Informatie - Nieuwe gezinsvormen
 

Adviezen | Advocaat | Bank | Belastingen | Bestaansmiddelen | Detective | Deurwaarder | Echtelijke woning
Echtscheiding door onderlinge toestemming | Erfenis | Gezinnen | Gezinswoning | Gevoelens | Gevolgen echtscheiding
Geweld | Hulpverlening | Huwelijksplichten | Huwelijksstelsel | Jongeren na echtscheiding | Jurisprudentie Justitiehuizen | Kerk | Leven na scheidingNieuwe gezinsvormen | Nieuwe relatie | Nieuw-samengestelde gezinnen
Notaris | Omgangsrecht | Onderhoudsgelden | Onderwijsaangelegenheden | Ouderlijk gezag | Ouder-naam
Ouderschapsbemiddeling | Overlijden | Overspel | Procedure | Relaties | Samenwoning | Scheidingsbemiddeling Vaderschap bij scheiding | Vereffening en verdeling | Wetgeving | Woonstvergoeding

Artikels :
- Hoe verschillend nieuw-samengestelde gezinnen zijn. Over "Bijna familie", nieuw boek van Kaat Schaubroeck
- De nieuwe gezinsvormen en hoe daarvoor een verantwoord beleid uit te werken?
- Vrijgezel belast milieu
 
Omhoog
 

Hoe verschillend nieuw-samengestelde gezinnen zijn. Over "Bijna familie", nieuw boek van Kaat Schaubroeck




Onder de titel “Over de mikado-generatie” in de rubriek Stokvis van 2 februari 2005 stelt de Standaardjournaliste Veerle Beel de schrijfster Kaat Schaubroeck centraal. Kaat Schaubroeck heeft herhaaldelijk geleefd in een nieuw-samengesteld gezin en vanuit die beleving is ze op zoek gegaan naar andere ervaringen binnen nieuw-samengestelde gezinnen. Leden zowel volwassenen als kinderen uit zeventien nieuw-samengestelde gezinnen hebben hun verhalen aan de journaliste Kaat Schaubroeck verteld. Het zijn allemaal verschillende verhalen. Er zijn er positieve en negatieve bij. Al met al is de situatie van nieuw-samengestelde gezinnen erg complex. Over dat alles brengt Kaat Schaubroeck verslag uit in haar boek “Bijna familie”, een publicatie van de Standaard Uitgeverij, 255 blz., 15,95 euro.

 

In het laatste stukje van het interview met Veerle Beel stelt de schrijfster dat ze zelf niet wil oordelen over de verhalen in haar boek. Het is volgens haar boeiend te zien welke verschillende oplossingen mensen zoeken voor hun individuele leven. Toch heeft de schrijfster voldoende opgestoken uit dat alles om enkele eigen pertinente meningen te formuleren.

Zo keert zij zich tegen het verplicht co-ouderschap. Ouders verhuizen na een scheiding dikwijls honderden kilometers uit elkaar. Vaders hebben ook na de scheiding weinig tijd en de stiefmoeder moet dan de kinderen opvangen. Kinderen hebben vaak behoefte aan een echt eigen “nest”. Volgens de auteur moet de wet veel mogelijke schikkingen open houden. Zij verklaart zich wel voorstandster te zijn van wettelijk verplichte bemiddeling, zodat ouders leren scheiden zonder te “vechten” met elkaar. Volgens Kaat Schaubroeck valt er ook wat te zeggen voor een ouderschapsbelofte bij de geboorte van een kind. Een gezin is heel vaak niet voor altijd. Het ouderschap is dat wél. Geen enkele ouder mag een andere ouder het recht op zijn ouderschap ontzeggen. Scholen en administraties moeten er ook meer rekening mee houden, dat kinderen dikwijls meer dan één adres hebben. Ze mogen niet uit het oog verliezen dat ouders kinderen hebben die niet bij hen wonen, maar die er toch bij horen.

Het maatschappelijk verschijnsel van de nieuw-samengestelde gezinnen is een feitelijkheid. Het is voor gescheiden mensen zeker van belang om kennis te nemen van ervaringen die anderen met die nieuwe samenlevingsvorm hebben opgedaan. Daarom kunnen die verhalen niet enkel onze nieuwsgierigheid voldoen, maar ons ook heel wat ervaringen toespelen die we in aanmerking nemen als we zelf voor de situatie van een nieuw-samengesteld gezin komen te staan. Daarom is het boek van Kaat Schaubroeck “Bijna familie” beslist lezenswaard.

Ghislain Duchâteau

Lees ook het gesprek met Kaat Schaubroeck: Wanneer je gezin door elkaar wordt geschud.


 
Omhoog
 

De nieuwe gezinsvormen en hoe daarvoor een verantwoord beleid uit te werken?

I n l e i d i n g

Wij hebben steeds oog gehad voor de standpunten van de Vrouwenraad. Ook nu tijdens de studiedag over echtscheidingsrecht op 8 december 2000 in de Kamer hebben wij met genoegen het actieve en activerende optreden opgemerkt van de juridisch beslagen vertegenwoordigster van de Nederlandstalige Vrouwenraad. Met genoegen geven we hier dan ook de inzichten en visies weer van de raad bij monde van de voorzitster en een stafmedewerkster over de nieuwe gezinsvormen in onze samenleving en het noodzakelijke wetgevingswerk dat deze evolutie moet volgen. Zonder onze eigen mening te plaatsen tegenover wat hieronder te lezen staat vestigen we toch de aandacht van de lezers van de tekst op de wens dat het individu het uitgangspunt moet zijn voor de wet- en de regelgeving en op het pleidooi van beide auteurs voor stroomlijning van de verschillende rechtstakken bij het beleid omtrent de verschillende gezinsvormen. Eerder dan een regeringscommissaris zou een parlementaire commissie op basis van de bevindingen van de wetenschappelijke wereld en met medewerking van het middenveld die samenhang van de rechtstakken moeten onderzoeken en voorstellen uitwerken voor regel- en wetgeving binnen een welbepaalde opdracht en binnen een vastgelegde termijn.
G.D.

Gelijke behandeling van alle gezinsvormen

Nu de discussie over het burgerlijk huwelijk voor homo's (DS 2 april) is het nuttig dat de Nederlandstalige Vrouwenraad een aantal zaken eens op een rij zet met de achterliggende vraag : bestaat er een rechtvaardiging om de huidige ongelijke behandelingen in stand te houden? En met het voorstel: waarom geen regeringscommissaris voor de gezinsvormen ?

Onze samenleving is een mozaïek van gezinsvormen: het eerste huwelijk tussen man en vrouw, samenwoners in een eerste relatie (man en vrouw, twee vrouwen, (twee mannen, meer personen, Lat-relaties), nieuw samengestelde gezinnen en alleenstaanden. Kinderen kunnen deel uitmaken van al deze gezinsvormen.
De ongelijke behandeling van gehuwden en samenwoners staat op de politieke agenda van deze legislatuur. Het regeringsvoorstel over de hervorming van de inkomstenbelasting heeft het over de neutraliteit ten aanzien van de samenlevingsvorm.
Ook parlementsleden formuleren voorstellen over aspecten die betrekking hebben op gezinsvormen. Enerzijds zijn er scenario's voor een verdere gelijkschakeling van gehuwden en samenwoners. De loskoppeling van kerkelijk en burgerlijk huwelijk is hier een voorbeeld van. Het is de bedoeling dat oudere samenwoners via een kerkelijk huwelijk kunnen blijven genieten van afgeleide rechten, bijvoorbeeld een overlevingspensioen. De vraag is of die afgeleide rechten niet geleidelijk moeten worden vervangen door individuele rechten. Deze discussie kan niet losgekoppeld worden van een debat over gezinsvormenbeleid.
Anderzijds worden voorstellen geformuleerd die de kloof tussen gehuwden en samenwoners vergroten. De invoering van het sekseverschil in het burgerlijk wetboek om te mogen huwen - het burgerlijk wetboek sluit het huwelijk tussen personen van gelijke sekse niet expliciet uit, de rechtsleer en de rechtspraak doen dat wel - is hier een voorbeeld van. Door zo'n expliciete vermelding in het burgerlijk wetboek zou het huwelijk voor holebi's nog meer onbereikbaar worden.
Het probleem is dat deze voorstellen overwegend handelen over deelaspecten van rechtsgebieden. Er wordt geen rekening gehouden met de samenhang tussen de verschillende rechtsgebieden en hoe die rechtsgebieden verschillende gezinsvormen behandelen. Dat is historisch zo gegroeid. Nu eens wordt iets aangepast in een sector van de sociale zekerheid, dan weer fiscaal of wat het burgerlijk recht betreft. Het resultaat is dat ons beleid inzake de behandeling van de gezinsvormen in de verschillende rechtstakken niet gestroomlijnd is.
Als we verschillende rechtsgebieden bestuderen, is het duidelijk dat het huwelijk als gezinsvorm overheerst. Hier en daar zien we dat er rekening wordt gehouden met het feitelijk gezin. Er is een lichtpunt voor samenwoners sinds de wet van 23 november 1998 tot invoering van de wettelijke samenwoning. Deze wet bevat echter alleen vermogensrechtelijke aspecten. Voor geregistreerde samenwoners gelden nu ook enkele bepalingen die we in het huwelijksrecht vinden. Zo beschermt de wetgever de gezinswoning, worden samenwoners verplicht om in de mate van het mogelijke bij te dragen in de lasten van de samenwoning en zijn ze aansprakelijk voor de schulden die betrekking hebben op het huishouden. Samenwoners die een stap verder willen gaan, kunnen via het samenlevingscontract hun eigendomsrechten anders verdelen. Daar stopt het.
In het erfrecht zijn gehuwden volwaardige erfgenamen ten opzichte van elkaar. Samenwoners zijn erfrechtelijk gezien vreemden. Bijgevolg erven ze niet automatisch van elkaar. Een truc als de tontine bevindt zich in een fiscale schemerzone. Bovendien is het zo goed als onmogelijk voor partners van een nieuw samengesteld gezin om hun kinderen gelijk te behandelen in hun nalatenschap. Het enige positieve is dat de successietarieven voor samenwoners en gehuwden in Vlaanderen sinds 1 januari 2001 gelijkgeschakeld zijn.
In het arbeidsrecht gelden de arbeidsvoorwaarden voor gehuwden niet voor samenwoners. De werkgever heeft bijvoorbeeld geen verplichtingen inzake het toekennen van sociaal verlof, hospitalisatieverzekeringen, levensverzekeringen, reisvergoedingen. Discriminaties spelen zich ook af op de werkvloer. Volgens de infofoon van de Federatie Werkgroepen Homoseksualiteit blijkt dat zeker zo te zijn voor holebi's.
In de sociale zekerheid situeert de problematiek zich op het vlak van de afgeleide rechten in de sectoren die het huwelijk als uitkeringsbasis hebben. Als een werknemer bij een arbeidsongeval of door een beroepsziekte overlijdt, ontvangt de echtgeno(o)t(e) een rente. Dat geldt niet voor samenwoners. Bij het gezinspensioen ontvangt de rechthebbende een verhoogde uitkering voor de niet-beroepsactieve huwelijkspartner. Als de beroepsactieve partner overlijdt, ontvangt de echtgeno(o)t(e) een overlevingspensioen. In geval van echtscheiding bestaat er een pensioen "van de uit de echt gescheiden persoon" op basis van de loopbaan van de ex-echtgeno(o)t(e). Samenwoners kunnen van deze regelingen geen gebruik maken. De werkloosheid heeft het feitelijk gezin als uitkeringsbasis. Gehuwden en samenwoners worden op dit punt gelijk behandeld. Het feit dat zowel samenwonende gehuwden als samenwonende samenwoners verminderde uitkeringen ontvangen, is een andere problematiek die kadert in de discussie van de individuele en afgeleide rechten.

Het individu moet het uitgangspunt van wet- en regelgeving worden. Dat maakt gelijke en emancipatorische behandeling van elk individu mogelijk

Bij de kinderbijslag kunnen zich twee situaties voordoen. Een samenwonersgezin met eigen kinderen wordt op dezelfde wijze behandeld als bij gehuwden. In een nieuw samengesteld gezin worden de kinderen van de heteroseksueel samenwonende partners gehergroepeerd net als bij een volgend huwelijk. Bij homoseksuele samenwonende partners gebeurt zo'n hergroepering niet. Daardoor ontvangen ze minder kinderbijslag.
In de bijstand is de situatie voor gehuwden en samenwoners gelijk voor het bestaansminimum. Wat het gewaarborgd inkomen voor bejaarden betreft en de inkomensvervangende tegemoetkoming voor gehandicapten kunnen samenwoners elk aanspraak maken op het bedrag als alleenstaande. Dat brengt hen in een gunstiger situatie dan gehuwden die van een lager gezinsbedrag genieten.
In de fiscaliteit zijn sommige bepalingen gunstiger voor samenwoners, andere voor gehuwden. Voordeliger voor samenwoners zijn, bijvoorbeeld, het vrijgesteld minimum en de belasting van vervangingsinkomens. Gehuwden kunnen, bijvoorbeeld, genieten van het huwelijksquotiënt, de overheveling van het vrijgesteld inkomen, de toekenning van een meewerkinkomen voor de partner van een zelfstandige. Het regeringsvoorstel inzake de hervorming van de inkomstenbelasting voorziet om enkele van deze ongelijke behandelingen in de fiscaliteit gelijk te schakelen. Het is zeer de vraag of alle relevante artikels van het Wetboek van Inkomstenbelasting (1992) aan bod zullen komen.
Een verschillende behandeling van diverse gezinsvormen is ook merkbaar in de regelgeving over het ouderschap. De grondregels van de afstamming bepalen dat een kind twee ouders heeft: een moeder en een vader. De afstamming kan bijgevolg niet vastgelegd worden ten aanzien van twee vrouwen of van twee mannen. Het gevolg is dat een volwaardige tweezijdige afstamming bij de nieuwe gezinsvormen ontbreekt. De wetgever gaat hierbij voorbij aan het feit dat afstamming ook een socio-cultureel gegeven is.
De dualiteit man-vrouw is, net als het huwelijk, een belangrijk ordeningsmechanisme in het gezinsvormenbeleid. Toch worden andere seksuele identiteiten benoemd, met name lesbiennes, homo's, biseksuelen, tansseksuelen, transgendristen, hermafrodieten, genderbenders, cross-dressers (travestieten). Deze verschillende seksuele identiteiten kunnen niet eenduidig worden ondergebracht in de man-vrouwdualiteit en zijn onzichtbaar in onze wetgeving.
Is er een mogelijkheid om het gezinsvormenbeleid op de leest van de gelijke behandeling te schoeien? Bestaat er een rechtvaardiging om de huidige ongelijke behandelingen in stand te houden?
De gelijke behandeling van alle gezinsvormen is een eerste vereiste op korte termijn.
Het individu moet het uitgangspunt van wet- en regelgeving worden.

Zo wordt de heteronorm doorbroken en wordt een gelijke en emancipatorische behandeling van elk individu mogelijk. Dat betekent dat het huwelijk én het ongehuwd samenwonen met samenlevingsovereenkomst moet openstaan voor iedereen, ongeacht de sekse van de partners. Beide modellen moeten regels bevatten over verantwoordelijkheid en zorg tussen de partners en voor eventuele kinderen. De wet- en regelgeving moet gewijzigd worden in alle rechts(deel)gebieden die alleen van het huwelijk of alleen van het samenwonen uitgaan. Concreet kan de wet van 23 november 1998 tot invoering van de wettelijke samenwoning uitgebreid worden met sociaalrechtelijke, fiscale en erfrechtelijke bepalingen.
Ook het afstammingsrecht moet in die zin aangepast worden.
De juridische afstamming als maatschappelijk ordeningsmechanisme moet niet hoofdzakelijk op de biologische band geënt blijven. Zorg en verantwoordelijkheid vormen een bijkomende grond die in het burgerlijk wetboek moet worden opgenomen. Dat komt neer op een erkenning van het feitelijk ouderschap.
Om te komen tot een gelijkwaardig ouderschap in alle gezinsvormen, rekening houdend met de twee hoger vernoemde gronden, moet een aantal concrete wijzigingen worden doorgevoerd. Het afstammingsrecht moet het gelijkslachtig ouderschap erkennen. In het adoptierecht moet twee-ouderadoptie openstaan voor partners van dezelfde sekse en in het voogdijrecht moet voor holebi's dezelfde regeling gelden als voor hetero's.
Dat zijn aanpassingen binnen een relatief kort tijdsbestek. Maar we proberen te anticiperen op de evolutie van de gezinsvormen. Hoe zou het gezinsvormenbeleid bijvoorbeeld in het burgerlijk recht kunnen worden geconcipieerd?
Komt er een regeling zonder overheidsinterventie? In dat geval bestaat het huwelijk niet meer. Als mensen iets omtrent een gezinsvorm willen regelen, kunnen zij bij de notaris een samenlevingsovereenkomst à la carte afsluiten. Of iets minder verregaand, de overheid stelt zelf een aantal aandachtspunten vast waarover het koppel zich moet uitspreken in het samenlevingscontract. Het meest realistische scenario is momenteel wellicht dat van het huwelijk en de andere gezinsvormen, erkend in het burgerlijk wetboek. In dit scenario kan eventueel nog gedacht worden aan een optiesysteem. In het eenvoudigste model kan men bijvoorbeeld de plicht tot onderhoud en de gezamenlijke eigendom uitsluiten. Uiteraard moet elk model openstaan voor iedereen, ongeacht de sekse.
Nog een laatste bedenking. Met twee of met meer in een gezinsvorm? Zouden personen in de toekomst met meer personen geregistreerd kunnen worden? Kan, bijvoorbeeld, persoon A zijn Lat-relatie met B laten registreren en zijn samenleving met C?
Het zijn allemaal scenario's om over na te denken. De rechten van het kind mogen daarin niet ontbreken. Een gestroomlijnd gezinsvormenbeleid is een titanenwerk. Is hier een taak weggelegd voor een regeringscommissaris voor de gezinsvormen? Misschien, maar dan op een voorwaarde: het debat moet niet alleen gevoerd worden door beleidsmensen op regerings- en parlementair vlak. Ook de wetenschappelijke wereld en het middenveld moeten meewerken aan een geïntegreerd gezinsvormenbeleid.

Francy Van der Wildt
en Herlindis Moestermans
(De auteurs zijn voorzitster en stafmedewerkster van de Nederlandstalige Vrouwenraad.)

april 2001

 
Omhoog
 

Vrijgezel belast milieu

BRUSSEL - Als u alleenstaand of kinderloos bent en begaan met het welzijn van de aarde, trek dan als de wiedeweerga opnieuw in bij je ouders, suggereert deze week (13-19 januari 2003) een bijdrage in het gezaghebbende tijdschrift Nature.

Volgens wetenschappers van de universiteiten van Michigan en Stanford is de niet aflatende groei van de bevolking immers niet de enige reden waarom de natuurlijke rijkdommen op aarde steeds schaarser worden. Het stijgende aantal huishoudens, en vooral dan de trend om alleen te gaan wonen, legt een even zware hypotheek op ons milieu, zo stellen ze in de on-lineversie van het wetenschappelijke vakblad.

De wetenschappers kwamen erachter dat tussen 1985 en 2000 het aantal huishoudens wereldwijd sneller is gestegen dan de bevolking. In bepaalde landen - Griekenland, Spanje en Italië bijvoorbeeld - ging het aantal gezinnen zelfs nog de hoogte in als de bevolking al aan het inkrimpen was. De onderzoekers voorspellen voor de komende vijftien jaar een nog grotere discrepantie tussen bevolkingsaanwas en het aantal huishoudens. Tegen 2015 zouden er 233 miljoen meer huishoudens op aarde zijn dan vandaag, en dat enkel en alleen omdat steeds meer mensen alleen gaan wonen, zo luidt het.

Die toenemende individualisering kent geen genade voor het milieu. In het Chinese natuurreservaat Wolong bijvoorbeeld zorgde de inkrimping van het aantal leden in een gemiddeld gezin ervoor dat steeds meer brandhout werd verbruikt. En dat leidde dan weer tot een ontbossing van de natuurlijke habitat van de reuzenpanda. Bovendien werden de trekroutes van het dier uit elkaar gereten.

De wetenschappers zijn ondubbelzinnig in hun oordeel: kleinere huishoudens belasten de natuurlijke rijkdommen en de rijkdom aan soorten dubbel zo zwaar. Meer huishoudens betekent meer wooneenheden, waarvoor meer land en bouwmateriaal dient te worden opgeofferd. Bovendien springen alleenwonenden minder efficiënt om met water, stroom of gas. Zo heeft in het westen elk huishouden een koelkast en een diepvriezer, of daar nu zes personen uit eten of slechts één. Het energieverbruik per hoofd ligt bij alleenwonenden hoger dan in een traditioneel gezin. Slotsom: wie onze wereld nog enigszins wil ontzien, gooit het niet over de 'single'-boeg.

(Belga)

Weekblad Nature : http://www.nature.com

 
 
 
     
Laatste update : 10 maart 2011 | Vragen welkom bij : Webmaster Top | Home