervoor de vier opgesomde voorwaarden cumulatief, dus elk afzonderlijk vervuld moeten zijn. Een steeds terugkerend element is eveneens dat de beoordeling van dit al dan niet vervuld zijn volledig berust bij de rechter en telkens afhankelijk is van de specifieke context en concrete omstandigheden waarin deze feiten zich hebben voorgedaan.

 
 
 
     
Laatste update : 9 maart 2011 | Vragen welkom bij : Webmaster Top | Home