Informatie - Samenwoning
 

Adviezen | Advocaat | Bank | Belastingen | Bestaansmiddelen | Detective | Deurwaarder | Echtelijke woning
Echtscheiding door onderlinge toestemming | Erfenis | Gezinnen | Gezinswoning | Gevoelens | Gevolgen echtscheiding
Geweld | Hulpverlening | Huwelijksplichten | Huwelijksstelsel | Jongeren na echtscheiding | Jurisprudentie Justitiehuizen | Kerk | Leven na scheidingNieuwe gezinsvormen | Nieuwe relatie | Nieuw-samengestelde gezinnen
Notaris | Omgangsrecht | Onderhoudsgelden | Onderwijsaangelegenheden | Ouderlijk gezag | Ouder-naam
Ouderschapsbemiddeling | Overlijden | Overspel | Procedure | Relaties | Samenwoning | Scheidingsbemiddeling Vaderschap bij scheiding | Vereffening en verdeling | Wetgeving | Woonstvergoeding

Artikels :
- Wettelijk samenwonen of niet? Een wereld van (geld)verschil...
- Automatisch erfrecht voor wettelijk samenwonenden
- De nalatenschap van samenwoners - mogelijke problemen en aanpak
- Wie samenwoont moet eigendomsrecht kunnen bewijzen
- Samenwonenden genieten verlaagde successierechten
- Successierechten voor samenwonenden - Verschillen tussen de drie gewesten
- Samen uit samen thuis (opheffing samenwoningsplicht)
- Tontines - Kanscontracten
- Een onvolwaardige tontine-overeenkomst
Omhoog
 

Wettelijk samenwonen of niet? Een wereld van (geld)verschil...

Koppels die niet willen huwen, kunnen op twee manieren samenwonen: feitelijk of wettelijk.
Dat laatste geeft u meer rechten, maar houdt ook verplichtingen in.

Om feitelijk samen te wonen, hoeft u geen formaliteiten te doorlopen. Wilt u wettelijk gaan samenwonen, dan moet u langs het gemeentehuis gaan om een verklaring van wettelijke samenwoning af te leggen voor de ambtenaar van de burgerlijke stand. Daardoor ontstaan een aantal rechten en plichten waar de wettelijk samenwonende partners onderling niet van kunnen afwijken.

Welke rechten levert wettelijk samenwonen op?

  • Uw gezinswoning en de inboedel zijn beschermd: uw partner kan ze niet verkopen, hypothekeren of wegschenken zonder uw toestemming, zelfs als u geen mede-eigenaar bent. Huurt u, dan wordt u van rechtswege medehuurder, zelfs als uw naam niet op het huurcontract staat.
  • Er ontstaat een beperkt erfrecht. U erft het vruchtgebruik op de gezinswoning en de inboedel. Woont u louter feitelijk samen, dan erft u helemaal niets van elkaar. Wilt u elkaar toch iets nalaten, dan zult u zelf de nodige stappen moeten ondernemen. 
  • U geniet de lagere successietarieven tussen gehuwden (onder voorwaarden in Wallonië). Feitelijk samenwonenden betalen het hoogste tarief van ‘vreemden’. Uitzondering: wie minstens 1 jaar feitelijk samenwoont in Vlaanderen, geniet ook de tarieven tussen gehuwden.
  • Net zoals gehuwden hoeft u geen successierechten te betalen op de gezinswoning. Feitelijke samenwoners moeten minstens 3 jaar samenwonen om daar recht op te hebben.
  • U ontvangt net zoals gehuwden nog maar 1 belastingbrief. Zolang u feitelijk samenwoont, ontvangt u beiden afzonderlijk een belastingbrief. 

Welke plichten ontstaan er?

  • U wordt verplicht om bij te dragen in de lasten van het samenwonen in verhouding tot uw financiële mogelijkheden.
  • U staat hoofdelijk in voor de huishoudelijke schulden die uw partner maakt. Denk aan het betalen van de brandverzekering, zelfs als enkel de naam van uw partner op de polis staat. Denk aan de onroerende voorheffing op de woning waar uw partner eigenaar van is en aan de schulden die uw kinderen maken.
  • Een beperkte onderhoudsplicht tegenover uw stiefkinderen en uw schoon(groot)ouders na het overlijden van uw partner.

Wat verandert niet door wettelijk te gaan samenwonen?

  • Er ontstaat geen gemeenschappelijk vermogen. U kunt wel goederen in onverdeeldheid bezitten en bijvoorbeeld elk voor de helft eigenaar zijn van de gezinswoning.
  • Uw loon blijft van u, dat van uw partner van hem of haar. Dat in tegenstelling tot als u zou huwen volgens het wettelijk stelsel. Dan behoort uw loon tot het gemeenschappelijke vermogen, zelfs als u het op een zichtrekening stort waar enkel u titularis van bent.
  • Krijgt u kinderen, dan zal de vader het kind moeten erkennen. De moeder moet daarmee akkoord gaan. Bij gehuwden wordt ervan uitgegaan dat de echtgenoot de vader is. 


Ook als u niet verliefd bent


Zowel hetero- als homokoppels kunnen wettelijk gaan samenwonen. Maar een liefdesverhouding is geen must. Ook een broer en een zus of twee broers kunnen een verklaring van wettelijke samenwoning afleggen. De enige voorwaarde is dat u meerderjarig, rechtsbekwaam en ongehuwd bent. Een ‘ménage à trois’ of meer is uitgesloten, maximaal 2 mensen kunnen wettelijk samenwonen.


Info 2/2010


 
Omhoog
 

Automatisch erfrecht voor wettelijk samenwonenden

De kamercommissie Justitie heeft dinsdag 12 december 2006 een wetsontwerp goedgekeurd dat wettelijk samenwonenden automatisch erfrecht toekent wanneer één van de twee sterft. De langstlevende samenwonende krijgt voortaan automatisch het vruchtgebruik van de woning en de huisraad. Alle partijen stemden voor, behalve het Vlaams Belang, dat tegen stemde.

De wet van 23 november 1998 biedt wel een juridische omkadering voor wettelijke samenwonenden, maar het statuut heeft geen gevolgen op het vlak van erfopvolging. Zelfs indien er een testament wordt opgemaakt, heeft de langstlevende samenwonende slechts recht op een beperkt deel van de nalatenschap.

Een gelijkschakeling van het erfrecht tussen gehuwden en wettelijk samenwonenden komt er niet. Er blijven een aantal verschillen bestaan. De nieuwe regeling geldt niet voor feitelijk samenwonenden.

Belga

Hervorming erfrecht voor samenwonenden


In navolging van een aantal andere Europese landen zoals de Scandinavische, Duitsland en Nederland heeft België, naast het traditionele huwelijk, andere samenlevingsvormen van volwassenen uitdrukkelijk erkend en geregeld. Zo biedt de federale wet van 23 november 1998 (inwerking sinds 1 januari 2000) een juridische omkadering voor elk type van tweerelatie, ongeacht de seksuele of familiale band, voor zover de partners uitdrukkelijk voor deze rechtsbescherming kiezen.

Tijdens de eerste vier jaar, sinds de toepassing van die wet, zouden er al 46.575 samenlevingscontracten zijn afgesloten. Daarvan zijn er ook al 9.855 (21 %) weer ontbonden.

De wet voorziet onder meer in een bescherming voor de gezinswoning, een regeling voor de bijdragen in de gezinslasten. Voor het vermogensrechtelijk statuut van de samenwonenden bij overlijden is er tot op heden niets wettelijk geregeld. Zij zijn aangewezen op testamentaire of conventionele (bvb. bescherming via aanwas) technieken. Volgens een recent wetsontwerp zouden samenwonende partners binnen afzienbare tijd van elkaar kunnen erven. Eerst en vooral zal de wet voor heel België van toepassing zijn. Dit in tegenstelling tot de regionale materie van het successierecht, dat voor de samenwonende partners in de drie gewesten totaal verschillend is.

Verder komen enkel samenwonende partners, die een verklaring van samenwoning hebben afgelegd, voor het wettelijk erfrecht in aanmerking. Dit betekent dat zij die feitelijk samenwonen van het wettelijk erfrecht zijn uitgesloten.

Noteer nochtans dat deze laatste groep in het Vlaamse gewest (niet in Brussel of Wallonië) van een voordelig fiscaal successietarief van 3, 9 tot 27 procent kan genieten, en zelfs van een voorwaardelijke vrijstelling voor de gezinswoning. Feitelijk samenwonenden zullen in de regel dan wel tijdens hun leven nog steeds aangewezen zijn om bepaalde beschermingstechnieken toe te passen.

De grote krijtlijnen van dit nieuwe erfrecht kunnen als volgt worden samengevat. Zoals de langstlevende echtgenoot zou de overlevende partner automatisch (dus zonder enige testamentaire of conventionele beschikking) het vruchtgebruik verkrijgen. Dat zou dan weliswaar beperkt zijn tot het huis of appartement dat zij samen bewoonden en de huisraad die er zich in bevond.

In tegenstelling tot het wettelijk vruchtgebruik van de overlevende huwelijkspartner, verkrijgt de overlevende samenwoner geen erfrechtelijk vruchtgebruik op de andere goederen dan de gezinswoning en de huisraad (bvb. de aandelen van de vennootschap, de effecten, de tweede woning aan de kust, de auto, ). Een testamentair of conventioneel initiatief zou voor deze goederen nog steeds nodig zijn.

Verder heeft de langstlevende echtgenoot, in tegenstelling tot de overlevende samenwonende partner, ook een reservataire bescherming. Zo heeft hij/zij een wettelijke reserve op de helft in vruchtgebruik van alle goederen en zelfs op het geheel in vruchtgebruik op de gezinswoning en de huisraad. De langstlevende samenwonende partner zou daarentegen geen reservataire aanspraken verwerven waardoor een onterving ten aanzien van de overlevende partner toch nog mogelijk is.

Samenwoners die een ruimer erfrechtelijke bescherming tegenover elkaar wensen, zullen dan toch best kiezen voor het huwelijkse bootavontuur, aldus de memorie van toelichting. Voor definitieve conclusies blijft het intussen wachten op de definitieve wettekst.

18 december 2006

Het beperkt erfrecht voor wettelijk samenwonenden is nu feitelijk in de wetgeving opgenomen. De voorzieningen zoals ze in de bovenstaande tekst van prof. J. Ruysseveldt zijn aangehaald zitten in de nieuwe wet en zijn van toepassing.

"Op 8 mei 2007 verscheen in het B.S. de Wet van 28 maart 2007, voluit “Wet tot wijziging, wat de regeling van het erfrecht van de langstlevende wettelijk samenwonende betreft, van het Burgerlijk Wetboek en van de Wet van 29 augustus 1988 op de erfregeling inzake landbouwbedrijven met het oog op het bevorderen van de continuïteit”. Sedert 18 mei 2007, de inwerkingtreding van deze wet, hebben wettelijk samenwonende partners een beperkt intestaatserfrecht sui generis in elkaars nalatenschap."

Bron: Erfrecht wettelijk samenwonenden, Christoph Castelein Uitg. Larcier, 2007

Gh. D. - 14 oktober 2007


 
Omhoog
  De nalatenschap van samenwoners

Mogelijke problemen bij het erfrecht voor wettelijk samenwonenden en hun aanpak

Op 29 oktober 2007 publiceert De Standaard een drietal artikels rond "de nalatenschap van samenwoners". Centraal in die artikels staat de hierboven aangehaalde wet van 8 mei 2007 (BS 28-3-2007) Wet tot wijziging, wat de regeling van het erfrecht van de langstlevende wettelijk samenwonende betreft...

Artikel 1 draagt de titel "EEN VANGNET MET VEEL GATEN"

Het is wel duidelijk dat de wet alleen van toepassing is op wettelijk samenwonenden die een geregistreerd samenwoningscontract voor de burgerlijke stand van de gemeente hebben afgesloten. Feitelijk samenwonenden vallen hoegenaamd niet onder die wet.

Uit het artikel lichten we een paar passages die van groot belang kunnen zijn voor wettelijk samenwonenden.

Als langstlevende samenwoner erf je enkel het vruchtgebruik van de gezinswoning en van de huisraad, in juridisch jargon de preferentiële goederen genoemd.

'Een ander heikel punt is dat je als langstlevende samenwoner nu wel het levenslange vruchtgebruik erft van de gezinswoning en huisraad, maar dat die geërfde gezinswoning niet beschermd wordt voor de langstlevende partner', waarschuwt Van Tricht. 'De andere erfgenamen van de overledene die samen met de langstlevende partner de gezinswoning erven -dat kunnen zowel de ouders als de kinderen zijn- behouden de mogelijkheid om de omzetting van het vruchtgebruik te eisen.'

Of met andere woorden: de erfgenamen/naakte eigenaars kunnen op elk moment hun deel opeisen, ook als de woning daarvoor verkocht moet worden. Heb je als langstlevende partner niet genoeg geld om de andere erfgenamen op dat moment uit te kopen, dan sta je dus op straat.

Artikel 2 De trukendoos van de samenwoners: hoe elkaar extra erfrechten geven?

Dit artikel nemen we omwille van zijn intrinsieke informatieve waarde in extenso over.

Wettelijke én feitelijke samenwoners kunnen constructies opzetten om elkaar te beschermen.

Het nieuwe erfrecht voor samenwoners is een vangnet met vele gaten. Wie daar niet wil doorvallen, zorgt best zélf voor een bijkomende veiligheid. Dat kan op verschillende manieren. Maar één ding is wel zeker: wil je als langstlevende samenwoner heibel met je schoonfamilie of kinderen vermijden als je partner er niet meer is, zorg dan voor een duidelijke regeling.

Een klassiek hulpmiddel om erfeniskwesties in goede banen te leiden, is een testament. In een testament kan je je bezittingen toewijzen aan om het even wie, zolang je de voorbehouden erfdelen van je voorbehouden erfgenamen maar respecteert. Nu de successierechten voor wettelijke samenwoners gelijkgeschakeld zijn met de tarieven die gelden tussen echtgenoten, is een testament overigens ook fiscaal een aantrekkelijke manier voor samenwoners om hun erfenis te regelen.

Maar één nadeel heeft zo'n testament onvermijdelijk wél. Het biedt nooit absolute zekerheid want een wilsbeschikking kan altijd nadien herroepen worden. Beslist je partner op zekere dag dat het toch iets minder mag zijn, dan kan hij of zij het testament aanpassen, ook zonder jouw medeweten. En daar valt niets tegen te beginnen. Noteer ook dat de voorbehouden erfrechten van de eigen kinderen altijd gerespecteerd moeten worden in een testament.

Is meer zekerheid gewenst, dan kunnen beide partners samen een regeling treffen in een samenlevingscontract, weet notaris Van Tricht. 'Door in een samenlevingscontract een zogenaamd 'beding van aanwas' op te nemen zorg je ervoor dat de onverdeelde bezittingen na het overlijden van de eerste partner automatisch in het vermogen van de langstlevende worden opgenomen', aldus Van Tricht.

Een beding van aanwas kan beperkt worden tot welbepaalde goederen maar kan ook betrekking hebben op alle onverdeelde bezittingen van het koppel. Belangrijk is wel dat beide partners gelijkwaardig zijn. Dat wil zeggen dat ze allebei de helft moeten bezitten en dat ze ook ongeveer even oud moeten zijn, zodat hun overlijdenskans ongeveer even groot is. 'Voor een oude bok met zijn groen blaadje kan dat wel eens een probleem zijn', waarschuwt Van Tricht.

Ook voor het lot van de gezinswoning kan *een beding van aanwas, ook wel eens *tontine genoemd, soelaas bieden. Toen er nog geen wettelijk erfrecht bestond voor samenwoners waren aankoopaktes met een tontine schering in en inslag wanneer ongehuwde partners samen een huis kochten. Maar ook nu nog heeft deze clausule zijn nut, vermits de erfrechten van de langstlevende op de gezinswoning lang niet waterdicht zijn. Laat je een beding van aanwas opnemen in de aankoopakte van de woning, dan wordt bij het overlijden van de eerste partner diens helft eigendom van de langstlevende. Maar daar hangt wel een relatief zwaar prijskaartje aan vast. Bij het overlijden moeten er in zo'n geval registratierechten worden betaald op het deel van de woning dat van eigenaar verandert. Die bedragen 10 procent in Vlaanderen en 12,5 procent in Brussel en Wallonië. Door de klassieke tontine te vervangen door een beding van aanwas met optie is het mogelijk om aan die registratierechten te ontsnappen. Bij het overlijden van de eerste partner heeft de langstlevende dan de keuze: ofwel wordt het beding van aanwas uitgeoefend en zijn er registratierechten verschuldigd, ofwel wordt het normale erfrecht toegepast en erft de langstlevende wettige samenwoner het vruchtgebruik van de gezamenlijke gezinswoning 'gratis'. Is de relatie met de andere erfgenamen goed dan kan dat een aanvaardbaar 'risico' zijn. Bovendien behouden samenwoners de mogelijkheid om elkaar via testament de naakte eigendom van hun helft van de woning na te laten. Is er zo'n testament dan is het voor de langstlevende partner voldoende als hij of zij enkel het vruchtgebruik erft.

Voor feitelijke samenwoners is het nog belangrijker om alles op papier te zetten, want zij erven volgens het wettelijk erfrecht helemaal niet van elkaar. Net zoals wettelijke samenwoners kunnen zij met testamenten, samenlevingscontracten en tontines een constructie opzetten om elkaar te beschermen. Feitelijke samenwoners moeten wél rekening houden met enkele bijkomende hindernissen. Zo kunnen samenwoners zonder kinderen hun ouders niet onterven. Bovendien gelden in Wallonië en Brussel voor feitelijke samenwoners de hoogste tarieven van de successierechten

Voor je aan het knutselen gaat met testamenten, samenlevingsovereenkomsten en tontines win je best het advies in van een notaris. Het eerste adviserende gesprek met een notaris is overigens altijd gratis.

http://www.notaris.be

*Meer over het beding van aanwas en de tontine: klik hier

Artikel 3 Successierechten bij samenwoners

Omwille van de feitengegevens nemen we ook dit artikel volledig over

Feitelijke samenwoners worden nog gediscrimineerd

Het vernieuwde erfrecht voor samenwoners is pas enkele maanden van kracht. Maar op het vlak van erfenis- of successierechten is de gelijkschakeling tussen samenwoners en gehuwden al verschillende jaren aan de gang. Voor wettige samenwoners is de gelijkheid inmiddels zo goed als een feit. Maar feitelijke samenwoners worden nog wél gediscrimineerd. Vooral in Brussel en Wallonië is het voor hen oppassen geblazen als ze hun nalatenschap niet voor het grootste deel in handen van de fiscus willen zien vallen.

In Vlaanderen gelden voor samenwoners dezelfde lage tarieven als voor gehuwden op voorwaarde dat de partners voor het overlijden ofwel wettelijk samenwoonden, ofwel minstens één jaar feitelijk samenwoonden en dat ook kunnen bewijzen.

In het Brusselse gewest genieten alleen wettelijke samenwoners dezelfde behandeling als gehuwden. Feitelijke samenwoners betalen op elkaars nalatenschap erfenisrechten berekend tegen de hoogste tarieven (40 tot 80 procent).

In Wallonië betalen wettelijke samenwoners dezelfde successierechten als gehuwden, maar uitsluitend op voorwaarde dat de verklaring van wettelijke samenwoning minstens één jaar oud is op het moment van het overlijden. In alle andere gevallen zijn de hoogste tarieven van toepassing (30 tot 90 procent).

Ook de vrijstelling van successierechten op de gezinswoning gaat het verst in Vlaanderen.

Zoals bekend zijn sinds 1 januari 2007 geen successierechten meer verschuldigd op de vererving van de gezinswoning in Vlaanderen. Deze nieuwe maatregel geldt zowel voor gehuwden als voor samenwoners. Wettelijk samenwonenden genieten echter al van deze vrijstelling vanaf de dag dat ze bij de ambtenaar van de burgerlijke stand hun verklaring van wettelijk samenwonen hebben afgelegd, terwijl er voor feitelijk samenwonenden een wachttijd van drie jaar geldt.

In Brussel en Wallonië is deze nieuwe maatregel niet van toepassing. Daar gelden weliswaar andere tariefverlagingen voor de vererving van de gezinswoning maar die regelingen gaan minder ver dan de Vlaamse.

29 oktober 2007


 
Omhoog
 

Wie samenwoont moet eigendomsrecht kunnen bewijzen

Heel wat koppels die willen samenwonen, doen dat zonder gehuwd te zijn of zonder te kiezen voor het statuut van wettelijke samenwoner. Als die feitelijke samenwoning enige tijd duurt, heeft dat haast onvermijdelijk tot gevolg dat er een zekere vermenging plaatsvindt van de goederen van de partners (zij kopen bijvoorbeeld samen een aantal zaken aan, krijgen geschenken, enzovoort). Als er dan een kink in de kabel komt, rijst wel eens de vraag hoe de goederen moeten worden verdeeld. Ook als één van de partners schulden maakt of verbintenissen aangaat, rijst trouwens -- zelfs zonder dat het paar uiteengaat -- de vraag of de andere mee verantwoordelijk is.

Uit elkaar - wat is van wie ?

In de relatie tussen de partners onderling geldt als uitgangspunt dat elk van de partners de exclusieve eigendom behoudt van de goederen die hij al voor het samenwonen bezat. Ook de goederen die hij tijdens het samenleven verwerft (ongeacht of hij die zelf aankoopt dan wel bijvoorbeeld verwerft door een schenking of erfenis) blijven zijn exclusieve eigendom. Op dit vlak zijn er dus niet dadelijk problemen. Alleen zal er soms een moeilijkheid rijzen op het vlak van het bewijs. De partner die beweert eigenaar te zijn van een goed, moet het bewijs daarvan kunnen leveren.

Voor onroerende goederen vormt dit normalerwijs geen probleem. Voor roerende goederen durft het schoentje hier wel eens te wringen. Om het bewijs te leveren dat bepaalde roerende goederen toebehoren aan één van de partners, kan deze een beroep doen op alle mogelijke bewijsmiddelen. Zo kan hij of zij het bewijs leveren van zijn eigendomsrecht aan de hand van facturen, bestelbons, garantiebewijzen op zijn naam en zelfs via getuigen.

Bij onverdeeldheid ?

De andere partner zou hier wel kunnen trachten tegenover te stellen dat diegene op wiens naam de bestelbon of factuur stond (mede) voor hem optrad. Door bij het begin van het samenwonen (of in de loop daarvan) een inventaris op te stellen van de goederen (met vermelding van wie ze zijn) kunnen alleszins heel wat problemen worden opgelost.

Als geen van de partners erin slaagt om te bewijzen dat een bepaald goed van hem is, wordt ervan uitgegaan dat het goed in kwestie in onverdeeldheid toebehoort aan de beide partners. Dan moet het in beginsel tussen hen bij gelijke helften worden verdeeld, waarbij geen van de partners, behoudens andersluidende overeenkomst, kan worden gedwongen om in onverdeeldheid te blijven.

Tegenover de schuldeisers ?

In de relatie tot schuldeisers geldt als principe dat de schuldeisers van één van de samenwoners de andere niet kunnen aanspreken om de schulden te betalen. Zelfs niet als het gaat om schulden die zijn aangegaan ten behoeve van de huishouding van de samenwoners of ten behoeve van de opvoeding van hun kinderen. Tenzij de schuldeiser in de gewettigde overtuiging was te maken te hebben met een gehuwde. In dat geval zou hij zich kunnen proberen te beroepen op de zogenaamde vertrouwensleer om de andere partner toch aan te spreken.

Werd de schuld aangegaan door de beide partners, dan liggen de zaken anders. In dat geval kunnen zij beiden ten belope van hun deel worden aangesproken, tenzij hoofdelijkheid werd bedongen. Dan kan het volledige bedrag door de schuldeiser bij één van de partners -- naar keuze van de schuldeiser -- worden gevraagd.

De schuldeiser van één van de samenwoners kan mogelijk wel beslag laten leggen op de goederen die zich op het adres van zijn schuldenaar bevinden. De partner, die niet gehouden is tot betaling, riskeert dat daarbij ook zijn of haar goederen in beslag worden genomen. In dat geval komt het er voor die partner op aan te bewijzen dat een goed zijn of haar eigendom is om dit aan het beslag te onttrekken. Opdat een inventaris hier zou kunnen worden ingeroepen, moet die wel een datum dragen. Het is dan ook aangewezen de inventaris te laten registreren of zelfs notarieel te laten opmaken. Hoewel ook dan de derde de waarachtigheid van de inventaris en de vermeldingen daarop nog zou kunnen trachten aan te vechten.

R.J.

november 2002


 
Omhoog
 

Samenwonenden genieten van verlaagde successierechten

Wettelijke begrippen

De regeling van het statuut van samenwonenden is onderworpen aan :
1. De decreten van het Vlaamse Parlement van
· 15 juni 1997 - Belgisch Staatsblad 1/10/1997 - van toepassing op 1/1/1998
· 30 juni 2000 - Belgisch Staatsblad 17/8/2000 - van toepassing op 1/6/2000
· 1 december 2000 - Belgisch Staatsblad 11/1/2001 - van toepassing op 1/1/2001
2. De Wet van 23 november 1998 - Belgisch Staatsblad 12/1/1999 - zie de artikelen 1475 tot 1479 in het Burgerlijk Wetboek.

VÓÓR die nieuwe wettelijke beschikkingen moest een ongehuwd samenwonende successierechten betalen tegen tarieven van 30 tot 80 procent. In het Vlaamse Gewest zijn die tarieven voor samenwonenden nu onder bepaalde voorwaarden met die voor gehuwden gelijkgesteld.

Wie is "samenwonend" ?

1. de persoon die op de dag van het openvallen van een erfenis met de erflater samenwoont volgens de zogenaamde wettelijke samenwoning (Burgerlijk Wetboek Boek III, titel V bis)
2. de persoon die op de dag van het overlijden van de partner tenminste één jaar ononderbroken met de erflater heeft samengewoond en er een gemeenschappelijke huishouding mee heeft gevoerd. Als die gemeenschappelijke huishouding in dat laatste jaar door overmacht onmogelijk was, blijft die persoon als samenwonende beschouwd. De ononderbroken samenwoning en het voeren van een gemeenschappelijke huishouding kan goeddeels worden aangetoond door een uittreksel uit het bevolkingsregister. Dat is weliswaar weerlegbaar.

Wat houdt de inschrijving in het bevolkingsregister nu in voor het samenwonen ?

Als je beiden als koppel ingeschreven bent op een gemeenschappelijk adres, maar één van de twee heeft ergens anders zijn feitelijke verblijfplaats :
· geen enkel probleem als die feitelijke verblijfplaats ook in het Vlaamse Gewest ligt
· geen tariefverlaging voor de successierechten als de feitelijke verblijfplaats in het Waals of Brussels Hoofdstedelijk Gewest ligt
· als de feitelijke verblijfplaats in het buitenland ligt, kan het verlaagd tarief alleen worden toegepast op onroerende goederen die in het Vlaamse Gewest liggen
· is het koppel ingeschreven in de bevolkingsregisters buiten het Vlaamse Gewest, dan kan de feitelijke verblijfplaats toch in het Vlaamse Gewest liggen en kan het gunsttarief toch van toepassing zijn.

Gezondheidsproblemen kunnen worden ingeroepen voor niet-permanente samenwoning en het voeren van een gemeenschappelijke huishouding. Dat kan als overmacht worden aangetoond. Maar één jaar ononderbroken samenwoning moet er wel zijn geweest vooraleer de overmacht ontstond.

Vanaf het decreet van 1/12/2000 moet je 1 jaar ononderbroken hebben samengewoond en nog samenwonen op de dag van het overlijden, om dat gunsttarief voor de successierechten te kunnen inroepen.

De gemeenschappelijke huishouding

Dat begrip is soms vaag. Wat in rusthuizen ? Wat bij 2 appartementen in eenzelfde gebouw ? In de kosten van de gemeenschappelijke huishouding moet elke partij bijdragen in overeenstemming met zijn inkomen. Als één partij geen inkomen heeft of hulpbehoevend is, is het decreet toch van toepassing. Van bijzonder groot belang is alle bewijsstukken goed te bewaren om ze te kunnen voorleggen voor bewijsvoering van gemeenschappelijke huishouding. Dat zijn betalingsbewijzen, rekeninguittreksels, facturen en andere stukken.

Wettelijk samenwonenden

Bij wettelijk samenwonen gelden die bewijsproblemen niet. Samenwonenden zijn dan twee handelingsbekwame personen niet gehuwd en niet gebonden door een andere samenwoning die hun verklaring van samenwoning hebben afgelegd volgens art. 1475 van het Burgerlijk Wetboek. Bewijzen van één jaar samenwonen of van een gemeenschappelijke huishouding zijn hier niet nodig. Op het moment van het overlijden van de partner moet de samenwoning nog wel bestaan om van de lagere successierechten te genieten.

Tarieven van de successierechten voor samenwonenden

Die zijn dezelfde als voor gehuwden en erfgenamen in rechte lijn :
· 3 % op het roerend gedeelte en 3 % op het onroerend gedeelte tot 2 miljoen frank of 49.578,70 euro
· 9 % op de roerende en de onroerende goederen afzonderlijk op de volgende schijf van 8 miljoen frank of 198.314,82 euro
· 27 % op de rest

Bij familiale ondernemingen ligt het wel anders. Een nieuwe regeling voor de gelijkstelling van de stiefkinderen van de overledene met de andere kinderen is voorzien voor het jaar 2002.

De erfenisaangifte

Een uittreksel uit de bevolkingsregisters moet het samenwonen bewijzen. Dat uittreksel moet bij de erfenisaangifte worden gevoegd om van de verlaagde successierechten te kunnen genieten.

Naar een tekst uit het BGMK-tijdschrift Hoop! - 23e jg. nr. 10 - dec. 2001 p. 10-11.

 

 
Omhoog
 

Successierechten voor samenwonenden - Verschillen tussen de drie gewesten

Bent u niet getrouwd, maar woont u al jaren samen met uw partner, dan volgt u waarschijnlijk op de voet hoe de wetgeving inzake successierechten is geëvolueerd. Die evolutie verliep niet op dezelfde manier in Vlaanderen, Wallonië en Brussel en ook de tarieven van de successierechten zelf verschillen van Gewest tot Gewest.

1 januari 2003 was een belangrijke dag voor de Brusselse samenwonenden. Op die dag werden wettelijk samenwonenden er gelijkgesteld met gehuwden. Dat was al zo in het Vlaamse gewest en voor bepaalde wettelijk samenwonenden ook in het Waalse gewest.

Om “wettelijk” samen te wonen, leggen de partners een officiële verklaring af voor de ambtenaar van de burgerlijke stand van hun gemeenschappelijke woonplaats. Deze procedure is voor het hele land dezelfde en ook verwanten kunnen ze ondertekenen. Maar het document volstaat niet overal om de meest gunstige successierechten te kunnen genieten. Dat hangt onder meer af van wat men precies onder samenwonenden verstaat en daar hebben de verschillende gewesten een andere kijk op.

Samenwonen, wat is dat ?

In het Waalse gewest worden wettelijk samenwonenden voor de successierechten gelijkgesteld met gehuwden op voorwaarde dat ze op het ogenblik van het overlijden minstens 1 jaar wettelijk samenwonen, en op voorwaarde dat ze geen broer, zus, neef, nicht, oom of tante zijn van elkaar. Wie niet wettelijk samenwoont, kan geen aanspraak maken op de gelijkstelling.

In het Brusselse gewest geldt eenvoudigweg dat alleen wie wettelijk samenwoont, ongeacht de eventuele familieband, van de gelijkschakeling tussen gehuwden en samenwonenden geniet.

Wie in Vlaanderen zo’n verklaring van wettelijk samenwonen ondertekent, geniet net zoals in Brussel meteen de gelijkschakeling van de successierechten tussen samenwonenden en gehuwden. Anders dan in Brussel en Wallonië geldt de gelijkschakeling in Vlaanderen ook voor samenwonenden zonder wettelijke verklaring, op voorwaarde dat de partners op het ogenblik van het overlijden van één van hen minstens één jaar samenwonen. Dat moet de erfgenaam bewijzen met een uittreksel uit het bevolkings- of vreemdelingenregister.

Zijn de successierechten overal gelijk ?

Neen. Zowel de tarieven van de successierechten als de verminderingen waarop sommige erfgenamen aanspraak kunnen maken, hangen af van het Gewest waarin de erflater zijn fiscale woonplaats had gedurende de laatste vijf jaar van zijn leven, op voorwaarde dat de persoon in kwestie zijn laatste woonplaats in België had. Zoniet zijn de Belgische successierechten niet eens van toepassing. Als de fiscale woonplaats tijdens de laatste vijf jaar van het leven van de erflater in meer dan één Gewest gevestigd was, dan zijn de successierechten van toepassing van het Gewest waar de fiscale woonplaats gedurende die periode het langst gevestigd was.

Algemeen gesproken stijgen de tarieven per belastbare schijf: hoe meer een erfgenaam erft, hoe hoger het tarief dat wordt toegepast. Daarenboven wordt er voor samenwonenden in Vlaanderen een onderscheid gemaakt tussen roerend en onroerend goed. De successierechten worden er per erfgenaam afzonderlijk op het roerend en het onroerend deel van het erfdeel berekend. In het Waalse en het Brusselse gewest worden de successierechten per erfgenaam berekend, maar wordt er geen opsplitsing gemaakt tussen roerende en onroerende goederen.

Wat met gemeenschappelijk bezit?

Het erfrecht kent het begrip “samenwonenden” (nog) niet. Dat betekent dat samenwoners wettelijk niet van elkaar kunnen erven, voor zover ze niet met elkaar verwant zijn. Natuurlijk kunnen samenwoners elkaar per testament bezittingen nalaten, maar dan moeten ze wel rekening houden met de reserve waarop bepaalde wettelijke erfgenamen aanspraak kunnen maken.

Als twee samenwonenden samen een huis bezitten, dan valt, bij het overlijden van één van de partners, slechts de helft van de woning in zijn of haar nalatenschap. De samenwonende partner kan deze helft alleen maar erven als de overledene een testament in die zin heeft opgesteld. We gaan er hier van uit dat de samenwonenden geen dichte familie waren van elkaar. Als dat wel zo was, dan speelt het wettelijk erfrecht.

Tontine biedt uitkomst

Met een tontine kunnen samenwoners bij overlijden toch hun partner begunstigen. Eigenlijk gaat het om een juridisch kneepje dat geestelijken in de Middeleeuwen gebruikten om hun bezittingen die ze samen met de andere kloosterlingen in onverdeeldheid hadden, bij hun overlijden in onverdeeldheid te laten toekomen aan de andere mede-eigenaars. Zo bleven hun bezittingen in de kloostergemeenschap.

Ook nu nog kunt u samen met uw partner een gezamenlijke aankoop doen met tontinebeding. In de praktijk gebeurt dat bijna uitsluitend voor onroerend goed (de woning). Maar puur juridisch is een aankoop met tontinebeding ook mogelijk voor roerende goederen.

U en uw samenwonende partner worden elk eigenaar van een deel van de woning. Sterft één van de partners, dan wordt de overlevende partner ook eigenaar van diens deel. Dat gebeurt met terugwerkende kracht. Wettelijk is er dus geen sprake van een erfenis: de overlevende partner was en blijft eigenaar en betaalt geen successierechten. Toch is de formule niet zo voordelig, omdat er 10 % (in het Vlaamse gewest) of 12,5 % (in de andere Gewesten) registratierechten moeten worden betaald op het deel van de overleden partner. Juridisch blijft de tontine echter onklopbaar: ze voorkomt dat een bepaald deel van het gemeenschappelijke vermogen na het overlijden van één van de partners verdeeld wordt tussen zijn of haar (wettelijke of reservataire) erfgenamen.

Zie hieronder ook :
Tontines - Kanscontracten
Tontine biedt ongehuwde paren meer zekerheid

Korte historiek

Vlaams gewest
* 1 januari 1998: wie drie jaar samenwoont, geniet een bijzonder tarief voor successierechten (hoger dan gehuwden, maar lager dan “vreemden”).
* 1 juli 2000: wie drie jaar samenwoont, of wie wettelijk samenwoont, geniet het bijzonder tarief.
* 1 januari 2001: de termijn van 3 jaar wordt naar 1 jaar teruggebracht en de tarieven worden gelijkgeschakeld met degene die gelden voor gehuwden.

Waals gewest
* 29 november 2001: de huidige regeling wordt van toepassing.

Brussels gewest
* 1 januari 2003: de huidige regeling wordt van toepassing

Enkele begrippen

Nalatenschap
Een nalatenschap is samengesteld uit alle bezittingen en schulden van de overledene. Voor een ongehuwde bestaat de nalatenschap gewoon uit al zijn of haar roerend en onroerend goed (spaargeld, woning …) en uit de bedragen die hij of zij nog aan anderen verschuldigd is, en omgekeerd.

Successierecht
Wie erft van een persoon met zijn laatste wettelijke woonplaats in België, moet in België successierechten betalen. In Wallonië worden de successierechten altijd berekend per erfdeel, dus voor elke erfgenaam afzonderlijk. In Vlaanderen en Brussel is dat ook zo bij erfgenamen in rechte lijn, echtgenoten, samenwonenden, broers en zussen. Voor de andere erfgenamen worden de successierechten berekend op de som van hun erfdelen.

Erfrecht
Als u geen testament maakt, wordt uw nalatenschap verdeeld onder uw naaste verwanten. Dat gebeurt volgens de regels van de wettelijke erfopvolging of erfrecht. Die regels bepalen welk deel van uw nalatenschap aan elk van uw wettelijke erfgenamen toekomt.

Reservataire erfgenamen
Reservataire erfgenamen zijn wettelijke erfgenamen die een absoluut recht doen gelden op een deel van een nalatenschap, die dus in principe niet onterfd mogen worden.

Redactiedatum: 29 april 2003.

Bron : Avanti Het Plus-Magazine van Dexia – driemaandelijks magazine juni 2003.

 
Omhoog
 

Samen uit, samen thuis

Juridisch

Op echtgenoten rust de verplichting samen te wonen.

Het is dus aangewezen om bij familiale problemen de echtelijke woonst niet zomaar te verlaten en op dat vlak geen risico's te nemen. Tenzij het samenwonen natuurlijk echt niet meer houdbaar zou zijn. Dat is bijvoorbeeld het geval als één van de echtgenoten de andere bedreigt, als die geweld tegenover de ander pleegt of dergelijke meer. Het probleem is natuurlijk dat de echtgenoot die om die reden de woonst verlaat, ingeval van een latere discussie, dat ook zal moeten bewijzen.

Een veilige oplossing bestaat erin niet zomaar de echtelijke woonst te verlaten, maar voorafgaandelijk een procedure te beginnen voor de vrederechter en hem te vragen dat hij dringende en voorlopige maatregelen oplegt. De vrederechter kan onder andere beide echtgenoten machtigen afzonderlijk te verblijven. In dat geval kan de andere echtgenoot dat natuurlijk niet meer verwijten. Men kan de vrederechter in dat geval ook nog vragen dat hij de andere echtgenoot verbiedt de woning te betreden.

Vaak zal er in de procedure voor de vrederechter discussie rijzen over welke echtgenoot in de echtelijke woonst mag verblijven en welke die moet verlaten. De vrederechter zal - als de partijen niet zelf tot een akkoord komen - de knoop doorhakken. Daarbij zal hij bijvoorbeeld nagaan of één van de echtgenoten de woning nodig heeft voor zijn beroep, of er kinderen zijn die samen met één van de ouders verder in de echtelijke woonst willen blijven wonen, of één van de echtgenoten gezondheidsproblemen heeft en moeilijker dan de andere kan verhuizen enzovoorts.

De echtgenoot die moet verhuizen, zal van diegene die blijft wonen vanaf de datum van het indienen van het echtscheidinsverzoek bij de rechtbank mogelijk wel een vergoeding voor de bewoning van de echtelijke woonst (als die de eigendom was van de echtgenoten) kunnen vragen. Dit in het kader van de vereffening-verdeling van het huwelijksvermogensstelsel.

Als er een akkoord is tussen de echtgenoten om apart te gaan wonen en men niet langs de vrederechter wil passeren, bestaat een ander denkspoor erin, voorafgaand aan het verlaten van de woonst dat akkoord op papier te zetten. Daaruit moet dan blijken dat het idee apart te gaan wonen iets is wat uitgaat van beide echtgenoten samen. Zo'n document kan dan later eventueel worden gebruikt in een procedure.

Nog dit: in het kader van echtscheiding door onderlinge toestemming zullen de echtgenoten moeten opgeven waar zij tijdens de echtscheidingsprocedure zullen gaan wonen. Meestal zal dat op een verschillend adres zijn. Nochtans is dat strikt gezien niet noodzakelijk. De echtgenoten zouden tijdens de zogenaamde proeftijd perfect in dezelfde woonst kunnen blijven wonen als dat psychisch mogelijk is.

KANTTEKENINGEN bij deze tekst

Enkele kanttekeningen passen bij deze tekst, die we vanuit ons perspectief weergeven.

In de situatie voor de echtscheiding en als er nog geen gerechtelijke stap is gezet blijft de samenwoningsplicht van gehuwden geldig en van belang wanneer je beslist uit elkaar te gaan. De auteur adviseert meteen - en dat doen doorgaans de meeste advocaten - dringende voorlopige maatregelen te gaan vragen bij de vrederechter.

Zomaar apart gaan wonen is inderdaad niet aan te bevelen. Maar de feitelijke verhouding tussen beide echtgenoten moet bepalend zijn voor de stap die zij samen of één van beiden gaat ondernemen. In de eerste plaats moet natuurlijk gedacht worden om te onderhandelen doorgaans met iemand die kan bemiddelen, om tot een echtscheiding door onderlinge toestemming te komen. Als dat niet lukt, dan kunnen beiden inderdaad de overeenkomst op verklaring ondertekenen om apart te wonen als beiden dan daarmee nog instemmen. Maar als de verstandhouding heel ernstig verstoord is en de communicatie nagenoeg of helemaal onmogelijk is geworden en als men dan inziet dat een echtscheiding onvermijdelijk is, dan is het hoegenaamd niet aan te bevelen de dringende en voorlopige maatregelen door een vrederechter te laten uitspreken. Dat is tijdverlies, brengt onnodige procedurekosten mee en is nodeloos bijkomend psychisch belastend. Bij totaal verstoorde verstandhouding richt één van beiden zich best meteen tot de Rechtbank van 1ste Aanleg, waar hij of zij een verzoekschrift indient tot echtscheiding en daaraan gekoppeld een verzoekschrift tot dringende en voorlopige maatregelen in kortgeding. Die kortgedingprocedure in 1ste Aanleg is naar de inhoud gelijk aan de procedure van dringende en voorlopige maatregelen bij de vrederechter.

Voor het aspect van de woonstvergoeding is enige precisering noodzakelijk. Een woonstvergoeding kan in de vereffening en verdeling juridisch niet worden gevorderd op basis van een vonnis van de vrederechter over dringende en voorlopige maatregelen. De woonstvergoeding kan maar worden aangerekend vanaf de datum van indiening van het verzoekschrift tot echtscheiding bij de Rechtbank van 1ste Aanleg. Die datum is de veronderstelde datum van de beëindiging van de huwgemeenschap. Voor de vereffening en verdeling neemt de notaris enkel die datum in aanmerking. Dat staat zo bepaald in het Burgerlijk Wetboek. Bij het overleg op het notariskantoor tijdens de vereffening en verdeling kan de partij die uit de woning ging op basis van een beschikking van de vrederechter van feitelijke scheiding aanspraak maken op die woonstvergoeding op billijkheidsgronden, maar niet op vaststaande juridische grond. Wellicht is dat nog een argument om niet naar de vrederechter te stappen maar meteen een echtscheidingsverzoek te doen.

Zie ook onze rubrieken Woonstvergoeding en Echtelijke woning

Ghislain Duchâteau

 
Omhoog
 

Woonzekerheid voor de langstlevende samenwonende partner : "de kruiskoop" *

Voor velen is de echtscheidingsperiode een buitengewoon moeilijke tijd. Iemand met wat fut in zijn lijf worstelt er zich met alle kracht en met de hulp van BGMK doorheen. Na lijden komt verblijden. Iemand die na scheiding alleen komt te staan, zal zijn leven herorganiseren en een nieuwe levensbaan uitstippelen. Vaak omvat dat de kennismaking met een nieuwe partner. Dat kan zelfs zozeer meevallen, dat de echtgescheidene een nieuw huwelijk onderneemt of dat kan leiden tot een samenwoningssituatie. Vaak ontstaat een hechte, ja duurzame relatie voor de rest van het leven. Dat nieuwe gezinnetje smeedt een genegenheidsband waarin vervat ligt dat de partners alles voor elkaar over willen hebben. Een huwelijk komt dikwijls niet in aanmerking, omdat er naast voordelen allerlei nadelen aan zijn verbonden. Denk maar even aan een nieuwe vermenging van de vermogens met wederzijdse aanspraken en gedeeltelijke aansprakelijkheid voor de schulden van elkaar. Op fiscaal gebied omsluit dat onder meer aansprakelijkheid voor elkaars belastingsschulden, cumul van de onroerende inkomsten enz. Een harmonieuze en duurzame verhouding tussen partners mondt daarom vaak uit in een samenwoning, waarbij de partners bekommerd zijn om elkaars welzijn ook na het overlijden van een van hen. Eén van die zorgen is dat de overlevende partner in de woning kan blijven wonen waar ze samen bij leven nog gelukkige jaren hebben doorgebracht.

Als één van beiden een eigendom koopt en die bij testament overmaakt aan zijn levenspartner, dan moet die partner krachtens het erfrecht successierechten op het verworven onroerend goed betalen. Dat kan lopen van 30 tot 80 % (op de schijf boven de 7.000.000 F). Om dat te vermijden bestaan er in de notariële praktijk een aantal clausules, waardoor de aanwas wel gebeurt op het ogenblik van het overlijden, maar niet volgens het erfrecht. Binnen de bepaling van die clausules vermijden de kopers van een onroerend goed het risico op latere bijzonder zware successierechten. Bij de aankoop van een woning kan je bijvoorbeeld een tontine bedingen. Die clausule genoemd naar de uitvinder, de heer Tonti, is een aankoop in vrijwillige onverdeeldheid met aangroei aan de langstlevende.

Eén van die tontines is de clausule Raucent, naar de naam van de persoon genoemd die het systeempje heeft ontworpen. We kunnen het ook een kruiskoop noemen. A koopt het vruchtgebruik van de eerste helft en de naakte eigendom van de tweede helft van het goed. B doet net het omgekeerde. B koopt het vruchtgebruik van de tweede helft en de naakte eigendom van de eerste helft van het goed.


1ste helft

Naakte eigendom = B
Vruchtgebruik = A

2de helft

Naakte eigendom = A
Vruchtgebruik = B


Bij het overlijden van A behoudt B van de 2de helft zijn vruchtgebruik en de naakte eigendom van de 1ste helft. Het vruchtgebruik van A over de 1ste helft dooft dan uit en de naakte eigendom van de 2de helft waarvan B het vruchtgebruik als gezegd behoudt, gaat naar de erfgenamen van B. Die erfgenamen zouden hoogstens de naakte eigendom van de 2de helft wensen te verkopen, maar niemand zal wellicht een dergelijke aankoop willen voor zijn rekening nemen over de helft van een goed met ook nog het gemis van het vruchtgebruik over die helft dat B behoudt. De overlevende partner B behoudt dus het recht om in dat goed verder levenslang te blijven wonen.

We maken onze lezers er wel opmerkzaam op dat deze clausule onherroepelijk is, tenzij beide partners erover akkoord gaan om ze te laten vallen. Als beide partijen niet meer samenwonen, blijft de clausule volkomen geldig.

Ook vermelden we een bijzondere fictiebepaling in het wetboek, waardoor toch successierechten verschuldigd zijn, als B niet kan bewijzen dat hij de gewone prijs heeft betaald voor zijn deel. Dat fictieartikel is enkel van toepassing als B erfgenaam zou zijn van A. Dat is in de gegeven situatie hoegenaamd niet waarschijnlijk. Ook is het geldig als er een testament werd gemaakt door A in het voordeel van B. Dat is wel denkbaar in de gegeven omstandigheid.

Als later de beide kopers in onverdeeldheid afstand willen doen van de Clausule Raucent, dan zal de administratie ook geen belastingheffing doen, voor zover de verkoper de wijziging niet aanvecht. Vermits die verkoper daar geen enkel belang bij heeft, zal hij zich in de praktijk dan ook niet verzetten tegen de opheffing van de clausule.

Voor ongehuwden is het bijgevolg bijzonder interessant een onroerend goed te kopen met gebruikmaking van de "kruiskoop"-clausule. Ze betalen bij die aankoop 12,5 % registratierechten en zijn zonder verdere belasting er absoluut van verzekerd dat ze levenslang in het huis kunnen blijven wonen. Bedenk er wel bij, dat niet alle notarissen heel vertrouwd zullen zijn met deze vorm van aankoop van een onroerend goed. Dat hoeft de kandidaat-kopers evenwel niet af te schrikken om het toch te vragen, als ze er zeker van zijn dat ze het willen doen.

Ghislain Duchâteau

* Bron : Het artikel "Huwelijkscontract voor ongehuwd samenwonenden" van Rik DEBLAUWE in de Fiscale Kroniek van De Standaard van donderdag 28 juli 1994.

Lees ook: Tontine biedt ongehuwde paren meer zekerheid


 
Omhoog
 

Een onvolwaardige tontine-overeenkomst

VRAAG :

Mijn partner en ikzelf hebben elk drie kinderen uit een vorig huwelijk. Met mijn kinderen is de verstandhouding prima maar met de kinderen van mijn man is dat heel wisselend.

Wij hebben nu samen een huis gekocht. Ik heb dat voor twee derden gefinancierd en mijn man voor één derde. Daar we niet gehuwd zijn is een tontine opgemaakt dat mijn kinderen erfgenaam zijn voor twee derden en zijn kinderen voor één derde.

Wat gebeurt er nu echter indien mijn partner vroeger komt te overlijden dan ik? Kunnen zijn kinderen dan hun deel opeisen? Kan dat zo geregeld worden dat de verdeling pas geschiedt na ons beider dood? Wat zal er dan gebeuren met de inboedel ? Ik heb alle meubels betaald die er in de loop van de jaren zijn aangekocht en ik wil dan ook dat die meubels aan mijn kinderen toekomen na mijn dood. Hoe moet dat geregeld worden?

Ik hoop dat de situatie helder genoeg geschetst is om van U een antwoord te mogen ontvangen.

Mevr. G. uit D.

ANTWOORD :

De situatie is zeer zeker degelijk en helder geschetst; alleen vind ik het spijtig dat de notariële akte niet is bijgevoegd waarin de tontine-overeenkomst voor de woning is opgenomen. Het is immers zeer moeilijk om een degelijk advies te geven over Uw toekomstige rechten als erfgenaam wanneer ik niet beschik over de overeenkomst die deze rechten zou moeten regelen. U schrijft in Uw brief dat er een tontine is opgemaakt waarbij Uw kinderen erfgenaam worden voor twee derden en de kinderen van Uw partner voor één derde. Is er echter ook een tontine opgemaakt tussen de eigenaars-partners? Indien dit niet het geval zou zijn, wat ik eigenlijk vermoed, bestaat de mogelijkheid dat de kinderen inderdaad hun rechten als erfgenaam gaan opeisen bij het overlijden van één van de partners.
Zoals gezegd vermoed ik dat er tussen de partners in Uw notariële akte geen tontine zal zijn opgenomen omdat dit praktisch gezien omzeggens niet mogelijk is wanneer de partners niet in verhouding tot hun respectieve leeftijd, gelijkelijk bijdragen in de aankoop van het huis.

Om dat te verduidelijken moet ik eerst uitleggen dat een tontine eigenlijk een kanscontract is dat tussen twee partners wordt afgesloten waarbij de ene partner bij zijn of haar vooroverlijden zijn of haar eigendomsaandeel in het huis overdraagt aan de andere; beide partners doen dit opzichtens elkaar. Om geldig te zijn is echter vereist dat de beide prestaties ongeveer gelijk zijn in waarde en dat de kansen op het realiseren van de voorwaarde, met name het vooroverlijden van één van de partners, ook gelijk zijn.

Dat wil concreet zeggen dat de investering in de aankoop van de woning in verhouding moet zijn tot de leeftijd van beide partners: indien de beide partners even oud zijn, moet hun deel in de aankoop ongeveer gelijk zijn; indien de leeftijd verschilt moet de investering verhoudingsgewijs ook worden aangepast. Ik vrees dat in Uw situatie niet aan deze voorwaarde kan worden voldaan vermits U twee derden van de investering heeft gedaan en Uw partner maar één derde. Ik vermoed niet dat de leeftijd tussen U en Uw partner zoveel verschilt om een verhouding twee derden, één derde in de investering te verantwoorden.
Indien er geen tontine bestaat in Uw voordeel, zullen de erfgenamen dus hun aandeel kunnen opeisen tenzij er een andere regeling getroffen wordt, bijvoorbeeld via een testament, hetgeen dan weer fiscaal niet interessant zal zijn en mogelijkerwijze ook het risico op inkorting blijft bestaan.
Een mogelijke oplossing kan wel worden gevonden in het officieel registreren van Uw samenwoning in een samenwoningscontract.

Als de inboedel van U is, zullen Uw kinderen deze automatisch erven; de voorziene tontine speelt voor deze roerende goederen geen rol. Alleen zal U moeten kunnen bewijzen dat de goederen ook effectief door U zijn gekocht of ingebracht. Een dergelijk bewijs kan natuurlijk geleverd worden met facturen en betalingsbewijzen op Uw naam.
Ook kan Uw partner nu tijdens zijn leven schriftelijk bevestigen dat de inboedel door U is betaald of ingebracht en dus ook Uw eigendom is, wat de positie van Uw kinderen na Uw beider overlijden wat sterker maakt.

Mr. R. Vanagt, advocaat

Recht voor de vuist - De Volkswil van 30 januari 2004.

 

 
 
 
Laatste update : 10 maart 2011 | Vragen welkom bij : Webmaster Top | Home