Informatie - Ouderschapsbemiddeling
 

Adviezen | Advocaat | Bank | Belastingen | Bestaansmiddelen | Detective | Deurwaarder | Echtelijke woning
Echtscheiding door onderlinge toestemming | Erfenis | Gezinnen | Gezinswoning | Gevoelens | Gevolgen echtscheiding
Geweld | Hulpverlening | Huwelijksplichten | Huwelijksstelsel | Jongeren na echtscheiding | Jurisprudentie Justitiehuizen | Kerk | Leven na scheidingNieuwe gezinsvormen | Nieuwe relatie | Nieuw-samengestelde gezinnen
Notaris | Omgangsrecht | Onderhoudsgelden | Onderwijsaangelegenheden | Ouderlijk gezag | Ouder-naam
Ouderschapsbemiddeling | Overlijden | Overspel | Procedure | Relaties | Samenwoning | Scheidingsbemiddeling Vaderschap bij scheiding | Vereffening en verdeling | Wetgeving | Woonstvergoeding

Artikels :

- Het bemiddelingsfilmpje uit de website Twee huizen
- Als ouders gaan scheiden. Bilocatie als kans? Visietekst van de vzw Bemiddeling 29-11-2006
- Huizen van bemiddeling
- Kind in bemiddeling ( boekpublicatie) Cees van Leuven / Annelies Hendriks
- Scheiden van partner- en ouderrol vaak lastig
- De nieuwe wet op de bemiddeling bij rechtsvordering
- Ouderschapsbemiddeling
- De problemen rond de omgang met kinderen. Vraag aan de Minister van Justitie
- De positie van het kind in de familiale bemiddeling
 
Omhoog
 

Het bemiddelingsfilmpje uit de website Twee huizen

Een bemiddelaar helpt ouders onderhandelen over het gezag, het verblijf en de kostenregeling van hun kind. Het bemiddelingsfilmpje toont een ouderschapsbemiddelaar aan het werk. De bemiddelaar zorgt ervoor dat ouders onderhandelen als ouders, niet als ex-partners. En hij zorgt ervoor dat ouders onderhandelen op gelijke voet.

http://www.tweehuizen.be/bemiddelingsfilmpje.html



 
Omhoog
 

Als ouders gaan scheiden. Bilocatie als kans? Visietekst van de vzw Bemiddeling

ALS OUDERS GAAN SCHEIDEN. BILOCATIE ALS KANS?

Visie van de vereniging Bemiddeling vzw.

n.a.v. de studiedag van woensdag 29 november 2006
Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen - Hamoirlaan 136 - 1030 Brussel

rond 'Verschillende visies op bilocatie of verblijfsco-ouderschap vanuit de praktijk.'

Wanneer ouders bij een scheiding conflicten hebben, dan heeft dat vaak grote gevolgen voor de ontwikkeling van de kinderen. Om dat te voorkomen is het belangrijk dat ouders verantwoordelijkheid nemen en goede afspraken maken over de kinderen. Bemiddeling kan hierbij helpen, niet alleen als methode, maar ook als structurele omkadering vanuit en met een duidelijke visie op bemiddeling als emancipatorisch, ontwikkelingsgericht, contextueel-relationeel, toekomstgericht en innovatief proces (cfr. Visietekst op bemiddeling van de vereniging te vinden op de site)
Familie- en jeugdrecht kennen het probleem dat ouders kunnen belanden in een conflictspiraal om de zeggenschap over of de omgang met de kinderen. Over dit probleem wordt nu gelukkig vanuit fundamentele principes nagedacht, vanuit een meta-denken, vanuit een bovenpositie, en niet langer vanuit de ‘goede bedoelingen’., en los van juridische, psychologische en opvoedkundige connotaties. Nieuwe benaderingen in de psychologie en de therapie brengen nieuwe en bredere inzichten. De problematiek van ontwrichte levens waarin echtscheiding ernstige gevolgen blijkt te hebben voor het welzijn en functioneren van ex-partners en hun kinderen wordt maatschappelijk als onaanvaardbaar gezien, getuige de stroom van overheidsinitiatieven gericht op verbetering van deze situatie. Vorig jaar was er de wet op bemiddeling. Vandaag ligt de wet op de bilocatieregeling voor.
Het belang bij het aanreiken van oplossingen voor het (conflictspiraal-)probleem  lijkt (voor de wetgever) duidelijk te liggen bij het intact laten van de partijautonomie als cybernetisch principe. ‘Cyber’ staat voor ‘cybernetisch’, ofwel de wetenschap van zelfsturende systemen (samenwerkingsvormen waarin zelfsturing, eigen verantwoordelijkheid en ‘checks and balances’ centraal staan). Gezien vanuit de visie op bemiddeling kan dit alleen maar worden toegejuicht. Bilocatie, of de gelijkmatig verdeelde huisvesting, wordt duidelijk als ‘kans’ (door de wetgever) neergezet. De kans ligt erin dat partijen zelf en met elkaar een regeling treffen. Hierin ligt duidelijk het bemiddelingsprincipe, met het openbaar ministerie als bewaker van het geheel (over de partijautonomie en het belang van de kinderen).

I. Kans of principe ?

De wet op het verblijfs-co-ouderschap werkt duidelijk ondersteunend en uitnodigend. De wet maakt het voor de ouders mogelijk, creëert de ruimte, om als ouder verantwoordelijkheid op te nemen bij het vinden van een oplossing, bij het invullen van het voortzetten van het ouderschap. Er wordt de ouders een kans geboden

verantwoordelijkheid en zelfsturing op te nemen door het overleggen van een eigen invulling, het vinden van een eigen model voor hun probleem.
De wet voorziet immers als uitgangspunt dat bij akkoord van de ouders over een huisvestingsregeling – behoudens de strijdigheid met het belang van het kind – de rechter dit akkoord homologeert.
Op die manier geformuleerd wordt een gelijkmatig verdeelde huisvesting niet als principe geponeerd, maar als een directe en duidelijke kans die aan de ouders wordt gelaten tot gesprek, overleg en bemiddeling. De kans dat partijen zelf en met elkaar een regeling treffen. Echtscheiding ontbindt weliswaar het partnerschap, maar het ouderschap loopt verder. Ouders moeten de mogelijkheid worden gelaten met elkaar het ouderschap blijvend op te nemen. Die mogelijkheid die ouders wordt gelaten dit engagement op te nemen is een duidelijke ‘kans’ die via de nieuwe wet nu een publiek karakter heeft gekregen.
Pas bij gebrek aan akkoord tussen de ouders, onderzoekt de rechter op vraag van minstens één van de ouders bij voorrang de mogelijkheid om de huisvesting van het kind op een gelijkmatige manier tussen de ouders vast te leggen. De rechter kan vervolgens beslissen tot een gelijk of ongelijk verdeeld verblijf, waaruit volgt dat een verblijfs-co-ouderschap niet automatisch als uitgangspunt zal gelden. Een afwijkende regeling, anders dan het gelijkmatig verdeelde verblijf blijft mogelijk. De wetgever vertrekt duidelijk van het principe van een gelijkwaardig ouderschap, waarbij ouders de vorm kunnen kiezen met een voorkeur voor verblijfs-co-ouderschap wanneer één van de ouders dit wenst, zonder dat verblijfs-co-ouderschap automatisch de regel wordt.

II. Maatschappelijke gewijzigde opvatting

Het (voornoemde) gelijkwaardig ouderschap als principe en model is een duidelijk antwoord op de maatschappelijk onverantwoorde conflictspiraal . Het model wordt een expliciet signaal van en voor de samenleving, over hoe ouderschap na scheiding vorm kan worden gegeven vanuit het belang van beide ouders en van de kinderen.
Het wetgevende werk is de weergave van een visie die op een bepaald tijdstip in grote mate gedragen wordt door de meerderheid van de samenleving. De wetgever gaat er thans van uit dat de ouders allebei in gelijke mate de opvoeders zijn en dat ze in gelijke mate de zorg voor de opvoeding van hun kinderen dienen op te nemen, ook na een scheiding. Een duidelijk gewijzigde maatschappelijke opvatting ligt hieraan ten grondslag. Gedaan met de negatieve vooringenomenheid ten aanzien van de vaders, die ook een voor het kind zeer belangrijke rol moeten spelen opdat het zich harmonisch en volledig zou kunnen ontwikkelen. Hiertoe moet elk van de ouders verantwoordelijkheid en zorg opnemen bij de opvoeding van de kinderen, vertrekkend vanuit de behoeften van het kind, een geloof in zijn eigen mogelijkheden en in deze van de andere ouder.
Ook de bemiddelaar als exponent van de huidige samenleving deelt deze visie van de waarde van gelijkwaardig ouderschap en erkent het evenwaardige ouderschap als uitgangsprincipe zolang zijn cliënten het niet over iets anders eens zijn.
De wet stimuleert deze maatschappelijke verandering. Uiteraard zal het tijd vragen om de gewijzigde maatschappelijke opvatting doorstroming en ingang te laten vinden in alle lagen van de maatschappij. Bemiddelaars kunnen ouders hierbij helpen om die mogelijkheid van verblijfs-co-ouderschap grondig te overwegen en desgewenst praktisch uit te werken.

III. Principes en visie

Ouderschapsbemiddeling biedt ouders een forum om over hun ouderschap met elkaar te praten, om de reorganisatie van hun ouderschap binnen een nieuwe context (van scheiding) vorm te geven en elkaars ouderschap te erkennen.

Structureel omkaderd vanuit het aanbod van bemiddeling, wordt het verblijfs-co-ouderschap gedragen en gekenmerkt  door een aantal (sturende) bemiddelingsprincipes, te weten:

  • het principe van gelijkwaardig ouderschap
  • het principe van zelfbeschikking
  • het principe van belang van het kind (en ouders)
  • het principe van maatwerk
    • het principe van gelijkwaardig ouderschap

Echtscheiding ontbindt het partnerschap, het ouderschap loopt verder. Verblijfs-co-ouderschap gaat uit van een visie van evenwaardig ouderschap. Ouders zijn allebei in gelijke mate de opvoeders en dienen in gelijke mate de zorg voor de opvoeding van hun kinderen op te nemen.
Het principe van gelijkwaardig ouderschap gaat daarom uit van een duurzaam, gelijkwaardig ,geëngageerd en verantwoordelijk ouderschap ten opzichte van de kinderen.

    • het principe van zelfbeschikking

Ouders worden uitgedaagd en gestimuleerd in het vinden van een omgang met elkaar in overleg en bemiddeling. Ouders worden uitgedaagd toekomst- en ouderschapsgericht te denken. Ouders dienen bewust te worden van de maakbaarheid van hun eigen oplossing. De ideale oplossing lijkt het gelijkwaardig verdeeld ouderschap, maar kan in overleg ook een andere regeling zijn.

    • het principe van belang van het kind (en ouders)

In de uit te werken regeling staan de belangen van de kinderen maximaal centraal, zonder deze te reduceren.

De ouder-kind relatie is een fundamenteel gegeven voor kinderen. Loyaal kunnen zijn en blijven aan beide ouders, goede en veelvuldige contacten met beide ouders, de dagdagelijkse demonstratie van betrouwbaar vader- en moederschap is voor elk kind en voor een kind van gescheiden ouders van bijzonder belang voor zijn/haar welzijn.

Tijdens de ouderschapsbemiddeling bespreken ouders samen hoe hun opvoedingsproject er gaat uitzien in de komende jaren en hoe zij beiden hierin hun plaats kunnen innemen vertrekkende vanuit de belangen van hun kinderen.

    • het principe van maatwerk

Ouders stimuleren in het afleveren van maatwerk. Gegeven een bepaalde situatie kan elke oplossing gepast zijn in de mate zij tot stand is gekomen na overleg en bemiddeling. Het gaat om een principiële keuze van de beide ouders, naargelang van de kinderen en de ouders zelf, de situatie anders te vertalen, en met een eigen oplossing te komen. Maatwerk i.p.v. een van buitenaf opgelegde oplossing.

Besluit

  • Verblijfs-co-ouderschap als kans is de vanzelfsprekende verderzetting van het gezamenlijke en gedeelde ouderschap tijdens de samenlevingsperiode van de ouders. Verblijfs-co-ouderschap doet een krachtige oproep aan de ouders om verantwoordelijke ouders te zijn.
  • Verblijfs-co-ouderschap als kans wil ouders uitdagen en stimuleren in overleg met elkaar of via bemiddeling een model uit te werken dat zoveel mogelijk tegemoetkomt aan de belangen van de kinderen en de mogelijkheden van de ouders.
  • Verblijfs-co-ouderschap daagt uit en stimuleert, verplicht ouders om hun verschillen met elkaar uit te klaren en in overleg tot een oplossing te komen in het belang van hun kinderen.

Verblijfsco-ouderschap wordt zo gezien als kans-model, waarbij ouders verwacht worden dat ze verder met elkaar in overleg zouden blijven gaan. Dit kan gebeuren via bemiddelingssessies: zo kunnen onnodige procedures en aanslepende conflicten worden voorkomen. Alle partijen zijn gebaat bij bemiddelingspogingen. Ouders kunnen dan samen met de bemiddelaar de obstakels die een gedeeld ouderschap in de weg staan opruimen. Ouders kunnen afstemmen op elkaar en afspraken maken rond hun ouderschap  zodat ze een voor hun werkbaar model vinden.

Vanuit de bemiddelingsprincipes wordt de partijautonomie waarin ieders belangen (meerzijdig partijdige positie) aan bod komen gestimuleerd: die van de kinderen, die van de moeder en die van de vader.

Vanuit een nieuw duidelijk gewijzigde maatschappelijke opvatting, worden ouders uitgedaagd tot het doen tot stand komen van een samenwerkingsvorm waarin zelfsturing, eigen verantwoordelijkheid en ‘checks and balances’ centraal staan. Ouders dragen op die manier bij tot het vormen van maatwerk, en maakbaarheid van hun eigen kader, waarbij de maakbaarheid van de (betere) maatschappij zonder conflict als idee niet veraf is.



 
Omhoog
 

Huizen van bemiddeling

Bemiddeling: alternatief om conflicten op te lossen

3 op de 4 echtscheidingen in ons land gebeuren met onderlinge toestemming. Toch ontstaan er vaak problemen. De bemiddeling kan hierbij helpen. Het is een constructieve manier om familiale of zakelijke conflicten op te lossen: het conflict wordt niet beslecht door een derde, maar het zijn de betrokken partijen die zelf een actieve rol spelen bij het vinden van een oplossing waarmee iedereen tevreden is. Dit alles gebeurt onder begeleiding van een getraind bemiddelaar. Sommige notarissen, advocaten en mensen uit de sociale sector hebben een speciale opleiding gevolgd in bemiddeling. Als 'erkend bemiddelaar' zijn zij uitstekend geplaatst om mensen te begeleiden. De bemiddelingsprocedure start met het zogenaamde 'intake-gesprek' - een inleidend gesprek met de bemiddelaar. De bereikte oplossing vindt zijn weerslag in een geschreven overeenkomst, de akte van echtscheiding door onderlinge toestemming (EOT-akte).

Na Antwerpen opent op 2 maart 2006 ook het Huis van Bemiddeling in Leuven zijn deuren. Brugge en Gent en Hasselt volgen begin april.

Notarishuis Antwerpen, Koningin Elisabethlei 10
Notarishuis Brugge,  Spanjaardstraat 9 (opening op 6 april)
Notarishuis Gent, Notarisstraat 1 (opening op 6 april)
Notarishuis Hasselt,  Guffenslaan 25 (opening op 6 april)
Notarishuis Leuven, Bondgenotenlaan 134 (opening op 2 maart)

Info op http://www.huizenvanbemiddeling.be
Infolijn : 02/550.16.90

Gratis infosessies in de Huizen van Bemiddeling

De Huizen zijn een initiatief van de Vlaamse notarissen. In Gent start het project i.s.m. de advocatuur en de sociale sector.

Tijdens maandelijkse infosessies wordt er toegelicht wat bemiddeling is, hoe ze verloopt, wat ze kost en wie erkend bemiddelaar is. Infosessie op elke eerste donderdag van de maand (niet in juli en augustus) om 19u.

De bemiddelaars

Heel wat notarissen, advocaten en mensen uit de sociale sector hebben een speciale opleiding gevolgd in bemiddeling. Zij zijn 'erkend bemiddelaar'. Dankzij hun opleiding en ervaring zijn zij uitstekend geplaatst om mensen te begeleiden bij het zoeken naar een oplossing voor hun conflicten.

Sinds 2001 hebben zo’n 360 Vlaamse notarissen en notariële medewerkers een speciale opleiding bemiddeling gevolgd.

Tijdens deze opleiding komen o.a. het beheersen en hanteren van conflicten aan bod en worden een aantal communicatietechnieken aangeleerd (actief luisteren, open vragen stellen, erkenning geven, observeren, feedback geven, …).

Hoe werkt bemiddeling?

Een bemiddelaar zal bij de start van de bemiddelingsprocedure beide partijen ontvangen voor een zogenaamd ‘intake-gesprek’ dat dient om info uit te wisselen. Zo wordt de bemiddelaar ingelicht over de partijen en hun probleem. De bemiddelaar zal de partijen info geven over het hoe en waarom van bemiddeling. Er wordt vastgesteld dat de partijen akkoord gaan over het feit dat er bemiddeld wordt, wat de bemiddeling inhoudt, waarover er bemiddeld zal worden en wat de werkafspraken zijn. Eventueel wordt dit op papier gezet. Pas dan kan de bemiddeling starten.

Verschillende stappen

Bemiddeling verloopt in verschillende stappen:

    1.      situeren van het onderhandelingspunt;

    2.      bekijken van de verschillende standpunten. De bemiddelaar zal trachten het gesprek tussen partijen opnieuw op gang te brengen of te bevorderen (o.a. via actief luisteren, bevragen, verwijten laten vertalen in wensen, ...) om zo onderliggende wensen en belangen te achterhalen

    3.      als de belangen, wensen en bezorgdheden duidelijk zijn, gaat men op zoek naar alle mogelijke oplossingen;

    4.      daarna wordt bekeken welke oplossingen kunnen voldoen aan de belangen en wensen die hiervoor naar boven zijn gekomen;

    5.      een beslissing wordt genomen en concreet uitgewerkt;
    6.      de bereikte oplossing vindt zijn weerslag in een geschreven overeenkomst.

 
Omhoog
 

Kind in bemiddeling (boekpublicatie)

Over de transformatie van ex partners in collega-ouders en de kindermomenten in bemiddeling

van Cees van Leuven - Annelies Hendriks

ISBN: 90 6665 638 7 / NUR 847
Uitgeverij SWP te Amsterdam -2e volledig geactualiseerde druk 2005 - 144 pagina's - 17,90 EURO

'KIND IN BEMIDDELING'

Dit boek gaat over de transformatie van ex-partners in collega-ouders en de kindermomenten in bemiddeling. Auteurs zijn Cees van Leuven (advocaat en scheidingsbemiddelaar) en Annelies Hendriks (ontwikkelingspsycholoog en bemiddelaar).

Een kind tekende tijdens ons bemiddelingscontact een huis met veel ramen. Waarom heeft jouw huis zo veel ramen?" vroegen we. Het kind: "Dan kunnen mijn ouders beter zien."

Kernachtiger kunnen de auteurs hun doelstelling niet verwoorden. Zij beschrijven de weg die ouders en hun kind(eren) bij scheiding onder professionele begeleiding van de bemiddelaar begaan om de band ouder-kind te behouden. Ouders worden geholpen hun communicatie, waar nodig, te verbeteren. Naar kinderen wordt serieus geluisterd. De valkuilen van het ouderschap na scheiding worden zichtbaar gemaakt.

Het Zorgmodel biedt ouders en kinderen de mogelijkheid te kiezen voor ouderschap op maat. Een rechter in het Hof Den Bosch noemde het Zorgmodel eens: het groeimodel (Van Teeffelen, Tijdschrift voor familie en jeugdrecht, 2000, no. 2). Door de vraagstelling raken de ouders (al is het maar even) van hun partnerprobleem af. Zij worden gedwongen te kijken naar de toekomst van hun kinderen en realiseren zich soms plotseling het idiote en tijdelijke karakter van hun huidige crisissituatie, waarin zij ongewild ook hun kinderen hebben betrokken.

De auteur Cees van Leuven heeft Goudi het volgende meegedeeld over de bruikbaarheid van het boek: "Mijn ervaring is dat scheidende ouders baat hebben van het lezen van het boek tijdens hun overgangsfase van gezinssysteem naar de twee subsystemen: vader / kinderen en moeder / kinderen."

Inhoud van de hoofdstukken :

  1. Echtscheidingsbemiddeling: het (ex)partnerdeel
  2. Het juridische kader van de herstructurering van het ouderschap in bemiddeling
  3. Het socio/psychologische kader waarin het zorgmodel past
  4. De herstructurering van het ouderschap na scheiding: het zorgmodel
  5. Luisteren naar kinderen in bemiddeling
  6. Afwikkeling zorgmodel en het gesprek bemiddelaar kinderen
  7. Bemiddeling, methode en technieken
  8. Forensische bemiddeling

Daarbij is er een nawoord, geraadpleegde literatuur en 7 bijlagen.

De bijlagen :

  1. Model VFAS - bemiddelingsovereenkomst en gedragsregels
  2. Het verhaal van de zeeschildpad en de landschildpad
  3. Zorgmodel
  4. Suggesties voor vragen aan kinderen, behorend bij het Zorgmodel
  5. Kinderconvenant
  6. Regels geldende in een forensische bemiddeling
  7. Model rapportage in forensische bemiddeling

Bestellen
Het boek is verkrijgbaar via de reguliere boekhandel.

Doelgroep: scheidingsbemiddelaars, rechters, advocaten, psychologen, professionals in 'familylife' en ouders die willen weten hoe een goede scheidingsbemiddeling verloopt.

Website van Cees van Leuven met informatie over zijn "ZORGMODEL" e.a. nuttige informatie :

http://www.zorgmodel.nl/

 
Omhoog
 

Scheiden van partner- en ouderrol vaak lastig

Scheiden doet lijden. Een cliché, maar daarom niet minder waar. Zeker als ouder kan het lastig zijn. Maatschappelijk werk kan helpen. Bram en Marijn krijgen begeleiding, in het belang van hun dochter.

Afspreken doen ze liever niet samen. Dat gaat niet goed. Daarvoor is er te veel gebeurd. De communicatie tussen Marijn en Bram (36 en 39 jaar), ouders van de zesjarige Fieke en nu vijfenhalf jaar gescheiden, verloopt nog altijd erg stroef.

Na een moeizame scheiding houden de twee ex-partners alleen contact vanwege hun dochter. Uitsluitend de echt noodzakelijke informatie wisselen ze uit. En dat gaat uiterst lastig. Het contact tussen Bram en Marijn raakt steeds verder verstoord.

Dochter Fieke gaat twee weekenden per maand naar haar vader en ook de woensdagmiddag brengt ze geregeld met hem door. Bram wil al jaren dat de bestaande omgangsregeling wordt uitgebreid, maar dat is voor Marijn onbespreekbaar. "Die regeling is er omdat hij toch haar vader blijft, maar ik denk niet dat het goed is voor haar als ze elkaar vaker zien."

Tijdens de laatste rechtszaak over deze regeling is besloten eerst aan de communicatie tussen beiden te werken. Bij de Nijmeegse Instelling voor Maatschappelijk Werk (NIM) krijgen Bram en Marijn ieder een eigen maatschappelijk werker toegewezen en ook hebben ze samen gesprekken onder begeleiding. Over uitbreiding van de omgangsregeling spreken de ex-partners niet tijdens de sessies bij de NIM.

"Vooraf was ik erg sceptisch over de bemiddeling", geeft Marijn toe. "Ik vond de communicatie tussen ons inderdaad niet echt goed, maar wel voldoende en eerlijk gezegd zag ik niet in hoe het beter zou kunnen. Ik verwachtte er niet veel van."

Ze vond het ook vreemd om een eigen maatschappelijk werker te krijgen. "Ik was bang dat ik na vijf jaar alle pijn weer zou moeten oprakelen en ik had absoluut geen zin in die emoties. Die tijd heb ik nu wel gehad."

Maar Marijn werd positief verrast door de begeleiding van de NIM. Zij en Bram kregen tien eenvoudige stelregels voor hun communicatie, zoals naar elkaar luisteren, elkaar laten uitpraten, geen oude koeien uit de sloot halen en elkaar aankijken tijdens een gesprek. "Heel simpel, maar het werkte bijzonder goed", vindt Marijn. "Blijkbaar kon de communicatie toch beter."

Uitgangspunt van de bemiddeling bij de NIM is dat het kind centraal staat. "Soms kunnen mensen hun rol als partner moeilijk scheiden van de rol als ouder", aldus maatschappelijk werker Anneke Sprengers.

"Het belangrijkste is dat kinderen probleemloos contact kunnen hebben met beide ouders; dat de ouders geen ruzie hebben en kunnen communiceren zonder boosheid en wrok."

Sprengers realiseert zich dat het voor ex-partners heel naar kan zijn om contact te moeten houden voor de kinderen. "Dat kan ook telefonisch of via e-mail, als kinderen maar geen boodschappers worden. De ouders moeten bovendien van elkaar accepteren dat ze een verschillende manier van opvoeden hebben. En als er nieuwe partners komen, moeten ze die niet papa of mama gaan noemen. Dat is te verwarrend voor kinderen."

Bram en Marijn zijn daar heel duidelijk in. "We hebben allebei nieuwe partners, maar mama blijft mama en papa blijft papa", zegt Bram. "Onze dochter komt op de eerste plaats. Het is een kwestie van geven en nemen met Fieke in de hoofdrol."

Het is bekend dat ongeveer 10 procent van de scheidingen in Nederland problematisch verloopt. In Nijmegen zijn volgens gegevens van de gemeente afgelopen jaar 341 huwelijken en geregistreerd partnerschappen ontbonden. De NIM bemiddelt nu bijna tachtig gevallen, met een gemiddelde duur van een halfjaar.

De instelling biedt naast bemiddeling ook hulpverlening aan kinderen van zes tot twaalf jaar met gescheiden ouders, organiseert gespreksgroepen voor gescheiden moeders en vaders en geeft met vrijwilligers ondersteuning bij de uitvoering van een omgangsregeling.

De begeleiding van Marijn en Bram loopt bijna ten einde. Een positieve ervaring was het bespreken van de jaarlijkse vakantieplanning, iets wat eerder tot grote misverstanden leidde. "Dat deden we op neutraal terrein, in een café", vertelt Marijn. "Toen het gesprek dreigde mis te lopen omdat er een patstelling ontstond, hebben we de NIM-methode gebruikt: we zijn op zoek gegaan naar een middenweg. Die hebben we gevonden."

Ook Bram is te spreken over de gang van zaken. "Ik vind het ook goed dat we hebben afgesproken vooral face-to-face of telefonisch contact te hebben. Dat ging eerst via brieven. Ik ben blij dat die papieren strijd voorbij is."

Wel vindt hij het jammer dat tot nu toe alleen het ene probleem van de vakantieplanning is besproken. "Graag had ik meer probleemsituaties besproken, ook uit het verleden. Dan hebben we misschien meer begrip voor elkaars reacties."

Het is afwachten of de communicatie tussen de twee goed blijft gaan. "Ik ben wat huiverig, maar ik ga ervoor", zegt Bram. "Hopelijk kunnen we in de toekomst over de omgangsuitbreiding praten. Ik wil mijn dochter graag meer zien om meer betrokken te zijn bij haar leventje, daarvoor ben ik papa geworden. Nu voel ik me machteloos als vader."

Gelderlander, Door TEFKE VAN DIJK, 9 maart 2005

Om privacyredenen zijn de namen van Bram, Marijn en Fieke gefingeerd. Meer informatie over de hulpverlening van de NIM: 0031-(0)24-3232751.


 
Omhoog
 

De nieuwe wet op de bemiddeling bij rechtsvordering

Het artikel over de nieuwe wet vind je onder Informatie - subrubriek Wetgeving

Om het te lezen en zelfs de volledige wettekst te raadplegen op de website van de Kamer hoef je enkel op de onderstaande link te klikken :

De nieuwe wet op de bemiddeling bij rechtsvordering : artikel en wettekst


 
Omhoog
 

INFORMATIE - OUDERSCHAPSBEMIDDELING


PROJECT OUDERSCHAPSBEMIDDELING

Situering

In het raam van het Globaal Plan , dat voorziet in de alternatieve maatregelen m.b.t. de veiligheid van de burgers werd door het Ministerie van Justitie en de stad Hasselt een veiligheids- en samenlevingscontract overeengekomen. Het Project Ouderschapsbemiddeling is een onderdeel van dat contract.
Op 19 maart 2001 verhuisde het Project Ouderschapsbemiddeling van het M.O.B., Stadsomvaart 9 te Hasselt naar C.A.W. 't Klaverblad, Plantenstraat 127 te Hasselt (tel. 011/25 67 78). De Plantenstraat is een zijstraat van de Koningin Astridlaan, nabij het station. De Projectverantwoordelijken zijn Leen Billion en Anne Pipeleers.

Echtscheiding en ouderschap

De verblijfsregeling, meestal vastgelegd in een gerechtelijke uitspraak, geeft vaak aanleiding tot strijd, misverstanden, problemen… Dat kan leiden tot langdurige en ingewikkelde (straf)procedures. Ouderschapsbemiddeling kan dan enige uitkomst bieden.


Principes in het proces van ouderschapsbemiddeling

1. Kinderen hebben recht op persoonlijk contact met beide ouders.
2. Beide ouders hebben recht op persoonlijk contact met hun kinderen.
3. Kinderen hebben voordeel bij een goed lopende omgangs- en verblijfsregeling.
4. Een veilige en respectvolle omgang tussen ouders en kinderen primeert.
5. Met rechten en gevoelens van alle betrokkenen moet rekening worden gehouden.

Werkmethode

· Wanneer het recht op persoonlijk contact min of meer uitgevoerd wordt, maar het gebrek aan communicatie tussen beide ouders voor moeilijkheden zorgt, komt bemiddeling neer op het verbeteren van die communicatie met individuele of gezamenlijke gesprekken. Meestal worden kinderen niet betrokken bij deze bemiddeling.
· Wanneer er geen contact is tussen de ouder met recht op persoonlijk contact en het kind/de kinderen, komt bemiddeling neer op het herstellen van contact tussen ouder en kind(eren). Uiteraard worden kinderen betrokken bij de bemiddeling.

Ouders en kinderen (indien nodig) worden, meestal na verwijzing, uitgenodigd voor één of meer gesprekken. Vader, moeder en kinderen krijgen elk in de mate van het mogelijke een bemiddelaar toegewezen en dat blijft meestal zo gedurende het hele bemiddelingsverloop. Er wordt getracht samen een goede omgangs- en verblijfsregeling uit te werken en op te volgen.

Opmerkingen

- Naast bemiddeling wordt er ook gewerkt aan de uitvoering van 'bezoek onder toezicht', zoals uitgesproken door de rechter. Er wordt gezorgd voor een neutrale ontmoetingsruimte.
- CAW 't Verschil heeft sinds kort de erkenning voor de neutrale ontmoetingsruimte van het arrondissement Tongeren.
- Voor, tijdens of na de (echt)scheiding kan men na verwijzing of op eigen verzoek terecht bij het Project Ouderschapsbemiddeling.

Nieuwsbrief BGMK-Hasselt - maart 2001


 
Omhoog
 

INFORMATIE - OUDERSCHAPSBEMIDDELING

De problemen rond de omgang met de kinderen -
Vraag aan de Minister van Justitie


Geschiedenis

De hele geschiedenis rondom de mondelinge vraag nr. 1284 aan de minister is begonnen met de toezending van het Memorandum van BGMK in februari naar de partijvoorzitters en naar de volksvertegenwoordigers die zetelen als commissieleden in de Kamercommissie van Justitie. Op dat ogenblik was de CVP druk doende met zijn nieuwe intenties omtrent de echtscheidingswetgeving in de media publiek te maken. Wij constateerden toen met genoegen dat die partij ineens wel zou instemmen met een schuldvrije echtscheidingsprocedure.

Merkwaardig genoeg speelde volksvertegenwoordiger Servais Verherstraeten, kamercommissielid en woordvoerder voor de CVP inzake echtscheidingsmateries, niet in op onze thematiek van de afschaffing van het schuldprincipe in de procedure en voor de gevolgen uit het Memorandum. Hij legde zijn volle aandacht op onze tweede eis, de bescherming van de omgangsregeling met de kinderen.

Wij stelden in de Memorandumtekst dat "bij moeilijkheden de omgangsregeling gewaarborgd dient te worden door efficiënte bemiddeling opgelegd door de parketten en opgevolgd door de voorziene procedure binnen de Wet op de Strafbemiddeling." Wij verwezen daarbij naar het Project Ouderschapsbemiddeling in Hasselt dat fungeert voor de gerechtelijke arrondissementen Tongeren en Hasselt. Wij drukten daarbij onze wil uit om het systeem van het Project Ouderschapbemiddeling te veralgemenen naar alle Rechtbanken van 1ste Aanleg van België. Dat deden wij omdat wij ons ten volle bewust zijn van de omvang van deze problematiek van ouders die moeilijkheden maken en ondervinden in de omgang met hun kinderen bij scheiding. Er is een buitengewone behoefte aan opvang van die probleemgevallen waarbij niet alleen de moeilijkheden doorgesproken worden maar waarbij wij ook begeleiding meer dan wenselijk achten in de beginperiode om de ouders te helpen in het normaliseren van de gewone omgang van de kinderen met hun vader en met hun moeder.

Vanuit deze situatie schreef Servais Verherstraeten zijn project van vraag aan de Minister van Justitie met per e-mail een verzoek aan ons om zijn vraag aan te vullen, te overlopen, bedenkingen of commentaar te geven. Dr. Vandeput en ondergetekende hebben de koppen bij elkaar gestoken en ook weer per e-mail ten spoedigste de gewenste aanvullingen en suggesties aan de volksvertegenwoordiger overgemaakt. Vrij vlug daarna werd de vraag aan de minister mondeling gesteld in de Kamer en prompt kregen we van de heer Verherstraeten per brief het antwoord van de minister toegestuurd. De vraag van de volksvertegenwoordiger was zo veelomvattend dat de minister mondeling slechts een gedeeltelijk antwoord kon verstrekken met het verzoek aan de vraagsteller zijn vraag goeddeels schriftelijk over te maken, zodat een grondiger en uitvoeriger antwoord kon worden gegeven. De heer S. Verherstraeten heeft zijn vraag met de nodige aanpassingen dan ook meteen schriftelijk gesteld.

Inhoud van de vraag en het antwoord van de minister

Van welk belang is dat alles nu voor de aanpak en de oplossing zo mogelijk van de omgangsproblematiek ?
Om dat te vatten kunnen wij misschien best de inhoud van de vraag en het antwoord van de minister samenvatten.

De minister stelt dat het Project Ouderschapsbemiddeling in Hasselt valt onder de noemer van de "neutrale ontmoetingsruimtes" die via het Globaal Plan door zijn departement worden gesubsidieerd. Die neutrale ontmoetingsruimtes richten zich tot gezinnen waar scheiding tussen partners dreigt te leiden tot contactbreuk tussen het kind en één van de ouders. Het gaat om gevallen waarbij de uitoefening van het omgangsrecht in een conflictueuze sfeer verloopt of onmogelijk is geworden. Ook voor pleegouders, grootouders, broers, zussen en andere belangrijke personen is een tussenkomst mogelijk. Een ruimte wordt ter beschikking gesteld waar kinderen en volwassenen onder deskundige begeleiding in alle sereniteit het omgangsrecht kunnen uitoefenen als element van een fundamenteel recht zoals bepaald in het internationaal Verdrag Inzake de Rechten van het Kind. Wij voegen eraan toe dat in die ruimtes ook bemiddelingssessies worden georganiseerd voor de betrokken ouders apart of samen al dan niet met hun kinderen daarbij via de deskundige begeleiders. En dàt juist is voor ons het essentiële.

De minister vermeldt dat er buiten Hasselt ontmoetingsruimtes worden gesubsidieerd in Gent en Oudenaarde, Leuven, Aarlen, Etterbeek, Courcelles, Libramont, Bergen, Saint-Ode en Doornik. In Hasselt werden tot dusver (mei 2000) 130 dossiers geopend waarvan 30 via bemiddeling in strafzaken en 100 op vrijwillige basis. Die projecten worden door de justitieassistenten en de arrondissementele evaluatie- en opvolgingscommissies positief geëvalueerd. De nood eraan wordt bevestigd door de intentie een aantal nieuwe ontmoetingsruimten te subsidiëren. Dat gebeurt vanaf begin april 2000 door maximum één neutrale ontmoetingsruimte te subsidiëren per gerechtelijk arrondissement. Het Globaal Plan voorziet jaarlijks in een bedrag van 250 miljoen BEF (6.197.000 euro). Gezien de behoefte wordt evenwel het subsidiebeleid in het algemeen en dat van de ontmoetingsruimten in het bijzonder herbekeken. We hopen dus op uitbreiding van de werkingsmiddelen van die ouderschapsbemiddelingsbureaus. De justitiehuizen hebben enkel een informerende functie omtrent het bestaan en de werking van de ouderschapsbemiddeling. De coördinator van de justitiehuizen staat echter wel in voor de jaarlijkse evaluatie en adviesverlening aan het centraal bestuur van die projecten.

Wat de schriftelijke vervolgvragen betreft lijkt het ons op dit ogenblik niet relevant om daar verder over te rapporteren.


De pers

In elk geval is het de pers niet ontgaan dat er een enorme omgangsproblematiek bestaat en dat er van overheidswege sinds korte tijd ook de noodzakelijke aandacht voor is ontstaan. In een krantenartikel uit de Morgen van zaterdag 25 maart 2000 - ook naar aanleiding van de veroordeling van een vrouw tot effectieve gevangenisstraf omwille van haar pertinente weigering van het omgangsrecht naar de vader toe - hebben wij de gelegenheid gekregen de problematiek even aan te kaarten en onze mening daaromtrent te kennen te geven.

Wij wensen dat de parketten de omgangsproblematiek van de individuele gevallen ernstig nemen en dat niet enkel de bemiddelingsassistenten van de parketten maar zeker ook de bemiddelingsmagistraten op een hoger niveau zich deze aangelegenheden in het belang van de opvoeding van de kinderen en het geluk van de omgang met hun ouders werkelijk grondig ter harte nemen hoe moeilijk dat dikwijls ook is door de emotionele tegenstelling tussen de scheidende ouders. Tot op dit ogenblik (1 mei 2002) hebben nog geen kennis van een gevolg dat een bemiddelingsmagistraat zou hebben gegeven na rapportering van een reële probleemsituatie vanuit de ouderschapsbemiddeling. Wij weten nochtans dat de bemiddelingsmagistraten op de parketten alle middelen ter beschikking hebben om binnen het raam op de wet op de strafbemiddeling het nodige te doen om ook die echte moeilijke gevallen tot een billijke en redelijke oplossing te brengen.

Tot slot

Wij bevestigen hier nogmaals dat die hele problematiek nooit volledig kan worden weggewerkt, maar dat de projecten ouderschapsbemiddeling heel wat gevallen kunnen opvangen en begeleiden en tot een goede oplossing brengen op voorwaarde dat er voldoende werkingsmiddelen ter beschikking worden gesteld, dat er echt gekwalificeerd personeel in voldoende aantal wordt ingezet en dat alle rechtbanken van 1ste Aanleg en ook alle ouders in moeilijkheden in het hele land een vertrouwensvol beroep kunnen doen op die ouderschapsbemiddeling.

Ghislain Duchâteau

mei 2002


 
Omhoog
 

INFORMATIE - OUDERSCHAPSBEMIDDELING

De positie van het kind in de familiale bemiddeling

Op 1 oktober 2001 treedt de Wet van 19 februari 2001 betreffende de proceduregebonden bemiddeling in familiezaken in werking. Omdat die wet nauw aansluit bij de echtscheidingsproblematiek, lijkt het mij niet oninteressant om hieraan wat extra aandacht te besteden.
Voor deze bespreking nam ik als leidraad het artikel "De positie van het kind in de familiale bemiddeling" geschreven door Gerd Verschelden, Assistent Vakgroep Burgerlijk Recht aan de UG, dat verscheen in het Tijdschrift voor Jeugdrecht en Kinderrechten van juni 2001.

1. Inleiding

De bovengenoemde wet werd aangenomen op federaal niveau en regelt de rechtbankverbonden bemiddeling. Het behoort immers tot de bevoegdheid van de federale staat om de procedures te regelen die worden gevolgd voor de rechtbanken zelfs als die verband houden met de gezinssituatie van de partijen.

De gemeenschappen mogen echter binnen het raam van hun bevoegdheid inzake hulp en bijstand aan gezinnen en kinderen, andere vormen van gezinsbemiddeling invoeren. Vandaar dat er momenteel bij de Vlaamse Gemeenschap twee voorstellen van decreet rond scheidingsbemiddeling op tafel liggen. Hun toepassingsgebied is echter veel beperkter, omdat die enkel de scheidingsbemiddeling betreffen op initiatief van de betrokkenen. Hier gaat het dus niet om rechtbankverbonden bemiddeling.

2. Toepassingsgebied van deze wet

Nergens in deze wet staat het begrip bemiddeling gedefinieerd, hiervoor worden Europese initiatieven op dat vlak afgewacht. Wel duidelijk blijkt het fundamentele verschil tussen "bemiddeling" en "begeleiding", waarbij in het laatste geval slechts één persoon wordt bijgestaan waar er bij bemiddeling steeds meer partijen betrokken zijn.
In het oorspronkelijke wetsvoorstel werd uitgegaan van de term "echtscheidingsbemiddeling", die werd door de Kamercommissie uitgebreid tot "gezinsbemiddeling" en door de Senaatscommissie tot "bemiddeling in familiezaken", zodat het toepassingsgebied ervan nu het kerngezin overstijgt.

Wanneer kan een rechter nu een bemiddelaar aanwijzen ?
Dat is mogelijk bij vorderingen die betrekking hebben op :
- verplichtingen die uit het huwelijk of de afstamming ontstaan (art. 203-211 B.W.)
- vorderingen m.b.t. het primair huwelijksstelsel (art. 212-224 B.W.)
- de gevolgen van de echtscheiding (art. 295-307 bis B.W.)
- de echtscheidingsprocedures (art. 1254-1310 Ger.W.)
- het ouderlijk gezag (art. 371-387 bis B.W.)
- de buitenhuwelijkse samenwoning, zowel wettelijk als feitelijk (art. 1475-1479 B.W.)

Wie kan als bemiddelaar worden aangeduid ?
Naast advocaten en notarissen komen ook alle andere natuurlijke personen in aanmerking, zodra zij daartoe door de Gemeenschappen erkend zijn. Uiteraard dienen die mensen een opleiding te hebben gevolgd, waarvan de specifieke voorwaarden nog in een Koninklijk Besluit moeten worden vastgelegd.

3. Verloop van de procedure

De bemiddeling kan door de rechter niet worden opgelegd. De partijen dienen dus in te stemmen zowel met de bemiddeling op zich als met de bemiddelaar zelf. Zodra die instemming er is, zal de rechter in zijn beslissing niet alleen een bemiddelaar aanwijzen maar ook een datum vastleggen waarnaar de zaak verdaagd wordt. Tijdens de bemiddelingsprocedure hebben partijen echter het recht om (via een eenvoudig verzoekschrift of door conclusies in te dienen) de zaak opnieuw voor de rechter te brengen, waarna er binnen de 15 dagen een rechtszitting moet plaatsvinden. Als de bemiddelingsprocedure volledig doorlopen is, dan wordt de rechter op de datum die hij had vastgelegd in kennis gesteld van het resultaat.

Op dat moment zijn er drie mogelijke scenario's :
1. Er is een overeenkomst bereikt : de partijen bezorgen dan de door hen ondertekende conclusies aan de rechter die een akkoordvonnis opmaakt.
2. Er is een gedeeltelijke overeenkomst bereikt : de rechter maakt een akkoordvonnis omtrent de punten waarover de partijen het eens zijn geraakt. Voor de geschilpunten kunnen de partijen om een nieuwe termijn verzoeken (en dus de bemiddeling verder zetten) of vragen dat de procedure voor de rechtbank wordt voortgezet.
3. Er is geen overeenkomst bereikt : de partijen kunnen ook dan om een nieuwe termijn verzoeken (en dus de bemiddeling verder zetten) of vragen dat de procedure voor de rechtbank wordt voortgezet.

Documenten en mededelingen uit de procedure zijn vertrouwelijk en kunnen dus in geen enkele procedure worden aangevoerd, tenzij die geheimhoudingsplicht wordt opgeheven met instemming van beide partijen én van de bemiddelaar.

Zowel wat de provisie betreft als voor de vergoeding voor de bemiddelaar geldt het principe dat partijen dat in onderling overleg kunnen verdelen. Maar indien hierover geen akkoord wordt bereikt, dan betalen ze principieel elk de helft, tenzij de rechter daar anders over beslist omwille van iemands financiële toestand.

4. De positie van het kind

In deze wet is enkele de verplichting voor de rechter opgenomen om de overeenkomst te toetsen aan het belang van het kind bij het bekrachtigen ervan in een akkoordvonnis. Daarbuiten wordt er echter nauwelijks aandacht besteed aan de positie van het kind binnen de bemiddelingscontext. Dat werd in de Senaatscommissie door verscheidene leden betreurd ; er werd zelfs expliciet de vraag gesteld of een kind in een bemiddeling niet als een gelijkwaardige gesprekspartner beschouwd moet worden.

Ook in de voorstellen van decreet wordt nergens duidelijk gemaakt wat de inbreng van het kind in de bemiddelingsprocedure kan zijn. Het Kinderrechtencommissariaat gaf zijn visie te kennen via een advies waaruit o.a. de volgende standpunten blijken :

* Het moet gaan om een kwaliteitsvolle bemiddeling via erkende bemiddelaars, waardoor kinderen minder in het conflict betrokken worden.
* Indien kinderen dat zelf wensen, moeten ze de mogelijkheid krijgen om een persoonlijke inbreng te hebben bij het construeren van een akkoord tussen hun ouders.
* De hoormogelijkheid van kinderen (art. 931 Ger.W.) vormt voor hen een spreekrecht dat inroepbaar wordt wanneer onvoldoende rekening wordt gehouden met hun eigen beleving.
* Kinderen moeten zoveel mogelijk uit de conflicten geweerd worden en dienen zekerheid te krijgen over een blijvend contact met beide ouders.
* Het is aan te bevelen kinderen afzonderlijk te horen (dus buiten de aanwezigheid van hun ouders), aandacht te besteden aan de relatie met eventuele broers/zussen en hun uit te leggen waartoe de bemiddeling dient, waarbij beklemtoond moet worden dat hun niet gevraagd wordt een keuze te maken.
* Bemiddeling wordt gezien als een manier om op een constructieve wijze bestaande conflicten op te lossen en toekomstige conflictsituaties te vermijden.

Een kindvriendelijke bemiddeling is bijgevolg grotendeels afhankelijk van de bemiddelaars zelf, die de ouders voldoende attent moeten maken om hun kind de mogelijkheid tot een actieve inbreng in het bemiddelingsproces te bieden. Zo zal het zelf zijn belang kunnen invullen als betrokken partij, wat uiteraard volledig afhangt van zijn/haar leeftijd en bekwaamheid.

5. Vrijwilligheid versus verplichting

In België heeft men dus niet geopteerd voor een verplichte scheidingsbemiddeling in tegenstelling tot landen als Noorwegen en Groot-Brittannië, waar ouders met jonge kinderen verplicht worden de bemiddeling te proberen.

Onze wetgever is van oordeel dat een oplossing die door alle betrokkenen na overleg wordt aanvaard, meer kans heeft om nageleefd te worden dan een eenzijdig (door de rechter) opgelegde regeling. Persoonlijk ben ik het daar niet echt mee eens, omdat er geen akkoord wordt opgedrongen maar enkel de verplichting om tenminste de bemiddelingsmethode te proberen. Wel zijn er bij ons al stemmen opgegaan om een verplicht informatie- en kennismakingsmoment met die methode in te voeren, waarbij gehoopt wordt dat dit een mentaliteitswijziging tot stand zou kunnen brengen bij ouders die nog al te vaak redeneren in termen van winnen en verliezen.

6. Persoonlijke mening

Ons land is blijkbaar nog niet rijp voor de inlassing van een verplicht kennismakingsmoment - laat staan voor de invoering van een verplichte scheidingsbemiddeling.

Vanuit mijn ervaring binnen BGMK merk ik telkens opnieuw, dat de bemiddeling als alternatief voor het afdwingen van een gerechtelijke procedure eenvoudigweg weinig of niet bekend is. Wat weerhoudt onze regering ervan een grootscheepse informatiecampagne te voeren, waardoor die methode in al haar facetten aan het grote publiek zou kunnen worden bekend gemaakt ? Mijns inziens zou het wel eens kunnen, dat er vanuit de advocatuur hiertegenover een zekere terughoudendheid bestaat en de redenen hiervoor zouden wel eens niet zo eerbaar kunnen zijn.

Bij een geslaagde bemiddeling zullen immers niet langer twee (namelijk de advocaten van beide partijen) maar slechts één (namelijk de bemiddelaar) persoon zich kunnen verrijken en is de kans op het instellen van een hoger beroep ook veel kleiner. Principieel is het immers onmogelijk hoger beroep in te stellen tegen een akkoordvonnis (wel mogelijk is dat de bemiddeling pas slaagt in hoger beroep na een vonnis van de rechtbank van eerste aanleg of van de jeugdrechtbank ; in dat geval spreekt men van een akkoordarrest). Dat betekent dus minder beroepsprocedures waar juist veel geld mee te verdienen valt…

Nochtans zou de bemiddeling juist een hulpmiddel kunnen vormen om ons rechtssysteem wat te verlichten. En ik die dacht dat dàt nu net één van de grote betrachtingen van ons Ministerie van Justitie was…

Sofie Van Steenberghe
Juriste en educatieve medewerkster BGMK

Uit het tijdschrift "Hoop!" ts. van BGMK vzw - 23e jg. nr. 8 blz. 3-5. (oktober 2001)

 
     
Laatste update : 21 februari 2011 | Vragen welkom bij : Webmaster Top | Home