Informatie - Ouderlijk gezag
 

Adviezen | Advocaat | Bank | Belastingen | Bestaansmiddelen | Detective | Deurwaarder | Echtelijke woning
Echtscheiding door onderlinge toestemming | Erfenis | Gezinnen | Gezinswoning | Gevoelens | Gevolgen echtscheiding
Geweld | Hulpverlening | Huwelijksplichten | Huwelijksstelsel | Jongeren na echtscheiding | Jurisprudentie Justitiehuizen | Kerk | Leven na scheidingNieuwe gezinsvormen | Nieuwe relatie | Nieuw-samengestelde gezinnen
Notaris | Omgangsrecht | Onderhoudsgelden | Onderwijsaangelegenheden | Ouderlijk gezag | Ouder-naam
Ouderschapsbemiddeling | Overlijden | Overspel | Procedure | Relaties | Samenwoning | Scheidingsbemiddeling Vaderschap bij scheiding | Vereffening en verdeling | Wetgeving | Woonstvergoeding

Artikels :
- "Ouders en co" - ervaringsverhalen rond co-ouderschap - publicatie van Vera Schilperoort dec. 2012
- Gezags- en verblijfsco-ouderschap in de praktijk - Brochure CABB - maart 2011
- Gescheiden ouders in de knel bij gezamenlijke zorg (situatie in Nederland)
- De wanhoop van grootouders
- Recht van de niet-inwonende ouder om documenten op te vragen voor zijn kind(eren)
- Ouderlijk gezag
- Gelijkwaardig Ouderschap : De internationale verklaring van Langeac
- De originele Nederlandstalige tekst van De internationale verklaring van Langeac
- Rapport van de internationale ontmoeting rond gelijkwaardig ouderschap in Hasselt op zaterdag 26 augustus 2006 (Nederlands) - Rapport accompagné de notes et de réflexions rédigé à l'issue de la rencontre internationale ayant pour thème le divorce et la problématique parentale à Hasselt (BE), le 26 août 2006 (Français)
- Toekenning door de rechtbank van het ouderlijk gezag
- Hoorrecht bij echtscheiding
- Hoe goed is co-ouderschap?
 
Omhoog
 

"Ouders en co" - ervaringsverhalen rond co-ouderschap - publicatie van Vera Schilperoort dec. 2012


IJSSELSTEIN 10 DEC 2012 - Ouders kiezen na een scheiding steeds vaker voor co-ouderschap. In 1 op de 5 gevallen besluiten ouders na de scheiding allebei voor de kinderen te blijven zorgen, ook financieel. Gek genoeg bestaat co-ouderschap nog niet voor de wet. 'Het wordt tijd dat de overheid co-ouderschap duidelijk omschrijft, zodat iedereen weet waar hij aan toe is', zegt Vera Schilperoort in haar boek Ouders & Co, ervaringsverhalen van co-ouders en hun kinderen.

Uit de openhartige interviews in het boek blijkt dat er veel onduidelijkheid is. Want wanneer spreek je over co-ouderschap? Hoeveel tijd moeten beide ouders daaraan besteden? Waarom krijgt alleen de ouder, waar de kinderen staan ingeschreven één ouderkorting of een urgentieverklaring voor een woning?

Ervaringsverhalen

Alle geïnterviewde ouders kozen met volle overtuiging voor co-ouderschap en zochten creatief naar oplossingen voor ontstane problemen. Iemand verwisselde een fulltime baan voor zelfstandig ondernemerschap. Een ander nam een au pair in huis. In één geval woonde een kind eerst een aantal jaar bij haar vader om daarna een paar jaar bij haar moeder in te trekken.

Lees verder op de website van Vaderinstituut.be

Digitaal platform

Naast het boek is Vera gestart met een digitaal platform www.co-ouderschap.com. Daar is informatie te vinden en kunnen mensen ervaringen uitwisselen of met elkaar in discussie gaan op het forum. Vera beantwoordt vragen of speelt deze door naar deskundigen. Vanaf 12 december is de site live bereikbaar.

Vera Schilperoort over het ontstaan van haar initiatief

Lees haar ervaring daarmee op het digitaal platform.



 
Omhoog
 

Gezags- en verblijfsco-ouderschap in de praktijk - Brochure CABB - maart 2011

Inleiding

De laatste jaren is co-ouderschap een veel besproken onderwerp in tv-programma’s en kranten. Maar het begrip is niet altijd even duidelijk. De nieuwe wet over “het bevoorrechten van een gelijkmatig verdeelde huisvestiging van het kind van wie de ouders gescheiden zijn en tot regeling van de gedwongen tenuitvoerlegging betreffende huisvestiging van het kind” heeft de situatie er zeker niet duidelijker op gemaakt.

Het merendeel van de bevolking heeft echter een verkeerd beeld over co-ouderschap. Ze associëren het meestal met de tweeverblijfsregeling, waarbij de kinderen na de echtscheiding afwisselend gedurende een gelijke periode bij elk van de ouders verblijven. Ten onrechte, co-ouderschap is altijd een overkoepelend begrip geweest voor een waaier van regelingen, die erg kunnen verschillen. Vaak is er ook onvoldoende kennis over de verschillende vormen van co-ouderschap.

Eerst en vooral willen wij u dan ook beter kennis laten maken met co-ouderschap.
Daarnaast wil deze brochure een duidelijk beeld geven over de verschillende vormen van co-ouderschap. Ook geeft deze brochure antwoord op in de praktijk vaak voorkomende problemen.

Wanneer u voor co-ouderschap kiest moet u er echter eerst van bewust zijn dat er tussen u en de andere ouder nog een degelijke vorm van communicatie mogelijk is, omdat er vaak overleg tussen beide ouders dient te zijn. Co-ouderschap in de praktijk is dus niet mogelijk zonder een goede communicatie tussen beide ouders.

Hebt u echter na het lezen van deze brochure nog vragen, dan kan u altijd terecht bij het CABB.

Raadpleeg de volledige brochure - klik hier

De brochure werd ons door de auteurs Dave Princen en Annemie Janssens van het CABB vriendelijk ter beschikking gesteld op basis van de adviezen die wij bij de redactie hebben gegeven.

G.D.



 
Omhoog
 

Gescheiden ouders in de knel bij gezamenlijke zorg (situatie in Nederland)


Elk jaar zijn 50 tot 60 duizend kinderen (in Nederland) betrokken bij de scheiding van hun ouders. Wanneer ouders na de scheiding gezamenlijk voor de kinderen blijven zorgen, moet er veel geregeld worden.

Uit het onderzoek Nieuwe Gezinnen blijkt dat ouders bij instanties soms tegen praktische problemen aanlopen doordat hun kind na de scheiding op meer adressen woont. Om meer zicht te krijgen op deze knelpunten heeft E-Quality een inventarisatie uitgevoerd onder gescheiden ouders.

Hieruit blijkt dat ouders met name problemen ervaren op het gebied van huisvesting, financiën en onderwijs.



Downloaden Inventarisatie Gescheiden ouders in de knel bij gezamenlijke zorg:

WorddocumentPdf-bestand



 
Omhoog
 

De wanhoop van grootouders

Boekpresentatie

Familiedrama's bestaan er in soorten. Eén van de meest pijnlijke doet zich voor wanneer grootouders hun kleinkinderen niet mogen zien. Verdriet, wanhoop en schaamte maken dat maar weinigen erover durven spreken. Cornelie van Well breekt het taboe open.

Of het botert niet tussen grootouders en hun eigen kinderen, waardoor die laatste geen contact meer willen en de grootouders ook hun kleinkinderen niet zien. Of er doet zich een vechtscheiding voor, waarbij één ouder uit beeld verdwijnt en daarmee ook zijn (soms haar) ouders en familie. Cijfers over het fenomeen zijn vaag en onduidelijk. Maar ook in ons land stappen sommige grootouders nu naar de rechter om omgangsrecht af te dwingen (zie inzet).

Het is nog maar de vraag of dat de beste manier is. Of zo'n juridische stap de beide partijen niet nog vijandiger tegenover elkaar plaatst. En of de rechter überhaupt zal oordelen dat omgangsrecht voor de grootouders in het belang van het kind is.

‘Wij konden niet anders', zegt de Nederlandse Cornelie van Well (57). Samen met haar man Reinier Rijke heeft ze van een rechter in Polen verkregen dat ze hun oudste kleinkind daar om de twee maanden een paar uur mogen bezoeken. En dat doen ze. ‘Wij zijn het enige, dunne lijntje dat onze kleindochter Valerie, die in januari vijf wordt, nog met Nederland en met haar vader verbindt.'

Hun oudste zoon David kreeg zes jaar geleden verkering met een meisje uit Polen, dat als au pair in Nederland kwam werken. Vier maanden later bleek de jonge vrouw zwanger, maar toen was al duidelijk dat de relatie niet zou blijven duren. Niettemin waren behalve de ouders ook de kersverse grootouders in Nederland apetrots toen Valerie werd geboren: hun eerste kleinkind.

De jonge moeder besloot ondanks de breuk met de vader dat de baby best in Nederland zou opgroeien. Ze woonde zelfs een tijdje bij Reinier en Cornelie in. ‘Onze zoon zorgde drie dagen voor Valerie, haar moeder zorgde er drie dagen voor en wij namen ook een dag voor onze rekening. We sprongen ook altijd in als een van de ouders niet op tijd bij de opvang kon zijn. Wij hadden echt een goede band met ons kleinkind. Na verloop van tijd besloten wij een appartement voor moeder en dochter te kopen, zodat ze hun eigen plek hadden.'

Vanop vakantie in Polen verstuurde de moeder van Valerie echter een mail naar Reinier en Cornelie, met de boodschap dat ze niet meer terugkwamen. ‘We konden de sleutel in het appartement terugvinden. Het bleek helemaal leeg', zegt Cornelie. ‘Ongeloof en wanhoop is wat je op zo'n moment overvalt.'

Valeries moeder wilde geen enkel contact, maar de Nederlandse familie slaagde er na een maand of vier toch in om haar in Polen terug te vinden. Hun zoon spande een rechtszaak in om zijn dochter naar Nederland te mogen halen. Hij verloor. Daarop stapten de grootouders naar de rechter om omgangsrecht te verkrijgen. Dat lukte wel: ‘Ze was intussen drie geworden en we waren zo bang dat ze ons niet meer zou herkennen. Maar Valerie was blij en liep recht in onze armen.'

Iedere twee maanden hebben ze recht op een paar uur in het gezelschap van Valerie, telkens een paar uur op zaterdag en op zondag. Dat bezoek vindt plaats in aanwezigheid van Valeries moeder, die telkens de deur op slot draait. ‘Ze is bang dat we weglopen en het kind meenemen', weet Cornelie.

Het bezoek verloopt dus niet in de prettigste omstandigheden: ‘Valeries moeder roept het kind soms in de keuken omdat ze net moet eten wanneer wij er zijn. Dan moeten wij gewoon wachten. Laatst verliep het wat vlotter. We zijn nu al voor de zesde keer op bezoek geweest en ze begint er vertrouwen in te krijgen. We kregen zelfs koffie aangeboden.'

Het kind spreekt natuurlijk geen Nederlands meer. Hoe communiceren ze dan? ‘We lachen en zingen samen en we spelen met haar. We zijn ook Pools aan het leren, maar dat gaat moeizaam. Leuk is dat Valerie ons helpt: ze leert ons Poolse woordjes en corrigeert ons als we het fout zeggen. We hopen dat het niet te lang duurt voor ze Engels leert, dat zou alles weer makkelijker maken.'

‘Wij zijn het enige dunne lijntje dat ons kleinkind met Nederland en haar vader verbindt.’

Vindt Cornelie dat grootouders recht hebben op hun kleinkinderen? ‘Nee, maar kleinkinderen hebben wel recht op hun grootouders. Wij hebben dat nu voor Valerie afgedwongen, omdat ze zo jong is. Als blijkt dat ze het op zeker moment niet meer wil, gaan we ons daar bij neerleggen. Ik kan me voorstellen dat ze het saai gaat vinden: zo'n hele namiddag binnen zitten met ons.'

‘Daarom willen we binnenkort een nieuwe rechtszaak starten, waarin we vragen om tweemaal per jaar een week met Valerie in een vakantiehuisje in Polen te mogen verblijven. Haar vader en zijn nieuwe gezin zouden daar dan ook bij kunnen zijn. De kans dat dat lukt is niet zo heel groot, want de Poolse rechter vindt dat kinderen niet van hun moeders mogen gescheiden worden voor ze zes jaar zijn. Maar we blijven hopen.'

Ziet hun zoon zijn dochter nu niet?

‘Onder deze omstandigheden is dat voor hem te moeilijk. Hij kan niet met de moeder van Valerie in één kamer zijn. Hij mist zijn dochter heel erg. We filmen elk bezoek en nemen foto's, zodat hij toch bijblijft, en nemen voor haar ook foto's mee.'

Met de site kleinkindonbereikbaar.nl (het werk van Reinier) en het boek Kleinkind onbereikbaar (van de hand van Cornelie) richt het echtpaar zich tot andere grootouders in een vergelijkbare situatie. Op de site is hun verhaal terug te vinden, maar in het boek niet. Daarin laat de schrijfster uitsluitend andere grootouders aan het woord, en ook kinderen die hun ouders niet meer willen zien en die hen daardoor de toegang tot hun kleinkinderen belemmeren. ‘Ik wilde het hele plaatje schetsen. Er zijn kinderen die vinden dat ze goede redenen hebben om hun ouders niet meer te zien.'

‘En ik vond genoeg verhalen die eigenlijk nog sterker zijn dan het mijne. Ik besef dat wij nog van geluk mogen spreken, want wij zien ons kleinkind nog.'

Wat viel haar op in de gesprekken met andere grootouders? ‘Dat velen dachten dat ze de enigen waren. Ze zijn vaak overmand door schuldgevoel: als ze dit vertellen, zullen buitenstaanders dan niet denken dat ze hun eigen kinderen slecht hebben opgevoed? Of dat ze zelf iets vreselijk fout hebben gedaan? In die zin is het echt een taboe, iets dat vaak onuitgesproken blijft.'

‘Velen denken ook lang dat het vanzelf wel goed komt, maar dat is niet zo. Hoe langer het contact uitblijft, hoe moeilijker om de draad weer op te pakken.'

‘Ik heb dat gemerkt toen ik bij grootouders kwam die na jaren opnieuw contact hadden met hun zoon en hun kleinkinderen. Dat was heel fragiel hoor. Ik wilde graag ook met hun zoon spreken, om de andere kant van het verhaal te laten horen, maar oei nee, dat konden ze hem echt niet vragen. Ze praten er zelf ook niet met hem over, nooit.'

B.V.

Cornelie van Well, Kleinkind onbereikbaar, verhalen over verbroken relaties tussen grootouders, ouders en kleinkinderen.

Uitgeverij de Graaff, 19,95 euro.

www.kleinkindonbereikbaar.nl

november 2009



 
Omhoog
 

Recht van de niet-inwonende ouder om documenten op te vragen voor zijn kind(eren)

De wet van 13 april 1995 over de gezamenlijke uitoefening van het ouderlijk gezag stelt als principe dat de niet-inwonende ouder het gedeeld gezag krijgt samen met de andere ouder. Dat heeft zijn betekenis voor het opvragen aan de administratie van bijvoorbeeld de gemeente van een identiteitsbewijs voor het kind of een reispas zo die nodig is. Daarover bestaat op dit ogenblik nog ruime onwetendheid zowel bij de betrokken ouders als bij de gemeentelijke administratieve diensten.

Zo de gemeente die weigert document X af te leveren aan de alleenstaande ouder, tenzij hij of zij een volmacht heeft gekregen van de andere ouder. Die alleenstaande ouder heeft volgens de wet en de gerechtelijke beslissing nochtans gedeeld gezag.

Een ouder met gelijkmatig gedeeld verblijf (verblijfsco-ouderschap) schrijft mij n.a.v. een vraag daarover :

"Vooral de eis (vanwege de moeder) om een ouderlijke machtiging viel bij mij in verkeerde aarde. We hebben tenslotte (en dat weet zij ook) co-ouderschap met gezamenlijk gezag.

Ik heb de Dienst Bevolking van mijn gemeente gebeld; de behulpzame beambte wist het nu ook niet zeker en vond niet onmiddellijk informatie die mij zou kunnen helpen; ze verwees wel naar Binnenlandse Zaken.

Gezien gemeenten nogal verschillen wat betreft afgifte van documenten of interpretatie van richtlijnen, heb ik dus geïnformeerd bij Binnenlandse Zaken (BiZa).
Volgens BiZa is een ouderlijke machtiging in mijn situatie niet vereist. Er bestaan voor alle gevallen (o.a. co-ouderschapsregeling) richtlijnen sedert 2002 waar alle gemeenten over beschikken. "Algemene Onderrichtingen aangaande Bevolking door Binnenlandse Zaken".

Ik heb mijn gemeente hierover ingelicht: ze zullen de richtlijnen nakijken en het personeel op de hoogte stellen.

Gezien mijn ex met mijn kind naar een andere gemeente is verhuisd, heb ik daar de dienst Bevolking aangesproken. Daar stelt men duidelijk dat, als de rechter mij niet van de ouderlijke macht ontheven heeft, ik wel degelijk het recht heb om documenten aan te vragen voor mijn kind, zonder dat dit via mijn voormalige echtgenote dient te gebeuren. Ik hoef enkel het vonnis mee te brengen om het gezamenlijk hoede- en gezagsrecht aan te tonen. Ouderlijke machtiging is niet vereist in dit geval.

Deze situatie is voor mij aldus uitgeklaard.
Maar het is nu ook duidelijk dat sommige mensen, als ze dat willen, misbruik kunnen maken van bepaalde situaties doordat:
- Gemeente kent haar richtlijnen onvoldoende en stuurt de rechthebbende vraagsteller wandelen. (1)
- Gemeente stelt te weinig vragen om de werkelijke situatie te kennen van de vraagsteller.
- Rechthebbenden worden verkeerdelijk of onvoldoende geïnformeerd.(1)
- Rechthebbenden weten niet steeds welke informatie zij dienen voor te leggen omdat die informatie doorgaans niet wordt vermeld door de gemeente (op welke manier ook) en er is soms een drempel om gegevens te verstrekken die je als privé beschouwt. (1)

(1) Het lijkt mij daarom raadzaam dat gemeenten informatie, zoals ik hierna toevoeg, uitbreiden met de uitzonderingsregels, teneinde iedereen op een duidelijke manier te informeren. Ik vraag mijn gemeente alvast om hieraan tegemoet te komen."

Met betrekking tot de afgifte van een identiteitsbewijs voor kinderen beneden de twaalf jaar kunnen wij terecht op de portaalwebsite van de Federale Overheidsdienst (FOD). Daar staat duidelijk : "Dit document wordt afgegeven door de gemeentebesturen voor elk kind onder de twaalf jaar op verzoek van de persoon of de personen die het ouderlijk gezag uitoefenen over het kind. Het dient om een snelle identificatie van het kind mogelijk te maken in België of in het buitenland."

Om de belangstellende lezer de volledige informatie daarover te verstrekken geven wij hier een directe koppeling daarnaartoe.
Klik op : Identiteitsbewijs kind jonger dan 12 jaar

Ghislain Duchâteau

 
Omhoog
 


OUDERLIJK GEZAG - BELGIE

BURGERLIJK WETBOEK - BELGIE
STAND 20 september 1996

BOEK I. PERSONEN

TITEL IX. OUDERLIJK GEZAG


AFDELING I. DE PERSOON VAN HET KIND

Art. 371. Een kind en zijn ouders zijn op elke leeftijd aan elkaar respect verschuldigd.

Art. 372. Een kind blijft onder het gezag van zijn ouders tot aan zijn meerderjarigheid of zijn ontvoogding.

Art. 373. Wanneer de ouders samenleven, oefenen zij het gezag over de persoon van het kind gezamenlijk uit.
Ten opzichte van derden die te goeder trouw zijn, wordt elke ouder geacht te handelen met instemming van de andere ouder wanneer hij, alleen, een handeling stelt die met dat gezag verband houdt behoudens de bij de wet bepaalde uitzonderingen.
Bij gebreke van instemming kan één van beide ouders de zaak bij de jeugdrechtbank aanhangig maken.
De rechtbank kan één van de ouders toestemming verlenen alleen op te treden voor één of meer bepaalde handelingen.

Art. 374. Wanneer de ouders niet samenleven, blijven zij het ouderlijk gezag gezamenlijk uitoefenen en geldt het in artikel 373, tweede lid, bepaalde vermoeden.
Bij gebreke van overeenstemming over de organisatie van de huisvesting van het kind, over de belangrijke beslissingen betreffende zijn gezondheid, zijn opvoeding, zijn opleiding en zijn ontspanning en over de godsdienstige of levensbeschouwelijke keuzes of wanneer deze overeenstemming strijdig lijkt met het belang van het kind, kan de bevoegde rechter de uitoefening van het ouderlijk gezag uitsluitend opdragen aan één van beide ouders.
Hij kan eveneens bepalen welke beslissingen met betrekking tot de opvoeding alleen met instemming van beide ouders kunnen worden genomen.
Hij bepaalt de wijze waarop de ouder die niet het ouderlijk gezag uitoefent, persoonlijk contact met het kind on-derhoudt. Dat persoonlijk contact kan enkel om bijzonder ernstige redenen worden geweigerd. De ouder die niet het ouderlijk gezag uitoefent, behoudt het recht om toezicht te houden op de opvoeding van het kind. Hij kan bij de andere ouder of bij derden alle nuttige informatie hieromtrent inwinnen en zich in het belang van het kind tot de jeugdrechtbank wenden.
In elk geval bepaalt de rechter de wijze waarop het kind wordt gehuisvest en de plaats waar het in het bevolkingsregister wordt ingeschreven als hebbende aldaar zijn hoofdverblijf.

Art. 375. Indien de afstamming niet is vastgesteld ten aanzien van een van de ouders of indien een van beiden overleden of afwezig is dan wel in de onmogelijkheid verkeert zijn wil te kennen te geven, oefent de andere dat bestuur alleen uit.
Als van beide ouders er geen overblijft die in staat is het ouderlijk gezag uit te oefenen, moet een voogdijregeling worden uitgewerkt.

Art. 375bis. De grootouders hebben het recht persoonlijk contact met het kind te onderhouden. Datzelfde recht kan aan ieder ander persoon worden toegekend, indien hij aantoont dat hij met het kind een bijzondere affectieve band heeft.
Bij gebreke van een overeenkomst tussen partijen, wordt over de uitoefening van dat recht in het belang van het kind op verzoek van de partijen of van de procureur des Konings beslist door de jeugdrechtbank.

OUDERLIJK GEZAG - NEDERLAND

Ouderlijk gezag

Alle minderjarigen, dus iedereen onder de achttien jaar, staan volgens de wet onder 'gezag' van een of meer volwassenen. Meestal hebben de ouders of heeft een van de ouders het gezag.
Binnen het huwelijk oefenen de ouders gezamenlijk het ouderlijk gezag uit. Overlijdt één van hen, dan blijft de ander automatisch belast met het ouderlijk gezag. Een ongehuwde moeder die meerderjarig is (18 jaar of ouder) oefent van rechtswege het ouderlijk gezag over haar kind uit. Als een ongehuwde moeder minderjarig is krijgt zij het gezag pas als zij meerderjarig wordt, tenzij een ander op dat moment met het gezag is belast.

Gezamenlijk gezag door ongehuwde ouders

Als ongehuwde ouders samen het ouderlijk gezag willen krijgen moeten zij een gezamenlijk een verzoek tot aantekening hiervan in het gezagsregister indienen bij de griffie van het kantongerecht. Voor het verkrijgen van ouderlijk gezag door de man is vereist dat deze het kind erkent. Ouders die zich laten hebben registreren als partner moeten ten aanzien van de kinderen als ongehuwde ouders worden beschouwd.

Gezamenlijk gezag door ouder en niet-ouder

het begrip gezamenlijk gezag kan ook betrekking hebben op de gezagsuitoefening van een ouder tezamen met een niet-ouder. Berust het ouderlijk gezag namelijk bij één ouder, dan kan deze samen met iemand, die een nauwe persoonlijke betrekking heeft met het kind, een verzoek indienen bij de rechtbank om samen het ouderlijk gezag te verkrijgen. Gezamenlijk gezag tussen een ouder en een niet-ouder staat tevens open voor homoseksuele paren. De rechtbank beslist hierover. Als er een ander ouder is, worden zijn belangen door de rechtbank meegewogen. Van de beslissing tot gezamenlijk gezag wordt aantekening gedaan in het gezagsregister. Tegelijk met het verzoek om het gezamenlijk gezag van een ouder en een niet-ouder te verkrijgen, kan aan de rechtbank het verzoek worden gedaan tot wijziging van de geslachtsnaam van het kind in de geslachtsnaam van de met het gezag belaste ouder of van de niet-ouder. Bij gezamenlijk gezag door een ouder en niet-ouder is bepaald, dat ook de niet der verplicht is tot het verstrekken van levensonderhoud voor het kind dat onder zijn gezag staat.

Gezamenlijk gezag na echtscheiding

Bij echtscheiding en scheiding van tafel en bed blijven de ouders die gezamenlijk het gezag hebben, in principe dit gezamenlijk gezag uitoefenen. Uiteraard geldt hierbij dat beide ouders het gezag moeten hebben op het moment van echtscheiding. Ieder van hen kan de rechtbank verzoeken het gezag aan één van hen toe te kennen. Het belang van het kind is het enige criterium waaraan dit verzoek wordt getoetst.

Omgang en informatie

Ouders en kinderen hebben recht op omgang met elkaar, dat staat zo in de wet. Bij een scheiding is dit soms een moeilijk punt. Het beste is natuurlijk als ouders en kinderen het zelf eens worden over een omgangsregeling. Als dat niet lukt, dan kan de rechter een omgangsregeling vaststellen. Een ouder kan de rechter ook verzoeken om de andere ouder het recht op omgang te ontzeggen. De rechter doet dat alleen als: - de omgang ernstig nadeel oplevert voor de geestelijke of lichamelijke ontwikkeling van het kind, of - de ouder ongeschikt is of niet in staat is tot omgang met het kind, of- het kind twaalf jaar of ouder is en zelf ernstig bezwaar heeft tegen de omgang met de ouder, of - de omgang om andere redenen in strijd is met zwaarwegende belangen van het kind.

Informatie en consultatie

Als één ouder het gezag heeft over het kind, heeft die de plicht de andere ouder op de hoogte te houden van belangrijke zaken die met het kind te maken hebben.Bijvoorbeeld zaken die met school, gezondheid en dergelijke te maken hebben. Bovendien moet de ouder die het gezag heeft de ander raadplegen over belangrijke beslissingen die het kind aangaan. Als het in het belang van het kind nodig is, kan de rechter beslissen dat de ouder met gezag de ander niet meer hoeft te informeren en raadplegen.



Omhoog
 

Een manifest voor gelijkwaardig ouderschap
De internationale verklaring van Langeac


Op vrijdag 26 november 1999 greep in Utrecht een beperkte internationale conferentie plaats over gelijkwaardig ouderschap als bezinning op de zogenaamde verklaring van Langeac in Frankrijk, die daar ontstaan is tijdens een internationale bijeenkomst over gedeeld ouderschap van 25 tot 31 juli 1999. In de Lutherse kerk in Utrecht kwamen opnieuw vertegenwoordigers van verschillende ouderverenigingen bij elkaar op initiatief van de Nederlandse leden (Joep Zander en Ipe Smit) van het "International Committee on Equal Parenting" samen met het Platform SCJF(Platform Cliëntenorganisatie in Jeugdzorg en Familierecht). In de verklaring van Langeac was er onder de vertegenwoordigers van 7 landen volledige overenstemming over het feit dat gelijkwaardig ouderschap het best de belangen van kinderen, ouders en ook de maatschappij in haar geheel dient. Bevordering van gelijkwaardig ouderschap én in gezinsverband én na scheiding werd beschouwd als een bijzonder belangrijke activiteit, die door regeringsinstanties zou moeten worden ondersteund. Die overeenstemming ligt vervat in de internationale verklaring van Langeac, die nu al in 6 talen waaronder het Nederlands beschikbaar is. Tijdens die miniconferentie in Utrecht werd gepoogd een aanzet te geven die verklaring van Langeac te amenderen en te verfijnen om ze een werkzaam instrument te maken voor een ruim opgezette actie. Het blijft de bedoeling de ideeën van de verklaring in de respectieve landen uit te dragen en de praktische realisering ervan consequent na te streven.

Voor die conferentie van 26/11 te Utrecht waren Dr. J. Vandeput en ikzelf uitgenodigd als vertegenwoordigers van de Belgische organisatie BGMK. Er werden uiteenzettingen gehouden door vertegenwoordigers van Nederland, Ierland, Engeland, Duitsland en België. Opmerkelijk was het referaat van Mary T. Cleary die het Ierse AMEN-project heeft toegelicht in verband met huiselijk geweld tegen de man. In enkele jaren tijd zijn al meer dan 4.000 mannen bij die organisatie om hulp en psychische bijstand komen vragen als slachtoffers van huiselijk geweld. Mevrouw Cleary heeft aan het opmerkelijk verschijnsel een boek gewijd en haar werkzaamheden in verband met de aangevallen mannen in huiselijke situaties al kunnen toelichten in diverse media o.m. tijdens Ierse televisie-uitzendingen. Ook wijzelf uit België hebben de situatie van het gelijkwaardig ouderschap in ons land in een referaat mogen uiteenzetten. Zelf heb ik in het Nederlands over de bestaande ouderorganisaties hier te lande wat gezegd en hun afstandelijkheid tegenover de vervreemdingsthematiek van ouders-kinderen. Daartegenover heb ik onze eigen actie voor een schuldloze echtscheiding en voor respect voor een billijke en gewaarborgde omgangsregeling tussen kinderen en ouders volwaardig in de verf kunnen zetten. Dr. J. Vandeput heeft daarbij in het Engels beknopt maar treffend onze visie op de verklaring van Langeac toegelicht. Wij treden ze principieel volmondig bij en betuigen onze steun aan de initiatiefnemers, maar bij een kritische lectuur blijkt dat ze nog onvolgroeid en onvolwaardig is geformuleerd en dat ze nog grondig moet worden bijgesteld. Intussen maken wijzelf dat ook concreet en zullen aan de Nederlanders onze weloverwogen geamendeerde tekst toesturen.

In afzonderlijke groepsbijeenkomsten in de namiddag werden de grondbeginselen van het manifest van Langeac zorgvuldig onder de loep gelegd. Voorlopig zijn ze als volgt geformuleerd:

1. Vaders en moeders hebben in het leven van hun kinderen gelijke status en als gevolg daarvan gelijke rechten en verantwoordelijkheden.

2. Als de ouders het samen niet eens kunnen worden, brengen de kinderen evenveel tijd door bij elk van hen.

3. Ouderschap berust uitsluitend op de relatie kind-ouder, niet op de relatie tussen ouders onderling. Kinderen hebben het recht beide ouders te kennen en andersom.

Precies over dat derde grondbeginsel hebben wij in de discussie een ruime bijdrage kunnen leveren. Op dit ogenblik willen wij dan ook de volgende versie naar voren brengen:

"Ouderschap berust op de relatie kind-ouder, niet op de relatie tussen ouders onderling. Kinderen en ouders hebben het recht persoonlijk contact met elkaar te onderhouden."

We mogen verwachten dat de resultaten van de werkgroepen voldoende materie opleveren voor een bijgestelde internationale verklaring van Langeac op een in het vooruitzicht gestelde ratificatieconferentie in 2000 in Ierland.

Deze bijeenkomst in Nederland heeft ons ook de gelegenheid gegeven onze contacten met medestanders uit verschillende landen te vernieuwen en uit te breiden. De grote bezieler van die internationale samenwerking is de Engelse vertegenwoordiger uit Leeds, een enthousiaste en ijverige meertalige Julian Fitzgerald met wie wij in de nabije toekomst via het Internet permanente en zinvolle betrekkingen willen opzetten in functie van een geinternationaliseerde werking m.b.t. de scheidingsproblematiek en het gelijkwaardige ouderschap.

Ghislain Duchâteau

 
Omhoog
 

De internationale verklaring van Langeac

Internationale steun voor gelijkwaardig ouderschap

Tijdens de internationale conferentie over gedeeld ouderschap, die werd gehouden van 25-31 juli 1999 in Langeac (Frankrijk), was er volledige overeenstemming tussen de vertegenwoordigers van de aanwezige landen over het feit dat gelijkwaardig ouderschap het best de belangen van kinderen, ouders en meer in het algemeen de maatschappij dient. De bevordering van gelijkwaardig ouderschap, zowel in gezinsverband als na een scheiding werd gezien als sleutelprioriteit, die door regeringsinstanties gesteund zou moeten worden.

Verslagen van de deelnemers over de situatie in hun respectieve landen zullen aan het nieuw gevormde Comité Gelijkwaardig Ouderschap de mogelijkheid geven om de beste manier te vinden bij het bevorderen van gelijkwaardig ouderschap en het op transnationale basis doen van aanbevelingen bij overheden en autoriteiten.

Er werd op de conferentie overeenstemming bereikt over een eerste versie van "de internationale verklaring van Langeac". Het is de bedoeling dat deze verklaring over gelijkwaardig ouderschap verder wordt aangescherpt in overleg met diverse nationale organisaties en wordt gebruikt om de conferentie van het volgend jaar te promoten. De Ierse delegatie heeft een sterke troef in handen als zij augustus volgend jaar als gastorganisatie zal fungeren voor deze conferentie. De delegaties waren enthousiast over dit vooruitzicht.

Tot dusver is de orginele tekst van De verklaring van Langeac ongewijzigd gebleven.

De originele tekst van De verklaring van Langeac (Nederlandse versie)

De internationale verklaring van Langeac
Definitieve vertaling in het Nederlands (vanuit de originele Engelse tekst)

Grondbeginselen

a. Vaders en moeders hebben in het leven van hun kinderen gelijke status en als gevolg daarvan gelijke rechten en verantwoordelijkheden.

b. Als de ouders het samen niet eens kunnen worden, brengen de kinderen evenveel tijd door bij elk van hen.

c. Ouderschap berust uitsluitend op de relatie kind-ouder, niet op de relatie tussen ouders onderling. Kinderen hebben het recht beide ouders te kennen en andersom.


1. De belangen van het kind

a. De belangen van het kind mogen niet worden beschouwd als een vaststaand gegeven of iets dat losstaat van de belangen van de ouders en/of het gezin of als iets dat moet worden omschreven door openbare instellingen of deskundigen.

Het is aan de ouders om de belangen van hun kind te interpreteren, behalve in extreme gevallen van mishandeling of ouderlijke onbekwaamheid.

b. De publieke autoriteiten en andere derden moeten worden aangemoedigd om gezinnen en individuele gezinsleden te steunen als ze hulp nodig hebben, zo nodig ook preventief. Behoudens ernstige mishandeling, dienen ze echter beslist niet het recht te hebben om buiten de wens van de ouders in te grijpen.

c. Het kind moet het recht hebben om met zijn of haar ouders te communiceren ongeacht de situatie.

d. Biologisch ouderschap moet worden vastgesteld bij de geboorte door middel van een DNA-test. Zodra de conclusie van ouderschap (of niet-ouderschap) is getrokken, dienen alle bewijsmateriaal en verslagen onmiddellijk te worden vernietigd.

2. Keuzecontracten tussen ouders

a. Ouders dienen in staat te worden gesteld om rechtsgeldige contracten te ondertekenen, met een breed scala van mogelijkheden om hun rechten en plichten met betrekking tot hun kinderen in te vullen. Zo kunnen zij bij scheiding een ongelijke verdeling van de zorgtijd en de inkomens overeenkomen, of afspraken maken over partneralimentatie. De betrokken overheidsorganen hebben tot taak passende open contracten en procedures te ontwerpen, om keuzes te vereenvoudigen en de procedurekosten ervan te drukken.

b. Ouders hebben toegang tot advies en tot gestructureerde contracten die in alle gevallen, via bemiddeling dan wel via juridische tussenkomst een doeltreffend middel dienen te zijn om bij voorbeeld de verdeling van zorgtaken te regelen.

3. Respect voor de individuele handelingsvrijheid van elke ouder

a. Deze vrijheid moet behouden blijven behoudens de minimumvereisten voor ouderlijke samenwerking.

b. Verhuizing: Als een van de ouders op grote afstand wil gaan wonen, terwijl dat leidt tot potentiële problemen aangaande contact, reiskosten of zelfs tot een dreigende scheiding tussen een ouder en de kinderen, dan kan dat ingrijpen van externe autoriteiten noodzakelijk maken om te beslissen over de hoeveelheid tijd die bij elk van de ouders wordt doorgebracht. De vrije keuze van een volwassene om zijn/haar woonplaats te kiezen kan immers ingeperkt worden door de compromissen die noodzakelijk zijn om de zorg voor het kind te verzekeren. Beslissingen hierover moeten rekening houden met alle omstandigheden, inclusief bijvoorbeeld de noodzaak een baan te vinden door verhuizing. Het dogma van de "stabiele thuissituatie" hoort bij het nemen van een beslissing echter geen uitgangspunt te zijn.

4. Adoptieouders, de familie en andere belangrijke mensen

Kinderen hebben recht op contact met en informatie van familieleden van beide ouders en andersom. De ouder die op een moment de zorg heeft, heeft het recht om eindbeslissingen te nemen over contacten van het kind met anderen dan de familie, ouders of adoptieouders. Het kind houdt het recht beide biologische ouders te kennen, beide minstens op te kunnen bellen en te kunnen schrijven, in het laatste geval met bewijs van ontvangst.

5. De politiek-juridische context


a. De politieke-juridische context waarbinnen over gezinskwesties wordt besloten moet helder en eerlijk zijn voor beide sekses, zonder positieve of negatieve discriminatie. Relaties tussen mannen, vrouwen en kinderen zullen zo worden behandeld dat de ontwikkeling van groepsrivaliteit en polarisatie wordt voorkomen. Behoeften van deze of gene groep mogen niet tot gevolg hebben dat de belangen van anderen op aanmatigende wijze worden gepasseerd.

b. De belangen van het kind zijn gedefinieerd door ouders gezamenlijk. In geval van scheiding worden ze gedefinieerd door de ouder bij wie het kind op dat ogenblik verblijft.

Alleen als er duidelijk kindermishandeling is aangetoond, hebben andere partijen of openbare instellingen het recht om aan ouderlijke beslissingen op dit punt voorbij te gaan. In alle andere gevallen dient de bevoegdheid van genoemde derden te worden beperkt tot het geven van hulp en steun aan gezinnen in nood.


6. Gelijkheid op het werk

a. Beide seksen hebben in gelijke mate recht op ouderschapsverlof.

b. Arbeid moet zo worden ingedeeld dat beide ouders in staat zijn zo volledig mogelijk aan het leven van hun kinderen deel te nemen.

c. Dit vereist ontegenzeggelijk zo'n herindeling van arbeid dat deze een zelfde beeld zal gaan vertonen als de tijdsindeling van onderwijzers en leraren. Dit voorstel moet gezien worden in verband van een wereldwijde vermindering van de eisen die aan arbeiders worden gesteld en verder in het licht van het algemeen groeiende besef dat de emotionele en functionele banden tussen de generaties moeten worden verdiept.

7. Bemiddeling, Juridische terughoudendheid en de betrokkenheid van derden

a. Door deskundige derden bemiddelde vormen van samenwerking kunnen de voorkeur verdienen als het welzijn van het kind dat vereist. De rechten van de ouders om het kind bij zich te hebben en het te verzorgen dienen echter niet afhankelijk te zijn van de manier waarop deskundigen een ouderlijke bereidheid of weigering tot samenwerking beoordelen.

b. Sommige ouderlijke beslissingen vereisen overeenstemming. Er moeten structuren komen om dit mogelijk te maken, via derden of direct. Voorbeelden van zulke beslissingen: vaccinatie (medische zorg), schoolkeuze, zorgverdelingsafspraken, etc..

c. Alleen wanneer ouders niet tot overeenstemming kunnen komen, zal interventie van bemiddelaars in eerste instantie en van het gerecht in laatste instantie noodzakelijk worden.

d. Alleen wanneer ouders, rechtstreeks of via bemiddeling, geen overeenstemming kunnen bereiken, zullen rechters de beslissingen voor hen moeten nemen. Dat betekent niet dat deze van buiten komende autoriteiten het recht hebben te beslissen over de hoeveelheid ouderlijke zorgtijd, maar zij hebben dat alleen over het bepalen van de dagen en uren binnen de hoeveelheid tijd die door de ouders werd overeengekomen of de standaard 50/50.

e. Recht moet niet alleen moeten worden gesproken, het moet ook openbaar zijn.

Procedures achter gesloten deuren moeten waar mogelijk worden vermeden. Ook waar het noodzakelijk of wenselijk is om de identiteit van de partijen te beschermen, zullen wel de procesverslagen en de motivering en vastlegging van de beslissing openbaar beschikbaar zijn. Om dit te bereiken moeten er correct gestenografeerde verslagen van alle procedures bijgehouden worden.

f. Bemiddeling moet beschikbaar zijn voor, tijdens en na (echt)scheiding. Bemiddeling moet onafhankelijk zijn van de rechterlijke macht. Zij dient een gratis publieke voorziening te zijn, facultatief en zonder voorkeur op grond van geslacht. Rechtbanken dienen tussenkomst van bemiddelaars en een door bemiddeling tot stand gekomen overeenkomst te eerbiedigen.

8. Financiën


a. Als ouders financieel draagkrachtig zijn, is elk van hen financieel verantwoordelijk voor de helft van de kosten van de verzorging van het kind. Deze kosten kunnen van tevoren worden vastgesteld op basis van de minimum onderhouds- en verzorgingskosten voor de kinderen, wat in eerste instantie de verantwoordelijkheid is van de ouders en als ouders hun verantwoordelijkheden niet nakomen of niet kunnen nakomen, van de staat en andere verantwoordelijke instellingen.

b. Het staat ouders geheel vrij om onder elkaar elk ander contract of overeenkomst ten aanzien van het financiële onderhoud en andere zaken met betrekking tot de zorg voor de kinderen aan te gaan. Ouders kunnen dus wederzijds rechtsgeldige contracten sluiten waarin de rechten en/of plichten t.a.v. hun kinderen worden aangepast, bij voorbeeld wat de verdeling van de kosten of de zorgtijd betreft.

9. Kindermishandeling

Wreedheid (i), verwaarlozing (ii), geweld (iii), seksuele mishandeling (iv) dienen te vallen onder de relevante bepalingen van het strafrecht en niet onder de wetten betreffende zorgverdeling en gelijkverdeeld ouderschap. De veronderstelling van onschuld tot schuld is bewezen zal gelden voor alle gevallen, met uitzondering van de hieronder onder b. genoemde.

a. Beoordeling van kindermishandeling dient te gebeuren zonder vooroordeel. De vier typen kindermishandeling zullen gelijk gewogen worden. Tenzij de beschuldigingen van een dergelijke aard zijn dat ze onmiddellijk de veiligheid van het kind betreffen, zal er geen beslissing worden genomen om het contact met een van de ouders te verbreken.

b. Als er beschuldigingen bestaan en er is besloten het contact tussen het kind en een van de ouders op te schorten, dan moet er onmiddellijk een provisorisch onderzoek plaatsvinden om de gevaren vast te stellen. Na een schorsing van ten hoogste twee weken van de bestaande gelijke of andere overeengekomen zorgverdeling dient de oude situatie te worden hersteld, tenzij het onderzoek anders uitwijst. Schorsing alleen kan niet worden gebruikt als een middel om de rechten op ouderlijke zorg van een van de ouders te herzien.

c. Valse beschuldigingen of meineed zullen streng worden vervolgd onder de bepalingen van het wetboek van strafrecht.

d. Waar de ouder-kind relatie wordt beschadigd door oudervervreemding wordt het kind in zijn belangen geschaad en dit zal daarom worden beschouwd als een vorm van kindermishandeling. Ook maatregelen van de overheden die een ouder-kindrelatie op zo’n manier beschadigen dienen als een vorm van kindermishandeling te worden beschouwd en dienen overeenkomstig te worden bestraft.


10. Wat niet valt onder deze principes van gelijkverdeeld ouderschap


Het boven beschreven "gelijkverdeeld ouderschap" heeft niet direct betrekking op gevallen waarin een of beide ouders weigeren of niet in staat zijn hun ouderlijke verantwoordelijkheden ten aanzien van zorg en onderhoud van hun kinderen uit te oefenen. Het betreft alleen die gevallen waar beide ouders zich om hun kinderen willen bekommeren.

Een ouder die verklaart niet voor een kind te willen zorgen, kan daar ook niet toe gedwongen worden. Wat wel bestaat is de financiële plicht om zorg mogelijk te maken en zo is er ook een noodzaak om die zorg te verstrekken, door de ouders of door de staat. Nogmaals: kindermishandeling wordt onder. "gelijkverdeeld ouderschap" beschouwd als een aparte kwestie.

Definities

Ouders

..... worden gedefinieerd als de biologische ouders of, in geval van ernstige mishandeling of bij weeskinderen, de adoptieouders.

Kind

….. is het menselijk wezen van geboorte af tot de laagste van de twee leeftijden behorend bij emancipatie en meerderjarigheid.

Gezin

...... is het kind en zijn biologische of adoptieouders.

Familie

....zijn de bloedverwanten van het kind en eventueel van zijn of haar adoptieouders

N.B.

Elk onderdeel van deze verklaring is een integraal deel van het geheel en kan niet buiten het verband van de andere onderdelen worden toegepast of begrepen.

Getekend op vrijdag 30 July 1999 door:

Julian Fitzgerald
Joep Zander
Gerhard Hanenkamp
George Brito
Ipe Smit
Mary T Cleary
Antonio M. Diaz
Ten dele in naam van anderen en organisaties.

Vrijdag 30 juli 1999.

Voor een lijst van mensen en organisaties die de verklaring hebben getekend zie de site van equal parenting http://www.aesops.f9.co.uk/fr/

International Equal Parenting - Campaign Group
We are a group of men and women campaigning on family issues and helping families in distress.
We believe in a child's right to both parents.

Campagnegroep
Wij zijn een groep van mannen en vrouwen die campagne voeren rond gezinsthema's en die gezinnen in moeilijkheden bijstaan.
Wij geloven in het recht van een kind op beide ouders.



 
Omhoog
 

- Rapport van de internationale ontmoeting rond gelijkwaardig ouderschap in Hasselt op zaterdag 26 augustus 2006 (Nederlands)
- Rapport accompagné de notes et de réflexions rédigé à l'issue de la rencontre internationale ayant pour thème le divorce et la problématique parentale à Hasselt (BE), le 26 août 2006 (Français) - Cliquez ici

NEDERLANDSE VERSIE

We mochten acht van de vierentwintig genodigden ontvangen.
Met mijn partner Gerda en mij daarbij was de volle capaciteit van mijn huis bereikt.

Het waren:

- Jennifer Cuttriss van Families Need Fathers uit Engeland. Zij is bestuurslid van FNF en doet één dag vrijwilligerswerk in het kantoor van FNF in Londen.
- Joep Zander, de bekende Nederlandse activist, pedagoog, kunstenaar en schrijver. Hij is met de fiets zowat 50 km. gereden van bij zijn moeder in Sittard naar Hasselt bij mij thuis en kwam aan met een lekke fietsband. ’s Avonds is hij teruggereden naar Sittard.
- Mr. Peter Prinsen, de bekende Nederlandse echtscheidingsadvocaat, had zijn komst heel laat aangekondigd, heeft in onmetelijke files gereden bij de Nederlands-Belgische grens, maar is dan toch bij mij thuis geraakt.
- Jacques Van Roosbroeck, voorzitter van het Brusselse CAPS Enfance, die sinds hij op pensioen is veel tijd kan besteden aan acties rond onze problematiek. De laatste tijd woonde hij als Franstalige ook de zittingen bij van de Subcommissie Familierecht in de Kamer en was hij lid van een van de werkgroepen van de 2e Staten-Generaal van het Gezin.
- Renaud Dethier uit Koksijde vergezelt Jacques, is lid CAPS Enfance en worstelt nog met scheidingsproblemen – is Nederlands- en Franstalig.
- Dries De Preter, het actieve bestuurslid van de onafhankelijke vereniging BGMK.be Antwerpen
- Geert Van de Meerschaut, voorzitter van de Brugse afdeling van BGMK.org. en adjunct-algmeen secretaris van BGMK
- Jan Piet De Man, professionele bemiddelaar en bijzonder actief m.b.t. het wetgevingswerk rond de ouderschapsproblematiek in de Kamer van Volksvertegenwoordigers. Gaat in oktober in Bulgarije een vormingscursus geven aan magistraten.

Zelf nam ik de leiding van de gesprekken.

We hebben stipt het voorziene schema van de gesprekken afgehandeld.

De thema’s waren:

- Voorlezen van de boodschappen ten behoeve van de deelnemers vanwege Rob van Altena, Julian Fitzgerald, Saun O’Connell, Ronald Vandebeek, Ad Verdiesen e.a.
- Behandeling van de bespreking van de situatie over gelijkwaardig ouderschap en de wetgeving respectievelijk van België, Nederland, Engeland.
- Een grondiger behandeling van de situatie in Nederland na het afwijzen van het Wetsvoorstel Luchtenveld en het weinig aansprekende voorstel van Justitieminister Donner.
We onderzochten of we de werkgroep rond Wim Orbons met een aantal hoogleraren als adviescomité naar de Hoge Raad van Justitie en het Ministerie van Justitie toe kunnen revitaliseren. Peter Prinsen wil als aanloop een vroeger initiatief heropnemen om met prof. Crombach en Wim Orbons een bijeenkomst te beleggen om zich te beraden over mogelijke nieuwe wetgevende initiatieven in Nederland in de nabije volgende legislatuur. Joep Zander is bereid om zo gewenst zijn medewerking te geven, maar engageert zich niet meer breeduit.
- Behandeling van een ruimere ontwikkeling van het bestaande Europese communicatienetwerk, dat op efficiënte wijze informatie zou uitwisselen, die contacten zou vergemakkelijken m.b.t. wat er op dit ogenblik in Europa overal gebeurt en wat activisten zouden kunnen doen om passend te ageren. Middelpunt van het bestaande Europese netwerk is Julian Fitzgerald uit Leeds U.K., die de moderator is van het forum Euro-Dads&Mums, die enorme inspanningen levert om de communicatie te verwezenlijken op Europees niveau met uitwisseling van relevante berichten via zijn forum dat een hoog niveau van informatie beoogt. Hij was op conferenties in Spanje waar hij als spreker optrad eerder dit jaar, hij was aanwezig op de Norwich Conferentie in Engeland op 24 juni 2006, stimuleerde het beleggen van onze ontmoeting in Hasselt en modereert ook een Leeds Family Law Reform debate, een debat over Familierechthervorming, dat in Leeds plaats grijpt op zaterdag 16 september 2006. Ook andere mogelijkheden tot Europese actievoering kwamen ter sprake.

Een welkomstdrink, een gezamenlijk middagmaal, een wandeling in de natuur en een gezamenlijk avondmaal omkaderden de informele en vrijmoedige gesprekken en hadden mede tot doel een sfeer van kameraadschappelijkheid en grondiger kennismaking onder de deelnemers tot stand te brengen.

De gesprekken zelf:

- De boodschappen:

Rob van Altena verwees naar de wet op het verblijfsco-ouderschap die in België nog voor het jaareinde in 2006 wordt geïmplementeerd. Hij zegt letterlijk: “Deze Wet-Onkelinx is een sprekend voorbeeld voor Nederland”. Hij spoort aan de precieze inhoud van de wettekst te onderzoeken en ook de ondersteunende teksten te bestuderen waarin de argumenten voor deze gelijkheid zijn uiteengezet. Die teksten zijn benaderbaar via mijn website Goudi – rubriek Echtscheidingswetgeving (http://www.goudi.be). Hij spoort ook aan niet teveel discussie te hebben over het voor en tegen van deze of gene strategie in de acties van de vaderactivisten: “Een weloverwogen activiteit kan dienen, zowel die om de publieke aandacht als het taaie gelobby achter de schermen”.

We hebben melding gemaakt van verscheidene boodschappen van Julian Fitzgerald omtrent onze ontmoeting en de verwachtingen die van deze bijeenkomst kunnen uitgaan. We hebben ook het rapport van de Norwich Family Law Reform Meeting van 24 juni 2006 voorgelezen.
Daarin vallen de suggesties op die tot een algemene instemming moeten leiden voor een zekere ethiek van handelen:
1. Niet-uitsluiting. Inclusiviteit is een noodzakelijk principe om onze collectieve visie te ontwikkelen eerder dan het voorbeeld te volgen van de familierechtbanken.
2. Pluralisme. Naar de praktijk van de Spaanse beweging voor gelijke ouderrechten wensen wij ouders, professionelen en politici te betrekken in het debat over gezinsaangelegenheden, om een gemeenschappelijke agenda voor een hervorming van het familierecht te smeden.
3. Het delen van informatie.  Wij moeten samenhangende en doorgedreven inspanningen leveren om kennis te delen, die toegankelijk te maken en hanteerbaar te maken bij velen en niet bij weinigen.
4. Erkenning. Nadruk moet worden gelegd op de ervaring van kinderen en ouders eerder dan op de administratieve geplogenheden van professionelen en van het gerechtsapparaat.
5. Openheid. Anderen helpen is jezelf helpen. Netwerking vermijdt dubbele inspanning en helpt een sterk front tot stand te brengen voor politieke verandering.

Sean O’Connell uit Ierland vraagt o.m.belangstelling voor de UN-petitie 1503: In the Name Of Our Children. Ronald Van der Beek uit Nederland signaleert de oprichting van zijn Partij voor de Jongeren (PVDJ) – een initiatief met politieke ambities in de richting van de belangenverdediging van ouders met kinderen bij scheiding. Ad Verdiezen fulmineert tegen de nietszeggendheid van het Wetsvoorstel Donner dat op dit ogenblik in verband met de wetgeving nog in het Nederlandse parlement berust.

- Gelijkwaardig ouderschap in

- België

In België bestaat er juridisch gelijkwaardig ouderschap sinds de wet van 13 juni 1995, maar twee belangrijke nieuwe wetten moeten die idee nog versterken. De wet “tot het bevoorrechten van een gelijkmatig verdeelde huisvesting van het kind van wie de ouders gescheiden zijn en tot regeling van de gedwongen tenuitvoerlegging inzake huisvesting van het kindDoc. 1673/019 te raadplegen op de Goudi website onder de rubriek Echtscheidingswetgeving en de wet op de fundamentele hervorming van de echtscheiding Doc. 2341/001 moeten de gelijkwaardigheid van de toepassing van het ouderschap bij scheidingen nog versterken.  De wet op gelijkmatig verblijf is ondertekend door de koning en moet nu nog enkel gepubliceerd worden in het Belgisch Staatsblad om toegepast te worden. De andere wet is behandeld in de Subcommissie Familierecht van de Kamer van Volksvertegenwoordigers en wordt na het reces behandeld in de Justitiecommissie zelf.
De eerste wet op het verblijfsco-ouderschap verheft het gelijkmatig verblijf tot norm. Bij niet-akkoord van de beide ouders geeft de rechter de voorrang aan co-ouderschap in een passende verhouding van het verblijf van de kinderen bij elk van de ouders. Het artikel 2 werd door de uitgenodigden heel grondig bestudeerd. Daaruit kwam de idee naar voren dat er nog heel veel beslissingsrecht aan de rechter wordt toebedeeld. Het voordeel van co-ouderschap als norm kan naar de rechtbanken en in de publieke opinie voor gevolg hebben dat er in de werkelijkheid effectief meer gelijkwaardigheid tussen beide ouders ontstaat bij de zorg en opvoeding van hun kinderen na scheiding. Ook het tweede luik in die wet werd heel belangrijk geacht, omdat daarin de maatregelen zijn voorzien om effectief de handhaving van de overeenkomsten of de vonnissen te waarborgen. Het ontwerp op de hervorming van de echtscheiding moet als het wet wordt in principe een echtscheiding zonder schuldtoekenning tot stand brengen, waarbij er een vermenselijking wordt verwezenlijkt die ook een heel gunstige weerslag kan krijgen op het leven van de kinderen van de gescheiden mensen.

- Nederland

In Nederland is het Wetsvoorstel Luchtenveld afgewezen. Het was niet volmaakt, maar betekende toch enige vooruitgang in de problematiek van het ouderschap na scheiding. Het wetsvoorstel Donner betekent in de praktijk nagenoeg geen vooruitgang. Nu de regering demissionair is en er verkiezingen in het vooruitzicht komen met een nieuwe legislatuur is het moment mogelijk gunstig om een nieuw wetgevend initiatief te nemen voor een volledige en drastische hervorming van de echtscheiding en de situatie van de kinderen daarbij. Als de Nederlandse Partij van de Arbeid een dergelijk nieuw wetsvoorstel in haar verkiezingsprogramma zou opnemen, zou dat de thematiek ook tijdens de verkiezingen in de aandacht spelen. Dan zou het later in de politieke actualiteit kunnen worden gespeeld. In Nederland hebben niet-residentiële ouders nagenoeg geen kans om hun rechten op omgang te doen gelden als er pertinent verzet is van de ouders bij wie de kinderen wonen. Heel vaak verdwijnen kinderen uit het gezichtsveld van de niet-inwonende ouder. In dat verband wordt in rechtszaken het begrip “het belang van het kind” op een bijzonder onheuse manier gebruikt. Toen dat in de gesprekken aan de orde kwam, ontspon er zich tussen Jan Piet De Man en Mr. Peter Prinsen een discussie rond het begrip van het” belang van het kind”. Jan Piet De Man beweerde dat er nu studies zijn gemaakt, waarbij er een nauwkeurige benadering van het begrip wordt mogelijk gemaakt. Mr. Peter Prinsen zelf beweerde dat in de rechtspleging het belang van het kind niet aan de orde mag komen, omdat het juist de controverse tussen de ouders oproept met faliekante gevolgen. Het belang van het kind kan vooraf heel duidelijk bepaald worden met eenvoudige parameters als : hoever wonen de ouders uit elkaar, hoever is de afstand van de woonsten tot de school van de kinderen e.a. Als op die eenvoudige gegevens geoordeeld wordt, hoeft er geen controversiële negatieve discussie te ontstaan over het belang van het kind. Ook bepleitte Mr. Peter Prinsen het belang van de rechtspsychologie voor de procesvoeringen. Rechters zouden in hun procedures moeten worden bijgeschoold vanuit de invalshoek van de rechtspsychologie om hun oordelen in familieaangelegenheden adequater te kunnen maken. In dat verband wil Mr. Prinsen een contact organiseren met Prof. Crombach om te overleggen wat er in Nederland in de nabije toekomst kan worden op touw gezet om de huidige impasse in verband met de kinderen te doorbreken en met constructieve voorstellen vanuit de vaderbeweging naar voren te komen.
Joep Zander wil desgevallend zijn steun verlenen.

- Engeland

Jennifer Cuttriss was bereid om vragen te stellen aan het gezelschap over de ouderproblematiek maar ook vragen te beantwoorden in verband met de situatie in Engeland daarover. Eén van de grote struikelblokken binnen het rechtssysteem is de niet-publieke gerechtelijke behandeling in familierechtgevallen. Je mag eens als de procedure is ingezet in geen enkel opzicht daarover in gesprek gaan. Ook de hoven behouden zowel voor de procedure als voor de uitspraken absolute geheimhouding. Dat geeft aanleiding tot veel misbruiken en tot veel misverstand. De Engelse vadergroeperingen en ook Families Need Fathers en ook Julian Fitzgerald ijveren al heel lang voor de openbaarmaking van de rechtspleging. Op haar vraag hoe het hier gesteld is, moeten wij antwoorden dat er hier openbaarheid van rechtspleging bestaat en dat de vonnissen publiek worden voorgelezen in de rechtbanken. Ook in Nederland lijkt dat goeddeels het geval te zijn. Verder krijg je in Engeland toestanden waarbij bij verhoging van het inkomen de alimentatie automatisch wordt opgetrokken. Ook beweringen en valse beschuldigingen aan het adres van een van de ouders worden niet onderzocht en hebben voor het lot van de betrokkenen enorme gevolgen. Niet-betaling van onderhoudsuitkeringen zijn strafbaar, maar er wordt niets tegen ondernomen. Een goed inzicht in de toestand in Engeland krijgen we via het Manifest van Families Need Fathers dat op hun website is te raadplegen en waarbij na een paar jaren ook een evaluatie werd gedaan, waarbij tegenover de beginsituatie inzake de toestand van het familierecht in de toepassing in de praktijk nagenoeg geen vooruitgang is geboekt. Zie 1. http://www.fnf.org.uk/manifesto.htm ; 2. http://www.fnf.org.uk/news/press_release/060614.html .  
De situatie in Engeland blijft voor niet-residentiële ouders bijzonder penibel, omdat de almacht van de residentiële ouder bepaalt of kinderen nog verder contact kunnen hebben met hun niet-residentiële ouder.

- Gedachtewisseling over de situatie in Nederland

Daarvoor verwijzen we naar het bovenstaande over Nederland. Opmerkelijk in de discussie over de mogelijkheden in Nederland om vanuit de ouder- of vaderbeweging initiatieven te ontwikkelen voor vooruitgang in de huidige maatschappelijk onaanvaardbare situatie van ongelijkheid in de continuering van het ouderschap tussen beide ouders na scheiding.was het duidelijk verschillend standpunt van Mr. Peter Prinsen, jurist,  tegenover dat van Jan Piet De Man, professioneel bemiddelaar. De Man pleitte met bijzondere nadruk voor een verdere verbreiding en adequate toepassing van bemiddeling. Mr. Prinsen ging daarmee akkoord tot op zekere hoogte en met duidelijke reserves. In vele gevallen bij bemiddeling komt een akkoord tot stand van: het is dit of het is de hel. Vele akkoorden tussen ouders bij bemiddeling berusten niet op de volle innerlijke instemming van beide ouders. Die akkoorden maken dan later weinig kans op succesvolle invulling in de praktijk van het dagelijkse leven. Daarbij beklemtoonde Mr. Prinsen dat rechtbanken onmisbaar zijn en een beslissende rol zullen blijven spelen bij deze problematiek.

Zelf hopen we op progressie mits de inzet van de Nederlandse vaderactivisten in Nederland op een weloverwogen geplande en consequent uitgevoerde wijze met lobbying naar de politiek toe en met acties naar een mentaliteitsverbetering naar het algemene publiek toe in scheidingsaangelegenheden. De situatie in België leert ons dat de wetgever nieuwe kansen voor vermenselijking kan bieden in de ouderproblematiek bij scheidingen.

- De ontwikkeling van het bestaande Europese communicatienetwerk.

Daarover kregen we op 20 augustus 2006 van Julian Fitzgerald uit Leeds, moderator van het Europees meertalig forum Euro-Dads & Mums (EDM) een uitvoerig adviserend bericht met zijn visie daarover. Wij hebben het bericht in extenso voorgelezen als aanloop tot een gesprek of een discussie daarover. Daarna hebben we gevraagd naar de reacties van de gespreksdeelnemers. Over het algemeen valt te stellen dat er een nogal opvallende terughoudendheid viel waar te nemen in die reacties. Eén deelnemer wees het project als niet haalbaar en niet praktisch realiseerbaar van de hand. Daartegenover kwam uit de groep een ander voorstel voor Europese samenwerking, waarover verder. Wij proberen hier toch de basisvisie van Julian Fitzgerald weer te geven. Hij heeft het over virtuele netwerking en over netwerking in het reële leven.

Virtuele netwerking: we hebben een forum nodig voor open publieke informatieuitwisseling over nieuws en gebeurtenissen. Die functie wordt nu uitgeoefend door Euro-Dads&Mums, maar het zou beter ondersteund moeten worden als een intergroepsforum dat meertalig is en bestemd voor alle leden. Hij ziet hier in de structuur mogelijk een zeeffunctie, waarbij een beperkte groep van intekenaars discussiëren over onderwerpen tussen mensen en groepen, of waarbij informatie wordt doorgestuurd vooraleer het op de algemene publieke lijst wordt gepubliceerd. Hierbij zijn dan weer speciale moderatoren nodig die de selectie van inkomende informatie zouden kunnen maken en ook zou deels gebruik kunnen worden gemaakt van nationale en groepsfora die al bestaan. Uit die selecterende moderatoren zou per groep en per land iemand gekozen kunnen worden die de verantwoordelijkheid heeft om als uitgever (‘editor’) te fungeren. Hierbij zou liefst gebruik worden gemaakt van het Euro-Dads&Mums forum en moderators daar naartoe af te vaardigen om deze technieken voor informatieuitwisseling eerst toe te passen. Onmisbaar om dat praktisch te realiseren is consensus daarover van de forums en de verschillende landen en groepen. Op dit ogenblik zijn er nog geen moderatoren en het systeem werkt nog niet naar wens. We willen nochtans komen tot het modereren van berichten.

Netwerking in het werkelijke leven: De Belgische internationale ontmoeting in Hasselt hoewel heel erg beperkt, kan tot die levende netwerking toch een bijdrage leveren. Dat zou kunnen als wij hier beslissingen nemen om die virtuele netwerking van de grond te krijgen en als we een koppeling zouden kunnen leggen met de voorbije en komende groepsontmoetingen. Als we daarbij promotie zouden kunnen maken voor een “wide-area-netwerk (WAN) met informatieuitwisseling met inbegrip van de landen en groepen die hier niet vertegenwoordigd zijn, dan zou dat een bijzonder resultaat opleveren van deze bijeenkomst. Dat zou een deel zijn van het proces van mee te gaan werken in een pluralistisch informatiecontinuüm dat echt zou functioneren. Dat vergt wel inzet van mensen die willen meewerken.

Aansluitend bij die laatste aspiraties van Julian Fitzgerald hebben we een overzicht gegeven van de conferenties in Spanje waarbij Julian als spreker optrad, de ontmoeting in Norwich en we hebben het model van de Leeds Family Law Reform debate van 16 september 2006 voorgelezen. Dat model zou inderdaad elders kunnen worden toegepast in andere debatten bij andere gelegenheden op andere plaatsen rond de hervorming van het familierecht. Zelf hebben we daarvoor geen plannen gemaakt. Voor dat model verwijs ik naar de website van Euro-Dads&Mums:
http://groups.yahoo.com/group/euro-dads/message/29155

Vanaf het begin van de conferentie is een voorstel ter sprake gekomen vanuit de Brusselse groep CAPS Enfance met name van zijn voorzitter Jacques Van Roosbroeck: hij pleitte uitdrukkelijk voor een Europees bureau voor internationale samenwerking en lobbywerk naar de Europese instanties toe. Daarbij kan worden gedacht aan algemene coördinatie van de netwerking van alle Europese verenigingen en groepen die de ouderschapsthematiek als thema voor ogen houden en het gelijkwaardig ouderschap efficiënt willen bevorderen. Dat bureau zou in Brussel gevestigd kunnen worden en zou met een paar mensen bestaft kunnen worden: een professioneel bekwaam iemand die het inhoudelijk werk voor zijn rekening zou nemen met administratieve ondersteuning van een andere kracht. De belangrijkste voorwaarde om een dergelijk project te realiseren is uiteraard fondswerving. Eerst werd gedacht aan een geldelijke ondersteuning vanwege het Instituut voor de Gelijkheid van Kansen van het Ministerie van Minister Dupont. Daarbij ontstaat wel een afhankelijkheidssituatie. Verder werd gedacht aan een geldelijke ondersteuning van de Europese instellingen in Brussel. Jenny Cuttriss deelde mee dat iemand binnen Families Need Fathers speciaal de functie vervult van ‘fundraising’ – subsidieverwerving. CAPS Enfance biedt aan om dit project te helpen verwezenlijken. Zelf ben ik bereid de realisering van een dergelijk project te ondersteunen, maar persoonlijk zal ik daartoe initiatieven van anderen afwachten. Wij kijken uit naar een verdere stap van CAPS Enfance uit Brussel in die richting. Er kwamen geen uitgesproken reacties op dat initiatief van CAPS Enfance van de andere participanten tijdens de besprekingen.

Tijdens de besprekingen kwam ook de wens naar voren om een overzicht te krijgen in de verschillende landen van de wetgeving waarbij gelijkwaardig ouderschap van toepassing is. Mails daarover verschenen recent op de fora.
Hoogst belangrijk is dat degelijke wetgeving in dat verband ook in de praktijk in haar dagelijkse toepassing effectief wordt gehandhaafd. Die handhaving ontbreekt doorgaans en daarin ligt vaak het grootste kwaad.

Tot slot

Mogen deze rapporterende notities naar aanleiding van onze ontmoeting in Hasselt op zaterdag 26 augustus 2006 een bijdrage zijn tot verdere Europese samenwerking en netwerking. Jenny Cuttriss nam aan de trein afscheid met nog eens te beklemtonen dat persoonlijke ontmoeting en kennismaking onontbeerlijk zijn voor een goede levendige samenwerking op nationaal en internationaal gebied.

De gesprekken verliepen in drie talen: Nederlands, Engels en Frans. Iedereen deed zoveel mogelijk in eigen taal of in een andere taal zijn best om verstaanbaar over te komen. We hebben elkaar tot op grote hoogte inderdaad allemaal begrepen en we hebben de banden aangehaald van de bekenden en zeker ook nieuwe banden gesmeed met  wie we de eerste keer hebben ontmoet in ons gemeenschappelijk streven naar gelijkwaardig ouderschap in onze eigen landen en in de landen waarvan we weten dat dezelfde problematiek acuut is en aan de orde gesteld wordt. Elke stap vooruit in de praktische verwezenlijking naar gelijkwaardig ouderschap is een stap naar vermenselijking van kinderen en ouders en dat kan heel belangrijk zijn voor het verdere leven van de betrokkenen.

Ghislain Duchâteau

***

VERSION FRANCAISE

Rapport accompagné de notes et de réflexions rédigé à l'issue de la rencontre internationale ayant pour thème le divorce et la problématique parentale à Hasselt (BE), le 26 août 2006.

Nous pouvions recevoir huit des vingt-quatre invités.

Avec ma compagne Gerda et moi nous avons atteint la pleine capacité de ma maison.

Nous étions:

- Jennifer Cuttriss de "Families Need Fathers" (FNF) venait de Grande-Bretagne. Elle est membre du Comité de Direction du FNF et effectue un travail bénévole un jour par semaine dans le bureau londonien
- Joep Zander, néerlandais engagé et réputé, pédagogue, artiste en écrivain. Il a parcouru à vélo 50 km de chez sa mère, à Sittard (NL), jusqu'à Hasselt chez moi à la maison, avec un pneu plat.... Le soir il est rentré à Sittard.
- Peter Prinsen, l'avocat néerlandais réputé, spécialiste en divorce, a annoncé assez tard sa participation, a bravé d'interminables files à la frontière belgo-néerlandaise, mais est malgré tout arrivé chez moi.
- Jacques Van Roosbroeck, président de l'association bruxelloise CAPs Enfance, qui consacre beaucoup de temps à des actions relatives à notre problématique depuis qu'il profite d'une interruption de carrière. Ce dernier temps il participe comme francophone aux séances de la sous-commission "Droit des familles" à la Chambre et était membre du groupe de travail des deuxièmes "États généraux de la Famille".
- Renaud Dethier habite à Koksijde (BE), accompagne Jacques, est membre de CAPs Enfance et lutte encore dans des procédures de divorce – est bilingue néerlandophone et francophone.

- Dries De Preter, membre directeur de l'association indépendante BGMK.be à Anvers.
- Geert Van de Meerschaut, président de la section brugeoise du BGMK.org. et secrétaire général adjoint du BGMK
- Jan Piet De Man, médiateur professionnel et particulièrement actif pour ce qui concerne le travail législatif relatif à la problématique parentale à la Chambre des Représentants. Va en Bulgarie en octobre pour y donner des formations à des magistrats.

J'ai assuré moi-même la direction des débats.

Nous avons observé avec précision le schéma prévu des discussions.

Les thèmes étaient les suivants :

- Lecture des messages à l'intention des participants de la part de Rob van Altena, Julian Fitzgerald, Shaun O’Connell, Ronald Vandebeek, Ad Verdiesen, etc.
- Le traitement du débat à propos de la situation relative à l'équité parentale et de la législation, respectivement de la Belgique, des Pays-Bas, de l'Angleterre.
- Un traitement plus en profondeur de la situation aux Pays-Bas après le refus du projet de loi Luchtenveld et la proposition peu pertinente du ministre de la justice Donner.
Nous avons examiné si nous pouvons relancer le groupe de travail animé par Wim Orbons et un certain nombre de professeurs d'université en tant que conseillers du Conseil supérieur de la Justice et du Ministère de la Justice. Peter Prinsen veut pour commencer reprendre une ancienne initiative visant à réunir le prof. Crombach et Wim Orbons en vue d'organiser une réunion dont le but est de se concerter à propos d'éventuelles nouvelles initiatives législatives aux Pays-Bas et ce dans le contexte de la prochaine législature.
Joep Zander est prêt à collaborer en ce sens mais ne s'engage pas plus avant.
- Traitement d'un développement plus étendu du réseau européen existant de communication, qui échangerait de manière efficace l'information, qui améliorerait les contacts pour ce qui concerne d'une part les activités actuelles en Europe et d'autre part ce que les personnes engagées pourraient faire pour agir de manière appropriée. L'actuel noyau central du réseau européen est Julian Fitzgerald (Leeds U.K.), qui est le modérateur du forum "Euro-Dads&Mums", qui fait d'énormes efforts pour réaliser la communication au niveau européen au moyen de la diffusion d'information pertinentes par le truchement de son forum qui vise une information de haut niveau. Il était présent à la conférence en Espagne où il prit la parole au début de l'année, il était présent à la conférence de Norwich en Angleterre le 24 juin 2006, stimula la tenue de notre rencontre de Hasselt et joue le rôle de modérateur dans "Leeds Family Law Reform debate", un débat au sujet de la révision du droit familial, qui aura lieu à Leeds le samedi 16 septembre 2006. D'autres possibilités relatives à des actions au niveau européen ont été abordées.

Un drink de bienvenue, un dîner pris en commun, une promenade dans la nature et un repas du soir favorisèrent des entretiens francs et informels, permirent de créer une atmosphère conviviale et aux participants de mieux se connaître.

Les entretiens en soi :

- Les messages:

Rob van Altena se réfère à la loi sur la coparentalité et l'hébergement alterné qui sera en vigueur à la fin de 2006. Il dit littéralement : “Cette loi Onkelinx est un exemple parlant pour les Pays-Bas". Il incite à examiner le contenu précis et aussi d'étudier les textes fondateurs dans lesquels sont explicités les arguments en faveur de l'équité parentale.
Ces textes sont disponibles sur mon site web "Goudi – rubriek Echtscheidingswetgeving (http://www.goudi.be)". Il incite aussi à n'avoir pas trop de discussions sur le pour ou le contre au sujet de l'existence ou l'absence de cette stratégie dans les actions des pères engagés : “Une activité bien équilibrée peut servir autant l'attention publique qu'un lobbying tenace.”

Nous avons fait état de divers messages de Julian Fitzgerald concernant notre rencontre et les attentes qui peuvent en résulter. Nous avons lu aussi le rapport  de "Norwich Family Law Reform Meeting" du 24 juin 2006.
S'y trouvent les suggestions qui doivent conduire à un certain comportement en vue de négocier avec une certaine éthique :
1.
Pas d'exclusion. Etre inclusif est un principe primordial pour développer notre vision plutôt que de suivre l'exemple des tribunaux des familles.

2. Pluralisme. A l'instar de la pratique du mouvement espagnol pour l'équité des droits parentaux nous souhaitons, nous parents, élaborer un agenda de la réforme des droits familiaux avec les professionnels et les politiques.

3. Le partage de l'information. Nous devons fournir des efforts cohérents et soutenus pour partager nos connaissances, les rendre accessibles à une multitude et non à une minorité.

4. Reconnaissance. L'accent doit être mis sur l'expérience des parents et des enfants plutôt que sur les schémas des professionnels et de l'appareil judiciaire.

5. Ouverture. Aider les autres revient à s'aider soi-même. Le travail en réseau évite des efforts répétés et aide à mettre en place un front solide en vue de changements de politique.

Shaun O’Connell (Angleterre) demande entre autre de s'accorder un intérêt dans la pétition 1503 des Nations unies : "In the Name Of Our Children". Ronald Van der Beek (Pays-Bas) signale la fondation de son parti "Partij voor de Jongeren (PVDJ) – (Parti pour les jeunes) une initiative qui a des ambitions politiques dans le sens de la défense des intérêts des parents et des enfants lors d'un divorce. Ad Verdiezen fulmine contre la vacuité verbale du projet de loi Donner qui actuellement se trouve selon la législation au parlement néerlandais.

- Equité parentale

- en Belgique

En Belgique, l'équité parentale existe depuis la loi du 13 juin 1995, mais deux lois importantes nouvelles doivent renforcer l'idée. La loi "tendant à privilégier l'hébergement égalitaire de l'enfant dont les parents sont séparés et règlementant l'exécution forcée en matière d'hébergement d'enfant" Doc. 1673/019 à consulter sur le website Goudi sous la rubrique "Echtscheidingswetgeving" et la loi "réformant le divorce" Doc. 2341/001 doivent renforcer l'équité de l'application de la parentalité lors des divorces. La loi sur l'hébergement égalitaire et signée par le Roi ne doit plus qu'être publiée au Moniteur belge pour être d'application. L'autre loi est traitée par la sous-commission Droit de la Famille de la Chambre des Représentants et sera encore traitée par la Commission Justice elle-même après les vacances parlementaires.

La première loi relative à la coparentalité en matière de résidence élève l'hébergement égalitaire au niveau de la norme. En cas de désaccord des deux parents, le juge donne la priorité à la coparentalité dans un rapport de durées d'hébergement approprié chez chacun des parents. L'article 2 a été étudié très à fond par les invités. De là, il ressort d'avancer l'idée qu'il est encore donné beaucoup de pouvoir de décision au juge. L'avantage de la coparentalité comme norme peut avoir pour conséquence auprès des tribunaux et de l'opinion publique qu'il existe quant aux soins et à l'éducation effectivement plus d'équité entre les deux parents après la séparation. Aussi le deuxième volet de cette loi est considéré comme très important parce que les dispositions sont prévues pour garantir effectivement le maintien des conventions et des jugements. Le projet relatif à la révision du divorce doit, s'il devient une loi, mettre sur pied, en principe, un divorce sans faute, par lequel une humanisation est réalisée qui peut avoir un impact favorable sur la vie des enfants des personnes divorcées.

- aux Pays-Bas

Aux Pays-Bas, le projet de loi Luchtenveld a été rejeté. Il était incomplet, mais signifiait quand même un certain progrès dans la problématique de la parentalité après le divorce. Le projet de loi Donner ne signifie à peu près aucun progrès. A présent que le gouvernement est démissionnaire et que des élections sont en vue pour une nouvelle législature, le moment est probablement opportun de prendre une initiative en faveur de la mise sur pied d'une nouvelle législation fondamentalement modificatrice du divorce et de la situation des enfants. Si le Parti néerlandais du Travail prend un tel nouveau projet de loi dans son programme pendant les élections, le thème attirerait l'attention pendant la campagne électorale. Cela pourrait jouer plus tard un rôle dans l'actualité politique. Aux Pays-Bas, les parents non-résidents n'ont à peu près aucune chance de faire valoir leurs droits sur la relation s'il y a un conflit permanent entre les parents chez qui les enfants habitent. Très souvent les enfants disparaissent du champ visuel du parent non co-habitant. En rapport avec cela, la compréhension, en droit, de "l'intérêt de l'enfant" est utilisée de manière peu satisfaisante.

Lorsque cela vint dans les conversations, une discussion commença au sujet de la signification de "l'intérêt de l'enfant" entre Jan Piet De Man et M. Peter Prinsen. Jan Piet De Man prétendait que maintenant des études sont effectuées qui permettent d'appréhender avec plus de précision qui rend la compréhension plus facile. M. Peter Prinsen, lui-même prétendait que dans les actes juridiques l'intérêt de l'enfant ne peut pas être pris en compte du fait qu'il suscite précisément des controverses entre les parents avec des conséquences négatives. L'intérêt de l'enfant peut être défini de façon claire avec des paramètres simples comme :  à quelle distance vivent les parents, quelles sont le distances entre l'école et les résidences des enfants, etc ? Si un jugement est émis sur base de ces données simples, des discussions comportant des controverses négatives ne seront plus de mise au sujet de l'intérêt de l'enfant. Aussi, M. Peter Prinsen plaida en faveur de l'apport de la psychologie dans la façon de mener les procès. Les juges devraient recevoir une formation psychologique orientée vers les procédures de telle sorte que leurs jugements dans le domaine familial soient rendus plus adéquats. En rapport avec cela M. Prinsen veut organiser une rencontre avec le Prof. Crombach pour examiner ce qui peut se faire au Pays-Bas pour sortir de l'impasse actuelle relative aux enfants et pour mettre en avant des propositions constructives à partir des mouvements animés par les pères.

Joep Zander veut apporter son appui dans cette action.

- en Grande-Bretagne

Jennifer Cuttriss était disposée à poser des questions à l'assemblée au sujet de la problématique parentale mais aussi à répondre aux questions en rapport avec la situation en Angleterre à ce sujet. Une pierre d'achoppement (difficulté) est qu'au sein du système le traitement des affaires familiales n'est pas public. Vous ne pouvez en aucun cas, une fois que la procédure a commencé, entamer des discussions. Même les Cours gardent le secret absolu tant au sujet des procédures qu'au sujet des déclarations. Cela donne naissance à beaucoup d'excès et malentendus. Les associations anglaises, le "Families Need Fathers" et aussi Julian Fitzgerald militent depuis très longtemps en faveur de la publicité des débats en justice. A sa demande comment il est procédé chez nous, nous devons répondre que les débats sont publics et que les sentences sont rendues en public par les tribunaux. Même aux Pays-Bas, il semble que ce soit majoritairement le cas. De plus, en Angleterre, vous trouvez des situations où la rente alimentaire est majorée automatiquement avec les revenus. Aussi les allégations et fausses accusations à l'égard d'un des parents ne sont pas examinées et ont des conséquences énormes pour un des parents. Le non paiement des rentes alimentaires est punissable, mais aucune action n'est entreprise. Nous recevons une bonne vision de la situation en Angleterre au travers le Manifeste de "Families Need Fathers" consultable sur leur website. Il ressort d'une évaluation menée après quelques années qu'aucun progrès significatif dans le domaine du droit de la famille n'a été relevé par rapport à la situation initiale.
Voir 1. http://www.fnf.org.uk/manifesto.htm ;
2. http://www.fnf.org.uk/news/press_release/060614.html .  
La situation en Angleterre reste pour les non-résidants particulièrement pénible parce que la toute puissance des parents résidants détermine si des enfants peuvent encore garder des contacts avec leur parent non-résidant.

- Echange d'idées à propos de la situation aux Pays-Bas

Pour cela nous nous référons à ce qui a été écrit plus haut au sujet des Pays-Bas. Dans la discussion sur la possibilité de développer, aux Pays-Bas - dans la situation actuelle inacceptable d'inéquité -  des initiatives à partir des mouvements de parents et de pères en faveur d'un progrès vers une continuation de la parentalité au-delà du divorce, apparaît une divergence de vue entre M. Peter Prinsen, juriste et Jan Piet De Man, médiateur professionnel. De Man plaidait avec conviction en faveur d'une extension et une adéquation de la médiation. M. Prinsen partageait ses vues jusqu'à un certain point avec des réserves précises. Dans beaucoup de cas, la médiation aboutit à un accord du type "C'est ceci ou c'est l'enfer". Beaucoup d'accords entre parents lors de médiations reposent sur des concessions qui ne sont pas intériorisées totalement par les deux parents. Ces accords n'ont pas de chance d'être suivis des faits au quotidien. M. Prinsen insiste sur le fait que les tribunaux sont incontournables et doivent continuer à jouer leur rôle déterminant dans cette problématique.

Nous espérons même que des progrès seront réalisés grâce aux efforts des pères engagés aux Pays-Bas dans un lobbying responsable et planifié envers le politique, par des actions visant à améliorer les mentalités; une démarche destinée à un large public, en vue de modifier l'esprit qui entoure les affaires de divorce. La situation en Belgique nous apprend que le législateur peut offrir des chances nouvelles pour aborder de façon humaine les questions parentales lors de divorces.

- Le développement du réseau de communication existant en Europe

Pour cela nous recevions, le 20 août 2006, de la part de Julian Fitzgerald, Leeds (GB), modérateur du site web européen et multilingue "Euro-Dads & Mums" (EDM) une information avisée et détaillée avec sa vision à ce sujet. Nous l'avons lue in extenso comme point de départ d'un entretien ou d'une discussion. Ensuite nous avons demandé aux membres présents d'exprimer leurs réactions. En général, il faut constater une retenue évidente. Un participant désigna le projet comme hors d'atteinte et non réalisable pratiquement.

Par contre une autre proposition vit le jour dans le groupe au sujet de la collaboration européenne. On en parlera plus loin. Nous allons essayer de reproduire ici la vision de Julian Fitzgerald. Il est question de réseau virtuel et de réseau dans la vie réelle.

Réseau virtuel : nous avons besoin d'un forum pour l'échange d'informations publiques et pour la communication de nouvelles et d'événements. Cette fonction est maintenant exercée par "Euro-Dads&Mums", mais devrait être mieux soutenue en tant que forum intergroupe multilingue et destiné à tous les membres. Il considère, dans la structure, la possibilité d'un filtre au sein duquel un nombre restreint de souscripteurs discuteraient de sujets entre personnes et groupes ou auprès desquels des informations seraient envoyées avant d'être placées sur des listes publiques générales. Ici des modérateurs spéciaux sont à nouveau nécessaires qui feraient la sélection des informations entrantes et aussi qui feraient usage de forums nationaux ou de groupes qui existent déjà. Parmi ces modérateurs sélectionnés, on choisirait quelqu'un, par groupe et par pays, qui ferait fonction de responsable en tant qu'éditeur. Dans ce contexte, on ferait de préférence appel à "Euro-Dads&Mums". Les modérateurs y seraient envoyés afin d'y appliquer d'abord les techniques de l'échange d'information. Un consensus des forums et des divers pays et groupes est inévitable. Pour le moment, il n'y a pas de modérateurs et le système ne fonctionne pas encore comme on le souhaiterait. Nous voulons néanmoins arriver à modérer les informations.

Réseau dans la vie réelle : Le colloque international belge de Hasselt, bien que très limité, peut apporter sa contribution au réseau vivant, de la vie réelle. Cela se pourrait si nous prenons ici les décisions pour faire démarrer le réseau virtuel et si nous pouvions établir des liens avec les rencontres passées et futures. Si nous faisons en plus la promotion d'une "wide-area-netwerk" (WAN) avec échange d'information avec et y compris les pays et les groupes qui ne sont pas représentés ici, alors nous produirons un résultat extraordinaire à partir de cette rencontre. Cela serait une partie du processus de participation à un espace continu d'information de type pluraliste qui fonctionnerait vraiment. Cela suppose un investissement des personnes qui veulent y participer.

Faisant suite aux dernières inspirations de Julian Fitzgerald nous avons donné un aperçu des conférences en Espagne - où Julian a pris la parole - et de la rencontre de Norwich. Nous avons également lu le prospectus du débat du 16 septembre 2006 de Le
eds Family Law Reform. Ce modèle pourrait en effet être appliqué ailleurs dans d'autres débats à d'autres occasions, à d'autres endroits pour ce qui concerne la réforme de la parentalité. Nous n'avons même pas fait de projet à ce sujet. Pour ce modèle, je renvoie au site web de Euro-Dads&Mums:
http://groups.yahoo.com/group/euro-dads/message/29155

Au début du colloque CAPs Enfance (Bruxelles) a fait une proposition par la voix de son président, Jacques Van ROOSBROECK. Il plaide en faveur d'un bureau européen pour une collaboration internationale et un lobbying orienté vers les instances internationales. En marge de cela, on peut penser à une coordination générale du réseau dans toutes les associations et groupes qui s'intéressent à la problématique de la parentalité et qui veulent promouvoir efficacement l'équité parentale. Ce bureau pourrait être établi à Bruxelles et serait encadré par quelques personnes dont un professionnel compétent qui prendrait sur elle la partie qui porte sur le contenu de l'activité et secondé sur le plan administratif par une autre personne. La principale condition pour réaliser un tel projet est évidemment le recrutement de fonds. On a pensé d'abord à un subside de la part de l'Institut pour l'égalité des chances du Ministre Dupont. Cela constitue une dépendance. Puis, on a pensé à un soutien partiel d'instances européennes à Bruxelles. Jenny Cuttriss fit part de ce qu'une personne au sein de "Families Need Fathers" remplit spécialement la fonction de ‘fundraising’ – allocation de subside. CAPS Enfance propose d'aider à réaliser ce projet. Moi-même, je suis prêt à soutenir un tel projet, mais personnellement j'attendrais que les initiatives viennent d'autres personnes. Nous attendons que CAPs Enfance fasse depuis Bruxelles le pas suivant dans cette direction. Aucune réaction à propos de cette initiative de CAPs Enfance ne se fit entendre de la part des autres membres pendant les discussions.

Le souhait a été exprimé pendant les entretiens d'avoir un synoptique des législations relatives à l'équité parentale dans les différents pays où elles sont d'application. Des mails à ce sujet sont apparus dans différents forums.
C'est de la plus haute importance qu'une législation convenable à ce sujet soit observée dans la vie quotidienne. Ce maintien fait défaut et c'est là que réside le plus grand mal.

Pour conclure

Puissent ces notes établies en guise de rapport rédigées à l'issue de notre colloque de Hasselt du samedi 26 août 2006, donner sa contribution à une collaboration européenne tant de manière virtuelle que réelle. Jenny Cuttriss pris congé au train en insistant sur le fait que les rencontres personnelles et que le fait de faire connaissance sont indispensables pour une collaboration vivante sur le plan national et international.

Les conversations se déroulèrent en trois langues : néerlandais, anglais et français. Chacun faisait son possible pour se rendre compréhensible soit dans sa propre langue soit dans une autre. Nous nous sommes en effet compris sur l'essentiel. Nous avons resserré les liens avec ceux que nous connaissions déjà et établi de nouveau liens avec les personnes que nous rencontrions pour la première fois. Cela est de bon augure pour notre action en faveur de l'équité parentale dans nos propres pays et ceux où nous savons que le problème se pose de manière aiguë. Chaque pas que nous posons pour la réalisation pratique dans l'intérêt de l'équité parentale est un pas vers plus d'humanisation des enfants et des parents. C'est peut-être essentiel pour le reste de leurs vies.

Ghislain Duchâteau

Traduction du NL vers le FR par Renaud DETHIER, corrigée par Julian Fitzgerald
Le texte original NL est le texte de référence.


 
Omhoog
 

Toekenning door de rechtbank van het ouderlijk gezag

De jeugdrechtbank van Brussel beschikte op 8 juni 1998, (R.W. 1998-99,822):


1. "De gezamelijke uitoefening van het ouderlijk gezag is de algemene
regel
en kan slechts om ernstige redenen ontnomen worden. Man en vrouw zijn
geroepen tot gelijke en gelijkaardige taken
, zodat het verzoek van de vader
om het verblijf van het kind in gelijke delen vast te leggen bij de ene en
de andere ouder, gegrond is."

2. "Overwegende dat de gezamelijke uitoefening van het ouderlijk gezag
de algemene regel is en slechts om ernstige redenen kan ontnomen worden; dat
dit terzake niet het geval is"

3. "Overwegende dat een loutere onenigheid of gebrek aan
verstandhouding tussen partijen geen afdoende grond is om daaruit af te
leiden dat het kindje, al ware het van prille jeugd (7 maanden oud!), beter
aan zijn moeder wordt toevertrouwd;

dat in de sociologische ontwikkeling zoals zij zich heden ten dage voordoet,
man en vrouw geroepen worden tot gelijke en gelijkaardige taken;

dat een vader, evengoed als een moeder, in staat is om zich met de zorgen en
opvoeding van een jong kind te belasten
;

dat de stelling volgens welke deze ouderlijke taak voor de moeder
gereserveerd is tot een voorbij tijdperk hoort;

dat het verzoek van de vader om het verblijf van het kind in gelijke delen
vast te leggen bij de ene en de andere ouder bijgevolg gegrond
is; ..."

***

Nummer : RB02815_1

Datum : 1982-11-24 Jurisdictie : RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG BRUSSEL,

BURGERL KAMERS - FR, 9E K Zetel : SCHOLLERRolnummer : 85/71162

OUDERLIJK GEZAG. - HOEDERECHT. - HUWELIJK. - RECHTEN EN PLICHTEN VAN

ECHTGENOTEN. - DRINGENDE EN VOORLOPIGE MAATREGELEN. - Afwisselende hoede.

De samenvatting van het vonnis van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Brussel, franse 9e burgerlijke kamer, zetel Scholler, rolnummer 85/71162 vermeldt het volgende: wanneer de hoede over het kind bij beschikking van de vrederechter op grond van BW Art. 223 aan één van de ouders wordt toegekend bij voorkeur boven de andere, valt te vrezen dat hieruit een feitelijke toestand ontstaat die wellicht later bij definitief vonnis zou worden bevestigd, zonder dat beide ouders werkelijk in de gelegenheid werden gesteld hun opvoedkundige geschiktheid te bewijzen. Bijgevolg mag het hoederecht afwisselend worden toegekend aan beide ouders wanneer blijkt dat het kind, hoe jong het ook is, met beide ouders sterk gebonden is en te zeer zou lijden onder de impliciete veroordeling als gevolg van de niet-toekenning van het hoederecht hetzij aan de vader hetzij aan de moeder.

Bron: http://www.cass.be/cgi_juris/jurn.pl


 
Omhoog
  Hoorrecht bij echtscheiding

Iedere jongere heeft toch al gehoord over kinderrechten. Kinderen zijn mensen die jonger zijn dan 18 jaar. Hun rechten staan in het Internationaal Verdrag voor de Rechten van het Kind. Dat verdrag is in bijna alle landen goedgekeurd. In dat verdrag vinden we heel wat rechten, o.m. recht op gezonde voeding, recht op bescherming tegen (seksuele) mishandeling, recht op onderwijs, het recht om omgang te hebben met beide ouders, het recht je mening te zeggen. Dat laatste recht heet het hoorrecht.

Het hoorrecht houdt feitelijk in, dat kinderen en jongeren naar hun mening moeten worden gevraagd als de overheid iets doet dat op hen van invloed is. Dat is bijvoorbeeld zo als het gemeentebestuur in een stad het verkeersplan wil veranderen of als de minister van onderwijs de scholen wil hervormen.

In België is dat hoorrecht tot nu toe alleen maar geregeld in zaken die voor de rechtbank komen : als ouders van kinderen scheiden, als hun vader gestorven is en de nieuwe man van hun moeder wil de kinderen adopteren, als de kinderen bij één ouder wonen en de andere ouder wil ze vaker zien…

In die situaties kunnen jongeren met de rechter die een uitspraak moet doen, gaan praten.

Hoe is dat hoorrecht in verband met echtscheiding nu precies georganiseerd ?

1. Er moet een rechtszaak lopen, dat is dat ouders die willen scheiden al bij de rechtbank begonnen zijn of dat een ouder die de verblijfsregeling veranderd wil zien al een verzoekschrift bij de jeugdrechter ingediend moet hebben.

2. Om te kunnen worden gehoord moet een kind volgens de wet beschikken over het "vereiste onderscheidingsvermogen". Dat is niet echt aan een leeftijd gebonden, maar wat dat eigenlijk is staat niet in de wettekst te lezen. De rechter kan dat zelf invullen.

3. De rechter kan een jongere of een kind uitnodigen om met hem te praten, maar hij is daar meestal niet toe verplicht. Die rechter hoeft ook niet uit te leggen waarom hij dat niet doet.

4. Als jongeren of kinderen zelf de rechter willen spreken, dan moet die dat doen, behalve als hij meent dat iemand niet over het "vereiste onderscheidingsvermogen" beschikt. Hij hoeft niet te zeggen waarom hij dat vindt. Als de rechter weigert met een jongere of een kind te praten, kan daartegen niet geprotesteerd worden of niemand kan daartegen in hoger beroep gaan.

5. Als na de echtscheiding betwisting over iets ontstaat tussen de ouders, dan is de jeugdrechter bevoegd. Hij moet altijd jongeren of kinderen uitnodigen die ouder zijn dan 12 jaar.

6. Als de rechter een jongere of een kind voor een gesprek uitnodigt, dan kan hijzelf met hem of haar praten. Ook kan hij iemand anders vragen dat voor hem te doen. Dat kan een psycholoog of een maatschappelijke werker zijn. Een jongere die gehoord wordt, mag zich laten vergezellen door een volwassen persoon die hij/zij vertrouwt. Dat kan echter niet door de ouders of hun advocaat.

7. Als een jongere of een kind met de rechter niet wil gaan praten, dan hoeft hij niet te gaan.

8. Ouders zijn nooit aanwezig bij het gesprek met de rechter of zijn plaatsvervanger. Die ouders mogen ook het verslag niet lezen van dat gesprek. De advocaat van de ouders mag dat wel lezen. Soms verklappen advocaten toch wat het kind in het gesprek heeft gezegd. Dat is niet correct. Advocaten dringen er soms op aan, dat jongeren of kinderen met de rechter gaan praten. Sommige ouders of advocaten zeggen kinderen ook voor wat zij moeten vertellen. Ook dat is niet correct.

Het hoorrecht heeft tot doel dat jongeren of kinderen over de situatie aan de rechter hun eigen mening vertellen. Het is niet de bedoeling dat de rechter ze vraagt een keuze te maken tussen hun ouders. Niet de kinderen maar de rechter maakt bijvoorbeeld uit bij wie de kinderen gaan wonen.

Als er een rechtszaak bezig is en een jongere of een kind wil haar of zijn mening vertellen, maar weet niet bij welke rechter, dan kan zij of hij dat schrijven naar de procureur des konings van de rechtbank van de streek. De adressen kunnen ze vinden in de telefoongids, bij de Kinderrechtswinkels of ze kunnen bellen naar de Kinder- en Jongerentelefoon op het nummer 078/15 14 13.

Naar een bewerking van een websiteartikel van de Kinder- en Jongerentelefoon door Sofie Van Steenberghe in het BGMK-tijdschrift Hoop! jg. 24 nr. 3 - maart 2002 - p. 4-5.


 
Omhoog
  Hoe goed is co-ouderschap ?

In S-magazine, het sociaal infoblad van de socialistische mutualiteit, lazen wij een artikel naar aanleiding van een interview met Mevrouw Ann Van Leuven, echtscheidingsbemiddelaar.

…. In het geval dat partners "vreedzaam" uit elkaar gaan, biedt het co-ouderschap vaak de best mogelijke regeling voor alle betrokkenen.

De verantwoordelijkheid voor de opvoeding blijft immers bij de beide ouders terwijl voor de kinderen een verblijfsregeling "naar maat" wordt uitgewerkt. Het co-ouderschap berust op de wet van 13 april 1995 en voorziet de 'gezamenlijke uitoefening van het ouderlijk gezag'…

Tot daar de aanhef van het overigens boeiend interview. Een mooi betoog voor iets wat eigenlijk al bij wet is vastgelegd (BW art. 374).

Hier aan de telefoon van het secretariaat, maar ook op de afdelingsvergaderingen, worden wij dikwijls geconfronteerd met de volgende uitspraak: "Co-ouderschap is in ons geval onmogelijk, want ik werk op onregelmatige uren en een week/week-regeling is in die omstandigheden niet mogelijk."

Deze uitspraken bevestigen, telkens opnieuw, dat er niet alleen bij onze leden maar ook in het algemeen, de grootste verwarring heerst aangaande co-ouderschap. Soms is ook het notariaat niet op de hoogte van deze wet en sturen zij bij een EOT aan op exclusief ouderlijk gezag voor de moeder.

Door deze verwarring laten vele scheidende mannen het exclusief ouderlijk gezag aan de moeder, omdat zij co-ouderschap en ouderlijk gezag met elkaar verwarren. Steeds weer dachten deze mannen dat als ze voor co-ouderschap zouden kiezen, zij de kinderen week om week bij zich zouden hebben. Zo 'n regeling ziet de vader niet zitten, meestal omdat zijn werk er zich niet toe leent, of omdat het door de moeder wordt geweigerd, omdat zij niet zo lang van haar kinderen gescheiden wenst te zijn.

Kan die vader dan niet part-time gaan werken om zo meer tijd te hebben voor de opvoeding van de kinderen ?

Dat zou een oplossing kunnen zijn, maar vergeten wij niet dat onze maatschappij en ook onze werkgevers niet klaar zijn voor een man die kiest voor zijn gezin ; meestal zal zo'n part-time aanvraag resulteren in een uitgerangeerd worden naar carrière toe : het bedrijf kan niet voor 100% meer op hem rekenen. Dat is nu wel een andere discussie, maar ik wou het toch eens vermelden.

Gedeeld ouderlijk gezag, zoals in de wet van 13 april 1995 geschreven, voorziet dat beide ouders, ook als ze niet meer samenwonen, instaan voor het ouderlijk gezag. Alleen in het belang van het kind kan van deze regeling worden afgeweken.

Art. 374 van het Burgerlijk Wetboek omschrijft heel duidelijk wat bedoeld wordt met "ouderlijk gezag" : …. de organisatie van huisvesting van het kind, de belangrijke beslissingen betreffende zijn gezondheid, zijn opvoeding, zijn opleiding en zijn ontspanning en over de godsdienstige en levensbeschouwelijke keuzes… art. 376 vervolgt : Wanneer de ouders het gezag over de persoon van het kind uitoefenen, beheren zij ook gezamenlijk zijn goederen en treden zij gezamenlijk als zijn vertegenwoordiger op.

Om volledig te zijn moeten we ook nog eens art. 373 2de lid lezen : Ten opzichte van derden die te goeder trouw zijn, wordt elke ouder geacht te handelen met instemming van de andere ouder wanneer hij, alleen, een handeling stelt die met dat gezag verband houdt… bij gebrek van instemming kan één van beide ouders deze zaak bij de jeugdrechtbank aanhangig maken.

Zoals de aandachtige lezer zal opmerken : het gaat hier allemaal over de persoon van het kind. Nergens is sprake van de bewaring van het kind (huisvesting enz…).

Aangezien alle beslissingen in verband met het kind gezamenlijk genomen dienen te worden, zal ook de vraag wie de verblijfs- en wie de omgangsouder is door de ex-partners beantwoord dienen te worden. De jeugdrechtbank kan tussenkomen indien op dat vlak geen overeenstemming wordt bereikt. Hetzelfde geldt voor wanneer en hoeveel het kind bij wie zal zijn.

In het geval van een gerechtelijke uitspraak zal de verblijfs- en omgangsregeling in het vonnis opgenomen zijn.

Besluit :

Co-ouderschap is niet per definitie co-ouderschap met bi-locatie (dat is de week-om-week regeling).

Een regeling waarbij het kind in het weekend bij de vader is en tijdens de week bij de moeder of de voor de rechter zo klassieke regeling van 1°, 3° en eventueel 5° weekend sluit co-ouderschap niet uit.

Hoe goed is co-ouderschap ?

Terug naar onze beginvraag dus. Mevrouw Van Leuven somt in het interview enkele voordelen op. Wij gaan ze u niet onthouden.

… Het grote voordeel van co-ouderschap is dat het vertrouwen behouden blijft, dat de kinderen geen partij moeten kiezen en loyaal kunnen blijven tegenover beide ouders. De kinderen hebben medezeggenschap en leven 'gewoon' met beide ouders. Zij zullen hen ook minder snel tegen elkaar uitspelen omdat de ouders regelmatig contact hebben. De ouders zullen mekaar ook bijstaan in geval van ziekte van een kind. Ten slotte krijgen zij als ouder meer vrije tijd gedurende de periode dat de kinderen bij de andere ouder vertoeven…

Een hele boterham en : we kunnen er al een van de grote voorwaarden voor het slagen van een co-ouderschap uit halen nl. : er moet een vorm van communicatie mogelijk zijn. Want co-ouderschap vergt overleg.

Bij een co-ouderschap dat deel uitmaakt van een EOT zal dat meestal wel het geval zijn maar bij een co-ouderschap opgelegd door een rechtbank is dat zeer de vraag. Bij de (v)echtscheiding worden, spijtig genoeg, de kinderen dikwijls gebruikt als wapen om de tegenpartij pijn te doen, om de tegenpartij te kwetsen. Daar wordt heel dikwijls door de ex-partners vergeten dat het niet de kinderen zijn die scheiden. Als een moeder een vonnis naast zich neerlegt, wordt het voor de vader een hele kruisweg om zijn recht (en ook dat van het kind tenslotte) op te eisen.

Gelukkig zijn er nu al verschillende initiatieven rond ouderschapsbemiddeling. Zelfs ouderschapscursussen staan op het menu. Alleen één bedenking: waarom wil men vanuit verschillende hoeken geen verplichting opleggen aan een onwillige ouder? Het gaat hier toch om iemand die de rechten van het kind flagrant aan zijn laars lapt; Is een harder optreden door de overheid hier niet verplicht, in het belang van het kind ? (*)

Ik blijf grote voorstander van co-ouderschap en wil besluiten met de volgende bedenking : Als men op een markt een dier slaat, moet men naar school ; waarom moet men dan niet naar school als men de rechten van zijn kind negeert?

Arnould Poelman
Voormalig secretariaatsmedewerker BGMK

(*) In de Kamer van Volksvertegenwoordigers is door Geert Bourgeois en Karel Van Horebeke een voorstel tot wet ingediend om het omgangsrecht afdwingbaar te maken (zie de kranten van 1/03/2001).

 
     
Laatste update : 13 december 2012 | Vragen welkom bij : Webmaster Top | Home