Informatie - Woonstvergoeding
 

Adviezen | Advocaat | Bank | Belastingen | Bestaansmiddelen | Detective | Deurwaarder | Echtelijke woning
Echtscheiding door onderlinge toestemming | Erfenis | Gezinnen | Gezinswoning | Gevoelens | Gevolgen echtscheiding
Geweld | Hulpverlening | Huwelijksplichten | Huwelijksstelsel | Jongeren na echtscheiding | Jurisprudentie Justitiehuizen | Kerk | Leven na scheidingNieuwe gezinsvormen | Nieuwe relatie | Nieuw-samengestelde gezinnen
Notaris | Omgangsrecht | Onderhoudsgelden | Onderwijsaangelegenheden | Ouderlijk gezag | Ouder-naam
Ouderschapsbemiddeling | Overlijden | Overspel | Procedure | Relaties | Samenwoning | Scheidingsbemiddeling Vaderschap bij scheiding | Vereffening en verdeling | Wetgeving | Woonstvergoeding

Artikels :
- Woonstvergoeding bij echtscheiding
 
 

INFORMATIE - VEREFFENING EN VERDELING - WOONSTVERGOEDING

Gegevens over het principe van de w o o n s t v e r g o e d i n g bij echtscheiding

Wanneer mannen in een echtscheiding terechtkomen en een beroep moeten doen op een advocaat als juridisch raadsman, krijgen ze bij hun instapbijeenkomst op het advocatenkantoor heel veel informatie over wat hun te wachten staat. Die raadpleging brengt een eerste fase teweeg voor de weerbaarheid van de man in de juridische doolhof waarin hij later toch niet mag verdwalen. Temidden van die veelheid van gegevens blijft de raadsman meestal niet stilstaan bij de zogenaamde woonstvergoeding. Ook later vergeet de advocaat meestal zijn cliënt daaromtrent de essentiële gegevens over te maken. Het is nu onze bedoeling het principe even duidelijk te maken en te stellen hoe dat principe in de praktijk functioneert.

Bij echtelijke moeilijkheden komen de echtelieden vaak eerst terecht bij een vrederechter die moet verzoenen, maar vaak toch al voorlopige maatregelen uitvaardigt waarbij een afzonderlijke woonst van de echtelieden wordt toegekend. Hierbij komt een woonstvergoeding niet ter sprake, omdat er geen echtscheiding aan de orde is en het huwelijk in rechte behouden blijft. Voor een procedure in voorlopige maatregelen bij de vrederechter kan dus geen aanspraak worden gemaakt op een woonstvergoeding als een van beide huwelijkspartners de gezinswoning moet verlaten.

Dat is echter wel het geval wanneer een verzoekschrift tot echtscheiding wordt ingediend bij de Rechtbank van Eerste Aanleg. De datum van indiening van het verzoekschrift wordt later aangezien als de datum van de huwelijksvermogenssplitsing. Het is dus een uitermate belangrijke datum die elke echtscheidende beslist moet optekenen en onthouden. Aansluitend bij een echtscheidingsverzoek voor de rechtbank van  1e Aanleg wordt doorgaans een andere procedure in kortgeding gevoerd voor voorlopige maatregelen. Ook daarin wordt meestal een afzonderlijke woonst toegestaan aan de beide scheidende echtelieden. Heel vaak moet de man de gezinswoning verlaten en elders een onderkomen zoeken. Als de gezinswoning een huurwoning is, geldt het principe van de woonstvergoeding niet. Als de woning eigendom is van de beide scheidenden, dan kan later bij de vereffening en verdeling wel een woonstvergoeding worden gevorderd bij de instrumenterende notaris. Wie in de eigendom blijft wonen, wordt verondersteld vanaf de datum van indiening van het echtscheidingsverzoek het volledige genot van de gezinswoning te hebben. Wie elders gaat wonen, zou zonder het principe van de woonstvergoeding het volledige genot van de verlaten gezinswoning waarvan hij mede-eigenaar is, moeten missen. Daarom is voorzien dat de woningverlater die elders ook woonkosten heeft, gerechtigd is bij de vereffening en verdeling de helft van de huurwaarde per maand te vorderen van de woning waarin de andere partner altijd verder heeft gewoond. Hebben scheidende huwelijkspartners een woning in eigendom die een huurwaarde heeft van bijvoorbeeld 500 Euro per maand en blijft de vrouw gedurende de scheidingsperiode in het huis wonen, terwijl de man elders verblijft, dan kan de man bij de notaris in de vereffening en verdeling vanaf de datum van indiening van het echtscheidingsverzoek tot de dag dat de vrouw de woning verlaat of tot de dag dat de woning wordt verkocht aan derden een woonstvergoeding vragen van 250 Euro. per maand. Duurt die scheidingstijd bijvoorbeeld drie jaar, dan bedraagt die woonstvergoeding 250 Euro x 12 x 3 = 9.000 Euro (= 363.059 BF.). Die som komt dan op het tegoed van de man in de vereffening en verdeling na de echtscheiding.

Soms wordt de woonstvergoeding in de vereffening en de verdeling bij de notaris betwist. Een geldige betwisting is alleen maar mogelijk als de Voorzitter in Kortgeding bij zijn voorlopige maatregelen in echtscheiding voorzien heeft in zijn vonnis, dat bij de onderhoudsgelden die voor de kinderen bepaald worden expliciet ermee rekening is gehouden dat zij mede met de bewakingsgerechtigde ouder van het genot van de gezinswoning genieten. Als in die voorlopige maatregelen daaromtrent niets vermeld is, geldt onverkort het principe van de woonstvergoeding.

In het tijdschrift Limb. Rechtsl., 1994 blz. 93-95 vinden wij verkort een vonnis weergegeven omtrent de betwisting van de woonstvergoeding. Het is geveld voor de 1e Kamer van de Rechtbank van 1e Aanleg te Hasselt op 23 november 1993 (A.R. 92/148). Het draagt als titel “Vereffening na echtscheiding van uitbetaling van woonvergoeding tijdens de echtscheidingsprocedure”. De inleiding cursief gedrukt luidt als volgt : “De partij die tijdens de procedure van echtscheiding de gezinswoonst betrekt, is een woonstvergoeding aan de andere partij verschuldigd gelijk aan de helft van de huurwaarde en dit vanaf de datum van het inleidend verzoekschrift.” In dit geval bedroeg de huurwaarde van de woning 15.000 F. per maand. In haar beschikkend gedeelte oordeelt de rechtbank als volgt : “Zegt voor recht dat eiseres lastens verweerder, wegens dezes exclusief genot van de voormalige gezinswoonst van de partijen, gerechtigd is op een maandelijkse vergoeding van 7.500 F. van december 1987 tot de dag dat verweerder deze woning verlaat of tot de dag dat deze woning openbaar verkocht wordt” . Het grote verschil met ons voorbeeld hierboven is, dat de man tijdens de echtscheidingsprocedure al die tijd de gezinswoning heeft bewoond en dat hij nu bij de vereffening en verdeling aan de vrouw, die elders heeft verbleven, de woonstvergoeding is verschuldigd. De verblijfsduur van de man in de woning is ook veel langer en de som van de woonstvergoeding zal dan ook in verhouding heel wat hoger liggen.

Op welke rechtsgrond berust nu de toekenning van de woonstvergoeding? Er is geen artikel in het Burgerlijk Wetboek dat ernaar verwijst. De woonstvergoeding is in feite inherent aan, verankerd in de vereffening en verdeling van het huwelijksvermogen na het echtscheidingsvonnis op grond van onherstelbare ontwrichting van het huwelijk. Voor de vereffening en verdeling moet niet alleen rekening worden gehouden met het feitelijk bestaande vermogen maar ook met de in de tijd verworven meerwaarde van dat vermogen. Het genot of het derven van de gezinswoning betekent voor de een of de ander een meer- of een minwaarde. In een billijke verdeling moet het nadeel van de genotsderving gedurende de echtscheidingsperiode (vanaf de indiening van het echtscheidingsverzoek) ten voordele van de genotsderver in die tijdspanne worden verrekend. De juridische basis kan daarvoor gevonden worden in Cassatierechtspraak, die nagenoeg evenveel gezag uitstraalt als een wetsbepaling.

Mr. Patrick Hofströssler
Bestuurder van de Orde van de Vlaamse Balies
Bestuurder Advocatenkantoor Eubelius


Bij het hierboven geciteerde vonnis voegt de redactie van het tijdschrift Limb. Rechtsl. nog een nota waarin gesteld wordt, dat het probleem van de woonstvergoeding heel ruim aan bod komt, zowel in de rechtspraak als in de rechtsliteratuur. In dat laatste verband wordt daarom de omvangrijke studie met veelvuldige verwijzingen aangehaald van Mr. Patrick HOFSTRÖSSLER, advocaat in Brussel in het Tijdschrift voor privaatrecht, 27e jaargang, deel 4 -90, p. 1517 e.v. De problematiek werd voor juristen eveneens op een uitstekende manier behandeld door prof. dr. Nan TORFS op een studieavond van het Postuniversitair Centrum in Diepenbeek (nu Universiteit Hasselt) op 21 april 1994. Daarvan kan mogelijk een verslag worden opgevraagd. We hebben ons in het bovenstaande beperkt tot het strikte principe van de woonstvergoeding bij echtscheiding. Wie met het probleem geconfronteerd wordt, kan eventueel met zijn advocaat een grondigere studie ervan maken aan de hand van de hierboven vermelde verwijzingen.

Ghislain Duchâteau

 


 
 
 
     
Laatste update : 5 maart 2008 | Vragen welkom bij : Webmaster Top | Home