Informatie - Vereffening en verdeling
 

Adviezen | Advocaat | Bank | Belastingen | Bestaansmiddelen | Detective | Deurwaarder | Echtelijke woning
Echtscheiding door onderlinge toestemming | Erfenis | Gezinnen | Gezinswoning | Gevoelens | Gevolgen echtscheiding
Geweld | Hulpverlening | Huwelijksplichten | Huwelijksstelsel | Jongeren na echtscheiding | Jurisprudentie Justitiehuizen | Kerk | Leven na scheidingNieuwe gezinsvormen | Nieuwe relatie | Nieuw-samengestelde gezinnen
Notaris | Omgangsrecht | Onderhoudsgelden | Onderwijsaangelegenheden | Ouderlijk gezag | Ouder-naam
Ouderschapsbemiddeling | Overlijden | Overspel | Procedure | Relaties | Samenwoning | Scheidingsbemiddeling Vaderschap bij scheiding | Vereffening en verdeling | Wetgeving | Woonstvergoeding

Artikels :
- Hervorming van de procedure van gerechtelijke vereffening-verdeling - wet van 15 augustus 2011
- Vereffening en verdeling - algemene gang van zaken (verslag van een vergadering daarover)
- De inventaris of de boedelbeschrijving bij de vereffening en verdeling
- Vereffening en verdeling van de huwgemeenschap - geld verduisteren?
- De levensverzekering bij de vereffening en verdeling
Omhoog
 

Hervorming van de procedure van gerechtelijke vereffening-verdeling - wet van 15 augustus 2011

De vereffening-verdeling na overlijden of na (echt)scheiding kan perfect gebeuren bij een notaris als er o.m. een onroerend goed op het spel staat en bij een te onderhandelen overeenkomst tussen de partijen. Als er geen overeenstemming ontstaat tussen de partijen, zal de notaris op grond van zwarigheden ingediend door de partijen de zaak aanhangig maken bij de familierechtbank en daar zal de familierechter overgaan tot de gerechtelijke procedure.

De nieuwe wet op de vereffening-verdeling na echtscheiding of bij erfenis werd door het parlement aangenomen op 15 augustus 2011. Ze werd in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd op woensdag 14 september 2011. Ze trad in werking op 1 april 2012 (art. 10).

Aan het basisstramien van de procedure van vereffening en verdeling lijkt de wet niets fundamenteels te veranderen. Toch zijn er ingrijpende wijzigingen aan de orde in de nieuwe wettekst. De nieuwe wet herschrijft de artikelen 1207 tot en met 1224 van het Gerechtelijk Wetboek.

Enkele belangrijke gegevens daarover voor het opzetten van die procedure vinden we in de masterproef van Bruno Vanpeteghem.

Knelpunten  inzake  de   nieuwe   procedure van  gerechtelijke  vereffening-verdeling

Masterproef van de opleiding van Master in de rechten – door Bruno Vanpeteghem
- mei 2016

De nieuwe wet van 13 augustus 2011 voert een grondige hervorming door van de procedure van gerechtelijke vereffening-verdeling. Hierbij komen alle kerntaken van een notaris mooi naar voren: het opnemen van zijn bemiddelende rol, het geven van adviezen, het opstellen van akten, het organiseren van openbare verkopen. Hoewel de wetgever goed werk heeft verricht, zijn er toch nog een aantal knelpunten te bekijken.

De wet van 13 augustus 2011 verscheen in het Belgisch Staatsblad op 14 september 2011 en is op 1 april 2012 in werking getreden.

De wetgever trachtte vier belangrijke doelstellingen na te streven met de hervorming:
1. De procedure versnellen
2. Het verloop van de procedure en de termijnen daarvoor voor de partijen meer voorzienbaar te maken
3. Akkoorden tussen partijen in elke fase van de procedure bevorderen
4. De rol van de actieve notaris-vereffenaar versterken
           
Heeft de wetgever de doelstellingen bereikt met de nieuwe artikelen in het Gerechtelijke Wetboek,
nl. 1207 t.e.m. 1224/2?    

De gerechtelijke vereffening-verdeling is noodzakelijk als de partijen niet tot overeenkomst komen. De vordering gebeurt door de meest gerede partij. De materieel bevoegde rechter is de familierechter. Normaal wordt de vordering gebracht voor de familierechtbank van de woonplaats van de verweerder, die van de laatste echtelijke verblijfplaats van de partijen of van de laatste gemeenschappelijke woonplaats van de wettelijk samenwonenden. Voor zaken over erfopvolgingen of testamenten is de bevoegde rechter die van de plaats waar de erfenis is opengevallen. Partijen kunnen na het ontstaan van het geschil ook vrij overeenkomen voor welke familierechtbank zij hun vordering brengen.

Bij vereffening en verdeling waarbij er goederen in het buitenland zijn, omvat de nieuwe wet specifieke bepalingen.

Eerder gesloten overeenkomsten tussen partijen voor de procedure, worden door de rechter geakteerd. De nieuwe wet bepaalt nu uitdrukkelijk dat een zo vastgesteld akkoord de waarde heeft van een akkoordvonnis waartegen geen voorziening meer openstaat en waarop de partijen dus niet meer kunnen terugkomen.

De rechter kan niet meer in een aanstellingsvonnis de verkoop bevelen van onroerende goederen. Partijen moeten uitdrukkelijk akkoord gaan over de verkoop, zoniet wordt die uitgesteld tot na de vereffening en verdeling. Wel kunnen ze akkoord gaan over een verkoop uit de hand, maar dan moeten ze een termijn aangeven waarbinnen die verkoop moet gebeuren. Bij een akkoordvonnis kan de notaris-vereffenaar overgaan tot de verkoop als hij door een van de partijen daartoe verzocht wordt.

Onder de nieuwe wet stelt de rechter in akkoord met alle betrokken partijen slechts één notaris-vereffenaar aan, die in alle objectiviteit en onpartijdigheid handelt.  Een tweede notaris zoals voorheen komt normaal niet meer aan de orde. Bij uitzondering en onder voorwaarden kan de rechter wel een tweede notaris aanstellen.

Artikel 1210 § 5 voorziet dat de partijen in gelijke mate instaan voor de provisionering van de notaris-vereffenaar.

In sommige situaties kan een beheerder van de goederen worden aangesteld.

Een deskundigenonderzoek naar de waarde van de goederen wordt dan gelast. De instrumenterende notaris kan zelf de goederen schatten met instemming van de betrokkenen. Maar bij goederen die dat schattingsvermogen van de notaris te boven gaan, kan een deskundige schatter worden aangesteld. Daartoe is een soepele rechtsingang mogelijk via een gewoon schriftelijk verzoek.

De taak van de gerechtsdeskundige wordt in de wet op suppletieve wijze beschreven en bestaat erin de goederen waarvan de verkoping niet is beslist te schatten, de grondslagen van die schatting aan te duiden en de mogelijkheden van een eventuele verdeling in natura mee te geven met de samenstelling van de toe te wijzen kavels. Het initiatiefrecht tot wijziging of uitbreiding van de opdracht aan de deskundige ligt bij de instrumenterende notaris met het akkoord van alle betrokken partijen. Dat akkoord wordt bij voorkeur opgenomen in een proces-verbaal.

De deskundige vat zijn opdracht aan op verzoek van de instrumenterende notaris. Zijn eindverslag legt de deskundige neer bij de griffie van de rechtbank. Kopie wordt aan de notaris, aan de advocaten van de partijen en aan de betrokkenen overgemaakt. Opmerkingen kunnen de partijen overmaken alleen tegelijkertijd met hun zwarigheden bij een voorstel van de staat van de vereffening en verdeling door de notaris.

Deze gegevens worden hier verstrekt omdat ze aan betrokken partijen al enig inzicht geven in de aanpak van de gerechtelijke verdeling-vereffening, maar het verloop van de werkzaamheden en alle aspecten die daarbij in aanmerking komen worden hier kortheidshalve niet aan de orde gesteld.

Een mooi volledig(er) overzicht van de nieuwe wetsbepalingen vindt u hier.

Verder verwijzen wij graag naar de masterscriptie zelf van Bruno Vanpeteghem en nog een andere aan de Universiteit Gent en zeker ook naar de wet zelf van augustus-september 2011.

- Masterscriptie Bruno Van Peteghem
- Masterscriptie van Eline Prat

In aflevering 250 van het Nieuw Juridisch Weekblad (NjW) van 16 november 2011 analyseert Ann Vanderhaeghen deze wet.

Tijdschema

De mede-eigenaars die het niet eens worden over een verdeling van hun eigendom hebben de mogelijkheid om dat voor te leggen aan een rechter. Vaak moest men jaren wachten op de definitieve toewijzing van de te verdelen goederen. De weloverwogen hervorming had voornamelijk tot doel de procedure van de gerechtelijke vereffening-verdeling te versnellen. Immers, de redelijke termijnvereiste vindt ook toepassing op de procedure van gerechtelijke verdeling. De meest innoverende regeling is de invoering van een tijdschema voor de afwikkeling van de procedure van de gerechtelijke vereffening-verdeling. De termijnregeling wordt bij de opening van de werkzaamheden geregeld. Die kan op twee manieren tot stand komen: hetzij overeengekomen tussen de partijen en de notaris-vereffenaar, hetzij overeenkomstig de wettelijk vastgestelde termijnen. Bij gebrek aan akkoord tussen de partijen zullen de wettelijke bepalingen gelden. De wet voorziet in een sanctie om de termijnregeling kracht bij te zetten.

In de bijdrage wordt een volledig overzicht gegeven van alle stappen in de procedure. Er wordt ook aandacht besteed aan de gebeurlijke incidenten die kunnen optreden in elk stadium van de procedure.

Principe: één notaris-vereffenaar

Een belangrijke wijziging is dat voortaan slechts één notaris-vereffenaar wordt aangesteld. Partijen kiezen die zelf. In uitzonderlijke gevallen kunnen twee notarissen-vereffenaars worden aangesteld indien alle partijen het eens zijn over het principe en de identiteit van deze twee notarissen. Daarenboven moet de rechtbank de aanstelling van twee notarissen gerechtvaardigd achten, bijvoorbeeld omwille van de complexiteit van de zaak.

De bijdrage behandelt ook de afschaffing van de notaris-vertegenwoordiger van de niet-verschijnende of weigerachtige partijen, de aanstelling van een notaris-beheerder en de territoriale begrenzing van het ambtsgebied van de notaris-vereffenaar.

In de bijdrage komen ook de andere krachtlijnen van de nieuwe wet aan bod die een impact kennen op de afwikkeling van een gerechtelijke vereffening-verdeling.

Besluit

De wet is het resultaat van een evenwichtoefening tussen de rechten van verdediging en het belang van de afwikkeling van de procedure binnen een redelijke termijn. De nieuwe wet brengt een enorme verbetering voor de rechtzoekende en vergt een mentaliteitswijziging bij magistraten, notarissen en advocaten.


De auteur is juriste bij de studiedienst van de Orde van Vlaamse balies.

Bron: Ann VANDERHAEGHEN, "Gerechtelijke procedure tot vereffening-verdeling. Hervorming", NjW 2011, 634-650.

De wettekst zelf:

Wet houdende hervorming van de procedure van gerechtelijke vereffening-verdeling

SCHEMA WETTELIJKE INSTAATSTELLING
 

Fase

Termijn

Wettelijke grondslag

1) Aanstelling van de notaris /

 

 

2) Vatten van de notaris via een verzoek van de meest gerede partij /

 

 

3) Proces-verbaal van opening van werkzaamheden twee maanden

twee maanden

art. 1215 Ger.W.

4) Boedelbeschrijving

twee maanden (bij meer vacaties maximum twee maanden interval)

art. 1214, §2, lid 2 Ger.W.

5) Mededeling van de stukken en aanspraken

twee maanden

art. 1218, §1, lid 2 Ger.W.

6) Overzicht van de aanspraken

twee maanden

art. 1218, §2, lid 1 Ger.W.

7) Opmerkingen van de partijen op het overzicht van aanspraken

twee maanden

art. 1218, §2, lid 2 Ger.W.

8) Opmaak van de staat van vereffening en ontwerp van verdeling

vier maanden

art. 1218, §3 Ger.W.

9) Bezwaren van de partijen

een maand

art. 1223, §1, lid 4 Ger.W.

10) Optie 1: geen bezwaren toewijzing van de kavels en proces-verbaal van afsluiting en akte van verdeling

datum bepaald in de aanmaning

art. 1223, §2 Ger.W.

Optie 2: bezwaren Opmaak van het proces-verbaal van geschillen of moeilijkheden en neerlegging ter griffie

twee maanden

art. 1223, §3, lid 4 Ger.W.

Bron: A. VANDERHAEGHEN, “Gerechtelijke vereffening-verdeling ondergaat metamorfose”, Juristenkrant 28 september 2011, afl. 234, 2; A. VANDERHAEGHEN, “Gerechtelijke procedure tot vereffening en verdeling in een nieuw kleedje”, Nieuwsbrief Notariaat 2011, afl. 18-19, 2.


Ghislain Duchâteau

(bijgewerkt op 6 december 2017)


 
Omhoog
 

Vereffening en verdeling

door Joël Van Gronsveld, notaris in Eigenbilzen

Verslag van de vergadering van BGMK-Hasselt van 14 november 2002

De vereffening en verdeling van de huwgemeenschap na echtscheiding gebeurt in drie grote fasen :
1. de boedelbeschrijving
2. de vereffening
3. de verdeling

Bij een echtscheiding wordt normaal een boedelbeschrijving opgemaakt. Het is best dat dat gebeurt bij het begin van de procedures, liefst al vanaf de voorlopige maatregelen bij de vrederechter of in kortgeding bij een echtscheidingsverzoek voor de rechtbank van 1e aanleg. Is er geen inventaris, dan zal de instrumenterende notaris notarieel een inventaris opmaken. Daarbij is er een eedaflegging van beide partijen. Bij onvolledige opgave van de bezittingen bestaat het grote risico dat wie dat nalaat later correctioneel van meineed wordt beschuldigd en correctioneel strafbaar wordt met nare gevolgen vandien. Van heel groot belang is dat de inventaris tweezijdig is met waardebepaling van de goederen. Een tweezijdige boedelbeschrijving met waardebepaling vergemakkelijkt later aanzienlijk de vereffening en verdeling na echtscheiding.

De staat van vereffening zelf omvat twee grote onderdelen :
1. de beheersrekeningen
2. de vergoedingen tussen echtgenoten

De vergoedingen spruiten voort uit het huwelijksvermogensrecht enerzijds en uit de onverdeeldheid tussen de ex-echtgenoten.
Handgiften moeten bewezen kunnen worden.

De belangrijkste twistpunten zijn : de afbetaling van de lening, de woonstvergoeding, de onderhoudsgelden tijdens de feitelijke scheiding.

De woonstvergoeding is niet verschuldigd door de echtgenoot die in de woonst heeft gewoond vanaf de inleiding van het echtscheidingsverzoek tot de effectieve vereffening als er voorwaarden vervuld zijn :
als er in de voorlopige maatregelen minder onderhoudsgeld wordt toegekend aan degene die in het huis woont, omdat zij er met de kinderen in verblijft. De echtgenote wordt als behoeftig beschouwd met de kinderen en heeft hulp en bijstand nodig. Dat er bij de berekening van de onderhoudsgelden rekening werd gehouden daarmee moet wel expliciet in het vonnis of het arrest van voorlopige maatregelen vermeld staan, anders is de woonstvergoeding wel verschuldigd bij de vereffening.

De woonstvergoeding wordt vastgelegd op basis van de huurwaarde van de vroegere gezinswoning ; er wordt daarbij rekening gehouden met vergelijkingspunten in de buurt. Ze bedraagt de helft van de huurwaarde van de woning per maand. Die huurwaarde wordt geschat op het ogenblik dat de staat van vereffening en verdeling wordt gevraagd. De huurwaarde op de ruwbouw wordt geschat, dat betekent op 60%. De inboedel wordt daarbij niet meegeteld. De notaris erkent dat die werkwijze niet billijk is, maar toch zo wordt uitgevoerd. (Zie ook de Rubriek Informatie - Woonstvergoeding op de Goudi-site)

Bij de verdeling hebben de echtgenoten voorrang bij de toewijzing van de woning. Bepaalde criteria moeten wel vervuld zijn om dat van toepassing te laten zijn :
als er maatschappelijke en gezinsbelangen en vorderingen van anderen in het spel zijn, als er bewoning is met de kinderen, als het hoederecht bij een van de echtgenoten berust, omwille van de levensomstandigheden van de kinderen, als de een de hypothecaire lening afbetaalt, als het huis is opgetrokken door speciale inspanningen van één van de echtgenoten en vooral als één van de echtgenoten in de gezinswoning zijn beroep uitoefent.

De rol van de notaris spruit voort uit bepalingen uit het Gerechtelijk Wetboek. Het onderscheidt :
* een proces-verbaal van opening van werkzaamheden als het duidelijk is dat er blijvende geschilpunten bestaan
* er wordt een proces-verbaal opgemaakt met de staat van de vereffening
* bij niet-akkoord met die staat van vereffening kan een proces-verbaal van "bewerigheden en zwarigheden" worden opgesteld.

Als de staat van vereffening is opgesteld kunnen beiden akkoord gaan en hem ondertekenen en dan kan worden uitgevoerd - dat betekent verdeeld. Als één van beiden niet verschijnt en de ander gaat akkoord met de staat, dan ondertekent de aangeduide 2e notaris de staat en kan worden uitgevoerd. Als beiden aanwezig zijn en één weigert te tekenen zonder dat er argumenten worden aangevoerd, dan tekent ook de 2e notaris en wordt weer uitgevoerd. Als beiden niet akkoord gaan met de staat van vereffening die de notaris voorlegt, dan wordt een akte van "bewerigheden en zwarigheden" opgesteld. De notaris stelt dan binnen 1 maand zijn advies op. Het dossier met advies wordt dan overgemaakt aan de rechtbank van 1e aanleg. Daarmee wordt de procedure ingezet over de geschilpunten en het advies van de notaris. De rechter spreekt zich uit in een vonnis. Hij bevestigt de staat van vereffening ofwel gelast hij een bijkomende staat met aanpassing naargelang van zijn oordeel. Daarna voert de notaris de beschikking van de rechter uit.

Belangrijk voor de vereffening en verdeling is het huwelijksstelsel van de voormalige echtgenoten. Heel vaak is er geen huwelijkscontract en dan vallen ze onder het wettelijke stelsel. Bij het stelsel van scheiding van goederen is er in de meeste gevallen geen discussie over het eigendomsrecht. Bij algehele gemeenschap wordt alles gedeeld door twee en zijn er geen vergoedingen aan elkaar verschuldigd.

Verslaggeving Ghislain Duchâteau


 
Omhoog
 

De inventaris of de boedelbeschrijving bij de vereffening en verdeling

Op het ogenblik dat de feitelijke scheiding zich concretiseert in een verhuis van een huwelijkspartner naar een andere woning, is het meer dan aanbevelenswaardig zoniet noodzakelijk een inventaris van de bezittingen van het huwelijkspaar op te stellen. Ontbreekt die inventaris bij de vereffening en verdeling, dan kan dat tot grote moeilijkheden, betwistingen en frustraties aanleiding geven.

Het gebeurt vaak dat scheidende echtgenoten op het einde van hun samenwoningstijd in onderlinge afspraak ofwel via een verzoeksonderdeel in de procedure voorlopige maatregelen bij de vrederechter of in het kortgeding bij de rechter van eerste aanleg een tweezijdige inventaris laten opmaken. De rechter in het laatste geval duidt daartoe in zijn beschikking een notaris aan, die hijzelf kiest of die door de partijen wordt voorgesteld.

Na de uitspraak van de voorlopige maatregelen evenwel moet de meest gerede partij de aangeduide notaris aanspreken om hem op basis van het vonnis de bedoelde inventaris of de boedelbeschrijving te doen opmaken. Daartoe zijn er vanwege de notaris met beide partijen nogal wat afspraken nodig. Beide partijen zouden bij het gebeuren aanwezig moeten zijn. Het moet immers op redelijke gronden een inventaris worden met waardebepaling van de bezittingen uit het gemeenschappelijk vermogen of het persoonlijk vermogen van de scheidende echtgenoten. Die waardebepaling is noodzakelijk om na de echtscheiding bij de vereffening en verdeling betwistingen over de waarde van een of ander goed of voorwerp te voorkomen. De notaris kan zich daarbij laten bijstaan door een neutrale deskundige, bijvoorbeeld een expert-antiquair. Dan moeten de partijen niet alleen in gelijke mate de kosten dragen voor de inventaris vanwege de notaris, maar ook de schattingskosten voor de expert.

De hoofdbedoeling van het inventariseren is de grootte of omvang van een gemeenschappelijk vermogen, van een nalatenschap of van een onverdeeldheid te omschrijven en in een notariële akte vast te leggen. Alle goederen, zowel onroerende als roerende, aanwezige of situeerbare schrijft de instrumenterende notaris op in de inventaris.

De boedelbeschrijving of de inventaris heeft ook een bewarende functie. Het stuk moet voorkomen dat er onderdelen van het vermogen verdwijnen of verduisterd worden. Er valt wel een onderscheid te maken tussen de inventaris en de verzegeling. In het laatste geval worden de verzegelde goederen geïmmobiliseerd en kunnen niet meer worden gebruikt. Bij de inventaris daarentegen kan een scheidende echtgenoot nog een tijd het genot en het gebruik hebben van de opgeschreven goederen vooraleer ze definitief worden toebedeeld bij de vereffening en verdeling zelf.

Bij het noteren van de goederen maakt de notaris op bewering van de betrokken partijen een onderscheid tussen de gemeenschappelijke goederen, dat zijn de goederen die tot de huwgemeenschap behoren, en de persoonlijke goederen van elk van de partijen. Tot die laatste behoren b.v. de persoonlijke klederen en de persoonlijke sieraden, maar ook de goederen die in een huwelijkscontract als eigen aan een van beide partijen staan opgeschreven. Daaruit volgt dat de inventaris later een belangrijke bewijsfunctie krijgt. De actieve en passieve bestanddelen van het vermogen worden geconstateerd, zodat men op het nodige moment een precies inzicht heeft in de omvang van het vermogen dat moet worden verdeeld gesteund op het wettig bewijs van het inventarisdocument.

Vandaar ook het bijzonder groot belang van de actieve medewerking van beide partijen bij het opmaken van de boedelbeschrijving. Zij moeten alle nuttige en nodige verklaringen tegenover de notaris uitspreken die kunnen bijdragen tot de exactheid van de boedelbeschrijving. De notaris noteert in de inventaris die verklaringen zorgvuldig.

Als bijvoorbeeld een van de echtgenoten bij de inventarisering bepaalde beleggingen onder zijn controle heeft, dan moet hij dat meedelen. Heeft bij de vereffening en verdeling van een nalatenschap één van de betrokkenen vroeger een schenking ontvangen, dan moet die ook worden verklaard en genoteerd.

Als de notaris alles heeft geïnventariseerd en als hij akte genomen heeft van de verklaringen van de partijen, dan verzoekt hij ze de eed af te leggen en de inventaris te ondertekenen. De notaris zelf tekent mee. De partijen moeten bij de eedaflegging verklaren dat ze niets verduisterd hebben en dat ze ook geen kennis hebben van enige verduistering van goederen.

Grote voorzichtigheid is geboden bij het afleggen van de eed en de ondertekening van de inventaris. Wie onder ede een valse verklaring aflegt, of wie zich onthoudt een verklaring af te leggen om de waarheid te verbergen, kan later beticht worden van meineed en daaraan later schuldig worden bevonden met alle gevolgen die daaraan verbonden zijn. Meineed is een misdrijf en kan strafrechterlijk worden vervolgd. Het gebrek aan oprechtheid bij de boedelbeschrijving kan ook leiden tot het misdrijf van valsheid in geschrifte. Als daarbij bewezen kan worden dat een partij bepaalde goederen heeft verduisterd en die goederen kunnen worden opgespoord, dan worden die goederen aan de andere partij toebedeeld. Daarbij kunnen hem of haar ook interesten worden aangerekend of kan hij of zij zelfs een schadevergoeding moeten betalen.


Besluit :

Wij adviseren ter samenvatting dat scheidende partijen op het ogenblik van de feitelijke scheiding best ervoor zorgen dat een tweezijdige inventaris wordt opgemaakt waarvan ze elk een exemplaar krijgen toebedeeld. Het is van het grootste belang daarbij dat bij elk goed een waarde wordt bepaald, om latere betwistingen te voorkomen. De inventariskosten worden gedeeld.

Ghislain Duchâteau

Wij verwijzen hierbij ook naar de JURIDISCHE KRONIEK van Mr. Jan Roodhooft : “ Inventarisatie: eerlijkheid is de boodschap” in De Standaard van 23 september 2003, die voor ons als uitgangspunt fungeerde.


 
Omhoog
  Vereffening en verdeling van de huwgemeenschap

Geld verduisteren tijdens de echtscheiding !

Vraag:
Ik ben momenteel bezig met de boedelverdeling. De situatie is als volgt : - eind oktober trachtte mijn vrouw al het geld van de rekening te halen - aangezien ik op de bank werk(te), kreeg ik hierover info en was haar voor (02/11/2009) De eerste echtscheidingseis is 16/5/2010, wat naar mijn mening dan ook de startdatum is voor een boedelverdeling. Nu wil haar advocaat alsnog wegens verduistering een verdeling van het in november opgenomen geld. Hij zwaait hier met artikels en rechtspraak.

Antwoord:

Beste,

Wellicht bedoelt u met boedelverdeling de vereffening en verdeling na echtscheiding door een instrumenterende notaris. De boedelverdeling houdt doorgaans in de gewone omgangstaal de verdeling in van de roerende goederen. Dat kan in onderling akkoord voorafgaand aan de echtscheiding door onderlinge toestemming ; dat kan ook binnen de vereffening en verdeling na een echtscheiding op bezwarende feiten.

Laten we ons antwoord oriŽnteren op de vereffening en verdeling van de huwgemeenschap na de echtscheiding op onherstelbare ontwrichting van het huwelijk. De datum waarop de werkende notaris zich baseert voor de vereffening en verdeling is de datum van het echtscheidingsverzoek voor de Rechtbank van 1e Aanleg. Dat is de theoretische datum van de ontbinding van de huwgemeenschap. Vermits die boedelverdeling binnen die vereffening en verdeling valt, kunt u zich daarvoor ook op diezelfde datum baseren. Bij scheiding van goederen gebeurt er doorgaans geen vereffening en verdeling, omdat vooraf vaststaat wat iedereen heeft.

Bij u veronderstel ik dus een gemeenschap van goederen of een gemeenschap van goederen beperkt tot de aanwinsten. Voor de vereffening en verdeling is de notaris gerechtigd alle rekeningen na te trekken via opvraging bij de banken van de rekeninguittreksels of rekeningverrichtingen in de periode voor en na de datum van het verzoekschrift tot echtscheiding. Ik kan mij vergissen, maar ik vermoed dat die periode 6 weken voor en 6 weken na die datum ligt.

Als uw echtscheidingseis dateert van 16/5/2010 en de afhaling van de gelden is gebeurd op 2/11/2009, dan zal de notaris via die bankbescheiden binnen de genoemde periode niet in staat zijn om de verrichting van 2/11/2009 na te gaan en zou u kunnen ontsnappen aan de verdeling van dat geld.

Nochtans moet ik stellen dat de regels van billijkheid zouden vereisen dat wat tot de huwgemeenschap behoort ook redelijkerwijze voor fity fifty onder de partners moet worden verdeeld in overeenstemming met de desbetreffende bepalingen in het Burgerlijk Wetboek. Daarom begrijp ik de advocaat van de tegenpartij in zijn streven om alsnog een verdeling te bedingen van het in november opgenomen geld.

Speelt u het opportunistisch spel of laat u de redelijkheid en de billijkheid gelden voor uzelf ?

Met vriendelijke groet

G.D.


 
Omhoog
 

De levensverzekering bij de vereffening en verdeling

Wat gebeurt er met het uitgekeerde kapitaal van een levensverzekering bij een echtscheiding ? Valt dat kapitaal binnen de gemeenschap bij het wettelijk stelsel van beperking van de gemeenschap tot de aanwinsten ? Heeft de andere huwelijkspartner die de verzekering niet heeft afgesloten, recht op een vergoeding voor de gelden die het gemeenschappelijk vermogen heeft gestort bij de betaling van de premies ? Wat als de levensverzekering nog geen eindvervaldag heeft bereikt bij de vereffening en verdeling ? Het antwoord op die vragen kan heel wat misverstand, heel wat moeilijkheden en discussies voorkomen op het notariskantoor bij de besprekingen omtrent de vereffening en verdeling.

Bij het afsluiten van een levensverzekering binnen een huwelijk in tempore non suspectu - op het ogenblik dat het huwelijksleven nog zijn gewone gang gaat, is er een of meer verzekeringsnemers en zijn er begunstigden. In vele gevallen sluit de man de levensverzekering af als verzekeringsnemer en wordt de vrouw de eerste begunstigde. Bij vooroverlijden van de vrouw worden de kinderen in tweede orde als begunstigden in het contract ingeschreven. Het is normaal de bedoeling dat de man die zijn vrouw als begunstigde opgeeft, haar de voordelen van de verzekering laat genieten bij zijn mogelijk overlijden. Daarmee kan zij bij zijn dood al een heel eind verder.

Het is wel zo dat de verzekeringsnemer op elk ogenblik van het lopende levensverzekeringcontract de begunstigdenclausule kan laten wijzigen en een of meer andere begunstigden kan laten opnemen in het contract. Als er huwelijksmoeilijkheden opdagen en de man die verzekeringsnemer is, de bui voelt naderen, dan kan hij de nodige schikkingen treffen en de begunstigdenclausule wijzigen. Hij kan daarvoor de kinderen aanduiden en als dat ook niet zo betrouwbaar is, dan kan hij bijvoorbeeld zijn ouders als begunstigden aanwijzen.

Bij het overlijden van de verzekeringsnemer voor het contract zijn eindvervaldag heeft bereikt, wordt het verzekerde kapitaal uitgekeerd aan de laatst aangeduide begunstigde(n) in het contract. Bereikt de man levend de eindvervaldag, dan zal hij ongetwijfeld zelf het uit te keren kapitaal verwerven. In elk geval is volgens de wet op de Landverzekeringsovereenkomsten die geldsom een eigen goed hetzij van de verzekeringsnemer bij leven, hetzij van de begunstigde(n) bij vooroverlijden van de verzekeringsnemer. Dat betekent dat hoewel de premies werden betaald uit de huwelijksgemeenschap, de andere echtgenoot bij de vereffening en de verdeling geen aanspraak kan maken op een deel van het uitgekeerde kapitaal of een vergoeding krijgen voor de gelden die als premies uit het gemeenschappelijk vermogen vandaan komen. De situatie is uiteraard volkomen anders als beide vroegere huwelijkspartners bij het afsluiten van het verzekeringscontract hun handtekening hebben geplaatst als verzekeringsnemer of om dat contract als dusdanig te erkennen. Heeft de vrouw niet mee getekend, dan blijft het uitgekeerde kapitaal een persoonlijk goed.

Nu is het verzekeringswezen de laatste jaren nogal geëvolueerd. Een van de tendensen is duidelijk dat levensverzekeringen nu ook worden afgesloten als een vorm van sparen. Volgens een aantal auteurs die zich met de materie bezig hielden, is de wettelijke regeling discriminerend als de levensverzekering in feite een spaaroperatie betekent. Dat is dikwijls zo bij een gemengde levensverzekering waarbij een kapitaal wordt uitbetaald of bij overlijden of bij het bereiken van een bepaalde leeftijd. In die situatie zou volgens die auteurs de vermogenswaarde van de verzekering in het gemeenschappelijk vermogen vallen. In dat geval kan bij de vereffening en verdeling bij echtscheiding wel een vergoeding voor de gestorte premies uit het gemeenschappelijk vermogen worden gevraagd. Ook een arrest van 1999 van het Arbitragehof tast de wettelijke regeling aan in een geval waarin een levensverzekering werd aangegaan binnen het raam van een financiering. Zolang de bestaande wettelijke regeling echter niet bij wet is gewijzigd, blijft ze uiteraard gelden, maar blijft een discussie over de materie mogelijk. Bij een normale levensverzekering, waarbij het verzekerde kapitaal wordt uitgekeerd aan de begunstigde op het ogenblik van het overlijden van de verzekeringsnemer, is het kapitaal eigen of persoonlijk van de begunstigde persoon. Loopt de verzekering door bij de vereffening en verdeling bij leven van beide ex-huwelijkspartners, dan kan er geen aanspraak worden gemaakt op vergoeding, omdat binnen het huidige wettelijk systeem het potentieel verzekeringskapitaal persoonlijk is of eigen aan de verzekeringsnemer.

Ghislain Duchâteau

Voor meer infomatie zie ook de Juridische Kroniek van Jan Roodhooft in De Standaard van dinsdag 16 juli 2002 onder de titel "Voor elk een stuk ?"


 
 
     
Laatste update : 6 december 2017 | Vragen welkom bij : Webmaster Top | Home