Informatie - Onderhoudsgelden
   
 
Adviezen | Advocaat | Bank | Belastingen | Bestaansmiddelen | Detective | Deurwaarder | Echtelijke woning
Echtscheiding door onderlinge toestemming | Erfenis | Gezinnen | Gezinswoning | Gevoelens | Gevolgen echtscheiding
Geweld | Hulpverlening | Huwelijksplichten | Huwelijksstelsel | Jongeren na echtscheiding | Jurisprudentie Justitiehuizen | Kerk | Leven na scheidingNieuwe gezinsvormen | Nieuwe relatie | Nieuw-samengestelde gezinnen
Notaris | Omgangsrecht | Onderhoudsgelden | Onderwijsaangelegenheden | Ouderlijk gezag | Ouder-naam
Ouderschapsbemiddeling | Overlijden | Overspel | Procedure | Relaties | Samenwoning | Scheidingsbemiddeling Vaderschap bij scheiding | Vereffening en verdeling | Wetgeving | Woonstvergoeding
 
  Artikels :
 

- Onderhoudsbijdragen voor kinderen volgens de Gezinsbond 25-1-2020
- De buitengewone kosten bij onderhoudsverplichtingen voor kinderen - bijgewerkt op 20-9-2019
- Mijn kind (18+) werkt, moet ik nu nog alimentatie betalen? - Situatie in Nederland
- Herzienbaarheid van onderhoudsuitkeringen tussen ex-partners
-
De nieuwe wet op de onderhoudsbijdragen voor de kinderen
- Mag een kind rechtstreeks alimentatiegeld krijgen?
- Onderhoudsgeld voor meerderjarige kinderen
- Onderhoudsgeld voor kinderen (Davo) en kinderbijslag bij scheiding
- Onbetaald alimentatiegeld vorderen

- Levenslange alimentatie voor wie gescheiden is voor 1 september 2007
- Berekening van de indexaanpassing
- De onderhoudsgeldcalculator van de Gezinsbond
- Advocaten in Nederland bepleiten afkoop van alimentatie (Reform. Dagblad 4-4-7)
- Alimentatie in Nederland : wat kosten de kinderen? Dagbladartikel 5 maart 2005
- Standpunt over de alimentatie voor de ex-partner na echtscheiding
- Onderhoudsuitkering - indexaanpassing
- Indexering alimentaties in Nederland
- Alimentatie berekenen tussen ex-echtgenoten/voor kinderen
- Verslag studiedag over onderhoudsgelden Leuven-Kortrijk oktober 2000
- Als alimentatie niet meer volstaat (over onderhoudsgeldverhoging)
- Onderhoudsuitkering niet-gehuwde samenwonenden
- Stoppen met betaling van onderhoudsgeld

 
 
Omhoog
   
 
 

Onderhoudsbijdragen voor kinderen volgens de Gezinsbond 25-1-2020

De krant - met name Frida Deceunynck - ging te rade bij de Gezinsbond, vertegenwoordigd door Yves Coemans

Ze overlopen samen de verschillende soorten kosten: de verblijfskosten, andere kosten, buitengewone kosten. Ook de fiscale voordelen komen aan de orde.

Het artikel begint met de titel

Co-ouderschap is niet fiftyfifty

Inleiding:

Nergens ter wereld kiezen gescheiden koppels meer voor co-ouderschap dan bij ons.
Maar dat wil nog niet zeggen dat u ook de kosten van uw kinderen 50/50 moet verdelen.
Hoe moet het dan wel?

Klik door naar het hele artikel.

Lees ook onderaan: Geen antwoord? Akkoord!


 
 
 
  Omhoog
 

De buitengewone kosten bij onderhoudsverplichtingen voor kinderen

Buitengewone kosten – de nieuwe regels in de praktijk

29 juli 2019

De wet van 21 december 2018 en het KB van 22 april 2019 brachten wijzigingen en verduidelijkingen met zich mee in verband met de buitengewone kosten.

Wat zijn buitengewone kosten?

Ouders hebben ten opzichte van hun kinderen een onderhoudsplicht. Dit betekent dat iedere ouder moet instaan voor de huisvesting, het levensonderhoud, de gezondheid, het toezicht, de opvoeding, de opleiding en ontplooiing van zijn kinderen.

Alle mogelijke kosten kan je verdelen in drie soorten kosten:

- De gewone verblijfsgebonden kosten

Dit zijn de kosten die samenhangen met het verblijf van de kinderen. Denk aan kosten voor voeding, verwarming, elektriciteit, enz. 

- De gewone verblijfsoverstijgende kosten

Dit zijn normale kosten van kinderen die niet samenhangen met de plaats waar het kind verblijft. Voorbeelden zijn: kleding, schoolkosten, kosten van de huisarts,…

Als er een onevenwicht is in het inkomen van de ouders of een verblijfsregeling waarbij het kind meer bij de ene dan bij de andere ouder verblijft, dan wordt er alimentatie betaald. Die alimentatie gaat over bovenstaande kosten. 

- De buitengewone kosten

De buitengewone kosten zijn uitzonderlijke, noodzakelijke of onvoorzienbare kosten die voortvloeien uit toevallige of ongewone gebeurtenissen en die het gebruikelijk budget voor het dagelijks onderhoud van het kind overschrijden.
Deze kosten vallen buiten de alimentatie. Het komt veel voor dat deze kosten 50-50 verdeeld worden, maar ook een andere verdeling is mogelijk. 

De praktijk

We hebben een zeer uitgebreide lijst van alle mogelijke kosten. Ouders kunnen zelf van iedere kost bepalen onder welke categorie ze valt. Jullie beslissen dus ook samen welke kosten onder de alimentatie vallen en welke onder een andere verdeling. 

De regeling werd verduidelijkt

Op 2 mei 2019 werd een lijst gepubliceerd van de kosten die worden beschouwd als buitengewone kosten. De lijst is indicatief, waardoor het mogelijk is om ervan af te wijken in een overeenkomst of een vonnis.

Bovendien voorziet het Koninklijk Besluit dat, behalve in geval van hoogdringendheid, een voorafgaandelijk overleg en akkoord nodig is over deze kosten. Het voorafgaandelijk overleg moet zowel gaan over de noodzakelijkheid van de uitgave, als over de hoogte ervan.

Wanneer een ouder niet reageert binnen de 21 dagen (30 dagen tijdens vakantieperiode) wordt deze geacht in te stemmen met de vraag voor een buitengewone kost. Bereiken de ouders geen akkoord over de buitengewone kosten waarvoor het akkoord van beide ouders vereist is, dan zal de betwisting kunnen worden voorgelegd aan de rechter.
Tot slot bepaalt het KB de manier waarop de afrekening van de buitengewone kosten gebeurt. Deze gebeurt driemaandelijks en elke ouder die terugbetaling vraagt, moet een kopie van de bewijsstukken van de gemaakte kosten aan de andere ouder bezorgen. De andere ouder heeft een termijn van 15 dagen om de terugbetaling in orde te brengen.

De praktijk

Bovenstaande regeling geldt enkel als er geen overeenkomst of vonnis is met andere afspraken. We raden heel erg aan om dit ook daadwerkelijk te doen, er goed over na te denken en we helpen je uiteraard bij het correct en uitgebreid formuleren van jullie afspraken op maat. 

De regeling zal volgens mij in scheidingen met hoogconflict kunnen leiden tot meer duidelijkheid en hopelijk minder gevechten omdat de ouders en ook de rechter een grotere houvast hebben. In situaties waar alles relatief vlot loopt daarentegen, vrees ik een omgekeerd effect.  Er is immers in de nieuwe regeling over meer kosten een voorafgaand akkoord nodig dan dat het geval was in de vroegere gang van zaken.  Laten we hopen dat dit niet tot meer discussies en rechtszaken leidt. Een goede regeling kan dat alvast vermijden. 

De lijst

de volgende medische en paramedische kosten:

a) De behandelingen door artsen-specialisten en de medicaties, gespecialiseerde onderzoeken en verzorging die zij voorschrijven;
b) De kosten van heelkundige ingrepen en van hospitalisatie en de specifieke behandelingen die eruit voortvloeien;
c) De medische en paramedische kosten en hulpmiddelen waaronder orthodontie, logopedie, oftalmologie, psychiatrische of psychologische behandeling, kinesitherapie, revalidatie, prothesen en apparaten, met name de aankoop van een bril, een beugel, contactlenzen, orthopedische zolen en schoenen, hoorapparaten en een rolstoel;
d) De jaarlijkse premie van een hospitalisatieverzekering of van een andere aanvullende verzekering die de ouders of één van hen moeten betalen.
De premie moet betrekking hebben op de kinderen; en dit: voor zover de kosten bedoeld onder a), b) en c) voorgeschreven zijn door een bevoegde arts of instantie; en onder aftrek van de tussenkomst van het ziekenfonds, van een hospitalisatieverzekering of van een andere aanvullende verzekering.

de volgende kosten betreffende de schoolse opleiding:

a) Meerdaagse schoolactiviteiten tijdens het schooljaar zoals ski-, zee- en bosklassen, school- en studiereizen en stages;
b) Noodzakelijk gespecialiseerd en kostelijk studiemateriaal en/of schoolkledij, aan speciale taken verbonden, die vermeld staan op een lijst die de onderwijsinstelling aflevert;
c) Het inschrijvingsgeld en de cursussen voor hogere studies en bijzondere opleidingen alsook niet gesubsidieerd onderwijs;
d) De aankoop van informatica-apparatuur en printers met de softwareprogramma’s die voor de studie noodzakelijk zijn;
e) De bijlessen die het kind moet volgen om in zijn schooljaar te slagen;
f) De kosten verbonden aan de huur van een studentenkamer;
g) Bijkomende specifieke kosten verbonden aan een buitenlands studieprogramma;na aftrek van eventuele school- en studietoelagen en andere studiebeurzen.

de volgende kosten verbonden aan de ontwikkeling van de persoonlijkheid en ontplooiing van het kind, nl.:

a) Kosten voor kinderopvang voor kinderen van 0 tot en met 3 jaar;
b) Lidgeld, basisbenodigdheden en kosten voor kampen en stages in het kader van culturele, sportieve of artistieke activiteiten;
c) Inschrijvings- en examengeld voor de rijopleiding en de theoretische en praktische examens voor een rijbewijs voor zover dit niet kosteloos langs de school kan behaald worden maar via een rijschool moet gebeuren;
4° Alle overige kosten die de ouders in een gezamenlijk akkoord als buitengewoon benoemen of die als zodanig door de rechter gekwalificeerd worden.

Bron: Odos

***

Dit was de situatie voor en na 27 september 2010 tot 22 april 2019

Veelvuldige betwistingen komen voor bij ouders met kinderen die gescheiden zijn over de zogenaamde buitengewone kosten.

Die betwistingen zijn toe te schrijven aan absolute onduidelijkheid over de criteria van toekenning en over de inhoud en de bedragen van die kosten.
De onderhoudsverplichting voor ouders is voornamelijk vastgelegd in art. 203, § 1 van het Burgerlijk Wetboek. Daarin is echter op dit ogenblik nog geen sprake van buitengewone kosten. Die komen wel voor in de rechtsleer en in de rechtspraktijk. Zie daarvoor:
S. BROUWERS en M. GOVAERTS, «Alimentatievorderingen»,
in Notariële Praktijkstudies, Wolters Kluwer België, 2004, 466, nr. 748.
Nagenoeg alle recente vonnissen rond de onderhoudsverplichting naar kinderen toe bevatten een bepaling van die buitengewone kosten. Een voorbeeld hiervan volgt hieronder.

In een vredegerechtvonnis van 26 juni 2008 statueert de vrederechter als volgt:

“Veroordeelt verweerder om aan eiseres te betalen t.b.v. de drie voornoemde kinderen, de helft van de volgende buitengewone kosten:
- medische kosten als daar zijn: de medische uitgaven n.a.v. hospitalisatie, thuisverpleging, orthodontie, kosten van gespecialiseerde medische of tandheelkundige onderzoeken, als daar zijn: radiologie, scanner, echografie, kinesitherapie, logopedie, bril of lenzen, steunzolen en zulks na verrekening van iedere tussenkomst van mutualiteit, hospitalisatieverzekering of elke andere derde;
- schoolkosten als daar zijn: de schooluitgaven m.b.t. de meerdaagse schoolreizen in middelbaar en hoger onderwijs, het inschrijvingsgeld, de studieboeken en –materiaal in het hoger onderwijs, de gebeurlijke huur van een studentenkamer in het hoger onderwijs, de aanschaf van een laptop, de inschrijvingsgelden, de vervoerskosten van en naar school, zoals o.m. trein- en/of busabonnement;
- naschoolse kosten als daar zijn: taalcursussen en taallabo, lid- en inschrijvingsgeld van balletschool, sportclubs, dans- sport- en taalkampen of stages, specifieke hobbykleding, muziekcursussen, muziekkampen en stages, huur of aankoop van muziekinstrumenten, sportmateriaal, cursussen en boeken, vakanties via de ziekenkas, basketkampen, chirobivaks, enz.;
- kosten voor het behalen van een rijbewijs; (hier specifiek geëist)
en dit met ingang van 01 december 2007, op voorlegging van de stavingsstukken van bedoelde uitgaven.

Persoonlijk vindt de schrijver van deze tekst dat het begrip ‘buitengewone kosten’ een onzalig beginsel is in de rechtspraak, omdat het tot zovele moeilijkheden tussen ouders aanleiding geeft.

Rond de thematiek hebben volksvertegenwoordiger en lid van de justitiecommissie en van de subcommissie Familierecht Sabien Lahaye-Battheu e.a. op 22 april 2008 een wetsvoorstel bij de Kamer ingediend. Het heet ‘Wetsvoorstel tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek wat betreft de buitengewone kosten in het kader van een onderhoudsuitkering’ Zie:
http://www.dekamer.be/FLWB/PDF/52/1092/52K1092001.pdf.
 
Vooral de Toelichting bij dat wetsvoorstel geeft ons relevante informatie.

De indieners stellen dat er nergens in de wet de notie ‘buitengewone kosten’ is vermeld en dat er geen wettelijke omschrijving of definitie van het begrip bestaat. In grote trekken kunnen ze worden ingedeeld in de volgende drie categorieën:

1° de gezondheidstoestand van het kind (belangrijke (para)medische uitgaven zoals hospitalisatiekosten, chirurgische ingrepen, bijzondere medische behandelingen,…);

2° de opleiding van het kind (inschrijvingsgeld, kosten van hogere studies, studiemateriaal, schoolreizen,…);

3° de ontwikkeling van de persoonlijkheid van het kind (taalkampen, culturele activiteiten, sportkampen,…).

Het gevolg van het ontbreken van de wettelijke basis voor die ‘buitengewone kosten’ is dat de rechtspraak heel verschillend is en dat rechters vaak verschillende criteria voor het bepalen van die ‘buitengewone kosten’ hanteren.

Zo stelt een arrest van het Hof van Beroep in Brussel in 2005 (Verwijzing naar Brussel 15 november 2005, 2003/KR/428, onuitg.) dat alle medische kosten en paramedische kosten (logopedie, lenzen, brilglazen maar niet de gewone huisartsconsultaties) en de kosten van hogere studies (verplaatsingen, huur studentenkamer, cursussen) beschouwd konden worden als buitengewone kosten. Kosten van schoolreizen van meer dan één dag, hobby’s en culturele opvoeding werden niet beschouwd als buitengewone kosten.

Een Franstalige kamer van het Hof van Beroep van Brussel stelde echter in 2004 dat alle schoolkosten als buitengewoon aangezien moesten worden en dat de ouders dus ook allebei moesten instaan voor meerdaagse schoolreizen zoals bos- of sneeuwklassen. (Verwijzing naar Brussel (Jk.) 10 december 2004, 2004/JR/94, onuitg.)

Als «buitengewoon» worden doorgaans de uitgaven met een uitzonderlijk, onverwacht, onvoorzien, noodzakelijk en eenmalig karakter aanvaard waarbij die criteria niet cumulatief aanwezig moeten zijn. Dat lijkt wel een goede basis te zijn voor een omschrijving.

Conflictscheppend is ook de veroordeling door de rechter tot een maandelijks onderhoudsgeld én de helft van de buitengewone kosten. In die gevallen beslist immers de onderhoudsgerechtigde alleen over dergelijke uitgaven en kan de andere ouder niet anders dan een beroep doen op een rechter om zich daartegen te verzetten.

Een nieuw wettelijk systeem met objectivering  van  de onderhoudsuitkeringen waarbij ook rekening wordt gehouden met de buitengewone kosten zou een uniformisering in de rechtspraak tot stand brengen en een gelijke billijke behandeling van elk kind moeten garanderen. Ook bij het opstellen van de akte van onderlinge toestemming zouden de ouders heel duidelijk moeten overeenkomen over de onderhoudsuitkering en daarbij rekening houden met de bijzondere kosten.

Het wetsvoorstel van de kamerleden wil dan ook een artikel 203 quater invoegen in het Burgerlijk Wetboek. Dat zou als volgt geformuleerd zijn:

«Art. 203quater. — Indien een ouder door een rechterlijke beslissing veroordeeld wordt tot de betaling van een onderhoudsuitkering om te voldoen aan zijn verplichting die voortvloeit uit artikel 203, § 1, of 203bis, kan hij ook tot een bijdrage in de buitengewone kosten van onderhoud, opvoeding en opleiding worden verplicht.

Buitengewone kosten zijn kosten met betrekking tot de gezondheidstoestand, de opleiding en de ontwikkeling van de persoonlijkheid van het kind en hebben een uitzonderlijk, onvoorzien, en noodzakelijk karakter.». Dit voorstel heeft het niet gehaald en aan de buitengewone kosten wordt nu een andere inhoud gegeven.

Intussen immers is in de Kamer van Volksvertegenwoordigers op 11 juni 2009 een wetsontwerp over de objectivereing van de onderhoudsbijdragen voor kinderen goedgekeurd waarin de bijzondere kosten worden gelegaliseerd.

Zie hoger de tekst De komende wet op de onderhoudsbijdragen voor de kinderen.

Bij art. 203bis in het Burgerlijk Wetboek wordt een § 3 ingevoegd:

De kosten omvatten de gewone kosten en de buitengewone kosten.
De gewone kosten zijn alle gebruikelijke kosten m.b.t. het dagelijkse onderhoud van het kind.
Onder buitengewone kosten wordt verstaan de uitzonderlijke, noodzakelijke of onvoorziene uitgaven die voortvloeien uit toevallige of ongewone gebeurtenissen en die het gebruikelijke budget voor het dagelijkse onderhoud van het kind dat desgevallend als basis diende voor de vaststelling van de onderhoudsbijdragen, overschrijden
”.


De wet is intussen goedgekeurd in het federale parlement. Ze is van toepassing vanaf 1 augustus 2010.

De omschrijving van de gewone en de buitengewone kosten in de wet geeft een duidelijker houvast, zodat voor de toekomst verwacht mag worden dat daarover veel minder betwistingen ontstaan. De nieuwe wet zou dan haar doel bereiken: een humanisering of vermenselijking van de procedures bij de toekenning van de alimentatie voor de kinderen bij scheiding van hun ouders.

Ghislain Duchâteau

Bijgewerkt 27-9-2010


 
 
Omhoog
 
 

Herzienbaarheid van onderhoudsuitkeringen tussen ex-partners

Levenslange verplichting om alimentatie te betalen aan de ex-huwelijkspartner bestaat nog.
De nieuwe echtscheidingswet die van toepassing werd op 1 september 2007 bepaalt nochtans dat onderhoudsgeld nog maximum wordt toegekend voor de duurtijd van het afgelopen huwelijk. Vele gescheiden mannen vragen zich af of er geen enkele mogelijkheid bestaat voor echtscheidingen die dateren van voor 1 september 2007 en onder de oude wet vallen om van dat onderhoudsgeld verlost te geraken.

In principe geraak je er niet vanaf. Maar er is altijd de mogelijkheid zowel onder de oude als onder de nieuwe echtscheidingswet een herziening te vragen van de onderhoudsverplichting, als er nieuwe omstandigheden aangevoerd kunnen worden onafhankelijk van de wil van de betrokkenen. Aanvaardbare gewijzigde omstandigheden kunnen zijn: behoeftig worden van de onderhoudsplichtige, zijn pensionering. Drie factoren worden door de rechter in aanmerking genomen om een wijziging in de onderhoudsverplichting aan te brengen:
1. de inkomens- of vermogenspositie van de onderhoudsplichtige zoals zijn pensionering
2. de inkomens- of vermogenssituatie van de onderhoudsgerechtigde
3. de financiële behoeften van de rechthebbende kunnen gewijzigd zijn zoals door ziekte, het wegvallen van kinderlast en zo meer.

Als een onderhoudsplichtige meent dat deze criteria kunnen worden aangevoerd om een herziening van het onderhoudsgeld te verkrijgen door een beslissing van de rechter, dan is het hem geraden daartoe een aanvraag te doen bij de rechtbank. Dat zou best in overleg gebeuren met een advocaat die vooraf de kansen op een herziening zou kunnen inschatten en die ook de kosten kan ramen voor de tegensprekelijke procedure. Ook een adviserend gesprek met een advocaat heeft al zijn prijs.

G.D.

2-12-2012


 
 
 
 
Omhoog
 
 

De nieuwe wet op de onderhoudsbijdragen voor de kinderen

"Wet van 19 maart 2010 ter bevordering van een objectieve berekening van de door de ouders te betalen onderhoudsbijdragen voor hun kinderen"

Inleiding

Op 28 februari 2009 dienden enkele kamerleden van de Franstalige CDH een wetsvoorstel in om een objectieve berekening van de onderhoudsbijdragen voor de kinderen te bevorderen.
Het voorstel werd door toedoen van Staatssecretaris voor Begroting en Gezinsbeleid Melchior Wathelet omgevormd tot een ontwerp, dat door de regering wordt ondersteund.

Het oorspronkelijke voorstel omvatte 4 wetsartikels en beperkte zich tot het bevorderen van die objectieve berekening bij voorkeur aan de hand van de bekende Methode Renard waarvan de eerste versie gepubliceerd werd in 1986 in het Journal des Tribunaux.
Intussen is er tussen 28 februari en 11 juni 2009 flink wat wetgevend werk verricht in de Kamer van Volksvertegenwoordigers en is van de gelegenheid gebruik gemaakt om de hele systematiek van de onderhoudsbijdragen voor kinderen ingrijpend te wijzigen. Het voorstel is daardoor uitgegroeid van 4 artikels tot 17 artikels. Voor de objectivering van de onderhoudsbijdragen op basis van de Methode Renard is er in het ontwerp nog weinig sprake. Wél moet de rechter volgens de nieuwe wet, waarvan de tekst in pleno werd goedgekeurd op 11 juni 2009, in zijn vonnis een aantal redenen opnemen op grond waarvan hij het bedrag van de onderhoudsuitkering vastlegt.

Wij overlopen de goedgekeurde tekst van het wetsontwerp in zijn geheel en geven de belangrijkste vernieuwingen aan, waarmee onderhoudsplichtige en onderhoudsgerechtigde in de toekomst rekening zullen moeten houden. Er zijn wijzigingen aan het Burgerlijk Wetboek en ook aan het Gerechtelijk Wetboek.

Wijzigingen Burgerlijk Wetboek (B.W.)

Het basisartikel (art. 2 nieuwe wettekst) van het hele systeem van onderhoudsbijdragen voor kinderen is en blijft Art. 203 § 1De ouders dienen naar evenredigheid van hun middelen te zorgen voor de huisvesting, het levensonderhoud, de gezondheid, het toezicht, de opvoeding, de opleiding en de ontplooiing van hun kinderen”. Aan het rijtje bestedingsdoelen voor de onderhoudsgelden werden toegevoegd “de gezondheid” en bij de opleiding ook “de ontplooiing” van de kinderen. Behouden blijft alinea 2 van art. 203 §1: “Als de opleiding niet voltooid is, loopt  de verplichting door na de meerderjarigheid van het kind.” Dat houdt concreet in dat de onderhoudsverplichting zeker doorloopt tijdens de eerste cyclus van de hogere studies van het kind.

In Art. 203 § 2 worden de “middelen” uit  §1 omschreven. Dat zijn “alle beroepsinkomsten, roerende en onroerende inkomsten van de ouders, alsook alle voordelen en andere  middelen die hun levensstandaard en die van de kinderen waarborgen”. De vroegere §2 over de blijvende onderhoudsverplichting van de langstlevende echtgenoot t.o.v. de kinderen van de overleden echtgenoot blijft behouden en wordt nu §3.

Art. 203bis wordt in art. 3 van de wettekst uitvoerig uitgebreid:
- § 1 “Elke ouder draagt bij in de kosten die voortvloeien uit de bij art. 203, § 1, bepaalde verplichting, in verhouding tot zijn respectieve aandeel in de samengevoegde middelen.
- § 2 “Onverminderd de rechten van het kind, kan elk van de ouders van de andere ouder diens bijdrage vorderen in de kosten voortvloeiende uit art. 203, §1.
-
§ 3 Hier wordt het begrip ‘buitengewone kosten’ voor het eerst gelegaliseerd.
“De kosten omvatten de gewone kosten en de buitengewone kosten.
De gewone kosten zijn alle gebruikelijke kosten m.b.t. het dagelijkse onderhoud van het kind.
Onder buitengewone kosten wordt verstaan de uitzonderlijke, noodzakelijke of onvoorziene uitgaven die voortvloeien uit toevallige of ongewone gebeurtenissen en die het gebruikelijke budget voor het dagelijkse onderhoud van het kind dat desgevallend als basis diende voor de vaststelling van de onderhoudsbijdragen, overschrijden”.
-
§ 4 Als één van de ouders het vraagt, kan de rechter de ouders verplichten een bankrekening te openen. Daarop worden de onderhoudsbijdragen geplaatst. De rechter bepaalt dan op zijn minst:
1° de bijdrage van elk van de ouders in de kosten bedoeld in art. 203, §1 alsook de sociale voordelen die aan het kind toekomen die op deze rekening gestort dienen te worden;
2° het tijdstip waarop deze bijdragen en sociale voordelen gestort dienen te worden;
3° de wijze waarop over de op deze rekening gestorte sommen kan worden beschikt;
4° de kosten die betaald worden met deze gelden;
5° de organisatie van het toezicht op de uitgaven;
6° de manier waarop tekorten aangevuld zullen worden;
7° de bestemming van de overschotten die op deze rekening gestort worden
.”
Daarvoor zal de rechter zorgvuldig en gedetailleerd tewerk moeten gaan.

Art. 203ter over de ontvangstmachtiging bij een derde door de onderhoudsgerechtigde van de niet-betaalde en verschuldigde onderhoudsbijdragen wordt gedeeltelijk opnieuw geformuleerd en ondergebracht in 6 alinea’s. Opvallend nieuw is alinea 2 “In alle geval staat de rechter de machtiging toe indien de onderhoudsplichtige zich gedurende twee, al dan niet opeenvolgende, termijnen in de loop van twaalf maanden die aan het indienen van het verzoekschrift voorafgaan, geheel of ten dele onttrokken heeft aan zijn verplichting tot betaling van levensonderhoud”.  De rechter moet die ontvangstmachtiging toestaan in deze situatie, is daartoe niet verplicht als de niet-betaling van onderhoudsgelden geconstateerd wordt in een latere periode.

Nieuw is ook dat de griffier het vonnis ter kennis moet brengen bij de derden-schuldenaars door middel van een gerechtsbrief. Dat is ook zo als het vonnis ophoudt gevolgen te hebben. De griffier moet in zijn gerechtsbrief het bedrag vermelden dat de derde-schuldenaar moet betalen of niet langer meer hoeft te betalen.

In art. 5 van de wettekst wordt een art. 203quater toegevoegd. Dat stelt dat zowel in een vonnis als bij een overeenkomst in onderlinge toestemming de onderhoudsbijdrage van rechtswege wordt aangepast aan de schommelingen van het indexcijfer van de consumptieprijzen. De aanpassing moet van rechtswege worden aangepast om de twaalf maanden. “Deze basisbijdrage is gebonden aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van de maand die voorafgaat aan de maand waarin het vonnis (of de EOT-overeenkomst) dat de bijdrage van elk van de ouders bepaalt, wordt uitgesproken (of wordt afgesloten). De aanpassing wordt op de onderhoudsuitkering toegepast vanaf de vervaldag die volgt op de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad van het in aanmerking te nemen nieuwe indexcijfer.
De regel van drie moet blijvend worden toegepast: basisbijdrage (b.v. 200 euro) vermenigvuldigd met het nieuwe indexcijfer gedeeld door het indexcijfer van de maand voorafgaand aan de maand van het vonnis of van het afsluiten van de EOT-overeenkomst.
Denkbeeldig voorbeeld indien de wet nu al zou worden toegepast. Het vonnis of de overeenkomst valt in juni 2008. De aanpassing aan het indexcijfer van de consumptieprijzen moet gebeuren op 1 juni 2009. Het basisbedrag uit het vonnis of de overeenkomst is 200 euro.
Berekening: 200 x 111,25 (indexcijfer mei 2009) : 111,66 (indexcijfer mei 2008) = 199,26563 (afgerond op 199,27 euro). Dit zou in deze crisisperiode een vermindering opleveren voor de onderhoudsplichtige van 0,73 euro per maand onderhoudsbijdrage voor het kind.

We onthouden ook art. 7 van de nieuwe wettekst. Dat wordt artikel 336 van het Burgerlijk Wetboek: “Het kind wiens afstamming van vaderszijde niet vaststaat, kan van degene die gedurende het wettelijke tijdvak van de verwekking met zijn moeder gemeenschap heeft gehad, een onderhoudsbijdrage vorderen op grond van art. 203, § 1.”  De inhoud van het vroegere artikel is behouden, de formulering lichtjes gewijzigd.

Wijzigingen Gerechtelijk Wetboek (G.W.)

In de wettekst art. 10 wordt art. 626 van het G.W. aangevuld. Het betreft de bevoegdheid van de vrederechter inzake geschillen betreffende onderhoudsgelden. Het artikel 626 wordt nu:
De vorderingen betreffende de uitkeringen tot onderhoud, bedoeld in art. 591, 7°, kunnen worden gebracht voor de rechter van de woonplaats van de eiser, de vorderingen strekkende tot de verlaging of de opheffing van deze uitkeringen uitgezonderd.” (in rood nu toegevoegd).

In de wettekst art. 11 wordt art. 1253quater 1° in b) en 2° in c) en d) de griffie de verplichting opgelegd kennisgeving te doen door middel van een gerechtsbrief. Het gaat hier om vorderingen betreffende onderhoudsgelden.

In de wettekst art. 12 wordt art. 1320 lichtjes aangepast. “De vorderingen tot toekenning, verhoging, verlaging of afschaffing van de uitkering tot levensonderhoud kunnen worden ingesteld bij verzoekschrift op tegenspraak, overeenkomstig de artikelen 1034bis tot 1034sexies”.  Hier komt geen dagvaarding meer aan te pas, wel een verzoekschrift.

Van verstrekkende betekenis (art. 13 van de wettekst) is een volledig nieuw artikel 1321 in het G.W.  Hier worden de verplichtingen van de rechter in de formulering van zijn vonnis in drie paragrafen expliciet aan de orde gesteld. Ik neem het in extenso over:

Art. 1321. §1. Behoudens akkoord van de partijen over het bedrag van de onderhoudsbijdrage in het belang van het kind, vermeldt elke rechterlijke beslissing die de onderhoudsbijdrage vaststelt op grond van art. 203, §1, van het B.W. volgende elementen:

1° de aard en het bedrag van de middelen van elk van de ouders door de rechter in acht genomen op grond van art. 203, §2, van het B.W.;

2° de gewone kosten waaruit het budget voor het kind is samengesteld alsook de manier waarop deze begroot zijn;
3° de aard van de buitengewone kosten die in acht genomen kunnen worden, het deel van deze kosten dat elk van de ouders voor zijn rekening dient te nemen alsook de modaliteiten voor de aanwending van deze kosten;
4° de verblijfsregeling van het kind en de bijdrage in natura van elk van de ouders in het levensonderhoud van het kind t.g.v. deze verblijfsregeling;
5° het bedrag van de kinderbijslag en van de sociale en fiscale voordelen van alle aard die elk van de ouders voor het kind ontvangt;
6° de inkomsten die elk van de ouders in voorkomend geval ontvangt uit het genot van de goederen van het kind;
7° het aandeel van elk van de ouders in de tenlasteneming van de kosten voortvloeiende uit art. 203, §1, van het B.W. en de daarop eventueel vastgestelde onderhoudsbijdrage, evenals de modaliteiten voor de aanpassing ervan op grond van art. 203quater van het B.W.
8° de bijzondere omstandigheden van de zaak die in acht genomen zijn.

§2. De rechter verduidelijkt:

1° op welke manier hij de in §1 bedoelde elementen in acht genomen heeft:
2° bij een met bijzondere redenen omkleed vonnis, op welke manier hij de onderhoudsbijdrage en de modaliteiten voor de aanpassing ervan overeenkomstig art. 203quater, 62, van het B.W. heeft bepaald, ingeval hij afwijkt van de in art. 1322,§3 voorziene berekeningswijze.

§3. Het vonnis vermeldt de gegevens van de Dienst voor alimentatievorderingen, opgericht bij de wet van 21 februari 2003 tot oprichting van een Dienst voor alimentatievorderingen bij de FOD Financiën, en wijst op diens opdracht betreffende het toekennen van voorschotten op onderhoudsbijdragen en de invordering van verschuldigde onderhoudsbijdragen.”.

Art. 14 van de wettekst voorziet in een volkomen nieuw art. 1322 van het G.W. waarin een commissie voor onderhoudsbijdragen wordt opgericht die aanbevelingen opstelt voor de begroting van de kosten die voortkomen uit art. 203, §1 van het B.W. en de vaststelling van de bijdrage van elk van de ouders in overeenstemming met art. 203bis van het B.W.  De commissie evalueert jaarlijks die aanbevelingen en brengt advies uit aan de minister van Justitie  en de minister bevoegd voor de Gezinnen en dat voor de 31ste januari van het volgende jaar. De minister van de Gezinnen legt dat advies neer in de federale Kamers met daarbij zijn bemerkingen.

Art. 15 van de wettekst voorziet in een bijkomend art. 1322/1 dat zegt dat de beslissing die uitspraak doet over een onderhoudsbijdrage van rechtswege uitvoerbaar is bij voorraad, tenzij de rechter hierover anders beslist op vraag van een van de partijen.

Art. 16 bevat de overgangsbepaling en art. 17 stipuleert de inwerkingtreding van de wet.

Besluit

De nieuwe wet beoogt beslist een objectivering van de systematiek van de onderhoudsbijdragen én tegenover de onderhoudsplichtige én ten overstaan van de onderhoudsgerechtigde. Zij compliceert evenwel de procedure waarbij de partijen bijzonder veel gegevens moeten aanreiken aan de rechter en waarbij de rechter heel nauwkeurig zijn beslissing moet motiveren tegenover de partijen. Over het principe van de onderhoudsuitkering hoeft niet de minste twijfel te bestaan: een kind heeft recht op die bijdragen in functie van zijn opvoeding tot volwassene. Bij scheiding moet op basis van het nieuwe systeem een groter rechtvaardigheidsgevoelen kunnen ontstaan bij zowel betaler als bij de trekker van de bijdragen. Als de rechter heel ernstig de financiële mogelijkheden van de beide ouders in acht neemt voor de vastlegging van beider bijdragen voor de kinderen, dan moet dat in de meeste gevallen door de rechtzoekenden ook als billijk ervaren worden en dus psychisch veel dragelijker zijn dan met de tot dusver geldende wetgeving.

In elk geval brengt de nieuwe wet een ingrijpende verandering tot stand voor de onderhoudsbijdragen voor de kinderen bij scheiding.

Ghislain Duchâteau

27 juli 2009

Voor de volledige tekst in het Nederlands en het Frans klik op DOC 52  0899/007

De "Wet van 19 maart 2010 ter bevordering van een objectieve berekening van de door de ouders te betalen onderhoudsbijdragen voor hun kinderen" is op woensdag 21 april 2010 in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd. Ze is van toepassing vanaf 1 augustus 2010.

De commissie Familierecht van de Orde van Vlaamse Balies (OVB) heeft deze hervorming op de voet gevolgd en de Orde maakt u via bijgevoegd werkstuk graag wegwijs in de nieuwe wet.  U vindt in het pdf-document de gecoördineerde versie van de gewijzigde bepalingen van het Burgerlijk Wetboek evenals een toelichting met enkele kritische bedenkingen.


 
 
 
 
Omhoog
 
 

Mag een kind rechtstreeks alimentatiegeld krijgen?

Ouders zijn verplicht om voor de opvoeding van hun kinderen te zorgen. Zijn ze gescheiden, dan betekent dat meestal dat een van de ouders onderhoudsgeld betaalt aan de andere. Mag het kind dat geld zelf op zijn rekening ontvangen?

- "Na onze scheiding zijn mijn ex-partner en ik overeengekomen dat hij onderhoudsgeld zal betalen voor het onderhoud, de opvoeding en de opleiding van onze dochter Sofie. Zij gaat vanaf oktober op kot en zij zou graag dat onderhoudsgeld zelf ontvangen. Wat zijn de implicaties voor mij, mijn ex-partner en voor Sofie?"
We legden deze lezersvraag voor aan Nathalie Labeeuw, advocaat bij Cazimir Advocaten. Zij wijst er op dat er 2 aspecten belangrijk zijn bij onderhoudsgeld: de implicaties op burgerrechtelijk en op fiscaal vlak.

1. Burgerrechtelijk 

Ten eerste is het belangrijk om te weten of het kind waarvoor onderhoudsgeld betaald wordt, minder- of meerderjarig is. Als Sofie nog minderjarig zou zijn, is het antwoord eenvoudig. Omdat minderjarige kinderen handelingsonbekwaam zijn, kan de onderhoudsbijdrage niet rechtstreeks aan het kind zelf betaald worden.
De verplichting tot betaling van onderhoudsuitkering loopt door na de meerderjarigheid, althans wanneer het kind verder studeert en dus geen eigen inkomen genereert. De ouders staan immers in voor de vorming en de ontplooiing van het kind en dus ook voor een gepaste opleiding.
Dat er onderhoudsgeld betaald moet worden voor Sofie na haar meerderjarigheid, is duidelijk. Aan wie dat geld gestort moet worden, is dat minder. In dit concrete geval voorziet de echtscheidingsovereenkomst een betaling aan de moeder. Omdat die overeenkomst de partijen tot wet strekt, moet die strikt nageleefd worden. Dat impliceert dat de overeenkomst in principe onveranderlijk is. Wanneer uw ex-partner het bedrag rechtstreeks aan Sofie zou storten, zonder uw akkoord en in strijd met de overeenkomst, loopt hij het risico de bijdrage twee keer te moeten betalen. ‘Wie slecht betaalt, moet twee keer betalen.’

° Akkoord van moeder

Als de moeder akkoord gaat met de rechtstreekse betaling van het onderhoudsgeld aan Sofie, kan zij haar volmacht aan Sofie geven om het onderhoudsgeld rechtstreeks te ontvangen. U kunt met uw ex-partner overeenkomen om voortaan de onderhoudsbijdrage rechtstreeks aan Sofie te betalen. Die wijziging wordt bij voorkeur schriftelijk bevestigd, om latere discussies daarover te vermijden. Over de vraag of die schriftelijke wijziging al dan niet aan de rechter ter bekrachtiging voorgelegd moet worden bestaat betwisting. Maar om latere problemen te vermijden is het aan te raden de rechter te vatten om de overeenkomst te bekrachtigen.

° Geen akkoord

Als de moeder niet wil dat het onderhoudsgeld rechtstreeks wordt betaald aan Sofie, kan uw ex de zaak aan de rechter voorleggen en de toelating vragen om het onderhoudsgeld op een bevrijdende wijze aan Sofie zelf te betalen. De rechter zal dat verzoek toetsen aan de voorwaarde dat een wijziging van de echtscheidingsovereenkomst, wat betreft de kinderen, alleen mogelijk is ‘wanneer nieuwe omstandigheden buiten de wil van partijen hun toestand of die van de kinderen ingrijpend wijzigen’. Dat hangt dus af van de rechter in kwestie.

2. Fiscaal

Als uw ex-partner het onderhoudsgeld rechtstreeks aan uw dochter zou betalen, verandert er fiscaalrechtelijk niets. De ouder die de onderhoudsuitkering moet betalen, in casu uw ex-partner, kan die ten belope van 80 procent aftrekken van zijn totale netto-inkomen. Voor die aftrekbaarheid maakt het dus niet uit of hij aan u of aan Sofie betaalt.

Sofie moet ook nog steeds de onderhoudsuitkeringen opnemen in haar belastingaangifte, net zoals zij voordien moest doen. Valt zij onder het grensbedrag van de belastingvrije som voor alleenstaanden (6.430 euro voor aanslagjaar 2010), dan zal de uitkering niet belast zijn. Wordt dat bedrag overschreden (door vakantiejob), dan betaalt ze daar belastingen op.


 
 
 
 
Omhoog
 
 

Het onderhoudsgeld voor meerderjarige kinderen

Eén van onze kennissen zag in de loop van de jaren zijn kinderen opgroeien, achttien jaar en meer worden. Hij belt ons op om te vragen wat hij nu moet doen in verband met de betaling van het onderhoudsgeld voor zijn zonen die de grens overschrijden van de meerderjarigheid. Zoals zovelen onder ons is hij het contact met zijn kinderen na de echtscheiding kwijt geraakt. Hij zou wel willen vernemen hoe hij aan de weet kan komen of zijn oudste zoon werkt en een eigen inkomen verwerft. Als dat zo is, dan kan hij eindelijk eens stoppen met het betalen aan zijn ex-vrouw van onderhoudsgeld voor die zoon.

Een dergelijke vraag is eerder gesteld dan beantwoord. Bij de VDAB informeren betekent dikwijls geen antwoord krijgen op grond van de wet op de privacy. Zelfs een zo direct betrokken partij als de vader die onderhoudsgeld betaalt, wordt weggestuurd zonder die basisinformatie te verkrijgen. Dat vinden wij uiteraard volslagen onbillijk. Intussen is onze man nog niet wijzer geworden.

Wat kan hij uiteindelijk doen om van zijn onderhoudsgeld bevrijd te worden wanneer zijn kind meerderjarig is en een inkomen heeft? In de eerste plaats moeten wij stellen dat het beëindigen van de onderhoudsverplichting formeel moet gebeuren door een beschikking van de Rechtbank, doorgaans de vrederechter. Je moet daarvoor dus een procedure voeren en een vonnis verkrijgen. In veruit de meeste gevallen hoeft het die vaart niet te lopen. Waar er contact en verstandhouding bestaan tussen onderhoudsplichtige vader, onderhoudsbehoeftig kind en onderhoudstrekkende moeder, kan dat uiteraard besproken worden met elkaar en kan een vanzelfsprekende minnelijke afschaffing van de betaalverplichting ontstaan. Enkel wanneer er nog hevige tegenstelling bestaat van de kant van de moeder en het kind tegenover de vader is die procedure de enig mogelijke formele weg.

De kernvraag in die gevallen is natuurlijk of het kind afgestudeerd is, in de wachttijd zit om in de werklozensteun te worden opgenomen, dan wel of het door werk een eigen inkomen bezit. In het geval van onze kennis hebben wij hem de raad gegeven die informatie rechtstreeks te vragen aan zijn meerderjarige zoon door hem een aangetekend schrijven te sturen waarin hij hem formeel verzoekt de nodige gegevens mee te delen bij gebreke waarvan hij in de onmogelijkheid verkeert nog verder te voldoen aan de onderhoudsverplichting. Wij steunen ons daarbij juridisch op het artikel uit het burgerlijk wetboek dat sinds 13 april 1995 stelt dat ouders en kinderen wederzijds eerbied en respect verschuldigd zijn aan elkaar om het even welke de leeftijd is. Uit dat artikel dat zelden in procedures juridisch wordt gehanteerd, maar een vast wetsartikel is, leiden wij dan de betreffende informatieverplichting af vanwege de zoon naar zijn verre vader toe. Verwerft de vader dan die noodzakelijke informatie, dan kan hij de passende houding aannemen: ofwel verder betalen ofwel het onderhoudsgeld (laten) afschaffen.

Bij minderjarigheid van de kinderen worden in de vonnissen voorlopige maatregelen doorgaans de moeders aangevoerd aan wie het onderhoudsgeld voor de kinderen moet worden betaald. Dikwijls wordt daarbij vergeten dat die moeders eveneens in overeenstemming met hun middelen in verhouding moeten bijdragen tot het onderhoud en de opvoeding van diezelfde kinderen. In elk geval krijgen zij normaal gezien de nodige centen op hun rekening geboekt vanwege de afwezige vader om mee in dat onderhoud en die opvoeding van de kinderen te voorzien. Wat nu als diezelfde kinderen meerderjarig worden? Blijft de onderhoudsbepaling van het vonnis voorlopige maatregelen nog geldig? Moeten die gelden dan nog verder draagbaar zijn de eerste van de maand aan de moeder? Meestal blijven de vaders argeloos doorbetalen aan de moeders, ook al zijn de kinderen zelfstandig, meerderjarig, handelingsbekwaam en wonen of verblijven zij elders dan bij de moeder.

Dat kan anders. In een lopende procedure over bijvoorbeeld verhoging van het onderhoudsgeld omwille van hogere studies of door andere gewichtige omstandigheden kan de vader in besluiten de rechtbank verzoeken te statueren in het vonnis dat hij voortaan het onderhoudsgeld rechtstreeks aan zijn meerderjarige kinderen kan overmaken. Doorgaans stemt de rechter daarmee in. Bij minimaal onderling contact kan de vader de kinderen op het ogenblik van hun meerderjarigheid ook verzoeken hem hun rekeningnummer over te maken waarop hij vanaf hun 18de verjaardag het onderhoudsgeld stort. Hierbij moet hij nooit vergeten in de "reden tot betaling" te vermelden dat het wel degelijk om het onderhoudsgeld voor die of die maand van dat jaar gaat. Bij niet-contact kan hij het betreffende kind eveneens een aangetekend schrijven - al dan niet met ontvangstmelding - sturen om dat rekeningnummer mee te delen. Vele verloren zonen zullen dan hun bankrekening kenbaar maken en dan kan daar voortaan op worden gestort.

Een belangrijk aspect daarbij mogen we niet uit het oog verliezen. Het betalen van onderhoudsgelden aan de meerderjarige kinderen zelf kan zijn fiscale weerslag hebben bij die kinderen. De onderhoudsplichtige blijft die bedragen voor 80% aftrekken van zijn inkomen. De kinderen kunnen niet meer ten laste van de moeder worden genomen. Hun "bestaansmiddelen" moeten zij aan de fiscus aangeven in een eigen belastingaangifte. Dat betekent nog niet dat zij belastingen moeten betalen. Als zij blijven onder het grensbedrag van een belastingvrije som voor een alleenstaande, maakt het voor die kinderen geen verschil, dat zij nu hun onderhoudsuitkeringen zelf opstrijken. Als zij echter door een vakantiejob wel boven dat grensbedrag komen, dan betalen zij belasting op het het deel dat boven het grensbedrag uitstijgt. Het basisbedrag van de belastingvrije som voor een alleenstaande is 4.095 euro, voor het aanslagjaar 2002 is die som 5.350 euro.

Het betalen van onderhoudsgelden voor meerderjarige kinderen lijkt een deelprobleempje in de marge, maar het is echt niet onbelangrijk voor vele gescheiden mannen en hun meerderjarige kinderen.

G.D.

 
 
Omhoog
 
 

Onderhoudsgeld voor kinderen (Davo) en kinderbijslag bij scheiding



Bij een scheiding hebben de kinderen, of de ouder die voor hen verantwoordelijk is, recht op onderhoudsgeld. Een scheiding kan ook gevolgen hebben voor de kinderbijslag.






1. Alimentatiegeld

Hoeveel?

  • Het alimentatiebedrag kan door de ex-partners in onderling overleg worden vastgesteld, via tussenkomst van een scheidingsbemiddelaar of advocaten. Indien zij geen akkoord bereiken, kan de vrederechter het bedrag vaststellen.
  • Er bestaan geen vastgelegde wettelijke bedragen. Wel wordt er doorgaans gewerkt met de zogenaamde schaal van Renard om de onderhoudsbedragen voor kinderen te berekenen. Deze formule is gebaseerd op de feitelijke uitgaven van het gezin en op de leeftijd van het kind. De Gezinsbond van Wezemaal ontwikkelde een online tool om indicatieve onderhoudsbedragen te berekenen.

Fiscale aftrek

Het betaalde alimentatiegeld is voor 80% fiscaal aftrekbaar. Lees meer in het artikel 'Kinderen en de fiscus'.

Dienst voor Alimentatievorderingen (sinds 1 juni 2004)

Website: http://www.secal.belgium.be/index.php?page=1

Omdat er heel vaak problemen waren met de correcte betaling en inning van het alimentatiegeld tussen ex-partners, werd door de federale regering de Dienst voor Alimentatievorderingen (Davo) in het leven geroepen. Het gaat om een onderdeel van de FOD Financiën die kan tussenkomen om het onderhoudsgeld te innen. De Davo kan ook een aantal kosten, en in sommige gevallen het alimentatiegeld zelf, voorschieten.

Procedure
  • Dien de aanvraag schriftelijk en in twee exemplaren in bij een DAVO-kantoor of een registratiekantoor. De formulieren moeten ondertekend worden door de schuldeiser, zijn wettelijke vertegenwoordiger of door zijn advocaat. Het aanvraagformulier en meer toelichting om het in te vullen vind je hier. Het Davo-kantoor in je buurt kan je opzoeken met deze tool of in deze lijst.
  • Het DAVO-kantoor zal de aanvraag analyseren en een ‘voorstel van mandaat’ terugsturen, een soort contract waarbij je de Dienst de toestemming geeft om in jouw naam op te treden. Teken dit mandaat voor akkoord en stuur het zo snel mogelijk terug. 
  • De Davo zal vervolgens een aangetekende brief sturen naar de onderhoudsplichtige ex-partner, met de melding dat je een aanvraag tot tegemoetkoming hebt ingediend en dat ze in jouw naam zal optreden. Hij of zij krijgt dan vijftien dagen om te weerleggen dat hij/zij alimentatiegeld verschuldigd is.
  • Binnen de 30 dagen nadat het dossier volledig is, neemt de Davo een beslissing. Die kan positief, negatief of gedeeltelijk positief zijn (in dit laatste geval beslist de Davo een lager bedrag in te vorderen dan waarop je  recht denkt te hebben). De Davo brengt je via een aangetekende brief op de hoogte van haar beslissing. Indien die beslissing niet positief is, kan je nog aan de beslagrechter vragen om tussen te komen.
  • De Davo zal de onderhoudsplichtige ex-partner een aangetekende brief sturen met een ingebrekestelling en een verzoek om het achterstallige en toekomstige onderhoudsgeld te betalen. Bij niet-betaling kan de invorderingsprocedure worden opgestart: beslag kan gelegd worden op loon, roerende goederen,...
Kosten
  • Beide ex-partners moeten bijdragen in de werkingskosten van de DAVO.
  • De onderhoudsgerechtigde betaalt 5 % van het bedrag dat de Davo bij de onderhoudsplichtige kan invorderen. Dit bedrag wordt ingehouden op de bedragen die de Dienst doorstort. Op voorschotten is de bijdrage van 5% niet verschuldigd.
  • De onderhoudsplichtige betaalt 10 % van het bedrag van de in te vorderen hoofdsom (dit omvat het maandelijkse onderhoudsgeld, de achterstallen, en eventueel het bedrag van de buitengewone kosten).
Meer weten?

De FOD Financiën biedt op zijn website een brochure aan over de Davo en de toekenning van voorschotten.

 

2. Kinderbijslag

Of en welke impact een scheiding heeft op de uitbetaling van kinderbijslag, hangt af van verschillende factoren: 

  • Bij een feitelijke (geen wettelijke) scheiding van gehuwde partners, of bij een scheiding van niet-gehuwde partners, gaat het kinderbijslagfonds ervan uit dat er co-ouderschap is, waarbij beide ouders samen het ouderlijk gezag uitoefenen. Breng zelf het kinderbijslagfonds op de hoogte van de nieuwe gezinssituatie. 
  • Bij een wettelijke echtscheiding zal de gemeente het kinderbijslagfonds inlichten dat de echtscheiding is uitgesproken.
  • Is er een officieel document dat het ouderlijk gezag over de minderjarige kinderen regelt (een echtscheidingsvonnis of een onderlinge overeenkomst), stuur dan een kopie hiervan naar je kinderbijslagfonds. 

Co-ouderschap

  • Bij co-ouderschap blijft hetzelfde kinderbijslagfonds verder betalen aan dezelfde gerechtigde. Op verzoek van beide ouders kan de uitbetaling wel gebeuren op een gemeenschappelijke rekening waartoe zij beiden toegang hebben. Soms leidt deze regeling tot conflicten tussen ex-partners. De Open VLD'er Patrick Vankrunkelsven heeft daarom onlangs een wetsvoorstel ingediend waardoor beide ouders na een echtscheiding elk een deel van het kindergeld uitbetaald zouden kunnen krijgen. 
  • Woont het kind officieel bij de vader, dan kan de kinderbijslag aan hem betaald worden. Dat moet hij schriftelijk aanvragen bij zijn kinderbijslagfonds. Hij kan de kinderbijslag krijgen vanaf de maand na zijn aanvraag.
  • De ouder die de kinderbijslag ontvangt, kan eventueel aanspraak maken op een toeslag als alleenstaande ouder met beperkte inkomsten.
  • Voor kinderen met een vreemde nationaliteit is de regeling van co-ouderschap niet van toepassing, ook al is het kind nog minderjarig. Het kinderbijslagfonds van de ouder waarbij het kind woont zal de kinderbijslag uitbetalen aan diezelfde ouder.
  • Als de ouders gescheiden leven en de vader het kind nadien erkent, zullen de regels van co-ouderschap toegepast worden vanaf de datum van de erkenning.

Geen co-ouderschap 

  • Als slechts één van beide ouders alleen het ouderlijk gezag heeft, wordt de kinderbijslag betaald aan de ouder bij wie het kind woont, door het kinderbijslagfonds van die ouder.

Meerderjarige kinderen

  •  Als een kind 18 jaar wordt of ontvoogd is, dan is de regeling van co-ouderschap niet langer van toepassing. Het kinderbijslagfonds van de ouder bij wie het kind woont, zal de kinderbijslag dan uitbetalen aan die ouder.
  • Als het meerderjarig kind afwisselend en even lang bij beide ouders verblijft, dan kan het co-ouderschap verder worden toegepast (beurtouderschap). Vul hiervoor het formulier Verklaring van gelijk verdeelde huisvesting van een meerderjarig kind in en stuur het naar uw kinderbijslagfonds.

 Hertrouwd?

  • Ouders die hertrouwen, kunnen kinderbijslag aanvragen voor hun eigen kinderen, hun gemeenschappelijke kinderen en de kinderen van hun partner. De kinderen van het gezin worden dan gegroepeerd, wat invloed kan hebben op de bedragen die voor elk kind worden uitgekeerd. De hoogte van de kinderbijslag  wordt immers bepaald door de 'rangorde' van elk kind binnen het gezin. Meer info op de site van de RKW.
  • Hertrouwen kan ook inhouden dat je bepaalde rechten verliest, zoals de verhoogde wezenbijslag, het recht op kinderbijslag op basis van een overlevingspensioen, of een sociale toeslag op basis van de situatie van het gezin.

Meer info

  wdp (Partena.be, Rkw.be, Davo

 

 
 
 
 
Omhoog
 
 

Onbetaald alimentatiegeld vorderen

Wie nog alimentatiegeld tegoed heeft, kan twee wegen bewandelen: een advocaat in de arm nemen of te rade gaan bij de Dienst voor Alimentatievorderingen (Davo).

Honderdduizenden Belgen hebben problemen om het alimentatiegeld waarop ze recht hebben, ook effectief op hun rekening te krijgen. De meest logische stap is dan om een advocaat in de arm te nemen. 'Als er een vonnis is met daarin melding van het bedrag aan alimentatiegeld, kan een deurwaarder gevraagd worden om beslag te leggen als de schuldenaar zijn verplichtingen niet nakomt', zegt advocate Isabelle Pieyns, gespecialiseerd in echtscheidingsrecht.

Maar het is ook perfect mogelijk om een beroep te doen op de Dienst voor Alimentatievorderingen (Davo), een onderdeel van de Federale Overheidsdienst Financiën waar iets meer dan honderd mensen werken.

Website: http://www.secal.belgium.be/index.php?page=1

Deze dienst keert voorschotten uit op de onderhoudsuitkeringen die onbetaald bleven, maar gaat ook proberen om de vorderingen effectief te innen. Een voorschot kan enkel voor onderhoudsgeld voor de kinderen en bedraagt maximum 175 euro per maand, per kind. Voorwaarde is wel dat de ouder die recht heeft op de alimentatie, per maand netto niet meer verdient dan 1.268 euro. Dat bedrag wordt met 60 euro verhoogd per kind ten laste.

Maar Davo gaat ook helpen om de alimentatie in te vorderen. Vooraleer echt tot beslag over te gaan, heeft de Davo verschillende middelen om het geld op de rekening van de schuldeiser te krijgen. Zo kan de Davo bijvoorbeeld nagaan of de schuldenaar van het alimentatiegeld nog geld tegoed heeft van de fiscus en de schulden daarvan afhouden. De dienst kan ook bij een eenvoudig aangetekend schrijven vragen aan de werkgever om een stuk van het loon door te storten of rechtstreeks schuldenaars van de schuldenaar aanspreken.

'Onze bevoegdheden zijn misschien wel ruimer dan via een advocaat, maar wij mogen van de schuldenaar niets eisen als hij niet meer heeft dan het leefloon', zegt Tom Boelaert, die de Davo leidt. 'Die beperking geldt niet voor wie een beroep doet op een advocaat.'

De diensten van de Davo zijn niet gratis. De dienst vraagt tien procent extra van de schuldenaar en houdt vijf procent af van het bedrag waarop de onderhoudsgerechtigde aanspraak kan maken. De dienst heeft momenteel voor meer dan 194 miljoen euro aan alimentatie in te vorderen. Dat is het bedrag dat de voorbije jaren is opgebouwd. In 2009 heeft de dienst slechts iets meer dan 11 miljoen euro ingevorderd. 'We worden dikwijls nog altijd beschouwd als de laatste kans en krijgen heel veel te maken met schuldenaars die ongewild of gewild onvermogend zijn.'

C.V.


 
 
 
 
Omhoog
 
 

Levenslange alimentatie voor wie gescheiden is voor 1 september 2007

Het Grondwettelijk Hof heeft op 3 december 2008 art. 42 § 5 van de wet van 27 april 2007, die van toepassing werd op 1 september 2007, vernietigd.

Hier is de tekst van de vernietigde artikelparagraaf:

Art. 42 § 5

"§ 5. Artikel 301, § 4, van hetzelfde Wetboek, zoals gewijzigd bij artikel 7, is van toepassing op de uitkeringen tot levensonderhoud, die zijn vastgesteld door een vonnis dat voorafgaat aan de inwerkingtreding van deze wet.
Indien de duur van de uitkering niet werd bepaald, neemt de in artikel 301, § 4, bepaalde termijn een aanvang op de datum van de inwerkingtreding van deze wet.
Indien de duur van de uitkering werd bepaald, blijft deze duur van toepassing, zonder dat ze de beperking waarin wordt voorzien in het tweede lid kan overschrijden."

De regeling beperkt het onderhoudsgeld die een van de ex-partners moet betalen  tot de duur van het huwelijk. Met andere woorden: wie vier jaar getrouwd is, hoeft niet meer dan vier jaar onderhoudsgeld aan zijn ex-partner uit te keren. Het omgekeerde geldt voor de onderhoudsgerechtigde ex-partner.

Die bepaling gold ook met terugwerkende kracht. Bij koppels die nog onder de oude wet waren gescheiden en waarvan een ex-partner die door  de rechter tot onderhoudsgeld voor onbepaalde duur was veroordeeld, kon rekenen op stopzetting van zijn alimentatieverplichting.  Door dat arrest van het Grondwettelijk Hof wordt die nu opnieuw gedwongen onderhoudsgeld uit te keren en dat voor de rest van zijn leven. De onderhoudsgerechtigde vrouwen worden er daarentegen goed mee gediend.

De Raad van Franstalige vrouwen in België trok samen met de vzw's Ligue des familles en Vie féminine en een paar vrouwen die belang hebben bij de vernietiging naar het Grondwettelijk Hof om die paragraaf in de wet te laten annuleren. Ze zijn daarin geslaagd.

Het Grondwettelijk Hof vindt het discriminerend dat koppels die onder de oude wet zijn gescheiden en goede voorwaarden hebben bedongen, die door de nieuwe wet zouden moeten afgeven.

Volgens het hof zouden vooral vrouwen erdoor benadeeld worden, omdat zij meestal alimentatie van hun partner krijgen en omdat zij er vaker voor hebben gekozen niet te gaan werken of deeltijds te werken.

Het hof gaat in tegen de bedoeling van de wetgever, die levenslange alimentatie ten opzichte van de alimentatieplichtige partners in deze tijd niet meer billijk vindt. Vooral mannen zijn dus de dupe van deze justitiële beslissing. 

Voor wie onder de echtscheidingswet van 27 april 2007 valt, blijft echter de in de tijd beperkte alimentatieregeling wél gelden. Wie een echtscheidingsverzoek indient na 1 september 2007 kan naargelang van de behoeftigheid van één van de ex-partners verplicht worden alimentatie te betalen of kan een onderhoudsuitkering voor zichzelf bedingen. Die alimentatie moet normaal worden uitgekeerd of wordt normaal ontvangen voor de duur dat het koppel getrouwd is geweest.

De volledige tekst van het arrest van het Grondwettelijk Hof vindt u onder
http://www.arbitrage.be/public/n/2008/2008-172n.pdf

G.D.


 
 
 
 
Omhoog
 
 

Berekening van de indexaanpassing

Die berekening van de indexaanpassing van de onderhoudsgelden moet gebeuren na een vonnis voorlopige maatregelen bij de vrederechter, ook bij een kortgeding voorlopige maatregelen in echtscheiding bij de rechter van 1ste aanleg, na een echtscheidingsvonnis en na een echtscheiding door onderlinge toestemming (EOT). De formule is van toepassing zowel op de onderhoudsgelden voor de kinderen als op de onderhoudsuitkeringen tussen (ex)-echtgenoten, die in de gerechtelijke vonnissen vervat liggen.

Zo kan de vrederechter in dringende voorlopige maatregelen een bepaalde som als alimentatie vastleggen voor de kinderen. In dat vonnis kan staan dat de onderhoudsplichtige de onderhoudsgerechtigde die som elke maand voor de 1ste of de 5de van de maand moet overdragen. Daarbij kan staan dat er om het jaar of om de zes maanden een indexaanpassing van die som moet worden gedaan en dan moet de oorspronkelijke som of de al eerder aangepaste som worden verhoogd met wat de berekening van de indexaanpassing oplevert.

De wetgever wil daarmee verzekeren dat het bedrag van de onderhoudsgelden dezelfde evolutie volgt als de lonen en de prijzen in het land. Nu bestaan er daartoe wel twee indexen : de gewone consumptie-index en de gezondheidsindex. Je moet dus aanpassen naargelang één van beide indexen in het vonnis of in de EOT-akte wordt vermeld.

Hoe nu de indexaanpassing te berekenen ?

Dat moet gebeuren aan de hand van de wettelijke standaardformule :

- Het basisbedrag van het onderhoudsgeld stemt overeen met het indexcijfer van de consumptieprijzen of van de gezondheidsindex van de maand waarin het vonnis of het arrest (bij hoger beroep) kracht van gewijsde heeft gekregen (dat is wanneer er geen beroep of verzet meer aangetekend kan worden).

- Om het jaar of om de 6 maanden zoals vermeld in het vonnis volgt er een aanpassing in verhouding met de verhoging of de verlaging van het indexcijfer van de consumptieprijzen of van de gezondheidsindex van de maand die overeenstemt met de maand van het basisindexcijfer.

- Het aangepaste bedrag of het vroegere bedrag met de verhoging erbij is verschuldigd vanaf de eerstvolgende maandvervaldag die volgt op de publicatie van het nieuwe indexcijfer in het Belgisch Staatsblad.

Voorbeeld 1: Een vonnis voorlopige maatregelen op 15 november 1994 verooordeelt een vader ertoe aan de moeder voor zijn beide minderjarige kinderen een onderhoudsgeld te betalen van 250 euro per maand - geïndexeerd met jaarlijkse aanpassing. Het vonnis wordt betekend op 2 december 1994. Het treedt bijgevolg in kracht van gewijsde op 3 januari 1995.
Vanaf februari 1996 is het aangepast bedrag verschuldigd, nl.

250 euro (basisbedrag) X 121,84 index januari 1996
___________________________________________ = 254,90 euro

119,50 index januari 1995

Voorbeeld 2 : In een echtscheidingsvonnis in kracht van gewijsde op 6 maart 2002 met 6-maandelijkse indexaanpassing aan de index van de consumptieprijzen moet in september 2002 voor het eerst de onderhoudsuitkering worden aangepast. Het bedrag van de onderhoudsuitkering is 500 euro per maand.
We passen de wettelijke standaardformule toe :

500 euro (basisbedrag) X 110,91 consumptie-index augustus 2002
_____________________________________________________=

110,69 consumptie-index maart 2002

500,99376 euro - afgerond 500, 99 euro

Voorbeeld 3: In een vonnis voorlopige maatregelen bij de vrederechter in kracht van gewijsde op 10 augustus 2000 met jaarlijkse indexaanpassing aan de index van de consumptieprijzen en waarbij de alimentatie overdraagbaar is de 1ste van elke maand moet die alimentatie in september 2002 voor de 2de maal worden aangepast. Het vonnis bevat een onderhoudsgeldverplichting voor 3 kinderen tesamen van 300 euro per maand.
We berekenen met de wettelijke standaardformule de som van de onderhoudsgelden te betalen voor september 2002 :

300 euro (basisbedrag) X 110,91 consumptie-index augustus 2002
_____________________________________________________=

106,68 consumptie-index augustus 2000

311,89538 euro - afgerond 311,90 euro


Je kan de indexaanpassing van onderhoudsgeld (en huur) ook makkelijk berekenen op de pagina van de Gezinsbond:

http://gzbwezemaal.oletr.net/indexber.htm

Dan moet je nog gewoon het beginbedrag weten, de beginreferentiemaand en de nieuwe beginmaand. De rest doet de javascript op de pagina.
Lijkt een interessante link

Met dank aan Leo Truyen



Voor vonnissen daterend uit vroegere jaren is er een omrekening noodzakelijk van de huidige index (basis 2004) naar basis 1996. Dan vermenigvuldig je met 1,1493. Om de gezondheidsindex naar basis 1996 om te rekenen vermenigvuldig je met 1,1377.

Het indexcijfer met basis 2004 werd van toepassing op 1 januari 2006.

* Federale Overheidsdienst Economie... (FOD): voor het opzoeken van de index van de consumptieprijzen of van de gezondheidsindex vertrekt u van de volgende koppeling:

http://economie.fgov.be/nl/statistieken/cijfers/economie/consumptierpijzen/index.jsp - ga dan naar:

Index search -

Snel een index zoeken met de Index search

Indien u een consumptieprijsindex of een gezondheidsindex voor een bepaalde maand zoekt, volstaat het dat u jaar en maand invoert. Vervolgens krijgt u zowel de consumptieprijsindex als de gezondheidsindex op alle beschikbare basissen. U leest:

Gelieve hieronder het jaar en de maand in te vullen

[jjjj] [mm]

Klik dan op Toon indexen.

* Om voor de beginfase van de onderhoudsverplichtingen of in het verloop ervan een vroeger indexcijfer op te zoeken kunt u voor de jaren 1998 tot nu klikken op de volgende websitepagina van het Federaal Planbureau

http://www.plan.fgov.be/databases/indprix.php?lang=nl&TM=30&IS=60


____________

De indexcijfers van het lopende jaar vindt u op hun financiële pagina's in de belangrijkste Vlaamse kranten als De Standaard en De Tijd.

Je kan de basisgegevens over de prijzenindex ook opvragen per telefoon bij een automatisch antwoordapparaat van het Ministerie van Economie.... Dat kan je 24 uur op 24 uur doen op het nummer 02/206 56 40. Je krijgt te horen hoe de stand is van de gezondheidsindex, van de normale index van de consumptieprijzen en van de inflatie.

G.D.

 
 
 
 
Omhoog
 
   
 
Omhoog
 
 

De onderhoudsgeldcalculator van de Gezinsbond

Op 16 juni 2006 stelde de Gezinsbond zijn ONDERHOUDSGELDCALCULATOR voor om onderhoudsgeld voor kinderen te berekenen. Intussen heeft de Gezinsbond in 2009 een nieuwe versie gepubliceerd, waarbij de vorige versie nog werd verfijnd. Over de onderhoudsgeldcalculator vindt u informatie op de website van de Gezinsbond.
Klik daarvoor hier.

De recentste handleiding cd-rom "Onderhoudsgelden voor kinderen" kan in pdf kunt u hier vinden.

U kunt de CD-Rom bestellen bij de Gezinsbond. Hij kost 20 euro (verzendingskosten inbegrepen) voor niet-leden en 10 euro voor leden van de Gezinsbond. Mail naar studiedienst@gezinsbond.be - telefonisch bestellen: 02 507 88 47.

Deze informatie werd bijgewerkt op vrijdag 4 september 2009.

Over de berekeningsmethode publiceerde Luc Coppens op 16 juni 2006 in De Standaard de volgende tekst.

De kosten van het kind

Bijna één huwelijk op drie in dit land loopt op de klippen, waarna voor de kinderen een pendeltocht begint tussen de ouders. Die moeten het eens worden over onderhoudsgeld. En dat loopt niet altijd van een leien dakje.

Over het onderwerp wordt weinig gepubliceerd, de bedragen die worden toegekend, variëren, sterk naargelang van het gerechtelijk arrondissement, de berekening ervan steunt vaak op subjectieve gronden en ze worden door de rechtbanken weinig of niet gemotiveerd. “En wat je niet begrijpt, aanvaard je niet”, meent Anne-Mie Drieskens van de Gezinsbond. Daarom zette die Yves Coemans van zijn studiedienst aan het werk.

Het resultaat is een cd-rom die met alle facetten van de scheiding rekening houdt. Een klassiek verwijt is bijvoorbeeld dat bij onderhoudsgeld te weinig wordt gekeken naar de draagkracht van de ouders. Daarom berekent het programma de inkomensverhouding tussen beide ouders pas nadat eerst langs beide kanten het leefloon in mindering werd gebracht. Als een van beide ouders een bijzonder hoog inkomen geniet, kan dat worden afgetopt om te vermijden dat die partner een onredelijk grote bijdrage moet leveren.

De cd-rom houdt niet alleen rekening met primaire kosten als huisvesting, voeding, kleding, gezondheidszorgen, … zelfs sparen, maar ook met de meerkosten die ontstaan door het wegvallen van de “schaalvoordelen” van een gezin. Zo moet elk van de ouders over een voldoende ruime woning beschikken, zelfs als hij of zij de kinderen maar een weekeinde op drie te zien krijgt. De koelkast moet voldoende groot zijn, net als de auto…

Voorts hebben de kinderen op beide adressen een bed, een kast, een bureau, vaak een computer, een muziekinstallatie, een fiets, … De scheiding kan voor een van beide partners ook meer verplaatsingen meebrengen omdat die verder van de school, de sportclub, … van de kinderen gaat wonen. Het programma kan met elk van die meerkosten rekening houden.

Afhankelijk van de concrete situatie kan het programma bepaalde kosten ook bij de ene of de andere ouder onderbrengen. Zo kan het bijvoorbeeld dat het kledingbudget volledig bij de moeder belandt, terwijl de vader de studiekosten voor zijn rekening neemt. En zo kunnen we nog even doorgaan.

De cd-rom biedt de mogelijkheid om eerst een “voorcalculatie” te doen en die anderhalf tot twee jaar later te corrigeren nadat de respectieve aanslagbrieven zijn toegekomen. Ideaal moet je de cd-rom dus twee keer per jaar door je computer halen.

De cd-rom kost 20 euro, verzending inbegrepen. Voor de leden van de Gezinsbond is de prijs 10 euro. Te bestellen bij de Gezinsbond.

C.L.



 
 
Omhoog
 
 

Advocaten in Nederland bepleiten afkoop van alimentatie
(Reformatorisch Dagblad 4-4-07)


In België bestaat dat systeem en wordt het gehandhaafd. Hier heet dat kapitalisatie van de onderhoudsuitkeringen. Je betaalt als onderhoudsplichtige aan de onderhoudsgerechtigde één som en je bent verder vrijgesteld van betalingen. Bij mijn weten wordt het niet vaak toegepast, maar het is hier volkomen legaal. Je kan hier vrijelijk overeenkomen om al dan niet voor het systeem te kiezen.

Art.7 § 8 van de nieuwe wet op de hervorming van de echtscheiding zegt in dat verband:

"§ 8. De uitkering kan op elk ogenblik worden vervangen door een kapitaal mits een door de rechtbank gehomologeerd akkoord tussen de partijen. Op verzoek
van de uitkeringsplichtige, kan de rechtbank eveneens op elk ogenblik de omzetting in een kapitaal toestaan."

Reformatorisch Dagblad – INTERNET EDITIE

Geplaatst: 4-04-2007 | 10:14

Advocaten bepleiten afkoop alimentatie

DEN HAAG (ANP) - De rechter moet bij een echtscheiding een afkoopsom voor de alimentatie kunnen opleggen.

Dat zei Kyra Pijls-Olde Scheper, voorzitter van de vereniging van Familierecht Advocaten Scheidingsbemiddelaars (vFAS) dinsdag.

Bij een afgekochte alimentatie ontvangt de alimentatiegerechtigde in een keer een geldbedrag na de scheiding in plaats van een maandelijkse bijdrage gedurende maximaal twaalf jaar.

Volgens Pijls kan deze vorm van alimentatie fiscaal gunstig zijn voor beide ex-echtgenoten. Degene die betaalt, kan in een keer een groot bedrag ten laste van zijn inkomen brengen, hierdoor wordt belasting bespaard. Degene die het geld ontvangt heeft de zekerheid dat het bedrag ook daadwerkelijk is betaald en kan dit gebruiken voor bijvoorbeeld een direct ingaande lijfrente, waarvan uitsluitend de betaalde termijnen worden belast.

Toch zijn volgens Pijls niet alleen de financiële aspecten van belang. „Veel vrouwen -het zijn voornamelijk vrouwen die alimentatie ontvangen- ervaren de maandelijkse alimentatie als handje ophouden. En voor een bedrogen partner die tegen wil en dank is gescheiden, kan het ook pijnlijk zijn om iedere maand een bedrag op de rekening van zijn ex te storten.”

Commentaar:

Vanuit BGMK.BE Antwerpen kregen we de volgende commentaar
.

"Als gescheiden man is er maar één reden om te kiezen voor kapitalisatie: als je na de scheiding snel wil hertrouwen. Je ex mag dan namelijk een verhoging van het onderhoudsgeld vragen en door de kapitalisatie ontsnap je daaraan.

In alle andere gevallen is kapitalisatie in het nadeel van de gescheiden man:

- door de hele alimentatie in één keer te betalen heb je geen enkel wapen meer in handen als je ex het omgangsrecht met de kinderen weigert. Natuurlijk zijn onderhoudsgeld + omgangsrecht niet aan elkaar gekoppeld, maar de praktijk leert ons dat dreigen om niet meer te betalen wel helpt als drukmiddel voor onwillige moeders.

- als je ex hertrouwt heb je normaal gezien recht op een vermindering van het onderhoudsgeld. Door de kapitalisatie geef je dat recht op.

- het argument van de belastingsaftrek is nep, want bij de normale (sic) regeling mag je de alimentatie ook aftrekken - maar natuurlijk niet alles ineens.

- we wensen het onze ex niet toe, maar als ze overlijdt krijg je het geld van de kapitalisatie niet terug. Als je de normale maandelijkse regeling had, stopt de onderhoudsverplichting. Als jullie kinderen hadden gaat jouw kapitalisatiegeld naar hen, maar als het huwelijk kinderloos was erven jouw ex-schoonouders alles.

- als je zelf vooroverlijdt (= van het werkwoord vooroverlijden) erven jouw kinderen alles van jou. Als je evenwel voor kapitalisatie gekozen had, is het geld al naar je ex.

Dat advocaten voorstander zijn van kapitalisatie is simpel: als een vrouw opeens een paar tienduizend euro van haar ex krijgt zal ze de rekening van de advocaat kunnen betalen en bovendien die rekening niet te kritisch bekijken: wie 40.000 euro "krijgt" vindt het niet erg als dat uiteindelijk maar 35.000 netto op de bankrekening wordt. Maar wie een rekening van 5.000 euro van zijn/haar advocaat krijgt, slaapt enkele nachten niet.

Het minste dat Nederland moet vragen, is dat de keuze tussen kapitalisatie of een maandelijkse onderhoudsuitkering aan de onderhoudsplichtige moet toekomen."



 
 
Omhoog
 
 

Alimentatie in Nederland : wat kosten de kinderen?

Brabants Dagblad, door Brenda van Dam, 5 maart 2005
http://www.brabantsdagblad.nl/regioportal/BD/1,1478,3955
-Zoekeninhetnieuws-Zoeken!Innieuws!__2604651_,00.html?ArchiefID=2604651

Zaterdag 5 maart 2005 - Bij een scheiding mogen ex-partners in principe zelf afspraken maken over de hoogte van - alimentatiebedragen. - Zijn er kinderen in het spel, dan stelt de rechter de hoogte van de kinderalimentatie vast. - Daarbij zijn twee vragen cruciaal: welk bedrag kan de alimentatieplichtige betalen en hoeveel heeft de alimentatie-- gerechtigde nodig?

’Ik moet van mijn advocaat de kosten voor mijn kinderen in kaart brengen. Hoe doe ik dat?“, vraagt een moeder die in scheiding ligt.

In veel gevallen kan in tabellen worden afgelezen hoeveel er aan de kinderen wordt besteed. Vooral bij hogere inkomens moeten kosten expliciet gemaakt worden. Het belangrijkste is dat ex-partners samen afspraken maken over wie wat betaalt.
Ex-partners mogen in principe altijd zelf afspraken maken over de hoogte van alimentatiebedragen. Zijn er kinderen in het spel, dan zal altijd de rechter de hoogte van de kinderalimentatie vaststellen.

Twee vragen zijn cruciaal: welk bedrag kan de alimentatieplichtige betalen? En welk bedrag heeft de alimentatiegerechtigde nodig?

Draagkrachtloos inkomen

Om te bepalen wat een alimentatieplichtige kan betalen, hanteert de rechter in de meeste gevallen de zo genoemde Trema-normen. Daarbij wordt eerst een draagkrachtloos inkomen bepaald: het deel van het inkomen dat de alimentatieplichtige nodig heeft om zelf van te leven. Als dit draagkrachtloos inkomen van het netto inkomen wordt afgetrokken, resteert de draagkrachtruimte. Een deel van deze draagkrachtruimte is bestemd voor de alimentatieplichtige zelf. De rest - ongeveer de helft - is bestemd voor alimentatie.

Als er kinderen zijn, wordt het alimentatiebedrag in eerste instantie gebruikt voor de kinderalimentatie.

Wat kosten die kinderen nu eigenlijk?

Er wordt altijd geprobeerd om de levensstandaard van de kinderen in de situatie vóór de scheiding niet te laten dalen. Er wordt dus gekeken naar de kosten van kinderen vóór de scheiding.

Op basis van CBS-onderzoek zijn er door het Nibud speciale tabellen ontwikkeld voor wat ouders gemiddeld genomen bij verschillende inkomenscategorieën zelf bijdragen aan de kosten van hun kinderen los van wat zij nog aan kinderbijslag ontvangen. Dit wordt het eigen aandeel in de kosten van kinderen per maand genoemd.

Bij een netto gezinsinkomen van 2500 euro en twee kinderen van zes en acht jaar, is de bijdrage aan de kinderen bijvoorbeeld 565 euro per maand.

„De tabellen kunnen niet altijd worden toegepast“, zegt mr. Geert Warnaar, voorzitter van de Vereniging van Familierecht Advocaten en Scheidingsbemiddelaars (VFAS). „De tabellen geven een gemiddelde situatie aan. Ze zijn alleen bruikbaar voor de lagere en middeninkomens. Bij inkomens hoger dan netto 3500 euro per maand moet je de kosten van de kinderen voor de rechter aantonen.“

Geldwijzers

Het NIBUD geeft een aantal GeldWijzers uit waarin voor jonge kinderen en voor scholieren heel gedetailleerd beschreven wordt, welke kosten je precies aan de kinderen kunt toeschrijven.

Posten als persoonlijke verzorging, huisdieren, vervoer, verzekeringen en dergelijke worden daarbij al snel vergeten, maar horen wel in het lijstje thuis.

Vroeger was het bijna altijd zo dat de kinderen naar de moeder gingen en de vader een omgangsregeling kreeg.

De man betaalt dan de kinderalimentatie. „Nu wordt er steeds vaker gesproken van een zorgverdeling“, legt Warnaar uit. „Er wordt bijvoorbeeld afgesproken dat de kinderen elke twee weken zes dagen bij de vader en acht dagen bij de moeder zijn. Als de draagkracht het toelaat, worden de kosten ook op die manier verdeeld.“

Warnaar doet ook aan scheidingsbemiddeling. „Bij bemiddeling spreken ex-partners bijvoorbeeld af een speciale kinderrekening te openen. Daarop storten ze de dan allebei een bedrag. Daarvan worden dan kleding, schoolspullen of de sportclub betaald. Elk jaar voor het nieuwe schooljaar wordt de gang van zaken geëvalueerd.“ Er wordt als het ware een heel plan voor de kinderen na de scheiding opgesteld. „Daarmee kom je in de buurt van een nieuw wetsontwerp van minister Donner“ , zegt Warnaar. „Daarin wordt de term voortgezet ouderschap genoemd. Wie wil gaan scheiden, zou eerst een ouderschapsplan moeten opstellen waarin is aangeven hoe de zorg voor de kinderen en de kosten worden verdeeld.“

Zo ver is het nog niet, maar ook de VFAS is van mening dat ouders na een scheiding beiden (financieel) verantwoordelijk voor hun kinderen blijven.

Meer informatie:
http://www.nibud.nl
Vereniging van Familierecht Advocaten en Scheidingsbemiddelaars:
http://www.vfas.nl

 
 
Omhoog
 
 

Standpunt over de alimentatie voor de ex-partner na echtscheiding

Nu men toe is aan een herziening van de wetgeving en men gaat in de richting van de schuldloze echtscheiding is het wellicht nuttig eens stil te staan bij de essentie van alimentatie bij echtscheiding.

Indien er schuldloze echtscheiding komt is mijn standpunt heel eenvoudig samen te vatten : na echtscheiding is geen alimentatie van de ene partij verschuldigd t.o.v. de andere partij en dit om een paar heel eenvoudige redenen.

Eerst en vooral gaat echtscheiding over de beëindiging van het huwelijk. Het is dan ook niet logisch dat men een enkel aspect van het huwelijk namelijk de verplichting tot bijstand laat voortduren buiten het huwelijk en op die manier het huwelijk de facto laat voortbestaan zij het dan op dit ene punt.

Verder is het zo dat in onze maatschappij iedereen die in nood is recht heeft op bijstand van de overheid. Waarom zou dan iemand louter omwille van het feit ooit getrouwd geweest te zijn daar dan geen recht op hebben en iemand die nooit getrouwd was wel? Kan men het ene individu t.o.v. het andere sociale zekerheid (want straf heet het dan niet meer omwille van het wegvallen van de schuldvraag) laten spelen in een maatschappij zoals de onze? Een maatschappij waarin ook mensen die zelfs nooit hebben bijgedragen tot het sociaal zekerheidsstelsel recht krijgen op een uitkering (de schoolverlaters die geen werk vinden). Een maatschappij ook waarin het wettelijk kan voor zover dit de relatie tussen de ouders en de kinderen zou kunnen verstoren dat kinderen voor hun ouders geen alimentatie meer moeten betalen als die ouders geld tekort komen om hun rustoordfactuur te betalen.

Als men toch het systeem herbekijkt waarom dan niet grondig zodat men het ene individu niet langer voor vele jaren op een negatieve manier aan het andere bindt. Want dit werkt uiteraard verzuring in de hand en wil men dat niet liever vermijden? Denkt men indien de alimentatie zou uitgesproken worden van het ene individu t.o.v. het andere zonder schuldvraag dat het dan niet als straf zal ervaren worden? En dat rechtszaken over de hoogte van deze alimentatie geen geld en frustraties zullen kosten? Mijn standpunt is dat er een systeem moet komen dat zoveel mogelijk de gevoelens van de mensen ontziet en tegelijk zo rechtvaardig en zo sociaal mogelijk is voor alle partijen. Hierbij heeft sociale zekerheid een grote rol.

Het huidige systeem waarbij iemand die in fout was tijdens het huwelijk daar levenslang kan voor boeten terwijl zelfs een moordenaar niet echt meer levenslang gestraft wordt is uiteraard door dit feit alleen al reeds decennia voorbijgestreefd. Willen we nu het systeem veranderen, laat het dan zijn op een echt menselijke manier en op een echt vooruitstrevende manier. En laat ons ons dit keer niet meer decennia ten achter blijven.

Regi ROTTY
Ere-voorzitter BGMK
Joannes Schinckdreef 46
9031 Drongen

 
 
Omhoog
 
 

Onderhoudsuitkering - indexaanpassing

Staat het niet-vorderen van de indexaanpassing van onderhoudsuitkeringen gelijk met een verzaking aan achterstallige aanpassingen en aan de indexering zelf ?

De heer Durant was door de rechtbank veroordeeld tot betaling van een onderhoudsuitkering aan zijn ex-echtgenote. Gedurende jaren betaalde hij het alimentatiegeld zonder het te indexeren, tot op de dag dat zijn echtgenote de achterstallige indexaanpassingen vorderde.

Voor de rechtbank pleitte de heer Durant dat zijn ex-echtgenote verzaakt had aan de indexering van het onderhoudsgeld vermits zij gedurende al die jaren nog nooit geprotesteerd had tegen de niet-indexering.

De betrokken rechtbank oordeelde dat de verzaking aan een recht niet vermoed wordt, en dat dit enkel afgeleid mag worden uit feiten die voor geen andere interpretatie vatbaar zijn. Het lange stilzwijgen van de ex-echtgenote impliceert niet noodzakelijk haar wil om te verzaken aan de contractueel voorziene indexaanpassing van de onderhoudsuitkering.

Er bestaat geen algemeen rechtsbeginsel volgens hetwelk een subjectief recht uitdooft wanneer haar titularis een gedrag vertoont dat objectief onverenigbaar is met dat recht.

Er is evenmin sprake van enig misbruik van recht vermits het nadeel dat de heer Durant zal lijden door de betaling van de achterstallen niet buiten verhouding staat tot het voordeel dat deze betaling aan zijn ex-echtgenote zal opleveren.

De heer Durant heeft overigens alles aan zichzelf te verwijten. Het was hem immers mogelijk om het bedrag van de indexaanpassingen te berekenen zonder hulp van zijn ex-echtgenote en om de geïndexeerde alimentatiegelden spontaan te betalen.

Voor zover hij zijn verplichtingen niet kon nakomen omwille van zijn financiële situatie had hij steeds de mogelijkheid de bevoegde rechtbank aan te spreken, wat hij niet gedaan heeft.

Hij geniet echter wel de bescherming van artikel 2227 van het Burgerlijk Wetboek dat een verjaringstermijn van vijf jaren voorziet en dat hem beschermt tegen een buitensporig oplopende schuld.

De verzaking aan een recht wordt niet vermoed. Dat mag enkel afgeleid worden uit feiten die voor geen andere interpretatie vatbaar zijn.

Josette Hubaille, Doctor in de Rechten

Uit "Krantje de zelfstandige" - 35e jg. - 15 aug. 2001 nr. 16.

 
 
 
 

Conclusie (vanwege de redactie van "Hoop!") :

Het niet spontaan betalen van de geïndexeerde alimentatiegelden is heel riskant, omdat je na jaren opeens geconfronteerd kan worden met een vordering van de achterstallige indexaanpassingen !

Gebeurt dat echter meer dan 5 jaar later, dan kan je hoogstens veroordeeld worden tot het terugbetalen van de indexaanpassingen van de voorbije 5 jaar.

Uit "Hoop!" ts. van BGMK vzw 23e jg. nr. 8 blz. 7 (oktober 2001)

 
 
 
 
Omhoog
 
 

Indexering alimentaties in Nederland

Indexering alimentaties - Percentage voor 2004 vastgesteld

Met ingang van 1 januari 2004 worden de uitkeringen voor
levensonderhoud automatisch verhoogd. Het percentage is vastgesteld op
2,5. (06-11-2003)

Wil je er echt veel meer over weten, klik dan op de hierbij gegeven links :

* Indexering alimentaties - Percentage voor 2004 vastgesteld
(Ministerie van Justitie)
> http://recht.nl/fwd/00003DD100006428

* Dossier Alimentatie (Recht.nl)
> http://recht.nl/fwd/00003DD100006429


 
 
Omhoog
 
  Alimentatie berekenen tussen ex-echtgenoten / voor kinderen

Voor de personen en diensten die actief bezig zijn met familierecht is de begroting van alimentatie een moeilijk en delicaat probleem. Bij de vaststelling van het alimentatiebedrag beschikt men meestal alleen maar over een aantal vage criteria.

Alibel is een softwarepakket ontwikkeld door Meester Jan Roodhooft en uitgegeven door de firma Larcier. Het systeem is een poging om via een normeringsmodel de onderhoudsuitkering tussen gewezen echtgenoten na echtscheiding, op grond van twee jaar feitelijke scheiding of op grond van fout, te ramen.

Het pakket is aangepast aan de Belgische wetgeving en wordt door justitie aangeschaft en verdeeld aan magistraten als hulpmiddel bij het bepalen van de alimentatie bij gerechtelijke beslissingen.

In de praktijk wordt de berekening van de alimentatie volgens dit model opgebouwd rond vijf stappen.

1. Eerst wordt het type echtscheiding en het eruit voortvloeiend begrotingsregime bepaald.
2. Vervolgens worden in stap twee de fiscale gegevens verwerkt van de beide betrokken partijen.
De basis hiervan is de fiscale aangifte van de ex-echtgenoten.
3. Op basis van deze gegevens wordt een alimentatieberekening gedaan in drie stappen.
Eerst wordt een referentiestandaard berekend.
Deze referentiestandaard wordt bepaald op basis van het bruto gezinsinkomen, van de gezinsbelastingen en van een coëfficiënt.
Deze referentiewaarde komt grosso modo overeen met 65% van het fictieve netto gezinsinkomen.
4. In stap vier van de berekening wordt de draagkracht van de onderhoudsschuldeiser berekend (meestal de vrouw).
5. In stap vijf wordt de draagkracht van de onderhoudsplichtige berekend (meestal de man).

Tenslotte wordt op basis van deze gegevens, de netto alimentatie berekend en omgezet in een bruto te betalen bedrag.
Dit bruto bedrag is bepaald rekening houdende met de fiscale aftrekbaarheid van de bruto bedragen die als alimentatie betaald dienen te worden.

Hoewel deze manier van berekenen geen wettelijke basis heeft, buiten het feit dat de alimentatie beperkt dient te worden tot 1/3 van het inkomen van de alimentatieplichtige in bepaalde omstandigheden, heeft deze berekening een feitelijke erkenning verworven bij beroepsmagistraten en advocaten.


Karel Vanbosch

ALIBEL Alimentatie tussen (ex)-echtgenoten
Dr. J. ROODHOOFT
Digitaal berekeningsprogramma van onderhoudsuitkeringen (met inbegrip van de fiscale implicaties):
Prijs CD-rom 2003 (beknopte handleiding incl.) : 177,20 EUR - l.g.v. abonnement 15 % korting. Let wel : de CD-rom is op dit ogenblik niet beschikbaar!
Prijs handboek : 33,45 EUR

Door te klikken op het woord "website" komt u bij de directe informatie terecht van de uitgever.

© Alibel : Uitgave LARCIER, Coupure Rechts 298 - 9000 Gent
Tel. : 09/269 97 96 - Fax : 09/269 97 99
E-mail : herman.verleyen@larcier.be

Bij dezelfde uitgever is voor de berekening van de onderhoudsuitkering voor de kinderen ook gepubliceerd :


PCA - Proposition de Contribution Alimentaire / VOB - Voorstel tot Onderhoudsbijdrage
Méthode Renard pondérée et informatisée / Gewogen en geïnformatiseerde Methode Renard

door Roland Renard, Pierre-André Wustefeld, Raoul Serra

Door te klikken op de volgende link vindt u de noodzakelijke informatie over dat werk :
http://uitgeverij.larcier.com/livre/?GCOI=98044100617360


 
 
Omhoog
 
 

INFORMATIE - ONDERHOUDSGELDEN

Onderhoudsgelden

Verslag van de studiedag rond "Onderhoudsgelden" op woensdag 11 oktober 2000 te Kortrijk

Aangezien het programma van deze interessante studiedag vrij omvangrijk was, zal ik mij hier beperken tot de samenvatting van de eerste twee onderwerpen. De overige sprekers komen in een volgende "Hoop !" aan bod.

Na een korte verwelkoming werd de spits afgebeten door Mevrouw Katleen Vanlede, assistente aan de K.U.Leuven, met een uiteenzetting over de onderhoudsverplichting tussen echtgenoten en ex-echtgenoten.

Eerst en vooral belichtte zij de situatie tussen feitelijk gescheiden echtgenoten, waarbij als meest "interessante" procedure voor de financieel zwakkere doch "schuldige" echtgenoot deze voor de kortgedingrechter blijkt te zijn en dit in het kader van art. 1280 Ger.Wb. (kortgedingprocedure rond de voorlopige maatregelen m.b.t. de persoon, het levensonderhoud en de goederen zowel van de partijen als van de kinderen).

De kortgedingrechter mag hierbij immers geen rekening houden met de schuldvraag. De vrederechter daarentegen heeft bij een procedure in het kader van dringende en voorlopige maatregelen geen verplichting om de schuldvraag te beslechten maar heeft wél de mogelijkheid om rekening te houden met de vaststaande schuld indien dit wordt opgeworpen. Uit de rechtspraak blijkt bijvoorbeeld dat overspel als feitelijk gegeven in het kader van het onderhoudsvraagstuk toch mee kan spelen in de beoordeling van de rechter maar ook enkel en alleen ais dit overspel vaststaat. Een proces?verbaal van vaststelling van overspel mag nochtans volgens de wet enkel aangewend worden tijdens de definitieve echtscheidingsprocedure en dus NIET in het kader van een procedure betreffende voorlopige maatregelen.

Daarnaast bracht spreekster eveneens de uitkering na echtscheiding op grond van bepaalde feiten ter sprake. De begrenzing van de onderhoudsuitkering tot maximum 1/3 van het inkomen van de onderhoudsplichtige geldt wél bij een echtscheiding op grond van bepaalde feiten maar niet op grond van twee jaar feitelijke scheiding. Volgens de terechte uitspraak van het Arbitragehof (3 mei 2000) roept dit een situatie in het leven die strijdig is met het gelijkheidsbeginsel. Er dringt zich dan ook volgens de spreekster een snelle interventie op van de wetgever om deze ongrondwettigheid te verhelpen.

Zij vervolgde haar betoog met een vergelijking tussen de ontvangstmachtiging en het beslag. In het verleden leek de techniek van het beslag - dat in tegenstelling tot de ontvangstmachtiging ook kan worden gelegd op onroerende goederen - niet echt interessant aangezien het enkel uitgevoerd kan worden voor reeds vervallen termijnen (dus alleen voor periodes die reeds voorbij waren en niet voor toekomstige schuldvorderingen). De Wet van 29 mei 2000 breidt deze toepassing van het beslag echter uit naar nog te vervallen termijnen maar zal echter niet meer vóór 2001 in werking treden !

Tenslotte eindigde Mevrouw Katleen Vanlede haar uiteenzetting met het bespreken van de mogelijkheden tot een globale herziening van de schulden van de onderhoudsplichtige. Enerzijds kan dit in het kader van een vordering tot toekenning van een ontvangstmachtiging gebeuren waarbij het initiatief uitgaat van de onderhoudsgerechtigde die deze vordering instelt (huidig artikel art. 1390 quater Ger.Wb. dat zal vervangen worden door het nieuwe art. 1390bis Ger.Wb.) Indien de onderhoudsplichtige met verschillende alimentatiegerechtigden tegelijk wordt geconfronteerd kan de rechter een verdeling en/of herziening van de schulden uitspreken.

Anderzijds is dit eveneens mogelijk in het kader van een vordering tot collectieve schuldenregeling (artt. 1675/2-19 Ger.Wb.) waarbij het initiatief uitgaat van de schuldenaar voor de beslagrechter. De lopende onderhoudsschulden genieten hierbij een voorkeursbehandeling maar de achterstallige onderhoudsschulden worden echter in de boedel opgenomen met de kans dat die zullen worden kwijtgescholden.

De tweede spreker die aan bod kwam was Professor Senaeve, Buitengewoon Hoogleraar aan de K.U.Leuven, die de onderhoudsverplichting belichtte binnen het sinds 1 januari 2000 in werking getreden instituut van de wettelijke samenwoning en binnen het "vrije" concubinaat.

I. De onderhoudsverplichting tussen wettelijk samenwonenden

A. Tijdens de wettelijke samenwoning

1) de bijdrageplicht

Tussen wettelijk samenwonenden geldt de hulpplicht niet maar enkel en alleen de bijdrageplicht in de lasten van het samenleven naar evenredigheid van hun mogelijkheden. Deze lasten worden gevormd door alle noden die voortvloeien uit de samenleving al dan niet met kinderen, waarbij het van geen belang is of dit gemeenschappelijke kinderen zijn of niet.
Het bijdragen naar evenredigheid van hun mogelijkheden doelt niet enkel op de actuele inkomsten van beide partners maar tevens op de persoonlijke inspanningen en zelfs op de inkomsten die iemand zou kunnen verwerven door het leveren van een redelijke inspanning.
Uiteraard bepaalt de wet niets over de vorm waarin deze bijdrageplicht dient te gebeuren, aangezien het tot de individuele vrijheid behoort om het gezinsleven zelf te organiseren.
De niet?naleving kan enkel aanleiding geven tot de veroordeling van de nalatige partner tot een onderhoudsgeld; een ontvangstmachtiging of inkomstendelegatie is echter niet mogelijk.
Het is de vrederechter die bevoegd is om de onderhoudsuitkering te bevelen.

2) dringende voorlopige maatregelen

Enkel wanneer de verstandhouding tussen de partners ernstig verstoord is, kunnen via de vrederechter dringende voorlopige maatregelen worden bekomen. Net als bij gehuwden is dan
wel hoogdringendheid vereist maar daarenboven moet de vrederechter expliciet de geldigheidsduur ervan bepalen (wat niet verplicht is bij gehuwden). Deze maatregelen betreffen het betrekken van de gemeenschappelijke verblijfplaats, de persoon en de goederen van de wettelijke samenwonenden en van de kinderen, en de wettelijke en contractuele onderlinge verplichtingen. Zodra de wettelijke samenwoning, op welke grond ook, beëindigd wordt vervallen deze maatregelen echter automatisch en dit geldt eveneens voor al wat de kinderen betreft.
Prof. Senaeve betreurt het feit dat de mogelijkheid om voor de vrederechter dringende voorlopige maatregelen te vragen enkel gekoppeld werd aan het nieuwe statuut van de wettelijke samenwoning en dit systeem dus niet voor alle samenwonenden werd ingevoerd.

B. Na de beëindiging van de wettelijke samenwoning

1) de bijdrageplicht

De bijdrageplicht vervalt meteen zodra er een einde komt aan de wettelijke samenwoning waardoor het werkelijke nut ervan grotendeels tot niets is herleid. Immers wanneer iemand tot een onderhoudsgeld wordt veroordeeld is het voldoende om het samenleven te beëindigen om hieraan te kunnen ontsnappen.

2) dringende voorlopige maatregelen

De wet bepaalt dat een ex?wettelijke samenwonende nog een verzoek om dringende voorlopige maatregelen kan indienen bij de vrederechter uiterlijk tot drie maanden na het beëindigen van de wettelijke samenwoning. De vrederechter mag echter enkel die maatregelen gelasten die ingevolge de beëindiging van de wettelijke samenwoning gerechtvaardigd zijn. De duur ervan mag tevens niet langer dan één jaar bedragen.
Het toekennen van een onderhoudsgeld is echter onmogelijk aangezien hiervoor geen enkele rechtsgrond voorhanden is in de wet vermits er niet in een onderhoudsverplichting is voorzien voor de periode na de ontbinding van de wettelijke samenwoning. De loutere vermelding in de wet dat de vrederechter de dringende voorlopige maatregelen beveelt "die ingevolge de beëindiging gerechtvaardigd zijn" kan, volgens Prof. Senaeve, wegens zijn vaagheid daartoe onmogelijk een voldoende rechtsgrond vormen.

II. De onderhoudsverplichting tussen concubinerenden

A. Tijdens het concubinaat

Aangezien er tussen concubanten geen juridisch erkende band bestaat, ontstaan er evenmin persoonlijke rechten of plichten. Toch wordt het bestaan van een natuurlijke verbintenis om bij te dragen in de lasten van de gemeenschappelijke huishouding aanvaard, zodat terugvordering van betaalde onderhoudsbijdragen achteraf onmogelijk is. Anderzijds wordt geoordeeld dat wie samenwoont financieel volledig of toch minstens gedeeltelijk ? afhankelijk van de financiële situatie van de partner ? in staat is in zijn onderhoud te voorzien, zodat wettelijke onderhoudsplichtigen niet langer of slechts voor een lager bedrag dienen tussen te komen.

B. Na de beëindiging van het concubinaat

1 / door de dood

Op grond van de reeds vermelde natuurlijke verbintenis worden de kosten van laatste ziekte en van begrafenis respectievelijk crematie geacht betaald te moeten worden door de financieel sterkere langstlevende partner.

2 / door de verbreking van de relatie

Vermits het concubinaat geen geïnstitutionaliseerd samenlevingsmodel vormt bestaat er bijgevolg ook geen wettelijke onderhoudsplicht. In de Belgische rechtspraak en rechtsleer bestaat er
grote onenigheid over de vraag of er echt sprake is van een natuurlijke verbintenis tot onderhoud na het beëindigen van de samenwoning op initiatief van één der partners.

Prof. Senaeve is van oordeel dat er geen maatschappelijk aanvaarde plicht kan bestaan tussen personen die op een vrije basis samenleven en er dus bijgevolg geen afdwingbare burgerrechtelijke verbintenis voorhanden is. Een aantal recente uitspraken en tevens ook de Franse rechtspraak gaan echter wel uit van de theorie van de natuurlijke verbintenis waarbij deze echter niet juridisch afdwingbaar is door de schuldeiser. Deze theorie kan dus enkel uitgevoerd worden in geval de schuldenaar spontaan blijft betalen na het einde van de relatie.

III. De conventionele onderhoudsverplichting tussen wettelijk samenwonenden en tussen concubinerenden

A. Contractuele verbintenissen in het algemeen

Samenlevingsovereenkomsten zijn principieel geldig zolang ze binnen de beperkingen van het gemeen recht blijven. Elke verbintenis die een beperking inhoudt van de persoonlijke vrijheid, is uiteraard nietig, aangezien het recht tot verbreking van de samenleving niet contractueel beperkt kan worden. De nietigheid van eén beding betekent echter niet automatisch de nietigheid van de globale samenlevingsovereenkomst. Dit is uiteraard eveneens van toepassing op de overeenkomst waarin partners hun relatie regelen in het kader van de wettelijke samenwoning. Het Burgerlijk Wetboek verplicht echter dat deze de vorm van een authentieke akte aanneemt en verleden wordt voor een notaris. Wordt die overeenkomst gesloten vóór de aanvang van de wettelijke samenwoning dan moet die vermeld worden in de schriftelijke verklaring van wettelijke samenwoning die de partners moeten overhandigen aan de ambtenaar van de Burgerlijke Stand. Deze notariële overeenkomst moet ook altijd vermeld worden in het bevolkingsregister.


B. Onderhoudsovereenkomsten tussen wettelijk of feitelijk samenlevende personen

1 / tussen concubanten

Samenlevenden kunnen rechtsgeldig een eenzijdige of wederkerige onderhoudsverbintenis tussen elkaar overeenkomen. Deze overeenkomsten worden volledig beheerd door de regels van het verbintenissenrecht, zodat deze niet vatbaar zijn voor eenzijdige herroeping maar enkel met wederzijds goedvinden gewijzigd kunnen worden.
In geval van een overspelig concubinaat kan de echtgenoot/echtgenote van de overspelige partner wél de nietigheid van zo'n overeenkomst inroepen wegens strijdigheid met de openbare orde en/of de goede zeden, wanneer deze kan aantonen dat hij/zij daardoor beledigd is.
Ook hier geldt uiteraard de nietigheid van de overeenkomst zodra er een beperking van de persoonlijke vrijheid uit voortvloeit. Dit betekent evenwel niet dat een overeenkomst noodzakelijkerwijze nietig zou zijn wanneer een onderhoudsverplichting ? zowel beperkt in bedrag als in tijd ? zou ten taste gelegd worden aan diegene die het concubinaat verbreekt. Dit moet echter telkens beoordeeld worden in het licht van de concrete omstandigheden.
Wanneer een onderhoudsverbintenis enkel werd aangegaan met het bedrieglijk inzicht om de rechten van andere personen te benadelen kan deze uiteraard te allen tijde worden nietig verklaard.
Bij de samenloop tussen wettelijk onderhoudsgerechtigden met samenwonende onderhoudsgerechtigden kunnen er wel problemen van tegenstelbaarheid en voorrang rijzen.

2/ tussen wettelijk samenwonenden

Tussen wettelijk samenwonenden bestaat er tijdens hun samenleven een wettelijke onderhoudsverbintenis op basis van hun bijdrageplicht in de lasten van het samenleven, zodat het niet mogelijk is om hiervan via overeen
komst afstand te doen. Een overeenkomst met betrekking tot deze onderhoudsplicht is wél mogelijk zolang deze slechts de modaliteiten ervan regelt. Zodra de samenleving beëindigd wordt, bestaat er echter geen wettelijke onderhoudsplicht meer en in geval van een overeenkomst enkel nog een conventionele onderhoudsplicht.

Sofie Van Steenberghe
Educatieve medewerkster BGMK

Uit het ts. HOOP! - 22e jaargang nr. 10 blz. 12-15.

 
 
Omhoog
 
  Als de alimentatie niet meer volstaat

Bij een echtscheiding door onderlinge toestemming moeten de echtgenoten die uit de echt willen scheiden, onder meer afspraken maken over de bijdrage die zij elk zullen leveren in het levensonderhoud van hun kinderen. Veelal wordt dan afgesproken dat één van hen aan de andere een maandelijks bedrag aan alimentatie betaalt voor de kinderen (bijvoorbeeld een bedrag van 5.000 frank of 124 Euro per maand).

Het gebeurt heel vaak dat één van de (dan intussen ex-)echtgenoten een paar jaar later die afspraak opnieuw ter discussie wil stellen. En dit bijvoorbeeld omdat het afgesproken bedrag zogenaamd te laag zou zijn geworden, nu de kinderen ouder zijn geworden en naar een andere school gaan. Of omdat diegene die de uitkering betaalt, intussen een andere (beter betaalde) job heeft. Maar kan men eigenlijk wel terugkomen op zo'n afspraak?

Indien beide ex-echtgenoten het eens zijn om het destijds afgesproken bedrag aan alimentatie aan te passen - naar boven dan wel naar beneden - is er geen probleem. De ex-echtgenoten zijn vrij dat in onderling akkoord te doen. Ze hoeven daarvoor, als er een akkoord is, volgens de meeste rechters niet opnieuw langs de rechtbank te passeren. Het is natuurlijk wel aangewezen dit nieuwe akkoord ook op papier te zetten, kwestie van de afspraak te kunnen bewijzen.

Is er geen akkoord, dan zal de ex-echtgenoot die de aanpassing wil verkrijgen, daarvoor langs de rechtbank moeten passeren, en daar een wijziging van de uitkering moeten vragen. Om die te kunnen krijgen, zal hij echter moeten kunnen aantonen dat er nieuwe omstandigheden voorliggen die een ingrijpende invloed hebben en onafhankelijk zijn van de wil van de partijen (bijvoorbeeld het kind of één van de echtgenoten werd ziek, de onderhoudsplichtige verloor zijn job, …). Want er was nu eenmaal een overeenkomst over de hoogte van de onderhoudsuitkering, die men niet zomaar opnieuw ter discussie kan stellen.

Men kan dus niet voor het minste van de rechtbank vragen dat die de onderhoudsuitkering aanpast. De omstandigheden zullen overigens alleszins ook onafhankelijk moeten zijn van de wil van de partijen. Het volstaat dus bijvoorbeeld niet dat de onderhoudsplichtige ontslag neemt en bij dezelfde werkgever in het zwart gaat werken om een vermindering van de onderhoudsuitkering te kunnen vragen. Of dat die in het buitenland gaat werken en daar een minder goed betalende job aanneemt. Discussie bestaat of een loutere verhoging van de inkomsten van de uitkeringsplichtige ouder (die verdient intussen bijvoorbeeld het dubbele van vroeger) in aanmerking mag worden genomen om een wijziging van de onderhoudsuitkering te vragen.

In de overeenkomst die naar aanleiding van de echtscheiding door onderlinge toestemming wordt gesloten, kunnen de echtgenoten zelf afspreken in welke gevallen de alimentatie voor de kinderen kan worden aangepast; het is alleszins aangewezen dat zo tewerk wordt gegaan. Op die manier kunnen immers latere discussies worden vermeden, en weten de echtgenoten op voorhand in welke gevallen zij een wijziging van de uitkering zullen kunnen vragen.

Door in de echtscheidingsovereenkomst al goede afspraken te maken, kunnen latere procedures tot wijziging van de uitkering worden vermeden. Zo kan men de onderhoudsuitkering koppelen aan de schommelingen van de index. Het verdient daarbij aanbeveling het indexcijfer waaraan men koppelt (gezondheidsindex of index der consumptieprijzen) duidelijk te omschrijven en de formule van aanpassing eveneens in de overeenkomst weer te geven.

Een tweede optie bestaat erin een variërend bedrag aan alimentatie op te nemen in functie van de leeftijd van het kind (bijvoorbeeld tot 6 jaar 4.000 frank of 99 Euro per maand, vanaf 6 tot 12 jaar 5.000 frank of 124 Euro en boven 12 jaar 6.000 frank of 149 Euro per maand). Een andere vaak opgenomen clausule heeft betrekking op de buitengewone kosten van levensonderhoud (bijvoorbeeld operaties, studiekosten, …).

Veelal wordt hier bepaald dat elk van de ouders voor de helft bijdraagt in die kosten. Om ook hier discussies te vermijden, wordt best omschreven wat precies onder buitengewone kosten wordt verstaan.

R. J.

Dinsdag 27 maart 2001.

 
 
Omhoog
 
 

Onderhoudsuitkering bij niet-gehuwde samenwonenden

In principe kunnen alleen echtgenoten aanspraak maken op hulpuitkering, krachtens "Art.213 Echtgenoten zijn jegens elkaar...hulp...verschuldigd",B.W.(=Burgerlijk Wetboek).

Uitzonderlijk geldt :'De vrederechter is bevoegd krachtens art.591,7° Ger.W. om kennis te nemen van de vordering tot onderhoudsuitkering tussen ongehuwd samenwonenden na de beëindiging van hun samenleving. Wanneer de man tijdens het samenwonen in hoge mate de financiële lasten van het huishouden droeg en instond voor het onderhoud van de vrouw, is dit een natuurlijke verbintenis die wordt omgevormd in een gerechtelijke verbintenis die in rechte afdwingbaar is', Vred.Gent 4 november 1996, A.J.T.(= Algemeen Juridisch Tijdschrift) 1996-97,323,noot JACOBS,K..

Ga volledigheidshalve naar (geconsolideerde wetgeving) in http://just.fgov.be/index_nl.htm . Onder 'Juridische aard'(driehoekje) vindt u de Wetboeken.

Bron : be.burgerrechten J. De Moor 24/11/2002 17:39


 
 
Omhoog
 
 

Stoppen met betaling van onderhoudsgeld

Rubriek Recht voor de vuist

Mr. P. Vanagt, advocaat

Uit De Volkswil van 5 april 2002

VRAAG

Graag had ik wat meer uitleg gekregen over het tijdstip waarop het betalen tot onderhoudsgeld normalerwijze stopt. Mijn man heeft uit een vorig huwelijk twee kinderen. Hij is gescheiden met onderlinge toestemming en er is een schriftelijk akkoord dat hij onderhoudsgeld blijft betalen tot de kinderen meerderjarig zijn, hun studie na die leeftijd beëindigen, huwen of over een volwaardig inkomen beschikken.

Betekent dit nu dat de kinderen meerderjarig moeten zijn en over een inkomen kunnen beschikken? Kan de alimentatie bijvoorbeeld stopgezet worden van het ogenblik dat de studie voltooid is en zij meerderjarig zijn, zelfs als zij nog niet over een volwaardig inkomen beschikken?

Antwoord :

Voor het bepalen hoe lang er alimentatie moet worden betaald voor kinderen gelden niet alleen de bepalingen van de overeenkomst die n.a.v. de echtscheiding door onderlinge toestemming door de ouders zijn overeengekomen maar uiteraard ook de wettelijke bepalingen en de belangen van het kind.

Het eenvoudig meerderjarig worden van het kind doet de onderhoudsplicht van de ouders niet stoppen. Het criterium is of de jongere in staat is of in staat moet zijn om in zijn of haar eigen onderhoud te voorzien. Dat kan uiteraard nog niet wanneer de jongere na 18 jaar te zijn geworden, zijn studies beëindigt maar nog niet over een volwaardig inkomen beschikt. Bijvoorbeeld in de wachttijd op werkloosheidsuitkeringen blijft de onderhoudsplicht verder lopen omdat het kind uiteraard onderhoudsbehoeftig blijft, ook al staat in de akte van echtscheiding door onderlinge toestemming uitdrukkelijk vermeld dat de onderhoudsplicht eindigt de eerste maand waarin het kind meerderjarig wordt en de studies zijn stopgezet.

Wanneer het kind huwt vervalt uiteraard de onderhoudsplicht van de ouders, ook al zou het kind nog niet over een volwaardig inkomen beschikken. Vanaf het huwelijk primeert immers de onderhoudsverplichting tussen de echtgenoten.

De vraag wat precies een volwaardig inkomen is, zal door de rechtbanken individueel geval per geval moeten worden beoordeeld indien er tussen de ouders geen akkoord tot stand komt.

Een werkloosheidsvergoeding dient normalerwijze te worden beschouwd als een volwaardig inkomen vermits het kind vanaf het ontvangen van een dergelijke vergoeding, alleszins beschikbaar is op de arbeidsmarkt. Voor andere personen wordt een werkloosheidsuitkering toch ook als een volwaardig inkomen beschouwd, hoewel dit in de praktijk ook niet altijd het geval is.

De stopzetting van de alimentatie moet niet altijd officieel worden aangevraagd bij een gerechtelijke instantie wanneer partijen ter zake een akkoord kunnen bereiken en ook bereid zijn dit op papier te zetten. Wanneer de stopzetting door de onderhoudsgerechtigde zou worden betwist, moet de beëindiging van betaling worden gevorderd voor de vrederechter die bevoegd is voor dergelijke geschillen. Intussen, terwijl de procedure bezig is, dient het onderhoudsgeld uiteraard verder te worden betaald. Indien de vrederechter dan het onderhoudsgeld met terugwerkende kracht zou afschaffen, moet het onverschuldigde betaalde bedrag uiteraard door de onderhoudsgerechtigde worden terugbetaald. Beroep tegen het vonnis van de vrederechter is mogelijk bij de rechtbank van eerste aanleg.

 
   
 
Laatste update : 20 september 2019 | Vragen welkom bij : Webmaster Top | Home