| Het juiste huwelijksstelsel
ELK huwelijksstelsel heeft zijn eigen mechanismen. In België
erkent men hoofdzakelijk twee stelsels: de gemeenschap van goederen
en de zuivere scheiding van goederen. Door te kiezen voor een gemeenschapsstelsel
(b.v. het wettelijk stelsel of het stelsel van de algehele gemeenschap)
plant men al zijn vermogen.
Zo vallen bij een gemeenschapsstelsel de beroepsinkomsten van elk
der echtgenoten tijdens het huwelijk van rechtswege in de huwelijksgemeenschap.
Dit kan voor de niet actieve echtgenoot bij het overlijden van zijn/haar
echtgenoot een aardige duit opleveren.
Bij een zuivere scheiding van goederen blijven de beroepsinkomsten
eigen. Dit kan desgevallend een nefaste invloed hebben voor de successierechten.
Een voorbeeld kan dit verduidelijken. De man heeft, na de afhouding
van alle belastingen en kosten, een netto jaarlijks inkomen van
50.000 euro. Deze inkomsten werden tijdens het huwelijk, en dit
gedurende 20 jaar, regelmatig en zorgvuldig belegd in aandelen of
andere roerende activa. De man overlijdt en laat zijn echtgenote
als enige erfgename na. Er zijn geen kinderen of andere erfgenamen
en het echtpaar verbleef in het Vlaamse gewest.
Laat ons nu veronderstellen dat het echtpaar gehuwd is onder het
stelsel van de zuivere scheiding van goederen, dat de beroepsinkomsten
van de man werden herbelegd in roerende activa en dat zijn opgebouwd
eigen vermogen op datum van overlijden één miljoen
euro bedraagt. In dat geval betaalt zijn echtgenote 222.000 euro
successierechten. Voor echtparen in Brussel en Wallonië is
dat respectievelijk 235.750 en 236.625 euro.
Is het echtpaar echter gehuwd onder een gemeenschapsstelsel en
bedraagt het opgebouwd gemeenschappelijk vermogen op datum van overlijden
van de man één miljoen euro, dan betaalt zijn echtgenote
bij het overlijden van haar man slechts op de helft successierechten.
Zij betaalt dan 87.000 euro successierechten (in Brussel en Wallonië
respectievelijk 85.750 en 86.625 euro).
Waarom dan niet van huwelijksstelsel veranderen? In dat geval wordt
het stelsel van (zuivere) scheiding van goederen omgezet in een
gemeenschapsstelsel waarbij de man zijn roerende activa in de gemeenschap
brengt. Die wijziging moet voor de notaris plaatsvinden en vervolgens
door de rechter worden getoetst (homologatie). Op die inbreng is
er slechts een algemeen vast recht (25 euro) verschuldigd. Op die
wijze zal de langstlevende echtgenote delen in de gespaarde inkomsten
van haar man. Eventueel kan men bij de inbreng bepalen dat bij een
latere echtscheiding de ingebrachte goederen worden teruggenomen.
Dergelijke wijziging van huwelijksstelsel is wel een drastische
stap. De echtgenoten verliezen immers ook hun autonome bevoegdheid
tot besturen. In een gemeenschapsstelsel heeft de ene huwelijkspartner
voor bepaalde rechtshandelingen (bijvoorbeeld de aankoop van onroerende
goederen) altijd de toestemming van de andere nodig. Bovendien kunnen
ook andere inkomsten (bvb. huuropbrengsten van tijdens het huwelijk
vererfde woningen) vanaf dat ogenblik gemeenschappelijk worden,
wat misschien niet altijd de bedoeling is.
In deze context kan concreet aan het volgende worden gedacht. Beide
echtgenoten behouden hun stelsel van zuivere scheiding van goederen,
maar voegen daaraan een intern gemeenschappelijk vermogen toe, in
ons voorbeeld beperkt tot de roerende activa van de man. Deze techniek
wordt in het vakjargon aangeduid als het toegevoegd intern gemeenschappelijk
vermogen. Op dat ogenblik worden de bestaande roerende activa tegen
een algemeen vast recht (25 euro) ingebracht.
R.J.
januari 2006
|