| Informatie - Samenwoning |
| |
|
Adviezen | Advocaat | Bank | Belastingen | Bestaansmiddelen | Detective | Deurwaarder | Echtelijke woning
Echtscheiding
door onderlinge toestemming | Erfenis | Gezinnen | Gezinswoning | Gevoelens | Gevolgen
echtscheiding
Geweld | Hulpverlening | Huwelijksplichten | Huwelijksstelsel | Jongeren na echtscheiding | Jurisprudentie Justitiehuizen | Kerk | Leven
na scheidingNieuwe gezinsvormen | Nieuwe relatie | Nieuw-samengestelde gezinnen
Notaris | Omgangsrecht | Onderhoudsgelden | Onderwijsaangelegenheden | Ouderlijk gezag | Ouder-naam
Ouderschapsbemiddeling | Overlijden | Overspel | Procedure | Relaties | Samenwoning | Scheidingsbemiddeling Vaderschap
bij scheiding | Vereffening
en verdeling | Wetgeving | Woonstvergoeding |
|
| Artikels : |
- Wettelijk samenwonen of niet? Een wereld van (geld)verschil...
- Automatisch erfrecht voor wettelijk samenwonenden
- De nalatenschap van samenwoners - mogelijke problemen en aanpak
- Wie samenwoont moet eigendomsrecht kunnen
bewijzen
- Samenwonenden genieten verlaagde
successierechten
- Successierechten voor samenwonenden
- Verschillen tussen de drie gewesten |
| - Samen uit samen thuis
(opheffing samenwoningsplicht) |
| - Tontines
- Kanscontracten |
- Tontine biedt
ongehuwde paren meer zekerheid
- Een onvolwaardige tontine-overeenkomst |
| |
|
 |
 |
|
| |
Wettelijk samenwonen of niet? Een wereld van (geld)verschil...
Koppels die niet willen huwen, kunnen op twee manieren samenwonen: feitelijk of wettelijk.
Dat laatste geeft u meer rechten, maar houdt ook verplichtingen in.
(netto) - Om feitelijk samen te wonen, hoeft u geen formaliteiten te doorlopen. Wilt u wettelijk gaan samenwonen, dan moet u langs het gemeentehuis gaan om een verklaring van wettelijke samenwoning af te leggen voor de ambtenaar van de burgerlijke stand. Daardoor ontstaan een aantal rechten en plichten waar de wettelijk samenwonende partners onderling niet van kunnen afwijken.
Welke rechten levert wettelijk samenwonen op?
- Uw gezinswoning en de inboedel zijn beschermd: uw partner kan ze niet verkopen, hypothekeren of wegschenken zonder uw toestemming, zelfs als u geen mede-eigenaar bent. Huurt u, dan wordt u van rechtswege medehuurder, zelfs als uw naam niet op het huurcontract staat.
LEES OOK: Met uw gezinswoning doet u niet wat u wilt
- Er ontstaat een beperkt erfrecht. U erft het vruchtgebruik op de gezinswoning en de inboedel. Woont u louter feitelijk samen, dan erft u helemaal niets van elkaar. Wilt u elkaar toch iets nalaten, dan zult u zelf de nodige stappen moeten ondernemen.
LEES OOK: Hoe vermijdt u successierechten op spaargeld?
- U geniet de lagere successietarieven tussen gehuwden (onder voorwaarden in Wallonië). Feitelijk samenwonenden betalen het hoogste tarief van ‘vreemden’. Uitzondering: wie minstens 1 jaar feitelijk samenwoont in Vlaanderen, geniet ook de tarieven tussen gehuwden.
- Net zoals gehuwden hoeft u geen successierechten te betalen op de gezinswoning. Feitelijke samenwoners moeten minstens 3 jaar samenwonen om daar recht op te hebben.
- U ontvangt net zoals gehuwden nog maar 1 belastingbrief. Zolang u feitelijk samenwoont, ontvangt u beiden afzonderlijk een belastingbrief.
Welke plichten ontstaan er?
- U wordt verplicht om bij te dragen in de lasten van het samenwonen in verhouding tot uw financiële mogelijkheden.
- U staat hoofdelijk in voor de huishoudelijke schulden die uw partner maakt. Denk aan het betalen van de brandverzekering, zelfs als enkel de naam van uw partner op de polis staat. Denk aan de onroerende voorheffing op de woning waar uw partner eigenaar van is en aan de schulden die uw kinderen maken.
- Een beperkte onderhoudsplicht tegenover uw stiefkinderen en uw schoon(groot)ouders na het overlijden van uw partner.
LEES OOK: Hoe voordelig is het huwelijksbootje?
Wat verandert niet door wettelijk te gaan samenwonen?
- Er ontstaat geen gemeenschappelijk vermogen. U kunt wel goederen in onverdeeldheid bezitten en bijvoorbeeld elk voor de helft eigenaar zijn van de gezinswoning.
- Uw loon blijft van u, dat van uw partner van hem of haar. Dat in tegenstelling tot als u zou huwen volgens het wettelijk stelsel. Dan behoort uw loon tot het gemeenschappelijke vermogen, zelfs als u het op een zichtrekening stort waar enkel u titularis van bent.
- Krijgt u kinderen, dan zal de vader het kind moeten erkennen. De moeder moet daarmee akkoord gaan. Bij gehuwden wordt ervan uitgegaan dat de echtgenoot de vader is.
Ook als u niet verliefd bent
Zowel hetero- als homokoppels kunnen wettelijk gaan samenwonen. Maar een liefdesverhouding is geen must. Ook een broer en een zus of twee broers kunnen een verklaring van wettelijke samenwoning afleggen. De enige voorwaarde is dat u meerderjarig, rechtsbekwaam en ongehuwd bent. Een ‘ménage à trois’ of meer is uitgesloten, maximaal 2 mensen kunnen wettelijk samenwonen.
|
NB - 08:50 - 17/02/2010 Copyright © netto.be
|
|
 |
 |
 |
|
|
 |
 |
|
| |
Automatisch erfrecht voor wettelijk samenwonenden
De kamercommissie Justitie heeft dinsdag 12 december 2006 een wetsontwerp goedgekeurd dat wettelijk samenwonenden automatisch erfrecht toekent wanneer één van de twee sterft. De langstlevende samenwonende krijgt voortaan automatisch het vruchtgebruik van de woning en de huisraad. Alle partijen stemden voor, behalve het Vlaams Belang, dat tegen stemde.
De wet van 23 november 1998 biedt wel een juridische omkadering voor wettelijke samenwonenden, maar het statuut heeft geen gevolgen op het vlak van erfopvolging. Zelfs indien er een testament wordt opgemaakt, heeft de langstlevende samenwonende slechts recht op een beperkt deel van de nalatenschap.
Een gelijkschakeling van het erfrecht tussen gehuwden en wettelijk samenwonenden komt er niet. Er blijven een aantal verschillen bestaan. De nieuwe regeling geldt niet voor feitelijk samenwonenden.
Bericht De Morgen / Belga
Hervorming erfrecht voor samenwonenden
In navolging van een aantal andere Europese landen zoals de Scandinavische, Duitsland en Nederland heeft België, naast het traditionele huwelijk, andere samenlevingsvormen van volwassenen uitdrukkelijk erkend en geregeld. Zo biedt de federale wet van 23 november 1998 (inwerking sinds 1 januari 2000) een juridische omkadering voor elk type van tweerelatie, ongeacht de seksuele of familiale band, voor zover de partners uitdrukkelijk voor deze rechtsbescherming kiezen.
Tijdens de eerste vier jaar, sinds de toepassing van die wet, zouden er al 46.575 samenlevingscontracten zijn afgesloten. Daarvan zijn er ook al 9.855 (21 %) weer ontbonden.
De wet voorziet onder meer in een bescherming voor de gezinswoning, een regeling voor de bijdragen in de gezinslasten. Voor het vermogensrechtelijk statuut van de samenwonenden bij overlijden is er tot op heden niets wettelijk geregeld. Zij zijn aangewezen op testamentaire of conventionele (bvb. bescherming via aanwas) technieken. Volgens een recent wetsontwerp zouden samenwonende partners binnen afzienbare tijd van elkaar kunnen erven. Eerst en vooral zal de wet voor heel België van toepassing zijn. Dit in tegenstelling tot de regionale materie van het successierecht, dat voor de samenwonende partners in de drie gewesten totaal verschillend is.
Verder komen enkel samenwonende partners, die een verklaring van samenwoning hebben afgelegd, voor het wettelijk erfrecht in aanmerking. Dit betekent dat zij die feitelijk samenwonen van het wettelijk erfrecht zijn uitgesloten.
Noteer nochtans dat deze laatste groep in het Vlaamse gewest (niet in Brussel of Wallonië) van een voordelig fiscaal successietarief van 3, 9 tot 27 procent kan genieten, en zelfs van een voorwaardelijke vrijstelling voor de gezinswoning. Feitelijk samenwonenden zullen in de regel dan wel tijdens hun leven nog steeds aangewezen zijn om bepaalde beschermingstechnieken toe te passen.
De grote krijtlijnen van dit nieuwe erfrecht kunnen als volgt worden samengevat. Zoals de langstlevende echtgenoot zou de overlevende partner automatisch (dus zonder enige testamentaire of conventionele beschikking) het vruchtgebruik verkrijgen. Dat zou dan weliswaar beperkt zijn tot het huis of appartement dat zij samen bewoonden en de huisraad die er zich in bevond.
In tegenstelling tot het wettelijk vruchtgebruik van de overlevende huwelijkspartner, verkrijgt de overlevende samenwoner geen erfrechtelijk vruchtgebruik op de andere goederen dan de gezinswoning en de huisraad (bvb. de aandelen van de vennootschap, de effecten, de tweede woning aan de kust, de auto, ). Een testamentair of conventioneel initiatief zou voor deze goederen nog steeds nodig zijn.
Verder heeft de langstlevende echtgenoot, in tegenstelling tot de overlevende samenwonende partner, ook een reservataire bescherming. Zo heeft hij/zij een wettelijke reserve op de helft in vruchtgebruik van alle goederen en zelfs op het geheel in vruchtgebruik op de gezinswoning en de huisraad. De langstlevende samenwonende partner zou daarentegen geen reservataire aanspraken verwerven waardoor een onterving ten aanzien van de overlevende partner toch nog mogelijk is.
Samenwoners die een ruimer erfrechtelijke bescherming tegenover elkaar wensen, zullen dan toch best kiezen voor het huwelijkse bootavontuur, aldus de memorie van toelichting. Voor definitieve conclusies blijft het intussen wachten op de definitieve wettekst.
Prof. Jos Ruysseveldt is advocaat, http://www.ruysseveldt.be
Bron: De Standaard E4 - maandag 18 december 2006
Het beperkt erfrecht voor wettelijk samenwonenden is nu feitelijk in de wetgeving opgenomen. De voorzieningen zoals ze in de bovenstaande tekst van Prof. J. Ruysseveldt zijn aangehaald zitten in de nieuwe wet en zijn van toepassing.
"Op 8 mei 2007 verscheen in het B.S. de Wet van 28 maart 2007, voluit “Wet tot wijziging, wat de regeling van het erfrecht van de langstlevende wettelijk samenwonende betreft, van het Burgerlijk Wetboek en van de Wet van 29 augustus 1988 op de erfregeling inzake landbouwbedrijven met het oog op het bevorderen van de continuïteit”. Sedert 18 mei 2007, de inwerkingtreding van deze wet, hebben wettelijk samenwonende partners een beperkt intestaatserfrecht sui generis in elkaars nalatenschap."
Bron: Erfrecht wettelijk samenwonenden, Christoph Castelein Uitg. Larcier, 2007
Gh. D. - 14 oktober 2007
|
|
 |
 |
 |
|
|
 |
 |
|
| |
De nalatenschap van samenwoners
Mogelijke problemen bij het erfrecht voor wettelijk samenwonenden en hun aanpak
Op 29 oktober 2007 publiceert De Standaard een drietal artikels rond "de nalatenschap van samenwoners". Centraal in die artikels staat de hierboven aangehaalde wet van 8 mei 2007 (BS 28-3-2007) Wet tot wijziging, wat de regeling van het erfrecht van de langstlevende wettelijk samenwonende betreft...
Artikel 1 draagt de titel "EEN VANGNET MET VEEL GATEN"
Het is wel duidelijk dat de wet alleen van toepassing is op wettelijk samenwonenden die een geregistreerd samenwoningscontract voor de burgerlijke stand van de gemeente hebben afgesloten. Feitelijk samenwonenden vallen hoegenaamd niet onder die wet.
Uit het artikel lichten we een paar passages die van groot belang kunnen zijn voor wettelijk samenwonenden.
Als langstlevende samenwoner erf je enkel het vruchtgebruik van de gezinswoning en van de huisraad, in juridisch jargon de preferentiële goederen genoemd.
'Een ander heikel punt is dat je als langstlevende samenwoner nu wel het levenslange vruchtgebruik erft van de gezinswoning en huisraad, maar dat die geërfde gezinswoning niet beschermd wordt voor de langstlevende partner', waarschuwt Van Tricht. 'De andere erfgenamen van de overledene die samen met de langstlevende partner de gezinswoning erven -dat kunnen zowel de ouders als de kinderen zijn- behouden de mogelijkheid om de omzetting van het vruchtgebruik te eisen.'
Of met andere woorden: de erfgenamen/naakte eigenaars kunnen op elk moment hun deel opeisen, ook als de woning daarvoor verkocht moet worden. Heb je als langstlevende partner niet genoeg geld om de andere erfgenamen op dat moment uit te kopen, dan sta je dus op straat.
Artikel 2 De trukendoos van de samenwoners: hoe elkaar extra erfrechten geven?
Dit artikel nemen we omwille van zijn intrinsieke informatieve waarde in extenso over.
Wettelijke én feitelijke samenwoners kunnen constructies opzetten om elkaar te beschermen.
Het nieuwe erfrecht voor samenwoners is een vangnet met vele gaten. Wie daar niet wil doorvallen, zorgt best zélf voor een bijkomende veiligheid. Dat kan op verschillende manieren. Maar één ding is wel zeker: wil je als langstlevende samenwoner heibel met je schoonfamilie of kinderen vermijden als je partner er niet meer is, zorg dan voor een duidelijke regeling.
Een klassiek hulpmiddel om erfeniskwesties in goede banen te leiden, is een testament. In een testament kan je je bezittingen toewijzen aan om het even wie, zolang je de voorbehouden erfdelen van je voorbehouden erfgenamen maar respecteert. Nu de successierechten voor wettelijke samenwoners gelijkgeschakeld zijn met de tarieven die gelden tussen echtgenoten, is een testament overigens ook fiscaal een aantrekkelijke manier voor samenwoners om hun erfenis te regelen.
Maar één nadeel heeft zo'n testament onvermijdelijk wél. Het biedt nooit absolute zekerheid want een wilsbeschikking kan altijd nadien herroepen worden. Beslist je partner op zekere dag dat het toch iets minder mag zijn, dan kan hij of zij het testament aanpassen, ook zonder jouw medeweten. En daar valt niets tegen te beginnen. Noteer ook dat de voorbehouden erfrechten van de eigen kinderen altijd gerespecteerd moeten worden in een testament.
Is meer zekerheid gewenst, dan kunnen beide partners samen een regeling treffen in een samenlevingscontract, weet notaris Van Tricht. 'Door in een samenlevingscontract een zogenaamd 'beding van aanwas' op te nemen zorg je ervoor dat de onverdeelde bezittingen na het overlijden van de eerste partner automatisch in het vermogen van de langstlevende worden opgenomen', aldus Van Tricht.
Een beding van aanwas kan beperkt worden tot welbepaalde goederen maar kan ook betrekking hebben op alle onverdeelde bezittingen van het koppel. Belangrijk is wel dat beide partners gelijkwaardig zijn. Dat wil zeggen dat ze allebei de helft moeten bezitten en dat ze ook ongeveer even oud moeten zijn, zodat hun overlijdenskans ongeveer even groot is. 'Voor een oude bok met zijn groen blaadje kan dat wel eens een probleem zijn', waarschuwt Van Tricht.
Ook voor het lot van de gezinswoning kan *een beding van aanwas, ook wel eens *tontine genoemd, soelaas bieden. Toen er nog geen wettelijk erfrecht bestond voor samenwoners waren aankoopaktes met een tontine schering in en inslag wanneer ongehuwde partners samen een huis kochten. Maar ook nu nog heeft deze clausule zijn nut, vermits de erfrechten van de langstlevende op de gezinswoning lang niet waterdicht zijn. Laat je een beding van aanwas opnemen in de aankoopakte van de woning, dan wordt bij het overlijden van de eerste partner diens helft eigendom van de langstlevende. Maar daar hangt wel een relatief zwaar prijskaartje aan vast. Bij het overlijden moeten er in zo'n geval registratierechten worden betaald op het deel van de woning dat van eigenaar verandert. Die bedragen 10 procent in Vlaanderen en 12,5 procent in Brussel en Wallonië. Door de klassieke tontine te vervangen door een beding van aanwas met optie is het mogelijk om aan die registratierechten te ontsnappen. Bij het overlijden van de eerste partner heeft de langstlevende dan de keuze: ofwel wordt het beding van aanwas uitgeoefend en zijn er registratierechten verschuldigd, ofwel wordt het normale erfrecht toegepast en erft de langstlevende wettige samenwoner het vruchtgebruik van de gezamenlijke gezinswoning 'gratis'. Is de relatie met de andere erfgenamen goed dan kan dat een aanvaardbaar 'risico' zijn. Bovendien behouden samenwoners de mogelijkheid om elkaar via testament de naakte eigendom van hun helft van de woning na te laten. Is er zo'n testament dan is het voor de langstlevende partner voldoende als hij of zij enkel het vruchtgebruik erft.
Voor feitelijke samenwoners is het nog belangrijker om alles op papier te zetten, want zij erven volgens het wettelijk erfrecht helemaal niet van elkaar. Net zoals wettelijke samenwoners kunnen zij met testamenten, samenlevingscontracten en tontines een constructie opzetten om elkaar te beschermen. Feitelijke samenwoners moeten wél rekening houden met enkele bijkomende hindernissen. Zo kunnen samenwoners zonder kinderen hun ouders niet onterven. Bovendien gelden in Wallonië en Brussel voor feitelijke samenwoners de hoogste tarieven van de successierechten
Voor je aan het knutselen gaat met testamenten, samenlevingsovereenkomsten en tontines win je best het advies in van een notaris. Het eerste adviserende gesprek met een notaris is overigens altijd gratis.
http://www.notaris.be
*Meer over het beding van aanwas en de tontine: klik hier
Artikel 3 Successierechten bij samenwoners
Omwille van de feitengegevens nemen we ook dit artikel volledig over
Feitelijke samenwoners worden nog gediscrimineerd
Het vernieuwde erfrecht voor samenwoners is pas enkele maanden van kracht. Maar op het vlak van erfenis- of successierechten is de gelijkschakeling tussen samenwoners en gehuwden al verschillende jaren aan de gang. Voor wettige samenwoners is de gelijkheid inmiddels zo goed als een feit. Maar feitelijke samenwoners worden nog wél gediscrimineerd. Vooral in Brussel en Wallonië is het voor hen oppassen geblazen als ze hun nalatenschap niet voor het grootste deel in handen van de fiscus willen zien vallen.
In Vlaanderen gelden voor samenwoners dezelfde lage tarieven als voor gehuwden op voorwaarde dat de partners voor het overlijden ofwel wettelijk samenwoonden, ofwel minstens één jaar feitelijk samenwoonden en dat ook kunnen bewijzen.
In het Brusselse gewest genieten alleen wettelijke samenwoners dezelfde behandeling als gehuwden. Feitelijke samenwoners betalen op elkaars nalatenschap erfenisrechten berekend tegen de hoogste tarieven (40 tot 80 procent).
In Wallonië betalen wettelijke samenwoners dezelfde successierechten als gehuwden, maar uitsluitend op voorwaarde dat de verklaring van wettelijke samenwoning minstens één jaar oud is op het moment van het overlijden. In alle andere gevallen zijn de hoogste tarieven van toepassing (30 tot 90 procent).
Ook de vrijstelling van successierechten op de gezinswoning gaat het verst in Vlaanderen.
Zoals bekend zijn sinds 1 januari 2007 geen successierechten meer verschuldigd op de vererving van de gezinswoning in Vlaanderen. Deze nieuwe maatregel geldt zowel voor gehuwden als voor samenwoners. Wettelijk samenwonenden genieten echter al van deze vrijstelling vanaf de dag dat ze bij de ambtenaar van de burgerlijke stand hun verklaring van wettelijk samenwonen hebben afgelegd, terwijl er voor feitelijk samenwonenden een wachttijd van drie jaar geldt.
In Brussel en Wallonië is deze nieuwe maatregel niet van toepassing. Daar gelden weliswaar andere tariefverlagingen voor de vererving van de gezinswoning maar die regelingen gaan minder ver dan de Vlaamse.
Uit De Standaard van maandag 29 oktober 2007 – Economie E4 en E5.
|
|
 |
 |
 |
|
|
 |
 |
|
| |
Wie samenwoont
moet eigendomsrecht kunnen bewijzen
Jan Roodhooft
BRUSSEL - Heel wat koppels die willen samenwonen, doen dat zonder
gehuwd te zijn of zonder te kiezen voor het statuut van wettelijke
samenwoner. Als die feitelijke samenwoning enige tijd duurt, heeft
dat haast onvermijdelijk tot gevolg dat er een zekere vermenging
plaatsvindt van de goederen van de partners (zij kopen bijvoorbeeld
samen een aantal zaken aan, krijgen geschenken, enzovoort). Als
er dan een kink in de kabel komt, rijst wel eens de vraag hoe de
goederen moeten worden verdeeld. Ook als één van de
partners schulden maakt of verbintenissen aangaat, rijst trouwens
-- zelfs zonder dat het paar uiteengaat -- de vraag of de andere
mee verantwoordelijk is.
Uit elkaar - wat is van wie ?
In de relatie tussen de partners onderling geldt als uitgangspunt
dat elk van de partners de exclusieve eigendom behoudt van de goederen
die hij al voor het samenwonen bezat. Ook de goederen die hij tijdens
het samenleven verwerft (ongeacht of hij die zelf aankoopt dan wel
bijvoorbeeld verwerft door een schenking of erfenis) blijven zijn
exclusieve eigendom. Op dit vlak zijn er dus niet dadelijk problemen.
Alleen zal er soms een moeilijkheid rijzen op het vlak van het bewijs.
De partner die beweert eigenaar te
zijn van een goed, moet het bewijs daarvan kunnen leveren.
Voor onroerende goederen vormt dit normalerwijs geen probleem.
Voor roerende goederen durft het schoentje hier wel eens te wringen.
Om het bewijs te leveren dat bepaalde roerende goederen toebehoren
aan één van de partners, kan deze een beroep doen
op alle mogelijke bewijsmiddelen. Zo kan hij of zij het bewijs leveren
van zijn eigendomsrecht aan de hand van facturen,
bestelbons, garantiebewijzen op zijn naam en zelfs via getuigen.
Bij onverdeeldheid ?
De andere partner zou hier wel kunnen trachten tegenover te stellen
dat diegene op wiens naam de bestelbon of factuur stond (mede) voor
hem optrad. Door bij het begin van het samenwonen (of in de loop
daarvan) een inventaris op te stellen van de goederen (met vermelding
van wie ze zijn) kunnen alleszins heel wat problemen worden opgelost.
Als geen van de partners erin slaagt om te bewijzen dat een bepaald
goed van hem is, wordt ervan uitgegaan dat het goed in kwestie in
onverdeeldheid toebehoort aan de beide partners. Dan moet het in
beginsel tussen hen bij gelijke helften
worden verdeeld, waarbij geen van de partners, behoudens
andersluidende overeenkomst, kan worden gedwongen om in onverdeeldheid
te blijven.
Tegenover de schuldeisers ?
In de relatie tot schuldeisers geldt als
principe dat de schuldeisers van één van de samenwoners
de andere niet kunnen aanspreken om de schulden te betalen.
Zelfs niet als het gaat om schulden die zijn aangegaan ten behoeve
van de huishouding van de samenwoners of ten behoeve van de opvoeding
van hun kinderen. Tenzij de schuldeiser in de gewettigde overtuiging
was te maken te hebben met een gehuwde. In dat geval zou hij zich
kunnen proberen te beroepen op de zogenaamde vertrouwensleer om
de andere partner toch aan te spreken.
Werd de schuld aangegaan door de beide
partners, dan liggen de zaken anders. In dat geval
kunnen zij beiden ten belope van hun
deel worden aangesproken, tenzij hoofdelijkheid werd
bedongen. Dan kan het volledige bedrag door de schuldeiser bij één
van de partners -- naar keuze van de schuldeiser -- worden gevraagd.
De schuldeiser van één van de samenwoners kan mogelijk
wel beslag laten leggen op de goederen die zich op het adres van
zijn schuldenaar bevinden. De partner,
die niet gehouden is tot betaling, riskeert dat daarbij ook zijn
of haar goederen in beslag worden genomen. In dat geval komt het
er voor die partner op aan te bewijzen dat een goed zijn of haar
eigendom is om dit aan het beslag te onttrekken.
Opdat een inventaris
hier zou kunnen worden ingeroepen, moet die wel een
datum dragen. Het is dan ook aangewezen de
inventaris te laten registreren of zelfs notarieel te laten opmaken.
Hoewel ook dan de derde de waarachtigheid van de inventaris en de
vermeldingen daarop nog zou kunnen trachten aan te vechten.
Deze rubriek verschijnt wekelijks op dinsdag. De auteur is advocaat-vennoot
bij het advocatenkantoor De Lat, Wuyts en vennoten in Herentals.
JURIDISCHE KRONIEK van Jan Roodhooft in De
Standaard van 5 november 2002 te lezen op de Website van De
Standaard mits je je gratis laat registreren als lezer. |
|
 |
 |
 |
|
| |
 |
 |
|
| |
Samenwonenden
genieten van verlaagde successierechten
Wettelijke begrippen
De regeling van het statuut van samenwonenden is onderworpen aan
:
1. De decreten van het Vlaamse Parlement van
· 15 juni 1997 - Belgisch Staatsblad 1/10/1997 - van toepassing
op 1/1/1998
· 30 juni 2000 - Belgisch Staatsblad 17/8/2000 - van toepassing
op 1/6/2000
· 1 december 2000 - Belgisch Staatsblad 11/1/2001 - van toepassing
op 1/1/2001
2. De Wet van 23 november 1998 - Belgisch Staatsblad 12/1/1999 -
zie de artikelen 1475 tot 1479 in het Burgerlijk Wetboek.
VÓÓR die nieuwe wettelijke beschikkingen moest een
ongehuwd samenwonende successierechten betalen tegen tarieven van
30 tot 80 procent. In het Vlaamse Gewest zijn die tarieven voor
samenwonenden nu onder bepaalde voorwaarden met die voor gehuwden
gelijkgesteld.
Wie is "samenwonend" ?
1. de persoon die op de dag van het openvallen van een erfenis
met de erflater samenwoont volgens de zogenaamde wettelijke samenwoning
(Burgerlijk Wetboek Boek III, titel V bis)
2. de persoon die op de dag van het overlijden van de partner tenminste
één jaar ononderbroken met de erflater heeft samengewoond
en er een gemeenschappelijke huishouding mee heeft gevoerd. Als
die gemeenschappelijke huishouding in dat laatste jaar door overmacht
onmogelijk was, blijft die persoon als samenwonende beschouwd. De
ononderbroken samenwoning en h en Wallonië geldt de gelijkschakeling
in Vlaanderen ook voor samenwonenden zonder wettelijke verklaring,
op voorwaarde dat de partners op het ogenblik van het overlijden
van één van hen minstens één
jaar samenwonen. Dat moet de erfgenaam bewijzen met een
uittreksel uit het bevolkings- of vreemdelingenregister.
Zijn de successierechten overal gelijk
?
Neen. Zowel de tarieven van de successierechten als de verminderingen
waarop sommige erfgenamen aanspraak kunnen maken, hangen af van
het Gewest waarin de erflater zijn fiscale woonplaats had gedurende
de laatste vijf jaar van zijn leven, op voorwaarde dat de persoon
in kwestie zijn laatste woonplaats in België had. Zoniet zijn
de Belgische successierechten niet eens van toepassing. Als de fiscale
woonplaats tijdens de laatste vijf jaar van het leven van de erflater
in meer dan één Gewest gevestigd was, dan zijn de
successierechten van toepassing van het Gewest waar de fiscale woonplaats
gedurende die periode het langst gevestigd was.
Algemeen gesproken stijgen de tarieven per belastbare schijf: hoe
meer een erfgenaam erft, hoe hoger het tarief dat wordt toegepast.
Daarenboven wordt er voor samenwonenden in Vlaanderen een
onderscheid gemaakt tussen roerend en onroerend goed. De successierechten
worden er per erfgenaam afzonderlijk op het roerend en het onroerend
deel van het erfdeel berekend. In het Waalse en het Brusselse
gewest worden de successierechten per erfgenaam berekend, maar wordt
er geen opsplitsing gemaakt tussen roerende en onroerende goederen.
Wat met gemeenschappelijk bezit?
Het erfrecht kent het begrip “samenwonenden” (nog)
niet. Dat betekent dat samenwoners wettelijk niet van elkaar kunnen
erven, voor zover ze niet met elkaar verwant zijn. Natuurlijk kunnen
samenwoners elkaar per testament bezittingen nalaten, maar dan moeten
ze wel rekening houden met de reserve waarop bepaalde wettelijke
erfgenamen aanspraak kunnen maken.
Als twee samenwonenden samen een huis bezitten, dan valt, bij het
overlijden van één van de partners, slechts de helft
van de woning in zijn of haar nalatenschap. De samenwonende partner
kan deze helft alleen maar erven als de overledene een testament
in die zin heeft opgesteld. We gaan er hier van uit dat de samenwonenden
geen dichte familie waren van elkaar. Als dat wel zo was, dan speelt
het wettelijk erfrecht.
Tontine biedt uitkomst
Met een tontine kunnen samenwoners bij overlijden toch hun partner
begunstigen. Eigenlijk gaat het om een juridisch kneepje dat geestelijken
in de Middeleeuwen gebruikten om hun bezittingen die ze samen met
de andere kloosterlingen in onverdeeldheid hadden, bij hun overlijden
in onverdeeldheid te laten toekomen aan de andere mede-eigenaars.
Zo bleven hun bezittingen in de kloostergemeenschap.
Ook nu nog kunt u samen met uw partner een gezamenlijke aankoop
doen met tontinebeding. In de praktijk gebeurt dat bijna uitsluitend
voor onroerend goed (de woning). Maar puur juridisch is een aankoop
met tontinebeding ook mogelijk voor roerende goederen.
U en uw samenwonende partner worden elk eigenaar van een deel van
de woning. Sterft één van de partners, dan wordt de
overlevende partner ook eigenaar van diens deel. Dat gebeurt met
terugwerkende kracht. Wettelijk is er dus geen sprake van een erfenis:
de overlevende partner was en blijft eigenaar en betaalt geen successierechten.
Toch is de formule niet zo voordelig, omdat er 10 % (in het Vlaamse
gewest) of 12,5 % (in de andere Gewesten) registratierechten moeten
worden betaald op het deel van de overleden partner. Juridisch blijft
de tontine echter onklopbaar: ze voorkomt dat een bepaald deel van
het gemeenschappelijke vermogen na het overlijden van één
van de partners verdeeld wordt tussen zijn of haar (wettelijke of
reservataire) erfgenamen.
Zie hieronder ook :
Tontines - Kanscontracten
Tontine biedt ongehuwde paren meer zekerheid
Korte historiek
Vlaams gewest
* 1 januari 1998: wie drie jaar samenwoont, geniet een bijzonder
tarief voor successierechten (hoger dan gehuwden, maar lager dan
“vreemden”).
* 1 juli 2000: wie drie jaar samenwoont, of wie wettelijk samenwoont,
geniet het bijzonder tarief.
* 1 januari 2001: de termijn van 3 jaar wordt naar 1 jaar teruggebracht
en de tarieven worden gelijkgeschakeld met degene die gelden voor
gehuwden.
Waals gewest
* 29 november 2001: de huidige regeling wordt van toepassing.
Brussels gewest
* 1 januari 2003: de huidige regeling wordt van toepassing
Enkele begrippen
Nalatenschap
Een nalatenschap is samengesteld uit alle bezittingen en schulden
van de overledene. Voor een ongehuwde bestaat de nalatenschap
gewoon uit al zijn of haar roerend en onroerend goed (spaargeld,
woning …) en uit de bedragen die hij of zij nog aan anderen
verschuldigd is, en omgekeerd.
Successierecht
Wie erft van een persoon met zijn laatste wettelijke woonplaats
in België, moet in België successierechten betalen.
In Wallonië worden de successierechten altijd berekend per
erfdeel, dus voor elke erfgenaam afzonderlijk. In Vlaanderen en
Brussel is dat ook zo bij erfgenamen in rechte lijn, echtgenoten,
samenwonenden, broers en zussen. Voor de andere erfgenamen worden
de successierechten berekend op de som van hun erfdelen.
Erfrecht
Als u geen testament maakt, wordt uw nalatenschap verdeeld onder
uw naaste verwanten. Dat gebeurt volgens de regels van de wettelijke
erfopvolging of erfrecht. Die regels bepalen welk deel van uw
nalatenschap aan elk van uw wettelijke erfgenamen toekomt.
Reservataire erfgenamen
Reservataire erfgenamen zijn wettelijke erfgenamen die een absoluut
recht doen gelden op een deel van een nalatenschap, die dus in
principe niet onterfd mogen worden.
Redactiedatum: 29 april 2003.
Bron : Avanti Het Plus-Magazine van Dexia – driemaandelijks
magazine juni 2003.
|
|
 |
 |
 |
|
|
 |
 |
|
| |
Samen uit, samen
thuis
Juridisch
BRUSSEL. - Als een echtpaar echtelijke moeilijkheden heeft, zullen
de echtgenoten vaak apart willen gaan wonen. En dit al dan niet
tijdelijk - ze lassen een periode van bezinning in - dan wel definitief
- waarbij de feitelijke scheiding veelal zal uitmonden in een echtscheiding.
Vaak blijft één van hen dan in de vroegere echtelijke
woonst wonen, terwijl de andere een huis, appartement of studio
huurt of bij familie zijn intrek neemt of iets dergelijks.
Bij dat alles vergeet men wel eens dat het zomaar verlaten van
de echtelijke woonst niet zonder gevaren is. Want de echtgenoot
die in de echtelijke woonst blijft, zou de andere later - bijvoorbeeld
in het kader van een eventuele echtscheidingsprocedure - wel eens
kunnen verwijten dat die "thuis" is weggegaan.
Op echtgenoten rust immers de verplichting samen te wonen. Als
één van de echtgenoten aan die verplichting niet voldoet,
riskeert hij dat hem dat door zijn partner wordt verweten, en dat
hem later de schuld voor de echtscheiding in de schoenen wordt geschoven.
Als de rechtbank dat argument zou volgen (wat zeker niet altijd
het geval is) heeft dat zeer belangrijke gevolgen. Want wie "schuldig"
wordt verklaard aan de echtscheiding, kan geen aanspraak maken op
een persoonlijke onderhoudsuitkering na de echtscheiding.
Het is dus aangewezen om bij familiale problemen de echtelijke
woonst niet zomaar te verlaten en op dat vlak geen risico's te nemen.
Tenzij het samenwonen natuurlijk echt niet meer houdbaar zou zijn.
Dat is bijvoorbeeld het geval als één van de echtgenoten
de andere bedreigt, als die geweld tegenover de ander pleegt of
dergelijke meer. Het probleem is natuurlijk dat de echtgenoot die
om die reden de woonst verlaat, ingeval van een latere discussie,
dat ook zal moeten bewijzen.
Een veiliger oplossing bestaat erin niet zomaar de echtelijke woonst
te verlaten, maar voorafgaandelijk een procedure te beginnen voor
de vrederechter en hem te vragen dat hij dringende en voorlopige
maatregelen oplegt. De vrederechter kan onder andere beide echtgenoten
machtigen afzonderlijk te verblijven. In dat geval kan de andere
echtgenoot dat in een latere echtscheidingsprocedure natuurlijk
niet meer komen verwijten. Men kan de vrederechter in dat geval
ook nog vragen dat hij de andere echtgenoot verbiedt de woning te
betreden.
Vaak zal er in de procedure voor de vrederechter discussie rijzen
over welke echtgenoot in de echtelijke woonst mag verblijven en
welke die moet verlaten. De vrederechter zal - als de partijen niet
zelf tot een akkoord komen - de knoop doorhakken. Daarbij zal hij
bijvoorbeeld nagaan of één van de echtgenoten de woning
nodig heeft voor zijn beroep, of er kinderen zijn die samen met
één van de ouders verder in de echtelijke woonst willen
blijven wonen, of één van de echtgenoten gezondheidsproblemen
heeft en moeilijker dan de andere kan verhuizen enzovoorts.
De echtgenoot die moet verhuizen, zal van diegene die blijft wonen
later mogelijk wel een vergoeding voor de bewoning van de echtelijke
woonst (als die de eigendom was van de echtgenoten) kunnen vragen.
Dit in het kader van de vereffening-verdeling van het huwelijksvermogensstelsel.
Als er een akkoord is tussen de echtgenoten om apart te gaan wonen
en men niet langs de vrederechter wil passeren, bestaat een ander
- iets minder veilig - denkspoor erin, voorafgaand aan het verlaten
van de woonst dat akkoord op papier te zetten. Daaruit moet dan
blijken dat het idee apart te gaan wonen iets is wat uitgaat van
beide echtgenoten samen. Zo'n document kan dan later ook worden
gebruikt als de echtgenoot die in de woonst bleef, de schuld voor
de echtscheiding tracht te leggen bij degene die de woonst verliet.
Nog dit: in het kader van echtscheiding door onderlinge toestemming
zullen de echtgenoten moeten opgeven waar zij tijdens de echtscheidingsprocedure
zullen gaan wonen. Meestal zal dat op een verschillend adres zijn.
Nochtans is dat strikt gezien niet noodzakelijk. De echtgenoten
zouden tijdens de zogenaamde proeftijd perfect in dezelfde woonst
kunnen blijven wonen.
Mr. Jan Roodhooft
(Deze rubriek verschijnt wekelijks op dinsdag in De Standaard (13/3/01).
De auteur is advocaat bij het advocatenkantoor De Lat, Wuyts en
vennoten in Herentals.)
KANTTEKENINGEN bij dit artikel
Enkele kanttekeningen passen bij dit artikel, die we vanuit
ons perspectief weergeven.
In de eerste plaats constateren wij dat de auteur uitgaat van
de huidige reële situatie van de echtscheidingswetgeving met
nog steeds het inhumane en vreselijke principe van de schuldtoekenning
aan één of aan beide van de scheidende echtgenoten.
Wij blijven pertinent ijveren voor een weglating van het schuldprincipe
uit die wetgeving. Wij verwijzen daarvoor naar het relevante wetsvoorstel
van maart 2000 "op de hervorming van het echtscheidingsrecht
en de invoering van de foutloze echtscheiding" (Coveliers,
Hove, Van der Hooft). Zolang de huidige wet geldig is, blijft de
geschetste situatie van het artikel van Mr. Roodhooft uiteraard
ook van toepassing.
In die situatie blijft de samenwoningsplicht van gehuwden geldig
en van belang wanneer je beslist uit elkaar te gaan. De auteur adviseert
meteen - en dat doen doorgaans de meeste advocaten - dringende voorlopige
maatregelen te gaan vragen bij de vrederechter.
Zomaar apart gaan wonen is inderdaad niet aan te bevelen. Maar
de feitelijke verhouding tussen beide echtgenoten moet bepalend
zijn voor de stap die zij samen of één van beiden
gaat ondernemen. In de eerste plaats moet natuurlijk gedacht worden
om te onderhandelen doorgaans met iemand die kan bemiddelen, om
tot een echtscheiding door onderlinge toestemming te komen. Als
dat niet lukt, dan kunnen beiden inderdaad de overeenkomst op verklaring
ondertekenen om apart te wonen als beiden dan daarmee nog instemmen.
Maar als de verstandhouding heel ernstig verstoord is en de communicatie
nagenoeg of helemaal onmogelijk is geworden en als men dan inziet
dat een echtscheiding onvermijdelijk is, dan is het hoegenaamd niet
aan te bevelen de dringende en voorlopige maatregelen door een vrederechter
te laten uitspreken. Dat is tijdverlies, brengt onnodige procedurekosten
mee en is nodeloos bijkomend psychisch belastend. Bij totaal verstoorde
verstandhouding richt één van beiden zich best meteen
tot de Rechtbank van 1ste Aanleg, waar hij of zij een verzoekschrift
indient tot echtscheiding en daaraan gekoppeld een verzoekschrift
tot dringende en voorlopige maatregelen in kortgeding. Die kortgedingprocedure
in 1ste Aanleg is naar de inhoud gelijk aan de procedure van dringende
en voorlopige maatregelen bij de vrederechter.
Verder heeft Mr. Roodhooft het over de woonstvergoeding. Ook
hier is enige precisering noodzakelijk. Een woonstvergoeding kan
in de vereffening en verdeling juridisch niet worden gevorderd op
basis van een vonnis van de vrederechter over dringende en voorlopige
maatregelen. De woonstvergoeding kan maar worden aangerekend vanaf
de datum van indiening van het verzoekschrift tot echtscheiding
bij de Rechtbank van 1ste Aanleg. Die datum is de veronderstelde
datum van de beëindiging van de huwgemeenschap. Voor de vereffening
en verdeling neemt de notaris enkel die datum in aanmerking. Dat
staat zo bepaald in het Burgerlijk Wetboek. Bij het overleg op het
notariskantoor tijdens de vereffening en verdeling kan de partij
die uit de woning ging op basis van een beschikking van de vrederechter
van feitelijke scheiding aanspraak maken op die woonstvergoeding
op billijkheidsgronden, maar niet op vaststaande juridische grond.
Wellicht is dat nog een argument om niet naar de vrederechter te
stappen maar meteen een echtscheidingsverzoek te doen.
Zie ook onze rubrieken Woonstvergoeding en Echtelijke
woning
Ghislain Duchâteau |
|
 |
 |
 |
|
| |
 |
 |
|
| |
Woonzekerheid voor
de langstlevende samenwonende partner : "de kruiskoop"
*
Voor velen is de echtscheidingsperiode een buitengewoon moeilijke
tijd. Iemand met wat fut in zijn lijf worstelt er zich met alle
kracht en met de hulp van BGMK doorheen. Na lijden komt verblijden.
Iemand die na scheiding alleen komt te staan, zal zijn leven herorganiseren
en een nieuwe levensbaan uitstippelen. Vaak omvat dat de kennismaking
met een nieuwe partner. Dat kan zelfs zozeer meevallen, dat de echtgescheidene
een nieuw huwelijk onderneemt of dat kan leiden tot een samenwoningssituatie.
Vaak ontstaat een hechte, ja duurzame relatie voor de rest van het
leven. Dat nieuwe gezinnetje smeedt een genegenheidsband waarin
vervat ligt dat de partners alles voor elkaar over willen hebben.
Een huwelijk komt dikwijls niet in aanmerking, omdat er naast voordelen
allerlei nadelen aan zijn verbonden. Denk maar even aan een nieuwe
vermenging van de vermogens met wederzijdse aanspraken en gedeeltelijke
aansprakelijkheid voor de schulden van elkaar. Op fiscaal gebied
omsluit dat onder meer aansprakelijkheid voor elkaars belastingsschulden,
cumul van de onroerende inkomsten enz. Een harmonieuze en duurzame
verhouding tussen partners mondt daarom vaak uit in een samenwoning,
waarbij de partners bekommerd zijn om elkaars welzijn ook na het
overlijden van een van hen. Eén van die zorgen is dat de
overlevende partner in de woning kan blijven wonen waar ze samen
bij leven nog gelukkige jaren hebben doorgebracht.
Als één van beiden een eigendom koopt en die bij testament
overmaakt aan zijn levenspartner, dan moet die partner krachtens
het erfrecht successierechten op het verworven onroerend goed betalen.
Dat kan lopen van 30 tot 80 % (op de schijf boven de 7.000.000 F).
Om dat te vermijden bestaan er in de notariële praktijk een
aantal clausules, waardoor de aanwas wel gebeurt op het ogenblik
van het overlijden, maar niet volgens het erfrecht. Binnen de bepaling
van die clausules vermijden de kopers van een onroerend goed het
risico op latere bijzonder zware successierechten. Bij de aankoop
van een woning kan je bijvoorbeeld een tontine bedingen.
Die clausule genoemd naar de uitvinder, de heer Tonti, is een aankoop
in vrijwillige onverdeeldheid met aangroei aan de langstlevende.
Eén van die tontines is de clausule Raucent,
naar de naam van de persoon genoemd die het systeempje heeft ontworpen.
We kunnen het ook een kruiskoop noemen. A koopt het vruchtgebruik
van de eerste helft en de naakte eigendom van de tweede helft van
het goed. B doet net het omgekeerde. B koopt het vruchtgebruik van
de tweede helft en de naakte eigendom van de eerste helft van het
goed.
1ste helft
Naakte eigendom = B
Vruchtgebruik = A
|
2de helft
Naakte eigendom = A
Vruchtgebruik = B
|
Bij het overlijden van A behoudt B van de 2de helft zijn vruchtgebruik
en de naakte eigendom van de 1ste helft. Het vruchtgebruik van A
over de 1ste helft dooft dan uit en de naakte eigendom van de 2de
helft waarvan B het vruchtgebruik als gezegd behoudt, gaat naar
de erfgenamen van B. Die erfgenamen zouden hoogstens de naakte eigendom
van de 2de helft wensen te verkopen, maar niemand zal wellicht een
dergelijke aankoop willen voor zijn rekening nemen over de helft
van een goed met ook nog het gemis van het vruchtgebruik over die
helft dat B behoudt. De overlevende partner B behoudt dus het recht
om in dat goed verder levenslang te blijven wonen.
We maken onze lezers er wel opmerkzaam op dat deze clausule onherroepelijk
is, tenzij beide partners erover akkoord gaan om ze te laten vallen.
Als beide partijen niet meer samenwonen, blijft de clausule volkomen
geldig.
Ook vermelden we een bijzondere fictiebepaling in het wetboek, waardoor
toch successierechten verschuldigd zijn, als B niet kan bewijzen
dat hij de gewone prijs heeft betaald voor zijn deel. Dat fictieartikel
is enkel van toepassing als B erfgenaam zou zijn van A. Dat is in
de gegeven situatie hoegenaamd niet waarschijnlijk. Ook is het geldig
als er een testament werd gemaakt door A in het voordeel van B.
Dat is wel denkbaar in de gegeven omstandigheid.
Als later de beide kopers in onverdeeldheid afstand willen doen
van de Clausule Raucent, dan zal de administratie ook geen belastingheffing
doen, voor zover de verkoper de wijziging niet aanvecht. Vermits
die verkoper daar geen enkel belang bij heeft, zal hij zich in de
praktijk dan ook niet verzetten tegen de opheffing van de clausule.
Voor ongehuwden is het bijgevolg bijzonder interessant een onroerend
goed te kopen met gebruikmaking van de "kruiskoop"-clausule.
Ze betalen bij die aankoop 12,5 % registratierechten en zijn zonder
verdere belasting er absoluut van verzekerd dat ze levenslang in
het huis kunnen blijven wonen. Bedenk er wel bij, dat niet alle
notarissen heel vertrouwd zullen zijn met deze vorm van aankoop
van een onroerend goed. Dat hoeft de kandidaat-kopers evenwel niet
af te schrikken om het toch te vragen, als ze er zeker van zijn
dat ze het willen doen.
Ghislain Duchâteau
* Bron : Het artikel "Huwelijkscontract voor
ongehuwd samenwonenden" van Rik DEBLAUWE in de Fiscale
Kroniek van De Standaard van donderdag 28 juli 1994.
Omhoog
Tontine biedt ongehuwde
paren meer zekerheid
BRUSSEL - Samenwonen is in. Maar trouwen biedt juridisch veel
meer zekerheid. Een tontinecontract kan het ongehuwd samenleven
een stevige juridische basis geven en dramatische toestanden vermijden
als een van beide partners overlijdt.
Oorspronkelijk is een tontinecontract - genoemd naar
de Italiaanse bankier Lorenzo Tonti (1630-1695) - een soort lijfrenteverzekering.
Verscheidene mensen brengen een kapitaal bijeen en verdelen de opbrengsten
daarvan onder elkaar. Als een van hen sterft, blijft zijn aandeel
in "de pot" en wordt het eigendom van de overblijvenden.
Bij het overlijden van de laatste - die dan eigenaar is van het
gehele kapitaal - gaat het vermogen automatisch naar de overheid
of naar een instelling die in het tontinecontract werd aangeduid.
Nu het aantal ongehuwd samenwonende paren snel toeneemt, wordt het
tontinecontract ook opnieuw populair. Omdat ze voor de wet vreemden
voor elkaar zijn, kunnen samenwonenden immers niet rechtstreeks
van elkaar erven. Zij kunnen door een testament wel eigendommen
aan elkaar doorgeven, maar daarop zijn zware erfenisrechten verschuldigd.
In Brussel en Wallonië bedraagt het tarief voor de eerste vijfhonderdduizend
frank al 30 procent en boven het miljoen gaat al de helft naar de
fiscus. Vlaanderen is sinds ruim twee jaar wat milder en past een
"tussentarief" toe (10 procent voor de eerste schijf van
3 miljoen) voor partners die ten minste drie jaar geregistreerd
samenwonen en elkaar in een testament begunstigen. Wie minder lang
samenwoont, of niet geregistreerd is, betaalt ook in Vlaanderen
met gemak 45 procent en meer. Maar zelfs als je bereid bent te betalen,
lost een testament niet alles op als er kinderen zijn. Die kinderen
zijn bevoorrechte (reservataire) erfgenamen. Ze kunnen hun deel
opeisen en daar verandert een testament niets aan. Een tontineclausule
wel.
Zo'n clausule houdt eigenlijk in dat beide partners geld of eigendommen
inbrengen en voortaan samen van de opbrengsten en/of het gebruik
ervan genieten. Een tontine voor een huis is de meest bekende vorm.
Beide partners brengen een deel van het geld in waarmee het huis
wordt gekocht en in ruil daarvoor blijft de hele woning eigendom
van de langstlevende of geniet die er tot aan zijn dood het vruchtgebruik
van. Die langstlevende moet na het overlijden van de partner wel
12,5 procent registratierechten betalen op diens deel van het huis.
Er zijn geen erfenisrechten verschuldigd.
In plaats van geld voor de aankoop van een huis kan je echter ook
meubelen, aandelen, obligaties, schilderijen of andere dingen van
waarde inbrengen en er een tontineclausule voor afsluiten. Je kan
meubelen of schilderijen ook samen aankopen en met een tontine bepalen
dat ze in handen blijven van de langstlevende. Ook hier kan die
langstlevende de volle eigendom of alleen het vruchtgebruik krijgen.
Een tontinecontract met volle eigendom komt minder voor en houdt
gevaren in als beide partners voordien gehuwd zijn geweest en nakomelingen
(erfgenamen) hebben. Bij het overlijden van een van de partners
wordt de langstlevende de enige eigenaar van het huis. Als ook hij/zij
overlijdt, erven zijn/haar kinderen het huis. De erfgenamen van
de partner die eerst overlijdt, werden dus onterfd.
Omdat niemand kan voorspellen wie eerst overlijdt, kan ook niemand
voorspellen welke kinderen onterfd worden. En als je als ouder al
kinderen wil onterven, is het toch weinig waarschijnlijk dat je
het aan het toeval wil overlaten wie de ongelukkigen worden.
Die "ongelukkigen" hebben in elk geval geen verhaal tegen
een tontinecontract, tenzij er geen minimum aan evenwicht is. Een
tontine is in principe slechts geldig als de ondertekenaars ongeveer
even oud zijn, zodat de kansen dat de ene voor de andere overlijdt
ongeveer even groot zijn. Leeftijdsverschillen kunnen echter opgevangen
worden door een grotere inbreng van de jongste partner. In de praktijk
kan daardoor een leeftijdsverschil van 10 tot 15 jaar worden overbrugd.
Een tontinecontract biedt veel mogelijkheden. De notaris kan ervoor
zorgen dat het contract aangepast is aan je individuele situatie.
De kostprijs ligt tussen 10.000 en 15.000 frank (tussen 248 en 372
Euro).
Luc Coppens
Redacteur
In de rubriek "CENTEN TELLEN" van De Standaard
- vrijdag 7 april 2000.
|
|
 |
 |
 |
|
| |
|
 |
 |
|
| |
Een onvolwaardige tontine-overeenkomst
VRAAG :
Mijn partner en ikzelf hebben elk drie kinderen uit een vorig
huwelijk. Met mijn kinderen is de verstandhouding prima maar met
de kinderen van mijn man is dat heel wisselend.
Wij hebben nu samen een huis gekocht. Ik heb dat voor twee
derden gefinancierd en mijn man voor één derde. Daar
we niet gehuwd zijn is een tontine opgemaakt dat mijn kinderen erfgenaam
zijn voor twee derden en zijn kinderen voor één derde.
Wat gebeurt er nu echter indien mijn partner vroeger komt te
overlijden dan ik? Kunnen zijn kinderen dan hun deel opeisen? Kan
dat zo geregeld worden dat de verdeling pas geschiedt na ons beider
dood? Wat zal er dan gebeuren met de inboedel ? Ik heb alle meubels
betaald die er in de loop van de jaren zijn aangekocht en ik wil
dan ook dat die meubels aan mijn kinderen toekomen na mijn dood.
Hoe moet dat geregeld worden?
Ik hoop dat de situatie helder genoeg geschetst is om van U
een antwoord te mogen ontvangen.
Mevr. G. uit D.
ANTWOORD :
De situatie is zeer zeker degelijk en helder geschetst; alleen
vind ik het spijtig dat de notariële akte niet is bijgevoegd
waarin de tontine-overeenkomst voor de woning is opgenomen. Het
is immers zeer moeilijk om een degelijk advies te geven over Uw
toekomstige rechten als erfgenaam wanneer ik niet beschik over de
overeenkomst die deze rechten zou moeten regelen. U schrijft in
Uw brief dat er een tontine is opgemaakt waarbij Uw kinderen erfgenaam
worden voor twee derden en de kinderen van Uw partner voor één
derde. Is er echter ook een tontine opgemaakt tussen de eigenaars-partners?
Indien dit niet het geval zou zijn, wat ik eigenlijk vermoed, bestaat
de mogelijkheid dat de kinderen inderdaad hun rechten als erfgenaam
gaan opeisen bij het overlijden van één van de partners.
Zoals gezegd vermoed ik dat er tussen de partners in Uw notariële
akte geen tontine zal zijn opgenomen omdat dit praktisch gezien
omzeggens niet mogelijk is wanneer de partners niet in verhouding
tot hun respectieve leeftijd, gelijkelijk bijdragen in de aankoop
van het huis.
Om dat te verduidelijken moet ik eerst uitleggen dat een tontine
eigenlijk een kanscontract is dat tussen twee partners wordt afgesloten
waarbij de ene partner bij zijn of haar vooroverlijden zijn of haar
eigendomsaandeel in het huis overdraagt aan de andere; beide partners
doen dit opzichtens elkaar. Om geldig te zijn is echter vereist
dat de beide prestaties ongeveer gelijk zijn in waarde en dat de
kansen op het realiseren van de voorwaarde, met name het vooroverlijden
van één van de partners, ook gelijk zijn.
Dat wil concreet zeggen dat de investering in de aankoop van de
woning in verhouding moet zijn tot de leeftijd van beide partners:
indien de beide partners even oud zijn, moet hun deel in de aankoop
ongeveer gelijk zijn; indien de leeftijd verschilt moet de investering
verhoudingsgewijs ook worden aangepast. Ik vrees dat in Uw situatie
niet aan deze voorwaarde kan worden voldaan vermits U twee derden
van de investering heeft gedaan en Uw partner maar één
derde. Ik vermoed niet dat de leeftijd tussen U en Uw partner zoveel
verschilt om een verhouding twee derden, één derde
in de investering te verantwoorden.
Indien er geen tontine bestaat in Uw voordeel, zullen de erfgenamen
dus hun aandeel kunnen opeisen tenzij er een andere regeling getroffen
wordt, bijvoorbeeld via een testament, hetgeen dan weer fiscaal
niet interessant zal zijn en mogelijkerwijze ook het risico op inkorting
blijft bestaan.
Een mogelijke oplossing kan wel worden gevonden in het officieel
registreren van Uw samenwoning in een samenwoningscontract.
Als de inboedel van U is, zullen Uw kinderen deze automatisch erven;
de voorziene tontine speelt voor deze roerende goederen geen rol.
Alleen zal U moeten kunnen bewijzen dat de goederen ook effectief
door U zijn gekocht of ingebracht. Een dergelijk bewijs kan natuurlijk
geleverd worden met facturen en betalingsbewijzen op Uw naam.
Ook kan Uw partner nu tijdens zijn leven schriftelijk bevestigen
dat de inboedel door U is betaald of ingebracht en dus ook Uw eigendom
is, wat de positie van Uw kinderen na Uw beider overlijden wat sterker
maakt.
Mr. R. Vanagt, advocaat
Recht voor de vuist - De Volkswil van 30 januari 2004.
|
|
 |
 |
 |
|
| |
| |
| |