Informatie - Jongeren na echtscheiding
 

Adviezen | Advocaat | Bank | Belastingen | Bestaansmiddelen | Detective | Deurwaarder | Echtelijke woning
Echtscheiding door onderlinge toestemming | Erfenis | Gezinnen | Gezinswoning | Gevoelens | Gevolgen echtscheiding
Geweld | Hulpverlening | Huwelijksplichten | Huwelijksstelsel | Jongeren na echtscheiding | Jurisprudentie Justitiehuizen | Kerk | Leven na scheidingNieuwe gezinsvormen | Nieuwe relatie | Nieuw-samengestelde gezinnen
Notaris | Omgangsrecht | Onderhoudsgelden | Onderwijsaangelegenheden | Ouderlijk gezag | Ouder-naam
Ouderschapsbemiddeling | Overlijden | Overspel | Procedure | Relaties | Samenwoning | Scheidingsbemiddeling Vaderschap bij scheiding | Vereffening en verdeling | Wetgeving | Woonstvergoeding

Artikels :
- Zes jaar heeft ze geleerd wat blijven was - gedicht van Herman de Coninck
- Meer blowen en minder verdienen - gevolgen van echtscheiding op kinderen
- De impact van een (echt)scheiding op kinderen en ex-partners
- Opgroeiende jongeren na echtscheiding
- Wanneer is de scheiding het minst nadelig voor kinderen?
 
Omhoog
 

Zes jaar heeft ze geleerd wat blijven was - gedicht van Herman de Coninck

*

Zes jaar heeft ze geleerd wat blijven was:
wat ouders deden, en wat alles dus ging doen:
een tafel bij een stoel, nu bij toen.
Het meervoud van geluk was: wij.

Sindsdien heeft ze geleerd wat enkelvoud is.
Zij. Nu weer half van jou, morgen half van mij.

Toen ze acht was was ze tien.
Eén helft van haar gezicht lief,
de andere liever. Bang om te kiezen
tussen verliezen en verliezen.

Vandaag is gewoon twaalf.
Vier ouders, twee echt, twee stief.
Slapen gaan moet met eindeloos gezoen.
Ze wint altijd. Ze heeft geleerd wat blijven is.
Wat ouders niet en kinderen wel doen.

Herman de Coninck

Uit de bundel 'Enkelvoud' uit de cyclus 'Het meervoud van geluk'
De gedichten 1 - blz. 295

 

 
Omhoog
 
 

Meer blowen en minder verdienen - gevolgen van echtscheiding op kinderen

Kans dat kind strafbaar feit pleegt verdrievoudigt tijdelijk na echtscheiding

Echtscheiding doet kinderen geen goed, maar heftig ruziënde ouders zijn nog erger

Na een scheiding van hun ouders lopen kinderen niet alleen meer kans crimineel te worden, ze presteren ook slechter op school, ze zijn depressiever en hebben zelf ook meer kans op een scheiding.

Kinderen van gescheiden ouders plegen in de jaren na de scheiding driemaal zo vaak een strafbaar feit als kinderen van ouders die bij elkaar zijn gebleven. Dat blijkt uit het onderzoek waarop de Nijmeegse socioloog Marieke van de Rakt promoveerde. Het was niet het centrale onderwerp van haar onderzoek: haar proefschrift, Two generations of crime, gaat over de vraag wanneer kinderen van ooit veroordeelde vaders zelf het slechte pad op gaan. Ze deed een steekproef bij mannen die in 1977 veroordeeld waren en hun kinderen, waarbij ze ook een controlegroep verzamelde van even oude, niet-veroordeelde mannen en hun kinderen. In beide groepen bleek het effect van een echtscheiding op het strafblad van de kinderen even groot.

Het gaat wel om heel kleine aantallen, vertelt ze. 'De kans dat een kind in een jaar een strafbaar feit pleegt, is ongeveer 1 procent. In de eerste jaren na de scheiding van de ouders wordt die kans 3 procent. Maar in de meeste gevallen gaat het gewoon goed, veruit de meeste mensen krijgen nooit een strafblad. Naarmate de scheiding langer geleden is, neemt de kans weer af tot circa 1 procent.'

Dat betekent echter niet dat gescheiden ouders zich geen zorgen hoeven te maken om hun kinderen, benadrukt socioloog Ed Spruijt van de Universiteit Utrecht. Hij gaat eens goed zitten voor een deprimerende opsomming van uit onderzoek bekende negatieve effecten van echtscheiding op kinderen: vijf op korte termijn en vijf op lange termijn.

In de periode na de scheiding maken kinderen van gescheiden ouders zich vaker schuldig aan crimineel gedrag en vandalisme. Ze hebben vaker last van somberheid, angst en gebrek aan zelfvertrouwen. Hun schoolprestaties zijn slechter. Ze roken, drinken en blowen meer. En ze hebben vaker relationele problemen, zowel met vriend(innet)jes als met ouders.

Ook op de lange termijn zijn ze slechter af. 'Mensen van wie de ouders gescheiden zijn', zegt Spruijt, 'hebben zelf een twee keer zo grote kans op scheiding - drie keer als hun partner ook gescheiden ouders heeft. Ze zijn lager opgeleid en hebben daardoor ook een lager inkomen. Ze hebben meer depressieve gevoelens en maken dus meer gebruik van de gezondheidszorg. Ze hebben op latere leeftijd ook een zwakkere band met hun eigen ouders.'

Maar gelukkig, zegt ook hij, zet eventueel crimineel gedrag over het algemeen niet door. 'Als kinderen weer in een stabiele situatie komen, houdt dat meestal op.'

Echtscheiding komt steeds vaker voor en wordt steeds normaler gevonden. Nemen daardoor ook de negatieve effecten op kinderen af? 'Nee', zegt Spruijt. Dat weten we, doordat we de effecten van nu vergelijken met die van tien, twintig jaar geleden.'

Sinds 1998, vertelt hij, krijgt bij een scheiding de moeder niet meer automatisch de voogdij, maar wordt het ouderlijk gezag gedeeld. 'Sindsdien is de ruziefrequentie na scheiding duidelijk toegenomen. Ook het aantal hevige conflicten tussen de ouders in het bijzijn van de kinderen neemt toe, en dat is veruit de belangrijkste risicofactor voor kinderen.' Belangrijker nog, zegt hij, dan geldgebrek en verminderd ouderlijk toezicht.

Dus als ouders altijd ruzie hebben, kunnen ze beter wel scheiden? 'Ja, als die ruzies dan ophouden. Anders hebben de kinderen er nog niets aan. Omgangsregelingen zijn vaak ook een aanleiding voor conflicten. Bij mensen die de zorg voor de kinderen fiftyfifty verdelen, gaat het dan ook beter. Co-ouders - nu al zowat 20 tot 25 procent van de gescheiden ouders - maken minder vaak ruzie.'

13 januari 2011

Auteur: Ellen de Bruin

© NRC Handelsblad

 

 
 
Omhoog
 
 

De impact van een (echt)scheiding op kinderen en ex-partners

Publicatie van de Studiedienst van de Vlaamse Regering, 2007/1

(Uitgebreide samenvatting)

In het voorjaar van 2005 vroeg Vlaams Minister Inge Vervotte van Welzijn, Volksgezondheid en het Gezin het toenmalige Centrum voor Bevolkings- en Gezinsstudies (CBGS) om te onderzoeken hoe kinderen een echtscheiding van de ouders beleven en welke impact een echtscheiding op het verdere leven van kinderen kan hebben.

Een onderzoeksgroep “Echtscheiding” met 7 teamleden oordeelde in eerste instantie dat het nuttig zou zijn om alle bestaande wetenschappelijke bevindingen inzake de impact van een scheiding te inventariseren en te synthetiseren. Het team was daarbij van oordeel dat naast het Vlaams-(Belgisch) onderzoek ook het buitenlands onderzoek onder de loep moest worden genomen. Een breuk tussen de  ouders vertoont op de  leefwereld van de kinderen hoe dan ook universele facetten. Het onderzoeksteam was dan ook van mening dat de ex-partners, de volwassenen, de ouders van de kinderen, niet uit het beeld mochten blijven.

Al vlug bleek dat er een overvloed aan onderzoeksmateriaal bestond over de impact van een scheiding op het leven van alle betrokkenen. Het resultaat van het teamwerk is dan ook een lijvige literatuurstudie: deze studie verscheen in januari 2007 “De impact van een (echt)scheiding op kinderen en ex-partners”, Studiedienst van de Vlaamse Regering, 2007/1. Voor een uitgebreid overzicht en voor een duiding van het begrippenkader dat we hanteren, verwijzen we naar de publicatie.

In de samenvattende bijdrage van Christine Van Peer onder de koppeling worden de belangrijkste resultaten uit de literatuurstudie gepresenteerd. De doorgenomen literatuur is te plaatsen tussen 1995 en 2006. Ook voor een beschrijving van de methode van literatuurverzameling verwijzen we naar de vernoemde SVR-studie.

Voor meer inlichtingen kunt u terecht bij Christine Van Peer:
Telefoon: 02/553.35.68
Email: Christine Van Peer


 
 
Omhoog
 

Opgroeiende jongeren na echtscheiding


In het nummer van Visie van oktober (nr. 32 van 29-10-1999) lezen we als introductie op een artikel over een symposium voor jeugdbegeleiders de volgende tekst:

"Jongen, 15 jaar schreeuwt om hulp"… kunnen wij deze hulp bieden?

"Hallo, ik ben een jongen van 15. Drie jaar geleden zijn mijn ouders gescheiden. Op zich was dat geen slechte zaak. Er bleef tussen hen niks meer over dan alleen maar ruzie. En meestal was ik daarvan het slachtoffer. Het was in die zin dus niet zo erg dat ze uit mekaar gingen. Maar mijn situatie is er eigenlijk niet erg op vooruit gegaan. Meestal woon ik bij mijn moeder en haar nieuwe vriend. Soms woon ik ook bij mijn vader en zijn nieuwe vrouw, samen met twee halfzusjes. Eigenlijk voel ik mij thuis helemaal niet thuis. Mijn moeder en haar vriend zijn er vaak niet en als ze er zijn, dan vlucht ik naar mijn kamer, omdat ik niet goed opschiet met die vriend van mijn moeder. Ze doen zo ontzettend verliefd dat ik er de kriebels van krijg; ik loop echt verloren daar. Ik ben overbodig, teveel. Op school krijg ik ook al op m'n kop. Zelfs daar begrijpen ze me niet. En mijn vrienden laten me ook al in de steek. Soms ben ik er, dan ben ik er niet. Zij kunnen niet meer op me rekenen omdat ik eigenlijk op verschillende plaatsen woon. Ik kan dit leven niet meer aan…"

Of die tekst nu echt voor dat artikel is geschreven, dan wel of hij op een werkelijke situatie berust met die jongen die met zichzelf geen blijf meer weet in de situatie na de scheiding van zijn ouders, doet er in feite niet toe. De kreet van die 15-jarige heeft een dusdanig werkelijkheidsgehalte dat hij gehoord moet worden. Aandacht, bezorgdheid en een praktische aanpak zijn voor een dergelijke problematiek vereist.
Die aandacht en die bezorgdheid zijn in het verleden de belangenverenigingen al te vaak vreemd gebleven. Zij hebben alles toegespitst op de problematiek van de echtscheidende partners met daarbij wel de toekenning van het omgangsrecht en het alimentatiebedrag voor de kinderen. Soms hebben zij adviezen gegeven voor de herstructurering van het leven na echtscheiding, maar daarbij hebben zij vaak de specifieke situatie van de opgroeiende kinderen in nieuw samengestelde gezinnen opvallend uit het oog verloren. Gemakkelijk soms al te gemakkelijk geloven zij dat kinderen een groot aanpassingsvermogen hebben en zich vlug schikken in de nieuwe situatie met een nieuwe partner van hun gescheiden ouders.

Dat betekent voor de jongeren in elk geval dat zij - al blijven ze in de vroegere gezinswoning - een echt nieuwe thuis nodig hebben waar ze zich goed in hun vel voelen en waar ze ongedwongen en spontaan kunnen toeven. Een nieuwe partner is er vaak een indringer die de aandacht van de alleenstaande ouder meer dan opeist. Ze voelen zich soms verdrongen, kunnen niet echt goed opschieten met de nieuwe vriend of vriendin of hebben er wel veel tijd voor nodig om die nieuwe te aanvaarden in huis. Wanneer de gescheiden ouder de beslissing heeft getroffen samen te wonen met een nieuwe partner moet er meer dan eventjes rekening worden gehouden met de kinderen.

Het is goed ze bij die beslissing te betrekken, erover te praten, hun mening ernstig te nemen en in de mate van het mogelijke aan hun wensen tegemoet te komen. De huisregels moeten duidelijk gesteld worden, opdat iedereen zich welbehaaglijk kan voelen in de nieuwe situatie. De authentieke ouder moet er alles op zetten, dat er wederzijdse aanvaarding ontstaat van nieuwe partner naar de kinderen toe en omgekeerd zeker ook van de kinderen naar de nieuwe partner toe. Ideaal is het dat er oprechte vriendschap groeit tussen de nieuwe leefgenoot en de kinderen, maar meer dan aanspraak maken op vriendschap mag hij of zij niet doen. Zij of hij wordt bij opgroeiende kinderen geen nieuwe ouder.

Belangrijk daarbij is er dat er een juist evenwicht gezocht wordt in de gezagsrelatie met de kinderen. Determinerend voor de kinderen moet de echte moeder of vader in huis zijn en dat moeten zij duidelijk merken. De nieuwe partner kan daarbij een flinke hulp en steun zijn maar dan ook niet meer dan dat. Voor de kinderen is het goed dat de verstandhouding omtrent hen bij de nieuwe partners optimaal is. Aan één en dezelfde koord trekken is bij alle opvoeding van bijzonder groot belang. Intense wederzijdse aandacht van de partners voor elkaar zeker als de situatie nieuw is kan de opmerkzaamheid in de weg staan voor wat er in de pubers zelf omgaat.

Soms kan de thuissituatie oorzaak zijn van een zeker onbehagen bij de jongere; soms is dat zo erg dat er een reëel psychologisch probleem ontstaat. Voor zijn of haar geluk maar ook voor het geluk van de samenwonende partners is het dan van belang dat er gepraat wordt. De moeder of de vader moet wel eerst merken dat er wat ernstigs aan de hand is. Dan moet de sfeer gecreëerd worden dat het probleem in een gesprek vrijmoedig aan de orde kan worden gesteld. Praten is evenwel niet genoeg; er moet naar een aanpak worden gestreefd, beslissingen worden getroffen om die best mogelijke aanpak in de praktijk te brengen. Het vertrouwen van de jongere die je als ouder haar of zijn probleem toevertrouwt, mag in geen geval worden beschaamd. Problemen zijn er om opgelost te worden.

Begrip en aanvaarding zijn voor de jongere van buitengewone betekenis. In het verhaaltje van de 15-jarige hierboven was dat blijkbaar niet het geval. De situatie van de beide nieuw samengestelde gezinnen was wellicht zo gestabiliseerd, dat er geen aandacht noch bezorgdheid meer bestond voor het welbehagen en het geluk van die jongen. Iedereen ging aan hem en zijn innerlijke vereenzaming voorbij. In de beide huiselijke kringen is er niet over gepraat. Hij schreeuwt zijn pijn uit naar buiten toe. Die kreet was enkel een hulpgeroep. Moet die hulp nu toch van buitenuit komen of hebben beide ouders met hun respectieve nieuwe partners de echte verantwoordelijkheid?

Dergelijke situaties in wisselende variëteiten zullen in nieuw samengestelde gezinnen wel meer voorkomen dan we denken. Het was hier enkel onze bedoeling om daar even de aandacht op te vestigen en het belang ervan aan te tonen, dat er hoe dan ook wat aan gedaan wordt. Wij schreven dit hier om tegenover de opgroeiende kinderen van echtgescheiden ouders wat goed te maken. Wat die kinderen immers in hun innerlijke beleving meemaken, daar gaan wij als volwassenen en ook als vereniging die ook de belangen van de kinderen moet verdedigen, wel eens al te lichtvaardig aan voorbij.

Ghislain Duchâteau, Hasselt.

 
Omhoog
 
 

Wanneer is de scheiding het minst nadelig voor kinderen ?

In 1981 heeft L.A. Kurdek (An Integrative Perspective on Children's Divorce Adjustement - American Psychologist 36 - blz. 856-866) een lijst gepubliceerd van afzonderlijke factoren die de cognitieve, sociale en emotionele aanpassing van de kinderen die de echtscheiding van hun ouders meemaken, positief beïnvloeden. De factoren werden verzameld uit een hele serie wetenschappelijke publicaties van diverse auteurs. We vonden de lijst in het werk "Ehescheidung: Konsequenzen für Eltern und Kinder" van W.E Fthenakis, R. Niesel, H.R. Kunze - 1982 blz. 161.De vertaling uit het Duits is van Jan Piet De Man.


* Regelmatige contacten van de afwezige ouder met zijn kinderen

* Een laag niveau van ouderlijke conflicten voor en na de scheiding

* Een evenwichtige en steungevende relatie tussen de ex-echtgenoten

* Een emotioneel gezinsklimaat dat het bespreken van de problemen in verband met de scheiding toelaat en bevordert

* Een hoge mate van overeenstemming, ook tussen de gescheiden ouders, over opvoedingsmethodes en disciplinemaatregelen

* Een "democratische" opvoedingsstijl van de "hoofdverblijf-ouder"

* Het zeker stellen van voldoende financiële inkomsten.

De lijst is niet volledig. Al die factoren kunnen voor hulpverleners wel uitgangspunten zijn voor betekenisvolle adviezen, tussenkomsten en begeleiding naar scheidende ouders en hun kinderen toe.
l

 

 

 
 
     
Laatste update : 1 augustus 2014| Vragen welkom bij : Webmaster Top | Home