De inventaris of
de boedelbeschrijving bij de vereffening en verdeling
Op het ogenblik dat de feitelijke scheiding zich concretiseert
in een verhuis van een huwelijkspartner naar een andere woning,
is het meer dan aanbevelenswaardig zoniet noodzakelijk een
inventaris van de bezittingen van het huwelijkspaar op
te stellen. Ontbreekt die inventaris bij de vereffening en verdeling,
dan kan dat tot grote moeilijkheden, betwistingen en frustraties
aanleiding geven.
Het gebeurt vaak dat scheidende echtgenoten op het einde van hun
samenwoningstijd in onderlinge afspraak ofwel via een verzoeksonderdeel
in de procedure voorlopige maatregelen bij de vrederechter of in
het kortgeding bij de rechter van eerste aanleg een tweezijdige
inventaris laten opmaken. De rechter in het laatste geval duidt
daartoe in zijn beschikking een notaris aan, die hijzelf kiest of
die door de partijen wordt voorgesteld.
Na de uitspraak van de voorlopige maatregelen evenwel moet de meest
gerede partij de aangeduide notaris aanspreken
om hem op basis van het vonnis de bedoelde inventaris of de boedelbeschrijving
te doen opmaken. Daartoe zijn er vanwege de notaris met beide partijen
nogal wat afspraken nodig. Beide partijen zouden bij het gebeuren
aanwezig moeten zijn. Het moet immers op redelijke gronden een inventaris
worden met waardebepaling van de bezittingen uit het gemeenschappelijk
vermogen of het persoonlijk vermogen van de scheidende echtgenoten.
Die waardebepaling is noodzakelijk om na de echtscheiding
bij de vereffening en verdeling betwistingen over de waarde van
een of ander goed of voorwerp te voorkomen. De notaris kan zich
daarbij laten bijstaan door een neutrale deskundige, bijvoorbeeld
een expert-antiquair. Dan moeten de partijen niet alleen in gelijke
mate de kosten dragen voor de inventaris vanwege de notaris, maar
ook de schattingskosten voor de expert.
De hoofdbedoeling van het inventariseren is de grootte
of omvang van een gemeenschappelijk vermogen, van een nalatenschap
of van een onverdeeldheid te omschrijven en in een notariële
akte vast te leggen. Alle goederen, zowel onroerende als roerende,
aanwezige of situeerbare schrijft de instrumenterende notaris op
in de inventaris.
De boedelbeschrijving of de inventaris heeft ook een bewarende
functie. Het stuk moet voorkomen dat er onderdelen van
het vermogen verdwijnen of verduisterd worden. Er valt wel een onderscheid
te maken tussen de inventaris en de verzegeling. In het laatste
geval worden de verzegelde goederen geïmmobiliseerd en kunnen
niet meer worden gebruikt. Bij de inventaris daarentegen kan een
scheidende echtgenoot nog een tijd het genot en het gebruik hebben
van de opgeschreven goederen vooraleer ze definitief worden toebedeeld
bij de vereffening en verdeling zelf.
Bij het noteren van de goederen maakt de notaris op bewering van
de betrokken partijen een onderscheid tussen de gemeenschappelijke
goederen, dat zijn de goederen die tot de huwgemeenschap behoren,
en de persoonlijke goederen van elk van de partijen.
Tot die laatste behoren b.v. de persoonlijke klederen en de persoonlijke
sieraden, maar ook de goederen die in een huwelijkscontract als
eigen aan een van beide partijen staan opgeschreven. Daaruit volgt
dat de inventaris later een belangrijke bewijsfunctie
krijgt. De actieve en passieve bestanddelen van het vermogen worden
geconstateerd, zodat men op het nodige moment een precies inzicht
heeft in de omvang van het vermogen dat moet worden verdeeld gesteund
op het wettig bewijs van het inventarisdocument.
Vandaar ook het bijzonder groot belang van de actieve medewerking
van beide partijen bij het opmaken van de boedelbeschrijving.
Zij moeten alle nuttige en nodige verklaringen tegenover de notaris
uitspreken die kunnen bijdragen tot de exactheid van de boedelbeschrijving.
De notaris noteert in de inventaris die verklaringen zorgvuldig.
Als bijvoorbeeld een van de echtgenoten bij de inventarisering
bepaalde beleggingen onder zijn controle heeft, dan moet hij dat
meedelen. Heeft bij de vereffening en verdeling van een nalatenschap
één van de betrokkenen vroeger een schenking ontvangen,
dan moet die ook worden verklaard en genoteerd.
Als de notaris alles heeft geïnventariseerd en als hij akte
genomen heeft van de verklaringen van de partijen, dan verzoekt
hij ze de eed af te leggen en de inventaris te ondertekenen.
De notaris zelf tekent mee. De partijen moeten bij de eedaflegging
verklaren dat ze niets verduisterd hebben en dat ze ook geen kennis
hebben van enige verduistering van goederen.
Grote voorzichtigheid is geboden bij het afleggen
van de eed en de ondertekening van de inventaris. Wie onder ede
een valse verklaring aflegt, of wie zich onthoudt een verklaring
af te leggen om de waarheid te verbergen, kan later beticht worden
van meineed en daaraan later schuldig worden bevonden met alle gevolgen
die daaraan verbonden zijn. Meineed is een misdrijf en kan strafrechterlijk
worden vervolgd. Het gebrek aan oprechtheid bij de boedelbeschrijving
kan ook leiden tot het misdrijf van valsheid in geschrifte. Als
daarbij bewezen kan worden dat een partij bepaalde goederen heeft
verduisterd en die goederen kunnen worden opgespoord, dan worden
die goederen aan de andere partij toebedeeld. Daarbij kunnen hem
of haar ook interesten worden aangerekend of kan hij of zij zelfs
een schadevergoeding moeten betalen.
Besluit :
Wij adviseren ter samenvatting
dat scheidende partijen op het ogenblik van de feitelijke scheiding
best ervoor zorgen dat een tweezijdige inventaris wordt opgemaakt
waarvan ze elk een exemplaar krijgen toebedeeld. Het is van het
grootste belang daarbij dat bij elk goed een waarde wordt bepaald,
om latere betwistingen te voorkomen. De inventariskosten worden
gedeeld.
Ghislain Duchâteau
Wij verwijzen hierbij ook naar de JURIDISCHE KRONIEK van Mr.
Jan Roodhooft : “ Inventarisatie: eerlijkheid is de
boodschap” in De Standaard van 23 september 2003,
die voor ons als uitgangspunt fungeerde.
|