| Informatie - Omgangsrecht |
| |
|
Adviezen | Advocaat | Bank | Belastingen | Bestaansmiddelen | Detective | Deurwaarder | Echtelijke woning
Echtscheiding
door onderlinge toestemming | Erfenis | Gezinnen | Gezinswoning | Gevoelens | Gevolgen
echtscheiding
Geweld | Hulpverlening | Huwelijksplichten | Huwelijksstelsel | Jongeren na echtscheiding | Jurisprudentie Justitiehuizen | Kerk | Leven
na scheidingNieuwe gezinsvormen | Nieuwe relatie | Nieuw-samengestelde gezinnen
Notaris | Omgangsrecht | Onderhoudsgelden | Onderwijsaangelegenheden | Ouderlijk gezag | Ouder-naam
Ouderschapsbemiddeling | Overlijden | Overspel | Procedure | Relaties | Samenwoning | Scheidingsbemiddeling Vaderschap
bij scheiding | Vereffening
en verdeling | Wetgeving | Woonstvergoeding |
|
Artikels :
|
|
- Enkele mogeliljke verblijfsregelingen voor scheidingskinderen (document opgesteld door J. P. De Man)
- Nog steeds die weigering van het omgangsrecht en een nefast seponeringsbeleid bij klachten –
11-2-2009
-De neutrale bezoekruimten in Vlaanderen
- Cochemer model
- Het verhaal van Els
- "Omgangsrecht weigeren is zonder meer crimineel"
Volksvertegenwoordiger Martine Taelman in een merkwaardig interview in De Standaard van woensdag 9 februari 2005
- Version Française inclue /English version included
- Federaal contactpunt voor ouderontvoeringen - ook Child Focus werkt aan het oplossen ervan
- Verplichte bemiddeling - Gedogen of verplichten - Prof. Dr. em. Peter Hoefnagels
- De Limburgse vrederechters en co-ouderschap sinds de wet van 18 juli 2006
- Als ouders gaan scheiden. Bilocatie als kans? Visietekst van de vzw Bemiddeling 29-11-2006
- Kort verslag van de studiedag. Als ouders gaan scheiden. Bilocatie als kans? van 29-11-2006
- Het verblijfsco-ouderschap en het belang van het kind - verslag conferentie Namen prof. Van Gijseghem 24-4-2006
- 'Bij moeder in Frankrijk weggehaald kind niet getraumatiseerd' G.v.A. 26-1-2007
- Vader heeft zijn ontvoerd dochtertje van drie onder zachte dwang weggehaald bij de moeder in Frankrijk
- Verblijfsco-ouderschap in
het belang van het kind - Persmededeling van het Europees Instituut voor
het Belang van het Kind - juni 2005
- Het verblijfs-co-ouderschap als norm
dient ook het belang van kinderen - Standpunt Hoger Instituut Gezinswetenschappen
(21/2/05)
- Televisiediscussie over zorgplicht van beide ouders
- maandag 17 januari 2005
- Blijvende en flagrante schendingen van de mensenrechten door de Duitse instanties,
meer speciaal de Duitse rechtbanken, in gevallen van weigering van het omgangsrecht van vaders met hun kinderen
- Is
de dader-slachtofferbemiddeling een mogelijkheid om het omgangsrecht regelmatig
uit te oefenen?
- Gelijkwaardig ouderschap, artikel in
de Staatscourant van 26 oktober 2005 van Harry van Bommel en Joep Zander
- Kinderloze vaders lijden in stilte - Algemeen Dagblad 3 april 2006
- "Slepende strijd voor omgangsrecht"
in Nederland Trosuitzending Twee Vandaag 7 februari 2005 - video én
tekst
- Na de diagnose Nederlandse Televisiezender 1 - 24 maart 2005 : Ik mag mijn kinderen nooit meer zien!
- De kinderen zijn vaak de dupe - krantenartikel
11 augustus 2004
- 'We hebben afgesproken dat je vader aan je zat'
- Mogelijke problemen bij de
uitoefening van het omgangsrecht
- Klachtenbehandeling weigering omgangsrecht
via de lokale politie
- Moet de politie een klacht opnemen
? Wat gebeurt er ?
- Helft van aantal klachten wegens niet-naleving
omgangsrecht wordt geseponeerd
- Voor moeders die hun kinderen niet graag
bij de vaders op bezoek laten gaan
- Nieuw Europees verdrag hanteert erg
ruim begrip 'contact'
- Omgangsonrecht: Verscheurde kinderen,
verbitterde moeders, verloren vaders door Prof. G.P. Hoefnagels
- Tot welke leeftijd moeten kinderen op bezoek
bij de uitwonende ouder ?
- Oom
en tante krijgen omgangsrecht met hun neefje en hun nichtjes
- Recht op antwoord - 2 september 2003 : een gedeeltelijk
gemiste kans inzake het omgangsrecht
- Moeder
mag kinderen sektegeloof niet inhameren
- Ouders terechtgewezen
- Omgangsregeling inzake kinderen (verslag
van een vergadering)
- Persmededeling inzake het seponeringsbeleid
klachten weigering bezoekrecht 1994
- Peter Prinsen over
omgang op TV3
|
| |
| |
|
|
|
 |
 |
|
| |
Nog steeds die weigering van het omgangsrecht en een nefast seponeringsbeleid bij klachten –
11-2-2009
Volksvertegenwoordigers blijven daarover vragen stellen aan de justitieminister
Omgangsrecht is een verworven recht op grond van een gerechtelijke uitspraak. De toepassing van dat recht wordt nagenoeg niet gewaarborgd door de gerechtelijke instanties. Als een ouder dat omgangsrecht niet toestaat en de andere ouder de toegang ontzegt tot zijn bloedeigen kinderen is dat een ernstig misdrijf. Dat leidt tot oudervervreemding.
De klachten van frustraties van het omgangsrecht worden door politie en staande magistratuur op grote school niet gehonoreerd. Niet-inwonende ouders vechten dan verbeten om toch toegang te krijgen tot hun kinderen. Bij procedures nemen de rechters in vele gevallen geen kordate houding aan tegenover frustrerende ouders. Oudervervreemding en ouderverstoting worden in die gevallen een feit. Straffeloosheid en rechtsonzekerheid halen het boven billijkheid en gerechtigheid.
Al meer dan twintig jaar stellen volksvertegenwoordigers vragen aan de bevoegde minister van Justitie. Telkens krijgen ze antwoorden maar geen toezegging van beleidsmaatregelen die de problematiek door de veelvuldige seponering door de parketten effectief aanpakt en oplost.
Zo blijven ouders verstoken van hun zorg en opvoedingsmogelijkheden voor hun kinderen.
Zo blijft de machtsongelijkheid tussen inwonende en niet-inwonende ouders gehandhaafd.
Het enige middel om die machtsgelijkheid tot stand te brengen is een dubbele domiciliëring van minderjarige kinderen bij scheiding van hun ouders bij elk van hen.
Wetsvoorstellen daarvoor zijn op dit ogenblik in de aanmaak.
Intussen blijft de oudervervreemding op grote schaal voortduren in dit land.
Wij zullen de parlementaire vertegenwoordigers van het volk blijven aansporen om dringende vragen rond die problematiek te stellen aan de minister van Justitie, tot die eindelijk effectief optreedt.
Een goed voorbeeld van een dergelijke parlementaire vraag is vraag nr. 10690 vanwege Volksvertegenwoordiger Carina Van Cauter.
Wij laten hier de tekst volgen van haar vraag en het antwoord van de minister.
"11/02/2009
* Vraag van mevrouw Carina Van Cauter aan de minister van Justitie over "de oudervervreemding
en de ouderontvoering" (nr. 10690)
Carina Van Cauter (Open Vld):
Bezoekregelingen worden vaak niet nageleefd. In de praktijk treden de parketten nauwelijks op tegen
schendingen van de regeling. Er worden wel proces-verbalen opgesteld, maar er wordt zelden
opgetreden. Effectieve straffen worden zelden uitgesproken en nog minder vaak uitgevoerd. Dit zorgt voor een gevoel van straffeloosheid bij de overtreders en van machteloosheid bij de slachtoffers.
Welke instructies worden er ter zake aan deparketten gegeven? Welke initiatieven zal de minister nemen om dit probleem op te lossen?
06.02 Minister Stefaan De Clerck (Nederlands): Ik verwijs naar het eerdere antwoord van mijn voorganger op vraag nr. 4990 van mevrouw Van Cauter.
Er zijn genoeg mogelijkheden op burgerlijk en op strafrechterlijk vlak. Ik denk aan dwangsommen. Een alternatief is strafbemiddeling. Ouders moeten trouwens niet wachten op een initiatief van het openbaar ministerie, zij kunnen ook zelf dagvaarden.
Belangrijk is dat we komen tot samenhang in de antwoorden die parketten geven op destructieve
gevallen, zowel voor de ouder die zijn kinderen niet meer ziet als voor de kinderen zelf. De noodzaak
van samenhang is dringend, aangezien België door het Hof voor de Rechten van de Mens veroordeeld
is voor een zaak met een moeder in België en een vader in Italië.
In oktober 2008 heeft mijn voorganger het College van procureurs-generaal gevraagd conclusies te trekken uit het arrest. Tot op heden heb ik echter de conclusies van hen niet. Dit punt is geagendeerd voor mijn eerstvolgende vergadering met het College. Sommige richtlijnen zullen van de procureurs-generaal uitgaan, waar het beleidsmatige keuzes betreft zullen ze mee of alleen getekend worden door de minister.
06.03 Carina Van Cauter (Open Vld): Ik ben mij bewust van alle mogelijke wegen, maar een
dwangsom betekent nog niet dat men ook de kinderen ziet. Ik dring erop aan dat de parketten zelf het initiatief nemen om te dagvaarden. Bovendien, wat betekenen straffen als die niet worden uitgevoerd? Ik wil dat de minister hier een prioriteit van maakt."
Doorzetten, Mevrouw de Volksvertegenwoordiger, blijf dat soort vragen stellen tot u het nefaste seponeringsbeleid bij weigering omgangsrecht kunt laten aanpakken en vooruitgang kunt bewerkstelligen in de gelijkwaardigheid tussen ouders en waarborgen kunt krijgen voor handhaving van de wettelijkheid in deze problematiek.
Ghislain Duchâteau
* Stuur een aanmoedigingsmailtje naar mevrouw Van Cauter: carina.vancauter@dekamer.be
|
|
 |
 |
 |
|
|
 |
 |
|
| |
De neutrale bezoekruimten in Vlaanderen
Blijvend in de belangstelling
staan de zogenaamde "neutrale bezoekruimten", waar doorgaans
vaders een mogelijk laatste kans verwerven om nog wat contact te
krijgen met hun jonge kinderen tijdens en na een woelige echtscheiding
waar veel moeders het niet zo nauw nemen met het nakomen van het
bij vonnis vastgelegd omgangsrecht. Sinds enkele jaren berusten die bezoekruimten onder het Vlaamse Ministerie voor Welzijn en worden van daaruit gesubsidieerd.
De belangrijkste informatie waarover een betrokken ouder moet beschikken vindt u hier:
Bezoekruimtes
Inleiding
De Vlaamse Gemeenschap erkende en subsidieert dertien bezoekruimtes. Ouders met recht op persoonlijk contact kunnen er - onder meer of minder intens toezicht - hun kind zien, als dit contact conflictueus verloopt of enige tijd onderbroken werd ingevolge spanningen tussen de verblijfouder en de bezoekouder (ex-partners). De bezoekruimtes proberen het ouder-kindcontact te herstellen. Het uiteindelijke doel is dat de verblijfouder en de bezoekouder afspraken maken over een omgangsregeling, die ze beiden zelfstandig respecteren. Of dat ze beiden vrede nemen met de bestaande situatie.
Opdrachten
De opdrachten van de bezoekruimtes staan omschreven in hun sectorprotocol.
Politieke actualiteit
Eind mei 2005 stelde de kinderrechtencommissaris het dossier "Kinderen en Scheiding" (pdf-formaat, 2386 kB) voor aan de pers.
Ze formuleerde hierbij aansluitend
een advies over de lange wachttijden bij de bezoekruimtes (Word-formaat, 53 kB).
Dit gaf aanleiding tot twee interpellaties en een vraag om uitleg (PDF-formaat, 153 kB) in de commissie Welzijn, Volksgezondheid en Gezin van 7 juni 2005.
In haar antwoord maakte de minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin duidelijk hoe ze de wachttijden wil aanpakken.
Op 22 juni 2005 nam het Vlaams parlement eenparig een
met redenen omklede motie aan over de wachttijden bij de bezoekruimtes (PDF-formaat, 232 kB).
Bron: http://www.wvg.vlaanderen.be/welzijnenjustitie/bezoekruimtes/index.htm
***
Een uitstekend overzicht
van de nu opgeloste problematiek rond de financiering biedt het artikel van Veerle Beel in De Standaard
van 20 juni 2003 onder de titel "Neutrale
bezoekruimten in het gedrang".
We laten
na de tekst van het artikel toch nog eigen klemmende commentaar
volgen.
Wie wil neutrale bezoekruimten betalen?
Welzijn wil raamoverkeenkomst, justitie zegt overleg
op
BRUSSEL -- De toekomst van de
neutrale bezoekruimten hangt aan een zijden draadje. De federale
minister van Justitie, die deze bezoekruimten voor kinderen van
en met hun gescheiden ouders tot nog toe geld toestopte, schuift
de verantwoordelijkheid door naar de gemeenschappen. 32 medewerkers
kregen hun vooropzeg.
Ik was al een paar keer stiekem aan de schoolpoort naar haar gaan
kijken. Dat is gevaarlijk. Als iemand je daarop betrapt, lijk je
verdacht. Ik had mijn dochtertje in jaren niet gezien. In het begin
ook niet gemist, maar na een tijdje grijp je almaar vaker naar die
foto's en groeit het verlangen om contact te krijgen.''
,,Mijn vriendin raadde me toen aan om contact te nemen
met Onder Dak. Zij kende die organisatie. Ik moest eerst een paar
keer gaan praten voor ze een contact met Roosje organiseerden. Dat
kon pas na toestemming van haar moeder. Die eerste keer, ach, vergeef
mij dat ik huil. Ik schrok ervan dat ze zo veranderd was. Ik pakte
haar vast, maar dat wilde ze niet. Roosje was een jaar of zeven.
Ik zei: ik ben uw papa. Ze begreep die zin wel, maar de betekenis
drong niet tot haar door. Bij het afscheid gaf ik haar een kus en
een kruisje. Ik vroeg of ik er ook eentje kreeg. Ook dat wilde ze
niet. Dat zijn elke keer harde klappen.''
Nu heeft R. een uitstekend contact met zijn dochter
en zijn ex. En dat heeft hij helemaal te danken aan de neutrale
bezoekruimte Onder Dak, uit Brugge, die zowel zijn dochter, hemzelf
als zijn ex begeleidde in het herstel van het contact tussen vader
en dochter.
,,Ze leerden mij hoe ik met haar kon spelen. Ze speelde
graag met een bord en krijtjes. Dan was ik de leerling. Daar leerde
ik uit dat ik naar haar moest luisteren. Ik had haar per slot een
hele tijd in de steek gelaten.''
,,Mijn ex en ik zijn in onmin uit elkaar gegaan. De
mensen van Onder Dak hebben ons enkele keren voor een gesprek bijeengebracht.
En achteraf nemen ze dat gesprek individueel met je door. Daar leer
je wat je fout doet, wat je allemaal fout hebt gedaan, en hoe het
beter kan. Je moet niet verwachten dat de breuk gelijmd wordt, maar
nu kunnen we tenminste weer met elkaar praten. En dat maakt mij
tot een betere vader. Want ik wil niet afwezig zijn. Ik wil een
band met dat kind.
''Zoals Onder Dak zijn er twaalf 'neutrale ontmoetingsruimten'
in Vlaanderen. Er zijn er ook in Brussel en Wallonië. Ze komen
tussen in problematische scheidingssituaties, waar het contact tussen
een kind en een van zijn ouders of andere familieleden verbroken
is. Per jaar komen er zo'n 2.000 kinderen in de bezoekruimten.
De meeste ouders of familieleden komen er op verwijzing
van rechters, bijvoorbeeld de jeugdrechter, de vrederechter of ook
van justitiehuizen. Een minderheid wordt door de correctionele rechtbank
per vonnis naar een bezoekruimte gestuurd. De federale minister
van Justitie, die de bezoekruimten toch nog toe op jaarlijks hernieuwbare
basis als bijzondere projecten subsidieerde, gaat daar nu mee stoppen.
32 medewerkers kregen hun vooropzeg, want per 1 oktober draait Justitie
de geldkraan dicht.
De bezoekruimten voelden de bui al hangen. Ze sloegen
anderhalve maand geleden alarm. Eind vorig jaar waren hun werkingsmiddelen
al verminderd, waardoor er wachtlijsten begonnen te ontstaan. Bovendien
hadden ze toen al vernomen dat de federale minister van Justitie,
Marc Verwilghen, de subsidiestroom wilde stopzetten in navolging
van een advies van de Raad van State, dat stelde dat de bezoekruimten
niet uitsluitend onder de paraplu van Justitie pasten.
Want mensen die zich spontaan bij een bezoekruimte
melden, of op advies van een hulpverlener in plaats van ten gevolge
van een vonnis, horen niet bij het gerecht thuis, maar bij welzijn.
En dat is een Vlaamse aangelegenheid. In mei was Agalev'ster Mieke
Vogels nog bevoegd, nu is dat partijgenote Adelheid Byttebier. En
die is niet bereid om de financiering van die ruimten zomaar over
te nemen.
,,Ten eerste hebben we het geld daarvoor niet'', zegt
de Vlaamse minister.
,,En als we het hadden, zouden we het nog niet kunnen
overnemen. Want de Raad van State spreekt duidelijk van een 'verstrengeling
van bevoegdheden'. We moeten die verantwoordelijkheid dus delen.
We hebben geen enkele decretale basis om de uitbetalingen op eigen
houtje te regelen.''
Welzijn heeft aangestuurd op een raamakkoord, maar
op de vierde vergadering liet Justitie weten dat ze niet meer kwamen,
omdat ze er eind september mee gingen stoppen, zegt Byttebiers woordvoerder
Peter-Jan Bogaert. ,,Nochtans heeft de federale ministerraad er
in april op aangedrongen dat de minister van Justitie een overeenkomst
met de gemeenschappen zou sluiten. Wij blijven daar vragende partij
voor.
''Justitie blijft erbij dat de ministerraad van 4
april de opdracht gaf om de subsidiëring van deze ontmoetingsruimten
door te schuiven naar de gewesten en gemeenschappen. En zolang dit
getouwtrek blijft duren, staan kinderen en ouders in de kou.
Onder meer de Gezinsbond noemde dat gisteren ,,onaanvaardbaar''.
Ook de Vlaamse kinderrechtencommissaris, Ankie Vandekerckhove, betreurt
dat kinderen het slachtoffer worden van ,,een zoveelste bevoegheidsconflict''
tussen federale en gemeenschapsregeringen.
R. heeft nu een vlotte en soepele bezoekregeling met
zijn dochter. ,,Als ik afgesproken heb voor een zaterdag, maar ik
moet die dag toch werken, dan vindt mijn ex het goed dat ik Roosje
op een zondag meeneem. Ik heb per slot als zelfstandige een druk
leven. Maar ik ben ook lid van een schildersatelier en ik heb onlangs
een schilderij van mijn dochter gemaakt. Uit dankbaarheid jegens
allebei. Omdat ik weer een beetje vader mag zijn, en omdat ik weet
dat mijn ex heel goed voor ons dochtertje zorgt.''
Woordvoerder Willy Vleugels van de neutrale bezoekruimten
drong er gisteravond nog eens op aan dat de beide overheden gezamenlijk
tot een oplossing zouden komen. ,,Welke oplossing maakt ons eigenlijk
niet uit. Als de werking maar niet in het gedrang komt. Dat kunnen
we niet maken ten aanzien van de ouders en kinderen die op onze
wachtlijsten staan.''
Veerle Beel
20juni 2003
©Copyright De Standaard
Commentaar :
Veerle Beel brengt een goed gedocumenteerd
overzicht van de problematiek. Ze doorspekt haar verhaal wel met
aanhalingen van uitspraken van vaders die allemaal positieve ervaringen
hebben met de neutrale bezoekruimten. Zo wordt het geheel een wel
bijzonder rooskleurig verhaal. De werkelijkheid echter is dat veel
minder. Een aantal vaders weigeren hun kinderen te gaan zien gedurende
een uurtje of wat meer per maand in een kleine besloten ruimte en
onder toezicht. Zij vinden het - en dat is in vele gevallen terecht
- mensonwaardig dat ze op een dergelijke manier het laatste restantje
van hun vaderschap moeten beleven. Voor andere vaders is het een
ultieme strohalm om zich aan vast te klampen om nog een heel klein
stukje contact te hebben met hun kinderen die van hen vervreemd
zijn of dreigen volledig achter de horizon te verdwijnen.
De huidige mediaverslaggeving verzwijgt
totaal dat het probleem van de omgang van kinderen met hun gescheiden
ouders een veel ruimere dimensie heeft. Vanwaar dan die omvang van
de problematiek van de contacten van kinderen met hun niet-uitwonende
ouders - meestal nog steeds in overgrote mate de vaders ? De omgang
is in België wettelijk geregeld en wordt vastgelegd in vonnissen
van rechtbanken. De wettelijke regeling is geslachtsneutraal, maar
in de toepassing daarvan in de vonnissen zien we nog steeds een
eindeloze bevoordeling van de moeders bij wie de kinderen officieel
blijven woning na scheiding, die de kinderbijslagen optrekken, die
genieten van onderhoudsgelden voor de kinderen. De wet van 13-4-1995
op de gezamenlijke uitoefening van het ouderlijk gezag waar het
co-ouderschap het principe van de wet is, wordt door de rechtbanken
veelal nog zo geïnterpreteerd dat de vader meestal bedeeld
wordt met het beleven van een weekend-vaderschap. In oneindig vele
gevallen wordt dat dan nog door de moeders geboycot en hoewel dat
strafbaar is worden de klachten wegens de frustratie van het omgangsrecht
voor meer dan 95 % geseponeerd, zodat de vervreemding van hun kinderen
voor de hand ligt. Die problematiek van de omgangsregeling is veel
meer dan die strohalm van de neutrale bezoekruimten ; het is een
structureel probleem waarbij de parketten die de vonnissen moeten
handhaven voor het grootste gedeelte in gebreke blijven. Daardoor
ontstaat voor vaders rechtsonzekerheid. De bezoekruimten kunnen
daar maar heel sporadisch wat aan doen.
De politici hebben in 2005 en 2006 goed werk geleverd met de wet op het verblijfscoöuderschap "WET tot het bevoorrechten van een gelijkmatig verdeelde huisvesting van het kind van wie de ouders gescheiden zijn en tot regeling van de gedwongen tenuitvoerlegging inzake huisvesting van het kind"
Die wet is van toepassing vanaf 14 september 2006. Zij hebben aan het ouderlijk gezag en zijn toepassing structureel heel wat verbetering aangebracht, zodat de frustratie van de omgang van kinderen met hun niet-inwonende ouder fundamenteel kan worden aangepakt. Of de smeuïge verhalen daarmee verdwijnen van vaders die een appartement op hoogte huren bij de school van hun kinderen om vanuit het venster een glimp op te vangen van hun spruiten als ze op de speelplaats komen, valt wel erg te betwijfelen.
In de toepassing van de wetgeving zouden de rechters effectief gelijkwaardig
ouderschap moeten nastreven. In de uitvoering van de vonnissen
met betrekking tot de omgangsregeling zouden de
procureurs kordaat en meteen de weigering van het omgangsrecht moeten
bestrijden door de vonnissen in dat
opzicht consequent te doen toepassen.
Dat zou de neutrale bezoekruimten op de duur volslagen overbodig
moeten maken. Wij miskennen daarmee nu het bestaansrecht niet en het
nut van neutrale bezoekruimten als die op een doeltreffende manier functioneren.
Ghislain Duchâteau
|
|
 |
 |
 |
|
|
|
|
 |
 |
|
| |
Het verhaal van Els
Wel, ik begrijp niet hoe twee mensen, die ooit samen één of meer kindjes gewild hebben bij een scheiding ineens vergeten dat ze met hun twee hiervoor gekozen hebben.
Zelf ben ik bijna drie jaar geleden gescheiden. Mijn ex en ik hebben ondanks het feit dat een van de twee in de fout is gegaan, nooit, maar dan ook nooit moeilijk gedaan over het omgangsrecht met de kinderen. Van in het begin was het voor ons duidelijk dat we apart van elkaar beiden voor de kindjes bleven zorgen. Nooit is het in mij opgekomen mijn kinderen hun papa te ontzeggen.
De ene week slapen de kindjes bij mij, komt hun papa ze ’s ochtends bij me halen en blijven ze ’s middags bij hem eten. De andere week slapen ze bij hem, ga ik ze ’s ochtends halen en blijven ze ’s middags bij mij eten.
Mijn kinderen hebben niet één thuis, maar twee warme nesten, waar ze heel veel liefde krijgen, zelfs van onze respectieve nieuwe partners, die de kindjes “zorgpapa en zorgmama” noemen. Mijn zoon en dochter hebben nu bij mij twee speelzussen en één speelbroer en bij hun papa nog een speelzus en een speelbroer en dat werkt perfect.
Dat klinkt allemaal heel mooi, maar daar is heel veel geduld van de twee exen voor nodig geweest. In de allereerste plaats hebben wij elkaar als partner, zelfs als vrienden losgelaten en hebben wij alleen een enorm wederzijds respect voor elkaar als ouder overgehouden. Zelfs als er eens een woord valt, gebeurt dat nooit wanneer de kinderen het horen. Alle kosten worden perfect in twee gedeeld, alle fiscale voordelen ook.
Op die manier hebben wij allebei binnen het jaar onze echtscheiding verwerkt en ons opengesteld voor een nieuwe relatie. Allebei hebben we geleerd uit onze fouten en allebei zijn we stukken gelukkiger nu. Dat dit enorm in het voordeel is van onze kinderen moet ik ongetwijfeld niet zeggen.
Volwassenen zijn in staat om te relativeren, te vergeven en naar de toekomst te kijken, kinderen niet. Wat de reden ook is, waardoor het tussen twee volwassenen niet meer lukt, een kind houdt altijd onvoorwaardelijk van zijn beide ouders. Enkel door manipulatie of vervreemding door toedoen van één van de ouders kan dat natuurlijke gevoelen verdwijnen of ernstig verstoord worden.
Kinderen hebben recht op hun beide ouders en ouders hebben evenveel recht op omgang met hun kinderen.
Een kind laten opgroeien met gescheiden ouders, in bilocatieregeling, met zorgmama’s, zorgpapa’s, speelbroers en speelzussen is niet gemakkelijk, maar het kan. Wij bewijzen het al bijna drie jaar.
Els
Bron: Nieuwsbrief Steunpunt Blijvend Ouderschap 12e Jg. nr. 62 - mei 2007
|
|
 |
 |
 |
|
|
 |
 |
|
| |
"Omgangsrecht weigeren is zonder meer crimineel"
Voormalig volksvertegenwoordiger nu senator Martine Taelman in een merkwaardig interview in De Standaard van woensdag 9 februari 2005
,,Omgangsrecht weigeren is zonder meer crimineel''
VLD-kamerlid Martine Taelman over hervorming echtscheiding
Van onze redactrice
GROBBENDONK - ,,Een kind moet altijd beide ouders kunnen blijven zien. Omgangsrecht weigeren kan niet. Het is zelfs crimineel. Vanuit de overheid moeten we daarop wijzen'', zegt voormalig VLD-kamerlid Martine Taelman.
DE commissie-Familierecht, waar Taelman lid van is, buigt zich al enkele weken over een hervorming van het echtscheidingsrecht. Dringendst daarbij - dat merken de kamerleden aan hun mails - is het omgangsrecht. ,,Een kind moet altijd zijn beide ouders blijven zien. Hoeveel ruzie die ook onderling maken, of zelfs als een ander vindt dat het om een slechte moeder of vader gaat. De 50.000 klachten per jaar over het niet-naleven van het omgangsrecht vormen slechts het topje van de ijsberg'', zegt Taelman.
,,Kinderen worden heel snel ingezet als wapen in de eigen strijd. Rechterlijke beslissingen worden niet uitgevoerd, met allerlei argumenten: het kind wil niet, het is ziek, je kan er niet goed voor zorgen De overheid moet ervoor zorgen dat haar beslissingen worden gerespecteerd, maar de parketten maken van omgangsrecht geen prioriteit en vervolgen nauwelijks. Daar moeten we vanuit de politiek over nadenken.''
- Een kind is niet gebaat met een ouder die naar de gevangenis moet. Wat stelt u voor als sanctie?
Je kan je inderdaad afvragen of een celstraf in het belang van het kind is, maar voor extreme gevallen moet je een stok achter de deur hebben. Nu hebben veel moeders het gevoel: vader heeft toch al tien keer een klacht ingediend en er gebeurt niets. Eigenlijk geef je daarmee het signaal: het is niet erg, dit is geen misdrijf.
Mijn wetsvoorstel maakt de omkering van het verblijfsrecht mogelijk als er binnen een korte periode - je moet altijd op heel korte termijn handelen - twee klachten zijn. Als rechters daar enkele keren toe overgaan, dan denken moeders wel na.
- Helpen dwangsommen?
Ieder geval is anders. De ene kan je overtuigen met een dwangsom, de ander met een strafrechterlijke aanpak, een derde met het omkeren van het verblijfsrecht. Daarom moeten al die mogelijkheden in de wet.
Het probleem met dwangsommen is dat je ze moeilijk vooraf kan vastleggen, omdat er op dat moment nog geen aanduidingen zijn dat het omgangsrecht niet gerespecteerd zal worden. Sommige rechters weigeren ook een dwangsom op te leggen, zonder hoofdvordering. Bovendien is het bedrag beperkt beslagbaar. Sommigen betalen het met de glimlach, waardoor het geen dwangmiddel meer vormt. Daarom zou de som volledig beslagbaar moeten worden - en in elk geval groter dan het onderhoudsgeld dat betaald moet worden.
Het voorontwerp van de minister van Justitie, Laurette Onkelinx (PS), heeft het ook over het onder dwang terughalen van kinderen. Dat is controversieel. De deurwaarders, die het moeten uitvoeren, zijn er geen vragende partij voor. Psychiaters wijzen erop dat je kinderen trauma's bezorgt. Magistraten zeggen dan weer dat een overheid ervoor moet zorgen dat haar beslissingen worden uitgevoerd: in uitzonderlijke gevallen kan het voor hen.
- Het wetsontwerp-Onkelinx gaat uit van het principe van bilocatie - afwisselend verblijf bij de ouders. Hoe staat u daartegenover?
Het is een goede zaak dat beide ouders verantwoordelijkheid nemen. Door dit principe in de wet te zetten, geef je de rechters veel meer dan vandaag het signaal dat beide ouders gelijkwaardig zijn. Nu grijpen rechters soms automatisch naar wat de gebruikelijke regeling heet: verblijf bij de moeder en om de veertien dagen een weekend bij de vader. Die reflex moeten we doorbreken.
Tegelijk moeten de rechters instrumenten krijgen waardoor ze het niet verlenen van bilocatie niet hoeven te motiveren in termen van de ene ouder is ,,beter'' dan de andere. Bilocatie lukt maar onder een aantal voorwaarden: de afstand tussen de woonplaats van de ouders, de materiële mogelijkheden, leeftijden ook. Afwisselend verblijf is minder aangewezen bij baby's. Ook jongeren van een jaar of veertien hebben vaak op één plaats een sociaal leven en veranderen niet graag van week tot week. Daarnaast geven de psychiaters aan dat er een minimum gespreksbereidheid moet bestaan tussen de ouders. Ze moeten geen vrienden zijn, maar ze moeten vrij neutraal over de kinderen kunnen praten. Ik hoop dat we die criteria in de wet kunnen inschrijven.
HOE KAN DE POLITIEK SITUATIES OPLOSSEN ALS OUDERS AL NIET MET ELKAAR KUNNEN PRATEN?
Men vraagt van de politiek: los dit nu eens op. Maar hoe kunnen wij de situatie oplossen als beide ouders al niet in het belang van het kind met elkaar kunnen praten? Als beide ouders redelijk zijn, zouden ze elkaar zelf meer dan de gewone regeling toestaan. En als een kind oud genoeg wordt, geeft het zelf wel aan waar het wil verblijven.
- Wat vindt u van het voorstel van uw SP.A-collega Guy Swennen om scheiden met onderlinge toestemming (EOT) fiscaal te belonen?
Fiscaal belonen, daar kan ik op zich niet tegen zijn, alleen moet je met EOT's geweldig opletten. Met een EOT moet je zelf over alles een akkoord bereiken: de kinderen, de financiën, tot de stoel waarop je zit. Mensen schatten dikwijls de consequenties niet in van waartoe ze zich verbinden. De termijn van de echtscheiding - vier, vijf maanden - is te kort om te beseffen wat de financiële en andere engagementen inhouden. Jeugdrechters zien veel mensen na een of twee jaar EOT opnieuw verschijnen, omdat er te veel onderhoudsgeld betaald wordt, of omdat de regeling voor de kinderen niet haalbaar blijkt.
Ik pleit er niet voor om aan het systeem van EOT te sleutelen, zeker niet zolang de echtscheiding zonder schuld er nog niet is, maar er nog eens incentives voor geven, is geen prioriteit.
Daarom is het goed dat de echtscheiding zonder schuld er komt. Dan hoeven ex-partners het niet persoonlijk emotioneel te spelen - wie draagt de schuld? - terwijl ze het oordeel over een aantal materiële zaken toch aan de rechtbank kunnen overlaten.
09/02/2005 Anja Otte
Interview de la Députée Martine Taelman
parue dans “De Standaard” (Belgique) le 9-2-2005
Traduction Française : Philippe Maillard (Brésil)
,,Refuser le Droit de visite est tout simplement criminel''
Martine Taelman, Membre pour le VLD de la Commission Droit de la Famille à la Chambre des Représentants, au sujet de la réforme des lois du divorce
De notre rédactrice
GROBBENDONK - ,,Un enfant doit toujours pouvoir rester en contact avec ses deux parents. Refuser le droit de visite n’est pas acceptable. C’est même criminel. De la part des Pouvoirs Publics nous devons le montrer », déclare le membre VLD à la Chambre, Martine Taelman.
La Commission “Droit de la Famille” où siège Taelman, se penche depuis quelques semaines sur une réforme du droit du divorce. Le point majeur étant le droit de visite, comme les membres de la Chambre peuvent le constater par les mails qu’ils reçoivent. ,,Un enfant doit toujours pouvoir rester en contact avec ses deux parents. Quelles que soient leurs disputes, même s’il sont ce que certains dénomment mauvaise mère ou mauvais père. Les 50.000 plaintes enregistrées par an pour non respect du droit de visite n’en sont que la pointe de l’iceberg'', nous dit Taelman.
,,Les enfants, très vite, sont utilisés comme armes dans la guerre que se livrent les parents. Les décisions judiciaires ne sont pas respectées et ce, sous une multitude d’arguments : l’enfant ne veut pas, l’enfant est malade, tu ne peux pas t’en occuper convenablement. Les Pouvoirs Publics doivent se préoccuper du fait que leurs décisions soient respectées, mais les Parquets n’attribuent pas de priorité au droit de visite et ne poursuivent que rarement. Notre devoir, comme Politiques, est d’être attentifs à cela''
- Un enfant n’est pas avantagé par un parent qui doit aller en prison. Quelle sanction proposez-vous ?
Il faut en effet admettre qu’une peine de prison ne va pas dans le sens de l’intérêt de l’enfant, mais pour des cas extrêmes, il faut avoir un bâton derrière la porte. Beaucoup de mères ont maintenant le sentiment suivant : le père a introduit des dizaines de fois des plaintes et rien ne se passe. De la sorte, vous donnez le signal : ce n’est pas grave, ce n’est pas un délit.
Ma proposition de loi rend l’inversion de la garde possible dès le moment où, sur une courte période – il faut toujours agir à très court terme – deux plaintes sont enregistrées. Quand les juges auront appliqué cela quelques fois, les mères se mettront à penser.
- Des astreintes peuvent aider ?
Chaque cas est différent. D’une part l’on peut appliquer une amende financière, d’autre part une approche criminelle, une troisième possibilité est l’inversion de la garde. C’est pourquoi toutes ces possibilités doivent être inclues dans la loi.
Le problème posé par les amendes financières est qu’il est difficile de les consigner d’avance car à ce moment, il n’est pas démontré que le droit de visite ne sera pas respecté. Certains juges refusent d’infliger une amende financière, sans action principale introduite. De surcroît, le montant est à peine saisissable. Certains la payent avec le sourire, dès lors que le paiement ne constitue plus un moyen coërcitif. C’est pourquoi la somme devrait être complètement saisissable, et de toute manière supérieure à la pension alimentaire qui doit être payée.
L’avant-projet de la Ministre de la Justice, Laurette Onkelinx (PS), envisage également la reprise forcée d’enfant. Ce sujet est controversé. Les huissiers de justice, chargés de la faire exécuter, ne sont pas demandeurs. Les psychiatres attirent l’attention qu’il faut préserver les enfants de traumatismes. Les magistrats répètent que ce sont les Pouvoirs Publics qui doivent s’enquérir du fait que leurs décisions soient respectées : en quelques cas exceptionnels, la reprise d’enfant doit pouvoir être possible.
- Le projet de loi-Onkelinx part du principe de la bi-polarité – l’hébergement alterné. Quelle est votre position à cet égard ?
C’est une excellente chose que les deux parents soient rendus responsables. En introduisant ce principe dans la loi, vous donnez le signal aux juges – bien plus qu’aujourd’hui – que les deux parents sont sur un pied d’égalité. Aujourd’hui, les juges s’accomodent souvent du règlement classique : domicile chez la mère et un week-end toutes les deux semaines chez le père. Nous devons rompre ce réflexe.
En même temps, les juges doivent recevoir des outils par lesquels ils ne doivent pas motiver l’hébergement alterné dans des termes indiquant qu’un des parents est “meilleur” que l’autre. L’hébergement alterné fonctionne sous un certain nombre de conditions : l’éloignement des domiciles respectifs des parents, les possibilités matérielles, leurs âges. L’hébergement alterné est moins conseillé pour de petits bébés. De même, les enfants d’environ 14 ans ont souvent une vie sociale en un seul lieu et n’acceptent pas toujours le changement de semaine en semaine. De plus, les psychiatres ajoutent qu’il doit y avoir un minimum de disposition à converser entre les parents. Ils ne doivent pas être amis, mais ils doivent pouvoir parler librement au sujet des enfants. J’espère que nous pourrons inclure ces critères dans la loi.
COMMENT EST-CE QUE LES POLITIQUES PEUVENT RESOUDRE CES SITUATIONS OU LES DEUX PARENTS NE REUSSISSENT PAS A SE PARLER?
On demande au Politique : réglez cela une fois pour toutes. Mais comment pouvons-nous résoudre cette situation quand les deux parents ne peuvent pas se parler au sujet de l’intérêt de l’enfant ? Quand les deux parents sont raisonnables, il devrait pouvoir leur être permis de régler eux-mêmes plus que les règles classiques. Et quand l’enfant devient plus âgé, il dit bien lui-même où il veut résider.
- Que pensez-vous de la proposition de votre collègue SP Guy Swennen de récompenser fiscalement le consentement mutuel ?
Récompenser fiscalement, je n’y suis pas opposée en tant que tel, mais avec le consentement mutuel il faut que l’on soit extrêmement attentif. Le consentement mutuel doit atteindre un accord sur tout : les enfants, les finances, jusqu’à la chaise sur laquelle vous êtes assis. Souvent, les gens n’estiment pas les conséquences de ce à quoi ils s’engagent. Le délai d’un divorce – quatre, cinq mois – est trop court pour prendre conscience de ce que les engagements financiers et autres englobent. Les juges de la jeunesse voient beaucoup de personnes revenir après un délai d’un an ou deux pour revoir les accords basés sur le consentement mutuel, car le montant de la pension s’avère trop élevé, ou parce que les accords concernant les enfants ne semblent plus tenables.
Je ne plaide pas en faveur de toucher au système du consentement mutuel, certainement pas tant que le divorce sans faute n’est pas établi, mais encourager d’y toucher n’est pas une priorité.
C’est pourquoi il est positif que le divorce sans faute soit réalisé. Alors les ex-partenaires ne doivent pas s’impliquer émotionnellement – à qui la faute ? – et ils peuvent quand même s’en remettre au verdict du tribunal pour un certain nombre de points matériels.
09/02/2005 Anja Otte
Interview with the MP Martine Taelman
which appeared in “De Standaard” (Belgium) 9 Feb 05
[translation from French by Julian Fitzgerald]
“Refusing access rights is quite simply criminal”
Martine Taelman, Member of VLD in the Family Rights Commission of the Chamber of Representatives, on the subject of divorce law reform
From our Editor
GROBBENDONK: “A child must always be able to stay in contact with both parents. Refusing contact rights is not acceptable. It is even criminal. On behalf of the Public Authorities, we must show this”, declares the Member of the VLD in the House, Martine Taelman.
The “Family Rights” Commission, on which Taelman sits, is concentrating since a few weeks ago on reform of the law on divorce. The major point being the right of contact, as the members can recognise from the correspondence they receive. “A child must always be able to stay in contact with both parents. Whatever their disputes, even if they are what certain people describe as a bad mother or a bad father. The 50,000 complaints registered each year, in regard to failure to respect visiting rights are just the tip of the iceberg'', Taelman tells us.
”Children are being used very quickly as arms in the battle between their parents. Legal decisions are not respected and this, with a multitude of arguments: the child doesn’t want it, the child is ill, you can’t look after the child properly. The public authorities must be concerned that their decisions will be respected, but courts do not give priority to contact rights and very rarely pursue them. Our duty, as politicians, is to be attentive to this”
- A child gains no advantage from having a parent sent to prison. What sanction do you propose?
It is true that one must admit that a prison term is not in the interests of the child, but in extreme cases, there needs to be a stick behind the door. Many mothers now have the following impression: the father has made dozens of complaints and nothing has happened. In this way, you give the signal: this isn’t serious, it’s not a crime.
My law proposal makes it possible to swap residence from the moment when, at very short notice – one must always act quickly – two complaints are registered. When judges have applied this a few times, mothers will start to think about it.
- Can fines help?
Each case is different. One possibility is to apply a financial penalty, another, a criminal one, a third is to transfer residence. This is why all three possibilities should be included in the law.
The problem posed by financial penalties is that it is difficult to impose them in advance, as at the time, the future failure to respect visiting rights is not demonstrated. Certain judges refuse to inflict a financial penalty without a primary case being made. Moreover, it is difficult to ensure payment. Some will pay with a smile, at which point the payment no longer constitutes a constraint. This is also why the sum should be recoverable in full, and in any case represent a greater value than the maintenance payment that is expected.
The Draft Bill of the Justice Minister, Laurette Onkelinx (PS), also envisages getting children back by forcible means. This subject is controversial. Bailiffs, who are charged with executing such measures, are not Applicants. Psychiatrists draw attention to the fact that one must protect children from trauma. Magistrates will still repeat that the public authorities must be concerned that their decisions are respected: in certain exceptional cases, recuperation of a child must be possible.
- The Onkelinx Bill departs from the principle of bipolarity – alternate residence. What is your position in respect of this?
It is an excellent thing that both parents are made responsible. By introducing this principle into the law, you give the signal to judges – far more than today – that both parents are on an equal footing. Today, judges often fall into the classic pattern: residence with the mother and once every two weekends with the father. We must break this reflex.
At the same time, judges must receive the tools which allow them to avoid alternate residence on terms which indicate that one of the parents is “better” than the other. Alternate residence functions under certain conditions: distance between homes, parental means, children’s ages. Alternate residence is less advisable for young babies. Equally, children of around fourteen years of age often have a social life in only one place and do not always accept changes from week to week. Moreover, psychiatrists add that there must be a minimum disposition on the part of parents to converse. They don’t have to be friends, but they must be able to speak to each other freely on matters concerning the children. I hope that we can include such criteria in the law.
HOW CAN POLITICIANS RESOLVE THESE SITUATIONS WHERE THE TWO PARENTS DO NOT MANAGE TOT SPEAK TO EACH OTHER?
One asks of the politician, get this sorted once and for all. But how can we resolve this situation when the two parents cannot speak to each other on the subject of the interests of the child? When the two parents are reasonable, they should be allowed to sort out for themselves the standard rules of conduct. And when the child becomes older, he says for himself where he wants to reside.
- What do you think of the proposal of your SP colleague, Guy Swennen, of fiscal compensation for mutual consent [clean break settlements]?
Fiscal compensation, I am not opposed to it as such, but with mutual consent one must be extremely careful. Mutual consent must be achieved for everything: the children, the finances, right up to the chair you are sitting on. Often people do not realise the consequences of their undertakings. The period over which a divorce takes place – four, five months – is too short to realise what these financial and other commitments cover. Children’s matters judges see many people coming back after one year or two to review the agreements made under mutual consent, because the maintenance is too high, or because the agreements over the children no longer seem acceptable.
I am here to make a plea in favour of altering the system of mutual consent, certainly not whilst no-fault divorce is not established, but to alter it is not a priority.
This is why the realisation of no-fault divorce should be viewed positively. In this way partners do not have to become emotionally involved – who is at fault? – and they can still defer to the decisions of the court on a certain number of substantive points.
09/02/2005 Anja Otte
|
|
 |
 |
 |
|
|
 |
 |
|
| |
De Limburgse vrederechters en co-ouderschap sinds de wet van 18 juli 2006
-
-
23/5/2007
Bron: TV-Limburg
Sinds de invoering van de nieuwe wet rond co-ouderschap van toepassing sinds 14 september 2006 stellen 93% van de Limburgse vrederechters vast dat het aantal zaken waarin co-ouderschap wordt vastgelegd niet is gestegen. Dat blijkt uit een enquête bij alle Limburgse vrederechters in opdracht van het Centrum voor Advies, Bemiddeling en Begeleiding Hasselt (CABB). Door de nieuwe wet kunnen zowel de rechten, als de tijd dat het kind doorbrengt bij elk van de ouders evenwichtig verdeeld worden. De voogdij na een echtscheiding blijft dan bij beide partners.
Klik hier voor de videoreportage
- De enquête is opgenomen in de nieuwe brochure "Gezags- en verblijfsco-ouderschap in de praktijk" door Dave Princen, stagiair Rechtspraktijk.
De brochure is gratis te verkrijgen bij het
CABB - Maastrichterstraat 19/1 - 3500 Hasselt
Tel.: 011 22 98 04
E-mail: cabb@telenet.be
(brochure bij voorkeur via e-mail te bestellen met opgave van je adres)
Website: http://www.echtscheidingsbemiddeling.org
-
|
|
 |
 |
 |
|
|
 |
 |
|
| |
Als ouders gaan scheiden. Bilocatie als kans? Visietekst van de vzw Bemiddeling
ALS OUDERS GAAN SCHEIDEN. BILOCATIE ALS KANS?
Visie van de vereniging Bemiddeling vzw.
n.a.v. de studiedag van woensdag 29 november 2006
Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen - Hamoirlaan 136 - 1030 Brussel
rond 'Verschillende visies op bilocatie of verblijfsco-ouderschap vanuit de praktijk.'
Wanneer ouders bij een scheiding conflicten hebben, dan heeft dat vaak grote gevolgen voor de ontwikkeling van de kinderen. Om dat te voorkomen is het belangrijk dat ouders verantwoordelijkheid nemen en goede afspraken maken over de kinderen. Bemiddeling kan hierbij helpen, niet alleen als methode, maar ook als structurele omkadering vanuit en met een duidelijke visie op bemiddeling als emancipatorisch, ontwikkelingsgericht, contextueel-relationeel, toekomstgericht en innovatief proces (cfr. Visietekst op bemiddeling van de vereniging te vinden op de site)
Familie- en jeugdrecht kennen het probleem dat ouders kunnen belanden in een conflictspiraal om de zeggenschap over of de omgang met de kinderen. Over dit probleem wordt nu gelukkig vanuit fundamentele principes nagedacht, vanuit een meta-denken, vanuit een bovenpositie, en niet langer vanuit de ‘goede bedoelingen’., en los van juridische, psychologische en opvoedkundige connotaties. Nieuwe benaderingen in de psychologie en de therapie brengen nieuwe en bredere inzichten. De problematiek van ontwrichte levens waarin echtscheiding ernstige gevolgen blijkt te hebben voor het welzijn en functioneren van ex-partners en hun kinderen wordt maatschappelijk als onaanvaardbaar gezien, getuige de stroom van overheidsinitiatieven gericht op verbetering van deze situatie. Vorig jaar was er de wet op bemiddeling. Vandaag ligt de wet op de bilocatieregeling voor.
Het belang bij het aanreiken van oplossingen voor het (conflictspiraal-)probleem lijkt (voor de wetgever) duidelijk te liggen bij het intact laten van de partijautonomie als cybernetisch principe. ‘Cyber’ staat voor ‘cybernetisch’, ofwel de wetenschap van zelfsturende systemen (samenwerkingsvormen waarin zelfsturing, eigen verantwoordelijkheid en ‘checks and balances’ centraal staan). Gezien vanuit de visie op bemiddeling kan dit alleen maar worden toegejuicht. Bilocatie, of de gelijkmatig verdeelde huisvesting, wordt duidelijk als ‘kans’ (door de wetgever) neergezet. De kans ligt erin dat partijen zelf en met elkaar een regeling treffen. Hierin ligt duidelijk het bemiddelingsprincipe, met het openbaar ministerie als bewaker van het geheel (over de partijautonomie en het belang van de kinderen).
I. Kans of principe ?
De wet op het verblijfs-co-ouderschap werkt duidelijk ondersteunend en uitnodigend. De wet maakt het voor de ouders mogelijk, creëert de ruimte, om als ouder verantwoordelijkheid op te nemen bij het vinden van een oplossing, bij het invullen van het voortzetten van het ouderschap. Er wordt de ouders een kans geboden
verantwoordelijkheid en zelfsturing op te nemen door het overleggen van een eigen invulling, het vinden van een eigen model voor hun probleem.
De wet voorziet immers als uitgangspunt dat bij akkoord van de ouders over een huisvestingsregeling – behoudens de strijdigheid met het belang van het kind – de rechter dit akkoord homologeert.
Op die manier geformuleerd wordt een gelijkmatig verdeelde huisvesting niet als principe geponeerd, maar als een directe en duidelijke kans die aan de ouders wordt gelaten tot gesprek, overleg en bemiddeling. De kans dat partijen zelf en met elkaar een regeling treffen. Echtscheiding ontbindt weliswaar het partnerschap, maar het ouderschap loopt verder. Ouders moeten de mogelijkheid worden gelaten met elkaar het ouderschap blijvend op te nemen. Die mogelijkheid die ouders wordt gelaten dit engagement op te nemen is een duidelijke ‘kans’ die via de nieuwe wet nu een publiek karakter heeft gekregen.
Pas bij gebrek aan akkoord tussen de ouders, onderzoekt de rechter op vraag van minstens één van de ouders bij voorrang de mogelijkheid om de huisvesting van het kind op een gelijkmatige manier tussen de ouders vast te leggen. De rechter kan vervolgens beslissen tot een gelijk of ongelijk verdeeld verblijf, waaruit volgt dat een verblijfs-co-ouderschap niet automatisch als uitgangspunt zal gelden. Een afwijkende regeling, anders dan het gelijkmatig verdeelde verblijf blijft mogelijk. De wetgever vertrekt duidelijk van het principe van een gelijkwaardig ouderschap, waarbij ouders de vorm kunnen kiezen met een voorkeur voor verblijfs-co-ouderschap wanneer één van de ouders dit wenst, zonder dat verblijfs-co-ouderschap automatisch de regel wordt.
II. Maatschappelijke gewijzigde opvatting
Het (voornoemde) gelijkwaardig ouderschap als principe en model is een duidelijk antwoord op de maatschappelijk onverantwoorde conflictspiraal . Het model wordt een expliciet signaal van en voor de samenleving, over hoe ouderschap na scheiding vorm kan worden gegeven vanuit het belang van beide ouders en van de kinderen.
Het wetgevende werk is de weergave van een visie die op een bepaald tijdstip in grote mate gedragen wordt door de meerderheid van de samenleving. De wetgever gaat er thans van uit dat de ouders allebei in gelijke mate de opvoeders zijn en dat ze in gelijke mate de zorg voor de opvoeding van hun kinderen dienen op te nemen, ook na een scheiding. Een duidelijk gewijzigde maatschappelijke opvatting ligt hieraan ten grondslag. Gedaan met de negatieve vooringenomenheid ten aanzien van de vaders, die ook een voor het kind zeer belangrijke rol moeten spelen opdat het zich harmonisch en volledig zou kunnen ontwikkelen. Hiertoe moet elk van de ouders verantwoordelijkheid en zorg opnemen bij de opvoeding van de kinderen, vertrekkend vanuit de behoeften van het kind, een geloof in zijn eigen mogelijkheden en in deze van de andere ouder.
Ook de bemiddelaar als exponent van de huidige samenleving deelt deze visie van de waarde van gelijkwaardig ouderschap en erkent het evenwaardige ouderschap als uitgangsprincipe zolang zijn cliënten het niet over iets anders eens zijn.
De wet stimuleert deze maatschappelijke verandering. Uiteraard zal het tijd vragen om de gewijzigde maatschappelijke opvatting doorstroming en ingang te laten vinden in alle lagen van de maatschappij. Bemiddelaars kunnen ouders hierbij helpen om die mogelijkheid van verblijfs-co-ouderschap grondig te overwegen en desgewenst praktisch uit te werken.
III. Principes en visie
Ouderschapsbemiddeling biedt ouders een forum om over hun ouderschap met elkaar te praten, om de reorganisatie van hun ouderschap binnen een nieuwe context (van scheiding) vorm te geven en elkaars ouderschap te erkennen.
Structureel omkaderd vanuit het aanbod van bemiddeling, wordt het verblijfs-co-ouderschap gedragen en gekenmerkt door een aantal (sturende) bemiddelingsprincipes, te weten:
- het principe van gelijkwaardig ouderschap
- het principe van zelfbeschikking
- het principe van belang van het kind (en ouders)
- het principe van maatwerk
- het principe van gelijkwaardig ouderschap
Echtscheiding ontbindt het partnerschap, het ouderschap loopt verder. Verblijfs-co-ouderschap gaat uit van een visie van evenwaardig ouderschap. Ouders zijn allebei in gelijke mate de opvoeders en dienen in gelijke mate de zorg voor de opvoeding van hun kinderen op te nemen.
Het principe van gelijkwaardig ouderschap gaat daarom uit van een duurzaam, gelijkwaardig ,geëngageerd en verantwoordelijk ouderschap ten opzichte van de kinderen.
- het principe van zelfbeschikking
Ouders worden uitgedaagd en gestimuleerd in het vinden van een omgang met elkaar in overleg en bemiddeling. Ouders worden uitgedaagd toekomst- en ouderschapsgericht te denken. Ouders dienen bewust te worden van de maakbaarheid van hun eigen oplossing. De ideale oplossing lijkt het gelijkwaardig verdeeld ouderschap, maar kan in overleg ook een andere regeling zijn.
- het principe van belang van het kind (en ouders)
In de uit te werken regeling staan de belangen van de kinderen maximaal centraal, zonder deze te reduceren.
De ouder-kind relatie is een fundamenteel gegeven voor kinderen. Loyaal kunnen zijn en blijven aan beide ouders, goede en veelvuldige contacten met beide ouders, de dagdagelijkse demonstratie van betrouwbaar vader- en moederschap is voor elk kind en voor een kind van gescheiden ouders van bijzonder belang voor zijn/haar welzijn.
Tijdens de ouderschapsbemiddeling bespreken ouders samen hoe hun opvoedingsproject er gaat uitzien in de komende jaren en hoe zij beiden hierin hun plaats kunnen innemen vertrekkende vanuit de belangen van hun kinderen.
- het principe van maatwerk
Ouders stimuleren in het afleveren van maatwerk. Gegeven een bepaalde situatie kan elke oplossing gepast zijn in de mate zij tot stand is gekomen na overleg en bemiddeling. Het gaat om een principiële keuze van de beide ouders, naargelang van de kinderen en de ouders zelf, de situatie anders te vertalen, en met een eigen oplossing te komen. Maatwerk i.p.v. een van buitenaf opgelegde oplossing.
Besluit
- Verblijfs-co-ouderschap als kans is de vanzelfsprekende verderzetting van het gezamenlijke en gedeelde ouderschap tijdens de samenlevingsperiode van de ouders. Verblijfs-co-ouderschap doet een krachtige oproep aan de ouders om verantwoordelijke ouders te zijn.
- Verblijfs-co-ouderschap als kans wil ouders uitdagen en stimuleren in overleg met elkaar of via bemiddeling een model uit te werken dat zoveel mogelijk tegemoetkomt aan de belangen van de kinderen en de mogelijkheden van de ouders.
- Verblijfs-co-ouderschap daagt uit en stimuleert, verplicht ouders om hun verschillen met elkaar uit te klaren en in overleg tot een oplossing te komen in het belang van hun kinderen.
Verblijfsco-ouderschap wordt zo gezien als kans-model, waarbij ouders verwacht worden dat ze verder met elkaar in overleg zouden blijven gaan. Dit kan gebeuren via bemiddelingssessies: zo kunnen onnodige procedures en aanslepende conflicten worden voorkomen. Alle partijen zijn gebaat bij bemiddelingspogingen. Ouders kunnen dan samen met de bemiddelaar de obstakels die een gedeeld ouderschap in de weg staan opruimen. Ouders kunnen afstemmen op elkaar en afspraken maken rond hun ouderschap zodat ze een voor hun werkbaar model vinden.
Vanuit de bemiddelingsprincipes wordt de partijautonomie waarin ieders belangen (meerzijdig partijdige positie) aan bod komen gestimuleerd: die van de kinderen, die van de moeder en die van de vader.
Vanuit een nieuw duidelijk gewijzigde maatschappelijke opvatting, worden ouders uitgedaagd tot het doen tot stand komen van een samenwerkingsvorm waarin zelfsturing, eigen verantwoordelijkheid en ‘checks and balances’ centraal staan. Ouders dragen op die manier bij tot het vormen van maatwerk, en maakbaarheid van hun eigen kader, waarbij de maakbaarheid van de (betere) maatschappij zonder conflict als idee niet veraf is.
|
|
 |
 |
 |
|
|
 |
 |
|
| |
Kort verslag van de studiedag. Als ouders gaan scheiden. Bilocatie als kans? georganiseerd door vzw Bemiddeling op 29 november 2006
De studiedag was bijzonder geslaagd. Er was veel volk ondanks de hoge inschrijvingsprijs. De drie toespraken in de voormiddag waren bijzonder verhelderend. Mr. Christine Jacobs vertaalde de nieuwe wet naar het publiek toe. Mevrouw Anne De Keyzer gaf een aantal heel behartenswaardige ideeën ten beste over de psychische verwerking van de scheiding en van de verblijfsregeling bij kinderen en ouders. Yves Coemans van de Gezinsbond vergastte ons met cijfers en nuchtere feiten via een powerpointpresentatie op indrukwekkende wijze op betekenisvolle aspecten rond de fiscale en de sociaal-rechterlijke gevolgen van een tweeverblijfsregeling. Zijn gegevens zijn raadpleegbaar op de website van vzw Bemiddeling http://www.bemiddelingvzw.be/
Videofragment uit de uiteenzetting van Yves Coemans: klik hier
Het panelgesprek met zes deelnemers werd op vlotte en boeiende wijze georganiseerd en geleid door moderator Lieve Dams. De interactie van de panelleden met het publiek dat ruim aan zijn trekken kwam via de vragen die het stelde, leverde tevredenheid op aan beide kanten van de tafel.
|
Panel met Lut Celie, Monique Van Eyken, J.P. De Man, Ghislain Duchâteau, Jean Limpens, Sarah D'Hondt * |
Videofragmenten uit het panelgesprek:
- Jeugdrechter Limpens over afbouwen en opbouwen van het verblijfsco-ouderschap:
klik hier
- Ghislain Duchâteau: Verwachting van een mentaliteitswijziging door de nieuwe wet:
klik hier
- Jeugdrechter Limpens: Wat doet een rechter als één van de ouders het kind niet wil hebben?
klik hier
We zijn naar huis gekeerd met veel relevante informatie en met een gevoel dat wij gedurende de dag permanent geconfronteerd werden met zinvolle reflectie rond het ouderschap in het licht van de nieuwe wet van 18 juli 2006 op de verblijfsregeling, de permanente gevatheid van de rechter en de nieuwe waarborgen dat het omgangsrecht in de toekomst beter verzekerd wordt ten goede van kinderen en ouders. We mogen rekenen op een even zinrijk vervolg het komende jaar. Mogelijk komt dan de nieuwe wet op de fundamentele hervorming van de echtscheiding aan de orde.
Zelf hebben wij onze tevredenheid uitgedrukt over de nieuwe wet die een mentaliteitswijziging kan teweeg brengen naar veel meer gelijkwaardigheid tussen beide ouders na scheiding. Jeugdrechter Jean Limpens uit het panel stelde zelfs dat de wet een opwaardering van het vaderschap betekende.
Ook betekenisvol was de mededeling van Mevrouw Sarah Dhondt van het Kabinet Justitie dat de Procureurs-Generaal tijdens hun vergadering in januari 2007 een ingrijpende herziening van hun beleid in scheidings- en ouderaangelegenheden zullen bespreken. Wellicht wordt binnen dat beleid ook de omzendbrief COL 8 d.d. 1-7-2005 rond de klachten over de weigering van het omgangsrecht in dat verband bijgestuurd. Ook dat betekent een positief perspectief.
|
| Jeugdrechter J. Limpens en Mevrouw S. Dhondt, kabinetsmedewerkster * |
De ingestuurde teksten voor de studiedag zijn toegankelijk via de website van de vzw Bemiddeling - http://www.bemiddelingvzw.be/. Ook zij leveren permanent beschikbaar materiaal aan dat een uitbreiding en een verdieping kan betekenen van het gedachtegoed waarmee wij levendig werden geconfronteerd tijdens de dag zelf.
Wij kijken nu uit naar de conclusies die de organiserende vereniging zal trekken uit die dag en die zij wellicht ter beschikking zal stellen van de aanwezigen en de geïnteresserden.
Ghislain Duchâteau
* De foto's en de video-opnamen zijn van Jan Van Baelen
Opzet
Studiedag BILOCATIE ALS KANS? VERSCHILLEN IN VISIE
Verschillende visies op bilocatie of verblijfsco-ouderschap vanuit de praktijk
woensdag 29 november 2006
in de FAKTORIJ (zaal Mimosa), Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen, Hamoirlaan 136, 1030 Brussel
Op 4 september 2006 verscheen de nieuwe wetgeving op de ‘gelijkmatig verdeelde huisvesting’ in het Belgisch Staatsblad (Wet 18 juli 2006). Voluit heet de wet: ‘Wet tot het bevoorrechten van een gelijkmatig verdeelde huisvesting van het kind van wie de ouders gescheiden zijn en tot regeling van de gedwongen tenuitvoerlegging inzake huisvesting van het kind’.
Naar aanleiding van de nieuwe wet organiseerde Bemiddeling vzw een studiedag met een duidelijke focus op de toepassing van bilocatie of verblijfsco-ouderschap in het familierecht en in het bijzonder op de scheidingsbemiddeling.
Scheidende ouders en hun kinderen gaan door grote veranderingen in hun leven en hebben soms advies, oriëntering en zelfs ondersteuning nodig. Bemiddeling vzw richt zich daarom tot de welzijnszorg, de gerechtelijke en sociale overheidsinstanties om deze doelgroepen een gespecialiseerde omkadering aan te bieden. Als vereniging wenst zij mee te werken aan de ontwikkeling van een ondersteuningsnetwerk tussen diensten en professionelen.
Het leek interessant om rond deze thema’s mensen uit de bemiddelingspraktijk, de juridische wereld, welzijnswerkers en beleidsvoerders met elkaar samen te brengen. Naar deskundigen en professionelen luisteren om hun initiatieven en ervaringen te leren kennen, kan bevruchtend werken op de praktijk.
Daarom richtte deze studiedag zich tot eenieder, die beroepshalve met scheiding en scheidingsregelingen te maken heeft, en ook tot iedereen, die belang stelt in het gedrag en de behoeften van kinderen.
Programma van de studiedag
- 9.15 tot 09.30 uur : Inleiding/verwelkoming door de voorzitter van de vereniging Mevr. Diana EVERS
- 9.30 tot 10.30 uur : Mevr. Christine JACOBS, Advocaat-bemiddelaar balie Brussel, praktijklector Familierecht K.U. Leuven: De nieuwe wet op de bilocatie van 18 juli 2006. Situering
- 10.45 tot 11.45 uur : Mevr. Anne DE KEYSER, Kinderpsychologe en psychotherapeute - bemiddelaar:
Bilocatie benaderd vanuit contextueel werken met kinderen en jongeren in scheidingssituaties
- 11.45 tot – 12.45 uur : Dhr Yves COEMANS, Attaché Studiedienst Gezinsbond: de fiscale en sociaal-rechtelijke gevolgen van een bilocatieregeling
- 14.00 tot 14.30 uur : Bilocatie als kans? De visie van de vereniging.
- 14.30 tot 16.00 uur : Panelgesprek met
* Lut CELIE, Psycho-therapeut
* Jan-Piet DE MAN, Kinder- en gezinspsycholoog en familiaal bemiddelaar
* Sarah D'HONDT, Kabinetsmedewerkster F.O.D. Justitie
* Ghislain DUCHATEAU, SOBS - Samenwerkingsverband van Ouder- en Belangenverenigingen bij Scheiding
* Jean LIMPENS, Jeugdrechter te Brussel
* Monique VAN EYKEN, Bemiddelaar in familiezaken
Moderator : Lieve DAMS , Consulent
Dienst Permanente Vorming K.U.Leuven
|
|
 |
 |
 |
|
|
 |
 |
|
| |
Het verblijfsco-ouderschap bij scheiding en het belang van het kind
Verslag van de conferentie van prof. dr. Hubert Van Gijseghem
op maandag 24 april 2006 in het Frans in de Universitaire Faculteiten Notre-Dame de la Paix in Namen
Prof. Van Gijseghem herinnerde eraan dat hij op dezelfde plaats in 2002 en in 2004 al een druk bijgewoonde conferentie hield rond het ouderverstotingssyndroom. In 2006 spreekt hij over het officieel verblijf van het kind bij scheiding of het verblijfsco-ouderschap van het kind.
Hij behandelt achtereenvolgens in zijn uiteenzetting het belang van het kind, de scheiding, de klinische reflecties daarover in de 20e eeuw, de drukkingsgroepen, de onderzoeken en de ontsporing van het juridische systeem.
- Belang van het kind
Om het belang van het kind in het licht te stellen moeten we denken aan zijn afstamming. Het kind moet ontstaan uit de genen van twee verschillende ouders. Dat leidt naar zijn uniciteit. Het kind wordt een unieke onverwisselbare persoonlijkheid. Het kind wordt geboren uit een soort overlevingsdrang van zijn ouders. Bij het samenleven van zijn ouders is er het natuurlijke co-ouderschap. Bij scheiding van de ouders wordt dat co-ouderschap nog veel ingewikkelder dan als beide ouders samen leven. Het gaat hier niet over ouders die afwijken door overmatig alcohol- of drugsgebruik. We spreken hier over normale ouders. Het eerste doel is hoe het kind ondanks alles zijn beide ouders kan behouden. Het moet kunnen genieten in zijn opvoeding van zijn beide verschillende ouders. Soms zegt men dat het kind best bij één van zijn beide ouders opgroeit. Men moet evenwel de voorwaarden creëren dat het kind evenveel bij elk van beide ouders kan leven. Hierin ligt het ware belang van het kind.
- Scheiding
Als ouders scheiden kan er voor kinderen oudervervreemding ontstaan. Het is de situatie waarin het kind lijdt, geraakt is door de verwijdering van één van zijn goede ouders. Het kind wordt getroffen door de verwerping van één van de ouders. Het lijdt onder die situatie: het ondervindt iets negatiefs, een deel van zijn eigen ik wordt afgesneden. Het eerste doel is hoe te vermijden dat een kind zich afsnijdt van een stuk van zichzelf. Het verblijfsco-ouderschap creëert bij bijvoorbeeld een 50/50 verblijfstijd bij elk van zijn ouders het behoud van zichzelf. Uit onderzoeksresultaten in Noord-Amerika blijkt dat moeders dringen om het exclusieve ouderschap te verkrijgen, bij de onderzoeken naar de strevingen van de vaders blijkt dat zij een 50/50-verblijf wensen van de kinderen. Zo blijkt uit de procedures. Het kind is daarbij dan woedend. Het ontwikkelt problemen uit woede. Het kind wil immers de ouders herenigen. Soms rouwt het in die droom. Soms blijven kinderen nog tot in de puberleeftijd flirten met die herenigingsdroom.
- Klinische reflecties daarover in de 20ste eeuw
Het kind komt uit de buik van de moeder. De biologische band met de moeder is dan ook bindend. De vader wordt beschouwd als een derde. De moeder is ook de voedster. Van die opvatting kan men zich moeilijk losmaken. Aldus wordt in de 20ste eeuw de moeder geïnstalleerd als de belangrijkste figuur voor het kind.
De echt vormende jaren van het kind zijn de eerste levensjaren. Bij Sigmund Freud is de vader in die fase afwezig. Hij is zelfs een storend element. In de beslissende levensjaren is er oraliteit: het kind wil de moeder opzuigen; er is analiteit: met de sluitspier is zij geïnstalleerd in zijn buik. Hij lost ze of hij lost ze niet. Zo controleert hij de aanwezigheid van de moeder. Het kind moet eerst een veiligheidshechting creëren en dat gebeurt met de moeder. Alle Freudiaanse concepten stellen de band met de moeder in het licht. Volgens Spitz moet het kind een zeker vermogen tot objectieve hechting hebben en dat voor het zijn 18de levensmaand bereikt. Het kind moet dus aan de moeder worden toevertrouwd tot zijn 18de maand. Prof. Gardner signaleert ook dat de filosofie van de “tender age” stelt dat het kind bij zijn moeder moet zijn. De moeder moet thuis blijven voor het kind. De vaders zijn de geldverdieners. Zij voorzien door hun werk de middelen van bestaan.
Nu gaan de kinderen naar de kinderkribben, zelfs voor de 18de maand. Men gelooft daarbij nog wel aan het hechtingsvermogen aan de moeder. Zes tot zeven uren per dag wordt het kind in het dagverblijf geplaatst eerder dan het aan de andere ouder toe te vertrouwen.
Dan krijgen we in de jaren 60 het uitgesproken feminisme: gelijkheid tussen de geslachten moest worden gecreëerd. Beide ouders zijn dus ongeveer gelijkwaardig voor het kind. De tijd van de “flower power” en het hippydom brengt de feminisering van de mannen. Het tijdperk van dat egalitarisme laat manifest zijn sporen na in de vonnissen tegenover het verblijfsco-ouderschap. Het is de tijd van het “betere” belang van het kind. In geval per geval wordt uitgemaakt wat het betere belang is van het kind. Van toen af ontstaat het wisselend verblijf met de waardering van de bekwaamheid van beide ouders. De sekse van de ouder of van het kind speelt geen rol. Het kind geniet van beide ouders. Het feminisme heeft die ontwikkeling veroorzaakt, maar de vrouwen hebben ze nooit geaccepteerd. Ze hebben massaal de fysieke en seksuele kindermishandelingen ingeroepen. Ze hebben de bocht niet genomen van een vaderlijk verblijf van het kind.
- Drukkingsgroepen
Er zijn heel wat ontsporingen van het feminisme aan te wijzen. Dan zijn overal de vadergroeperingen, de drukkingsgroepen van de vaders ontstaan. We hebben overal de spectaculaire acties zien gebeuren. We weten van het lobbywerk van vaderactivisten. Het heeft niet veel geholpen. Tot dusver is de invloed van die drukkingsgroepen op de evolutie van de opvattingen rond het verblijfsco-ouderschap beperkt gebleven. Ze hebben geen omkering van de situatie tot stand kunnen brengen.
- Onderzoeken
Bij de onderzoekers spelen in verband met de opvattingen rond het verblijfsco-ouderschap nogal wat ideologische elementen mee. Zo kreeg prof. Van Gijseghem zelfs tijdens een conferentie in Frankrijk vanwege een Franse specialist ter zake het verwijt mee dat hij “de waardige opvolger van Dr. Mengele” zou zijn. Ook kreeg hij het verwijt te horen de verdediger te zijn van seksueel misbruik. Als een kind zich verantwoord afkeert van een ouder, is dat omdat die ouder echt slecht is.
Bauserman heeft in 2002 in het “Journal of Family Psychology” een interessante studie uitgevoerd. Het is een meta-analyse van 33 andere studies in verband met de identiteit. Daarbij werd een vergelijking gemaakt van kinderen die bij beide ouders opgroeiden, van kinderen die bij één ouder opgroeiden, van kinderen die opgroeiden in een gedeeld verblijf. Een aantal variabelen als de aanpassing van het kind, de gezinsrelatie, de eigendunk van het kind e.a. werden daarbij in aanmerking genomen. Binnen die variabelen presteren kinderen met gedeeld verblijf bij hun respectieve ouders beter.
Een Zweeds onderzoek van Lamb luidt een andere klok. Kinderen blijven beter bij de moeder. Dat onderzoek pleit voor een verblijf bij de moeder tot twee jaar.
Een onderzoek van Mac Kinnon en Wallerstein uit 1983 is een longitudinale studie rond kinderen in de prescolaire leeftijd van nul tot zes jaar. Kinderen van één tot drie jaar doen het beter bij gedeeld verblijf dan kinderen van drie tot vijf jaar.
Het is duidelijk dat de studies tegenstrijdige onderzoekresultaten opleveren rond het gedeeld verblijf.
- Ontsporing van het justitieel systeem
Het traag functioneren van het gerechtelijk systeem is een groot probleem. Grote voorzichtigheid ten opzichte van de opvoeding van de kinderen is geboden. De jaren gaan voorbij, de hechting aan de beide ouders kan zich niet installeren. Dat leidt tot allerlei beschuldigingen van ouders naar de andere ouder. De ouderverstoting ontstaat. De tijdsduur van één jaar is voor het kind enorm veel. Die tijd zonder gerechtelijke beslissingen laten passeren over het verblijf van het kind betekent dat het te laat wordt om het kind zijn beide ouders te geven. Tot 10 of 11 jaar lukt het nog. Daarna is het te laat. Vanaf 12 jaar is het heel moeilijk om het kind aan zijn beide ouders terug te geven als het van één van hen vervreemd is. Eén op twee vaders aanvaardt voor de rechter de aanspraken van de moeder op het verblijf van de kinderen. Als een deskundige wordt aangesteld voor een rapport naar de rechtbank toe, dan constateren we dat ze hun tijd nemen. Vaak constateren we ook vermenging van het deskundig onderzoek met bemiddeling. Onderzoeken zijn veelal hard en langdurig. Daartegenover stelt prof. Van Gijseghem duidelijk dat een onderzoek zo vlug mogelijk moet verlopen om de rechter te instrueren. Het moet een momentopname zijn van de actuele toestand. Experts helpen vaak niet veel. In Noord-Amerika mogen de deskundigen de rollen van onderzoeker en bemiddelaar niet mengen. Daar worden dikwijls twee deskundigen aangesteld met elk zijn eigen rapport. De rechter moet bij zijn beslissing dan kiezen tussen de twee. In Europa komt die vermenging van onderzoek en hulpverlening voor. De hulp vertroebelt de constatering. Zo verrotten vele situaties.
Als een kind soms één, twee tot drie jaar verwijderd is van zijn andere ouder, dan wordt het intussen adolescent en dan is een toenadering te laat. Voor de vervreemde ouder evenwel is die trein niet voorbij.
De gevolgen voor het kind zijn belangrijk:
1. Als een kind zich afsnijdt van één van zijn ouders na de scheiding kan het identiteitsproblemen ervaren. Als één deel van zijn persoonlijkheid zich afscheidt krijg je identiteitssplitsing wat kan voeren tot schizofrenie!
2. Een ander gevolg ligt in het vlak van het handelen. Het kind grijpt de macht tegenover zijn ouder. Dat krijgt als gevolg de aftakeling van de intergenerationele afstand. Het kind schat dan zijn echte plaats niet in in de opeenvolging van de generaties.
Prof. Van Gijseghem concludeert als volgt. Het is bijzonder waardevol dat een kind na scheiding van zijn ouders zijn beide ouders kan behouden in zijn opvoeding. Het kind heeft na de echtscheiding er belang bij zijn beide ouders zowel kwalitatief als kwantitatief te behouden. De hoeveelheid tijd dat het doorbrengt bij elk van beide ouders is een garantie voor de kwaliteit van het ouderschap.
De uiteenzetting nam zowat 45 minuten in beslag. Het daaropvolgend levendig vragenuurtje duurde echter wel één uur en een kwartier. Relevante gegevens kwamen dan ook naar voren uit de interactie van de deskundige prof met het publiek.
We houden even de belangrijkste gegevens vast voor dit verslag.
- Men kan volgens Van Gijseghem maar spreken van een gedeeld verblijf (garde partagée – garde alternée) als er minstens een verhouding 60/40 verblijfstijd is bij beide ouders.
- Wat als ouders ver uit elkaar gaan wonen? Ouders vinden leefbare oplossingen als zij het belang van de kinderen voor ogen houden. Verre verplaatsingen kosten inderdaad veel geld.
- Wat dan als het niet in het belang van het kind is zijn beide ouders te behouden? Er zijn beslist gerechtvaardigde vervreemdingssituaties. Maar een kind dat in die situatie opgroeit heeft het moeilijk zich te meten met zijn identiteitsproblemen en om te overleven.
- Bij conflictueuze scheidingen is gedeeld verblijf of verblijfsco-ouderschap nog veel meer nodig dan in andere situaties. Het kan de vervreemding of verstoting vermijden, voorkomen. Het verblijfsco-ouderschap is minder nodig als de hoedende ouder gemotiveerd is om een plaats te geven aan de andere als ouder van het kind.
- Zijn er in de opvattingen van psychiaters, psychologen en andere deskundigen verschillen tussen Oost en West tussen de Noordelijke en de Zuidelijke wereld? De deskundigen uit de Latijnse wereld gebruiken methodieken die niet efficiënt zijn. Die methodes leiden naar uitgebreide interpretaties en niet naar een direct inzicht. De methodes tussen de Angelsaksische invloedssfeer en de Latijnse verschillen verschrikkelijk. In de wereld van het deskundig onderzoek in gezinsaangelegenheden heeft de Latijnse groep geen toekomst. De verwarring tussen klinische waarneming en onderzoek is groot.
Ghislain Duchâteau
|
|
 |
 |
 |
|
|
 |
 |
|
| |
'Bij moeder in Frankrijk weggehaald kind niet getraumatiseerd'

vrijdag 26 januari 2007
Het driejarig dochtertje van Marc B. (50) uit Borgerhout stelt het goed, nadat hij haar maandag ging ophalen in het Franse Montceau.
De man zag zich daartoe genoodzaakt, omdat moeder Sophie V. (31) het meisje weigerde af te staan ook al had hij het exclusieve hoederecht gekregen.
Zijn advocaat Marc Bartholomeeusen en Rita Hey van de vzw Het Huis benadrukken dat het meisje gelukkig is en dat ze beslist niet getraumatiseerd is door de actie van maandag.
De operatie om het kind terug naar België te halen, was minutieus voorbereid in samenwerking met de procureur van Chalon-sur-Saône en de plaatselijke politie.
"We besloten dat het veiliger was om haar op te halen terwijl ze op school was. We hadden immers vernomen dat de stiefvader van Sophie over een geweer beschikte en we wilden een dergelijke confrontatie koste wat het kost vermijden", lichtte meester Bartholomeeusen toe.
De schooldirectie was ingelicht en had het meisje afgezonderd in een lokaal. "Toen Marc B. de kamer binnen kwam, reageerde ze enigszins verrast, wat logisch was aangezien ze haar vader al sinds maart 2006 niet meer gezien had. Ze stak echter meteen haar armen naar hem uit, waarna hij haar oppakte en mee naar buiten nam", zei Rita Hey.
Hey wachtte het meisje samen met een psychologe in de wagen op. "We vertelden haar dat ze op vakantie ging naar Antwerpen. Toen ze merkte dat we een andere weg insloegen dan naar haar huis, was ze wel van streek. Maar dat duurde niet lang. Tijdens de rit terug, praatte ze over haar vakantie in Spanje, de kindjes in haar klas en speelde ze met het speelgoed dat we hadden meegebracht."
Toen het gezelschap terug in België was, reden ze niet naar het appartement van Marc B. "Om de overgang tussen haar verblijf in Frankrijk en haar verblijf hier zo sereen mogelijk te laten verlopen, heeft ze met haar papa een tijdlang in de crisiskamers van het Michielshof verbleven", stelde Rita.
Vader en dochter genieten nu zoveel mogelijk van hun tijd samen. Stilaan wordt het meisje ook voorbereid op het weerzien met haar moeder. "Begin februari volgt wellicht een eerste contact van een uur in een neutrale bezoekersruimte. De daaropvolgende bezoeken zullen twee uur duren. Tegen december zal ik daar dan een evaluatie over maken met het oog op een eventuele uitbreiding van de omgangsregeling", aldus Rita.
Meester Bartholomeeusen benadrukte dat de operatie van maandag geen revanche was voor de tijd die Marc B. niet met zijn dochter kon doorbrengen. "Mijn cliënt vroeg aanvankelijk alleen maar omgangsrecht. Maar aangezien Sophie V. ieder contact tussen vader en dochter pertinent bleef weigeren en iedere rechterlijke beslissing naast zich neerlegde, liet ze ons geen andere keuze. Maar het is beslist niet onze bedoeling om haar bij haar dochter weg te houden. Wij willen alleen maar het beste voor het kind."
Bron: Gazet van Antwerpen – vrijdag 26 januari 2007
|
|
 |
 |
 |
|
|
 |
 |
|
| |
Vader heeft zijn ontvoerd dochtertje van drie onder zachte dwang weggehaald bij de moeder in Frankrijk
Rechter stuurt deurwaarder en psycholoog naar gevluchte moeder
EEN uitspraak van de Antwerpse kortgedingrechter gisteren is het voorlopige eindpunt van een lange strijd omtrent het verblijf van een kind. De kleuter is nu bijna vier, en werd door haar moeder meegenomen naar Frankrijk. Het verhaal is lang en kende al vele afleveringen, zegt Marc Bartholomeeussen, de advocaat van de vader.
,,Mijn cliënt wilde in eerste instantie niet vechten om het kind. Hij wilde dat zijn omgangsrecht - een weekend om de twee weken -werd gerespecteerd. Maar de moeder dwarsboomt dat omgangsrecht en heeft al verscheidene beschikkingen daarover naast zich neergelegd.''
,,We beroepen ons op een maatregel uit de nieuwe wet op het co-ouderschap, die zegt dat de verblijfsregeling kan worden omgedraaid als één partij het omgangsrecht van de ander onmogelijk maakt. De vader kan zijn kind nu onder dwang laten weghalen. Het is een uitzonderlijke maatregel, maar de omstandigheden zijn dan ook extreem.''
DWANG MOGELIJK IN EXTREME OMSTANDIGHEDEN
(Wet op het verblijfsco-ouderschap van 18 juli 2006)
DOC51 1673/019 - Art. 4
Volgens de advocaat heeft de moeder psychische problemen.
Toen de wet op het co-ouderschap goedgekeurd werd, zei de Vlaamse kinderrechtencommissaris, Ankie Vandekerckhove, dat ze het betreurde dat kinderen nu opnieuw onder dwang, door een deurwaarder, uit hun huis zouden worden gehaald. Aan die praktijk kwam jaren geleden een einde, omdat het traumatiserend zou zijn voor de kinderen.
,,Wat is traumatiserender'', vraagt Bartholomeeusen, ,,een eenmalige gebeurtenis als deze, of een jarenlange opvoeding waarin de vader onterecht als boeman wordt afgeschilderd?''
Het kind zal ,,zo snel mogelijk'' worden gehaald, zegt de advocaat, die daarover geen details wil geven. De lokale politie en een psycholoog zullen de deurwaarder vergezellen.
De saga is begonnen in juni 2004, toen het kind anderhalf jaar was. Er volgden periodes waarin de vader zijn dochter een hele tijd niet, en dan weer enkel zeer beperkt en onder toezicht zag. De laatste ontmoeting dateert van maart. De moeder werd begin deze maand in België aangehouden. Ze bleef elf dagen in voorhechtenis. Bartholomeeusen betreurt dat ze zonder voorwaarden is vrijgelaten: ,,Die vrouw bespeelt in Frankrijk de media met valse verklaringen, alsof zij de grote overwinnaar is. Ondanks de loodzware dwangsommen die haar boven het hoofd hangen.''
Per dag dat ze het kind van de vader weghoudt, moet ze 200 euro betalen, met een maximum van 125.000 euro.
Veerle Beel - De Standaard 27 december 2006 Binnenland 8
De vader woont in Borgerhout. ATV - de Antwerpse televisiezender, bracht uitgebreid verslag uit met een verklaring van de raadsman van de vader
Klik hier.
Antwerpenaar haalt dochtertje weg bij moeder in Frankrijk
Marc B. (50) uit Borgerhout is opnieuw herenigd met zijn driejarig dochtertje. Samen met een deurwaarder, een psycholoog en een vertrouwenspersoon haalde hij de kleuter vanochtend op in haar school in Frankrijk. "Het meisje reageerde enigszins verbaasd, wat te begrijpen is aangezien ze haar vader in maart 2006 voor het laatst gezien heeft", zegt Marc Bartholomeeusen, de advocaat van Marc B.
Bron: (belga/hln) 22-01-2007
Radicale toepassing van nieuwe co-ouderschapswet
ANTWERPEN / MONTCEAU - Procureur haalt zelf 'gehersenspoeld' kind weg uit school in Frankrijk
FLASH - Maandagochtend is in een verrassingsactie een vierjarige peuter uit Antwerpen door de procureur van Chalon-sur-Saône (Bourgogne) himself uit een schooltje in Montceau gehaald en aan de vader overgedragen. Die zat samen met zijn advocaat in de auto te wachten en kreeg de raad mee om zo gauw mogelijk door te rijden. De schoonvader van de ex van Marc B. zou namelijk met een geladen geweer rondlopen. De gerechtelijke actie in Frankrijk is het gevolg van een rechterlijke uitspraak in Antwerpen en een radicale toepassing van de nieuwe wet op het co-ouderschap. Op tweede kerstdag gaf de Antwerpse kortgedingrechter de toestemming aan de vader om in Frankrijk een deurwaarder onder de arm te nemen die, onder de bescherming van de politie, zijn dochtertje weg te halen bij de moeder en de oma in Montceau. Volgens rechter Clara Claus moet de man er wel rekening mee houden dat er bijstand van een kinderpsychiater of –psycholoog zal nodig zijn, “vermits het kind gedurende al die jaren waarschijnlijk gehersenspoeld is door de verwerende partij, haar familie en omgeving”. Duidelijker kan een rechterlijke beschikking moeilijk zijn.
Jan Heuvelmans
Bron: http://www.politics.be/nieuws/4336/
Aan het woord: de advocaat van de vader over de omstandigheden van de gedwongen uitvoering
|
|
 |
 |
 |
|
|
 |
 |
|
| |
Verblijfsco-ouderschap
in het belang van het kind
Persmededeling van het Europees
Instituut voor het Belang van het Kind
Na een scheiding moeten kinderen meer tijd bij hun
moeder dan bij hun vader doorbrengen, vinden de meeste rechters.
Neen, zeggen de resultaten van de empirische wetenschappelijke onderzoeken
naar de aanpassing van de kinderen van gescheiden ouders: ,,één-ouderschap”
verplichten gaat voorbij aan het belang van het kind.
Op woensdag 8 juni 2005 werd een bijkomende hoorzitting
gehouden in de Kamer, waar een aantal wetsontwerpen en –voorstellen
besproken worden, die het verblijfsco-ouderschap als voorrangsregel
willen opleggen aan de rechters aan wie gescheiden ouders vragen
een keuze te maken tussen de twee verschillende verblijfsregelingen
die zij eisen. Maar is dat verblijfsco-ouderschap wel de beste regeling
voor die kinderen?
Oor voor het kind
Ongeveer één op de vier minderjarigen in Vlaanderen
maakt zelf thuis een scheiding mee. Ingrepen in hun verblijfsregeling
of het omgangsrecht hebben dan ook een impact op een grote groep
kinderen.
Wij constateren dat er tot op vandaag tientallen empirische wetenschappelijke
onderzoeken zijn die een goede basis vormen om te stellen dat verblijfsco-ouderschap
de beste regeling is voor de meeste kinderen waarvan de ouders het
niet eens worden over hun verblijfsregeling na scheiding. De wet
laat nu al het verblijfsco-ouderschap toe, maar de meeste rechters
verkiezen nog altijd een hoofdverblijf bij de moeder. En dat gebeurt
niettegenstaande er hoe langer hoe meer onderzoek is dat de vele
nadelige effecten voor de kinderen vaststelt die één
van hun ouders zo weinig te zien krijgen. Het is onderzoek dat een
heel nuttige toetssteen zou kunnen zijn om te verhinderen dat vonnissen
te snel of te ondoordacht uitgesproken worden tegen het belang in
van de kinderen.
Een kwart van de klachten die het Kinderrechtencommissariaat het
afgelopen jaar ontving, ging over echtscheidingen en meer bepaald
over de omgangsregeling. Kinderen klagen dat zij daarin geen inspraak
hebben. Zowel bemiddelaars als rechtbanken zouden dan ook een aangepast
gespreksluik moeten inbouwen om tegemoet te komen aan de nood van
kinderen om gehoord te worden. Zeker in een echtscheidingsprocedure
die grote gevolgen heeft voor hun leven en hun toekomst, mag het
beleid niet onverschillig blijven toekijken.
Een goed contact met beide ouders is voor kinderen heel belangrijk.
Het omgangsrecht of de verblijfsregeling moet dan ook evenzeer een
recht van het kind zijn. Dat is trouwens in overeenstemming met
het Internationaal Verdrag van de Rechten van het Kind.
Niet alleen het belang en de noden van de moeders moeten aan bod
komen, maar ook die van het kind: de diepe behoefte en “het
recht van het kind dat van een ouder of beide ouders gescheiden
is, op regelmatige basis persoonlijke relaties en rechtstreeks contact
met beide ouders te onderhouden” (Artikel 9.3 van het Internationaal
Verdrag inzake de Rechten van het Kind).
Het komt er dus op aan te bekijken wat voor het kind (en dus ook
voor de ouders) de beste regeling is. Een verblijfsregeling die
goed werkt in het ene gezin, is niet noodzakelijk het beste voor
het andere. De beste regeling is die waar beide ouders en hun kinderen
zich het minst slecht bij voelen.
Werk voor de wetgever
Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat niet zozeer de scheiding
op zich, maar wel het slepend conflict tussen de ouders voor de
kinderen ontredderend is. Preventie van het ouderconflict moet dan
ook een beleidsprioriteit worden. Een omgangsregeling moet immers
niet alleen maximaal contact met beide ouders zonder meer beogen,
maar veeleer voorkomen dat het kind gekneld raakt in een ouderlijk
conflict.
Komt het toch tot een conflict, dan moet er in eerste instantie
gestreefd worden naar conflictbeheersing. Elke vorm van dwanguitvoering
is slechts de allerlaatste noodoplossing. Het manu militari meesleuren
van het kind is meestal traumatiserend. Beter zou zijn, de politie
naar de ouder te sturen die strafbaar is, omdat hij/zij het vonnis
niet respecteert, en die zodoende de noden van zijn/haar kind (zoals
zijn behoefte aan regelmatige persoonlijke contacten met de andere
ouder) niet respecteert.
Bij dat alles is een belangrijke rol weggelegd voor scheidings-
en ouderschapsbemiddeling. Want een verblijfsregeling die ouders
in onderling akkoord hebben opgesteld, biedt de beste garanties
dat afspraken worden nageleefd en dat iedereen - kinderen en ouders
- er zich goed bij voelen.
Tot overleg verplichten
We pleiten er zelfs voor dat kennismaking met dergelijke bemiddeling
een verplichte stap wordt, zeker voor scheidende ouders met kinderen.
De beleidsmakers kunnen misschien te rade gaan in Noorwegen. Daar
zijn ouders met kinderen verplicht om aan enkele bemiddelingsvergaderingen
deel te nemen voor ze een echtscheidings-procedure kunnen starten.
De Noorse overheid neemt zelf vier bemiddelingsuren ten laste.
Wij zijn ten slotte ook voorstander van de verdere ontwikkeling
van de bezoekruimtes, waar ouders en kinderen professioneel begeleid
worden en stap voor stap kunnen werken aan betere onderlinge verhoudingen.
Om de kinderen de beste kansen op een goede aanpassing aan de scheiding
te geven, vergt elke verblijfsregeling een grondige bereidheid tot
overleg en een goede verstandhouding tussen de ouders. Maar wat
als die bereidheid of die verstandhouding er (tijdelijk) niet is?
Het op stapel staande wetsontwerp stelt dat rechters verblijfsco-ouderschap
als eerste keuze moeten overwegen, ook in die situaties waar er
sprake is van een groot conflict tussen de ouders: de ene ouder
wil een andere verblijfsregeling dan de andere. Wij vrezen dat de
verplichting tot éénouderschap, die de meeste rechters
nu tegen de zin van (ten minste) één der ouders (en
de kinderen) uitspreken, dat conflict zeker niet oplost, maar enkel
vergroot, omdat de hoofdverblijf-ouder dan meer macht heeft, en
de omgangs-ouder meer gefrustreerd is.
Een van de belangrijkste drijfveren voor deze wetgevende initiatieven
is het feit dat de rechters zozeer van mening verschillen en hun
uitspraken dus zo onvoorspelbaar zijn, dat de ouders ertoe aangezet
worden om de andere ouder zo “zwart” mogelijk te maken.
Hierdoor worden de kinderen nog te vaak benadeeld bij het vastleggen
van de verblijfsregeling. Dat probleem vergt echter een mentaliteitswijziging
in hoofde van rechters, ouders en de hele maatschappij. Het zal
maar opgelost worden door het verplicht opleggen aan de rechters,
de voorkeur te geven aan de verblijfsregeling die volgens de tientallen
wetenschappelijke onderzoeken terzake het belang van de kinderen
het beste vrijwaart: het verblijfsco-ouderschap.
Jan Piet De Man
Europees Instituut voor het Belang van het Kind
|
|
 |
 |
 |
|
|
 |
 |
|
| |
Het
verblijfs-co-ouderschap als norm dient ook het belang van kinderen
-
Standpunt van

21 februari 2005
Wij verbazen ons over de dovemansdiscussie van de laatste dagen
over het voorontwerp van wet van minister Onkelinx. Zij wil de ‘gedeelde
bewaring’ als norm stellen bij echtscheiding. Voortaan moet
de rechter uitgaan van het principe dat kinderen na de scheiding
evenveel tijd doorbrengen bij beide ouders. Als een van hen dat
niet wil, is het aan hem/haar om aan te tonen dat die regeling niet
de beste is.
De norm moet veranderen
‘In het belang van het kind’ (DS 16/02/05) verzetten
ondermeer de Gezinsbond en het Kinderrechtencommissariaat zich tegen
de ‘verplichting’ dat kinderen na een echtscheiding
om de week of twee weken moeten verhuizen. Nochtans spreekt
dit voorontwerp nergens van een verplichting, zoals belangengroepen
van gescheiden vaders (DS 17/02/05) terecht opmerken. Het voorstel
wil enkel dat de zogenaamde ‘tweeverblijfsregeling’
de norm wordt. Vroeger was de norm dat de kinderen bij
een van ouders, meestal de moeder, bleven wonen, terwijl de andere,
doorgaans de vader, bezoekrecht kreeg en onderhoudsgeld betaalde.
Dat model bestendigde een stereotiepe verdeling: moeder zorgt, vader
is afwezig.
Het lijkt ons in het belang van het kind dat dat verandert. Als
we willen dat beide ouders evenveel verantwoordelijkheid opnemen
voor hun kinderen, en dat eventueel kracht bijzetten via een ouderschapsbelofte,
zoals wij eerder bepleitten (DS 14/05/04), dan is het alleen maar
logisch dat dit ook na een echtscheiding verdergaat. Moeder en vader
moeten zowel voor als na een scheiding hun deel van de zorg én
van het financiële onderhoud van de kinderen op zich kunnen
nemen. Of dat altijd helemaal fifty fifty moet, is niet
essentieel. Het kan best dat ouders een andere regeling meer wenselijk
vinden. Het voorontwerp van de nieuwe wet voorziet die mogelijkheid.
Bemiddeling voorop
Goede afspraken vragen ook soepelheid. Een regeling voor een kind
van zeven past misschien niet meer voor een kind van veertien, stelt
het Kinderrechtencommissariaat terecht. Het is een goede zaak dat
dit voorontwerp van wet de procedures om de verblijfsregeling aan
te passen, wil vereenvoudigen.
Als we echt het belang van het kind vooropstellen, moeten we onze
pijlen niet richten op de kern van dit voorontwerp, maar wel op
de modaliteiten die zij voorziet om de gemaakte afspraken te doen
naleven. Niemand vindt het inzetten van een deurwaarder om het kind
bij de weerspannige ouder weg te halen, ideaal. Het financieel bestraffen
van de weerspannige ouder bedreigt in de praktijk vooral de bestaanszekerheid
van de kinderen.Anderzijds heeft het geen zin dat de samenleving
een norm vooropstelt, en vervolgens niets doet als een van de ouders
de afspraken die op basis daarvan gemaakt zijn, manifest aan de
laars lapt.
Wat we missen in dit voorontwerp van wet is ruimte voor bemiddeling.
Wellicht kunnen veel problemen vermeden worden als de afspraken
steunen op voldoende overleg, waarin niet alleen de ouders maar
ook de kinderen een stem hebben. Op dat vlak ademt deze tekst een
oude norm: de rechter beslist. Nergens is uitdrukkelijk sprake van
tussenkomst van bemiddelaars. Nochtans kan een tweeverblijfsregeling
pas lukken als alle betrokkenen zich in de afspraken kunnen vinden.
Laten we ook dat proces maximale kansen geven en ijveren voor duidelijke
bemiddelingsprocedures.
Gaby Jennes, Tanja Nuelant en Lut Verstappen
Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen
Huart Hamoirlaan 136
1030 Brussel
|
|
 |
 |
 |
|
|
 |
 |
|
| |
Televisiediscussie over zorgplicht van beide ouders
- maandag 17 januari 2005
Vanavond was een discussie in Vara's BenW over het recht van kinderen om na een scheiding beide ouders in hun leven te houden. Aanleiding voor de uitzending was het optreden van Andy Work, die verkleed als Batman op de gevel van het gerechtsgebouw van Utrecht klom. In de uitzending werd gesproken over de voorgenomen plannen van minister Donner om getrouwde ouders te verplichten een zorgplan voor de kinderen op te stellen, voorafgaand aan een scheiding.
Waarom zegt de rechtbank zo vaak néé tegen het vaderschap na echtscheiding, wilde presentatrice Inge Diepman weten. Volgens pedagoog en ervaringsdeskundige Joep Zander is het belangrijkste dat men denkt dat als er communicatieproblemen zijn tussen de ouders, dat het kind er dan niet bij gebaat is als het beide ouders ziet. Terwijl volgens Zander eigenlijk de communicatieproblemen in stand worden gehouden door het recht niet toe te zeggen. Als niemand het recht heeft, dan groeit het wederzijds wantrouwen. Je weet dan niet waar je aan toe bent. Er is dan een heel groot risico op nog meer strijd. Die strijd komt er. Dan zeggen ze: Er is strijd, dus je mag je kinderen niet zien. Dus de rechtsgang bevordert de wanverhouding tussen beide ouders, aldus Zander.
Ook wanneer de vader heel behoedzaam is, eigenlijk geen strijd wil voeren, dan volgt er toch strijd als de andere partij iets meer strijd levert. Het huidige rechtssysteem, hoe het in de praktijk wordt uitgevoerd, bevordert dat mensen daarover op de vuist gaan. Omdat er geen recht is gewoon. Volgens Zander is er geen recht op geen enkele manier binnen het familierecht. ...
Lees verder en bekijk ook de video van de uitzending
De commentaartekst is van Bert Kerkhof
|
|
 |
 |
 |
|
|
 |
 |
|
| |
Blijvende en flagrante schendingen van de mensenrechten door de Duitse instanties, meer speciaal de Duitse rechtbanken, in gevallen van weigering van het omgangsrecht van vaders met hun kinderen
In de laatste 6 jaren werd Duitsland in 9 gevallen consequent veroordeeld door het Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg wegens schending van de mensenrechten in gevallen van weigering van het omgangsrecht van vaders met hun kinderen.
De Duitse vereniging Vafk – Väteraufbruch komt daartegen nu bijzonder heftig in het verweer. Op 8 december 2006 hebben ze voor het hooggerechtshof in Karlsruhe een krachtige betoging daartegen gehouden met een hondertal leden en sympathisanten.
Speciaal het geval van de Turkse vader Kazim Görgülü komt daarbij naar voren. Toen de alleenstaande moeder een zevental jaren geleden haar zoon vrijgaf voor adoptie, heeft de vader zich bereid verklaard de zorgen voor zijn kind op zich te nemen. Dat werd hem door de rechtbank ontzegd. Het kind werd sindsdien aan pleegouders toegekend. De pleegouders ontzeggen de vader evenzeer toegang tot zijn zoon Christof. De vader heeft voortdurende procedures gevoerd tot in het Hof van Straatsburg toe, waar hij gelijk heeft gekregen.
De Duitse rechtbanken zijn verplicht de arresten van het Hof van de Rechten van de Mens van Straatsburg toe te passen en uit te voeren. Ze doen dat niet. Zo werd onlangs vader Kazim Görgülü opnieuw de toegang tot zijn zoon ontzegd door het Oberlandesgericht van Naumburg.
De huidige voorzitter van het Europese Hof van de Rechten van de Mens, Luzius Wildhaber, heeft in een interview op vrijdag 8 december 2006 Duitsland aangemaand de vonnissen van de Rechtbank in Straatsburg uit te voeren.
De voorzitter van Vafk – Väteraufbruch Dietmar Nikolai Webel heeft tijdens de betoging in Karlsruhe op welsprekende en overtuigende wijze de negatie van de mensenrechten in omgangsaangelegenheden zwaar aangeklaagd. Hij hekelde ook het Oberlandesgericht in Naumburg die voor de zoveelste keer de vader Kazim Görgülü het contact met en de zorg voor zijn zoon Christof heeft geweigerd.
Zijn toespraak duurde ruim 20 minuten. Maar we willen u toch de gelegenheid geven ze geheel of fragmentarisch te beluisteren via de volgende koppeling: Toespraak voorzitter Väteraufbruch.
Permanente voorlichting en informatie daarover op http://www.vafk.de/
Alle ouder- en vaderverenigingen worden opgeroepen om zich solidair te verklaren met Väteraufbruch in Duitsland en om het streven naar het respect van de mensenrechten in gevallen van omgangsrecht in woord en daad te ondersteunen.
Ghislain Duchâteau
|
|
 |
 |
 |
|
|
 |
 |
|
| |
Is de dader-slachtofferbemiddeling
een mogelijkheid om het omgangsrecht regelmatig uit te oefenen?
Elke ouder bij echtscheiding moet zijn kinderen kunnen
zien als een omgangsrecht via de rechtbank is vastgelegd. Vele moeilijkheden
duiken veelvuldig op bij het uitoefenen van dat omgangsrecht. De
ouder bij wie de kinderen officieel wonen, neemt het dikwijls niet
zo nauw met de verplichting om de kinderen bij de andere ouder te
laten gaan zoals dat in een vonnis of in een echtscheiding door
onderlinge toestemming is voorzien. Ouders die hun kinderen van
de andere ouder niet op bezoek mogen krijgen, vechten uiteraard
om hun recht alsnog gerespecteerd te zien. Om dat te verkrijgen
zijn er verschillende middelen. Een van de mogelijkheden is klacht
in te dienen bij de politie, een gewoon proces-verbaal
te laten opstellen op grond van artikels 431 en 432 van het Strafwetboek,
zich daarbij een attest laten bezorgen door de politie dat men zich
als slachtoffer wil aanmelden bij de dienst Dader-Slachtofferbemiddeling
en dan op die dienst een beroep doen.
Welk effect en welk resultaat dat kan opleveren, kunnen
we voor de individuele gevallen vanuit onze afstandelijke positie
niet goed inschatten, maar de mogelijkheid om het te doen met de
hoop op een gunstig gevolg is wel aanwezig. De positie van het slachtoffer
in het algemeen en in het bijzonder bij weigering van het contactrecht
van de gescheiden ouder met zijn kinderen is sinds de kleine wet
Franchimont aanzienlijk verbeterd. Hoe efficiënt de diensten
voor dader-slachtofferbemiddeling werken, kunnen we misschien lezen
in de publicatie "Waarom?
Slachtoffer-daderbemiddeling in Vlaanderen." Suggnomé
vzw, Garant Uitgevers, 269 blz. 26,90 euro.
De Standaardredactrice Inge Ghijs schreef over het systeem van
slachtoffer-daderbemiddeling een artikel in de krant van woensdag
14 december 2005 BINNENLAND blz. 5 onder de titel :
Dader en slachtoffer lossen het zelf
op
Het boek 'Waarom? Slachtoffer-dader bemiddeling' legt uit
waarom bemiddeling zo heilzaam is.
LEUVEN. Waarom? Dat is de kernvraag bij veel mensen die slachtoffer
worden van een misdrijf. Een rechtszaak geeft op die vraag vaak
geen antwoord. Het slachtoffer heeft het gevoel dat hij er tijdens
de rechtszitting voor spek en bonen bijzit, dat beslissingen over
zijn hoofd heen worden genomen en het vonnis is vaak een teleurstelling.
En bij de dader bestaat soms de behoefte aan contact met het slachtoffer
om te praten over de feiten.
Daarom werd in de jaren negentig gestart met slachtoffer-dader
bemiddeling. Beiden zoeken samen naar een overeenkomst waarbij de
dader de schade kan herstellen, zowel materieel als moreel. Het
slachtoffer wordt erkend, heeft een eigen inbreng, kan zijn vragen
stellen.
Suggnomé vzw coördineert in 11 gerechtelijke arrondissementen
en in twee gevangenissen de bemiddeling en levert de 14 neutrale
bemiddelaars. In 2004 ging het om 557 afgeronde bemiddelingsprocessen.
In 350 gevallen werd de bemiddeling volledig doorlopen. Daarvan
kwam het in 62 procent van de gevallen tot een schriftelijke overeenkomst.
In juli 2005 werd de wet daarover goedgekeurd. Maar omdat slachtoffer-dader
bemiddeling nog onbekend is, bundelde Suggnomé zijn ervaringen
in het boek Waarom? Daarin wordt uitgelegd wat slachtoffer-dader
bemiddeling is.
De basisprincipes:
Vrijwilligheid, dader en slachtoffer zijn vrij om eraan deel te
nemen. Onpartijdigheid, de bemiddelaar is neutraal. Vertrouwelijkheid,
de partijen kiezen zelf welke informatie aan het gerecht wordt gerapporteerd.
Wie kan bemiddeling vragen?
Iedereen die er belang bij heeft: slachtoffer, dader, parket, onderzoeksrechter,
advocaten.
Voor welke feiten?
Voor alle feiten. Maar het is alleen mogelijk als er een dader is
die de feiten bekent en een slachtoffer met een aanwijsbare schade.
Wanneer vindt bemiddeling plaats?
Het gebeurt meestal tegelijkertijd met het gerechtelijk onderzoek.
Maar het kan ook tijdens de strafuitvoering, dus na het proces.
Is er direct contact met de dader?
In negen op de tien gevallen is er geen direct contact, maar pendelt
de bemiddelaar tussen dader en slachtoffer.
Wat met het proces?
Een proces komt er hoe dan ook. Slachtoffers denken soms dat ze
nog gerechtelijke vervolging kunnen voorkomen, maar dat kan niet.
Er is ook een reactie van de maatschappij op de gepleegde feiten
nodig. Door de overeenkomst toe te voegen aan het gerechtelijk dossier
wordt aan de rechter gevraagd om met het bemiddelingsresultaat rekening
te houden. Maar de rechter behoudt de vrijheid om te bepalen in
welke mate hij dat doet.
Inghe Ghijs
|
|
 |
 |
 |
|
|
 |
 |
|
| |
Gelijkwaardig ouderschap
Joep Zander over het artikel
:
Bijgaand het artikel van Harry
van Bommel en mij in de staatscourant van gisteren (26 okt.2005).
Een en ander ter ondersteuning ook van het wetsontwerp Luchtenveld.
Ik heb overigens de indruk dat de scherpe kanten inmiddels van het
wetsontwerp zijn afgezaagd. Ik heb de wijzigingen nog niet voldoende
bestudeerd en ik hoop uiteraard dat het anders is. Ik denk dat de
politieke geschiedenis van het familierecht ons leert dat nieuwe
wetgeving dikwijls weliswaar meestal een morele stap vooruit was
maar praktisch weinig betekenis of althans werking bleek te hebben.
Er is een radicale ommekeer nodig.
---------------------------
In de discussie over de nieuwe wetsvoorstellen van minister
Donner en kamerlid Luchtenveld wordt ook regelmatig de vraag gesteld
of gelijkwaardig ouderschap, co-ouderschap, wel zo wenselijk is.
Joep Zander en Harry van Bommel menen dat het kind wel gediend is
met gelijkwaardig ouderschap en dat het wetsvoorstel van het VVD-Kamerlid
Luchtenveld een stapje in de goede richting is. Als zaken na scheiding
goed worden geregeld heeft dat een maatschappelijke uitstraling
naar de gelijkwaardigheid van ouders binnen het gezin in het algemeen
en bevordert dit de betrokkenheid van vaders bij de opvoeding en
zorg.
De uitgangspunten voor gelijkwaardig ouderschap zijn terug te vinden
in de internationale Verklaring van Langeac uit 1999. Gelijkwaardige
ouders delen de opvoeding van hun kinderen, combineren op verantwoorde
wijze zorg en arbeid terwijl overheden garanderen dat opvoedingsondersteunende
voorzieningen beschikbaar en betaalbaar zijn. Een eventuele scheiding
verandert niets aan de rechten en plichten van beide ouders. Op
deze terreinen is er in ons land veel verbetering nodig. Nu het
vaderschap zich mag verheugen in een nieuwe belangstelling is het
goed om een aantal zaken die gelijkwaardig ouderschap in de weg
staan nader te belichten.
Een belangrijk uitgangspunt van gelijkwaardig ouderschap is dat
ouderschap uitsluitend is gebaseerd op de relatie kind-ouder, niet
op de relatie tussen ouders onderling.
Kinderen zijn gediend met een aanwezige en betrokken moeder én
vader. Kinderen met betrokken vaders hebben minder moeite met het
maken van vrienden en lijken minder moeite te hebben met stressvolle
situaties en functioneren effectiever in hun sociale omgeving. Kinderen
die opgroeien zonder vader missen een wezenlijke factor in hun leven,
dat kan leiden tot meer zelfmoord en criminaliteit. Per jaar verliezen
minstens13.500 kinderen in ons land het contact met hun vader ten
gevolge van een partnerscheiding, een zelfde aantal houdt een zeer
miniem en/of slecht contact over. Het, toch al matige, omgangsrecht
na een scheiding is wel wettelijk geregeld, maar in de praktijk
zijn rechters niet gediend van dit recht. Daardoor loopt een groeiende
groep kinderen het risico van schade in de ontwikkeling. Er is wetswijziging
nodig om te komen tot een beter en vooral ook gelijkwaardiger verzorgingsrecht
los van de status van de relatie tussen de ouders.
Gelijkwaardig ouderschap stelt dat de continuering van de opvoedingsrelatie
tussen kind en beide ouders het enig denkbare humane perspectief
is voor het kind. En het belang van dit perspectief is voor de veiligheid
van het kind van een heel andere orde dan de eenheid van woonplaats.
Het is niet erg dat kinderen op twee volwaardige woonplekken wordt
opgevoed. Het kan zelfs een heel belangrijk pluspunt zijn als een
kind de gelegenheid krijgt te ervaren dat er niet een opvoedingsstijl
en opvoedingsomgeving is en dat vaders het dikwijls anders doen
dan moeders. En hoe minder mensen zeuren over de veronderstelde,
maar niet aangetoonde, gevaren hoe minder ze aan de orde zijn. Immers
kinderen die twee woonplekken hebben bij voorbaat als kansarm bestempelen
kan ertoe leiden dat ze als minderwaardig behandeld worden.
Gelijkwaardig ouderschap is geen rigide standpunt. Ieder ouderpaar
zou goed moeten nadenken wat goed is voor het kind en wat past in
de (ex-)gezinssituatie. Gelijke rechten voor ouders is wel de enig
denkbare basis om beide ouders onvoorwaardelijke opvoedingsverantwoordelijkheid
te laten dragen. Dat betekent dat beiden de plicht en het recht
hebben om gelijkwaardig aan de opvoeding deel te nemen. Bij gebrek
aan enige overeenkomst kan dat betekenen dat er ook kwantitatief
een 50-50 verdeling van de zorg plaatsvindt. Deze wettelijke en
juridische basis voor gelijkwaardig ouderschap geeft ouders juist
een veilige uitgangspositie om gezamenlijk tot een bij hun situatie
passende oplossing te vinden. Dit voorkomt schade voor het kind
dat anders moet kiezen tussen vader of moeder en wordt opgescheept
met een georganiseerd gebrek aan respect voor ouderschap en integriteit.
Vaders die invulling willen geven aan gelijkwaardig ouderschap
lopen in de praktijk ook tegen andere hindernissen aan dan de discriminerende
familierechtpraktijk alleen. “De lokale overheid moet vaders
steunen in hun zorgtaken door instellingen zoals consultatiebureaus
te stimuleren vaders serieus te nemen als opvoeders. Werkende ouders
dienen, net als in Denemarken, door bedrijven een contract te worden
aangeboden waarin de werkuren worden aangepast aan de schooltijden
van de kinderen.” Deze aanbevelingen van de Nederlandse Gezinsraad
(het gezinsparlement) zijn onder de aandacht van de politiek gebracht
maar er is helaas weinig aandacht aan geschonken. Inmiddels is het
volgens het CBS een feit dat de dubbele (zorg plus werk) belasting
voor vaders inmiddels groter is dan die voor moeders.
Media bevestigen dikwijls het beeld van de onhandige en secundaire
rol van de vader. De autonome kracht van het vaderschap wordt zelden
in beeld gebracht en achtergronden van vaderproblemen zijn erg onderbelicht.
Gedegen wetenschappelijk onderzoek wordt zelden gedaan en in de
kritiek op gelijkwaardig ouderschap wordt verder geborduurd op sentimenten
en mythes die met de werkelijkheid weinig hebben uit te staan. Een
van de ergste mythes is dat vaders zouden opkomen voor zichzelf
in plaats van voor hun kinderen.
Voor vaders, al dan niet in een huwelijkse relatie, is er een wereld
te winnen. Maar juist ook de samenleving en kinderen kunnen een
verloren wereld van vaderschap herwinnen. Elk kind heeft een vader
en een moeder en elk kind heeft recht op onvoorwaardelijke zorg
van beide ouders.
- Harry van Bommel is politicoloog en tweede kamerlid voor
de SP
- Joep Zander is pedagoog, van hem verscheen recent het boek:
"Gemist Vaderschap"
|
|
 |
 |
 |
|
|
 |
 |
|
| |
Kinderloze vaders lijden in stilte
Algemeen Dagblad (Nederland) - maandag 3 april 2006
door Annemiek Veelenturf
- Kader: ‘Vaders zeker niet minder belangrijk dan moeders' ( over het boek "Gemist vaderschap")
- Hoofddeel artikel
- Kader: vaderbeweging al decennia actief
‘Vaders zeker niet minder belangrijk dan moeders'
Opgroeien zonder vader hangt in sterke mate samen met gedragsproblemen, schooluitval en vandalisme bij kinderen, zegt bijzonder hoogleraar pedagogiek Louis Tavecchio van de Universiteit van Amsterdam.
Volgens Tavecchio, die zich al vele jaren verdiept in de betekenis van het vaderschap, zijn vaders zeker niet minder belangrijk dan moeders.
Toch wordt hun betekenis voor het opvoedingsproces nog steeds schromelijk onderschat. Schrikbarende voorbeelden van hoe het uit de hand kan lopen in vaderloze gezinnen, zijn te vinden in de getto's van grote Amerikaan¬se steden.
Kinderen in eenoudergezinnen hebben vier tot vijf keer meer kans op fysieke mishandeling en emotionele verwaarlozing dan kinderen uit gezinnen met een moeder en een vader. .
Ook later geeft vaderloosheid problemen. Jongeren die vaderloos zijn opgegroeid gebruiken vaker drugs, vertonen meer riskant seksueel gedrag, zijn vaker werk¬loos, crimineel en in detentie. "Er is in deze gezinnen natuurlijk dikwijls meer aan de hand, zoals armoede, werkloosheid en uitzicht¬loosheid," zegt de hoogleraar.
Louis Tavecchio schrijft over de betekenis van vaders in het boek 'Gemist. vaderschap' van Joep Zander en Emiel Smulders. Hieraan levert onder anderen ook Harry van Bommel, TweedeKamerlid voor de socialistische Partij, een bijdrage. Uitgever: Rela Publishing in Deventer. Prijs: 13,50 euro.
Kinderloze vaders lijden in stilte
Onpeilbaar verdriet kenmerkt de levens van vaders die hun kinderen niet mogen zien. Soms halen ze als Dwaze Vaders...
|
Pieter Koole: 'Het is moeilijk uit te leggen hoe intens het verdriet voelt.'
FOTO COR DE KOCK
|
in Zorro-pak het journaal. Maar meestal houden ze zich stil. Een oerdrang is het. Een ‘heilig moeten’ waaraan Pieter Koole tot zijn grote frustratie geen gehoor kan geven. ,,Heel diep van binnen voel ik de enorme kracht die mij verplicht voor mijn dochters te zorgen. Ze te voeden, te koesteren, te beschermen. Dat mij dat onmogelijk wordt gemaakt, veroorzaakt een onpeilbaar verdriet.’’
Drie jaar heeft Pieter Koole (45), eigenaar van een bedrijf in Noord-Limburg dat onder meer biobrandstof produceert, zijn twee dochters niet meer gezien. Volkomen onverwachts vertrok zijn vrouw met meeneming van zijn kroost, toen 2 en 5 jaar. Een periode van juridische touwtrekkerij volgde. Sinds 2003 is het echter stil.
In Nederland zien heel veel vaders hun kinderen niet meer. Volgens demograaf prof. dr Jan Latten, verbonden aan het Centraal Bureau voor de Statistiek, heeft 44 procent van de kinderen uit scheidingen geen of slecht contact met de vader.
Dit betekent dat er in absolute cijfers elk jaar 15.000 tot 18.000 kinderen bijkomen die hun vader niet of amper zien. Tel daarbij de naar schatting 4400 tot 8800 kinderen in eenzelfde situatie van stellen die hebben samengewoond.
Achteraf gezien kan Pieter Koole er begrip voor opbrengen dat zijn vrouw hem verliet. ,,Zakelijk hadden we zware jaren achter de rug. Door financiële zorgen kon ik de slaap niet vatten. Liep ik ’s nachts te ijsberen door het huis. Toch: ik dacht dat we een harmonieus en liefdevol gezin vormden, ondanks de geldzorgen. Ik heb het niet zien aankomen.’’
Tien dagen waren vrouw en dochters spoorloos - ‘Ik dacht dat ik gek werd’ - toen bleek dat zij zich 240 kilometer verderop hadden gevestigd.
,,Per post kreeg ik bericht dat ons huwelijk was ontbonden. Nu ja, dat moest ik accepteren. Maar al snel bleek dat zij ook niet wilde dat ik mijn kinderen zag. Waarom precies heb ik nooit begrepen. In elk geval niet omdat ik de kinderen zou slaan of seksueel zou misbruiken; iets dergelijks heeft mijn ex me nooit verweten.’’
Het gemis van zijn kinderen was in deze spanningsvolle periode ‘de nekslag’. ,,Huilen, huilen, huilen... Ik kon niet meer functioneren, viel achttien kilo af. Het is moeilijk uit te leggen hoe intens het verdriet voelt. Het jaar ervoor had ik mijn vader verloren, met wie ik een goed contact had. Dat kwam hard aan, maar vergeleken bij het gemis van mijn kinderen was het veel makkelijker te accepteren.’’
De ontreddering waarin Pieter Koole was terechtgekomen, pleitte bij de Raad voor de Kinderbescherming niet in zijn voordeel. ,,Ik kreeg te horen: ‘Bij zo’n wrak zou ik mijn kinderen ook niet laten’ en ‘Huilende vaders zijn slecht voor kinderen’. Ik zou ‘mogelijk aan de alcohol zijn’, wat pertinent niet waar is. Kortom: er kwam een zweem van suggestie over de zaak te hangen waartegen ik onmogelijk kon opboksen.’’
Jaren volgden gevuld met strijd over een omgangsregeling. Soms kreeg Koole die toegewezen, soms juist niet ‘om de kinderen rust te geven’. Maar vrijwel steeds bleef contact uit. Intussen blijft het gemis knagen.
Pieter Koole noemt zich ‘een geboren vader’. ,,Ik heb van jongs af aan kinderen gewild. En toen ze er eenmaal waren, heb ik me intensief met hen bemoeid. Ik weet nog dat ik mijn dochters elke dag meenam naar de kersenboom. Bloesem bekijken. Ontdekken hoe die bloempjes langzaam plaatsmaken voor vruchten. En die dan plukken en thuis opeten.
,,Ze hebben m’n ziel eruit getrokken en die wil ik terug. Die pijn, de woede die dat oplevert; dat snapt alleen iemand die hetzelfde meemaakt. We huilen uit bij elkaar. Steunen elkaar met praktische informatie. Toch hoor je zelden van deze vaders omdat ze doodsbang zijn. Elk rumoer kan de kans op het zo gewenste contact weer verminderen.’’
Desondanks zijn de ‘dwaze’ vaders bij het grote publiek bekend door hun acties in Zorro- en Spider- Man-pakken. Ook Pieter Koole heeft ooit deelgenomen aan een bezetting van een kantoor van de Raad voor de Kinderbescherming. ,,We haalden het NOS Journaal, RTL Nieuws en heel veel kranten.’’
Tweede-Kamerleden bestookte hij met zijn ‘ouderschapsplan’. ,,Om problemen te voorkomen, zouden ouders op het moment dat een kind op komst is, al afspraken moeten maken over hoe het verder moet met hun ouderschap wanneer zij onverhoopt uit elkaar mochten gaan,’’ legt hij uit.
Zijn eigen kinderen zijn boos op hem, weet Pieter van zijn moeder, die haar kleinkinderen onlangs bezocht, nadat ze hen ook drie jaar niet had gezien.
Veel kinderen die een ouder lang niet hebben gezien, lijden aan het ouderverstotingssyndroom. Dit komt erop neer dat het voor een kind minder moeilijk is kwaad te zijn op de afwezige ouder dan van hem te blijven houden. Dat laatste is pijnlijker.
Denkt Pieter ze ooit weer te ontmoeten? ,,Ik heb mijn hoop gevestigd op mijn jongste. Wie weet dat zij zich ooit meldt. Dan hoop ik dat haar oudere zus ook over de brug komt.’’
Vaderbeweging al decennia actief
De strijd van vaders die het recht opeisen hun kinderen te zien is al tientallen jaren oud. Maar pas in de jaren zeventig, toen het aantal echtscheidingen erg toenam, kreeg de vaderbeweging echt vorm.
In 1971 werd voor het eerst in de wet de mogelijkheid opgenomen omgangsregelingen toe te wijzen, al waren die nog beperkt. Organisaties als de Bond Ouders Minderjaren bepleitten voor vaders behoud van omgang en gezag. Ook harde acties behoorden tot het repertoire. De Italiaanse vader Salvador Renzulli stak zichzelf in brand voor de rechtbank in Almelo. Hij overleefde deze actie niet.
Pas in 1990 kregen vaders in de wet het recht op omgang met hun kinderen. De Stichting Dwaze Vaders ontstond, die kantoren van Raden voor Kinderbescherming en rechtbanken bezette. Gezamenlijk gezag van moeder én vader behoorde vanaf 1995 tot de wettelijke mogelijkheden, maar werd pas in 1998 standaard. In de praktijk is omgang en gezag lang niet altijd gelijkwaardig verdeeld, omdat voor de rechter het begrip 'het belang van het kind' centraal staat.
De vaderbeweging kreeg een nieuwe impuls met Fathers4Justice. Verkleed als Zorro of SpiderMan bezetten leden bruggen en paleisdaken. Bij de Tweede Kamer ligt nu een wetsvoorstel voor een ‘ouderschapsplan' waarin ouders die scheiden worden verplicht afspraken te maken over verzorging en opvoeding van hun kind.
|
|
 |
 |
 |
|
|
 |
 |
|
| |
"Slepende strijd
voor omgangsrecht" in Nederland Trosuitzending Twee Vandaag7
februari 2005 - video én tekst

Slepende strijd voor omgangsrecht
Een gescheiden man weet na vier jaar juridische strijd eindelijk
een omgangsregeling voor zijn kinderen af te dwingen. Op een gegeven
moment besluit zijn ex-vrouw de kinderen niet mee mee te geven.
Tot wie kan de vader zich dan wenden?
De afgedwongen omgangsregeling werkte
redelijk goed, totdat afgelopen kerst de ex-vrouw van de man de
kinderen weigerde mee te geven. Is er een alternatief voor opnieuw
een slepende procedure?
Klik op Video
Transcript
Twee Vandaag-uitzending:
Het transcript van de uitzending werd gemaakt door Peter Tromp en
ons vrij ter beschikking gesteld, waarvoor wij Peter bijzonder hartelijk
bedanken.
Studio intro:
Jaap Jongbloed (Twee Vandaag):
Goeienavond, welkom bij Twee Vandaag.
Bas van 't Hof zag zijn kinderen jarenlang niet. Zijn vrouw ging
d'r op een dag vandoor, met de kinderen. En ondanks een rechterlijke
uitspraak over zijn recht op omgang, bleef ze de bezoeken saboteren.
Afgelopen kerst stopte ze opnieuw met de bezoekregeling.
Bas is ten einde raad. Zijn enige kans is een hernieuwde gang naar
de rechter.
Jaarlijks komen er 8.000 kinderen bij die het contact met hun vader
zo verliezen.
Linda van Dort maakte deze bijdrage.
Reportage op locatie van Linda van
Dort bij vader Bas van ’t Hof:
Bas van ’t Hof (vader)
Ik denk dat ik gedaan heb wat ik kon doen. En een hoop mensen zeggen:
“Joh, dit is eigenlijk al-al-al ..zoveel dat je hebt gedaan,
ja .. waar haal je de kracht vandaan. Nou ik denk, soms heb ik dat
zelf ook wel eens, dat ik denk ja, waar moet je de kracht nog vandaan
halen <Bas huilt> . Het heeft zoveel slapeloze nachten gekost.
Maar ja, je gelooft toch dat die kinderen een vader nodig hebben.
Linda van Dort (Reportage voice Twee Vandaag):
De wanhoop van een vader die zijn kinderen niet mag zien. Na de
scheiding heeft Bas van 't Hof vier jaar lang via rechtbanken moeten
strijden voor bezoekrecht. De reden waarom dat zo'n slepende strijd
is geworden is de onwil van moeder. Er is een keiharde uitspraak
van de rechter dat Bas zijn kinderen mag zien. Maar moeder legt
die uitspraak te pas en te onpas naast zich neer. Zoals afgelopen
kerst.
Bas van ’t Hof (vader)
Het zou voor het eerst in vier jaar zijn dat ik de kinderen weer
bij mij zou hebben. Nou daar verheug je je op, je haalt allerlei
dingen in huis, je bereidt dat helemaal voor, je hebt ideeën
om met ze te gaan doen en noem maar op, dus daar leef je helemaal
naartoe.
Ze belt, van zeg ja, de vorige keer is de omgangsregeling niet goed
gegaan, mijn dochter komt met allerlei klachten en je krijgt de
kinderen de volgende keer niet mee.
Dan denk je joh wat ga je me nu vertellen en zeker met de beleving
van hé ik verheug me erop om de kinderen met kerst weer bij
me te hebben.
Maar goed die gesprekken die werden dus al vrij snel verbroken.
En ik zeg ik kom gewoon mijn kinderen halen op 10 december. Ik ben
daar naar toe gegaan, en moeder die zat boven in het raam en die
gaf aan, ik heb je toch gezegd dat je niet hoefde langs te komen.
En daarmee, ja daar hield het mee op.
Linda van Dort (Reportage voice Twee Vandaag):
Bas legt zich er niet bij neer en belt direct zijn advocaat.Bovendien
doet hij aangifte bij de politie.
Bas van ’t Hof (vader)
Politie heeft aangegeven, joh, we gaan bemiddelen, dat dat toch
recht getrokken wordt. En dan zegt moeder van eh ja ik geef de kinderen
niet mee en jullie zijn partijdig, jullie staan aan zijn kant. Dus
eigenlijk verbreekt ze daarmee de verbinding en als de politie wel
zou komen, dan zou ze gaan vluchten, had ze aangegeven. Nou en daar
moet je het op dat moment maar mee doen, ondanks dat je dan een
uitspraak hebt van het gerechtshof, waarvan ik zeg ja die kan je
toch niet eigenhandig zomaar in de kast onderin de la leggen.
Reportage op locatie van Linda van
Dort bij Jan Martijn Wigman, advocaat van vader:
Linda van Dort (Reportage voice Twee Vandaag):
Jan Martijn Wigman is de advocaat van Bas. Hij is gespecialiseerd
in familierecht. In zijn praktijk heeft hij veel cliënten die
hun kinderen niet mogen zien ondanks een uitspraak van de rechter.
Jan Martijn Wigman (advocaat van vader):
De vader in dit geval staat eigenlijk machteloos. Hij kan naar de
deur gaan, treft daar vaak een dichte deur aan. Kan de politie nog
inschakelen, maar die zeggen vaak: ga maar naar je advocaat. Vervolgens
moet hij een procedure gaan starten, dat is een kortgeding procedure,
met alle kosten van dien. Dat kan zo tussen de 1000 en 1500 euro
kosten. En dan moet hij nog hopen dat de kortgeding rechter zegt:
“Meneer u heeft inderdaad recht op de omgang en ik verbind
daar een dwangsom aan of een andere sanctiemaatregel in de hoop
dat de moeder dan wel meewerkt.”
Reportage op locatie van Linda van
Dort bij Ruud Luchtenveld, Tweede Kamerlid VVD:
Linda van Dort (Reportage voice Twee Vandaag):
Dit is theorie. Maar in de praktijk blijkt dat er vrijwel nooit
moeite wordt gedaan om de moeder tot naleving te dwingen, door bijvoorbeeld
boetes of desnoods arrestatie.
Dit moet veranderen vindt Tweede Kamerlid Ruud Luchtenveld. Hij
heeft een wetsvoorstel ingediend.
Ruud Luchtenveld (Tweede Kamerlid VVD):
Natuurlijk he, denk je er niet meteen aan om een van de ouders in
de cel te zetten, dat komt ook heel weinig voor. Veel vaker wordt
een dwangsom toegepast, onder druk van bijvoorbeeld van 250 euro
voor ieder weekeind dat er niet wordt meegewerkt aan een bezoekregeling.
Dat is al een behoorlijk drukmiddel wat in de praktijk zal werken.
Het wordt alleen nu zo zelden opgelegd, dat kan veel vaker. En dat
is denk ik wat er in de rechtspraktijk zou moeten veranderen.
Reportage op locatie van Linda van
Dort bij Jan Martijn Wigman, advocaat van vader:
Linda van Dort (Reportage voice Twee Vandaag):
Wigman vindt het wetsvoorstel van Luchtenveld nog lang niet ver
genoeg gaan. Op dit moment kan de rechter ook een straf opleggen,
maar doet dat nooit. Wigman vindt dat deze zaken in de toekomst
in het strafrecht behandeld moeten worden.
Jan Martijn Wigman (advocaat van vader):
Nou een goede mogelijkheid zou denk ik zijn om het op te nemen in
het strafrecht. En het niet meewerken aan een omgang strafbaar te
stellen. Want daarmee geef je een heel duidelijk signaal af, aan
mensen die niet meewerken, die weten wat de sancties zullen zijn.
En het Openbaar ministerie gaat vervolgens .., moet vervolgens zorgen
voor handhaving. En ik denk dat dat het probleem grotendeels zou
oplossen.
Reportage op locatie van Linda van
Dort bij Ruud Luchtenveld, Tweede Kamerlid VVD:
Linda van Dort (Reportage voice Twee Vandaag):
Strafrecht vindt Luchtenveld geen oplossing. Hij signaleert dat
rechters nu hun verantwoordelijkheid niet nemen. En dat moet veranderen.
Ruud Luchtenveld (Tweede Kamerlid VVD):
Als de rechter dan ook aan bod komt, dan moet de rechter ook knopen
doorhakken. Dus niet eerst weer maandenlang, jarenlange discussies
over rapporten van de Raad voor de Kinderbescherming. Nee, de rechter
moet, als ouders er niet uitkomen, zeggen en zo zal het gebeuren.
En dan moet ook een rechterlijke uitspraak worden nageleefd. Het
is te gek dat op allerlei gebied rechterlijke uitspraken moeten
worden nageleefd. Maar op het gebied van het omgangsrecht en het
familierecht niet. Daar moeten we echt verandering in brengen.
Reportage op locatie van Linda van
Dort bij vader Bas van ’t Hof:
Linda van Dort (Reportage voice Twee Vandaag):
Dat is natuurlijk prachtig dat wetsvoorstel. Maar ondertussen heeft
Bas aan alle mogelijke onderzoeken door instanties en specialisten
meegewerkt, hij heeft mediation gedaan, en is als uiterste middel
naar de rechtbank gestapt. Alles en iedereen stelt hem in het gelijk.
Er is geen enkele reden waarom hij zijn kinderen niet zou mogen
zien. Toch weet een vrouw dit alles te dwarsbomen. En rechters straffen
haar niet.
Bas van ’t Hof (vader)
Daar heb je zoveel geld voor uitgegeven, ik denk dat het me bij
elkaar wel 25.000 euro gekost heeft. En alleen om het recht, waar
je recht op hebt, om dat te krijgen eigenlijk. Dan denk je: Ja,
advocaten zijn er goed mee, rechters die worden er dik voor betaald.
En, jij die al in een slachtofferrol zit, want zo ervaar ik het,
he je bent ... vaak wordt gezien moeders zijn het slachtoffer ...,
in deze situatie vind ik vaders echt in de slachtofferrol zitten
en de kinderen.
En dan denk ik ... En dan krijg je d'r daar nog eens bij overheen
dat je heel veel geld moet gaan investeren in de verwachting en
de hoop van ja pt..ik heb recht daar op, dus ik ga dat krijgen.
En dan zie je dat daar ook nog een loopje mee wordt genomen, dus
je hebt een dubbel probleem dan.
Studiogesprek Jaap Jongbloed met familierechter
mevrouw Quick-Schuijt:
Jaap Jongbloed (Twee Vandaag):
En naast mij in de studio zit een van die rechters. Namelijk Nanneke
Quick-Schuijt. Familierechter is zij. Mevrouw Quick, hartelijk welkom.
Ja, wat moet deze meneer nou doen? Wat moet je nou doen als een
moeder gewoon zegt: “Ik hou mij niet aan die omgangsregeling”?
Nanneke Quik-Schuijt (familierechter):
Dat is natuurlijk een drama en dat is verschrikkelijk moeilijk.
Rechters worstelen daar allemaal mee
In dit geval heeft meneer alles geprobeerd.
Er ligt een uitspraak en dan kunnen wij niks meer.
Wij kunnen d'r een dwangsom erop zetten.
Jaap Jongbloed (Twee Vandaag):
U hebt wel dwangmiddelen ...ja.
Nanneke Quik-Schuijt (familierechter):
We kunnen een dwangsom d’r op zetten. We kunnen gijzeling
van de moeder, dus opsluiten bevelen en we kunnen in het uiterste
geval nog een ondertoezichtstelling uitspreken om die moeder te
helpen.
Maar het probleem is, dat toch als ik moet kiezen voor de belangen
..., tussen de belangen van de vader en van het kind, dan moet ik
toch kiezen voor het kind, die heeft zijn leven nog voor zich. En
jonge kinderen zijn nou eenmaal 100 procent afhankelijk van hun
moeder. Dus als er niet een heel klein beetje medewerking is van
die moeder, dan kan het kind niet zonder grote schade voor zijn
ontwikkeling naar die vader worden gesleurd.
Jaap Jongbloed (Twee Vandaag):
Dat kan ik me voorstellen. Maar nou bestaat, zeker bij kinderen
als die weer een ietsje ouder zijn, bestaat soms ook de indruk dat
dat een beetje een dooddoener is, dat dat altijd het belang van
het kind is. Het is ook het belang van het kind dat het die vader
ziet!
Nanneke Quik-Schuijt (familierechter):
Tuurlijk! Nou ik kan u met de hand op het hart bezweren, dat wij
rechters tot het uiterste gaan om te proberen om een omgangsregeling
van de grond te krijgen.
Jaap Jongbloed (Twee Vandaag):
Maar nou gaat het er juist om, om die situaties waarbij die omgangsregeling
er is ...
Nanneke Quik-Schuijt (familierechter):
en dan niet ...
Jaap Jongbloed (Twee Vandaag):
en dan houdt, in dit geval de moeder, zich daar niet aan
Dan hebt u middelen, u zegt het al, u kunt een dwangsom opleggen,
u kunt ze zelfs een jaar in de cel stoppen ...
Nanneke Quik-Schuijt (familierechter):
nou niet een jaar ..
Jaap Jongbloed (Twee Vandaag):
Is het niet een jaar, die gijzelingen?
Nanneke Quik-Schuijt (familierechter):
Nou, weet ik eigenlijk niet
Jaap Jongbloed (Twee Vandaag):
dat maakt niet uit ... maar het gebeurt te weinig, dat zegt men
in deze reportage.
Nanneke Quik-Schuijt (familierechter):
Ja maar ik denk dat dat geen oplossing is. Die moeder moet geholpen
worden om te zien dat het in het belang van haar kind is om naar
die vader te gaan.
Want stel u zich eens voor, je moeder moet betalen, en dit soort
moeders vertelt dat aan haar kinderen, of ze wordt opgesloten. En
jij moet gezellig een dag met je vader doorbrengen die daar de oorzaak
van is. Dat, dat ...
Uit ieder onderzoek komt dat een kind dat contact heeft met de andere
ouder terwijl de situatie conflictueus is, er slechter uitkomt op
den duur dan een kind dat geen contact heeft.Een bepaalde mate van
conflict is voor een kind niet meer te doen. Die moet dan kiezen
van, alleen maar een ouder.
Maar wat wij nodig hebben is ....
Jaap Jongbloed (Twee Vandaag):
Ja maar, dat conflict en die slechte verhalen over de vader, die
zijn er in dit geval toch wel hoor!
Nanneke Quik-Schuijt (familierechter):
Die zijn er toch wel, maar wat wij nodig hebben, en wat de samenleving
nodig heb,
is hulpmiddelen om die moeder ... te helpen ... ervaren ...ehm ..
D'r is een onderzoek geweest naar dat strafbaar stellen van vaders.
Daar is uitgekomen ....
Jaap Jongbloed (Twee Vandaag):
wat de laatste spreker voorstelde ...
Nanneke Quik-Schuijt (familierechter):
ja .. niet van vaders maar van moeders uiteraard .. D'r is gekeken
naar de landen om ons heen en wat daar uit kwam was dat allerlei
landen ook sancties hadden, maar ze ook niet toepasten, net als
bij ons.
En wat daar ook uit kwam, is dat andere landen veel meer hulpmiddelen
hebben zoals mediation, eventueel verplicht voorafgaand aan het
huwelijk, omgangshuizen ...
Jaap Jongbloed (Twee Vandaag):
En daar moet je het dus in zoeken, zegt u.
Nanneke Quik-Schuijt (familierechter):
Daar moet je het in zoeken.
Jaap Jongbloed (Twee Vandaag):
Kunt u ... noem dan eens concreet... noemt u dan eens concreet wat
je dan nodig hebt om dit soort situaties te voorkomen? En hoe dat
wel echt bereikt zou kunnen worden?
Nanneke Quik-Schuijt (familierechter):
Ja, om nou te beginnen met dat ouderschapsplan van meneer Luchtenveld.
Dat vind ik een prima idee als het niet alleen maar een papieren
plan is. En ..
Jaap Jongbloed (Twee Vandaag):
Dus daar maken ouders, zelfs al voor de scheiding,....
Nanneke Quik-Schuijt (familierechter):
.. maken voor de scheiding een plan ...
Jaap Jongbloed (Twee Vandaag):
... een plan over hoe ze de zorg voor het kind gaan verdelen ...
Nanneke Quik-Schuijt (familierechter):
Ja, precies. Maar wat er heel goed kan gebeuren, en dat hebben we
eerder meegemaakt, is dat daar een standaardplan in de computer
van de advocaat zit, en dan kunnen ze tussen drie modules kiezen
en het rolt er zo uit.Waar het echt om gaat is dat ouders samen
nadenken van
"we zitten in een hele moeilijke periode en hoe gaan we dat
nou voor onze kinderen regelen". Een heleboel ouders hebben
daar helaas hulp bij nodig.
Jaap Jongbloed (Twee Vandaag):
En u hebt echt daarvan de verwachting, dat je dan dit soort problemen
kunt voorkomen?
Nanneke Quik-Schuijt (familierechter):
Als je ..ehm, als je bijvoorbeeld mediation verplicht zou stellen
voor ouders met kinderen voorafgaand aan de scheiding, dan leert
de ervaring in andere landen dat dat heel veel narigheid voorkomt.
Zoals we nu mediation inzetten, zijn we eigenlijk vaak veel te laat
in het proces.
Jaap Jongbloed (Twee Vandaag):
Ja, en dan is het niet zo, dat achteraf, als de moeder zegt van
ja, maar ik wil het kind toch eigenlijk helemaal niet afstaan ...dan
ben je toch nog steeds even ver?
Nanneke Quik-Schuijt (familierechter):
Ja, je probeert die situatie te voorkomen. Kijk ehm, d'r zullen
altijd moeders blijven die dwars blijven liggen. De mens is nou
een keer niet volmaakt, dat zal altijd blijven.
Én wat mij dan wel enigszins aanspreekt, is niet zozeer om
haar te straffen omdat ze het kind niet naar vader laat gaan, want
die moeders doen dat vaak uit overtuiging dat dat het beste is voor
hun kind. Maar ik vind wel dat je rechterlijke uitspraken in ons
land te makkelijk naast je neer kan leggen.
Jaap Jongbloed (Twee Vandaag):
Met andere woorden er moet ook wat gedaan worden om dit soort dingen
te effectueren, uit te voeren, als een moeder zich er niet aan houdt!
Nanneke Quik-Schuijt (familierechter):
Daar zou nog wel iets te halen zijn denk ik, want als wij dan uiteindelijk
zo'n omgangsregeling opleggen, hebben we alles bekeken, alle mogelijkheden.
En dan vind ik ook wel dat die er moet komen.
Jaap Jongbloed (Twee Vandaag):
Hartelijk dank mevrouw Quik.
Commentaar :
Het was zoals Peter Tromp stelt
een uitstekende TROS-uitzending. Het authenticiteitsgehalte lag
zeer hoog. In zijn volle omvang werd de vaderellende van Bas van
't Hof en de uitzichtloosheid van zijn situatie naar zijn kind toe
geschetst.
Hoe is die situatie toch zo gegroeid
in Nederland? Frustratie van omgang is er geen misdrijf. Het komt
ons onvoorstelbaar voor dat rechters het belang van het kind inroepen
om vaders de toegang tot hun bloedeigen kind te weigeren.
Peter Tromp legt de vinger op
de wonde, toont heel duidelijk de verkeerde ingesteldheid van de
rechter aan als hij m.b.t. het gesprek met Familierechter Mevrouw
Quick aan mij schrijft:
"De uitzending heeft met
name in het interview met mw. Quick goed blootgelegd, waar het probleem
nu al 30 jaar ligt, nl. de onwil en discriminatie van de rechterlijke
macht naar vaders en kinderen. Vaders worden niet belangrijk voor
hun kinderen gedacht, alleen moeders zijn belangrijk. Dus doet men
gewoon niets anders als roepen dat het ze zo ter harte gaat. Alleen
lippendienst."
Het ware belang van het kind
ligt in het duurzaam contact met elk van zijn beide ouders na scheiding.
Dat de Nederlandse rechters dat dan
toch eens eindelijk gaan inzien! De Nederlandse
politieke overheid moet zoals in België zich eens ernstig
en diepgaand bezinnen om de ouderproblematiek bij scheiding effectief
aan te pakken en op die manier de eindeloze drama's zoals wij ze
meemaakten in de uitzending doen ophouden, voorkomen. Enkel dan
zal in Nederland een humanisering van het familieleven tot stand
komen.
Ghislain Duchâteau
Peter Tromp leidt de
continentale tak van het "Fathercare Knowledge Centre Europe"
Fathercare Knowledge Centre Europe (FKCE)
J. Cabeliaustraat 17
3554 VH Utrecht
Tel: 030 – 238 3636 / 06 – 1829 3397
nloffice@fkce.info /
http://www.fkce.info/
|
|
 |
 |
 |
|
|
|
|
 |
 |
|
| |
De kinderen zijn vaak de
dupe
door Nadia Berkelder
Provinciale Zeeuwse Courant, 11 augustus 2004
http://www.pzc.nl/regioportal/PZC/1,1478,1619-ZeeuwsVlaan__2286493_,00.html

MIDDELBURG - Gescheiden ouders hebben weinig mogelijkheden
om de omgang met hun kinderen af te dwingen. Johan Traas uit Middelburg
helpt ouders in hun juridische strijd.
Vorige week hebben actievoerders de deuren van het kantoor van de
Raad voor de Kinderbescherming in Middelburg dichtgekit. Traas had
daar niets mee te maken, zegt hij. De actie is opgeëist door
’Fathers for Justice’. Volgens die actiegroep zijn de
rechtbanken en de raad er schuldig aan dat sommige vaders, en in
een enkel geval ook moeders, geen contact hebben met hun kinderen.
Traas zelf heeft zijn dochter ook twee jaar niet gezien. Het contact
werd verbroken nadat hij werd beschuldigd van misbruik. „Mijn
ex-vrouw zei dat ik psychisch niet in orde was. Toen zei ze dat
ik aan de drugs was en aan de alcohol. Toen kwam ze met het magische
woord. Dan staat alles stil in Nederland.“ Tijdens het onderzoek
werd het contact met zijn dochter verbroken. Hij is vrijgesproken
en vorig jaar zag hij zijn dochter weer terug.
Traas adviseert tegenwoordig andere ouders die zijn verwikkeld
in een strijd om de omgang met de kinderen. Drie keer per week kunnen
ze via de nieuwsgroep ’gescheiden vaders’ op internet
vragen aan hem stellen.
Straatarm
„Ik ga met ze mee naar de raad, ik beoordeel rapporten. Dat
is vrijwilligerswerk. De meeste mensen zijn straatarm geprocedeerd.“
Hij helpt iedereen, behalve als duidelijk is dat er inderdaad misbruik
in het spel is. „Dat zou de goede naam van gescheiden vaders
aantasten.“
Het systeem in Nederland klopt niet, vindt hij. De niet-verzorgende
ouder moet soms jarenlange juridische gevechten leveren om een kind
te kunnen zien. „Het ene moment mag je voor je kind zorgen,
het andere moment ben je een weekendvader. Er worden beslissingen
achter je rug om genomen. Sommige ouders weten niet eens waar hun
kind op school zit, soms komen ze er achter dat hun kind ineens
gedoopt is.“
Ouders die gezag hebben over hun kinderen hebben recht op informatie.
Maar een verzoek om informatie wordt vaak niet beantwoord, vertelt
Traas. „Het ergst zijn de scholen. Als je er tien neemt, is
er misschien een halve die het goed doet. Het is steeds hetzelfde
probleem, je krijgt te horen dat ze het eerst even aan de moeder
vragen. Het kost meestal een half jaar voor je een dossier boven
water hebt, soms moet je zelfs dreigen met een kort geding.“
Wraak
Vaak zijn het vaders die hun kinderen niet meer zien na een scheiding,
maar ook moeders krijgen er mee te maken. Waarom doen ouders elkaar
dat aan? „Het heeft te maken met wraak, denk ik. Met het niet
kunnen verwerken van de echtscheiding. Het is net of ze op deze
manier controle op je willen houden.“
„Sinds 1998 heeft bijna elke ouder gezag over zijn kinderen.
Maar hoe kun je gezag over je kind uitoefenen als je het niet ziet?
Je bent afhankelijk van de grillen van de verzorgende ouder.“
Ook al zijn er afspraken, het komt voor dat die worden geschonden,
dat het weekendje bij vader ineens wordt afgebeld bijvoorbeeld.
De oplossing? „Voor de scheiding erdoor gaat, alles op papier
zetten, eventueel met hulp van een bemiddelaar. Co-ouderschap is
voor kinderen de meest ideale situatie. Dan kunnen ze vrij tussen
de ouders bewegen.“
Ouders die niet getrouwd zijn, moeten het gezag van de vader laten
vastleggen, vindt Traas.
„Een ongehuwde vader heeft, zelfs als hij zijn kinderen heeft
erkend, geen rechten, maar hij moet bijvoorbeeld wel alimentatie
betalen.“
„De kinderen zijn de dupe. Het systeem dat wordt toegepast
is triest.“
Als de moeder wil dwarsliggen, heeft de gescheiden vader vaak het
nakijken als het om omgang met de kinderen gaat. |
|
 |
 |
 |
|
|
 |
 |
|
| |
'We hebben afgesproken dat je vader
aan je zat'
In De Volkskrant van zaterdag 21 februari 2004 .
Van verslaggeefster Ellen de Visser
AMSTERDAM - Experts
hebben kritiek op politie en hulpverleners die onderzoek proberen
te beïnvloeden. Zo is er een bureau dat kinderen voorkauwt
wat ze moeten vertellen.
Politieagenten die klakkeloos het verhaal van de aangeefster aannemen.
Therapeuten die zich inhoudelijk bemoeien met politieverhoren. Vrouwen
die aangifte doen louter op basis van droombeelden. Moeders-in-scheiding
die hun kind wilde beschuldigingen laten uiten tegen hun ex.
Het is een greep uit de kritiek
van de landelijke expertisegroep bijzondere zedenzaken in het gisteren
gepubliceerde jaarverslag over 2001 en 2002.
De groep van deskundigen, eind 1999 ingesteld door het college
van procureurs-generaal, beoordeelt zedenzaken waarbij sprake is
van hervonden herinneringen, ritueel misbruik en herinneringen van
vóór het derde levensjaar. Dat moet voorkomen dat
beschuldigden te lichtvaardig worden aangehouden.
In slechts drie van de dertig zaken die in 2001 en 2002 werden
bekeken, werden 'geen gronden voor ongeloofwaardigheid' aangetroffen.
In de andere zaken adviseerden de experts onmiddellijk te stoppen,
of nader onderzoek te doen. Bij twee zaken werd, nog voordat rapport
was opgemaakt, al duidelijk dat het om een valse aangifte ging.
Officieren van justitie volgen het advies van de groep altijd op.
Sinds het ontstaan van de werkgroep zijn 55 zedenzaken voorgelegd,
waarvan er uiteindelijk 45 niet zijn doorgezet.In het jaarverslag
geven de deskundigen een overzicht van de omstandigheden die bij
dergelijke aangiftes een rol spelen.
In ruim een derde van de zaken
speelde echtscheiding een rol. Aangeefsters waren vaak in therapie
geweest vanwege psychische problemen.
Therapeuten stelden zich soms zeer onprofessioneel op. Een vrouw
achtervolgde met haar psychotherapeut een vroegere leraar die zij
van misbruik beschuldigde. Een psychiatrisch verpleegkundige ging
mee naar politieverhoren om tegenstrijdigheden in de aangifte te
verklaren en gaf een interview aan een landelijke krant over de
zedenzaak van haar patiënte. Een psychotherapeute verklaarde
dat zij herinneringen van voor de geboorte kan oproepen.
De expertisegroep ontdekte zelfs het bestaan van een bureau dat
kinderen voorbereidt op verhoor bij de politie. Daarbij is sprake
van forse beïnvloeding, getuige de brief van het bureau aan
een vermeend slachtoffertje: 'Gistermiddag is je moeder hier geweest.
We hebben gisteren afgesproken dat we bij de politie gaan vertellen
dat je vader vaak aan je ''poenie'' heeft gezeten. Dat moet je wel
durven en daarom gaan we goed oefenen.' De kwaliteit van de aangiftes
is soms inferieur. Agenten vragen niet door, stellen suggestieve
vragen en zijn soms te slachtoffergericht.
In een geval hadden de politie-aantekeningen volgens de werkgroep
niet het karakter van een verhoor maar veeleer van een 'redactioneel
commentaar van de aangeefster'.
|
|
 |
 |
 |
|
|
 |
 |
|
| |
Mogelijke
problemen bij de uitoefening van het omgangsrecht
A. Situatieschets
In mijn uiteenzetting zal ik de term omgangsrecht gebruiken
als het recht van iemand op een persoonlijk contact met kinderen,
dit als tegenhanger van het bewaringsrecht van een ouder over een
kind. Mijn invalshoek is het boycotten van de omgangsgerechtigde
ouder (e.a. gerechtigden) door de andere ouder.
Als uitgangspunt neem ik de relatiebreuk van een koppel met kinderen.
Ofwel komen de partijen tot een consensus en kan eventueel een
overeenkomst tussen hen bekrachtigd worden in een vonnis van de
rechtbank of in een notariële akte;
Ofwel komen de partijen niet tot een consensus en vormen zich onder
meer problemen betreffende de omgang met de kinderen.
1. Heel dikwijls zullen die problemen al voorkomen voordat een
derde instantie, zoals een rechtbank, een advocaat, een bemiddelaar,
met de problematiek te maken krijgt.
Ik denk hierbij b.v. aan het verlaten van de echtelijke woonst
met meenemen van de kinderen naar een onbekende bestemming.
De andere ouder wordt voor een voldongen feit gesteld, kinderen
worden als wapen en drukkingmiddel gebruikt.
In deze fase is het van cruciaal belang een gepaste begeleiding
te krijgen. Het advies dat dan wordt verstrekt, de strategie die
dan wordt bepaald, de houding die men aanneemt kan een essentiële
invloed hebben op het verdere lot en verloop van de omgang met de
kinderen, zowel op korte termijn als op lange termijn.
Van in het begin doet men er best aan een langetermijnvisie te
ontwikkelen betreffende de wijze waarop men de omgang met de kinderen
wil realiseren.
2. Daarna kan men de hulp inroepen van een derde instantie.
a. Daarbij kan men kiezen voor het bemiddelingsmodel, wat
betekent dat de partijen onder begeleiding van een deskundige (een
advocaat-bemiddelaar, een notaris-bemiddelaar of een erkend bemiddelaar
uit de welzijnssector) samen gaan zoeken naar oplossingen in functie
van de wederzijdse bezorgdheden en betrachtingen.
b. Ofwel kiest men de procedurele weg, wat betekent dat
men de rechter vat om te oordelen over het geschil. Eén of
twee partijen zijn niet in staat om er samen uit te geraken en geven
het beslissen in handen van de rechter. Dat kan de vrederechter
zijn, de jeugdrechter, de voorzitter van de rechtbank van eerste
aanleg, zetelend in kort geding, de rechtbank van eerste aanleg
als bodemrechter en de beroepsrechters.
De rechter bepaalt dan in een vonnis of beschikking hoe
de omgang met de kinderen zal verlopen. Dergelijk vonnis zal in
de meeste gevallen uitvoerbaar zijn bij voorraad, wat wil zeggen
dat, ook al gaat één partij niet akkoord met het vonnis
en tekent die er een beroep tegen aan, het vonnis toch al op een
gedwongen wijze kan worden uitgevoerd.
3. Dit betekent echter helaas niet dat men aan het einde van de
rit is. Men kan beschikken over een uitvoerbaar vonnis, waarbij
een aanvaardbaar omgangsrecht werd bepaald, maar in de praktijk
vaststellen dat de andere ouder dit vonnis gewoon naast zich neerlegt.
De spitsvondigheid van sommige ouders om geen gevolg te moeten geven
aan een vonnis is soms legendarisch: men goochelt met doktersattesten,
die attesteren dat het kind niet buiten mag, men gaat illusoire
strafklachten indienen over het gedrag van de omgangsgerechtigde
ouder, men treft eenvoudigweg niemand aan of men lacht de omgangsgerechtigde
ouder vierkant uit
B. Welke mogelijkheden staan er ter beschikking
om daarop te reageren ?
1. De dwangsom
De rechter kan de niet-uitvoering van zijn vonnis koppelen aan
het betalen van een belangrijke geldsom.
Aan de onwillige partij wordt dan een soort boete opgelegd, bijvoorbeeld
620 euro per dag dat het kind niet wordt meegegeven.
In de rechtspraak wordt steeds meer een beroep gedaan op het opleggen
van een dwangsom, maar het is zeker nog geen automatisme.
Helaas stelt men vast dat zelfs het opleggen van een dwangsom,
die soms gigantisch kan zijn, niet altijd soelaas biedt: sommigen
betalen het met de glimlach, anderen installeren zich in de onvermogendheid,
zodat de dwangsom oninbaar wordt.
Ondertussen blijft de omgang wel geboycot.
2. Een tweede middel om het omgangsrecht te doen respecteren vindt
men in het strafrecht.
Artikel 369 bis van het strafwetboek stelt strafbaar :
De vader of de moeder die het kind onttrekt of poogt te onttrekken
aan de bewaring van de personen aan wie de rechterlijke overheid
of de minister van Justitie het heeft toevertrouwd of die het niet
afgeeft aan degenen die het recht hebben het op te eisen, of die
het ontvoert of doet ontvoeren.
De straffen belopen 8 dagen tot één jaar gevangenisstraf
en/of een boete die kan schommelen tussen 128 euro en 4.957 euro.
Wanneer in strijd met de bepalingen van een burgerlijk vonnis,
het kind niet wordt meegegeven kan de strafvordering in werking
worden gesteld.
Dat kan door middel van :
- het indienen van een klacht bij de politiediensten, die proces-verbaal
overmaken aan het parket.
Gelet op de ernst, de frequentie van de inbreuk en de concrete omstandigheden
zal de behandelende parketmagistraat ofwel de klacht seponeren,
ofwel overgaan tot vervolging, ofwel bij de onderzoeksrechter een
gerechtelijk onderzoek vorderen.
- het indienen van klacht met burgerlijke partijstelling bij
de onderzoeksrechter. Wanneer diens onderzoek is beëindigd
gaat de zaak naar de Raadkamer, die beslist tot vervolging of buitenvervolgingstelling.
- het rechtstreeks dagvaarden voor de correctionele rechtbank.
Ik merk daarbij op dat niet alleen positieve handelingen ter verhindering
van het omgangsrecht worden gesanctioneerd. Ook het nalaten om het
ouderlijk gezag aan te wenden ten overstaan van het kind teneinde
het omgangsrecht te doen respecteren, kan tot bestraffing leiden.
De strafwet werkt ook in twee richtingen, waarmee ik bedoel dat
ook de omgangsgerechtigde ouder gesanctioneerd kan worden (b.v.
het niet terugbrengen van de kinderen na afloop van het omgangsrecht).
In de praktijk is dit strafechtelijke luik niet onbelangrijk en
kan het soms de aanzet zijn tot een herstel van de contacten met
het kind.
Afgezien van de gebeurlijke bestraffing laat de bolwassing die
de onwillige ouder van de strafrechter krijgt, dikwijls een grote
indruk na die voor een kentering kan zorgen.
Ik voeg daar onmiddellijk aan toe dat men ook op dit vlak nog steeds
enig geduld aan de dag zal moeten leggen :
Een enkele klacht zal zelden tot vervolging leiden. Meestal zal
er een veelvoud aan klachten moeten voorliggen vooraleer men mogelijk
zal vervolgen. Het vervolgingsbeleid van de diverse parketten durft
naargelang van de omstandigheden ook nogal eens verschillen en jammerlijk
genoeg moet ik vaststellen dat de huidige materie nog steeds geen
prioriteit krijgt.
Bovendien moet ook de strafprocedure zijn verloop krijgen, wat
betekent dat men in de praktijk vlug op enkele maanden moet rekenen
voordat de zaak door de strafrechter behandeld zal worden.
Bij wijze van voorbeeld het volgende:
Een vader heeft ingevolge een uitspraak van de vrederechter een
veertiendaags omgangsrecht met de kinderen tijdens de weekends.
Dat wordt om diverse en steeds nieuwe redenen geweigerd door de
moeder van de kinderen. In een periode van negen maanden dient de
vader om de veertien dagen consequent klacht in tegen zijn ex-partner
wegens het niet respecteren van zijn omgangsrecht. Na verloop van
deze negen maanden stuurt hij samen met deze talrijke klachten een
rechtstreekse dagvaarding uit voor de Correctionele Rechtbank. De
zaak komt één jaar na de eerste weigering voor de
eerste maal voor.
Naar aanleiding van de gevoerde verdediging van de vrouw krijgt
zij door de rechter nog één kans aangeboden. De zaak
wordt daartoe twee maanden uitgesteld.
3. Een derde middel om tegemoet te komen aan problemen bij de uitoefening
van het omgangsrecht is het uitlokken van een wijziging aan de
bestaande opgelegde regeling of het bekomen van nieuwe maatregelen.
Soms functioneert een bepaalde regeling niet en kunnen kleinigheden
irriterend werken voor een partij, die dan over de gehele lijn dwars
gaat liggen.
Er zijn tal van voorbeelden: een ouder vindt het niet leuk dat
hij de kinderen moet ophalen en weer afzetten, een ouder heeft het
moeilijk met de plaats waar de kinderen dienen te worden afgehaald,
een ouder kan niet verkroppen dat de omgang al op vrijdagavond in
plaats van op zaterdagmorgen aanvangt, een ouder vindt het bedrag
van het onderhoudsgeld te laag.
Soms volstaat het om iets, dat op het eerste gezicht onbelangrijk
lijkt, te wijzigen om dan nadien vast te stellen dat deze 'kleinigheid'
van wezenlijk belang was voor één partij. Het komt
er dan op aan om dat te onderkennen en erop in te spelen.
Sommige problemen vergen een belangrijker ingreep :
- Er kunnen moeilijkheden worden geconstateerd bij het kind of
een ouder kan voorhouden dat het kind de omgang niet wenst: in zulke
gevallen kan de aanstelling van een deskundige (b.v. een
kinderpsychiater) worden gevorderd om op een deskundige wijze te
worden voorgelicht over de oorzaken van het gedrag van het kind
en hoe daarmee omgegaan moet worden.
- Soms is de rol van het kind zelf een centraal gegeven in
de procedure en kan het belang van de zaak vergen dat de kinderen
zelf worden gehoord door de rechter. Het Gerechtelijk Wetboek voorziet
in art. 931 een hoorrecht. De rechter kan het kind horen
als het over het vereiste onderscheidingsvermogen beschikt, hetzij
op hun verzoek, hetzij op verzoek van de rechter zelf. Verder is
er in art. 56 bis van de jeugdbeschermingwet een hoorplicht
voorzien voor kinderen vanaf 12 jaar.
- Het kan ook voorkomen dat de ouders zelf begeleid moeten worden,
waarbij men kan vorderen dat de partijen zich samen of individueel
zouden laten begeleiden door een relatie- of gezinstherapeut.
- Soms moet men bij het uitwerken van maatregelen voor een geleidelijke
aanpak kiezen en opbouwend werken, waardoor de ene of de andere
partij een geruster gevoel krijgt en waarbij men via het inschakelen
van proefperiodes en evaluaties langzaam een omgangsregeling realiseert
die beide partijen kunnen aanvaarden. Men moet er dan voor zorgen
dat de rechter greep behoudt op de zaak en in functie van de evolutie
maatregelen kan aanpassen.
- In extreme gevallen kan de situatie tussen partijen zodanig verziekt
zijn dat van een normale omgang geen sprake meer kan zijn. In dergelijke
gevallen kan een beroep worden gedaan op een omgang op een neutrale
plaats. Er bestaan gespecialiseerde bezoekruimtes waar het
omgangsrecht onder toezicht kan worden uitgeoefend en uiteindelijk
kan leiden tot het realiseren van een 'normaal' omgangsrecht.
- Een wijziging in de gezagsregeling kan ook een oplossing
brengen: van het gezamenlijk uitoefenen van het gezag door beide
partijen naar een exclusieve uitoefening voor één
partij; van een exclusieve uitoefening door één partij
naar een exclusieve uitoefening door de andere partij.
Een nieuwe wet beoogt de regeling van rechtbankverbonden bemiddeling
voor alle familiale geschillen (dat is ruimer dan bemiddeling
in echtscheidingssituaties).
Kort geschetst komt het hierop neer dat door de rechter in het
raam van een procedure een bemiddelaar wordt aangewezen en dat ofwel
op eigen verzoek van de partijen, ofwel op initiatief van de rechter
maar met instemming van de partijen.
De rechter wijst dan een professioneel bemiddelaar aan die binnen
de door hem bepaalde termijn zijn bemiddelingsopdracht kan vervullen.
Die termijn kan worden verlengd.
Door de bemiddelingstechniek in de wet op te nemen wil de wetgever
humanere oplossingen aanreiken in een domein van het recht dat veel
af te rekenen heeft met menselijke drama's.
De rechter krijgt zo een wettelijke grondslag om een bemiddelaar
aan te wijzen en kan niet meer het verwijt krijgen dat hij zijn
bevoegdheid te buiten gaat of de rechten van de verdediging schendt.
Ik vestig er de aandacht op dat de toepassing steeds gebaseerd
is op de vrijwilligheid en de instemming van de partijen.
De praktijk zal uitwijzen of dit nieuw wettelijk instrument ook
effectief oplossingen zal brengen.*
* Noot : de wet op de rechtbankgebonden bemiddeling is door
het Belgische parlement aangenomen, maar de uitvoeringsbesluiten
zijn op 1 januari 2003 nog niet in het Belgisch Staatsblad verschenen,
zodat de wet nog niet echt van toepassing is. Toch zijn er al heel
wat rechters die de wet al hanteren voor ze formeel rechtskracht
heeft. De vrijwilligheid is de zwakke stee in deze goed bedoelde
komende wet. (G.D.)
4. De tergende en roekeloze houding van de onwillige ouder kan
zich ook vertalen in een vordering tot (morele) schadevergoeding
en eventueel een vordering wegens tergend en roekeloos geding.
C. Vooraleer te besluiten moet ik er u
op wijzen dat de besproken problematiek niet beperkt is tot het
Belgische grondgebied.
De uitoefening van het omgangsrecht heeft tegenwoordig dikwijls
een grensoverschrijdend aspect.
In dit kader is het toch belangrijk om te wijzen op het Verdrag
van Den Haag van 25 oktober 1980 betreffende de burgerrechtelijke
aspecten van internationale ontvoering van kinderen. Sedert de wet
van 10 augustus 1998 heeft dit Verdrag rechtstreekse werking in
België (Art. 1322 bis-1322 octies Ger.Wetb.). Tal van landen,
waarvan de opsomming mij te ver zou leiden, zijn op heden toegetreden
tot dat verdrag.
Het doel van dit Verdrag is dubbel :
- de onmiddellijke terugkeer verzekeren van kinderen die ongeoorloofd
zijn overgebracht of worden vastgehouden in een verdragssluitende
staat ;
- het daadwerkelijk doen eerbiedigen van het in een verdragssluitende
staat bestaande recht betreffende het gezag en het omgangsrecht
in andere verdragssluitende staten.
Praktisch gezien kan een verzoek worden ingediend bij de Centrale
Autoriteiten van een staat.
In België zijn dat het Ministerie van Justitie en/of het Parket.
Na onderzoek en gebruik makend van hun beoordelingsbevoegdheid kunnen
zij de zaak aanhangig maken voor de bevoegde rechtbank (in België:
de rechtbank van 1e aanleg). In de praktijk is de toepassing afhankelijk
van staat tot staat en blijkt de ene staat meer beschermend op te
treden ten overstaan van de eigen onderdaan dan de andere. Ook de
snelheid waarmee wordt gehandeld is verschillend.
Helaas kan ik niet dieper ingaan op deze specifieke materie, maar
ik geef u wel mee dat het belangrijk kan zijn dat bij een gebeurlijke
ontvoering of niet respecteren van de opgelegde omgangs- en gezagsregeling:
- klacht wordt ingediend bij de lokale politiediensten ;
- het gemeentebestuur onmiddellijk schriftelijk wordt verwittigd
dat het in België gedomicilieerde kind niet mag worden uitgeschreven
;
- zo snel mogelijk degelijk en passend advies wordt ingewonnen.
BESLUIT
Eén ding moet u zeker onthouden : geen enkele zaak is dezelfde.
Elk dossier heeft zijn problemen en op grond van de middelen die
ik tijdens mijn uiteenzetting schematisch heb aangeraakt, is het
aan diegene die het dossier behandelt om daaruit de juiste middelen
te halen die voor die zaak wenselijk zijn.
Zoals ik al heb gezegd is het van belang dat van in het begin een
goede strategie en deskundige begeleiding wordt bepaald, waarbij
niet alleen de juridische norm telt, maar ook en vooral een flinke
dosis mensenkennis en psychologie.
Zelf heb ik geleerd dat men bij de aanpak van omgangsproblemen :
1. zoveel mogelijk preventief zou moeten handelen. Het is beter
te voorkomen dan te genezen.
2. ook moet trachten de werkelijke oorzaak of de achterliggende
reden van het boycotten te achterhalen. Dat is van groot belang
bij het bepalen van de verdere strategie.
3. inventief moet zijn. Men moet kunnen inspelen op wijzigende
situaties en met moet mee evolueren met de zaak en trachten te anticiperen
op negatieve evoluties.
Ik weet dat de verleiding vaak groot is om zich te laten meeslepen
in het lange gevecht dat door de andere partij wordt gevoerd, maar
ik heb al vele malen geconstateerd, dat dit gevecht een bijzonder
slechte leidsman is.
Een correct en consequente houding kan wonderen doen, misschien
niet op korte termijn, maar heel dikwijls wel op lange termijn,
hoewel ik ten volle besef dat de dramatiek en de pijnlijkheid van
dergelijke situaties bijzonder zwaar kunnen wegen.
En laten we steeds voor ogen houden dat het gaat om kinderen die
in het gehele gebeuren toch de centrale plaats dienen te behouden.
De verantwoordelijkheid ten opzichte van hen, als volwassene -
hetzij ouder, advocaat, bemiddelaar, rechter en elke andere betrokkene
- is dermate belangrijk dat daar nooit lichtzinnig maar altijd heel
bewust en doordacht mee moet worden omgesprongen.
Het is de plicht van alle betrokkenen te waken over het belang
van de kinderen en als we dat aldoor zouden beseffen, zou een groot
deel van de aangehaalde problemen wellicht onbestaande zijn.
Karen Buyse, advocaat-bemiddelaar in familiezaken
E-mail : karen.buyse@advocaat.be
Referaat uitgesproken op de studiedag van BGMK vzw rond problemen
over het omgangsrecht in Wemmel op 28 november 2000.
De bovenstaande tekst werd wat ingekort en lichtjes aangepast.
De brochure over deze studiedag "OMGANGSRECHT" is te
verkrijgen op het Algemeen Secretariaat van BGMK in Gent (zie onder
onze rubriek Links)
|
|
 |
 |
 |
|
| |
 |
 |
|
| |
Klachtenbehandeling
weigering omgangsrecht via de lokale politie
Een leek zal zich misschien afvragen wat de politie te maken heeft
met een conflict tussen twee burgers. In tegenstelling tot de buurlanden
is de weigering van het omgangsrecht te plaatsen in België
in het strafrecht. Dat betekent dat het gerecht degene die het kind
weghoudt van de andere ouder, kan vervolgen. Dat heeft ook tot gevolg
dat de benadeelde een beroep kan doen op de lokale politie om te
vragen de nodige vaststellingen te doen en proces-verbaal op te
stellen. Dat is een kosteloze procedure. Wanneer het tot een rechtszaak
komt, zal het openbaar ministerie namens de benadeelde optreden.
In deze procedure kan de benadeelde schadevergoeding eisen.
Hoe wordt de klacht behandeld door
de lokale politie?
Alles begint bij de aangifte. Men zal vragen
naar het politiekantoor te komen voor het afleggen van een verklaring.
Dan zal ook worden gevraagd een kopie van het vonnis mee te brengen.
Meestal kan men aan de hand van het vonnis vaststellen of iemand
recht heeft op persoonlijk contact Maar er zijn vonnissen die helemaal
niet duidelijk zijn. In feite gaat het om een misdrijf dat ter plaatse
kan worden vastgesteld.
Indien de politie ter plaatse gaat en aanbelt
bij de partij die het recht op persoonlijk contact weigert, kan
de politie wijzen op de strafbare gedraging en vragen om het kind
mee te geven aan de andere partij. Indien dat wordt geweigerd, kan
de klager dat ook laten vaststellen door de deurwaarder. In geval
de deurwaarder komt, dan kan de politie opgeroepen worden, maar
enkel om de deurwaarder te beschermen.
Het proces-verbaal bevat dus de verklaring
van de klager, eventueel de vaststellingen, het verhoor van de verdachte,
eventueel inlichtingen m.b.t. eerdere klachten en een afschrift
van het vonnis.
Dit proces-verbaal wordt toegezonden aan het Parket. De Procureur
des Konings kan seponeren, vervolgen
of zorgen voor strafbemiddeling.
Het zou echter niet goed zijn dat elk conflict beslecht zou moeten
worden voor het gerecht. Het recente regeerakkoord stelt bovendien
dat om tot een duurzame oplossing te komen in het conflict het beter
is om de partijen rond de tafel te krijgen.
Dat kan op twee manieren :
1° de bemiddeling door de politie
: dat is een informele regeling die succesvol kan zijn omwille van
de gezagsfunctie van de politie.
2° de strafbemiddeling door tussenkomst van het
Parket. Die vindt haar oorsprong in de wet van 10
februari 1994.
Johan Dewil, politiecommissaris
in Hasselt
Uittreksel uit de
uiteenzetting van Johan Dewil op de studiedag over het Ouderverstotingssyndroom
van "Eltern für immer" in Eupen op 21 november 2003.
|
|
 |
 |
 |
|
|
 |
 |
|
| |
Moet de politie een
klacht opnemen ? Wat gebeurt er ?
Stel dat je geconfronteerd wordt met de weigering van het omgangsrecht
dat je in een vonnis voorlopige maatregelen of in een akte van onderlinge
toestemming is toebedeeld. Hoe kan je tegenover die weigering om
je kinderen bij je te hebben reageren ?
Daartoe zijn er verschillende middelen? We sommen ze hier niet
op. Je vindt ze hierboven in het verslag. Meestal denkt de gefrustreerde
ouder - doorgaans de vader - aan het indienen van een klacht bij
de politie. Je kan dan naar het politiekantoor gaan en daar een
klacht indienen. De dienstdoende agent of inspecteur ontvangt je
op zijn kantoor en daar kan je de klacht aan de politie overmaken.
Nu komt het veelvuldig voor en in zulke mate dat de politie tijdens
het weekend overspoeld wordt met dat soort klachten. De dienstdoende
agenten weten dat als die klachten eenmaal aan het parket worden
overgemaakt, dat ze dan in groten getale geseponeerd worden. In
vele gevallen staan de politiemensen dan ook weigerachtig om je
klacht te noteren. Dan proberen ze je te overtuigen de klacht niet
in te dienen, omdat er doorgaans toch geen gevolg wordt aan gegeven
en het indienen dan ook niet helpt. Ze proberen je dan echt af te
schepen.
Zijn ze dan niet verplicht een klacht op te nemen
in een proces-verbaal en dat aan het parket, dat is aan de procureur
des konings - het openbaar ministerie - , over te maken ?
Jazeker, de politie is verplicht om een proces-verbaal op
te stellen als het een misdrijf betreft (zie art. 29, 1e
lid SV). Weigering van het omgangsrecht is een misdrijf. Ze moet
dat P.V. altijd bezorgen aan het openbaar ministerie
(zie art. 53-54 SV). Politieseponering bestaat niet. Zie de wet
van 5 augustus 1992 op het Politieambt :
"Art.40. De bij een politieambtenaar ingediende klachten
of aangiften...worden opgenomen in processen-verbaal die aan de
bevoegde gerechtelijke overheden worden toegezonden."
Zonodig kan je klacht indienen bij het Vast Comité van Toezicht
op de Politiediensten(W.910718), het zogenaamde Comité P
- Wetstraat 52 1040 Brussel Tél 02-286 28 11; http://www.comitep.be/
Ga volledigheidshalve naar (geconsolideerde wetgeving) in http://194.7.188.126/justice/index_nl.htm
. Op de afkondigingsdatum vind je de eerder genoemde akte.
***
Het openbaar ministerie wordt vertegenwoordigd door de procureur
of een substituut-procureur die de zaak moet behandelen. De parketmagistraat
kan dan vrij beslissen of hij de aangelegenheid verder gerechtelijk
onderzoekt, gerechtelijk vervolgt of een minnelijke schikking voorstelt
door bijvoorbeeld de weigerende moeder bij zich te roepen en haar
op haar plicht te wijzen de omgangsregeling na te komen. Hij kan
ook de zaak seponeren. Dat gebeurt in de overgrote meerderheid van
de gevallen bij klachten in verband met de omgangsregeling en ook
in verband met de klachten over echtelijke ruzies. Bij seponering
wordt je klacht dus niet behandeld. Het openbaar ministerie kan
echter altijd terugkomen op zijn seponeringsbeslissing. Seponering
is immers geen rechtshandeling waartegen rechtsmiddelen openstaan
; het is een louter feitelijk gegeven.
Als de (subsituut-)procureur toch vervolgt, dan maakt hij het
dossier aanhangig bij de correctionele rechtbank en die behandelt
het in eerste instantie in de raadkamer die ofwel beslist geen gevolg
te geven aan je klacht ofwel beslist de zaak voor de rechtbank zelf
te laten behandelen in openbare zitting.
Als je bij de politie klacht gaat indienen wegens die weigering
je kinderen mee te geven ondanks de gerechtelijke beschikking daarover,
dan zou je wel dat vonnis van voorlopige maatregelen bij de vrederechter
of in kortgeding 1ste aanleg in kopie moeten meenemen naar het kantoor.
Ook van de akte van onderlinge toestemming moet je een kopie afgeven.
Het document wordt bij je klacht gevoegd. Aanbevelenswaardig is
je klacht zelf vooraf schriftelijk te formuleren en er een afschrift
van te behouden voor jezelf. De politieambtenaar voegt dan je schriftelijke
formulering van je klacht bij het proces-verbaal dat hij opstelt.
Ook is het goed een getuige mee te nemen bij het afhalen van je
kinderen. Die kan die weigering dan ook mee constateren en daarvan
ook getuigenis afleggen op het politiekantoor. Verder zorg je ervoor
dat je het P.V-nummer of notitienummer zorgvuldig noteert, om daar
later steeds naar te kunnen verwijzen. Ook je raadsman kan dat nodig
hebben.
Als je klachten bij herhaling door de (substituut-)procureur worden
geseponeerd, dan is het best samen met je raadsman een onderhoud
te vragen bij de procureur om aan te dringen dat alsnog een gevolg
wordt gegeven aan je klachten.
Als je het echt meent met je klachten, dan hoef je je hoegenaamd
niet te laten afschepen door de politiemensen op hun kantoor, dan
hoef je ook geen vrede te nemen met de aanhoudende seponering van
je klachten door de procureur des konings. Je klachten moeten door
de politie opgenomen worden. De procureur kan dan al dan niet vervolgen.
Ghislain Duchâteau
Geraadpleegde bron : be.burgerrechten 8-9-02 Wim Raeymaekers en
J. De Moor.
©Copyright Ghislain Duchâteau |
|
 |
 |
 |
|
|
 |
 |
|
| |
Helft van aantal klachten
wegens niet-naleving omgangsrecht wordt geseponeerd
Tijdens de "Emofestatie"
in Antwerpen op dinsdagavond 23/12/2003 kregen we het bezoek op
de Meir van de Ondervoorzitter en de Algemene Secretaris van de
NV-A. Zij overhandigden ons het net verschenen antwoord van Minister
Onkelinx op de schriftelijke vragen van hun toenmailige voorzitter
en Kamerlid Geert Bourgeois over het aantal klachten en het gevolg
daarvan over de niet-naleving van het omgangsrecht. Toepassing van
het omgangsrecht door gescheiden ouders en de handhaving daarvan
door de parketten ligt ons bijzonder nauw aan het hart. Wij zijn
dan ook zo vrij de tekst van NV-A met de inhoud van het antwoord
van de minister van Justitie hier te publiceren.
De tabellen zijn ook instructief
voor de verschillende parketten in het land, maar we laten ze om
technische redenen achterwege.
Helft van aantal klachten wegens niet-naleving omgangsrecht
wordt geseponeerd
Vanavond houdt de actiegroep ‘Betrokken Ouders’ in Antwerpen
een actie omtrent de problemen van gescheiden ouders die hun kinderen
niet mogen zien. N-VA-kamerlid Geert Bourgeois houdt zich al jaren
met deze problematiek bezig. Bourgeois diende tal van wetsvoorstellen
in maar tracht via de minister van Justitie ook zoveel mogelijk
informatie te verzamelen. In september antwoordde minister Onkelinx
op een vraag van Bourgeois dat op drie jaar tijd 66.239 klachten
werden ingediend wegens het niet betalen van onderhoudsgeld, de
verwaarlozing van kinderen en het niet-naleven van het omgangsrecht.
Uit de verstrekte gegevens kon echter onmogelijk opgemaakt worden
hoeveel dossiers er per jaar en per thematiek werden ingediend.
Daarom onderwierp Bourgeois de minister nogmaals aan enkele schriftelijke
vragen. Met het antwoord dat Onkelinx nu verschafte, kan eindelijk
een overzichtelijk beeld geschetst worden van de problematiek.
Uit het antwoord blijkt dat er alleen al in het jaar 2002
in België 16.801 klachten werden geregistreerd vanwege het
niet-naleven van het bezoekrecht. Opvallende uitschieters
zijn de gerechtelijke arrondissementen Antwerpen (1.327 klachten),
Charleroi (1.576), Gent (1.391) en, zeer opvallend, Dendermonde
(1.346). Op drie jaar tijd, van 2000 tot 2002, gaat het om 50.303
klachten.
Uit het antwoord van Onkelinx blijkt echter ook dat bijna
de helft van die klachten zonder gevolg wordt geklasseerd.
In 2000 werd 45 % van de 17.306 geregistreerde klachten zonder gevolg
geklasseerd, in 2001 44 % van de 16.196 geregistreerde klachten
en in 2002 42 % van de 16.801 klachten.
1 % van deze zaken leidde totnogtoe tot een vonnis.
In 2000 1 %, in 2001 1 % en in 2002 0,5 %.
Volgens de N-VA-voorzitter bewijzen deze cijfers ten eerste dat
de niet-naleving van het bezoekrecht vele tienduizenden mensen treft.
Maar ook dat Justitie van de vervolging van het niet naleven van
het omgangsrecht helemaal geen prioriteit maakt.
Soms weigeren kinderen nog naar de ouder met omgangsrecht te gaan.
Vaker nogworden de kinderen als wapen in de echtscheiding
gebruikt en verhindert een ouder dat de kinderen hun vader
of moeder nog zien. Dit leidt tot bijzonder schrijnende situaties.
In Frankrijk blijkt dat al een vierde van de adolescenten geen contact
meer heeft met een van beide ouders.
Bourgeois wil dringend een aantal maatregelen. In de eerste plaats
wil de N-VA-voorzitter dat van de vervolging van klachten
wegens de weigering van het omgangsrecht een prioriteit wordt gemaakt.
Bourgeois diende daarnaast een wetsvoorstel in waardoor, na de uitspraak
over het bezoekrecht, een dwangsom kan worden opgelegd wanneer
het bezoekrecht niet wordt nageleefd.Een ander wetsvoorstel
voorziet in de mogelijkheid voor de bezoekgerechtigde ouder om met
een eenvoudige en goedkope procedure de zaak aan de rechtbank voor
te leggen. De rechter kan dan alle betrokken partijen,
ook de kinderen zelf, horen en desnoods dwangmaatregelen
opleggen. Zo kan een einde gemaakt worden aan de lijdensweg van
zovele ouders die machteloos moeten toezien dat hen het recht op
contact met hun kinderen ontzegd wordt.
Voor meer informatie:
Ben Weyts, woordvoerder
ben.weyts@n-va.be
http://www.n-va.be/default.asp
Tel: 02/219.49.30 Fax: 02/217.35.10
|
|
 |
 |
 |
|
|
 |
 |
|
| |
Voor moeders
die hun kinderen niet graag bij de vaders op bezoek laten gaan
G e d e e l d - o u d e
r s c h a p
Gedeeld ouderschap of een vorm van co-ouderschap is dikwijls moeilijk.
Hieronder vind je een tekst geschreven door een
alleenstaande moeder die
met geduld en doorzettingsvermogen erin slaagde een positieve gedeelde
zorgregeling tot stand te brengen met haar ex-partner.
Hier zijn enkele vragen
die je jezelf moet stellen :
- Wil je dat je kinderen een relatie hebben met hun vader ?
- Als je vooruit denkt, wat denk je hoe die relatie er zou uitzien
? Wees een klein beetje idealistisch.
- Hoe kan je proberen te verzekeren dat dat zo gebeurt ?
- Zou je er met je kinderen kunnen over praten ?
- Zijn ze in staat om ermee in het reine te komen, gegeven dat
er een brede niet eenzijdige benadering wordt voorgesteld ?
- Kennen zij andere kinderen die alleen hun vader bezoeken ? wier
vader elders woont ? van wie de ouders gescheiden zijn ? van wie
de vader gestorven is ? Kunnen zij dat soort kinderen ontmoeten
?
- Hoe belangrijk in de ontwikkeling van een kind is de relatie
met zijn vader ? Met zijn grootouders ? Met zijn neefjes en nichtjes
?
- Zou je je eigen gevoelens opzij kunnen schuiven en de kinderen
tonen, dat je tevreden bent dat zij hun vader gaan bezoeken ?
- Stel je veel vragen - om hun bezoek te "peilen" of
wacht je tot zij over hun bezoek vertellen ?
- Luister je blij en aanmoedigend en positief ? (terwijl je inwendig
soms kookt)
Tegen sommige van die dingen ben je moeilijk opgewassen - maar
de houding van de moeder tegenover de bezoeken maakt het verschil.
Vanaf het ogenblik dat ik beslist had om positief te staan tegenover
dat alles (in aanwezigheid van de kinderen), begonnen de dingen
te verbeteren. Nooit sprak ik in aanwezigheid van de kinderen kwaad
over hun vader. Ik snikte hartverscheurend als ze weggingen en dan
na een zekere tijd keek ik ernaar uit dat ze gingen, zodat ik dit
en dat en dat kon doen. Als ik daarna ergens uitgenodigd was of
hij was uitgenodigd op een "jongensweekend", konden we
volop juichen om gewisselde weekends enz. De graad van aanvaarding
verandert tot het jullie beiden goed uitkomt en na verloop van tijd
maakt het deel uit van je levensroutine en past het helemaal in
en rond je leven zoals je dat wenst.
Het is frustrerend en moeilijk, maar als
je erin gelooft, kan je het echt waar maken.
(Vertaling uit het Engels op 11-2-2003 Ghislain Duchâteau)
Zie de Schotse website van de Eénoudergezinnen (One Parent
Families Scotland) :
http://www.opfs.org.uk/helpdesk/infopool/shared_p.html |
|
 |
 |
 |
|
| |
 |
 |
|
| |
Nieuw
Europees verdrag hanteert erg ruim begrip 'contact'
Op 15 mei 2003 is voor ondertekening opengesteld het Verdrag van
de Raad van Europa inzake het contact van en met kinderen. Het is
die dag door twaalf lidstaten van de Raad van Europa ondertekend,
maar niet door grote lidstaten als Duitsland, Frankrijk of het Verenigd
Koninkrijk, en ook niet door Nederland. Of Nederland het verdrag
gaat tekenen en goedkeuren, staat nog niet vast.
Veel nieuws levert het Europese verdrag inzake het contact van en
met kinderen voor het Nederlandse recht niet op. Maar er zitten
een paar addertjes onder het gras. Die vloeien vooral voort uit
het ruime begrip van ‘contact’ dat wordt gehanteerd,
uit het feit dat iedere vorm van contact op regelmatige basis dient
plaats te vinden en uit de ferme rechtspositie die het kind heeft.
Niet alleen voor ouders
Het verdrag bevat een aantal algemene beginselen over het contact
met kinderen. Daaronder wordt niet alleen omgang verstaan, maar
ook andere vormen van informatie-uitwisseling, zoals telefonisch
contact, of via fax of e-mail. Verder wordt daaronder begrepen de
verschaffing van informatie over een kind, maar ook over de andere
persoon aan het kind.
Essentieel voor de omgang is dat deze zich over een begrensde periode
uitstrekt. Het gaat niet alleen om omgang tussen het kind en de
ouder bij wie het kind zijn normale verblijfplaats niet heeft, maar
ook die tussen het kind en anderen dan de ouder met wie het kind
in een nauwe betrekking staat. Opvallend is dat deze nauwe betrekking
op de wet kan zijn gebaseerd dan wel uit een feitelijke familiebetrekking
kan voortvloeien. Grootouders, broers en zusters, maar ook ooms
en tantes staan krachtens de wet in familierechtelijke betrekking
met het kind.
De vraag of dat een nauwe betrekking is, dient mijns inziens echter
niet door de wet beantwoord te worden, maar door de feiten. Zo zal
soms de betrekking tussen grootouders en hun kleinkind minder nauw
zijn dan die tussen een oom en het kind, ook al verschilt de formele
graad van verwantschap. Hier wijkt het verdrag nogal af van de rechtspraak
van het Europese Hof voor de rechten van de mens. De positie van
de biologische maar niet juridische vader komt in de tekst van het
verdrag niet aan de orde. Zie voor dit alles art. 2 van het Verdrag.
Recht op regelmatig contact
Kinderen en ouders hebben recht op regelmatig contact met elkaar.
Dit betreft dus niet alleen omgang, maar ook andersoortig contact
en tevens het recht op (regelmatig verschafte) informatie van derden
over het kind of aan het kind. Het laatste strekt nogal ver, zeker
als bedoeld is dat het gaat om regelmatige verschaffing van informatie.
Artikel 1:377c van het Burgerlijk Wetboek voorziet daarin in elk
geval niet. Ik neem niet aan dat de directie van een penitentiaire
inrichting zit te wachten op het regelmatig verschaffen van informatie
aan het kind over zijn gedetineerde vader (zie art. 4 van het Verdrag).
Het derde lid hiervan bepaalt dat de mogelijkheid van begeleide
contacten overwogen moet worden, dan wel andere vormen van contact,
als onbegeleide omgang niet mogelijk is.
Voor anderen dan de ouders voorziet het verdrag niet in een recht
op contact met het kind. In artikel 5 is slechts bepaald dat, als
er een nauwe betrekking is tussen het kind en die ander, contact
tot stand gebracht kan worden.
Positie van het kind
Het kind dat ‘in staat is tot een redelijke waardering van
zijn belangen ter zake’ (zo vertaal ik maar ‘having
sufficient understanding’) heeft het recht om gehoord en geraadpleegd
te worden en alle relevante informatie te ontvangen, tenzij een
en ander kennelijk in strijd is met zijn belang. Zou Nederland het
verdrag ratificeren, dan heeft dat nogal wat consequenties, in het
bijzonder voor de toezending van stukken. In principe moet het kind
bijvoorbeeld alle bescheiden ontvangen die in een omgangsprocedure
een rol spelen. Het thans geldende recht op informatie van artikel
811 Rv. heeft een bepaald beperktere inhoud.
Handhaving blijft moeilijk
De bottleneck van het omgangs- en contactrecht zijn de gebrekkige
middelen tot handhaving. Ook een verdrag waarin staat dat bemiddeling
en afspraken (amicable agreements) bevorderd moeten worden (art.
7), en dat tevens omgang en contact verzekerd en gewaarborgd moeten
worden (art. 10), lost dit niet op. Art. 10 bepaalt dat een Staat
die partij is bij het verdrag, gehouden is om tenminste een drietal
middelen aan te wijzen waarmee omgang en contact gewaarborgd worden.
Voorbeelden staan in dat artikel. Zij variëren van de afgifte
van paspoorten tot het zich melden bij het politiebureau of bureau
jeugdzorg van de omgangsouder met het kind dan wel een zekerheidstelling
of een dwangsom dan wel boete. Uiteraard wordt ook de begeleiding
bij de omgang genoemd.
Sylvia Wortmann
De tekst van het verdrag en de toelichting zijn te raadplegen op
http://www.conventions.coe.int
Bron:
Ministerie van Justitie Nederland - Justitie.nl
5-10-2003
|
|
 |
 |
 |
|
|
 |
 |
|
| |
Omgangsonrecht : Verscheurde
kinderen, verbitterde moeders, verloren vaders
Eens te meer voert Prof.em. G.P. Hoefnagels een vlijmscherpe
pen tegen de raden voor kinderbescherming en tegen de rechters in
Nederland die op losse gronden en ondeskundig oordelen en vonnissen
in materies van omgangsregeling na scheiding. Zij overtreden daarbij
een universeel recht op familieleven. Hij toont hij nog eens en
heel duidelijk aan dat het anders en veel beter kan : verplichte
scheidingsbemiddeling met adieumelding tussen de partners waarbij
de negatieve emoties worden weggewerkt, kan in de meeste gevallen
van moeilijkheden oplossingen aanreiken voor de omgangsregeling
in het belang van de betreffende kinderen maar ook in dat van beide
ouders die gezamenlijk ouders blijven.
G.D.
Artikel uit het Nederlandse dagblad "Trouw"
van 5 oktober 2002
Verscheurde kinderen, verbitterde moeders, verloren vaders
door Peter Hoefnagels
,,Kinderen van veertig zeggen op mijn
spreekuur: 'Mijn vader wilde me niet meer zien.' Als er duidelijke
bewijzen komen dat vader zijn best deed, soms gevochten heeft om
zijn kinderen te zien, wuiven ze die aanvankelijk weg; het is moeilijk
te erkennen dat ze zo lang in een leugenachtige omgeving hebben
geleefd.'' Peter Hoefnagels, emeritus-hoogleraar familierecht, over
de frustratie van de wettelijke omgangsplicht tussen gescheiden
vaders en hun kinderen.
De wet is duidelijk: omgang na scheiding is verplicht. Na een
scheiding hebben kinderen en ouders recht op voortzetting van hun
relatie. Dat geldt voor alle ouders, voor gehuwden én ongehuwden,
voor hetero- én voor homoparen. 'Eerbiediging van het familieleven'
betekent continuering van de ouder-kind-relaties en is een mensenrecht,
in 1950 neergelegd in het Europees Verdrag van de Rechten van de
Mens. Nederland heeft dit recht, zij het pas in 1990, in de wet
overgenomen.
De Verdragsbepaling uit 1950 over de 'eerbiediging van het familieleven'
getuigt van wijsheid en psychologisch inzicht. De gevolgen van de
frustratie van de omgang tussen ouder en kind - oudervervreemding
- en het daarop volgende ouderverstotingssyndroom zijn nauwkeurig
beschreven door de Amerikaanse hoogleraar kinderpsychiatrie Richard
Gardner (The parental alienation syndrome, Columbia, 1985). Het
is psychisch zeer schadelijk voor kinderen als een nog levende ouder
door scheiding uit hun leven verdwijnt.
De ouder bij wie het kind na de scheiding verblijft (de verzorgende
ouder), en die de omgang met de andere ouder frustreert, handelt
doorgaans uit onverwerkte scheidingsemoties. De partners hebben
ondanks de juridisch uitgesproken en feitelijke scheiding relationeel
geen afscheid van elkaar genomen: het non-adieu. Daardoor vinden
zij het vaak onmogelijk om met elkaar te communiceren en blijven
ze vechten. De verzorgende ouder die niet wil dat het kind omgaat
met de andere ouder geeft het kind daarvoor dwingende verklaringen
die op zijn minst eenzijdig zijn en meestal een negatief beeld van
die andere ouder vestigen. In alle gevallen van omgangsfrustratie
die ik onderzocht, was deze ingegeven door ex-partner-emoties en
niet door ouderlijke zorg. De blijvende polarisatie tussen de ouders
vermindert bovendien de kwaliteit van de ouderlijke zorg.
In ongeveer 90 procent van de gevallen is het de moeder, in 10
procent de vader die de omgang frustreert. Het indoctrineren van
het kind begint met leugentjes en wordt meestal voltooid met barre
verhalen over de gehate vader, nogal eens eindigend met het verzinsel
dat papa niet meer om zijn kinderen geeft. Ieder jaar worden er
omstreeks 1700 gerechtelijke procedures gevoerd over het omgangsrecht
van ongeveer 3400 kinderen. Daar komen nog bij de kinderen uit ontbonden
niet-huwelijkse samenlevingen.
De procedures tussen de scheidende ouders zijn vaak zo polariserend
dat een aantal rechters, op advies van de raad voor de kinderbescherming,
ondanks de wettelijke verplichting, kiest voor 'geen omgang'. Daarmee
worden de ex-partner-vijandigheid en de omgangsfrustratie in feite
beloond, en beloning stimuleert de moeders tot nieuwe belemmeringen
voor de omgang van hun ex-man met zijn kinderen. Hoge kosten en
kwade kansen ontmoedigen vaders om hiertegen een procedure te beginnen.
Moeders wil wordt wet. Naar schatting ziet in Nederland zo'n 40
procent van de kinderen van gescheiden ouders hun vader niet meer.
Moeders scheidingstrauma dat tot omgangsfrustratie leidt, wordt
in de rapporten van de raad voor de kinderbescherming vaak omschreven
als haar 'beleving'. In die beleving verdampt het mensenrecht van
vader en kind om elkaar te zien. Veel rechters beslissen overeenkomstig
het advies van de raad, zodat er eigenlijk helemaal geen rapport
nodig is en ook geen rechter (als deze de norm toch niet stelt).
Op een gevoelig en omvangrijk terrein van menselijk leven komt macht
boven recht te staan. Het mensenrecht van de ouder-kind-relatie
verdwijnt achter scheidingsgetwist en belevingsgeleuter van de veelal
ondeskundige rapportenfabrieken die de raden voor de kinderbescherming
in de laatste halve eeuw geworden zijn. Door de beslissing dat er
geen omgang komt, of door een beslissing zo lang aan te houden,
dat vader en kind van elkaar vervreemden en moeder haar verstotingswerk
kan voltooien, zijn de rechter en de kinderbescherming weliswaar
met de zaak klaar, maar de kinderen en hun ouders nog lang niet.
Ook als de kinderen de leugens over vader niet of maar half geloven,
houden zij na een tijdje op met protesteren of doorvragen, omdat
ze de negatieve emoties van hun moeder, met wie ze dagelijks verkeren,
wel voelen. Het onderwerp 'papa' maakt het leven thuis er niet leuker
op. Een klein aantal eigenzinnige kinderen vecht zich los van de
omgang-frustrerende ouder. Maar vele tienduizenden kinderen blijven
leven binnen de cirkel van onverwerkte scheidingsemoties. Vader
is uit beeld, maar is via de fout gelopen scheiding hevig aanwezig
in zijn afwezigheid.
Zulke kinderen gaan tussen hun dertigste en vijfenveertigste levensjaar
vaak in therapie, lijden aan verlies van identiteit, aan grote onzekerheid
en onevenwichtigheid, en hebben moeite met het inschatten van de
sociale werkelijkheid. Ouderverstoting is een ernstige vorm van
psychische kindermishandeling die zich uitstrekt over vele jaren.
Gezien de lange duur van dit loyaliteitstrauma, schat men het aantal
mensen tussen het eerste en vijfenveertigste levensjaar dat aan
oudervervreemding lijdt op omstreeks 150 000. Er gaan in de Tweede
Kamer stemmen op om de weigering tot omgang strafbaar te stellen.
Maar het is al strafbaar volgens artikel 300 Wetboek van Strafrecht,
vierde lid: 'Met mishandeling wordt gelijkgesteld opzettelijke benadeling
van de gezondheid.'
Door de ouderverstoting worden alle betrokkenen langdurig geschaad.
De kinderen zijn verscheurd, de moeders verbitterd en de vaders
verloren. Kinderen van omstreeks veertig jaar zeggen op mijn spreekuur
ook: 'Mijn vader wilde me niet meer zien.' Als er duidelijke bewijzen
komen dat vader zijn best deed, soms gevochten heeft om zijn kinderen
te zien, wuiven ze die aanvankelijk weg; het is moeilijk te erkennen
dat men zo lang in een leugenachtige omgeving heeft geleefd. Veel
van hun vader vervreemde kinderen zoeken in hun beroep affectie
en identiteit bij het publiek. Conny Palmen schrijft daarover in
haar laatste roman: 'Als de liefde van een kind voor zijn ouders
ontkend wordt, raakt het geanonimiseerd.'
Je keert het drama van je jeugd om: in plaats van anoniem te zijn,
word je openbaar en je maakt daarmee het publiek anoniem. De schellen
vallen je van de ogen als je (bij schrijvers en acteurs) gaat turven
om hoeveel vaderloze kinderen het gaat, om hoeveel bastaarden of
kinderen uit gebroken gezinnen met een overbezorgde, nadrukkelijk
aanwezige moeder en een onbereikbare vader.' Hoe komt het dat de
wettelijke verplichting tot omgang van de kinderen met beide ouders
zo slecht gehandhaafd wordt? Allereerst omdat men hoopt dat na de
(onwettige) rechterlijke uitspraak 'geen omgang' de ruzies afgelopen
zijn. Vervolgens omdat men nog volgens verouderd recht denkt. Vroeger
betekende echtscheiding immers dat één ouder de voogdij
over de kinderen kreeg, en de andere ouder niets. Evenals toen neemt
men nu zijn toevlucht tot 'een onderzoek door de raad'. Dat betekent
uitstel van de omgang tussen het kind en de ouder bij wie het niet
woont. Ingeval van hoger beroep en gezien het lage tempo waarin
de raden werken kan dat uitstel wel één tot vier jaar
of nog langer duren.
De raad gaat onderzoeken 'wie de beste ouder is'. Erger nog: of
er bij vader geen steekje los is te vinden, of er niet iets ten
nadele van hem en van een omgang tussen hem en zijn kinderen gezegd
kan worden. Dit is in strijd met de huidige wet die juist impliceert
dat kinderen de ouders aanvaarden die ze hebben: een beetje zus,
een beetje zo, de een met meer affectie, de ander met meer van wat
anders. Het is na scheiding niet anders dan tijdens het huwelijk:
we dienen kinderen en ouders te accepteren zoals ze zijn; op deze
basis is samenwerking tussen de ouders vanzelfsprekend en is omgang
een recht van kind en ouder. Een 'kwaliteit van ouders'-onderzoek
is niet alleen in strijd met artikel 8 EVRM, waarin de privacy geregeld
is, maar ook met de oerrelatie tussen kind en ouder.
Men vergeet meestal de kernvragen te stellen: Wat vertelde de verzorgende
ouder het kind? Hoe legt moeder het kind uit dat het niet meer naar
vader gaat? Wat vertelt zij over vader? Waarom wordt het kind zelf
niets gevraagd? Het Europese Hof heeft onlangs in een omgangskwestie
gesteld dat ook een vijfjarig kind gehoord had moeten worden. Waarom
wordt het kind zo zelden door een eigen curator ten processe vertegenwoordigd?
Omgang is primair een recht van het kind ten opzichte van beide
ouders. Een wettelijke omgangsplicht van de (niet-verzorgende) ouder
is een logisch vervolg. Er is een aantal moeders dat op vaders omgang
met het kind zit te wachten. Handhaving van het omgangsrecht zal
nu eindelijk moeten plaatsvinden. Waarom is de raad voor de kinderbescherming
(een overheidsorgaan) hier nog steeds niet aan toe?
Er zijn nog steeds rechters die menen dat de werkers bij de kinderbescherming
deskundig zijn, maar het overgrote deel van hen kent noch het recht
noch de psychologie van dit terrein, noch de minimale normen die
aan een rapport gesteld mogen worden. Op grond van vele expertises
heb ik geconstateerd dat de rapporten van de raden en andere kinderbeschermingsinstanties
niet op feiten berusten. De diagnose gaat vaak uit van verzonnen
'feitelijkheden' of 'vermoede belevingen' of er is helemaal geen
diagnose. Conclusies gaan vaak vooraf aan de beschrijving van de
werkelijkheid, werken dus als vooroordelen. Beweringen en belevingen
van de strijdende partijen worden klakkeloos als feiten weergegeven.
Vaak waren er vooraf contacten met één van de partijen.
Meermalen constateerde ik partijdigheid; wie protesteerde tegen
een voor hem negatief advies werd in het rapport verweten dat 'hij
niet wil meewerken'. Een vertegenwoordiger van de raad voor de kinderbescherming
repliceerde op een vraag van de rechtbank in Amsterdam: 'In deze
zaken moeten we wel partijdig zijn.'
De rapporteurs kenden zelden of nooit de psychologie van het scheidingsproces,
zelfs niet een kardinaal element als het adieu. Als er een apart
rapport van een psycholoog was, dat overeenstemde met dat van de
raad, werd niet vermeld dat de overeenstemming na intensief overleg
tot stand was gekomen. Een aantal werkers in de kinderbescherming
en zelfs een aantal advocaten hebben het afgeleerd de wet en rechterlijke
vonnissen inzake omgang en verblijfplaats met behulp van de sterke
arm te handhaven. De politie scheept de ouder aan wie het kind niet
wordt meegegeven en die met een rechterlijke beschikking tot omgang
komt, vaak af 'omdat het privaatrecht is'. Dat is natuurlijk onzin,
want ook in privaatrechtelijke zaken moet de wet gehandhaafd worden,
desnoods door de sterke arm.
Ik heb op basis van de psychologie van het scheidingsproces een
bemiddelingsmethode beschreven die in de praktijk duizendvoudig
getoetst is, goed werkt en tot overeenkomsten leidt, bij een toenemend
aantal goede advocaat-bemiddelaars bekend is, en gescheiden ouders
ertoe brengt hun kinderen niet te laten lijden onder hun echtscheiding.
In vrijwel alle gevallen werkt het alsnog plaatsvinden van het
adieu, het afscheid als partners, genezend. Het is een vast onderdeel
van het bemiddelingsproces dat de weg plaveit naar redelijkheid,
afspraken en overeenkomsten. Daarna voeren de ouders samen met hun
kinderen een 'paraplugesprek', waarna het loyaliteitsconflict verdwijnt
en het gezamenlijke ouderschap gestalte krijgt. Ook wanneer de rechter
er, gezien de vijandschap van de ouders, geen gat meer in zag, is
bemiddeling (mediation) een redmiddel gebleken. Het beste werkt
mediation als ze wordt opgelegd vóórdat de vijandelijkheden
ten processe hebben plaatsgevonden.
Maar ook tijdens de vijandige procedure worden met de zogenaamde
'forensische mediation', een vorm van verplichte bemiddeling, goede
resultaten geboekt. De rechter benoemt een forensisch mediator die
met de ouders en de kinderen aan het werk gaat. Er kan direct aandacht
worden geschonken aan de partnerproblematiek, de oorzaak van de
stagnerende communicatie. Aan de verplichting tot bemiddelen moest
de praktijk even wennen, er bestond tot voor kort een ideologie
van 'vrijwilligheid'. Maar gaat men bij een blindedarmontsteking
'vrijwillig' of 'verplicht' met zijn kind naar de chirurg?
Vrijheid ontstaat ook door erkenning van noodzaak. Enkele gerechtshoven
hebben de verplichte bemiddeling reeds uitgesproken. Rechtbanken
volgen. Dat werkt veiliger, vlugger en voordeliger dan eindeloze
kindermishandelende procedures.
|
|
 |
 |
 |
|
| |
 |
 |
|
| |
Tot welke leeftijd
moeten kinderen op bezoek bij de uitwonende ouder ?
Vraag via de website :
Beste,
Ik heb al heel veel nuttige tips en adviezen gevonden op je website.
Nu is er wel 1 vraag waar ik niet rechtstreeks antwoord op krijg.
Stel: Het gaat over een echtscheiding met onderlinge toestemming
waarin een regeling getroffen is in verband met de kinderen dat
zij om de 14 dagen een week-end bij de vader komen. Kan een kind
weigeren om te komen vanaf de leeftijd van 12 jaar of 14 jaar?
Alvast bedankt.
Met vriendelijke groeten,
N.F.
Antwoord :
Beste N.F.,
Alle informatie op de Goudi-website staat vrij ter beschikking
van al wie daar gebruik van wenst te maken. Het verheugt mij dat
u dat al hebt gedaan.
Nu uw vraag over de omgangsregeling die u in uw akte van onderlinge
toestemming samen met de vader van de kinderen hebt vastgelegd en
die door de rechtbank wettelijk is gemaakt : de kinderen horen thuis
onder het ouderlijk gezag tot hun meerderjarigheid op 18 jaar. De
ouders - zowel de moeder als de vader - blijven tot dan zeggenschap
hebben over de kinderen. In een scheidingssituatie met onderlinge
toestemming zoals in uw geval is het aan de ouders om de omgangsregeling
consequent toe te passen.
De vader heeft omgangsrecht met de kinderen zoals u schrijft om
de 14 dagen. De moeder moet ervoor zorgen dat de kinderen om de
14 dagen het weekend bij de vader doorbrengen zoals dat afgesproken
is en vastgelegd. Bij een gebeurlijke betwisting daaromtrent voor
een rechtbank gaat de oordelende rechter doorgaans na of de moeder
de nodige inspanning heeft geleverd en het vereiste gezag heeft
opgebracht om de omgangsregeling van de kant van de kinderen uit
te doen naleven. Het is dus duidelijk dat bij weigering van de kinderen
om naar de vader te gaan de moeder ernstig ter verantwoording kan
worden geroepen.
In een normale situatie na een echtscheiding door onderlinge toestemming
is het voor de kinderen van belang dat zij omgang blijven hebben
met de vader en met de moeder, tot zij op hun meerderjarigheid in
de leeftijd van 18 jaar uiteraard handelingsbekwaam zijn en zelf
beslissen welk contact zij hebben met vader en met moeder.
Dat was het dan.
Met vriendelijke wedergroeten
Ghislain Duchâteau - webmaster Goudi-site
URL : http://www.goudi.be
|
|
 |
 |
 |
|
| |
 |
 |
|
| |
Oom en tante krijgen
omgangsrecht met hun neefje en nichtjes
Toepassing van de wet
Zowel de krant "Het Laatste Nieuws"
als de Vlaamse televisie pakken uit met een arrest van het Jeugdhof
van Gent, dat een vonnis van de rechtbank van Dendermonde bevestigt.
Daarin wordt gesteld dat oom Walter en tante Suzie omgangsrecht
toebedeeld krijgen met hun neefje Nicolaï (15) en hun nichtjes
Cathinca (12) en Anoesjka (9). De krant brengt het nieuws op een
sensationele wijze waarbij de ouders van de kinderen duidelijk hun
weerzin uitdrukken tegenover de gerechtelijke beslissing en stellen
dat zij ook nu dat vonnis naast zich zullen neerleggen op gevaar
af gevangenisstraffen op te lopen en zware dwangsommen te moeten
betalen. Daarbij geeft de krant hun ook de gelegenheid zwaar uit
te halen tegen de oom en de tante die zich teveel met de opvoeding
van de kinderen wilden bemoeien tegen de zin in van de ouders. Daartegenover
krijgen de oom en de tante enkel de kans om te stellen dat ze voor
de rechtbank duidelijk hun affectieve band met de kinderen hebben
aangetoond en dat ze terecht dat omgangsrecht van één
zondag per maand hebben toegewezen gekregen. Ook het televisienieuws
van VRT 1 van woensdagavond brengt een reportage waarbij toch op
een objectievere manier dat gebeuren wordt voorgesteld, waarbij
ook de oom en de tante zij het op een vluchtige manier toch hun
visie daarover kunnen verwoorden. De rechtbank heeft zich voor haar
uitspraak gebaseerd op een bepaling in de wet op de gezamenlijke
uitoefening van het ouderlijk gezag van 13 april 1995 zoals vervat
in Art. 375 bis van het Burgerlijk Wetboek waarbij gesteld wordt
dat elke persoon die een affectieve band heeft met de kinderen recht
toebedeeld kan worden persoonlijk contact te hebben met die kinderen.
De rechtbank heeft dus gewoon de wet toegepast in haar arrest.
En de praktijk ?
Wat komt er in de praktijk terecht van dat
toegekend omgangsrecht ? De oom en de tante mogen dan al het recht
aan hun zijde hebben, maar van hun aspiraties om hun neefje en hun
nichtjes één zondag per maand thuis op bezoek te krijgen
zal wellicht niets in de realiteit worden verwezenlijkt. Waar de
kinderen toen ze gehoord werden hadden gesteld dat ze het niet erg
zouden vinden dat ze het contact met hun oom en tante zouden behouden
in de toekomst, worden diezelfde kinderen door hun ouders ertoe
gebracht om met hen mee die gerechtelijke uitspraak flagrant naast
zich neer te leggen. Dat is regelrechte beïnvloeding. Dat een
deurwaarder de kinderen zal verplichten op bezoek te gaan, dat is
helemaal niet aan de orde. En als de kinderen er dan toch toe gebracht
zouden worden op die zondagen op verplicht bezoek te gaan bij hun
oom en tante, dan zou dat voor alle betrokkenen op een grote fiasco
uitlopen. In feite mogen de oom en de tante de toepassing van hun
omgangsrecht wel vergeten. Zo zie je maar dat er een grote kloof
kan ontstaan tussen het juridisch denken en de concrete toepassing
daarvan in de relationele werkelijkheid.
En de andere ouder en de grootouders
?
Volgens dezelfde wetsbepaling hebben grootouders
als vanzelfsprekend een natuurlijk recht om omgang te hebben met
hun kleinkinderen. Wanneer er nochtans conflicten komen tussen die
grootouders en één van de ouders van de kinderen,
bijvoorbeeld na het overlijden van de andere ouder, dan is het voor
de grootouders bijzonder moeilijk om dat natuurlijk omgangsrecht
te realiseren. Zij kunnen ook naar de rechter trekken en via een
vonnis dat omgangsrecht verwerven. Dat wordt dan meestal beperkt
toegekend voor een dag of een halve dag in de maand en dan moet
het nog in het belang zijn van het kind. Heel dikwijls worden grootouders
dan ook ontgoocheld in hun verwachtingen en verliezen ze toch het
contact met hun kleinkinderen. Soms is echter een procedure toch
zinvol om via de rechtbank te komen tot een hernieuwd contact met
de andere ouder van hun kleinkinderen. Als dan de moeder of de vader
kan inzien dat het contact met de grootouders zinvol en belangrijk
is voor hun kind of kinderen, dan kan een genormaliseerde situatie
ontstaan waarbij de grootouders en de kleinkinderen opnieuw een
spontane en fijne relatie met elkaar kunnen ontwikkelen.
Laat kinderen normale voldoening
schenkende contacten hebben
Kinderen hebben recht op hun vader en hun
moeder ook bij scheiding. Ook moeten kinderen hun normale familiale
contacten kunnen onderhouden met alle vier de grootouders zowel
bij scheiding als bij overlijden. Vaak worden die contacten vertroebeld
door kleinzierige meningsverschillen en familiale disputen. Laat
de kinderen toch niet de dupe worden van dergelijke onenigheden
en laat ze toch de gewone contacten behouden die ze hebben met ouder,
met grootouders en met iedereen met wie wie ze in de vorige levensfase
een gezonde, normale goede gevoelsmatige binding hebben opgebouwd.
Dat is het ware belang van de kinderen, laat hen daarvan op de meest
intense wijze genieten buiten alle betwistingen en aversies van
verschillende partijen naar elkaar toe. En mocht er al eens wat
onaangenaams voorvallen, probeer dan de plooien weer glad te strijken
in functie van de spontane kinderlijke banden met iedereen met wie
ze graag omgang hebben. Gerechtelijke vonnissen kunnen partijen
ofwel verder uit elkaar drijven of ook weer naar elkaar toe brengen.
Voor de kinderen is het van enorme betekenis dat ze genegenheid
kunnen opbrengen en ook genegenheid ontvangen van ouders, grootouders,
familieleden en iedereen die hen graag zien en die zij ook graag
willen zien.
Ghislain Duchâteau -
woensdag 7 mei 2003
|
|
 |
 |
 |
|
|
 |
 |
|
| |
Recht op antwoord - 2 september
2003 :
een gedeeltelijk gemiste kans inzake het omgangsrecht
Mijn boodschap aan de journalisten
van het programma
Geachte Medewerkers van Recht op Antwoord,
U had vooraf contact met mij gezocht i.v.m. de uitzending, maar
ik was er niet. Ik had wel de kans de uitzending zelf grondig te
bekijken.
Ze was in die zin geslaagd, dat de problematiek van de weigering
van het omgangsrecht indringend naar voren kwam en dat ze zeker
een heel ruim publiek heeft bereikt. Dat is beslist een bijzondere
verdienste.
Verder is het me eens te meer opgevallen, dat de journalisten die
instaan voor de inhoudelijke aanbreng onvoldoende op de hoogte zijn
van een zo belangrijke problematiek met zulkdanige menselijke implicaties
als het omgangsrecht naar kinderen toe bij scheiding.
Het is u blijkbaar volkomen ontgaan dat de volle verantwoordelijkheid
voor het niet-naleven van vonnissen die door de zittende magistratuur
worden uitgesproken (rechters 1e aanleg, vrederechters), ligt bij
de staande magistratuur ( de procureurs). Zij moeten erop toezien
dat de vonnissen worden nagekomen. Zij hebben de middelen in handen
om dat te doen. Zij blijven op enorm grote schaal in gebreke. Van
de duizenden klachten weigering omgangsrecht per jaar die op de
parketten toekomen, seponeren de procureurs zowat 95 %. Dat creëert
rechtsonzekerheid voor niet-inwonende ouders inzake de omgang met
hun kinderen, dat laat vaders als Mon Beckers volslagen in de kou
staan.
Zowel de rechters als de advocaten en iedereen die bij het gerecht
betrokken is, weet dat - ook vrederechter De Roeck die in uw uitzending
niet een al te mooie beurt heeft gemaakt. Ook alle politici weten
dat al jarenlang, maar er wordt niets gedaan om deze humane problematiek
van de bestendiging na scheiding van de omgang van de kinderen met
beide ouders aan te pakken.
De minister van Justitie zou de parketten tot de orde kunnen roepen
zeker m.b.t. hun onverantwoord seponeringsbeleid. De politici zouden
in de wetgeving waarborgen kunnen inbouwen om de omgangsregeling
te doen respecteren - b.v. een verplichte begeleiding van de ouders
vanaf de 1ste gerechtelijke stap. De media zouden in scherpe en
in ruime mate de vinger kunnen leggen op de wonde en de reële
remediëring van dat maatschappelijk probleem kunnen bepleiten.
Helaas het gebeurt allemaal niet. Duizenden vaders zien jaarlijks
hun kinderen uit hun leven verdwijnen. De middelen zijn er en er
wordt niets aan gedaan. Ook u in uw uitzending Recht van Antwoord
hebt deze reusachtige kans gemist, hoewel u het probleem - al is
het dan ook onvolkomen - hebt aangekaart.
Misschien kan u dat inspireren om deze thematiek herop te nemen
en er eens echt deskundig over na te denken om ze in een volgende
uitzending in om het even welk programma wel adequaat te behandelen.
Dat zou zeker het imago van uw zender heel erg ten goede komen.
U kunt deze boodschap ook lezen in de Actualiteitsrubriek van
de Goudi-website.
Met mijn vriendelijke groeten
Ghislain Duchâteau - webmaster Goudi-site
URL : http://www.goudi.be
(Tekst naar de VTM gestuurd op donderdag 4 september 2003)
|
|
 |
 |
 |
|
|
 |
 |
|
| |
Ongewijzigd uit de krant
overgenomen
Moeder mag kinderen sektegeloof niet inhameren
Rechter beperkt omgangsrecht van
fanatiek vrome vrouw
Van onze redacteur
BRUSSEL - Haar man had de drie kinderen meegenomen naar
een film van Harry Potter ,,terwijl iedereen toch weet dat dit een
prent vol zwarte magie is''. Moest de rechter een sterker bewijs
hebben dat hij de kinderen een slechte opvoeding geeft, argumenteerde
de fanatiek vrome vrouw voor de rechter. Het draaide anders uit:
haar werd het hoederecht ontnomen ,,in het belang van de kinderen''.
Het is geen alledaagse uitspraak die De
Juristenkrant signaleert. Een fanatiek gelovige vrouw
verloor in een echtscheidingsprocedure het hoederecht over haar
drie kinderen. Ze krijgt ze nog enkel op bezoek om de veertien dagen
en tijdens de helft van de schoolvakanties.
De rechter verwijt de moeder dat ze haar extreme geloofsovertuiging
aan de kinderen opdringt. De vrouw loopt hele dagen te bidden en
verkettert al wie niet volgens Gods gebod leeft, inbegrepen de vader.
In haar huis wilde ze een kapel inrichten, vol met met heiligenbeelden.
De dochters verbood ze een broek of een zwempak te dragen. Een schoolfeest
mochten de kinderen niet bijwonen, omdat hun daarbij een onschuldig
lied werd aangeleerd waarin de naam Mefisto voorkwam. Voor de moeder
ging het om een satanisch ritueel. Op een van de kinderen werd zelfs
een duiveluitdrijving toegepast.
Voor de vader werd het allemaal te veel. Hij vroeg, in afwachting
van de uitspraak van de echtscheiding, het hoederecht over de kinderen.
Rechters gaan daar niet gemakkelijk op in. In het pedagogisch belang
van de kinderen leggen ze de ,,gezagsuitoefening'' over de kinderen
doorgaans bij beide ouders.
Maar in dit geval bleek de vrouw een slechte advocaat in de eigen
zaak. Haar pleidooi voor de rechter, met het verhaal over Harry
Potter, was klaarblijkelijk veelbetekenend. Na de voorzitter van
de rechtbank in Oudenaarde legde ook het hof van beroep in Gent
haar omgangsrecht met de kinderen aan banden.
,,Het gaat inderdaad om een uitzonderlijke uitspraak'', zegt Eveline
Van Hoecke, de advocate van de vader. ,,Maar dat is volledig op
rekening te schrijven van de onverzettelijkheid van de moeder. En
ze legt zich niet bij de uitspraak van de rechter neer. Ze neemt
haar kinderen opnieuw mee naar geloofsbijeenkomsten, zodat wij verplicht
zijn de jeugdrechter te vragen haar omgangsrecht nog meer te beperken,
en het bijvoorbeeld enkel toe te staan onder begeleiding.''
De vrouw staat volgens de advocate onder sterke invloed van enkele
familieleden die de conservatieve geloofsleer van de Franse bisschop
Lefebvre aanhangen. Eveline Van Hoecke: ,,Wij hebben niet gevraagd
dat de moeder haar geloof zou afzweren. De vrijheid van godsdienst
is voor de Belgische rechters onaantastbaar, en terecht. De moeder
mag zelfs haar godsdienstige ideeën aan haar kinderen meedelen.
Maar ze mag de kinderen niet in haar geloofspraktijken betrekken,
waar dan ook, omdat de kinderen erdoor in de war geraken. Ze zijn
tussen zes en negen jaar oud en kunnen zich hierover nog geen eigen
oordeel vormen.''
De rechter neemt het de vrouw eveneens kwalijk dat ze haar kinderen
verbiedt deel te nemen aan buitenschoolse activiteiten, terwijl
algemeen aanvaard is dat die een positieve invloed hebben op de
sociale ontwikkeling van een kind. De echtscheidingsprocedure heeft
inmiddels haar sporen nagelaten bij de kinderen, die op school achterstand
hebben opgelopen en logopedielessen volgen.
Het is niet de eerste keer dat een rechter een ouder het omgangsrecht
beperkt om religieuze redenen. In Luik kreeg een vader het verbod
om zijn vijfjarig zoontje mee te nemen naar de zondagse bijeenkomsten
van Jehova's getuigen. En de vrederechter van Antwerpen legde een
soortgelijk verbod op aan een vader die lid was een sekte die zich
de ,,Baptisten'' noemt.
,,De vrouw wil gewoon niet luisteren'', zegt advocate Van Hoecke.
,,Maar ik zie haar nog altijd in de eerste plaats als een slachtoffer
van een familiesekte.''
Filip Verhoest
08/05/2003
©Copyright De Standaard |
|
 |
 |
 |
|
|
 |
 |
|
| |
STOKVIS.
Ouders terechtgewezen
In haar rubriek STOKVIS in De Standaard brengt journaliste
Veerle Beel commentaar uit op beide bovenstaande berichten

Veerle Beel 12/05/2003
Twee rechterlijke uitspraken over
ouderlijk gezag, kinderen en bezoekrecht trokken vorige week de
aandacht. In het ene geval was een vechtscheiding de aanleiding
en gaf een extreme geloofsbeleving de doorslag. In het andere geval
ging het om een alledaagse familieruzie.
OUDERS hebben de
plicht hun kinderen op te voeden, leiding te geven en waarden bij
te brengen. Maar een extreem katholieke moeder uit Herzele ging
daarbij te ver, oordeelde de rechter. Het verhaal werd uitgebracht
door de Juristenkrant en vervolgens kwamen de grootouders langs
moederszijde nog eens hun versie van de feiten geven in de populaire
pers.
Ja, hun kleinkinderen moeten in de auto op weg naar school weesgegroetjes
bidden, en ze leren mooie Latijnse liederen te zingen en de grootouders
geven toe dat ze gewijd zout op de tong van de kinderen hebben gelegd.
Ze geven ook toe dat ze de boeken over Harry Potter 'des duivels'
vinden en dat ze hun kleinkinderen verboden hebben om een lied te
zingen dat ze op school hadden geleerd. Want dat was ,,een hymne
tot glorie van Mefisto en dus een daad van afgoderij en een doodzonde!''
De grootouders verdedigden hun vrome levensstijl door erop te wijzen
dat die een halve eeuw of langer geleden, als 'normaal' zou worden
beschouwd. Maar nu doet de rechter dat dus niet meer. De uitspraak
ontlokte aan Rik Torfs, hoogleraar kerkelijk recht aan de KU Leuven,
de vraag of hier niet geoordeeld werd over het geloof van de moeder,
in plaats van over de mogelijke schade die haar jonge kinderen onder
deze levensstijl zouden oplopen.
***
JE moet érgens
een grens trekken'', zegt de Vlaamse kinderrechtencommissaris Ankie
Vandekerckhove. ,,Het is tot op zekere hoogte normaal dat ouders
hun kinderen opvoeden volgens bepaalde waarden. Doen we dat niet
allemaal? Maar als zo'n opvoeding extreem wordt, als je bijvoorbeeld
geregeld moet horen dat je gaat branden in de hel, dan is het aan
de rechter om het ene recht, dat van de ouders, tegen de rechten
van de kinderen af te wegen.''
,,Dat een dergelijke levensstijl vele jaren geleden misschien acceptabel
was, is geen reden om die nu nog aanvaardbaar te vinden. En je mag
erop vertrouwen dat de rechter hier goed naar de kinderen heeft
gekeken. Leerachterstand, angstig gedrag, psychologisch onwelbevinden:
dat zijn redenen om de godsdienstvrijheid van de ouders ondergeschikt
te maken aan een ingrijpen van de rechter ten bate van de kinderen.
''Kinderen nemen niet zo snel contact met het kinderrechtencommissariaat
in geloofskwesties. Tenzij dan moslimmeisjes die de hoofddoek op
school willen dragen, maar dat niet mogen. Of scholen die zich afvragen
of en hoe ze de hoofddoek kunnen verbieden.
Wel klagen kinderen en jongeren heel vaak bij het commissariaat
over de schending van hun rechten bij echtscheiding. Vandekerckhove:
,,Het valt mij ook op dat de kwestie-Herzele pas aan het licht is
gekomen doordat de vader een echtscheiding is gestart en hij het
gezag van de moeder over de kinderen heeft betwist. Was er geen
scheiding geweest, dan zaten die kinderen daar nu nog. Dan maalde
niemand om hun psychologisch welbevinden."
***
DRIE kinderen uit
Waasmunster moeten van de rechtbank een zondag per maand doorbrengen
bij hun oom en tante, met wie hun ouders in onmin leven. De zaak
kreeg veel aandacht in sommige kranten en haalde ook uitgebreid
het VRT-nieuws in prime time. Want de ouders zijn boos en de kinderen
zeggen dat ze hun oom en tante al twee jaar niet meer hebben gezien
en er ook helemaal niet meer heen willen.
De kinderen, nu 15, 12 en 9, zijn tijdens de procedure door de
rechter gehoord. Toen waren ze niet zo scherp in hun afwijzing als
vorige week voor de tv-camera. De oom en tante kondigden snel aan
dat ze de zaak niet op de spits zullen drijven. Ze gaan zich nog
een keer bij het gezin aanmelden, maar als ze de kinderen niet meekrijgen,
gaan ze niet langer aandringen.
,,Blij dat te horen'', zegt de kinderrechtencommissaris. ,,Het
is nooit zinvol om kinderen tot contact te dwingen tegen hun wil
in. Ook dat is een klacht die we veel van kinderen uit gescheiden
gezinnen te horen krijgen: dat ze altijd wel ergens naartoe moeten
en nooit tijd hebben voor hun eigen vrienden of eigen activiteiten.
Omgangsrecht zou in eerste instantie het recht van minderjarigen
moeten zijn, niet van volwassenen.
''Maar Christian Maes, advocaat-generaal bij het Jeugdhof in Gent,
wijst erop dat de oom en tante enkel een beroep hebben gedaan op
de wet, en dat de kinderen wel degelijk gehoord waren. ,,Natuurlijk
gaan die kinderen niet hetzelfde zeggen als er een cameraploeg bij
hen thuis binnenvalt en hun ouders meeluisteren. Kinderen eten altijd
uit de hand van wie hen voedt en doen dat zeker als ze voor het
blok worden gezet omdat het hele land meekijkt.
''Vooral de mediatisering van deze zaak heeft Maes enorm geërgerd.
,,Jaren heeft de pers zitten aandringen opdat ook grootouders en
'bijzondere derden' in twistgevallen, bijvoorbeeld na echtscheiding,
toegang tot kinderen zouden kunnen krijgen. Er werden tal van 'onmenselijke'
situaties opgevoerd en er werd telkens luidop schande geroepen.
En nu de wet veranderd is, en hij wordt toegepast, is het weer niet
goed.
''Over de familie in kwestie kan hij niet veel zeggen, behalve:
,,Die oom en tante zullen niet zulke slechte mensen zijn, als ze
onder druk van de pers meteen weer inbinden. Maar dat ze onder druk
van de pers en de publieke opinie moéten inbinden, daar kan
ik me echt over opwinden. De rol van de vierde macht wordt wel bijzonder
sterk als ze burgers gaat overhalen om hun recht niét te
gebruiken."
***
DE kinderrechtencommissaris
vindt de kwestie ook een schoolvoorbeeld van hoe volwassenen hun
eigen belangen en geruzie laten voorgaan op het belang van de kinderen.
,,En zolang de rechtspositie van minderjarigen niet steviger wordt
uitgebouwd, zal dat nog blijven gebeuren.''
In de Senaat zijn het afgelopen jaar drie wetsontwerpen goedgekeurd
die minderjarigen een betere rechtspositie moeten geven. Zo zouden
jongeren zelf een advocaat kunnen inhuren, zelf toegang tot de rechtbank
krijgen los van hun ouders of voogd en het hoorrecht zou een spreekrecht
worden. De voorstellen werden een 'eeuwigheid' geleden ingediend
door het toenmalige parlementslid Kathy Lindekens.
Zowel Ankie Vandekerckhove als Christian Maes vinden het uitermate
jammer dat de voorstellen niet door de Kamer zijn geraakt. ,,Ik
hoop dat we in een nieuwe legislatuur niet weer van nul moeten herbeginnen'',
zegt Vandekerckhove. En Maes voegt eraan toe: ,,Het is spijtig,
maar het is ook democratisch: blijkbaar vindt de politiek dit niet
prioritair.''
Uit De Standaard van maandag 12 mei 2003
|
|
 |
 |
 |
|
| |
 |
 |
|
| |
Info-vergadering :
Omgangsregeling inzake kinderen
Spreker : Mr. Johan Smets, advocaat te Tongeren - 6 maart 2000
Meester Smets begint zijn betoog met de stelling dat het kind een
belangrijke plaats inneemt in onze maatschappij. Denk maar aan de
verschillende commissies en organisaties die ijveren voor de rechten
van het kind.
De relatie ouder-kind is erg belangrijk. In een traditionele gezinssituatie
verloopt deze relatie meestal zonder veel problemen. De problemen
beginnen pas als de ouders besluiten uit elkaar te gaan. Bij scheiding
wordt ernaar gestreefd dat het kind met beide ouders een gelijkwaardige
omgang heeft, dat wil zeggen zowel in kwaliteit als in kwantiteit.
Dit zowel in het belang van het kind als van de ouders. Deze omgangsregeling
is echter helemaal niet zo vanzelfsprekend.
Voor de wet op co-ouderschap (1995) was het ouderlijk gezag nog
gekoppeld aan het huwelijk. Bij scheiding kreeg één
ouder het ouderlijk gezag toegewezen terwijl de andere alleen een
beperkt bezoekrecht kreeg. Bij co-ouderschap bestaat de mogelijkheid
om het ouderlijk gezag buiten het huwelijk op dezelfde manier uit
te oefenen als binnen het huwelijk. Dat wil zeggen dat beide partners
het ouderlijk gezag blijven uitoefenen.
In de praktijk blijkt echter dat deze omschakeling lang niet zo
vlot gebeurt. Sommige rechters blijven het co-ouderschap negeren
met als gevolg dat er in vele echtscheidingsgevallen het klassieke
patroon van hoederecht-bezoekrecht blijft bestaan.
Indien ouders besluiten uit elkaar te gaan, dan bestaan er 3
mogelijkheden om allerlei problemen in verband met familiezaken
op te lossen.
1.Een vrijwillige regeling
Beide partijen beslissen samen wat er met de kinderen gebeurt. Zij
zetten deze overeenkomsten op papier en gaan daarmee naar de vrederechter.
Let op : je moet dan wel over alles een akkoord hebben (als je slechts
voor 95% overeenkomt, dan gaat het niet door).
2.Bemiddeling
Bemiddeling is een vrij nieuw systeem. Deze mogelijkheid kan interessant
zijn als je het voor een groot stuk met elkaar eens bent, maar op
een paar punten van mening verschilt.
Overleg is echter niet altijd gemakkelijk, het komt snel tot verwijten
tussen beide partijen. Het is nochtans altijd beter om zelf een
regeling uit te werken dan dat over te laten aan advocaten en rechters.
Om tot bemiddeling over te gaan moeten beide partijen akkoord gaan.
Het is niet verplicht. Als één partij ermee stopt,
dan eindigt de bemiddeling.
De bemiddeling gebeurt door een bemiddelaar. Dat is een neutrale
persoon die de beide partijen wil laten zien welke gemeenschappelijke
belangen er nog zijn. De bemiddelaar probeert mogelijkheden aan
te reiken om tot de oplossing van een probleem te komen. Hij verplicht
echter tot niets. Bemiddeling kan alleen een succes zijn als er
de wil is bij beide partners. Je vindt bemiddelaars aan de balie
of bij het OCMW. Ze kosten ongeveer 1500 Bef/uur.
3.De rechtbank
Een conflict oplossen voor de rechtbank zou eigenlijk een noodoplossing
moeten zijn. Het is echter de mentaliteit van de mensen om een conflict
liever door een derde te laten oplossen dan het zelf te doen. Soms
kan het echter niet anders.
De rechter probeert een zo goed mogelijk inzicht te krijgen in het
conflict, zodat hij een goede uitspraak kan doen. Het hoorrecht
voor kinderen kan daar een hulpmiddel zijn. Kinderen kunnen zelf
vragen om gehoord te worden. Ook de rechter kan vragen om een kind
te horen. Heel dikwijls duidt hij een deskundige aan om het kind
in zijn plaats te horen. Een kind is echter nooit verplicht om te
spreken. In de praktijk wordt het hoorrecht niet dikwijls toegepast.
Het werkt zeer traag (want de deskundigen zijn allemaal overbezet).
Dus worden er voorlopige maatregelen opgelegd. Het is algemeen bekend
dat hoe langer voorlopige maatregelen duren, hoe meer kans er bestaat
dat deze situatie behouden blijft.
Wat zijn de mogelijkheden als één van beide
partijen de uitspraak van de rechter naast zich neerlegt?
1.De dwangsom
De dwangsom wordt nu meer en meer gebruikt. Het is een algemeen
rechtsmiddel dat men gebruikt als er geen gehoor gegeven wordt aan
de uitspraak van de rechter. Meester Smets weet van een vonnis waarin
een clausule stond dat de dwangsom gecompenseerd moest worden met
het onderhoudsgeld. Dat vonnis kwam er nadat het omgangsrecht volkomen
geweigerd werd.
2.Een klacht indienen bij het parket
Meester Smets raadt aan om herhaaldelijk klacht in te dienen als
je je kinderen niet meekrijgt. Het is ook belangrijk dat je kan
bewijzen dat je de kinderen niet meekrijgt. Dit kan door objectieve
getuigen en aanwijzingen. Pas dan zal het parket (na herhaaldelijke
klachten) misschien verdere stappen ondernemen.
In Tongeren is een vrouw na klachten wegens weigering van het omgangsrecht,
veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf terwijl de man
een schadevergoeding kreeg.
3.Burgerlijke partij stellen bij de onderzoeksrechter
De onderzoeksrechter is dan verplicht om een onderzoek te doen.
Hij is er echter ook vrij in om te bepalen hoe ver dat onderzoek
gaat. Hij kan bijvoorbeeld na 2 gesprekken besluiten om de zaak
af te sluiten of te seponeren. De wet Franchimont heeft ervoor gezorgd
dat de burgerlijke partij op de hoogte gebracht moet worden als
de zaak wordt afgesloten. Hij krijgt dan 14 dagen de tijd om te
reageren, om eventuele andere elementen aan te brengen. Bij de burgerlijke
partijstelling moet er wel een provisie betaald worden. Dat is om
de kosten van bijvoorbeeld een deskundige te betalen.
4.De persoonlijke dagvaarding
Wordt zeer zelden gebruikt. Het is toch wel een valabel rechtsmiddel.
Kan een uitspraak wijzigen na het conflict ?
Bij gewijzigde omstandigheden kan een uitspraak herzien worden.
Het is belangrijk dat je een herziening zo snel mogelijk aanvraagt
na een gewijzigde situatie. Een voorbeeld : als je financiële
situatie verslechtert, dan kan je een herziening aanvragen. Als
je minder gaat betalen zonder de uitspraak van de rechter af te
wachten, dan bega je een overtreding en ben je dus strafbaar.
Als kinderen het heft in eigen handen nemen en beslissen om voortaan
bij de andere ouder te gaan wonen, dan valt dat onder gewijzigde
omstandigheden. De rechter zal zich er meestal bij neerleggen als
de kinderen een bepaalde leeftijd bereikt hebben (de grens ligt
hier ongeveer op 12 jaar, dat hangt af van de rechter, hij oordeelt
of het kind voldoende onderscheidingsvermogen heeft).
Uit de vele vragen achteraf blijkt dat de avond weer zeer interessant
was voor de aanwezigen.
Tonia Hamal
Voormalige medewerkster van BGMK
|
|
 |
 |
 |
|
| |
| |
| |
 |
 |
|
| |
Televisie-uitzending op
zaterdag 22 juni 2002 Nederland 3 21.03 U. tot 22 u.
Toen was Peter Prinsen hoofdpersoon in "Het zwarte schaap"
van de VARA.
Onderwerp: "Omgang moet! Of ook: Over kidnapping, Dwaze
vaders en omgangsregelingen."
Uit de aankondiging in de VARA-gids blijkt dat de verschrikkelijke
Ed Spruijt (Universiteit Utrecht) ook aanwezig is en zijn bedenkelijke
en niet op ernstig onderzoek gebaseerde theorieën ten gehore
brengt. (Mededeling Ipe Smit)
Over Peter Prinsen in de Vara-gids:
OMGANG MOET!
Toen Peter Prinsen na zijn echtscheiding een straatverbod
opgelegd kreeg en zijn ex-vrouw met de kinderen naar Afrika dreigde
te verhuizen, sloegen bij hem de stoppen door. Over een kidnapping,
Dwaze Vaders en omgangsregelingen.
Zo nu en dan duiken ze weer op in de media, verbeten demonstrerend
voor het recht op omgang met hun eigen kinderen. 'Dwaze Vaders'
noemen ze zichzelf. Onder die noemer hebben gescheiden mannen in
1989 hun krachten gebundeld met als doel het omgangsrecht aan de
kaak te stellen. Dat omgangsrecht deugt volgens hen van geen kanten,
omdat het de verzorgende ouder, in de meeste gevallen nog altijd
de moeder, de mogelijkheid biedt om de ander buitenspel te zetten.
Volgens de Dwaze Vaders hebben beide ouders recht op omgang met
hun kinderen en moet worden voorkomen dat kinderen vervreemden van
hun niet meer aanwezige ouder.
Peter Prinsen is zo'n 'dwaze vader'. Hij ging in 1978 weg
bij zijn vrouw en drie kinderen en nam zijn intrek in een flatje
in de buurt. De eerste tijd kwam hij nog geregeld over de vloer
van de echtelijke woning, maar toen de bepalingen rond de echtscheiding
door de rechter moesten worden vastgelegd, ging het fout. Om hem
te weren uit het huis van zijn ex-vrouw kreeg hij een straatverbod
opgelegd. Dat lapte hij aan zijn laars. Toen Prinsen niet veel later
lucht kreeg van een op handen zijnde verhuizing van zijn ex-partner
ging het helemaal mis. Zijn ex had inmiddels een Afrikaanse vriend
en Prinsen vreesde dat het stel en zijn kinderen naar Afrika zou
verhuizen. In paniek besloot hij daarop dat zijn kinderen moesten
onderduiken. Hij bracht zijn kinderen onder op een boerderij. Toen
hij die dag bij zijn ex poolshoogte nam, trof hij daar niemand aan.
De volgende dag verscheen de politie en Prinsen werd geboeid afgevoerd.
Na vier dagen in de cel gaf hij toestemming dat de moeder de kinderen
op het politiebureau kon ophalen. Prinsen kwam vrij, maar de situatie
was inmiddels zodanig geëscaleerd dat er van een normale verstandhouding
met zijn ex geen sprake meer kon zijn. Uit pure frustratie over
deze hele gang van zaken richtte hij een jaar na zijn scheiding
de actiegroep Man'79 op. Korte tijd later, op zijn 44ste, ging hij
rechten studeren. Zo kon hij zichzelf beter verweren en andere vaders
met vergelijkbare problemen steunen. Inmiddels is hij een expert
op het gebied van familierecht en treedt hij namens anderen op als
advocaat. Zo ziet hij van dichtbij hoe ook door andere ex-geliefden
geen middel wordt geschuwd om de strijd om de kinderen in eigen
voordeel te beslechten. Zelfs beschuldigingen van ontucht of incest
blijken geoorloofd om de ex-partner buitenspel te zetten. In de
rechtszaal worden de besluiten over het omgangsrecht uiteindelijk
genomen, meestal ten faveure van de moeder. Het gevolg hiervan is
dat (volgens cijfers van het CBS) uiteindelijk een kwart van alle
kinderen na de scheiding geen contact meer heeft met de vader. Om
die reden voelen veel vaders zich het zwarte schaap en Prinsen vertolkt
de gevoelens van die groep. In de uitzending draait het voortdurend
om de spanning tussen het belang van het kind en dat van de vader.
Prinsen ziet weinig licht tussen die beide grootheden. Hij voelt
het meest voor de manier waarop het omgangsrecht in Frankrijk is
geregeld. Daar is het een strafbaar feit als het kind niet wordt
afgegeven aan de ouder die recht heeft op bezoek. Een aantal mensen
op de tribune ziet het heel anders.
Kinderrechter mr. Quik-Schuijt en Ruud Nijhof, directeur
van de Raad van de Kinderbescherming, zijn van mening dat een dergelijke
sanctie vooral problemen voor de kinderen tot gevolg zal hebben.
Zij zijn immers in eerste instantie afhankelijk van de verzorgende
ouder en schieten er niets mee op als die vervolgd wordt.
Wetenschapper Ed Spruijt die onderzoek deed naar kinderen en echtscheding,
concludeert zelfs dat voor de kinderen contact met beide ouders
niet altijd noodzakelijk is. 'De kreet "omgang moet" is
meer in het belang van de vaders dan van de kinderen. Het is veel
belangrijker dat die vaders hun alimentatie betalen, zodat de kinderen
hun leven zo goed mogelijk kunnen voortzetten. Het is schrijnend,
maar voor het kind is vooral van belang dat het goed gaat met de
verzorgende ouder.' Prinsen wil hier niet aan en zo ontstaat een
debat dat moeilijk onbewogen kan worden gevolgd door mensen die
ooit met een dergelijke situatie te maken hebben gehad.
Peter Kee
Commentaar bij de televisie-uitzending
met mr. Peter Prinsen
Met veel belangstelling hebben we naar de uitzending
gekeken. Een eerste indruk na het debat met Peter Prinsen en de
opposanten was dat zo'n uitzending wel de standpunten verduidelijkt,
maar dat het enorme probleem van de omgang van kinderen met hun
uitwonende ouder en de vervreemding hoegenaamd niet tot enig uitzicht
op aanpak of oplossing ervan brengt. De tegenstellingen worden enkel
maar toegespitst in de geesten van de debaters. En de toeschouwers
laten het er achteraf maar bij zonder meer.
Toch moeten we hier de visie van mr. Prinsen
volmondig bijtreden. De kern van de problematiek is dat er in de
huidige situatie geen rechtszekerheid bestaat voor scheidende ouders
- zeg maar voor vaders die de kinderen niet meer bij zich hebben
wonen. De kinderrechter roept het belang van het kind in en steunt
zich op het Kinderrechtenverdrag. De directeur van de Raad voor
Kinderbescherming wil haarfijn onderzoeken welke aspecten er verbonden
zijn aan de situatie van het kind bij de echtscheiding en betrekt
er de kinderen ten volle bij. De Utrechtse prof beweert dat wetenschappelijke
onderzoeken hebben uitgewezen dat het voor het kind vaak niet erg
is, dat het verstoken blijft van de omgang met één
ouder en wil van de juridische invalshoek niet weten. Mr. Prinsen
stelt minzaam maar vasthoudend en krachtig dat er opnieuw rechtszekerheid
moet komen voor de omgangsregeling bij scheidingen. Dat is inderdaad
de kern van de zaak.
Het primaire belang van het kind is niet meteen
zijn gemoedsrust bij één van zijn ouders zonder de
andere. Het eerste belang van het kind voor nu en later is dat het
omgang blijft houden met elk van beide ouders. Elke ouder moet de
mogelijkheid hebben een affectieve omgang met het kind te onderhouden
en zich pedagogisch in te zetten voor de volwaardige menswording
van het kind. Elk kind heeft volgens het Europees Verdrag van de
Rechten van de Mens (Art. 8) dat recht op familieleven in omgang
met elk van zijn beide ouders. Als dat gegarandeerd wordt in alle
echtscheidingen met kinderen, dan verdwijnt de omgangsproblematiek
en de vervreemding van kind-ouder. Daarom pleiten wij met mr. Prinsen
voor absolute rechtszekerheid.
Wij willen die rechtszekerheid voor Nederland,
wij willen ze voor België. Nederland mag beslist in zijn wetgeving
inschrijven dat de frustratie van het omgangsrecht een misdrijf
is en dus beteugelbaar. In België is die frustratie een misdrijf
en strafbaar, maar door de onoverzienbare hoeveelheid seponeringen
van de klachten door de parketten ontstaat evenzeer rechtsonzekerheid
als in Nederland.
Laat de rechter sowieso een omgangrecht vastleggen.
Laat bij moeilijkheden tussen de ouders een bemiddelingsinstantie
tussenkomen en in hele moeilijke gevallen laat er rechtbankgebonden
bemiddeling plaatsgrijpen. In België bestaat die. In Nederland
pleit mr. Cees Van Leuven daarvoor. Vaak is zachte druk vanwege
de rechtbank voldoende om de problemen in goede banen te leiden.
Laten wij in ieder geval vasthouden aan het
onomstotelijke principe dat bij scheiding een kind recht blijft
hebben op beide ouders. Laten wij dat principe in de wetgeving en
in de rechtspraktijk consequent handhaven. En laten wij zoals mr.
Prinsen op het einde van de uitzending een beetje onhandig maar
toch duidelijk liet blijken, blijven hopen en verwachten dat de
ouders zelf in het belang van hun kinderen de elementaire redelijkheid
zouden opbrengen om de omgang in der minne af te spreken en ook
consequent zo in de praktijk uit te voeren en te handhaven.
Dat is dan wel een aanzet met uitzicht op oplossing
van die inhumane problematiek. Laten we eindigen met de aspiratie
dat alle betrokken verantwoordelijken in dat perspectief doen wat
ze moeten doen.
Ghislain Duchâteau
Kort Commentaar van Joep Zander
Het leek wel of de tijd al 15 jaar stil staat. Zo
bevooroordeeld wordt er gereageerd op vaders die willen zorgen.
Prof Bullens werd gewoon aan het woord gelaten alsof er geen foradossier
bestaat waaruit blijkt dat hij sjoemelt met de officiele registratie
van zijn bedoening. Alsof er geen klachten bij het medisch tuchtcollege
gegrond zijn verklaard tegen de handelwijze van door hem ingeschakelde
psychiaters enzovoort. De onschuld zelve.
Kinderrechtster Quick-Schuit kon gewoon beweren dat moeders beter
zijn voor kinderen dan vaders alsof we geen artikel 1
in de grondwet hebben.
Wetenschappelijk onderzoeker Spruijt kon rustig beweren
dat alle onderzoek erop wijst dat vaders er niet zo toe doen. Terwijl
dat niet zo is. Kon rustig beweren dat Prinsen beter moet communiceren
terwijl hij zelf ter plekke het toonbeeld van non-communicatie is.
Gewoon beweren dat Prinsen eens vroeger in het proces moet gaan
kijken terwijl Prinsen juist de enige is die preventieve oplossingen
voorstaat. De rest is allemaal curatief bezig (bemiddelen, beter
communiceren enz.)
Kinderbeschermingsdirecteur Nijhof beweerde weer gewoon (net als
de andere opponenten) dat de meeste ouders het prima zelf oplossen
terwijl dat gewoon pertinente onzin is. Ze komen niet voor het gerecht.
Dat is misschien prettig voor henzelf, de rechter of weet ik veel.
Maar dat betekent nog niet dat ze de zaken voor hun kinderen regelen.
Ongeveer 50% van de vaders ziet na een relatiebreuk in een of andere
vorm zijn kinderen niet. Nijhoff had nog wel zo beloofd in de onderhandelingen
met het Comité Stop Omgangsonrecht om zijn leven te beteren!!
Het standpunt van de vrouwen was wat zwak verwoord door mevr. ter
Horst. Maar ach, daar zat Spruijt toch al voor. "Jullie moeten
meer gaan zorgen," beweerde Spruijt maar weer eens. Dat dat
ertoe leidt dat de kans dat je je kinderen blijft zien kleiner wordt,
wordt er niet bij verteld. Alleen zijn eigen uitermate slechte onderzoek
op dit gebied telt.
En dan nog van Leuven. Advocaat, rechter en scheidingsbemiddelaar
tegelijkertijd. Maar vooralsnog een redelijk standpunt gebaseerd
op paradoxale toewijzing van hoofdverblijf en gezag.
Op Peter Prinsen zijn verdediging was niets aan te merken. Wellicht
had hij een keer flink kwaad kunnen worden. Want het blijft zo blijkbaar
een beetje de reactie van "ach, wat sneu" oproepen terwijl
het gaat om stelselmatige verkrachting van elementaire rechtsbeginselen.
|
|
|
 |
 |
 |
|
| |
| |
| |