| De internationale verklaring
van Langeac
Internationale steun voor gelijkwaardig
ouderschap
Tijdens de internationale conferentie over gedeeld ouderschap,
die werd gehouden van 25-31 juli 1999 in Langeac (Frankrijk), was
er volledige overeenstemming tussen de vertegenwoordigers van de
aanwezige landen over het feit dat gelijkwaardig ouderschap het
best de belangen van kinderen, ouders en meer in het algemeen de
maatschappij dient. De bevordering van gelijkwaardig ouderschap,
zowel in gezinsverband als na een scheiding werd gezien als sleutelprioriteit,
die door regeringsinstanties gesteund zou moeten worden.
Verslagen van de deelnemers over de situatie in hun respectieve
landen zullen aan het nieuw gevormde Comité Gelijkwaardig
Ouderschap de mogelijkheid geven om de beste manier te vinden bij
het bevorderen van gelijkwaardig ouderschap en het op transnationale
basis doen van aanbevelingen bij overheden en autoriteiten.
Er werd op de conferentie overeenstemming bereikt over een eerste
versie van "de internationale verklaring van Langeac".
Het is de bedoeling dat deze verklaring over gelijkwaardig ouderschap
verder wordt aangescherpt in overleg met diverse nationale organisaties
en wordt gebruikt om de conferentie van het volgend jaar te promoten.
De Ierse delegatie heeft een sterke troef in handen als zij augustus
volgend jaar als gastorganisatie zal fungeren voor deze conferentie.
De delegaties waren enthousiast over dit vooruitzicht.
Tot dusver is de orginele tekst van De
verklaring van Langeac ongewijzigd gebleven.
De originele tekst van De verklaring
van Langeac (Nederlandse versie)
De internationale verklaring van Langeac
Definitieve vertaling in het Nederlands (vanuit de originele Engelse
tekst)
Grondbeginselen
a. Vaders en moeders hebben in het leven van hun kinderen gelijke
status en als gevolg daarvan gelijke rechten en verantwoordelijkheden.
b. Als de ouders het samen niet eens kunnen worden, brengen de
kinderen evenveel tijd door bij elk van hen.
c. Ouderschap berust uitsluitend op de relatie kind-ouder, niet
op de relatie tussen ouders onderling. Kinderen hebben het recht
beide ouders te kennen en andersom.
1. De belangen van het kind
a. De belangen van het kind mogen niet worden beschouwd als een
vaststaand gegeven of iets dat losstaat van de belangen van de ouders
en/of het gezin of als iets dat moet worden omschreven door openbare
instellingen of deskundigen.
Het is aan de ouders om de belangen van hun kind te interpreteren,
behalve in extreme gevallen van mishandeling of ouderlijke onbekwaamheid.
b. De publieke autoriteiten en andere derden moeten worden aangemoedigd
om gezinnen en individuele gezinsleden te steunen als ze hulp nodig
hebben, zo nodig ook preventief. Behoudens ernstige mishandeling,
dienen ze echter beslist niet het recht te hebben om buiten de wens
van de ouders in te grijpen.
c. Het kind moet het recht hebben om met zijn of haar ouders te
communiceren ongeacht de situatie.
d. Biologisch ouderschap moet worden vastgesteld bij de geboorte
door middel van een DNA-test. Zodra de conclusie van ouderschap
(of niet-ouderschap) is getrokken, dienen alle bewijsmateriaal en
verslagen onmiddellijk te worden vernietigd.
2. Keuzecontracten tussen ouders
a. Ouders dienen in staat te worden gesteld om rechtsgeldige contracten
te ondertekenen, met een breed scala van mogelijkheden om hun rechten
en plichten met betrekking tot hun kinderen in te vullen. Zo kunnen
zij bij scheiding een ongelijke verdeling van de zorgtijd en de
inkomens overeenkomen, of afspraken maken over partneralimentatie.
De betrokken overheidsorganen hebben tot taak passende open contracten
en procedures te ontwerpen, om keuzes te vereenvoudigen en de procedurekosten
ervan te drukken.
b. Ouders hebben toegang tot advies en tot gestructureerde contracten
die in alle gevallen, via bemiddeling dan wel via juridische tussenkomst
een doeltreffend middel dienen te zijn om bij voorbeeld de verdeling
van zorgtaken te regelen.
3. Respect voor de individuele handelingsvrijheid van elke
ouder
a. Deze vrijheid moet behouden blijven behoudens de minimumvereisten
voor ouderlijke samenwerking.
b. Verhuizing: Als een van de ouders op grote afstand wil gaan
wonen, terwijl dat leidt tot potentiële problemen aangaande
contact, reiskosten of zelfs tot een dreigende scheiding tussen
een ouder en de kinderen, dan kan dat ingrijpen van externe autoriteiten
noodzakelijk maken om te beslissen over de hoeveelheid tijd die
bij elk van de ouders wordt doorgebracht. De vrije keuze van een
volwassene om zijn/haar woonplaats te kiezen kan immers ingeperkt
worden door de compromissen die noodzakelijk zijn om de zorg voor
het kind te verzekeren. Beslissingen hierover moeten rekening houden
met alle omstandigheden, inclusief bijvoorbeeld de noodzaak een
baan te vinden door verhuizing. Het dogma van de "stabiele
thuissituatie" hoort bij het nemen van een beslissing echter
geen uitgangspunt te zijn.
4. Adoptieouders, de familie en andere belangrijke mensen
Kinderen hebben recht op contact met en informatie van familieleden
van beide ouders en andersom. De ouder die op een moment de zorg
heeft, heeft het recht om eindbeslissingen te nemen over contacten
van het kind met anderen dan de familie, ouders of adoptieouders.
Het kind houdt het recht beide biologische ouders te kennen, beide
minstens op te kunnen bellen en te kunnen schrijven, in het laatste
geval met bewijs van ontvangst.
5. De politiek-juridische context
a. De politieke-juridische context waarbinnen over gezinskwesties
wordt besloten moet helder en eerlijk zijn voor beide sekses, zonder
positieve of negatieve discriminatie. Relaties tussen mannen, vrouwen
en kinderen zullen zo worden behandeld dat de ontwikkeling van groepsrivaliteit
en polarisatie wordt voorkomen. Behoeften van deze of gene groep
mogen niet tot gevolg hebben dat de belangen van anderen op aanmatigende
wijze worden gepasseerd.
b. De belangen van het kind zijn gedefinieerd door ouders gezamenlijk.
In geval van scheiding worden ze gedefinieerd door de ouder bij
wie het kind op dat ogenblik verblijft.
Alleen als er duidelijk kindermishandeling is aangetoond, hebben
andere partijen of openbare instellingen het recht om aan ouderlijke
beslissingen op dit punt voorbij te gaan. In alle andere gevallen
dient de bevoegdheid van genoemde derden te worden beperkt tot het
geven van hulp en steun aan gezinnen in nood.
6. Gelijkheid op het werk
a. Beide seksen hebben in gelijke mate recht op ouderschapsverlof.
b. Arbeid moet zo worden ingedeeld dat beide ouders in staat zijn
zo volledig mogelijk aan het leven van hun kinderen deel te nemen.
c. Dit vereist ontegenzeggelijk zo'n herindeling van arbeid dat
deze een zelfde beeld zal gaan vertonen als de tijdsindeling van
onderwijzers en leraren. Dit voorstel moet gezien worden in verband
van een wereldwijde vermindering van de eisen die aan arbeiders
worden gesteld en verder in het licht van het algemeen groeiende
besef dat de emotionele en functionele banden tussen de generaties
moeten worden verdiept.
7. Bemiddeling, Juridische terughoudendheid en de betrokkenheid
van derden
a. Door deskundige derden bemiddelde vormen van samenwerking kunnen
de voorkeur verdienen als het welzijn van het kind dat vereist.
De rechten van de ouders om het kind bij zich te hebben en het te
verzorgen dienen echter niet afhankelijk te zijn van de manier waarop
deskundigen een ouderlijke bereidheid of weigering tot samenwerking
beoordelen.
b. Sommige ouderlijke beslissingen vereisen overeenstemming. Er
moeten structuren komen om dit mogelijk te maken, via derden of
direct. Voorbeelden van zulke beslissingen: vaccinatie (medische
zorg), schoolkeuze, zorgverdelingsafspraken, etc..
c. Alleen wanneer ouders niet tot overeenstemming kunnen komen,
zal interventie van bemiddelaars in eerste instantie en van het
gerecht in laatste instantie noodzakelijk worden.
d. Alleen wanneer ouders, rechtstreeks of via bemiddeling, geen
overeenstemming kunnen bereiken, zullen rechters de beslissingen
voor hen moeten nemen. Dat betekent niet dat deze van buiten komende
autoriteiten het recht hebben te beslissen over de hoeveelheid ouderlijke
zorgtijd, maar zij hebben dat alleen over het bepalen van de dagen
en uren binnen de hoeveelheid tijd die door de ouders werd overeengekomen
of de standaard 50/50.
e. Recht moet niet alleen moeten worden gesproken, het moet ook
openbaar zijn.
Procedures achter gesloten deuren moeten waar mogelijk worden vermeden.
Ook waar het noodzakelijk of wenselijk is om de identiteit van de
partijen te beschermen, zullen wel de procesverslagen en de motivering
en vastlegging van de beslissing openbaar beschikbaar zijn. Om dit
te bereiken moeten er correct gestenografeerde verslagen van alle
procedures bijgehouden worden.
f. Bemiddeling moet beschikbaar zijn voor, tijdens en na (echt)scheiding.
Bemiddeling moet onafhankelijk zijn van de rechterlijke macht. Zij
dient een gratis publieke voorziening te zijn, facultatief en zonder
voorkeur op grond van geslacht. Rechtbanken dienen tussenkomst van
bemiddelaars en een door bemiddeling tot stand gekomen overeenkomst
te eerbiedigen.
8. Financiën
a. Als ouders financieel draagkrachtig zijn, is elk van hen financieel
verantwoordelijk voor de helft van de kosten van de verzorging van
het kind. Deze kosten kunnen van tevoren worden vastgesteld op basis
van de minimum onderhouds- en verzorgingskosten voor de kinderen,
wat in eerste instantie de verantwoordelijkheid is van de ouders
en als ouders hun verantwoordelijkheden niet nakomen of niet kunnen
nakomen, van de staat en andere verantwoordelijke instellingen.
b. Het staat ouders geheel vrij om onder elkaar elk ander contract
of overeenkomst ten aanzien van het financiële onderhoud en
andere zaken met betrekking tot de zorg voor de kinderen aan te
gaan. Ouders kunnen dus wederzijds rechtsgeldige contracten sluiten
waarin de rechten en/of plichten t.a.v. hun kinderen worden aangepast,
bij voorbeeld wat de verdeling van de kosten of de zorgtijd betreft.
9. Kindermishandeling
Wreedheid (i), verwaarlozing (ii), geweld (iii), seksuele mishandeling
(iv) dienen te vallen onder de relevante bepalingen van het strafrecht
en niet onder de wetten betreffende zorgverdeling en gelijkverdeeld
ouderschap. De veronderstelling van onschuld tot schuld is bewezen
zal gelden voor alle gevallen, met uitzondering van de hieronder
onder b. genoemde.
a. Beoordeling van kindermishandeling dient te gebeuren zonder
vooroordeel. De vier typen kindermishandeling zullen gelijk gewogen
worden. Tenzij de beschuldigingen van een dergelijke aard zijn dat
ze onmiddellijk de veiligheid van het kind betreffen, zal er geen
beslissing worden genomen om het contact met een van de ouders te
verbreken.
b. Als er beschuldigingen bestaan en er is besloten het contact
tussen het kind en een van de ouders op te schorten, dan moet er
onmiddellijk een provisorisch onderzoek plaatsvinden om de gevaren
vast te stellen. Na een schorsing van ten hoogste twee weken van
de bestaande gelijke of andere overeengekomen zorgverdeling dient
de oude situatie te worden hersteld, tenzij het onderzoek anders
uitwijst. Schorsing alleen kan niet worden gebruikt als een middel
om de rechten op ouderlijke zorg van een van de ouders te herzien.
c. Valse beschuldigingen of meineed zullen streng worden vervolgd
onder de bepalingen van het wetboek van strafrecht.
d. Waar de ouder-kind relatie wordt beschadigd door oudervervreemding
wordt het kind in zijn belangen geschaad en dit zal daarom worden
beschouwd als een vorm van kindermishandeling. Ook maatregelen van
de overheden die een ouder-kindrelatie op zo’n manier beschadigen
dienen als een vorm van kindermishandeling te worden beschouwd en
dienen overeenkomstig te worden bestraft.
10. Wat niet valt onder deze principes van gelijkverdeeld
ouderschap
Het boven beschreven "gelijkverdeeld ouderschap" heeft
niet direct betrekking op gevallen waarin een of beide ouders weigeren
of niet in staat zijn hun ouderlijke verantwoordelijkheden ten aanzien
van zorg en onderhoud van hun kinderen uit te oefenen. Het betreft
alleen die gevallen waar beide ouders zich om hun kinderen willen
bekommeren.
Een ouder die verklaart niet voor een kind te willen zorgen, kan
daar ook niet toe gedwongen worden. Wat wel bestaat is de financiële
plicht om zorg mogelijk te maken en zo is er ook een noodzaak om
die zorg te verstrekken, door de ouders of door de staat. Nogmaals:
kindermishandeling wordt onder. "gelijkverdeeld ouderschap"
beschouwd als een aparte kwestie.
Definities
Ouders
..... worden gedefinieerd als de biologische ouders of, in geval
van ernstige mishandeling of bij weeskinderen, de adoptieouders.
Kind
….. is het menselijk wezen van geboorte af tot de laagste
van de twee leeftijden behorend bij emancipatie en meerderjarigheid.
Gezin
...... is het kind en zijn biologische of adoptieouders.
Familie
....zijn de bloedverwanten van het kind en eventueel van zijn of
haar adoptieouders
N.B.
Elk onderdeel van deze verklaring is een integraal deel van het
geheel en kan niet buiten het verband van de andere onderdelen worden
toegepast of begrepen.
Getekend op vrijdag 30 July 1999 door:
Julian Fitzgerald
Joep Zander
Gerhard Hanenkamp
George Brito
Ipe Smit
Mary T Cleary
Antonio M. Diaz
Ten dele in naam van anderen en organisaties.
Vrijdag 30 juli 1999.
Voor een lijst van mensen en organisaties die de verklaring hebben
getekend zie de site van equal parenting http://www.aesops.f9.co.uk/fr/
International
Equal Parenting
- Campaign Group
We are a group of men and women campaigning on family issues and
helping families in distress.
We believe in a child's right to both parents.
Campagnegroep
Wij zijn een groep van mannen en vrouwen die campagne voeren rond
gezinsthema's en die gezinnen in moeilijkheden bijstaan.
Wij geloven in het recht van een kind op beide ouders.
|