Informatie - Onderwijsaangelegenheden
 

Adviezen | Advocaat | Bank | Belastingen | Bestaansmiddelen | Detective | Deurwaarder | Echtelijke woning
Echtscheiding door onderlinge toestemming | Erfenis | Gezinnen | Gezinswoning | Gevoelens | Gevolgen echtscheiding
Geweld | Hulpverlening | Huwelijksplichten | Huwelijksstelsel | Jongeren na echtscheiding | Jurisprudentie Justitiehuizen | Kerk | Leven na scheidingNieuwe gezinsvormen | Nieuwe relatie | Nieuw-samengestelde gezinnen
Notaris | Omgangsrecht | Onderhoudsgelden | Onderwijsaangelegenheden | Ouderlijk gezag | Ouder-naam
Ouderschapsbemiddeling | Overlijden | Overspel | Procedure | Relaties | Samenwoning | Scheidingsbemiddeling Vaderschap bij scheiding | Vereffening en verdeling | Wetgeving | Woonstvergoeding


Artikels :
- Wie helpt kinderen en ouders door de scheidingsstorm? Leerkrachten - de school e.a.
- Filmpje van Klasse TV over school en gezinsvormen
- Heen-en-weer-leerlingen in Vlaamse scholen
- Omzendbrief: Ouderlijk gezag in onderwijsaangelegenheden NO/2005/01 (13AC) van 14 april 2005
- Vraag in het Vlaamse Parlement door Volksvertegenwoordiger Kathleen Helsen over de informatieplicht van scholen aan ouders - donderdag 29 september 2005
- Echtscheiding. Wat kun je als leraar of school doen?
- Echtscheiding / Nieuwe gezinnen - Ze zitten in elke klas
- Verslag van de studiedag School en Echtscheiding 20-11-2002 KUL Leuven
Omhoog
 

Wie helpt kinderen en ouders door de scheidingsstorm? Leerkrachten - de school e.a

Uit het boek "Een week mama - een week papa? Wat kinderen bij een scheiding ECHT nodig hebben" van Claire Wiewauters en Monique Van Eyken - Lannoo 2014.

Het boek, een echte handreiking, wordt uitvoerig voorgesteld op de pagina Informatie - Adviezen van deze site.

Uit deel III Wie helpt kinderen en ouders door de scheidingsstorm?

Dat zijn het bredere netwerk van familie en kennissen, de leerkrachten, de grootouders, familiale bemiddelaars.

"Enkele tips voor leerkrachten bij de ondersteuning op klasniveau

  • Creëer een open klasklimaat
  • Organiseer klasgesprekjes
  • Voorzie in je klasbibliotheek boekjes over scheiding en nieuwe gezinsvormen
  • Houd rekening met de complexiteit van gezinsrelaties bij feestdagen en het maken van cadeautjes
  • Ontwikkel lessen over relaties en emoties: bijvoorbeeld werken rond gevoelens op de basisschool, werken rond relatievorming in het secundair onderwijs
  • Geef extra tijd om toetsen en rapporten in te kijken.

blz. 182

De leerkracht als steun voor ouders?

Als leerkracht krijg je ook met ouders te maken. Soms komt de leerkracht in een moeilijke positie te zitten. Een ouder wil bijvoorbeeld zijn gelijk halen, en de leerkracht heeft het gevoel dat hij partij moet kiezen. Leerkrachten dreigen zo betrokken te raken in conflicten tussen ouders.

Een paar handvatten

  • Probeer in gesprekken met ouders niet de term ‘je ex’ te gebruiken, maar over de andere ouder te spreken, als ‘de moeder’ of ‘de vader’ van het kind. Zo appeleer je bij de ouders aan zijn positie als vader of moeder.
  • Breng het kind als kwetsbare schakel in beeld. Natuurlijk is het goed om eerst begrip te tonen voor de positie van de ouder. Luister ‘naar’ ouders en geef hun ruimte om hun verhaal te doen. ‘Ik begrijp dat deze situatie voor jou als vader erg moeilijk is.’ Daarna kun je als leerkracht te ouder helpen om door de ogen van het kind te kijken: ‘Ik maak me zorgen over je dochter. Ik merk dat…’
  • Geef feedback aan ouders hoe het met hun kind gaat. Mogelijk merk je als leerkracht bepaald gedrag op dat voor ouders verborgen blijft.
  • Weet dat ieder zijn waarheid heeft. Het is menselijk om partij te kiezen, maar probeer dat te vermijden.
  • Help ouders om kinderen buiten de strijd te houden, bijvoorbeeld door te wijzen op de negatieve gevolgen van conflicten voor het kind.
  • Verwijs ouders indien nodig naar instanties die verder kunnen helpen, zoals het Centrum voor leerlingenbegeleiding, een bemiddelaar, het Centrum Algemeen Welzijnswerk enzovoort.

blz. 183

Je rol als leerkracht op team- en schoolniveau

Natuurlijk sta je er als leerkracht niet alleen voor. Je werkt binnen een team van collega’s en bent ingebed in een school. Voor leerkrachten is het een grote steun als de school een beleid uitstippelt over de omgang met kinderen en ouders in scheiding.

Hierna volgen een aantal aspecten die in zo’n beleidsplan kunnen worden opgenomen:

  • De school zal steeds voorrang geven aan de positie van het kind.
  • De school verwacht van de ouders dat zij hen informeren over een (naderende) scheiding.
  • De school gaat met deze informatie op een discrete en gepaste manier om.
  • Wanneer de scheiding een feit is, verwacht de school dat de ouders hen informeren over de concrete regels en afspraken i.v.m. de gezagsregeling, verblijfsregeling en kostenregeling, voor zover dit relevant is voor de school.
  • De school verplicht zich om beide ouders blijvend te informeren over het functioneren en welbevinden van het kind op school.
  • De school is geen betrokken partij in juridische aangelegenheden.

Op veel scholen wordt dit beleid zichtbaar via het schoolreglement. In een schoolreglement kan dit bijvoorbeeld als volgt worden gecommuniceerd:

‘Scheiden is een emotioneel proces. Voor kinderen die deze “verliessituatie” moeten verwerken, wil de school een luisterend oor, openheid, begrip en extra aandacht bieden.’

Wanneer de ouders niet meer samenleven, maakt de school met beide ouders afspraken over de wijze van informatievoorziening en de manier waarop beslissingen over het kind worden genomen.

blz. 184."


 
Omhoog
 

Filmpje van Klasse TV over school en gezinsvormen - 10'08"

De Eerste Lijn 6: Nieuwe Gezinsvormen



Filmpje 10'08"



 
Omhoog
 

Heen-en-weer-leerlingen in Vlaamse scholen

Het fenomeen dat jonge kinderen om de week van school wisselen, spruit wellicht voort uit het feit dat ouders na echtscheiding niet de elementaire verstandhouding opbrengen om een regeling overeen te komen over de schoolkeuze. Dat is verwonderlijk in die gevallen waarbij een co-ouderschapsregeling geldt. Doorgaans ontstaat die op grond van wederzijdse instemming van de beide ouders. Het gebeurt dan wel dat de verstandhouding om wat voor omstandigheden ook nadien vertroebelt en dat kleuters naargelang van de week ze bij de een of de andere ouder verblijven naar een andere school gaan.

Bij een navraag van het Vlaamse onderwijsministerie bij 700 scholen bleek dat vijfentwintig scholen met het co-schoolschap te maken kregen. Bij nader toezien bleken er toch 17 scholieren die om de week van school verwisselden. 14 kinderen zaten in kleuterklasjes, 3 kinderen volgden de basisschool. Eén kind wisselde om de 3 weken van school.

Aan dit verschijnsel blijken heel wat nadelen vast te zitten. De communicatie met de ouders loopt in dergelijke gevallen vaak mank en ook praktische problemen m.b.t. het verwerken van de leerstof en de coördinatie komen voor. Veelal zijn er voor de kinderen zelf nogal wat pedagogische nadelen aan verbonden. Scholen zijn dan ook tegenstanders van dit verschijnsel.  

Ook het Vlaamse Parlement stelt nu paal en perk aan die co-schoolschapsituatie. In het recent goedgekeurde inschrijvingsdecreet (nov. 2011) zit een clausule waarin staat dat scholen vanaf het schooljaar 2013-2014 de opdracht krijgen om een inschrijving te weigeren “Een schoolbestuur weigert de inschrijving van een leerling die in de loop van hetzelfde schooljaar van school verandert, als deze inschrijving tot doel heeft of er in de feiten toe leidt dat de betrokken leerling in dat schooljaar afwisselend naar verschillende scholen zal gaan.”
(Art. 37octies.§ 2).

Deze maatregel zal ouders ertoe aanzetten om toch samen tot een schoolkeuze te beslissen voor hun kind. Lukt dat niet, dan zal de rechter jammer genoeg eens te meer via een procedure de knoop moeten doorhakken.

G.D.



 
 
 

Omzendbrief: Ouderlijk gezag in onderwijsaangelegenheden

Referentie : NO/2005/01 (13AC)
Publicatiedatum : (14/04/2005)
Wettelijke basis : Artikel 371-375bis van het burgerlijk wetboek van 21/3/1804
Opheffing : omzendbrief 13AC/WJ/SH van 22 januari 1997
Contactpersoon : Erik Moncarey, 02-553 65 54

Inhoud :
Titularissen en inhoud van het ouderlijk gezag.- Aangewezen procedures voor de scholen.- Informatieve omzendbrief aan de schooldirecties van het basis-, secundair en deeltijds kunstonderwijs en de directies van de centra voor leerlingenbegeleiding.

1. INLEIDING


De beslissingen over een minderjarige worden genomen door de personen die het ouderlijk gezag uitoefenen. Voor de school is het niet altijd evident te weten wie het ouderlijk gezag uitoefent of hoe en wanneer de school met hen best communiceert. Bovendien kan de gezinssituatie wijzigen in de loop van de schoolloopbaan. De ouders verwachten dan meestal dat ook de school met deze wijzigingen rekening houdt, pedagogisch en administratief-organisatorisch.


Deze omzendbrief wil u informeren over het ouderlijk gezag en over de beste handelwijze bij contacten met de ouders. De concrete toepassing van deze principes blijft de verantwoordelijkheid van het schoolbestuur. Het departement Onderwijs staat niet in voor de handhaving of sanctionering van deze rechten en plichten.


In de communicatie met de meeste gezinnen stellen zich geen problemen. Beide ouders nemen de beslissingen betreffende het onderwijs samen en vragen zo nodig ook de instemming van hun kind. Ook als maar één persoon het ouderlijk gezag heeft, is er weinig kans op betwisting van zijn of haar beslissingen betreffende het onderwijs en recht op informatie van de school. In de meeste gevallen zal gezond verstand volstaan en is het niet nodig om de ouders met bijkomende formaliteiten te belasten.


Moeilijkheden ontstaan vooral tijdens en na echtscheidingsprocedures. Uiteraard is het in de eerste plaats de verantwoordelijkheid van de ouders om de gezamenlijke opvoeding van hun kinderen te organiseren, daarover onderlinge afspraken te maken en een goede communicatie te onderhouden.


2. Titularissen van het ouderlijk gezag 1

2.1. OUDERS

In principe zijn de beide oudersvan een minderjarige gezamenlijk verantwoordelijk voor de opvoeding van hun kind (co-ouders). Zij hoeven daarvoor niet gehuwd te zijn of samen te wonen, maar dat zal in de regel wel het geval zijn. Zij nemen solidair de beslissingen betreffende het onderwijs aan hun kind. Eén van de ouders (vader of moeder) kan namens beide ouders optreden tegenover derden die "te goeder trouw" zijn, op basis van een vermoeden van akkoord. 2 Welke personen "te goeder trouw" zijn, is een feitenkwestie die per individueel geval beoordeeld moet worden, desnoods door een rechtbank. De school mag dus de beslissingen (zoals de inschrijving) van één van de ouders uitvoeren, tenzij de school weet dat de andere ouder het er niet mee eens is. In het laatste geval moet de school weigeren de beslissing uit te voeren, zonder uitdrukkelijk akkoord van de andere ouder.


Een rechtbank kan beslissen dat één van de (gescheiden) ouders het exclusief ouderlijk gezag krijgt. Deze exclusieve ouder heeft, met uitsluiting van de andere, het gezag over de opvoeding en de goederen van het kind. Bovendien heeft hij of zij (meestal) het kind feitelijk bij zich en neemt hij of zij de beslissingen over de school- en studiekeuze en de keuze godsdienst of zedenleer of vrijstelling. In dat geval moet de school een inschrijving door de andere ouder weigeren.


De rechtbank bepaalt meestal, eventueel op voorstel van de ouders, een tussenoplossing waarbij bepaalde beslissingen met instemming van beide ouders moeten worden genomen en voor het overige één ouder alleen verantwoordelijk is. 3


De rechtbank kan ook één of beide ouders volledig of gedeeltelijk ontzettenuit het ouderlijk gezag. In dat geval heeft de betrokken ouder geen beslissings- of toezichtsrecht meer, maar wel nog de onderhoudsplicht. De niet-ontzette ouder of een aangestelde "provoogd" oefent het gezag over de minderjarige uit. 4


2.2. Voogden


Wanneer een minderjarige geen ouders (meer) heeft, wordt een voogd aangesteld. 5 De voogd vertegenwoordigt dan de minderjarige 6 en het ouderlijk gezag wordt vervangen door het voogdijgezag. De school voert de beslissingen van de voogd uit en informeert de voogd zoals andere ouders.


2.3. Pleegvoogdij en bijzondere plaatsingsinstituten


Pleegvoogden hebben niet alle rechten en verplichtingen die voortvloeien uit het ouderlijke gezag of het voogdijgezag. Het ouderlijk gezag of het voogdijgezag blijft in dit geval bij de ouders of voogd. De pleegvoogden oefenen wel enkele prerogatieven van de ouders of voogd uit, zoals het recht van bewaring, als de minderjarige bij hen woont 7 en ze hebben een onderhoudsplicht 8.


De zeldzame pleegvoogdij staat los van de meer gangbare gezinsplaatsing in een feitelijk pleeg-, gast- of opvanggezin, dat geen wettelijk gezag of statuut kent. 9


In de praktijk communiceert de school met de pleegvoogden of het pleeggezin over de praktische zaken. De ouders nemen evenwel de beslissingen, die eventueel via de pleegvoogden of het pleeggezin aan de school gecommuniceerd kunnen worden.


Geplaatste minderjarigen 10 staan onder toezicht van de jeugdrechtbank, via de sociale dienstvan de Vlaamse Gemeenschap. 11


2.4. Meerderjarigen en ontvoogde minderjarigen


Meerderjarigen en ontvoogde minderjarigen zijn zelf verantwoordelijk voor hun daden. Zij nemen zelf de beslissingen betreffende hun onderwijs en kunnen zelf de documenten met betrekking tot hun schoolloopbaan ondertekenen.


Een leerling is meerderjarig vanaf de leeftijd van 18 jaar. 12


Een minderjarige is ontvoogd als hij of zij huwt of door een beslissing van de jeugdrechtbank. Er is dan wel een curator van rechtswege (de meerderjarige echtgenoot of echtgenote) of er wordt een curator aangesteld. 13


In de praktijk heeft de curator vooral bevoegdheden over het vermogen en minder over de persoon van de ontvoogde minderjarige. De school kan met de ontvoogde minderjarige communiceren en overleggen.


Een meerderjarige die in staat van verlengde minderjarigheid is verklaard, wordt gelijkgesteld met een minderjarige. 14


2.5. Feitelijke bewaring


Personen of instellingen kunnen de leerling feitelijk onder hun bewaring hebben, zonder enig ouderlijk gezag. Dit is het geval bij gezinsplaatsing of plaatsing in een instelling, opvoeding door de grootouders of andere familieleden,...


In verschillende bepalingen in het onderwijsrecht wordt het begrip ouders gedefinieerd als: "de personen die het ouderlijk gezag uitoefenen of in rechte of in feite de minderjarige onder hun bewaring hebben". 15


De "personen die het ouderlijk gezag uitoefenen" zijn de (beide) ouders, voor zover ze niet uit het ouderlijk gezag ontzet zijn. De "personen die in rechte de minderjarige onder hun bewaring hebben" zijn bijvoorbeeld de pleegvoogden.


De "personen die in feite de minderjarige onder hun bewaring hebben" zijn niet de personen die een minderjarige occasioneel onder hun hoede hebben, maar wel de pleeg- of stiefouders bijvoorbeeld, die het kind werkelijk bij zich opvoeden.


Hoewel zij geen ouderlijk gezag hebben, worden zij in het onderwijsrecht soms met de ouders gelijkgesteld en krijgen zij voor de toepassing van die bepalingen dezelfde rechten.


In dat geval kan de school in afwijking op het ouderlijk gezag met deze personen overleggen voor de toepassing van de berokken bepalingen uit de onderwijswetgeving.


3. Recht van opvoeding


Het recht van opvoeding omvat het recht van zorg of dagelijkse opvoeding en het beslissingsrecht, onder meer over taal, school, onderwijsrichting, beroep. Het is een recht dat voorbehouden is aan de titularissen van het ouderlijk gezag, als onderdeel van het gezag over de persoon van de minderjarige.


Dit recht impliceert voor de school dat de titularissen van het ouderlijk gezag beslissingsrecht hebben met betrekking tot een aantal sleutelmomenten in de schoolloopbaan, zoals:


- de school- en studiekeuze;

- de inschrijving;

- kennisname van of akkoord met het schoolreglement;

- informatie over jaarprogramma, aanpak van de school, ...;

- keuze of vrijstelling van levensbeschouwelijke vakken;

- keuze moedertaal en tweede taal;

- weigering van leerlingenbegeleiding;

- toestemming extra-muros-activiteiten;

- lidmaatschap ouderverenigingen;

- kiesrecht voor en stemrecht in bestuurs- of medezeggenschapsorganen;

- orde en tucht, uitsluiting, ...;

- klachten en vertegenwoordiging in rechte in interne beroepsprocedures en gerechtelijke procedures;

- evaluatie en bespreking van de leerling;

- attestering;

- schoolverandering en verwijzing buitengewoon onderwijs.


Om dat recht van opvoeding te respecteren is het aanbevolen hiermee rekening te houden in een aantal procedures.


In ieder geval is bij de inschrijving enige waakzaamheid geboden. De omzendbrief NO/205/SH/AS/MPV van 10 november 1983: "Inschrijving van leerlingen in onderwijsinrichtingen" bepaalt welke documenten de inschrijver voor kan leggen om de identiteit van de leerling te bevestigen.


In geval van twijfel over de identiteit van de inschrijvende (vermeende) ouder en/of van de relatie tot de leerling kan de school telefonisch contact nemen met de bevolkingsdienst of de vorige school of kunnen bijkomende documenten zekerheid verschaffen. 16


De beste garanties biedt de gezamenlijke inschrijving door beide ouders. Een afzonderlijke inschrijving door de ouder die de leerling feitelijk bij zich heeft, met machtiging of instemming van de andere ouder is een goed alternatief.


Maar een afzonderlijke inschrijving kan ook zonder een uitdrukkelijke machtiging of instemming van de andere ouder. Het is dan van belang om uitdrukkelijk, maar tactvol te vragen naar de gezinssituatie, meer bepaald of de ouders co-ouders zijn. In dat laatste geval moet de school op gelijke wijze met beide ouders overleggen en communiceren.


Als de school op de hoogte is van onenigheid, bijvoorbeeld door ervaring met een broer of zus, vraagt u toch best de uitdrukkelijke instemming van beide ouders.


De inschrijving 17 (of de periode onmiddellijk daarna) is ook het beste moment om afspraken te maken over de bepaling van "het gezinshoofd", over de communicatie (in persoon, via de leerling, via de post, telefoon, e-mail, ...) met alle belanghebbenden (ouders, grootouders, stiefouder, pleegouders, ...), over de familiale verzekering en over het adres voor de facturen. Deze afspraken kunnen dan verder worden gerespecteerd tot de overgang naar een andere school of tot ze worden gewijzigd, op initiatief van de (bij voorkeur beide) co-ouders of van de exclusieve ouder. Bij twijfel laat u best deze afspraken nog eens schriftelijk bevestigen. Als de ouders bij de inschrijving twee verschillende adressen opgeven, zal de briefwisseling naar beide adressen moeten gestuurd worden, tenzij de ouders hiervan uitdrukkelijk willen afwijken.


Het schoolreglement is een ideaal instrument om het gezinsbeleid in het algemeen van de school te expliciteren en om vooraf te bepalen hoe de communicatie met de ouders in de regel verloopt. Bij de inschrijving moeten de school en de ouders dan enkel bijkomende afspraken maken die wenselijk of vereist zijn door de specifieke gezinssamenstelling.


4. Recht van toezicht


Als één van de (gescheiden) ouders het exclusief ouderlijk gezag krijgt, heeft de andere ouder het recht op toezicht. Dit houdt onder meer in dat hij of zij geïnformeerd moet worden over de opvoeding van het kind (schoolresultaten, oudercontacten, leerlingenbegeleiding, ...) en dat hij of zij bij de jeugdrechtbank of de kortgedingrechter een verhaalrecht heeft tegen beslissingen van de exclusieve ouder. De school zelf kan absoluut niet in de rol van rechter worden gemanoeuvreerd.


Het recht van de toeziende ouder of voogd op toezicht op de opvoeding van de leerling en het recht op objectieve informatie hierover is niet afhankelijk van de goedkeuring van de exclusieve ouder en kan niet beperkt worden op grond van praktische bezwaren.


In elk geval (behoudens ontzetting uit het ouderlijk gezag) en dus ook zonder co-ouderschap moet de school beide ouders informeren over schoolresultaten, begeleidingsactiviteiten, oudercontacten, informatievergaderingen, bevoegd centrum voor leerlingenbegeleiding, schoolfeesten, enzovoort (actieve informatieplicht). Als een tuchtprocedure wordt gestart tegen de leerling, moeten beide ouders op de hoogte gebracht worden.


De school kan niet automatisch veronderstellen dat de informatie beide ouders bereikt, maar kan wel met de ouders afspreken dat informatie, zoals de klasagenda, via de ene ouder bij de andere ouder terecht komt. De school zal ook zoveel mogelijk alle informatie die de leerling meekrijgt dubbel of parallel aanbieden.


Ondanks dergelijke afspraak mag de school de informatie niet weigeren als de andere ouder daarom vraagt (passieve informatieplicht). 18 Dit betekent niet dat de school verplicht is vragen te beantwoorden die onredelijke eisen qua tijd en middelen stellen, zoals het opstellen van een verslag of het invullen van een vragenlijst.


Ook familieleden hebben recht op informatie. De grootouders en iedereen die een bijzondere affectieve band aantoont (de stief- of pleegouder, broers en zussen bijvoorbeeld), hebben in principe recht op persoonlijk contact met de leerling. Bij gebrek aan overeenkomst, beslist de jeugdrechtbank. 19 Meer algemeen wijs ik er op dat de onderwijsinstellingen ook onderworpen zijn aan de openbaarheid van bestuur. 20


5. Betwistingen


De ouder die niet aanwezig was bij de inschrijvingdoor de andere ouder en die deze inschrijving niet wil aanvaarden, kan verhaal aantekenen bij de rechter. De leerplichtige leerlingen moeten uiteraard aanwezig zijn op de school waar ze ingeschreven zijn. 21


Als een co-ouder of exclusieve ouder de leerling in een tweede school inschrijft en deze school de formaliteiten inzake schoolverandering vervult, zoals de verwittiging van de eerste school, is de leerling een regelmatige leerling in de laatste school. Een leerling die in twee scholen ingeschreven is, is geen regelmatige leerling. 22


De school aanvaardt evenwel geen beslissing van een co-ouder, als de andere co-ouder zich daar uitdrukkelijk tegen verzet heeft. Het behoort niet tot de taak van de school om de andere co-ouder te vragen naar zijn of haar intenties hiertoe. De school moet steeds uitgaan van een vermoeden van instemming. De school komt niet tussen in de echtelijke betwistingen en respecteert het ouderlijk gezag en de beslissingen die de co-ouders genomen hebben toen ze het vermoedelijk nog eens waren.


De school zelf kan absoluut niet in de rol van rechter worden gemanoeuvreerd. Als de ouders hun kind in verschillende scholen willen inschrijven, kan de school niet trancheren. Het kind is dan ingeschreven tot uit de feiten het tegendeel blijkt.


Als een ouder zich niet kan verzoenen met een beslissing van of informatieaan de andere ouder en de school met de beide ouders geen overeenstemming kan bereiken, kan de school de ouders verwijzen naar het centrum voor leerlingenbegeleiding, dat in het kader van zijn draaischijffunctie, na onderzoek, de ouders verder kan doorverwijzen. Dit alles ontslaat de school echter niet van haar verantwoordelijkheid om eventuele onwettelijke situaties te melden aan de bevoegde instanties. De school licht de beide ouders hiervan vooraf in.


Het Kinderrechtencommissariaat is bevoegd om klachten te onderzoeken van zowel het kind, als de ouders of een derde betreffende de toepassing van het internationaal verdrag van 20november 1989 inzake de rechten van het kind. 23


In het uiterste geval beslist de jeugdrechtbank 24 wie de beslissing mag nemen of de jeugdrechtbank beslist zelf, in het belang van het kind, en zo nodig na het kind zelf te hebben gehoord 25.


Bij geschillen tussen een minderjarige leerling en zijn of haar ouders, hebben de ouders het laatste woord, onverminderd hun wederzijdse plicht tot respect 26. Een minderjarige kan (formeel) zelf de rechtbank niet vragen om tussen te komen.


6. Bijkomende opmerkingen

6.1. Naamsverandering


Door adoptie krijgt de geadopteerde de naam van de adoptant. 27


De naam kan ook veranderen als de vader het kind pas erkent na de geboorteaangifte door de moeder. 28


Ook na een echtscheiding of de nieuwe samenstelling van het gezin kan de leerling (via zijn wettelijke vertegenwoordiger) aan de Federale Overheidsdienst Justitie vragen om zijn naam te veranderen. Die naamsverandering is geen recht en kan maar uitzonderlijk onder de wettelijk bepaalde voorwaarden worden toegestaan. 29


De Koning kan de naamsverandering uitzonderlijk toestaan als hij meent dat het verzoek op ernstige redenen steunt. Adopties, scheiding en wettiging van kinderen zijn geldige redenen.


Het koninklijk besluit wordt in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd. Zestig dagen na de publicatie wordt de naamsverandering definitief, maar ze heeft pas gevolgen op de dag van de overschrijving in de registers van de burgerlijke stand. Vanaf dan kunnen de bevolkingsregisters en de identiteitskaart, identiteitsstuk of identiteitsbewijs worden aangepast.


Deze naamsverandering wijzigt op zich niets aan het ouderlijk gezag.


6.2. Privacy


Om de privacy van de leerling en zijn familie niet te schenden is het aangeraden om de inlichtingen over het gezin bij de inschrijvende ouder of ouders zelf te verzamelen.


De onderwijsinstellingen moeten uiteraard de wetgeving inzake de privacy naleven en discreet zijn met de informatie in de leerlingenadministratie, het leerlingvolgsysteem en/of het leerlingendossier. 30


Het is daarbij belangrijk sober en ter zake te zijn en het inzage- en verbeteringsrecht van de leerling en de ouders te respecteren. Voor bewaring in het administratief dossier volstaan veelal de identiteit en communicatiegegevens van de persoon of personen die beslissingen mogen nemen en de identiteit en communicatiegegevens van de persoon of personen die op de hoogte moeten worden gehouden. Op die manier blijft de informatie ook langer actueel. De officiële documenten kunnen na controle worden teruggegeven. De informatie wordt overbodig na de uitschrijving.


6.3. Informatie voor ouders en leerkrachten


Ouders vinden informatie over het bovenstaande in de brochure "Gids voor ouders met kinderen in het basisonderwijs". 31 Deze brochure is ook beschikbaar in het standaard Arabisch, Engels en Turks. Er is ook een "Gids voor leerlingen secundair onderwijs" 32, waarvan ook vertalingen gepland zijn. De cel Publicaties Onderwijs is bereikbaar via onderwijspublicaties@vlaanderen.be,

telefoonnummer 02-553 66 53 of faxnummer 02-553 66 54.


Leerkrachten vinden hulp in de fiche 13 "Echtscheiding/nieuwe gezinnen" in de reeks "de eerste lijn" van Klasse 33, in de studie "Nieuwe gezinsvormen en onderwijsparticipatie in Vlaanderen" in opdracht van het departement Onderwijs 34 en in de brochure "Leven in een eenoudergezin - Getuigenissen van ouders en kinderen" (redactie Bea Bossaerts), waarvan elke leerkracht in het basisonderwijs een gratis exemplaar kreeg 35.


- (1): Opgelet: wat volgt is een beknopte schets van het huidig juridisch kader sinds 3 juni 1995, dat overigens grotendeels een federale materie is. Het is onvolledig en voor de leesbaarheid is een vereenvoudigde terminologie gebruikt. Het is dan ook niet dienstig om een juridische argumentatie op te bouwen.

- (2): Artikelen 373 en 374, eerste alinea van het Burgerlijk Wetboek.

- (3): Artikel 374, tweede en volgende alinea's van het Burgerlijk Wetboek.

- (4): Artikelen 32-34 van de wet van 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming.

- (5): Artikelen 389 en 405 en volgende van het Burgerlijk Wetboek.

- (6): Artikel 405 van het Burgerlijk Wetboek.

- (7): Artikel 475quater van het Burgerlijk Wetboek.

- (8): Artikel 475bis, eerste lid van het Burgerlijk Wetboek.

- (9): Zie o.m. de op 4 april 1990 gecoördineerde decreten inzake bijzondere jeugdbijstand.

- (10): Artikel 37, § 2, 4°, van de wet van 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming; besluit van de Vlaamse regering van 27 juni 1990 waarbij de voorwaarden worden vastgesteld waaronder in bepaalde Gemeenschapsinstellingen voor observatie en opvoeding en in onthaal- en oriëntatiecentra en in de observatiecentra, ressorterend onder de bijzondere jeugdbijstand, aan de leerplicht kan worden voldaan.

- (11): Artikel 42 van de wet van 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming.

- (12): Artikelen 388 en 488 van het Burgerlijk Wetboek.

- (13): Artikelen 476-486 van het Burgerlijk Wetboek.

- (14): Artikel 487bis van het Burgerlijk Wetboek.

- (15): Zie onder meer artikel 3, 41° van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997.

- (16): Ter illustratie: identiteitskaart of paspoort met foto en geboortedatum, identiteitsbewijs min-twaalfjarigen, militair (NAVO) of enig ander identiteitsbewijs, SIS-kaart, EU-verblijfskaart, attest van immatriculatie, verblijfs- of vestigingsvergunning, uittreksel uit de registers van de burgerlijke stand, zoals het bevolkingsregister, het vreemdelingenregister of wachtregister, getuigschrift van woonst, bewijs van nationaliteit, samenstelling van het gezin, akte van bekendheid, adoptie- of voogdijakte, schriftelijk akkoord van co-ouder, vonnis houdende regeling van of ontzetting uit het ouderlijk gezag, ...; zie ook de omzendbrief van 7 oktober 1992 betreffende het houden van de bevolkingsregisters en het vreemdelingenregister, B.S., 15 oktober 1992, in het bijzonder deel I, punt 28 en deel III, punt 68.

- (17): Zie voor het basisonderwijs ook de omzendbrief BaO/2002/01 van 8 februari 2002: "informatie bij eerste inschrijving en schoolreglement".

- (18): Zie ook de nieuwsbrieven van 27 november 2002 ("Echtscheiding leeft door op school") en van 4 september 2002 ("Informatierecht van ouders") van Schooldirect: http://schooldirect.vlaanderen.be.

- (19): Artikel 375bis van het Burgerlijk Wetboek.

- (20): Decreet van 26 maart 2004 betreffende de openbaarheid van bestuur, B.S., 2 juli 2004, http://www.vlaanderen.be/openbaarheid.

- (21): Artikel 3, § 1 van de wet van 29 juni 1983 betreffende de leerplicht.

- (22): Zie de artikelen 20 tot en met 24 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, de omzendbrief BaO/97/12 van 17 juni 1997 "Schoolveranderen", artikel 48, 2° van het decreet van 31 juli 1990 betreffende het onderwijs-II, het besluit van de Vlaamse regering van 19 juli 2002 betreffende de organisatie van het voltijds secundair onderwijs en de omzendbrieven SO/2002/06 van 15 augustus 2002: "Afwezigheden en in- en uitschrijvingen in het voltijds gewoon secundair onderwijs", SO/2002/07 van 15 augustus 2002: "Afwezigheden en in- en uitschrijvingen in het deeltijds beroepssecundair onderwijs" en SO/2002/05/buso van 15 augustus 2002: "Afwezigheden en in- en uitschrijvingen in het buitengewoon secundair onderwijs".

- (23): Artikel 6 van het decreet van 15 juli 1997 houdende oprichting van een Kinderrechtencommissariaat en instelling van het ambt van Kinderrechtencommissaris.

- (24): Artikel 373, derde alinea van het Burgerlijk Wetboek.

- (25): Artikel 56bis van de wet van 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming.

- (26): Artikel 371 van het Burgerlijk Wetboek.

- (27): Artikel 353-1 van het Burgerlijk Wetboek.

- (28): Artikel 335 van het Burgerlijk Wetboek.

- (29): Artikel 2 en volgende van de wet van 15 mei 1987 betreffende de namen en voornamen.

- (30): Zie onder meer de omzendbrief 13AD/CLB/O/01/1 van 21 juni 2001: "Het multidisciplinair dossier in de Centra voor Leerlingenbegeleiding".

- (31): http://www.ond.vlaanderen.be/basisonderwijs/ouders/gids.htm.

- (32): http://www.ond.vlaanderen.be/gidsvoorleerlingen.

- (33): http://www.klasse.be/specials/specials.taf?doc=eerstelijn.

- (34): http://www.ond.vlaanderen.be/obpwo/projecten_1999/colpin_9907.htm; zie ook de nieuwsbrief van 13 maart 2002 van Schooldirect ("Schoolbeleid rond gezinsvormen"), http://schooldirect.vlaanderen.be.

- (35): Zie Klasse nr. 111, p. 18


 
Omhoog
 

Vraag om uitleg van Vlaams volksvertegenwoordiger Kathleen Helsen aan de heer Frank Vandenbroucke, Vlaams minister van Werk, Onderwijs en Vorming, over de zin van een wettelijke informatieplicht van scholen ten aanzien van ouders

Deze vraag werd door Mevrouw Kathleen Helsen gesteld in de Onderwijscommissie van het Vlaamse Parlement op donderdag 29 september 2005 in de namiddag

Wanneer ouders van een minderjarig kind samenleven, oefenen zij het ouderlijke gezag over het kind gezamenlijk uit. Dat is het principe van het co-ouderschap, dat is ingevoerd met de wet van 13 april 1995. Volgens de wet mogen derden die te goeder trouw zijn, ervan uitgaan dat elke handeling die gesteld wordt door een van beide ouders m.b.t. hun kind, mét toestemming van de andere ouder gebeurde.

Hetzelfde geldt, wanneer ouders niet (meer) samenleven. Dan moet er wel een verblijfs- en omgangsregeling getroffen worden voor het minderjarige kind.

In de beide scenario’s (geval van samenleven én geval van niet-samenleven) geldt het bovenvermelde vermoeden niet meer voor derden die weten of vermoeden dat beide ouders het niet eens zijn over een bepaalde beslissing over de opvoeding van hun minderjarig kind. Dan moet de school namelijk de toestemming aan beide ouders vragen. Denk concreet bv. aan zaken als inschrijving in een school, de keuze tussen godsdienstles of zedenleer, meedoen aan een bepaalde activiteit, enz. Zulke beslissingen van ouders over het schoolleven van hun kinderen impliceren dat beide ouders informatie krijgen van de school over het schoolleven van die kinderen.

Daar zit nu in de praktijk blijkbaar een probleem: er bestaat discussie over de precieze interpretatie van de derden die te goeder trouw zijn. Met andere woorden, het is niet duidelijk welke voorwaarde vervuld moet zijn opdat de school redelijkerwijs kan weten/vermoeden dat er geen eensgezindheid (meer) is tussen de betrokken ouders. Daardoor is het op dit ogenblik dus niet duidelijk voor scholen of zij in een bepaald geval beide ouders moeten informeren en aan beiden concrete toestemming moeten vragen of niet.

Daarom graag deze vragen aan de minister:

1. Heeft de minister er weet van of zich in verband met al of niet samenwonende ouders, de vermelde omgangsregelingen en de ermee gepaarde gaande nood aan informatie van de school voor de beide ouders veel problemen voordoen?
2. Is volgens de minister het invoeren van een wettelijke informatieplicht van de scholen ten aanzien van de beide ouders een werkbaar instrument om die problemen op te lossen? Waarom wel/waarom niet?
3. Ziet hij eventueel andere en betere instrumenten om dat doel te bereiken?


Kathleen Helsen
Vlaams Volksvertegenwoordiger
9 september 2005

Antwoord van Minister Frank Vandenbroucke

Vooreerst wil ik benadrukken dat de wetgeving inzake het co-ouderschap behoort tot het personen- en familierecht, waarvoor de gemeenschappen niet bevoegd zijn. De scholen worden verondersteld deze federale wetgeving te respecteren, net als elke andere persoon of instantie die informatie heeft of beslissingen neemt die van belang zijn bij de opvoeding van een minderjarige.

1. Het departement wordt regelmatig gecontacteerd door ouders die niet worden
geïnformeerd over schoolresultaten, of over andere belangrijke beslissingen, of
die gewoon niet op de hoogte zijn van de school waar hun kind is
ingeschreven. Het departement brengt de school en de betrokken ouder met
elkaar in contact en wijst de school op haar verplichtingen terzake. Een
omzendbrief van de administratie van 14 april 2005, die een eerdere
omzendbrief actualiseerde, heeft de plichten van de scholen ingevolge ouderlijk
gezag gedetailleerd en aan de hand van concrete gevallen uitgelegd. Ook de
interpretatie van het begrip "derden die te goeder trouw zijn" wordt aan de
hand van voorbeelden uitgelegd. Zo zal een schoolbestuur dat weet dat een
bepaald stel ouders onenigheid heeft gehad over schoolkeuze, keuze van
levensbeschouwelijk vak,... bij de inschrijving van een jongere broer of zus
zich moeten verzekeren van het akkoord van beide ouders. Doen ze dat niet,
dan hebben ze gehandeld in strijd met de verplichting te goeder trouw te
handelen.

2. en 3. De informatieplicht van scholen ten aanzien van beide ouders is een
uitvloeisel van keuzes binnen het personen- en familierecht waarvoor de Vlaamse regering geen bevoegdheid heeft. Toch ben ik van mening dat het een terechte maatschappelijke keuze is om het beginsel van co-ouderschap te vestigen en om daaruit een informatierecht voor beide ouders af te leiden. In de bovenvermelde omzendbrief wordt de suggestie gedaan dat scholen bij de inschrijving zouden proberen om afspraken te maken met de ouders rond de informatiestroom. In het schoolreglement kan worden uitgelegd hoe de communicatie met ouders in de regel verloopt, en kunnen ouders worden uitgenodigd met de school bijkomende afspraken te maken die wenselijk of noodzakelijk zijn door de gezinssituatie. Het einddoel blijft de informatie van beide ouders, en de school heeft dus niet het recht zich aan haar verplichtingen te onttrekken omdat dit bijkomende administratieve lasten en kosten met zich meebrengt.

 
 
Omhoog
 

Echtscheiding. Wat kun je als leraar of school doen?

In Nederland zijn er 180 echtscheidingen per 24 uur. Hier zijn  jaarlijks 63.000 kinderen bij betrokken. De cijfers zijn gebaseerd op ouders die officieel getrouwd waren en ouders die samenwoonden. 90% van de kinderen heeft problemen met de verwerking van de scheiding. Op school is dit ook merkbaar. Leerlingen worden bijvoorbeeld stil of ze vertonen juist agressief gedrag. Vaak hebben ze moeite zich te concentreren in de klas. De schoolprestaties kunnen achteruit gaan.
De school is vaak voor de leerlingen een veilige stabiele omgeving. Daarom moet de school er alles aan doen om ‘veilig’ te blijven voor de leerling waarvan de ouders gaan scheiden.

Wat kun je als leraar/school doen?
· Houd beide ouders op de hoogte van de ontwikkelingen van hun kind, bijvoorbeeld over ouderavonden en tienminutengesprekken.
· Kies bij conflicten geen partij (word geen hulpverlener).
· Zorg dat je goed op de hoogte bent van wanneer het kind naar welke ouder gaat.· Leer andere kinderen omgaan met verschillende gezinsvormen. Laat ze respect en begrip tonen voor andere thuissituaties.
· Geef het kind wat extra persoonlijke aandacht.
· Luister goed naar het kind maar dwing het niet over de scheiding te praten.
· Maak er geen grote zaak van wanneer de leerprestaties een tijdje wat minder zijn.

Het is belangrijk dat de leerkracht weet wat er in een kind omgaat waarvan de ouders in scheiding liggen. Zo kan de leerkracht goed inspelen op situaties die hiermee te maken hebben:
· Kinderen hebben het gevoel dat de scheiding (mede) hun schuld is. Door de schuld naar zich toe te trekken, probeert het kind greep te krijgen op de verwarrende situatie.
· Kinderen zijn soms bang dat de ouder bij wie ze wonen óók weggaat. Kinderen betwijfelen of de ouders nog wel van hen houden en vragen extra aandacht. Door zich vervelend, brutaal of juist heel lief te gedragen, testen ze de liefde van de ouders uit.
· Kinderen schamen zich ervoor dat hun ouders gescheiden zijn. Ze durven er niet met anderen over te praten uit angst om gek of zielig gevonden te worden. · Kinderen hebben vaak het gevoel dat ze voor één van de ouders moeten kiezen. Dat kunnen ze niet, want ze houden vaak van allebei. Kinderen zijn in veel gevallen bang dat ze één van de ouders verdriet of te kort doen.

Veel scholen werken met een echtscheidingsprotocol (zie bijlage). Hierin worden afspraken tussen de school en de ouders vastgelegd zodat problemen niet steeds ad hoc opgelost worden maar afspraken op papier al zijn vastgelegd. Bij wet is er op dit gebied maar één ding vastgelegd en dat is ‘de verplichting van school om beide ouders van informatie te voorzien over de ontwikkeling van hun kind op school’. Zelfs dat loopt vaak niet conform de regelgeving. Kortom, een school doet er goed aan om rekening te houden met gescheiden ouders, ouders en scholen moeten weten waar ze aan toe zijn.

Scholen kunnen gebruik maken van externe organisaties (zie links) om alle partijen te begeleiden tijdens een scheiding.

Bijlagen

Gescheiden ouders zorgen vaak voor lastige situaties op school. Hoe ga je hier als school mee om? Problemen met ouders worden vaak ad hoc opgelost. Het zou mooi zijn als de school de problemen voor is door bijvoorbeeld een scheidingsprotocol in te voeren.

Pieter Vermeulen heeft een voorbeeldprotocol gemaakt die scholen kunnen gebruiken wanneer ouders gaan scheiden. Er wordt hierin van alles vastgelegd om duidelijkheid te geven aan alle partijen en problemen te voorkomen.

Gerelateerde video:





Kind van gescheiden ouders in de klas
(6'09")







Bron: Leraar 24

 

 
Omhoog
 
Echtscheiding / Nieuwe gezinnen - Ze zitten in elke klas...

Wat zich in het gezinsleven van de leerlingen afspeelt is strikt gesproken niet uw zaak. Maar 'thuis' eindigt niet aan de schoolpoort. Leerlingen brengen hun rugzak met zorgen mee naar de klas. Als ouders scheiden, scheidt de school mee. Ouders merken vlug het verschil tussen de eerlijke zorg van de school en sensatie- of bemoeizucht.


In Klasse voor leerkrachten - Trefpunt - Archieven:

Niet enkel een rijk informatief artikel, maar ook vele koppelingen naar bijzonder veel informatie rond school, kinderen, gezinnen en scheiding.

Klik op de volgende link:

http://www.klasse.be/archieven/archieven.taf?actie=detail&nr=4282


 
Omhoog
 

Verslag Studiedag School en Echtscheiding

Vliebergh-Senciecentrum van de Katholieke Universiteit Leuven
20 november 2002

Voor een gevulde promotiezaal van de Leuvense universiteit verwelkomde Prof. Dr. Michaël Goethals, directeur van het Vliebergh-Senciecentrum, de aanwezigen. Er waren directeurs van schoolinstellingen, leerlingenbegeleiders, leden van de CLB's, sociale werkers, leraren en leraressen aanwezig.

In de voormiddagzitting waren er vier lezingen :

Prof. Dr. Patrick Senaeve van de Faculteit Rechtsgeleerdheid behandelde de wet van 13 april 1995 over de gezamenlijke uitoefening van het ouderlijk gezag. Hij verhelderde de kernbegrippen van de wet. Uiteraard heeft het begrip gezamenlijke uitoefening van het ouderlijk gezag een diepere betekenis dan op het eerste gezicht lijkt en zoals verder uit de studiedag blijkt ook grote repercussies op de praktijk van de relatie van de scholen met de ouders van hun leerlingen. Beide ouders hebben nu in principe in gelijke mate de verantwoordelijkheid van het gezag van hun minderjarige kinderen of ze nu samenwonen dan wel of ze een afzonderlijke woonst hebben. Zowel bij samenleven als bij niet-samenleven is er dan ook het vermoeden van instemming met de handelingen van de andere ouder als die alleen handelt. Art. 373 lid 2 omschrijft dat vermoeden als volgt "Ten opzichte van derden die te goeder trouw zijn, wordt elke ouder geacht te handelen met instemming van de andere ouder wanneer hij, alleen, een handeling stelt die met dat gezag verband houdt behoudens de bij wet bepaalde uitzonderingen". Bij gebrek aan verstandhouding kan de rechter bij uitzondering afwijken van het gezamenlijk gezag en een uitsluitende uitoefening van het ouderlijk gezag aan één ouder toekennen. Bij gemengde regeling kan de rechter het gezag aan één van de ouders toekennen, maar hij statueert ook welke beslissingen m.b.t. de opvoeding van het kind alleen met instemming van de beide ouders genomen kunnen worden. Bij exclusieve uitoefening van het gezag door één ouder behoudt de andere ouder het recht op toezicht op de andere ouder en het recht op informatie. Dat laatste betekent dat de andere ouder recht heeft op alle nuttige informatie in verband met de opvoeding en moet hij op de hoogte gehouden worden van de schoolresultaten en de schoolverrichtingen. Bij exclusief ouderlijk gezag heeft de andere ouder een omgangsrecht. In alle gevallen van uitoefening van het ouderlijk gezag bepaalt de rechter de omgangsregeling met de ouder bij wij het kind niet zijn hoofdverblijfplaats heeft.

In een bijzonder treffend tweede referaat behandelde gastdocente en scheidingsbemiddelaarster Diana Evers het proces van de scheiding met de emoties en reacties van de scheidenden. Het risico bestaat dat de ouders door de toevloed van emoties die hen bevangen de echte belangen van de kinderen tijdelijk uit het oog verliezen. Zij besloot haar indringende voordracht met een vijftal tips naar de aanwezige schoolmensen toe:
1. Blijf openstaan voor scheidende ouders, ook al gedragen ze zich anders dan je normaal kan verwachten.
2. Het zogenaamde abnormale gedrag van scheidenden is voor henzelf het normale gedrag. Het komt over als raar, soms destructief. Blijf mild staan tegenover hen.
3. Je hebt de neiging om de kant te kiezen van sympathie of antipathie tegenover één van beide ouders. Ze hebben allebei gelijk en allebei ongelijk. Blijf onpartijdig.
4. Onderscheid bij scheidenden de functies van ouderschap en partnerschap. Ouders blijven verantwoordelijk voor hun kinderen. Appelleer vooral op hun rol als ouders.
5. Ouders moeten samen ouder blijven. Kinderen moeten loyaal blijven met beide ouders. Dat is in hun belang. Respecteer daarom beide ouders.

Prof. Dr. Lieve Vandemeulebroecke van de Faculteit Psychologie en Pedagogische Wetenschappen behandelde op grond van wetenschappelijke onderzoeken de reacties van kinderen en jongeren op de scheiding van hun ouders. Daaruit blijkt dat de scheiding van hun ouders toch wel zijn weerslag kan hebben op de jongeren : ze voelen zich niet goed bij de scheiding, vertonen gedragsveranderingen, hebben soms minder goede schoolresultaten. De opvoeding, ook het impact daarop van de school, vermindert de risicofactoren op negatieve beïnvloeding door het scheidingsgebeuren. De affectieve en cognitieve ondersteuning door de school bevordert de schoolloopbaan van de kinderen. Zij pleit dus voor "een zorgzame school".

In dezelfde lijn behandelde Prof. Dr. Jan Van Damme van dezelfde faculteit het effect van de scheiding op de schoolprestaties van leerlingen. De onderzoeken - hoewel soms van niet al te recente datum - tonen wel degelijk het verband tussen de studieloopbaan en de gezinskenmerken. De invloed van de scheiding op jongere kinderen die de basisschool volgen is groter dan die op kinderen uit het secundair onderwijs, die vaak op het gebied van hun studieresultaten minder hinder van de scheiding ondervinden.

In de namiddag werden vier werkgroepen gevormd omheen de volgende thema's:
1. De praktische en administratieve aspecten van de aandacht voor kinderen van gescheiden ouders op school
2. De typische problemen van jongeren herkennen en gepast reageren.
3. De curatieve en preventieve aanpak van de centra voor leerlingenbegeleiding (CLB's)
4. De crisisopvang en doorverwijzing.

Zelf hebben we de werkgroep 1 meebeleefd over de praktische en administratieve aspecten. Ze werd geleid door Jan Schokkaert en Ann Hendrickx van de dienst Leerlingen en Schoolorganisatie van het Verbond van het Vrij Katholiek Secundair Onderwijs.

Na een verduidelijking van de wettelijke bepalingen ook zoals ze vervat liggen in de expliciterende ministeriële omzendbrieven werden een zestal werkgroepen van 6 of 7 deelnemers gevormd. Alle werkgroepen kregen een algemene casus en 10 concrete cases uit de werkelijkheid van de relatie van de ouders met de school bij scheiding.

De algemene casus stuurt aan op een reflectie over een mogelijk eenvormig inschrijvingsformulier voor leerlingen. De bedoeling is bij het begin al informatie te verzamelen ook in verband met de contacten op school met de ouders in toepassing van de gezamenlijke uitoefening van het ouderlijk gezag. (Zie Klasse Echtscheiding/nieuwe gezinnen, de eerste lijn, nr 13.)

Zorg voor genoeg informatie:

Een inschrijvingsformulier dat vraagt naar de naam van de vader en de moeder en waarop slechts plaats is voor één adres is niet geschikt voor leerlingen met gescheiden ouders. Zorg voor genoeg plaats voor alle informatie
- De regeling van het ouderlijk gezag ;
- Het adres en de gezinssamenstelling van beide ouders (…)
- De verblijfsregeling (wanneer woont de leerling waar?);
- Wie uitgenodigd wil worden voor het oudercontact, wie het schoolkrantje wil ontvangen;
- Met wie de school contact moet opnemen bij problemen, ongeval of onverwachte situaties;
- Wie de schoolrekening betaalt…

Welke problemen worden op die wijze voorkomen ? Wil je deze lijst nog aanvullen ? Is dit de beste handelswijze? Heb je een ander voorstel ?

Uit de besprekingen bleek dat wanneer duidelijk wordt dat elk van de beide ouders op een verschillend adres woont, die beide ouders bij het schoolgebeuren moeten worden betrokken. Zij krijgen best beiden een exemplaar van het inschrijvingsformulier thuis toegezonden om in te vullen. Omdat zij beiden in de regel met de gezamenlijke uitoefening van het gezag bedeeld zijn, moeten de scholen het begrip van de gezamenlijke uitoefening van het ouderlijk gezag uit de wet consequent toepassen en aan beiden gelijkelijk de nodige informatie overmaken. Daar waren alle schoolverantwoordelijken wel niet meteen volledig voor te vinden. Prof. Senaeve wees hun er nochtans op dat ze zich niet kunnen verbergen achter "het vermoeden van instemming" vanwege de andere ouder en het wettelijke principe wel degelijk moeten respecteren.

Ter afronding van dit verslag geven we de schoolverantwoordelijken als intellectuele oefening en voor de aardigheid de 10 concrete cases die uit de praktijk van de inleiders van de werkgroep voortspruiten. Spits je geest er eens op toe. Je kan gerust naar de webmaster van deze site toe reageren. Hij kan de juistheid van de oplossingen overmaken en desgevallend toelichten. Hier gaan ze dan :

1. Ann werd ingeschreven door haar moeder. Enige tijd later vraagt haar vader om geïnformeerd te worden over de schoolresultaten en het psychisch functioneren van zijn dochter (een verslag van de gesprekken die hebben plaatsgevonden met de leerlingenbegeleider, de klastitularis,…) Hij doet dat verwijzend naar zijn advocaat. U bezorgt de gevraagde informatie?

2. Lieve heeft op school een diefstal gepleegd. Er wordt tegen haar een tuchtprocedure opgestart. De ouders van Lieve leven gescheiden. Moeten beide ouders de briefwisseling krijgen? Moeten beiden uitgenodigd worden voor een gesprek ?

3. Bij de inschrijving van Jeroen in zijn nieuwe school blijkt zijn moeder het adres van de vader niet te kennen of weigert zij zijn adres te geven. Ze zegt dat hij het alimentatiegeld niet betaalt.

4. Wouter (16 jaar) vraagt zelf aan de school om geen informatie meer door te spelen aan zijn vader. Hoe reageert u daarop ?

5. Vraagt u bij de ondertekening van het schoolreglement de handtekening van beide ouders? Waarom (niet) ?

6. Katrijn brengt een briefje binnen waarop haar stiefmoeder haar de toelating geeft om onder de middagpauze de school te verlaten; Gaat u daarop in ?

7. Jan vraagt afwezig te mogen zijn (in de examenperiode), omdat hij die dag gehoord zal worden voor de jeugdrechtbank in verband met de scheiding van zijn ouders. U geeft de toestemming ?

8. De mama van Chris is slechts bereid de helft van de rekening te betalen en verwijst naar de regeling dat beide ouders evenredig moeten tussenkomen in de onkosten die betrekking hebben op de opvoeding (school, kunstacademie, sportkampen, …)

9. De vader van Geert tekent de toelating om over de middag de school te verlaten. Vorig schooljaar had de moeder van Geert contact met de school opgenomen, omdat zij niet akkoord ging met die toelating. U weigert de toelating ?

10. De vader van Gino wenst zijn zoon te spreken tijdens de schooluren of de middagpauze. Staat u dit toe?

(Op de website overgenomen met de uitdrukkelijke toestemming van de inleider Jan Schokkaert)

Tot besluit mogen we stellen dat het een bijzonder goed gestoffeerde studiedag was, die voor heel wat schoolverantwoordelijken niet alleen een grondige verheldering heeft gebracht omtrent de contacten van de school met ouders die gescheiden leven, maar ook een handreiking betekent voor de concrete toepassing van de wettelijke beschikkingen omtrent de (gezamenlijke) uitoefening van het ouderlijk gezag. We wachten nu ook nog op het verslagboek van deze geslaagde studiedag.

Ghislain Duchâteau

Edulex: 13AC/WJ/SH - ouderlijk gezag in onderwijsaangelegenheden
http://edulex.vlaanderen.be/fulldoc.html?docid=9068

We voegen hierbij het verslag vanwege SCHOOLdirect Vlaanderen van 27 november 2002 over de studiedag in Leuven. U kunt het lezen door op de eerste van de toegevoegde links te klikken :

Echtscheiding leeft door op school

De school mag ervan uitgaan dat beide ouders instemmen met een beslissing als één van beide ouders zijn instemming geeft. Deze regel geldt voor samenwonende en voor niet-samenwonende ouders. Als de ouders niet samenwonen suggereert een voorzichtig beleid dat u beide ouders minstens éénmaal per jaar aanschrijft met de vraag in hoeverre ze beide willen worden geïnformeerd over studieresultaten, oudercontacten, studieadvies, … Beide ouders hebben immers informatierecht. In hoeverre de school ook de plicht heeft om beide spontaan te informeren - daarover is (voorlopig nog) discussie.

De beste houding van de school tegenover gescheiden ouders is: onpartijdig en met begrip appelleren op hun ouderschap. Hoe zorgzamer het beleid van uw school, hoe beter dit zal lukken.

SCHOOLdirect rapporteert over een studiedag rond de thematiek 'school en echtscheiding'.

Verslag studiedag 'School en echtscheiding'
http://www.ond.vlaanderen.be/schooldirect/bl0203/echtscheiding.htm
Edulex: 13AC/WJ/SH - Ouderlijk gezag in onderwijsaangelegenheden
http://edulex.vlaanderen.be/fulldoc.html?docid=9068
Edulex: uittreksel Burgerlijk Wetboek, titel IX: ouderlijk gezag (Word 22 Kb, 2p.)
http://edulex.vlaanderen.be/edulex/gd/algemene/97-1-22/bijlage2.doc

 
Omhoog
     
Laatste update : 10 augustus 2014| Vragen welkom bij : Webmaster Top | Home