Kinderen (Nederlands)
 
Zowel vaders als moeders houden van hun kinderen

 
 

Als wij niet meer geloven dat het kan
Wie dan wel?
Als wij er niet voor zorgen
Dat de toekomst is geborgen
Voor de kinderen van morgen
Wie dan wel?

Paul van Vliet


Index
 

- Scheidingscursus voor kinderen in Nederland - 18-6-2017
- Kinderen en scheiding: het perspectief van de (groot)ouders - artikel september 2014
- Wanneer vaders het contact met hun kinderen verliezen na een scheiding - artikel mei 2013
- Ontmoeting tussen twee werelden - Voorstelling over de zoektocht van een dochter naar haar vader
- De website Twee huizen – Als ouders apart gaan wonen - voor kinderen, jongeren en gescheiden ouders
- Brief van een trotse maar verongelijkte vader
- Belang van het kind? Nee, een rechtstaat voor het kind - Mr. Peter Prinsen
- Cornald Maas in gesprek met kinderen van gescheiden ouders
- Kinderen in de schaduw van een scheiding
- Ruim die heilige moedermythe op - video met Charlotte Lemmens tegen boosaardige moeders
- Peter Tromp over zijn eigen vaderschap bij vervreemding en zijn inzet voor vaders
- Memorandum van het Kinderrechtencommissariaat 2009-2014 met Fiche 08 Scheiding
- Werkboekjes "Uit elkaar voor kinderen" en "Uit elkaar voor jongeren"
- De impact van een (echt)scheiding op kinderen en ex-partners
- Het volmaakte geschenk voor mijn kind
- Vrijdag 10 november 2006 HASSELT Studienamiddag
'Het Belang van het Kind' gedwongen uitvoering omgangsrecht: een multidisciplinaire benadering

- Voordracht prof. dr. Hubert Van Gijseghem "Garde résidentielle et intérêt de l'enfant" Universitaire Faculteiten Namen 24 april 2006 te 19.30 u.
- Vechtscheiding en verwenning als eigentijdse vorm van kindermishandeling
* studiedag op vrijdag 2 december 2005 in Westerlo

- Kinderen tegenover de conflicten van hun scheidende ouders - deel van een verslag
- Echtscheiding en ouders in conflict. Een mogelijk gevolg voor de kinderen: gespleten loyaliteit naar de ouders toe
- 20 verzoeken van kinderen aan hun (echt)gescheiden ouders - Karin Jäckel
- Waarom beschermen we kinderen niet bij scheiding?
- Slecht nieuws voor kinderen - artikel van Wim Orbons (16-9-2004)
- Gescheiden ouders, gescheiden kinderen
- Opdracht aan de kinderen - Dr. R. Gardner
- De juridische benadering van het belang van het kind
-
Dag van de Rechten van het Kind op 20 november
- Kind in bemiddeling (recente boekpublicatie) Cees van Leuven / Annelies Hendriks
- Kinderen en echtscheiding. Lees- en werkboek voor...
- Kinder- en jeugdboekenlijst over verwerking scheiding
- Kinderen helpen bij verlies

Toepasselijke gedichten

- Ik ben blij dat ik je niet vergeten ben
-
Mis mij, een magistraal tienergedicht van Ted van Lieshout
- Opvoeden is ook met liefde loslaten

 

Omhoog

 

Scheidingscursus voor kinderen in Nederland - 18-6-2017


Op een speciale cursus leren ze om te gaan met woede en verdriet.

De Dappere Dino-cursus van vandaag wordt gegeven in een locatie van het eerste Kenniscentrum Kind en Scheiding (regio Haaglanden). Dat ging onlangs open. Lange tijd ijverde toenmalig minister voor Jeugd en Gezin André Rouvoet (ChristenUnie) voor een Centrum voor Jeugd & Gezin in elke gemeente. Maar de maatschappij verandert. Nu is er dus het eerste Kenniscentrum voor Kind en Scheiding. Drie keer per week is er een inloopspreekuur in Delft, Den Haag, Rijswijk, Voorburg, Westland, Zoetermeer en Wassenaar. Voor scheidende ouders en hun kinderen.


Je papa en mama zijn uit elkaar, zegt de dino

Scheiding Bij een scheiding zijn kinderen hoe dan ook de klos.
Op een speciale cursus leren ze om te gaan met woede en verdriet.

  • Frederiek Weeda

18 juni 2017 om 18:49

Haar zoon van 7 heeft vaak boze buien. Een tijdje geleden schreeuwde hij: „Ik haat je! Je bent de stomste moeder die ik ken!” Rima (41) begreep de woede wel. Zij was al een tijd gescheiden van de vader van haar zoon en woonde in bij haar moeder. De ene week woonde haar zoon bij haar, de andere week bij oma van papa’s kant. Haar ex en zij hadden allebei nog geen huis. „Het waren te veel veranderingen. Het werd hem te veel.” Op een ander moment vertelde hij dat zijn hoofd vol zat. Hij zei: „Ik voel me zo alleen.” Toen brak er iets bij Rima. „Ik ben op zoek gegaan naar hulp.”

Vandaag zit haar zoon bij de Dappere Dino-cursus in Rijswijk. De cursus leert kinderen van 6 tot 8 jaar omgaan met de scheiding van hun ouders. Voor kleuters is er de Stoere Schildpadden-cursus. De cursussen (ontwikkeld door TNO) worden sinds een paar jaar gegeven in het hele land. De kinderen ontmoeten andere kinderen met gescheiden ouders, leren emoties benoemen (bang, boos, bedroefd) en problemen oplossen. Wat doe je bijvoorbeeld als bij het slapen gaan blijkt dat de knuffel nog bij papa ligt? (een reserve-knuffel in beide huizen bewaren.)
De Dappere Dino-cursus van vandaag wordt gegeven in een locatie van het eerste Kenniscentrum Kind en Scheiding (regio Haaglanden). Dat ging onlangs open. Lange tijd ijverde toenmalig minister voor Jeugd en Gezin André Rouvoet (ChristenUnie) voor een Centrum voor Jeugd & Gezin in elke gemeente. Maar de maatschappij verandert. Nu is er dus het eerste Kenniscentrum voor Kind en Scheiding. Drie keer per week is er een inloopspreekuur in Delft, Den Haag, Rijswijk, Voorburg, Westland, Zoetermeer en Wassenaar. Voor scheidende ouders en hun kinderen. De gemeenten betalen ervoor.

De scheiding van Rima en haar man verliep harmonieus. Ze hebben nooit ruzie gehad over de omgangsregeling of de opvoeding na de scheiding, zegt ze. Ze hebben allebei werk, vrienden en familie en gunnen elkaar het beste. Als haar zoon vraagt waarom papa en mama niet weer bij elkaar kunnen wonen, zegt ze: „Zou je het normaal vinden als een broer en een zus verliefd werden op elkaar?” Nee! zegt hij. „Nou, zo leefden papa en mama. Dat gaat niet.”

De scheiding van Maaike (34) was problematischer. Haar zoon, ook 7, heeft de Dappere Dino-cursus doorlopen. De boze buien die hij daarvoor had, zijn goeddeels verdwenen. Nu volgt zijn zusje (5) de Stoere Schildpadden in Rijswijk. Want zij is ook boos. Haar moeder: „Ik hoop dat ze hier leert het een plekje te geven.”

Maaike en haar ex gingen twee jaar geleden uit elkaar. Het eerste jaar konden ze het niet eens worden over de omgangsregeling, vertelt ze. Hij wilde de kinderen om de week hebben maar, zei Maaike, in ‘zijn’ week zouden ze de hele week bij opa en oma zitten omdat hij veel werkt. En zij werkte maar drie dagen per week. Een mediator smeedde uiteindelijk een akkoord: sinds een jaar wonen de kinderen per 14 dagen 9 dagen bij haar en 5 dagen bij hem. Maaike: „Ik waardeer hem nu meer dan toen we getrouwd waren, want hij spant zich in die vijf dagen enorm in voor de kinderen.”

Haar nieuwe relatie veroorzaakte wel weer spanningen, het afgelopen half jaar. Haar ex was weer een paar maanden boos. Tegen haar kinderen zegt ze steeds, ter geruststelling: „Je hebt maar één papa. Er komt echt geen betere.”

Een school kiezen

Kinderen passen zich bij een scheiding aan en proberen beide ouders te behagen. Kindercoach Ingrid van Wijk in Aalsmeer ziet het dagelijks. Ze moeten bijvoorbeeld een middelbare school kiezen. Papa wil díé school, mama liever díé school. Ja, peinst het kind, ik ben voor mama op ballet gegaan. Misschien moet ik voor de school van papa kiezen.

Bij de Dappere Dino’s vertelt een handpop, een Dino, dat zijn ouders gescheiden zijn en dat zijn moeder in het bos woont en zijn vader in een grot. Steevast komen dan de verhalen van de kinderen los, zegt cursusleider Wendy van Vliet. Over hoe zij het ervaren om elke week te moeten verkassen. Van de gescheiden stellen doet 20 procent aan ‘co-ouderschap’. Dat wil zeggen: de kinderen wonen om beurten bij papa en mama.


Papa wil díé school, mama liever díé school. Ja, peinst het kind, ik ben voor mama op ballet gegaan. Misschien moet ik voor de school van papa kiezen.



Van Vliet, die vele tientallen Dappere Dino-cursussen heeft gegeven, leert de kinderen ook praktische problemen oplossen. „Grotemensenproblemen kunnen ze niet oplossen – de kinderen willen allemaal dat hun ouders weer bij elkaar komen. Maar kleine dingen wel.” Een kind vertelde Van Vliet dat ze een tekening wilde maken voor haar vader want ze mocht hem niet zien. Maar ze was te klein om hem zelf in de brievenbus te gooien. Met behulp van een striptekening bedacht ze een oplossing: haar moeder zou een foto maken van de tekening en die appen naar papa.
Appen en facetimen met de afwezige ouder – veel kinderen vinden dat heerlijk, vertelt Van Vliet. Het rapport laten zien, het zwemdiploma, de lego-toren. „We horen ook weleens dat het niet kan omdat mama of papa geen wifi heeft. 3G (wat duurder is) ervoor gebruiken, willen ze niet.” Dat zijn, onderstreept Van Vliet, de moeizame scheidingen.

Aanleiding om het Kenniscentrum Kind en Scheiding op te richten, waren de vragen van ouders en grootouders die dagelijks binnenkwamen bij Van Vliet in haar functie als coördinator schoolmaatschappelijk werk in de regio en trainer bij Dappere Dino’s. Van ‘mijn ex komt zijn of haar afspraken niet na, wat kan ik doen?’ tot ‘ik mag mijn kleinzoon niet meer zien, wat zijn de mogelijkheden?’. Een scheiding heeft impact op elk kind, zegt zij, maar hoe groot de impact of schade is, hangt grotendeels samen met hoe de ouders met elkaar omgaan na de scheiding.
Van de scheidingskinderen woont 75 procent hoofdzakelijk bij hun moeder, 5 procent bij hun vader en de rest om beurten bij beide. Van die 80 procent ziet 18 procent één van de ouders helemaal niet meer. Toenmalig Kinderombudsman Marc Dullaert stelde in 2014 een ‘vechtscheiding’ voor kinderen gelijk aan kindermishandeling.
Bij een vechtscheiding blijven ouders soms jarenlang in de vechtstand. Zelfstandige kindercoach Ingrid van Wijk in Aalsmeer: „Dat gaat over tijden, bedragen, wat mag en niet mag”. Ze accepteert kinderen voor haar therapie (gesprekken) alleen als beide ouders er achterstaan. Als ze het in elk geval dáár over eens kunnen worden. „Ik heb een keer een scheidingsgezin geweigerd. Heel erg. Maar het kon niet anders: de moeder ging na het intakegesprek al controleren wat vader over haar had gezegd.”

Toename vechtscheidingen

De overheid stelde in 2009 een gezamenlijk ‘ouderschapsplan’ verplicht. Daarin moeten scheidende ouders afspraken vastleggen over de zorg voor de kinderen. Dat schept duidelijkheid en rust, was het idee. De praktijk pakt anders uit. De toename van het aantal vechtscheidingen schrijven deskundigen deels toe aan dat ouderschapsplan. Ingrid van Wijk: „Ouders leggen bijvoorbeeld vast dat een nieuwe partner pas na zes maanden aan het kind wordt voorgesteld. Maar dan is mama verliefd en binnen een maand stelt ze haar nieuwe vriend voor aan de kinderen.”


Ook de taakverdeling die ouders vastleggen, zorgt voor spanningen. In de meeste Nederlandse gezinnen doen moeders meer dan vaders; als na de scheiding de vader opeens de helft moet gaan doen, volgens het ouderschapsplan, lijdt zijn werk eronder. Beter, zegt Van Wijk, is als de taakverdeling in het ouderschapsplan ongeveer hetzelfde blijft als tijdens het huwelijk.


Scheidingen

Het aantal kinderen met gescheiden ouders groeit gestaag: jaarlijks komen er 60.000 bij. In 20 jaar steeg het jaarlijkse aantal scheidingen waarbij kinderen betrokken zijn, met 19 procent tot 19.215 in 2015. Daar komen nog de ‘scheidingen’ van ongetrouwde ouders bij.

Tussen 10 en 15 procent van de scheidingen is volgens Justitie een vechtscheiding. De definitie: „Als de scheiding zo conflictueus verloopt dat de ouders het belang van de andere ouder of van de kinderen uit het oog verliezen.”


Nrc.nl



 
Omhoog
 

Kinderen en scheiding: het perspectief van de (groot)ouders - artikel september 2014

Scheiden. Er is de laatste jaren al veel over geschreven. Een perspectief ontbreekt echter in het verhaal: de beleving en de plaats van de ouders van het koppel dat uit elkaar gaat, de ouders van het echtpaar die in veel gevallen ook grootouders zijn.

Hoe kunnen grootouders ondersteuning bieden?

Grootouders willen bij een scheiding graag helpen. Om steun te bieden is informatie van groot belang. Het helpt hen om een scheiding te zien als een gefaseerd proces zoals de overweging, de beslissing en het overleg. Inzicht in de fasen van een rouwproces draagt bijvoorbeeld bij tot begrip waarom hun dochter lang in haar kwaadheid blijft hangen of toch nog hoop koestert en de stap naar aanvaarding niet kan zetten.

Grootouders helpen hun kind het best door ‘meerzijdig partijdig’ te zijn. Dit betekent dat ze niet blindelings kiezen voor één van de partijen, maar oog hebben voor de beide verhalen en voor de beleving en behoeften van de kinderen. Dat is niet eenvoudig. Het is verleidelijk om je mee te laten zuigen in de emoties en – soms – in de strijd. Grootouders scharen zich soms onvoorwaardelijk achter hun kind en wijzen de partner als de ‘schuldige’ aan. Ze bekijken de situatie enkel vanuit het perspectief van hun eigen kind en hebben geen oog voor de andere kant van het verhaal. Dit betekent niet noodzakelijk een steun voor hun kind. Soms gebeurt het ook dat de grootouders partij kiezen voor de schoonzoon of –dochter. Dit leidt tot spanningen met hun eigen kind.

Partijdigheid van de grootouders is ook nefast voor de kleinkinderen. Grootouders maken het voor de kleinkinderen veilig wanneer zij genuanceerd en meerzijdig partijdig over de scheiding met hen spreken. De kleinkinderen zoeken bij hun grootouders een plek waar ze rust vinden en waar ze terechtkunnen met hun vragen en verdriet. Grootouders steunen hun kleinkinderen door hen te helpen spreken over de pijn en het gemis. Daarom is neutraliteit belangrijk ten opzichte van het ex-schoonkind en belasten zij hun kleinkinderen niet met hun eigen gevoelens.

Een voorwaarde om een steunpilaar te zijn, is dat grootouders tijd voor zichzelf vragen. Ze moeten het slechte nieuws zelf eerst verwerken en zich verhouden tot de nieuwe situatie. Dit maakt hen sterker. Ook is het belangrijk om expliciet te vragen hoe zij kunnen helpen. Sommige kinderen hebben nood aan praktische hulp (bv. Helpen verhuizen, de kinderen opvangen), terwijl anderen vooral nood hebben aan een luisterend oor.

Gevoelens en verwerkingsproces

Een scheiding roept heel wat gevoelens en oude thema’s bij grootouders op. Hun eerste reactie is een beschermreflex. Ze denken meteen aan hun kleinkinderen en voelen hun pijn bij het uit elkaar vallen van het gezin. Ze zijn bang om het contact met hun kleinkinderen te verliezen. Zij vragen zich vertwijfeld as of zij bijvoorbeeld iets hadden kunnen doen om het te verhinderen of dat zij zelf als koppel misschien geen goed voorbeeld hebben gegeven. Bij een scheiding komen de gevoelens die er ook al tijdens het huwelijk waren opnieuw op de voorgrond. Oorspronkelijke twijfels steken de kop weer op: “Zie je wel, het was geen man voor haar”. Ze slagen er dan niet in om zich meerzijdig partijdig op te stellen en beseffen misschien dat ze zelfs een impliciete rol hebben gespeeld bij de scheiding.

“GROOTOUDERS STEUNEN HUN KLEINKINDEREN
DOOR HEN TE HELPEN SPREKEN OVER DE PIJN EN HET GEMIS

Grootouders maken dus ook een verwerkingsproces door. Ze stellen de eigen partnerrelatie soms opnieuw in vraag. Zij vragen zich bijvoorbeeld af of ze indertijd zelf hadden moeten scheiden. Voor gescheiden grootouders is het extra pijnlijk om te zien dat hun kind hetzelfde meemaakt. Mogelijk brengen zij hierdoor meer begrip op voor de situatie. Grootouders gaan door een rouwproces omdat ze hun schoonkind, dat deel van de familie was, moeten loslaten. Wanneer ze erin slagen om hun eigen verwerkingsproces op een serene manier door te werken, belasten zij hun klein- en kinderen hier niet mee. Zo kunnen ze een hulpbron zijn voor hun omgeving.

Verschillen in individuele reacties bij grootouders leiden tot nieuwe spanningen in hun eigen relatie. Wanneer één van de grootouders bijvoorbeeld wist dat het misging in het huwelijk van hun kind en dit niet deelde met de partner, kan dit oude patronen in de eigen partnerrelatie pijnlijk blootleggen (bijvoobeeld alle communicatie met de kinderen verloopt via moeder en vader wordt er buiten gehouden). Ook het al of niet in staat zijn om meerzijdig partijdig naar de situatie te kijken, leidt soms tot wrevel en onenigheid tussen de grootouders. Wanneer de ene grootouder wel begrip heeft voor het schoonkind en de andere niet, creëert dit loyaliteitsconflicten en onderlinge fricties tussen de grootouders.

Veranderingen voor de grootouders

Grootouders worden ook uitgedaagd om met heel wat veranderingen om te gaan. Zo kunnen zij soms al snel te maken krijgen met een nieuwe partner. Hierbij ervaren grootouders dezelfde weerstand als de kleinkinderen; ze zijn nog niet klaar om de nieuwe partner een plaats te geven in hun leven. Hierin begrijpen grootouders en kleinkinderen elkaar.

Ook krijgen zij er naast de nieuwe partner van hun kind in veel gevallen ook stiefkleinkinderen bij. Zij vragen zich af of zij deze kinderen hetzelfde behandelen als hun eigen kleinkinderen. Voor velen is het antwoord “nee”. Ook volgen er soms nieuwe kleinkinderen met de tweede partner. Er ontstaan dus verschillende ‘categorieën’ van kleinkinderen. Wanneer er sprake is van een derde partner, wordt het een nog complexer familiesysteem waar grootouders op zoek moeten naar hoe ze zich verhouden tot een ingewikkeld web van nieuwe partners en kleinkinderen.

Na de scheiding zijn er op regelmatige basis lastige momenten, zoals familiefeesten. Deze bijeenkomsten zijn spannend voor alle betrokkenen. Bij dergelijke gelegenheden komen oude pijnpunten en thema’s weer naar boven. De rivaliteit tussen de ouders en schoonouders kan plots weer opduiken, bijvoorbeeld rond de vraag: wie heeft er meer of minder voor de kleinkinderen gezorgd? Zeker wanneer grootouders zelf ook gescheiden zijn, kunnen dit soort bijeenkomsten pijnlijk zijn.

Tegenwoordig is scheiden helaas geen uitzondering meer. De grootouders hebben vaak een belangrijk plaats in het leven van kleinkinderen. Het zorgvuldig omgaan met de scheiding van de ouders is van groot belang om deze bijzondere band te behouden. We bevinden ons nu in een overgangssituatie. Scheiden is al lang geen schande meer. De ouders van vandaag, die in grote getale aan het scheiden zijn, zullen sneller geconfronteerd worden met complexe familiesituaties. Hopelijk zullen zij hier beter mee leren omgaan, zodat ze later, in het geval ze met de scheiding van hun kinderen geconfronteerd worden, hier sereen mee om kunnen gaan en daardoor ook een steunpilaar voor hun kleinkinderen kunnen zijn. Vaak wordt er hulp gezocht voor de kleinkinderen wanneer het niet goed met hen gaat, alsof zij het probleem zijn. Laten we als ouders en grootouders een inspanning leveren om zelf een positieve manier te zoeken om met een eventuele scheiding om te gaan, zodat we een steun en toeverlaat kunnen zijn voor onze kleinkinderen en kinderen.

Diana Evers en Silvia Prins

Tijdschrift ‘GEZOND THUIS’ van het Wit-Gele Kruis 21e jg. nr. 78, september 2014 blz. 12-13.



 
Omhoog
 

Wanneer vaders het contact met hun kinderen verliezen na een scheiding - artikel mei 2013

Artikel in Engelse versie van Arnaud Régnier-Loilier in Population & Societies – nummer 500 – mei 2013

Vele vaders zien hun kinderen zelden na een scheiding. Sommige verliezen zelfs helemaal het contact. Hoeveel kinderen zijn daarbij betrokken? De schrijver analyseerde de Franse versie van de Generations and Gender Survey (Étude des relations familiales et intergénérationnelles, ERFI),  Daarbij bestudeerde hij de frequentie van dat contactverlies tussen vaders en hun kinderen en de omstandigheden waarin dat voorkomt.

Samenvatting

Volgens het ERFI overzicht van 2005 zien ongeveer een op tien minderjarige kinderen van wie de ouders gescheiden zijn hun vader nooit. Hoe jonger het kind is in de tijd van de scheiding van zijn ouders, des te minder ziet het als gevolg daarvan zijn vader. De verhouding kinderen die nooit hun vader zien is groot als de echtscheiding niet het gevolg was van een onderlinge toestemming, maar ingezet wordt ofwel door de moeder alleen of door de vader alleen. Het aantal is ook hoger als de vader een laag scholingsniveau heeft, een onstabiele baan heeft of werkeloos is of een laag inkomen heeft. Contactverlies tussen vader en kind is minder frequent in gevallen van een alternerende verblijfsregeling.

Lees het volledige artikel

(Bron: Vaderinstituut)



 
Omhoog
 

Ontmoeting tussen twee werelden - Voorstelling over de zoektocht van een dochter naar haar vader

Baba (10+) is een muzikale voorstelling van en met Dahlia Pessemiers Benamar over een onverwachte ontmoeting tussen twee werelden. Jonas Van den Bossche maakt muziek samen met Walid Ben Chikha, die ook speelt. Jellie Schippers coregisseert.



In de voorstelling Baba gaat
het hoofdpersonage Sara
op zoek naar haar vader.
Ze wil weten wie hij is en
waar hij vandaan komt.
Ze wil weten waar ze zelf
vandaan komt. Ze wil weten
of ze op hem lijkt en of hij
lijkt op de dromen die ze
over hem heeft.

BABA is het Arabische woord voor papa. Mijn vader is altijd een belangrijk figuur geweest omdat ik lang niet wist wie hij was. Ik heb getwijfeld of ik hem wel wilde ontmoeten. Tijdens een reis naar Marokko wilde ik voelen of zijn cultuur mij iets deed. Pas daarna heb ik hem echt gezien. En wat blijkt? Er zit iemand voor mij die als twee druppels water op mij lijkt - veel meer dan mijn moeder met haar blonde haren en blauwe ogen - maar waar ik geen gesprek mee heb omdat er te weinig of te veel te vertellen is. Mijn vader slaat zijn ogen neer. Het zou helemaal anders zijn met een Nederlandse vader die zegt: 'Laten we nu eens iets leuks doen samen.'

Ik ben niet Sara uit Baba, maar in de voorstelling zitten elementen die gebaseerd zijn op mijn eigen herinneringen en mijn eigen leven. Ik giet mijn persoonlijk verhaal in een universeel, fictief gegeven. Baba begint met een telefoongesprek waarin Sara voor de eerste keer afspreekt met haar vader. Dat is een cruciaal moment. Het is niet alleen het besef dat je weet dat je een vader hebt, maar ook het besef dat hij je hele leven gaat veranderen. Voor sommige mensen is veiligheid belangrijker dan confrontatie. Misschien is hij wel geen fijne vader?

Mijn vader vindt het moeilijk om hier al zo lang te wonen. Hij is niet van hier, maar hij is ook niet meer van ginder. Ik denk niet dat hij het allerliefste terug wil - zijn werk en zijn vrienden houden hem hier - maar toch heeft hij iets rusteloos. Het feit dat ik een zelfstandige vrouw ben die heeft gestudeerd, is moeilijk voor hem, ook al is hij niet conservatief. Hij is opgegroeid in een moslimtraditie waar hij zelf van afwijkt, maar het blijft ook voor hem een constante zoektocht.

De dromen en de fantasieën die ik had over mijn vader waren enorm groot. Als klein meisje al kon ik mij verliezen in een droomwereld of in muziek van andere landen. Het maakt me rustiger nu ik weet waar ik vandaan kom, maar ik ben heel blij dat ik de weg heb gehad van het 'niet-weten'. Die ervaring bepaalt mijn persoonlijkheid. En het is de reden waarom ik actrice ben geworden. Mensen zeggen dat ik een soort 'oerdrang' heb omdat ik makkelijk dingen kan loslaten. Dat komt doordat ik niet uit een beschermd nest met een vader én een moeder kom. Pas als volwassenen besef je wat voor invloed dat heeft op je leven.

Ik wil graag troost bieden aan de kinderen die naar Baba komen kijken. Ik wil hun zeggen dat ze hun weg wel vinden, ook al is die niet duidelijk bewegwijzerd. Ik wil hun ook proberen begrip op te laten brengen voor bepaalde beslissingen van hun ouders. Hoe hard die beslissingen soms ook zijn, het moedigt je aan om kracht te putten uit je eigen verhaal.

Dahlia Pessemiers Benamar


 
Omhoog
 

De website Twee huizen – Als ouders apart gaan wonen - voor kinderen, jongeren en gescheiden ouders

Wanneer hun ouders uit elkaar gaan, hebben kinderen vaak vragen of kunnen ze hun gevoelens niet echt uiten. Op de website, www.tweehuizen.be, kunnen kinderen en hun ouders terecht voor vragen en advies.
Elk jaar moeten 35.000 minderjarige kinderen een wettelijke scheiding van hun ouders meemaken. Hoewel de kinderen direct betrokken partij zijn, voelen ze zich vaak verloren en niet betrokken in het echtscheidingsproces.

Van overheidswege kwam de opdracht om hier iets aan te doen. Het resultaat is een folder en een website, voor zowel kinderen, jongeren en ouders: www.tweehuizen.be

"Als ouders apart gaan wonen...dan verandert het leven", zo staat er op de site te lezen. In verschillende rubrieken kan iedereen terecht met zijn vragen. Kinderen kunnen zo luisteren naar het verhaal van leeftijdsgenootjes die ook gescheiden ouders hebben.

Ouders bijvoorbeeld kunnen een in een schematische voorstelling zien wat hen te wachten staat als ze apart gaan wonen.

Het professorenfilmpje

Wat zegt de wetenschap?
Kinderen voelen zich beter als ze met hun ouders spreken over de scheiding, als ze weten waarom hun ouders scheiden, als zij niet betrokken zijn in ruzies tussen hun ouders, als ze meetellen en als iedereen zijn best doet om regelingen goed uit te voeren. In het professorenfilmpje vertellen twee professoren over het belang van een echt verhaal. En zij vertellen hoe kinderen kunnen meetellen in de praktische overgang van samenwonen naar apart wonen.
Peter Rober is professor aan de KULeuven. Ann Buysse is professor aan de UGent.

HET PROFESSORENFILMPJE van de website Twee huizen


Het bemiddelingsfilmpje

U onderhandelt zelf met een bemiddelaar.
Een bemiddelaar helpt ouders onderhandelen over het gezag, het verblijf en de kostenregeling van hun kind. Het bemiddelingsfilmpje toont een ouderschapsbemiddelaar aan het werk. De bemiddelaar zorgt ervoor dat ouders onderhandelen als ouders, niet als ex-partners. En hij zorgt ervoor dat ouders onderhandelen op gelijke voet.

De bemiddelaar is een therapeut-bemiddelaar. De ouders zijn acteurs. Nathalie en Geert zijn fictieve personages.

HET BEMIDDELINGSFILMPJE van de website Twee huizen

***

Goudi beveelt deze site graag aan omwille van haar rijke en beknopt weergegeven informatie voor de verschillende doelgroepen.


 
Omhoog
 

Brief van een trotse maar verongelijkte vader


Beste vaders in Nederland,


We delen dezelfde emotionele en pijnlijke vadergevoelens die helaas niet geuit kunnen of nog niet mogen worden door een traag en slecht functionerend familierechtsysteem... Ik wil alle vaders in Nederland via deze weg graag voorstellen aan mijn kleine lieve prinsesje: Sterre. Het gaat mij uitsluitend om het welzijn, de toekomst en het recht op twee ouders met gelijke rechten in het belang van onze kinderen en niet om onnodige strijd tussen ouders... Sterre is mijn lieve kleine dochtertje en ik ben ontzettend trots dat ik haar vader ben en hoop dat ik ook op korte termijn iets voor haar zal betekenen als vader. Ik ben ontzettend trots dat dit mooie wondertje op deze wereld is gekomen en ik hoop dat Sterre op een dag ook net zo trots zal zijn op mij als vader en respect zal hebben voor alles wat ik er voor haar over heb. Dat ze zal begrijpen wat ik gedaan heb om een vader voor haar te kunnen zijn. Ik weet ook dat er een dag zal komen om elkaar voor altijd in elkaars hart te sluiten.

Ik hoop oprecht voor ons allen als vaders maar des te meer voor onze kinderen in de toekomst op een hartelijke en schappelijke omgang en op meer begrip en medewerking van de overheid. Wij als vaders en voornamelijk onze kinderen zijn in de beleving van velen met mij in dezelfde verkerende dramatische positie, lijdende vaders en kinderen, en helaas de dupe van een wat ik niet anders kan formuleren als een incorrect functionerend familierechtsysteem der Nederlanden.

Hieronder vindt iedereen de site die ik voor mijn dochter Sterre heb gemaakt op Hyves, zodat iedereen en uiteraard voornamelijk Sterre in de toekomst zelf wanneer ze ouder is haar papa altijd zal kunnen vinden: http://sterregaillard.hyves.nl/ . Iedereen in dezelfde positie als Sterre en ik als vader wens ik heel veel sterkte, hoop, geluk toe met het kunnen opbrengen van het geduld in deze moeilijke en soms bijna onmogelijke tijden, die we helaas door zullen moeten maken. Maar voel je nooit machteloos... Waar een wil is is een weg! VERGEET DAT NOOIT! Samen sterk, niemand laat zijn eigen kind alleen!!! Groetjes van Sterre en haar Papa Pepijn. Ik ben ook teleurgesteld in het falende rechtssysteem der Nederlanden, maar beste vaders, geef nooit op en vecht tot het einde door voor ONZE kinderen...

Groetjes en sterkte

Pepijn

25-6-2011


 
Omhoog
 

Belang van het kind? Nee, een rechtstaat voor het kind - Mr. Peter Prinsen

Mr Ir P.J.A. Prinsen, oud-advocaat familierecht

http://peterprinsen.nl/


Wie is er nu tegen het belang van het kind? Niemand toch?

Conclusie: wie zich daar toch op beroept om zijn daden, beleid of beslissing te motiveren komt blijkbaar argumenten tekort.


Kinderbeschermers, Kinderrechters, Jeugdzorg leggen een overdreven nadruk op het belang van het kind. Zij claimen met dat argument het octrooi op het gelijk. “Wie niet vóór ons is, is tégen het kind”, zeggen zij eigenlijk (en zelf geloven zij daar heilig in). Dat kàn natuurlijk niet in een rechtsstaat. De alarmbellen zouden moeten gaan rinkelen bij ieder inroepen van het belang van het kind-argument. Toch is het belang van het kind al decennia lang de niet om nadere motivering vragende, politiek correcte dooddoener van autoriteiten bij letterlijk elk debat, elke beslissing over kinderen, en de door de wetgever veelgebruikte blanketkwast voor quasi-recht.

Wie kritiek heeft op doen en laten van kinderbeschermers of kinderrechters vindt altijd dat belang van het kind-argument tegenover zich. Wie zich dan laat verleiden dat argument te weerleggen of relativeren trapt in een valkuil. Immers, de criticus ontkomt er dan niet aan te wijzen op “ook andere belangen”… en daarmee bezegelt hij zelf de onhoudbaarheid van zijn kritiek. Want wie is er nu tegen het belang van het kind? Dat moet toch de doorslag geven? Niet doen dus. Niet relativeren, maar verwerpen, want het “belang van het kind-argument” is een drogreden, een valse discussiemethode die de aandacht afleidt van de kern van de kritiek en van de desastreuze gevolgen van de belang van het kind-filosofie.

Trap er niet in! Het debat moet gaan over transparantie en “accountability” (rekenschap) en over basale vragen als: “Waar bemoeit u zich mee? Wat is uw wettelijke taak, wat zou die moeten zijn? Is uw interventie naar vorm, bereik en inhoud geoorloofd en dwingend noodzakelijk in een samenleving die gelooft in mensenrechten en rechtsstaat? Respecteert u oprecht de integriteit van het ouderschap als beginsel? Heeft u zorgvuldig onderzoek gedaan? Spreekt u de waarheid? Kunt u dat bewijzen? Heeft u distantie? Is uw optreden adequaat, effectief of misschien juist wel contraproductief, de juiste en proportionele aanpak van het probleem?”

Immers, als er ruimte is voor misleiding en willekeur van en door autoriteiten, wat heeft het dan voor zin om te twisten over de belangen van het kind? Kinderen hebben primair recht op “Een rechtsstaat voor het kind”.

Op maandag 22 september 2008 zond de actualiteitenrubriek EénVandaag een schokkende reportage uit over Jeugdzorg. Vader en moeder Van Elst hadden hulp ingeschakeld in verband met een smetvreesprobleem van hun twaalfjarige dochter. In het kader hiernaast wordt beschreven hoe dit leidde tot een politie-inval waarbij Jeugdzorg hun beide kinderen uit huis haalden en overbrachten naar een geheim adres. Machteloos moesten zij toezien hoe de kinderrechter voor beide kinderen een uithuisplaatsing bekrachtigde.

     Micha de Winter (Hoogleraar Pedagogiek) wijst er in de uitzending op dat Jeugdzorg is doorgeslagen na "Savanna" (september 2004). Er moet, zo zegt hij, niet alleen naar het belang van het kind gekeken worden, maar ook naar het belang van het gezin of van de ouders. Kinderen hebben hun ouders nodig, hun leven lang.

     Dan reageert Tweede Kamerlid Mirjam Sterk (CDA) op de casus. Haar conclusie is verbijsterend:
a.    Er moet meer hulpverlening komen voor de achterblijvende ouders.
b.    Er moet meer hulpverlening komen voor kinderen in de thuissituatie.
c.    Van alle hulpverleners die zich met een gezin gaan bemoeien moet er één eindverantwoordelijkheid dragen; de wethouder1 moet daarop “afgerekend” kunnen worden.
d.    Er moeten meer gezinsvoogden worden aangesteld want zij hebben het veel te druk.
Dat de zaak ontspoord is schijnt niet tot haar door te dringen. De minister aan de tand voelen komt niet bij haar op.

CONCLUSIE

Waar ging deze casus ook weer over?
•  De ouders zochten en kregen hulp - psychiatrische dagbehandeling voor hun kinderen. (Vraag: was er dan sprake van een psychiatrisch probleem?)
•  De hulp werkte averechts - het probleem werd groter, maar de “hulp” ding door.
•  In plaats van eigen falen in overweging te nemen als oorzaak lieten de hulpverleners de kinderen uit huis halen.
•  De kinderrechter liet zich, als een soort collega van Kinderbescherming en Jeugdzorg, misleiden en bekrachtigde de uithuisplaatsing.


Wacht u voor inschakelen van hulp of opvoedondersteuning
(zoals het Centrum voor Jeugd en Gezin)!

POLITIEKE CORRECTHEID.

Karakteristiek is de reactie van de politiek (bij monde van Mirjam Sterk, CDA): Bij falen van de remedie: méér van hetzelfde, niet alleen op de werkvloer, maar ook politiek: Over meerdere decennia bezien blijkt "de politiek" met een navrante vorm van estafettewetgeving bezig te zijn, met het kinderbeschermingsgedrocht als estafettestokje:

•     In de eerste helft van de vorige eeuw was de (toenmalige) Voogdijraaduitgegroeid tot de meest gehate institutie van het land. De volksmond sprak van "Kinderdief" (voor die tijd een gedurfd scheldwoord).
•     In 1954 heette het in de wet tot reorganisatie van de Voogdijraden, in parlementair understatement: "dat een wijziging van de naam wel wenselijk is, al ware het slechts, omdat de naam "voogdijraad" bij het publiek langzamerhand een minder gunstige klank gekregen heeft, hetgeen aan het werk van de raad niet ten goede komt". Remedie: de Voogdijraden werden vervangen door de Raden voor de Kinderbescherming.
•     In de 90-er jaren waren het de Raden voor de Kinderbescherming die getergde ouders aanzetten tot een Zwartboek Kinderbescherming en tot de roep om een parlementaire enquête. Remedie: een nieuwe bureaucratische schil: Bureau Jeugdzorg, geplaatst vóór de Raad voor de Kinderbescherming en geflankeerd door Advies- en Meldpunt Kindermishandeling (AMK).
•     Weer volkshaat. Remedie: weer een bureaucratische schil vóór het Bureau Jeugdzorg: Centra voor Jeugd en Gezin, ingesteld door de nieuw bedachte minister voor Jeugd en Gezin. Nieuwe wapens om de ouders in de houdgreep te houden: elektronisch kinddossier en verwijsindex. Alle artsen, leraren en onderwijzers, maatschappelijk werkers, vroedvrouwen enz. enz. worden onbezoldigde opsporingsambtenaren: méér van hetzelfde. Gevolg: wachtlijsten, meer geld, meer wachtlijsten, nog meer geld enz.

WAT DAN?

Voor de hand lijkt de vraag te liggen wat er dàn moet gebeuren.
Dat is de verkeerde vraag.
De Eén-Vandaag-casus noopt, op alle niveaus, van politiek tot werkvloer, enkel tot de nimmer gestelde  vraag: "Waar zien wij het fout?" Het antwoord op die vraag luidt: "Wij moeten ophouden met ons te verschuilen achter het Belang van het Kind als rechtvaardiging van al dan niet gedwongen hulpverlening". Bekommernis om het belang van het kind mag ons nooit verleiden tot politieke hysterie1, tot sjoemelen met de waarheid, tot rechters misleiden, tot ouders als lastige, maar verder irrelevante entiteiten te beschouwen.
Wij moeten terug naar een rechtsstatelijker houding, waarin de integriteit van het ouderschap weer wordt gerespecteerd en Staatsopvoedingsverantwoordelijkheid in de ban is. Dat betekent: Hulpverleners zíjn niet "verantwoordelijk" voor de kinderen van burgers. Ook ambtenaren (Rechters, Raad voor de Kinderbescherming, Jeugdzorg) zijn dat niet. Ambtenaren zijn dienaren van de Rechtsstaat. Zij bedriegen niet, zij vervalsen niet, zij misleiden de rechter niet, zij zijn deugdzaam en zelfkritisch, zij respecteren de autonomie van de burgers, zij bewaren distantie. Hun optreden wordt door niets anders gerechtvaardigd dan door de deugdelijk en rechtsstatelijk aangetoonde noodzaak tot interventie. Kortom: zij allen gedragen zich “magistratelijk”, en dan niet voor de Bühne maar oprecht. Zij dienen zich te realiseren dat zij nooit alle ongelukken met kinderen kunnen voorkomen, zelfs niet al zouden zij alle burgerkinderen2 opsluiten in tehuizen.

Dat vergt een andere filosofie, hermetische schotten tussen kinderbescherming en jeugdhulpverlening en decimering van de budgetten.


 1 Denk aan wethouder Geluk, die in Rotterdam maar liefst 6.000 Maasmeisjes meent te zien…! (NRC 6-6-2007)
 2 En nog eens: NRC 24-11-2007

Bron: Website Peter Prinsen


 
Omhoog
 

Cornald Maas in gesprek met kinderen van gescheiden ouders

Indrukwekkende series interviews met scheidingskinderen door Cornald Maas in de Volkskrant onder de titels "Uit elkaar" en "Toegang krijgen":

A. Serie van 11 direct toegankelijke interviews uit 2009 met kinderen van gescheiden ouders op de website van de Volkskrant

A11. 'Mijn ouders zijn op het hoogtepunt uit elkaar gegaan'

http://vaderkenniscentrum.blogspot.com/2009/10/406.html

Van augustus 2008 tot juli 2010 schreef Maas, zelf kind van gescheiden ouders, wekelijks de reeks ‘Uit Elkaar’ voor Volkskrant magazine. Daarin spreekt hij met kinderen van gescheiden ouders over de impact die de breuk tussen hun vader en moeder op het eigen leven heeft gehad. Niet zelden, zo blijkt, zijn de gevolgen tamelijk verwoestend geweest, verscheurd als de meeste kinderen zijn door loyaliteitsconflicten. Ze spraken zich bovendien zelden nog uit over hun eigen beleving en emoties. De kinderen die Maas spreekt komen uit uiteenlopende sociale lagen, ze wonen overal in Nederland en zijn soms heel jong (in september 2009 verscheen een gesprek met een jongetje van 7) en soms zeer op leeftijd.



Verschijning boek 'Uit Elkaar, Gesprekken met kinderen van gescheiden ouders' op zaterdag 18 september 2010

 
 
Omhoog
 

Kinderen in de schaduw van een scheiding

Bij een vechtscheiding zitten kinderen in de schaduw van het conflict tussen hun ouders, die elk via juridische weg hun gelijk proberen af te dwingen. Maar volgens kinderpsychiater Peter Adriaenssens moeten ex-partners met kinderen beseffen dat de echte rechter bij hen in huis woont. Het is uiteindelijk het kind dat later zal oordelen of zijn ouders na de scheiding ook nog voldoende oog hadden voor zijn gevoelens en wensen. Hoe voelt een kind zich, dat bij een van zijn ouders woont en de andere ouder maar af en toe ziet? Hoe gaat het om met het verdriet en gemis? Met de film ’Schaduwkinderen’ plaatst de bezoekruimte Half-Rond van Gent en Ronse deze kinderen even voor het voetlicht.

Thomas, Fatima, Laura, Sofie, Seppe, Michiel, Ahmet, Hadise en Joke zijn de ‘schaduwkinderen’ die bereid waren aan deze film mee te werken. Alle negen komen ze geregeld naar de bezoekruimte van Half-Rond in het Centrum Algemeen Welzijnswerk (CAW) in Gent of in Ronse. Ze wonen bij hun mama of papa, maar hier kunnen ze – op neutraal terrein – de andere ouder ontmoeten die alleen maar bij hen op bezoek mag komen. Omdat hun ouders in een vechtscheiding zitten, is de bezoekruimte meestal de enige mogelijkheid om weer contact op te bouwen met de ouder bij wie ze niet wonen. Vlaanderen heeft veertien bezoekruimtes, ingebed in een CAW. Half-Rond in Gent is een deelwerking van CAW Visserij, Half-Rond Ronse van CAW Zuid-Oost-Vlaanderen.

Altijd weer wennen

De vader van Ahmet en Hadise komt als eerste in beeld. Ongeduldig zit hij te wachten aan een tafeltje in de bezoekruimte. Hij staart voor zich uit, werpt een blik op zijn horloge en je ziet hem zo denken: zouden ze vandaag wel komen? Of zal moeder de nieuwe start weer onmogelijk maken? Tot de deur opengaat en hij zijn kinderen tegen zich kan aandrukken.
Maar het is weer wennen, want Ahmet en Hadise hebben hun papa sinds lang niet gezien. Hadise leek hem haast niet meer te herkennen… “Kan een kind zijn vader vergeten”, vraagt deze Turkse man zich vertwijfeld af. Hij heeft wel cadeautjes voor hen meegebracht, maar toch is het moeilijk om na al die tijd weer het vertrouwen van zijn nog jonge kinderen te winnen. Gevoelens van onzekerheid, bij de bezoekouder maar evengoed bij de kinderen. Want ook zij weten niet of hun mama of papa er zeker zal zijn.

Daar komt ze aan,
elke keer toch wat wennen.
Weg is haar angst van
mama komt niet misschien.
Woensdag is het
en blij zit ze naast haar.
Op woensdag mag ze haar mama zien.


Een kaartje voor mama

Ook Joke – die uitgebreid geportretteerd wordt als schaduwkind – kijkt altijd weer uit naar woensdag. Ze woont bij haar papa en één keer per week komt ze naar de bezoekruimte om haar mama te ontmoeten. “Ik zou haar eigenlijk meer willen zien”, bekent Joke, “maar dat durf ik niet vragen. Ik weet dat het antwoord toch ‘neen’ zal zijn. Dat heeft de rechter zo beslist.”

Woensdag is er dan eindelijk die middag.
Heel de week mist ze mama’s stem en lach.
Zes dagen lang kijkt ze uit naar die ene korte maar zekere woensdag.


Misschien was Joke, zoals veel kinderen en haar situatie, in het begin zeer boos omdat mama wegging. Of was ze net opgelucht dat ze eindelijk verlost was van die pijnlijke taferelen van ruzie en getier thuis? We weten het niet. Maar in de film zien we wel een meisje van een jaar of tien dat zich, ondanks het gemis, zeer dapper gedraagt en openhartig vertelt.
Ze wil ook recht doen aan haar mama, die ze toch zo hard mist, en dat neemt haar papa haar niet altijd in dank af. Zoals die keer dat ze geen verjaardagscadeau mocht kopen. Achteraf schreef ze daarover in haar dagboek: “Ik heb een kaartje geschreven voor mama, over papa die vond dat ik geen cadeau moest kopen. Maar dat kaartje maakte haar verdrietig en zo had ik het niet bedoeld. Ik heb haar dat gezegd, want ik moet toch de waarheid vertellen. Ze begon te huilen en ik pakte haar eens goed vast. Misschien dacht ze dat ik haar verjaardag vergeten was en dat vond ik ook niet leuk.”
Natuurlijk zijn er ook kinderen die heel duidelijk gekozen hebben voor een van beide ouders. Seppe en Sofie, twee oudere tieners, winden er geen doekjes om dat ze hun – zieke – papa liever niet meer zien. Maar bij hen is het net hun moeder die er sterk op aandringt toch contact met hun vader te blijven behouden.

Wachten op zonlicht

Fatima is nog te klein om over haar verdriet te vertellen. Je ziet haar al huilend zitten op de schoot van een welzijnswerkster. Thomas kan er wel over praten, zeker als hij in het CAW met Playmobil-mannetjes mag tonen bij welke ‘mama en papa’ hij afwisselend woont. Michiel verwerkt zijn emoties door te drummen. Daarmee toont hij op zijn manier respect voor zijn papa die vroeger ook drummer was. En als Joke de vraag krijgt welke raad ze aan andere kinderen in zo’n situatie zou meegeven, is dit haar nuchtere antwoord: “Ik heb ook veel verdriet gehad, maar je moet niet zo verdrietig zijn als je mama en papa uit elkaar gaan. Denk er niet te veel aan. Het blijven toch je ouders.”
Aan het eind van de film zien we haar, beladen met een doos vol speelgoed, de gang in verdwijnen. Het wekelijkse bezoek zit erop en het wordt ook voor Joke ongeduldig wachten op de volgende woensdag.

Zes uur wordt ze afgehaald op het hoekje, weer te flink geweest voor een meisje van acht.
In de schaduw van twee ouders die vechten, een schaduwkind dat op zonlicht wacht.


En zo spannen de welzijnswerkers van Half-Rond, net als hun collega’s in de andere bezoekruimtes, zich dagelijks in om stap voor stap het contact tussen ouder en kind te herstellen. Want wat de situatie ook is, elk kind heeft het recht om na de scheiding van zijn ouders op regelmatige basis contact te hebben met zijn mama en papa.

Info: de dvd ‘Schaduwkinderen’ kost 10 euro (+ 2 euro verzendingskosten) en is te verkrijgen door bestelling per e-mail halfrond@cawvisserij.be  De aanleiding voor de film is het tienjarig bestaan van deze bezoekruimte. De cursieve citaten in bovenstaand artikel zijn afkomstig uit de brochure ’10 jaar Half-Rond’. De film is zeer bruikbaar materiaal voor de hulpverlening, het vormingswerk en het onderwijs, zodat er ook de nodige omkadering bij gegeven kan worden (de namen in dit artikel zijn daarom fictief).


‘Bezoekruimte is laatste kans’


In een bezoekruimte komen kinderen die op velerlei manieren geconfronteerd worden met de vaak schrijnende gevolgen van een vechtscheiding. Veelal is het voor hen de enige mogelijkheid om het contact met beide ouders, grootouders en eventueel broers of zussen opnieuw op te bouwen.

“Een bezoekruimte is een laatste kans om, na een lange strijd tussen ex-partners, het contact tussen ouder en kind te herstellen”, zegt Lieven Deloof van CAW Visserij in Gent. “Tachtig procent van de ouders komt naar hier na een dwingende verwijzing door een rechter. Een vijfde neemt zelf het initiatief, al is dat doorgaans op aansturing van een advocaat. Wie vrijwillig komt, moet zich wel schriftelijk akoord verklaren dat het kind hier de andere ouder mag zien. Het uiteindelijke doel van een bezoekruimte is dat de verblijfouder en de bezoekouder afspraken maken om tot een zelfstandige omgangsregeling te komen.”

Info: Steunpunt Algemeen Welzijnswerk, tel. 03-366.15.40, www.steunpunt.be
(doorklikken op ‘Thema’s’)


Bron: De Bond, veertiendaagse gezinskrant – 22 januari 2010 14/Leefwereld


 
Omhoog
 

Ruim die heilige moedermythe op - video met Charlotte Lemmens tegen boosaardige moeders

Geef papa en mama gelijke kansen na een scheiding  



Dit is Charlotte Lemmens.
Ook Vlaanderen mag deze merkwaardige ondernemende veelzijdige en initiatiefrijke dame wel eens echt leren kennen.






De Vara-omroep bij de Nederlandse televisie vroeg Charlotte Lemmens voor zijn praatprogramma Vrouw en Paard om voor elke show haar eigen tv-column te brengen. Zij mag haar onderwerpen vrij kiezen en ze schrijft haar eigen draaiboek. In de aflevering van 4 december 2009 gaat ze er stevig tegenaan. En ze slaat nagels met koppen.

Zij neemt geen blad voor de mond en veegt de boosaardige moeders die bij echtscheiding hun kinderen vervreemden van hun vaders de mantel uit. Ook de kwalijke en vader- en zelfs kindonvriendelijke rechtspraak in Nederland bij scheidingsprocedures moet het ontgelden. “Pas de wet toe, behandel vaders en moeders gelijk” is haar pertinente eis.

Hier is ze dan, in 'Vrouw en Paard' Charlotte Lemmens' stokpaard: Taboe - 2'29"

Meer over Charlotte Lemmens:

'De maandelijkse columns van Charlotte Lemmens (1950)  in het magazine Vrouw en Bedrijf, gebundeld als 'Waar gaan die beentjes naartoe' schreef ze naar aanleiding van haar werk als interimmanager. Ze leidde ondernemingen, Diensten en Instituten in overheid, bedrijfsleven en universiteiten. Haar studies Nederlands, Maatschappelijk Werk, Ontwikkelingspsychologie en Innovative Management die ze onderweg volgde, hielpen daarbij.

Veel werk verzette ze in haar vrije tijd voor kinderen, natuurbehoud en milieu. Sinds medio 2002, na een intensieve periode in het Noorder Dierenpark in Emmen, ontwikkelde ze Aelium, een attractiepark over innovatie, wetenschap en techniek, met als kapstok verkenningen in en vanuit de ruimte. Inmiddels werkt ze in meer landen, die haar vroegen ook in hun sterk ontwikkelende toeristische gebieden een dergelijke educatieve attractie te realiseren.

Haar grote passie is om de Aarde te behouden voor alles wat erop leeft. Dit ook omdat de kinderen in haar leven een centrale plaats innemen. De Stichting LeavesForLife, door haar opgericht, beoogt 2 miljard hectare bos te planten in de komende 40 jaar.  Charlotte wil graag zoveel mogelijk invalshoeken en informatie-uitwisseling voordat een standpunt wordt ingenomen. Haar inzet is dus altijd: oog op het doel en dat met enthousiasme en samenwerking bewerkstelligen.'

Bron: http://omroep.vara.nl/Columns


 
Omhoog
 

Peter Tromp over zijn eigen vaderschap bij vervreemding en zijn inzet voor vaders

Nederland, een achterlijk land


Peter Tromp heeft zijn kinderen al 17 jaar niet gezien. Jarenlang heeft hij er met "hulp" van kinderbescherming en familierecht alles aan gedaan om ze weer te zien, maar het mag allemaal niet baten...

In het YouTube-filmpje van 10' tekent Peter Tromp het verlies van zijn vaderschap tegenover zijn twee kinderen. Nederland wil niets doen om de vervreemding van kinderen van gescheiden vaders te verhelpen.

Peter blijft na zovele jaren van zijn kinderen houden. Heel zijn verder leven na de scheiding staat in het teken van zijn kinderen. Zijn inzet is bedoeld om komende generaties vaders te helpen in situaties waarin hun vaderschap de mist dreigt in te gaan.

Bekijk het filmpje en beluister Peter Tromp door hier te klikken



 
Omhoog
 

Memorandum van het Kinderrechtencommissariaat 2009-2014

Memorandum Vlaanderen 2009-2014

Op 7 juni 2009 ging een groot deel van de Vlaamse bevolking naar de stembus voor de Vlaams verkiezingen. 1,2 miljoen burgers moesten die zondag thuis blijven. Kinderen en jongeren hebben dan wel geen stemrecht, zij hebben wel een eigen agenda.

Het Kinderrechtencommissariaat stelde de afgelopen jaren vast dat een heel aantal van de problemen waar kinderen en jongeren mee geconfronteerd worden samen hangen met ontbrekende of manke Vlaamse regelgeving, met een manke toepassing van die regelgeving, of in het algemeen met een mank Vlaams beleid. Het Kinderrechtencommissariaat vertaalde de agenda van kinderen en jongeren naar een memorandum.

Download de fiches uit het memorandum

Download het volledige memorandum

Het volledige memorandum. 

Bijzondere aandacht vestigen wij op Fiche 8 - scheiding

Fiche 08 scheiding

Ongeveer één op vier minderjarigen in Vlaanderen maakt thuis een (echt)scheiding mee.

Niet zozeer de scheiding op zich, maar vooral het conflictgehalte ervan is schadelijk voor het welbevinden ende ontwikkeling van kinderen.

Er bestaat een federale bemiddelingswet. Maar ouders vinden nog steeds te weinig de weg naar een bemiddelaar.

De ombudsdienst van het Kinderrechtencommissariaat kreeg de afgelopen tien jaar duizenden meldingen overproblemen die kinderen ervaren bij scheiding van hun ouders.

Problemen van kinderen bij scheiding zijn bijvoorbeeld:
✱ Een verblijfsregeling waar het kind zich niet goed bij voelt.
✱ Een nieuwe partner van de ouder waar het kind geen weg mee weet.
✱ Een bezoek dat tegen de zin van het kind wordt opgelegd.

Kinderen vertellen het Kinderrechtencommissariaat vaak dat ze te weinig betrokken worden en dat er te weinig naar hen wordt geluisterd.

Voorgestelde oplossingen

Investeren in een kwalitatief bemiddelingsaanbod rond scheiding en ouderschap biedt:
✱ Een grotere garantie op een constructieve samenwerking tussen apart wonende ouders.
✱ Meer kansen op een lager conflictgehalte dan een gerechtelijke scheidingsprocedure.

De toeleiding naar en de toegankelijkheid van het bemiddelingsaanbod verbeteren.

Informeren en sensibiliseren rond het welzijnsverhogend effect van bemiddeling.
www.tweehuizen.be probeert ouders en kinderen vlot hun weg naar het welzijns- en bemiddelingsaanbod te
doen vinden. Deze website verder uitbouwen:
✱ Deze website structureel inbedden in een reguliere werking.
✱ Personeelsomkadering voorzien voor informatiebeheer en bekendmaking.
✱ Deze website beter bekend maken naar minderjarigen.

Een Expertisecentrum oprichten rond scheiding.
✱ Om professionals in diverse beroepsgroepen beter te ondersteunen:
✱ Informatie ontsluiten.
✱ Kennis en expertise delen.
✱ Netwerking.
✱ Om de dynamiek van de fora voor familiale bemiddeling te stimuleren. Die fora fungeren als regionale interdisciplinaire expertisenetwerken. Verschillende beroepsgroepen werken er constructief samen. Deze fora werken
momenteel op een informele basis.

Het welzijnsaanbod (CAW, OCMW) van bemiddeling moet worden versterkt. De voordelen van bemiddeling ineen welzijnscontext moeten voor het publiek duidelijk gemaakt worden:
✱ Lage drempel.
✱ Interdisciplinaire samenwerking.
✱ Inbedding in een hulpverleningscontext.

Welzijnsinstanties moeten nu reeds een breed kennismakingsaanbod uitwerken voor ouders rond scheiding en bemiddeling. Het Kinderrechtencommissariaat pleit ondertussen op federaal vlak voor de verplichte kennismaking met bemiddeling alvorens ouders kunnen procederen.

Stand van zaken legislatuur 2004 – 2009

In de periode 2007-2008 financierde de Vlaamse minister van Welzijn enkele projecten rond kinderen en scheiding.
✱ CAW’s werden aangemoedigd om bemiddelingsexpertise te versterken.
✱ www.tweehuizen.be biedt ondersteunende informatie voor kinderen en ouders.
✱ Er wordt knowhow opgebouwd rond het betrekken van kinderen bij bemiddeling en rond groepswerk voor
ouders en kinderen in een scheidingssituatie.

Achtergrond

• KINDERRECHTENCOMMISSARIAAT, Kinderen & scheiding, Brussel, Kinderrechtencommissariaat, 2005, 80p.
www.kinderrechten.be
www.tweehuizen.be
• Fora voor familiale bemiddeling: www.forumbemiddeling.be
• De lopende interuniversitaire scheidingsonderzoeken: www.scheidingsonderzoek.be en www.scheidinginvlaanderen.be



 
Omhoog
 

Werkboekjes "Uit elkaar voor kinderen" en "Uit elkaar voor jongeren"

Alianza en Jeugd en seksualiteit vzw sloegen de handen in elkaar en maakten twee vernieuwde boekjes in het vijfluik "Uit elkaar", nl. een geheel vernieuwde "Uit elkaar voor kinderen " en "Uit elkaar voor jongeren".

Het betreffen 2 werkboekjes voor kinderen en jongeren van wie de ouders beslist hebben uit elkaar te gaan. Er staan opdrachten in, infomatie over emoties, een ABC, een literatuurlijst en medialuik en nog veel meer.

U kan beide boekjes bestellen via mail of via de vzw Jeugd en Seksualiteit.

Bronnen: http://www.alianza.be/ en http://www.jeugdenseksualiteit.be/


 
Omhoog
 

De impact van een (echt)scheiding op kinderen en ex-partners

Publicatie van de Studiedienst van de Vlaamse Regering, 2007/1

(Uitgebreide samenvatting)

In het voorjaar van 2005 vroeg Vlaams Minister Inge Vervotte van Welzijn, Volksgezondheid en het Gezin het toenmalige Centrum voor Bevolkings- en Gezinsstudies (CBGS) om te onderzoeken hoe kinderen een echtscheiding van de ouders beleven en welke impact een echtscheiding op het verdere leven van kinderen kan hebben.

Een onderzoeksgroep “Echtscheiding” met 7 teamleden oordeelde in eerste instantie dat het nuttig zou zijn om alle bestaande wetenschappelijke bevindingen inzake de impact van een scheiding te inventariseren en te synthetiseren. Het team was daarbij van oordeel dat naast het Vlaams-(Belgisch) onderzoek ook het buitenlands onderzoek onder de loep moest worden genomen. Een breuk tussen de  ouders vertoont op de  leefwereld van de kinderen hoe dan ook universele facetten. Het onderzoeksteam was dan ook van mening dat de ex-partners, de volwassenen, de ouders van de kinderen, niet uit het beeld mochten blijven.

Al vlug bleek dat er een overvloed aan onderzoeksmateriaal bestond over de impact van een scheiding op het leven van alle betrokkenen. Het resultaat van het teamwerk is dan ook een lijvige literatuurstudie: deze studie verscheen in januari 2007 “De impact van een (echt)scheiding op kinderen en ex-partners”, Studiedienst van de Vlaamse Regering, 2007/1. Voor een uitgebreid overzicht en voor een duiding van het begrippenkader dat we hanteren, verwijzen we naar de publicatie.

In de samenvattende bijdrage van Christine Van Peer onder de koppeling worden de belangrijkste resultaten uit de literatuurstudie gepresenteerd. De doorgenomen literatuur is te plaatsen tussen 1995 en 2006. Ook voor een beschrijving van de methode van literatuurverzameling verwijzen we naar de vernoemde SVR-studie.

Voor meer inlichtingen kunt u terecht bij Christine Van Peer:
Telefoon: 02/553.35.68
Email: Christine Van Peer

U kan de volledige studie downloaden in pdf-formaat (1 MB). U kan een gedrukt exemplaar bestellen tegen de prijs van 15 euro.

Persmededeling 5 maart 2007
De impact van een (echt)scheiding op kinderen en ex-partners
(SVR Studie 2007/1)

 
Omhoog
 
Het volmaakte geschenk voor mijn kind

Vele kilometers heb ik afgelegd om het volmaakte geschenk te vinden voor mijn kind. Na twee lange avonden en moe heb ik hem gevraagd wat hij wilde. Dit is de lijst van de geschenken die hij mij heeft gesuggereerd:

Ik zou graag Felix de kleine kat zijn om zelf ook in de armen genomen te worden elke keer jullie weer thuiskomen.

Ik zou graag een verteller zijn om elke keer beluisterd te worden door jullie beiden, zonder enige afleiding, met alleen maar mijn woorden aan het uiteinde van mijn oren die de echo neuriën van mijn eenzaamheid.

Ik zou graag een krant zijn opdat jullie elke dag een beetje tijd zouden nemen om me naar mijn nieuwsjes te vragen.

Ik zou graag een televisie zijn om ’s avonds nooit in te slapen zonder dat je me op zijn minst één keer met belangstelling hebt aangekeken.

Ik zou graag een hockeybalploeg willen zijn voor jou papa om je te zien opspringen van vreugde na elke van mijn overwinningen en voor jou een roman  mama, zodat je mijn emoties zou kunnen lezen.

Maar alles welbeschouwd zou ik graag alleen maar één enkel ding willen zijn, een onschatbaar geschenk. Voor jullie beiden. Koop me niets: laat me voelen dat ik jullie kind ben.

Steve Musson – Kinderbewakingsdienst op school, blz. 62 uit het dagblad L’Echo de la Tuque.

Bron : Website Pour l’amour des enfants

(Vertaling uit het Frans Ghislain Duchâteau)

 
Omhoog

Vrijdag 10 november 2006 HASSELT Studienamiddag 'Het Belang van het Kind'
gedwongen uitvoering omgangsrecht: een multidisciplinaire benadering

Naar aanleiding van de nieuwe wet van 18 juli 2006 (BS 04-09-06), tot regeling van
de gedwongen tenuitvoerlegging inzake huisvesting van het kind, richtte
de provinciale werkgroep Omgangsrecht in samenwerking met de provinciale dienst
Gelijke Kansen een studiedag 'Het belang van het kind' en waarbij de gedwongen
uitvoering van het omgangsrecht multidisciplinair wordt benaderd door:

- Guy Swennen, federaal volksvertegenwoordiger, voorzitter subcommissie familierecht, advocaat
- Martine Appeltans, CAW Sonar, teamverantwoordelijke bezoekruimte Hasselt
- Jan De Corte, kinderpsychiater op de K-dienst van PZ Santa Maria Sint-Truiden
en bij het kinderpsychiatrisch ziekenhuis te Genk

Walter Niewold, vrederechter, co-voorzitter provinciale werkgroep Omgangsrecht
treedt op als moderator ook bij de vragenbeantwoording van schriftelijk ingediende vragen
van de aanwezigen.

De studiedag greep plaats op vrijdag 10 november 2006 van 13.30 tot 16.30 uur
in de Boudewijnzaal (F-blok) van het provinciehuis.  Universiteitslaan 1 3500 Hasselt

De provincie Limburg wilde, in het kader van haar werking omtrent intrafamiliaal geweld,
deze studiedag aanbieden aan iedereen die betrokken is bij de problematiek van het omgangsrecht.

Voor meer informatie kunt u terecht bij de dienst Gelijke Kansen, Universiteitslaan 1 te 3500 Hasselt,
op het telefoonnummer 011 23 72 47 of via mail gelijkekansen@limburg.be

Reactie vanwege Goudi:

Het was een bijzonder geslaagde namiddag vooral omwille van de substantiële bijdragen
van de drie sprekers. Erg opgemerkt was de laatste toespraak van Kinderpsychiater Jan De Corte.
U kunt hier de klankopname beluisteren van Dr. De Corte, die op het einde van zijn toespraak
bij ons weten voor de eerste keer in Limburg de draagwijdte van het
Parental Alienation Syndrome
(PAS) of het Ouderverstotingssyndroom
in zijn volle omvang en consequenties in het licht stelde.
Omkering van de hoofdverblijfplaats van het kind naar de andere ouder of niet?
Vrijwillige of gedwongen bemiddeling?
Wij hopen van harte dat deze bewustzijnsverruiming naar het publiek toe effect mag sorteren,
al is het ook op wat langere termijn.




De klankopname van Dr Jan De Corte: klik hier

***




Omhoog
 

FACULTES  UNIVERSITAIRES N-D  DE  LA  PAIX NAMUR

Auditoire Aula Maior  1, rue Grafé

LUNDI 24 AVRIL 06 à 19h30

      « GARDE RESIDENTIELLE
     &    INTERET DE L’ENFANT »

par le Professeur Hubert VAN GIJSEGHEM

de l’Université de MONTREAL
en collaboration avec le Professeur Michel MERCIER
du Département de Psychologie de la Faculté de Médecine

Lenteur des intervenants ? Laxisme ? Manque de fermeté dans l’application des décisions juridiques et de leur suivi ? Interventions abusives d’institutions parastatales sensées aider les magistrats ? … BILAN.

Une formation concrétisera la conférence, les 20 et 21 octobre dès 9H
A la Brasserie HENRY. Inscription : 100€

       Renseignements :  071.61.57.88  -  0497.703.903

    Exonération fiscale sur les dons de plus de 30 € ( n° national 4-756864-16)-art.104,3°,e
             _______________________________________________________________
                       24, Avenue Jules Lahaye  -  B-5620 Florennes

      Tél-Fax 071.61.57.88     GSM 0497.703.903       Banque 103-0144737-81

Maandag 24 april 2006 te 19.30 u:

Prof. dr. Hubert Van Gijseghem van de Université de Montréal spreekt in het Frans over de hoede en het verblijf van het kind bij scheiding en zijn belang daarbij.

Waar komen de problemen vandaan? De traagheid van de tussenkomsten? Laksheid? Gebrek aan vastbeslotenheid in de toepassingen van gerechtelijke beslissingen en van hun opvolging? Verkeerde tussenkomsten van parastatale instanties die er zijn om de magistraten te helpen? ... BILAN.

Op 21 en 22 oktober 2006 vanaf 9 u. zal een vorming de ideeën van deze conferentie concretiseren.
In de Brasserie HENRY. Inschrijving € 100.


Het verblijfsco-ouderschap bij scheiding en het belang van het kind

Verslag van de conferentie van prof. dr. Hubert Van Gijseghem

op maandag 24 april 2006 in het Frans in de Universitaire Faculteiten Notre-Dame de la Paix in Namen

Prof. Van Gijseghem herinnerde eraan dat hij op dezelfde plaats in 2002 en in 2004 al een druk bijgewoonde conferentie hield rond het ouderverstotingssyndroom. In 2006 spreekt hij over het officieel verblijf van het kind bij scheiding of het verblijfsco-ouderschap van het kind.

Hij behandelt achtereenvolgens in zijn uiteenzetting het belang van het kind, de scheiding, de klinische reflecties daarover in de 20e eeuw, de drukkingsgroepen, de onderzoeken en de ontsporing van het juridische systeem.

  1. Belang van het kind

Om het belang van het kind in het licht te stellen moeten we denken aan zijn afstamming. Het kind moet ontstaan uit de genen van twee verschillende ouders. Dat leidt naar zijn uniciteit. Het kind wordt een unieke onverwisselbare persoonlijkheid. Het kind wordt geboren uit een soort overlevingsdrang van zijn ouders. Bij het samenleven van zijn ouders is er het natuurlijke co-ouderschap. Bij scheiding van de ouders wordt dat co-ouderschap nog veel ingewikkelder dan als beide ouders samen leven. Het gaat hier niet over ouders die afwijken door overmatig alcohol- of drugsgebruik. We spreken hier over normale ouders. Het eerste doel is hoe het kind ondanks alles zijn beide ouders kan behouden. Het moet kunnen genieten in zijn opvoeding van zijn beide verschillende ouders. Soms zegt men dat het kind best bij één van zijn beide ouders opgroeit. Men moet evenwel de voorwaarden creëren dat het kind evenveel bij elk van beide ouders kan leven. Hierin ligt het ware belang van het kind.

  1. Scheiding

Als ouders scheiden kan er voor kinderen oudervervreemding ontstaan. Het is de situatie waarin het kind lijdt, geraakt is door de verwijdering van één van zijn goede ouders. Het kind wordt getroffen door de verwerping van één van de ouders. Het lijdt onder die situatie: het ondervindt iets negatiefs, een deel van zijn eigen ik wordt afgesneden. Het eerste doel is hoe te vermijden dat een kind zich afsnijdt van een stuk van zichzelf. Het verblijfsco-ouderschap creëert bij bijvoorbeeld een 50/50 verblijfstijd bij elk van zijn ouders het behoud van zichzelf. Uit onderzoeksresultaten in Noord-Amerika blijkt dat moeders dringen om het exclusieve ouderschap te verkrijgen, bij de onderzoeken naar de strevingen van de vaders blijkt dat zij een 50/50-verblijf wensen van de kinderen. Zo blijkt uit de procedures. Het kind is daarbij dan woedend. Het ontwikkelt problemen uit woede. Het kind wil immers de ouders herenigen. Soms rouwt het in die droom. Soms blijven kinderen nog tot in de puberleeftijd flirten met die herenigingsdroom.

  1. Klinische reflecties daarover in de 20ste eeuw

Het kind komt uit de buik van de moeder. De biologische band met de moeder is dan ook bindend. De vader wordt beschouwd als een derde. De moeder is ook de voedster. Van die opvatting kan men zich moeilijk losmaken. Aldus wordt in de 20ste eeuw de moeder geïnstalleerd als de belangrijkste figuur voor het kind.

De echt vormende jaren van het kind zijn de eerste levensjaren. Bij Sigmund Freud is de vader in die fase afwezig. Hij is zelfs een storend element. In de beslissende levensjaren is er oraliteit: het kind wil de moeder opzuigen; er is analiteit: met de sluitspier is zij geïnstalleerd in zijn buik. Hij lost ze of hij lost ze niet. Zo controleert hij de aanwezigheid van de moeder. Het kind moet eerst een veiligheidshechting creëren en dat gebeurt met de moeder. Alle Freudiaanse concepten stellen de band met de moeder in het licht. Volgens Spitz moet het kind een zeker vermogen tot objectieve hechting hebben en dat voor het zijn 18de levensmaand bereikt. Het kind moet dus aan de moeder worden toevertrouwd tot zijn 18de maand. Prof. Gardner signaleert ook dat de filosofie van de  “tender age” stelt dat het kind bij zijn moeder moet zijn. De moeder moet thuis blijven voor het kind. De vaders zijn de geldverdieners. Zij voorzien door hun werk de middelen van bestaan.
Nu gaan de kinderen naar de kinderkribben, zelfs voor de 18de maand. Men gelooft daarbij nog wel aan het hechtingsvermogen aan de moeder. Zes tot zeven uren per dag wordt het kind in het dagverblijf geplaatst eerder dan het aan de andere ouder toe te vertrouwen.

Dan krijgen we in de jaren 60 het uitgesproken feminisme: gelijkheid tussen de geslachten moest worden gecreëerd. Beide ouders zijn dus ongeveer gelijkwaardig voor het kind. De tijd van de “flower power” en het hippydom brengt de feminisering van de mannen. Het tijdperk van dat egalitarisme laat manifest zijn sporen na in de vonnissen tegenover het verblijfsco-ouderschap. Het is de tijd van het “betere” belang van het kind. In geval per geval wordt uitgemaakt wat het betere belang is van het kind. Van toen af ontstaat het wisselend verblijf met de waardering van de bekwaamheid van beide ouders. De sekse van de ouder of van het kind speelt geen rol. Het kind geniet van beide ouders. Het feminisme heeft die ontwikkeling veroorzaakt, maar de vrouwen hebben ze nooit geaccepteerd. Ze hebben massaal de fysieke en seksuele kindermishandelingen ingeroepen. Ze hebben de bocht niet genomen van een vaderlijk verblijf van het kind.

  1. Drukkingsgroepen

Er zijn heel wat ontsporingen van het feminisme aan te wijzen. Dan zijn overal de vadergroeperingen, de drukkingsgroepen van de vaders ontstaan. We hebben overal de spectaculaire acties zien gebeuren. We weten van het lobbywerk van vaderactivisten. Het heeft niet veel geholpen. Tot dusver is de invloed van die drukkingsgroepen op de evolutie van de opvattingen rond het verblijfsco-ouderschap beperkt gebleven. Ze hebben geen omkering van de situatie tot stand kunnen brengen.

  1. Onderzoeken

Bij de onderzoekers spelen in verband met de opvattingen rond het verblijfsco-ouderschap nogal wat ideologische elementen mee. Zo kreeg prof. Van Gijseghem zelfs tijdens een conferentie in Frankrijk vanwege een Franse specialist ter zake het verwijt mee dat hij “de waardige opvolger van Dr. Mengele” zou zijn. Ook kreeg hij het verwijt te horen de verdediger te zijn van seksueel misbruik. Als een kind zich verantwoord afkeert van een ouder, is dat omdat die ouder echt slecht is.

Bauserman heeft in 2002 in het “Journal of Family Psychology” een interessante studie uitgevoerd. Het is een meta-analyse van 33 andere studies in verband met de identiteit. Daarbij werd een vergelijking gemaakt van kinderen die bij beide ouders opgroeiden, van kinderen die bij één ouder opgroeiden, van kinderen die opgroeiden in een gedeeld verblijf. Een aantal variabelen als de aanpassing van het kind, de gezinsrelatie, de eigendunk van het kind e.a. werden daarbij in aanmerking genomen. Binnen die variabelen presteren kinderen met gedeeld verblijf bij hun respectieve ouders beter.

Een Zweeds onderzoek van Lamb luidt een andere klok. Kinderen blijven beter bij de moeder. Dat onderzoek pleit voor een verblijf bij de moeder tot twee jaar.

Een onderzoek van Mac Kinnon en Wallerstein uit 1983 is een longitudinale studie rond kinderen in de prescolaire leeftijd van nul tot zes jaar. Kinderen van één tot drie jaar doen het beter bij gedeeld verblijf dan kinderen van drie tot vijf jaar.

Het is duidelijk dat de studies tegenstrijdige onderzoekresultaten opleveren rond het gedeeld verblijf.

  1. Ontsporing van het justitieel systeem

Het traag functioneren van het gerechtelijk systeem is een groot probleem. Grote voorzichtigheid ten opzichte van de opvoeding van de kinderen is geboden. De jaren gaan voorbij, de hechting aan de beide ouders kan zich niet installeren. Dat leidt tot allerlei beschuldigingen van ouders naar de andere ouder. De ouderverstoting ontstaat. De tijdsduur van één jaar is voor het kind enorm veel. Die tijd zonder gerechtelijke beslissingen laten passeren over het verblijf van het kind betekent dat het te laat wordt om het kind zijn beide ouders te geven. Tot 10 of 11 jaar lukt het nog. Daarna is het te laat. Vanaf 12 jaar is het heel moeilijk om het kind aan zijn beide ouders terug te geven als het van één van hen vervreemd is. Eén op twee vaders aanvaardt voor de rechter de aanspraken van de moeder op het verblijf van de kinderen.  Als een deskundige wordt aangesteld voor een rapport naar de rechtbank toe, dan constateren we dat ze hun tijd nemen.  Vaak constateren we ook vermenging van het deskundig onderzoek met bemiddeling. Onderzoeken zijn veelal hard en langdurig. Daartegenover stelt prof. Van Gijseghem duidelijk dat een onderzoek zo vlug mogelijk moet verlopen om de rechter te instrueren. Het moet een momentopname zijn van de actuele toestand. Experts helpen vaak niet veel. In Noord-Amerika mogen de deskundigen de rollen van onderzoeker en bemiddelaar niet mengen. Daar worden dikwijls twee deskundigen aangesteld met elk zijn eigen rapport. De rechter moet bij zijn beslissing dan kiezen tussen de twee. In Europa komt die vermenging van onderzoek en hulpverlening voor. De hulp vertroebelt de constatering. Zo verrotten vele situaties.

Als een kind soms één, twee tot drie jaar verwijderd is van zijn andere ouder, dan wordt het intussen adolescent en dan is een toenadering te laat. Voor de vervreemde ouder evenwel is die trein niet voorbij.

De gevolgen voor het kind zijn belangrijk:
1. Als een kind zich afsnijdt van één van zijn ouders na de scheiding kan het identiteitsproblemen ervaren. Als één deel van zijn persoonlijkheid zich afscheidt krijg je identiteitssplitsing wat kan voeren tot schizofrenie!
2. Een ander gevolg ligt in het vlak van het handelen. Het kind grijpt de macht tegenover zijn ouder. Dat krijgt als gevolg de aftakeling van de  intergenerationele afstand. Het kind schat dan zijn echte plaats niet in in de opeenvolging van de generaties.

Prof. Van Gijseghem concludeert als volgt. Het is bijzonder waardevol dat een kind na scheiding van zijn ouders zijn beide ouders kan behouden in zijn opvoeding. Het kind heeft na de echtscheiding er belang bij zijn beide ouders zowel kwalitatief als kwantitatief te behouden. De hoeveelheid tijd dat het doorbrengt bij elk van beide ouders is een garantie voor de kwaliteit van het ouderschap.

De uiteenzetting nam zowat 45 minuten in beslag. Het daaropvolgend levendig vragenuurtje duurde echter wel één uur en een kwartier. Relevante gegevens kwamen dan ook naar voren uit de interactie van de deskundige prof met het publiek.

We houden even de belangrijkste gegevens vast voor dit verslag.

  1. Men kan volgens Van Gijseghem maar spreken van een gedeeld verblijf (garde partagée – garde alternée) als er minstens een verhouding 60/40 verblijfstijd is bij beide ouders.
  2. Wat als ouders ver uit elkaar gaan wonen? Ouders vinden leefbare oplossingen als zij het belang van de kinderen voor ogen houden. Verre verplaatsingen kosten inderdaad veel geld.
  3. Wat dan als het niet in het belang van het kind is zijn beide ouders te behouden? Er zijn beslist gerechtvaardigde vervreemdingssituaties. Maar een kind dat in die situatie opgroeit heeft het moeilijk zich te meten met zijn identiteitsproblemen en om te overleven.
  4. Bij conflictueuze scheidingen is gedeeld verblijf of verblijfsco-ouderschap nog veel meer nodig dan in andere situaties. Het kan de vervreemding of verstoting vermijden, voorkomen. Het verblijfsco-ouderschap is minder nodig als de hoedende ouder gemotiveerd is om een plaats te geven aan de andere als ouder van het kind.
  5. Zijn er in de opvattingen van psychiaters, psychologen en andere deskundigen verschillen tussen Oost en West tussen de Noordelijke en de Zuidelijke wereld? De deskundigen uit de Latijnse wereld gebruiken methodieken die niet efficiënt zijn. Die methodes leiden naar uitgebreide interpretaties en niet naar een direct inzicht. De methodes tussen de Angelsaksische invloedssfeer en de Latijnse verschillen verschrikkelijk. In de wereld van het deskundig onderzoek in gezinsaangelegenheden heeft de Latijnse groep geen toekomst. De verwarring tussen klinische waarneming en onderzoek is groot.

Ghislain Duchâteau

 
 
 

Vechtscheiding en verwenning als eigentijdse vorm van kindermishandeling
- studiedag op vrijdag 2 december 2005 in Westerlo

- vzw Een hart voor kinderen - http://www.eenhartvoorkinderen.be
- vzw Kinderrechtenhuis Alken - http://www.kinderrechtenhuis.be
- vzw CAW De Kempen - http://www.cawdekempen.be
- Hoger Instituut Gezinswetenschappen Brussel - http://www.hig.be

"Vechtscheiding en verwenning als eigentijdse vorm van kindermishandeling"

Vrijdag 2 december 2005
Ontmoetingscentrum - Smissenhoekstraat 7 - 2260 Westerlo

Met buitengewoon genoegen hebben we die studiedag bijgewoond samen met 269 andere aanwezigen - vooral uit de sector van de hulpverlening. De studiedag was inhoudelijk stevig gestoffeerd met rijke ideeën rond de thematiek.

Daarom bevelen wij onze sitebezoekers aan het VORMINGSPAKKET te bestellen dat werd samengesteld rond deze namiddag.

Het bevat de DVD met de zinvolle videoboodschap van Mr. Jef Vermassen rond vijf stellingen, de getuigenissen van de jongeren op de studiedag, de tekst van de voordrachten van Marleen Heylen* en Frans Swartelé, de voorstellen van Minister Inge Vervotte en nog zoveel meer.

Het VORMINGSPAKKET kost 10 Euro, verzendingskosten inbegrepen. Het is te bestellen bij vzw KINDERRECHTENHUIS, Stationsstraat 135 - 3570 ALKEN tel. 011/72 66 42 - E-post : Administratie.kinderrechtenhuis@telenet.be

Warm aanbevolen.

Ghislain Duchâteau


*Marleen Heylen is auteur van het boek '"In de naam van de vader!" Over de relatie tussen vaders en zonen' Acco 2005

Twee videofragmenten uit de toespraak van Marleen Heylen :
Fragment 1 - rond de ouderverstoting
Fragment 2 - verlies aan status van het vaderschap = enorm verlies voor de maatschappij.



De vzw's Hart voor Kinderen uit Westerlo, Kinderrechtenhuis uit Alken, CAW De Kempen en het
Hoger Institituut voor Gezinswetenschappen vonden elkaar rond het thema van kindermishandeling.

Allen krijgen wij te maken met nieuwe vormen van kindermishandeling in onze welvaartsmaatschappij.

Allen proberen wij – ieder op zijn manier – ons positieve steentje bij te dragen tot een aanpak van de
problemen die daaruit voortvloeien.

Wij willen u informeren over onze bevindingen en onze inzichten.

In de voormiddag komen wij tot de probleemstelling van onze studiedag.

• Eerst laten wij de jongeren zelf aan het woord, we luisteren naar hun getuigenissen over de problematiek van mishandeling.

• Daarna volgt een (video-)analyse van Jef Vermassen over zijn ervaringen als strafpleiter aangezien hij vaak vechtscheidingen en extreme verwenning als negatieve factoren in het leven van zijn cliënten is tegengekomen.

• Marleen Heylen geeft haar contextuele kijk op het fenomeen van de vechtscheidingen. Zij bespreekt het oudervervreemdingssyndroom zoals uitgewerkt in haar boek 'In de naam van de vader!'

• Frans Swartelé analyseerde (extreme) verwenning als nieuwe vorm van kindermishandeling voor het boek 'De Waanzin voorbij' van het Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen en maakt ons deelgenoot van zijn bevindingen.

De namiddag staat in het teken van de hoop: wij gingen op zoek naar antwoorden op deze maatschappelijke uitdagingen.

• We stellen u enkele nieuwe initiatieven voor in onze regio.

• In vier workshops worden enkele thema's verder uitgewerkt

Als afsluiter mogen wij minister Inge Vervotte verwelkomen.

U merkt het een gevarieerd programma met heel wat inhoud.
Wij heten u dan ook van harte welkom !

De organisatoren


Programma

- 9u00 - Inschrijving
- 9u30 - Opening Guido Van Bael, voorzitter vzw Een hart voor kinderen
- 9u45 - Getuigenissen, muzikaal begeleid door Steven Debruyn
- 10u30 - Videoboodschap Jef Vermassen

- 10u45 Koffiepauze

- 11u00 - Marleen Heylen, docent Sociale Hogeschool Heverlee
"Vechtscheiding als eigentijdse vorm van kindermishandeling"
- 11u40 - Frans Swartelé, voorzitter vzw Kinderrechtenhuis
"Verwenning als eigentijdse vorm van kindermishandeling"

- 12u30 Middagpauze met infostands

- 13u30 - Nieuwe initiatieven stellen zich voor:
* vzw Een hart voor kinderen
* vzw Kinderrechtenhuis
* Bezoekruimte CAW De Kempen
* Opvoedingswinkel Turnhout

- 13u55 Wisselbeurt

- 14u30 Koffiepauze

- 14u45 - Workshops:
* "Project Verbondenheid" (K.U.Leuven)
* "Hechting" met Dr. Danny Verstraeten en Dr. Nancy Van Ranst (HIG)
* "Duurzame relaties" met Dr. Joris De Wispelaere (HIG)
* Europees actieprogramma "Geweld tegen kinderen" - jongerenparticipatie

- 15u45 - Slotwoord Minister Inge Vervotte

 
 
Omhoog
 

Kinderen tegenover de conflicten van hun scheidende ouders - deel van een verslag

Fragment uit het “Verslag studiedag BGMK te Destelbergen op dinsdag 29 november 2005” over verblijfsregeling en recht op persoonlijk contact.

Inzichten van prof. dr. Anne Buysse, psychologe van de Universiteit Gent

Professor Ann Buysse bracht op een magistrale en heldere wijze een aantal interessante inzichten, gestoeld op wetenschappelijk onderzoek. Wij willen er hier een aantal meegeven:

- Een kind moet minstens één persoon hebben door wie het heel graag gezien wordt. Een persoon die voldoet aan emotionele en materiële behoeften (er hoeft niet per se een biologische band te zijn).
Wanneer er twee ouders in leven zijn, is de band van het kind met beide ouders belangrijk

- Wanneer er twee zulke personen zijn is het ‘meestal’ kwalitatief beter (meer draagkracht, mindere stress) op voorwaarde dat deze twee personen een opvoedingsrelatie hebben. Ze moeten ongeveer dezelfde waarden en normen hebben en kunnen praten met elkaar over opvoeding.

- Kinderen zijn zeer fexibel. Maar een kind is ook in staat om zelf te handelen en impact te hebben op de relatie volwassene-kind.

- Het fysiek afwezig zijn van één van de ouders is op zich niet nefast. Het is wel nefast als deze twee mensen conflicten hebben.

- In niet-gescheiden gezinnen kan er ook veel conflict zijn tussen de ouders. Het gaat niet over de scheiding, maar over de mate van conflict tussen de beide ouders.
We moeten ons niet op de scheiding richten, maar op de aard van de relatie met de kinderen.
Het is positief voor een kind als het ziet dat de ouders een oplossing zoeken voor het conflict.

Vijf elementen bij een conflict spelen een belangrijke rol voor het kind.
1. De frequentie van conflicten. Het gaat over de balans positieve/negatieve interacties.
2. De intensiteit van het conflict telt mee.
3. Het onderwerp van het conflict: als het onderwerp van het conflict met het kind zelf te maken heeft, is het negatief voor het kind.
4. Komt het tot een oplossing van het conflict of niet?
5. Open versus gesloten conflict. Ouders denken soms: als we niet praten over het conflict, hebben de kinderen er geen last van. Kinderen zijn veel meer op de hoogte van conflicten dan de ouders vermoeden.

Wat denken kinderen over het conflict tussen hun ouders?
1° De mate waarin kinderen zich bedreigd voelen, is bepalend.
2° De mate waarin kinderen denken dat ze daar op een of andere manier schuld aan hebben. Het kind voelt zich verantwoordelijk voor het welzijn van zijn ouders. ‘Als ik zeer braaf ben zullen papa en mama toch niet uit elkaar gaan’.

Als men vraagt aan kinderen: ‘Als je weg van huis bent op kamp b.v., wat mis je dan van je mama, van je papa?
De belangrijkste kenmerken van moeder en vader die naar voor kwamen zijn:
- mama geeft mij eten.
- pap is groter dan ik.
- de kinderen hadden allemaal een positief beeld van hun ouders.

Als er zeer veel conflict is tussen de ouders kan het zeer goed zijn uiteen te gaan. De kinderen kunnen er beter van worden.

Bemiddeling: kinderen kunnen een stuk gespaard blijven van conflicten als de bemiddeling goed verloopt. De conflicten worden geanalyseerd, men krijgt steun.

***

Kinderen zijn niet zomaar het slachtoffer van de scheiding van de ouders.

1° Kinderen willen betekenis kunnen geven aan de situatie. Dat is belangrijk.
Ze vinden het oneerlijk dat ouders uit elkaar gaan.
Waarom zijn vader en moeder uit elkaar gegaan? Ruzie, andere partner, …
Als de kinderen ‘ruzie’ zagen bij hun ouders, kunnen ze er gemakkelijker betekenis aan geven.
Het is goed als beide ouders samen zeggen aan de kinderen dat en waarom ze uiteengaan. Het is belangrijk dat het een coherent verhaal is en dat ze hetzelfde verhaal vertellen.

2° Kinderen maken een verschil in het leven van hun ouders. Het is belangrijk dat kinderen voelen dat hun ouders dat zien. ‘Ik ben belangrijk voor mijn ouders’. ‘Het feit dat ik er ben, verandert het leven van mijn ouders’. ‘Ik breng wat bij aan mijn ouders, ik voed ook mijn ouders op (door mij kennen ze die CD en blijven ze mee.)’. ‘Ik doe hen denken over bepaalde dingen’. ‘Ik beïnvloed hun leven’.

Het voorstel voor een bepaalde verblijfsregeling moet van de ouders komen. Kinderen kunnen niet kiezen. In dit opzicht vindt prof. Buysse hoorrecht heel moeilijk. Ze staat er bijzonder sceptisch tegenover.
Kinderen denken: ‘Ze hebben mij gewild, ze moeten nu maar voor mij zorgen en er zelf uitkomen hoe ze het zullen regelen.’.

Het is goed als een kind kan voelen: ‘Als ik eens een uur vroeger naar mijn moeder wil, dan maakt vader daar geen spel over, hij maakt er geen punt van’. Het kind voelt zich dan niet afgewezen.
Flexibiliteit van de ene ouder tegenover de andere ouder is wenselijk. Kinderen waarderen dat er geen verbod zit op kleine wijzigingen.

Kathy Bleck, Armand Vervaet en Emmanuel Ollieuz, secretariaatsmedewerkers van BGMK

Uit Hoop!, tijdschrift van BGMK, januari-februari-maart 2006 blz. 8-9.

 
Omhoog
 

Echtscheiding en ouders in conflict. Een mogelijk gevolg voor de kinderen: gespleten loyaliteit naar de ouders toe

Een standpunt vanuit de contextuele hulpverlening

Door: Dirk De Vlieger, Gegradueerde in de Gezinswetenschappen, Bemiddelaar in
          Familiezaken en student Contextuele Psychotherapie.


Loyaliteit

Tussen ouders en kinderen bestaat een onverbreekbare existentiële band. Het kind krijgt het leven van zijn ouders, waardoor een band van wederzijdse rechten en plichten, verdiensten en schulden ontstaat. Deze horizontale loyaliteit is een zijnsgegeven, een zijnsloyaliteit en dus onverbreekbaar.
In de relatie krijgt de loyaliteit verder vorm. Naast deze ‘existentiële loyaliteit’ voegt zich ook ‘verworven loyaliteit’, door zorg en verantwoord ouderschap van de ouders.
Loyaliteit houdt in dat men wil voldoen aan de verwachtingen van die persoon en rekening houdt met zijn belangen.

Inherent is dan ook dat loyaliteiten met elkaar in botsing kunnen komen. Zo kunnen conflicten ontstaan tussen verticale en horizontale loyaliteiten, maar ook binnen de verticale loyaliteiten t.o.v. beide ouders. Omdat deze laatste vorm van loyaliteit een existentiële grond heeft, is deze ‘gespleten loyaliteit’ naar de ouders toe de ergste vorm van loyaliteitsconflict.

Gespleten loyaliteit

Zoals hierboven reeds aangebracht, wil en kan een kind niet kiezen tussen zijn ouders. Belangrijk is dan ook dat ouders, wanneer zich tussen hen conflicten voordoen, in staat zijn hun kinderen daarmee niet te belasten en als ouderteam betrouwbaar te blijven voor hun kinderen. Het kind mag in deze conflicten onder geen enkele voorwaarde tot beslissende partij gemaakt worden.

Toch komen kinderen waarvan de ouders in een conflict zijn verwikkeld, vaak in situaties waarin zij nauwelijks kunnen ontkomen deloyaal te zijn aan één van de ouders. Het partij kiezen voor de ene ouder houdt in zich het kiezen tegen de andere. Geven aan de ene ouder wordt dan als het ware gelijk aan het tekortdoen van de andere ouder. Omdat de wortels van het kind bij beide ouders liggen en het in se aan beiden loyaal wil zijn, is een dergelijke, gespleten loyaliteit zo ingrijpend. Het is een situatie die zich vaak bij echtscheiding voordoet.

Het kind staat voor slechts twee mogelijkheden:
Krampachtig volhouden aan zijn loyaliteit aan beiden, dat wil zeggen zich verregaand opofferen om zijn ouders te verbinden. Hetzij zichzelf trachten te redden door als het ware op één helft te springen en de andere ouder los te laten, waarbij de loyaliteit aan de losgelaten ouder ondergronds gaat en we kunnen spreken van ‘onzichtbare loyaliteit’.

Waarom is het niet kunnen invullen of tegemoetkomen aan zijn loyaliteit zo ingrijpend destructief?

We dienen het daartoe even te hebben over ‘de balans van geven en nemen’. Bij het in evenwicht zijn van deze balans - een evenwicht tussen wat geïnvesteerd wordt en wat ontvangen wordt – zitten we in een ‘rechtvaardige relatie’. Het kind krijgt hier in een positieve spiraal van ontvangen wat het nodig heeft en kunnen teruggeven, vertrouwen geven en erkenning voor dat vertrouwen, bestaansrecht. Dat is een relatie waarin vertrouwen ontstaat in de ander en waarin we zelf betrouwbaar zijn. Het kind krijgt in zo’n relatie de kans om iets terug te geven, krijgt daar erkenning voor en blijft op deze manier niet in de schuld te staan.

Hier groeit zijn zelfwaardegevoel: betekenisvol zijn voor de ander, waardevol zijn als mens. Het verwerft voldoende vertrouwen in de ander en in zichzelf, om aan zelf-afbakening te doen. Dat wil zeggen: durven opkomen voor zichzelf en grenzen stellen aan de ander. Het maakt hem vrij in zijn relaties.

Wanneer een kind echter geen erkenning krijgt voor wat het geeft, met het gevoel blijft zitten van steeds tekort te doen, zijn er te weinig positieve bronnen voor zelf-validatie en komt zijn zelfwaardegevoel ernstig in het gedrang. Het kind zal vertrouwen missen om aan gezonde zelf-afbakening te doen.

In een gespleten loyaliteit zal het kind in dit opzicht:
- Ofwel zich danig opofferen om de ouders te verbinden – waarbij het sowieso met het gevoel blijft zitten aan beiden tekort te doen, zijn bestaansrecht in het gedrang komt en het ook nog de kans loopt als zondebok te fungeren. Dat alles kan leiden tot psychosomatische klachten, depressie, automutilatie, zelfmoordpogingen, gedragsstoornissen.
- Ofwel zal het een keuze maken voor één van beide ouders en de ander tekortdoen door ondergronds te gaan in onzichtbare loyaliteit, en zo in de schuld blijven staan t.o.v. deze ouder. 
- Een derde mogelijkheid, die zich eerder op latere leeftijd zal voordoen, is dat het kind zich van beide ouders afkeert, maar zichzelf dan ook berooft van de mogelijkheid tot het ontvangen of geven van zorg aan beide ouders.

De gevolgen kunnen verregaande zijn. Door een tekort aan betrouwbaarheid in de ouder-kindrelatie kan een destructief gerechtigd zijn opduiken, waarbij het kind zijn recht tot herstel zal claimen door wantrouwen, afwijzen, kwaadheid en soms wraak nemen. Zo kan tevens een roulerende rekening in gang gezet worden, wanneer het kind op volwassen leeftijd anderen zal claimen (en daarmee zijn ouders zal sparen) voor het hem vroegere aangedane tekort. Zo ontstaan dan opnieuw onrechtvaardige relaties waarin de betreffende persoon enerzijds te weinig of niet kan geven, anderzijds niet kan ontvangen. Hij is niet in staat het effect van zijn destructief gedrag op anderen te zien en geeft anderzijds de ander niet de kans om zijn relationele schuld in te lossen.

In het beste geval zal de persoon juist extra gemotiveerd zijn om af te zien van dit destructief recht, omdat hij/zij ziet en ervaren heeft hoe onrechtvaardig dit is. Het risico is dan weer dat hij/zij tegenover zijn/haar eigen partner, vrienden, kinderen, de eigen grenzen niet voldoende afbakkent.

Destructieve parentificatie is in dergelijke situaties, die zich lenen tot gespleten loyaliteit, dan ook nooit ver weg.

Bij ouders in onderling conflict of in een echtscheidingssituatie hebben we sowieso te maken met gekwetste mensen. Naargelang van de eigen ondergane ouderlijke parentificaties zullen ouders in een gebroken relatie of na een moeilijke scheiding meer kans maken op destructieve wijze een beroep te doen op hun kinderen. Wat het gegeven van in een gespleten loyaliteit te leven nog extra belast.

Gekwetste, onzekere en wrokkige ouders voelen zich bijna gedwongen hun kinderen als een forum te gebruiken naar wie zij lucht kunnen geven aan hun minachting, haat en wantrouwen. Op zijn ergst fungeren kinderen in al hun hulpeloosheid als geïsoleerde bronnen van betrouwbaarheid in een wereld van volwassenen die overduidelijk onbetrouwbaar en manipulatief is. Dikwijls is het onbedoeld misbruik, waarop de ouders dan ook geattendeerd dienen te worden.

Het is bijvoorbeeld haast onmogelijk dat een echtscheiding plaatsvindt zonder dat de kinderen in een bepaalde mate worden geparentificeerd. Het gaat met name over de invloed van ouderlijke afweermechanismen op het kind, met als gevolg een toenemende onderlinge afhankelijkheid, die de ontwikkeling van het kind eenzijdiger maakt.

Mogelijk is dat het kind een geforceerde ontwikkeling naar zelfstandigheid doormaakt, om aan de behoeften van zijn ouders te voldoen (parentificatie van ‘het zorgende kind’). Dat gebeurt ten koste van de eigen ontwikkelingstaken, de emotionele ontwikkeling en het sociaal contact met leeftijdgenoten.

In de hulpverlening zal de klemtoon liggen op het zoeken naar hulpbronnen in de familiale context tot het verwerven van erkenning voor de zorg die de kinderen aan hun ouders gaven. In eerste instantie zal dan ook meegegaan worden in het patroon van overzorg, om dan de cliënt geleidelijk aan te helpen zijn zorg te structureren en af te bakenen. Het belang van erkenning blijft cruciaal. Hierop volgend zal aandacht worden besteed aan het ontwikkelen van de ontvangende, passieve kant van de balans, zich openstellen voor de zorg voor anderen. Het gaat hem gelijktijdig dan ook om het herstel van het vertrouwen in anderen, het zelfbeeld en wereldbeeld: Mag ik ontvangen? Wat ben ik nog waard als ik niet zorg voor anderen? Kan ik anderen, die in mij willen investeren als betrouwbaar ervaren? Uiteindelijk komt ook het actief vragen om zorg of hulp aan bod.

Een andere vorm is dat het kind wil tegemoetkomen aan de ouderlijke behoefte om te blijven zorgen (parentificatie van ‘het ontvangende kind’/’het kind dat kind moet blijven’). De ouders worden zodoende verplicht om ouder te blijven voor het afhankelijk blijvende kind en zo wordt een verandering of vernieuwing van de dynamiek in het partnerschap vermeden. Gevolgen voor het kind zijn een vertraagde ontwikkeling en een afhankelijk blijven.

Danig ingaan op de zorgbehoefte van de ouder(s) wordt vaak verward met reële hulpbehoevendheid van het kind. Erkenning geven voor deze vorm van zorg vanuit het kind, is voor de ouders vaak onmogelijk, omdat het om onbewust geprojecteerde behoeften gaat.

In de hulpverlening kan dit bewust worden en zal de klemtoon dan ook op erkenning rusten. Daarna zal gewerkt worden op het leren verantwoordelijkheid nemen voor het eigen leven. Dat impliceert dat het kind het risico aangaat dat wanneer het zich meer terugtrekt, de ouders in een crisis kunnen komen, maar het dan ook de kans aangrijpt dat het leert ervaren dat het zich ook enigszins zonder hen kan redden.

Nog een mogelijkheid is dat het kind in eerste instantie gezien wordt als een verlengstuk van de ouders. Het wordt met allerlei verwachtingen bezet en sterk geïdealiseerd (parentificatie van ‘het perfecte kind’). Het ontwikkelt dan ook een extra gevoeligheid voor verwachtingen en delegaties van de ouders. Wegcijferen van de eigen wensen en eigenheid en aanhangsel zijn. Gevolgen zijn gevoeligheid voor de verwachtingen van anderen, ontkenning van de eigen noden en verlangens, afschermen van de eigen emoties, faalangst, soms liegen en schuldgevoelens tot gevolg. Achter hun vlotte en sterk verbaal gedrag schuilt vaak een angstig afschermen van een neiging tot depressie.

Waar het perfecte kind er niet in slaagt tegemoet te komen aan het ideaalbeeld van de ouders, komt het dikwijls in een zondebokpositie terecht. Het valt geregeld van de ene pool van het speciale en ideale kind in de andere pool van het slechte, mislukte en daardoor onwaardige kind.

In behandeling zal het hoofddoel het verwerven van zelfbepaling zijn. Dat in eerste instantie met focus op de eigen noden en behoeften van de cliënt en het exploreren van de emotionele aspecten hiervan.

Hulp vragen betekent voor het kind erkennen van de eigen beperktheid en onmacht. Deze personen zullen vaak doorgaan tot ze overspannen geraken vooraleer hulp te vragen. Een duidelijke hulpvraag stellen is dan ook een eerste stap in het loslaten van het perfectionistische zelfbeeld. Afzien van het in stand houden van dit ‘imago’ zal mogelijk gemaakt worden, wanneer de cliënt het risico kan nemen zijn eigen reële behoeften en mogelijkheden aan de ouders en familieleden kenbaar te maken.

Een vierde vorm is dat het kind juist zijn anders zijn in extreme mate gaat poneren (parentificatie van ‘de zondebok’ of ook ‘de rebel’). Door zich zo op te stellen tracht het kind de ouders te helpen om hun relatie als partners in stand te houden en de verschillen of dus het gescheiden zijn tussen hen niet onder ogen te moeten zien. De permanente schuldinductie leidt tot een gekwetst zelfbeeld, minderwaardigheidsgevoelens en wantrouwen t.o.v. anderen (in de zin van: Ik heb het toch altijd gedaan). Zondebokken krijgen zelden erkenning voor  wat ze investeren. Machteloosheid, zinloosheid en nutteloosheid krijgen in cognities de vorm van ‘Ik ben niet de moeite waard. Niemand vindt mij aardig.’ tot ‘Ik heb niemand nodig, ik zorg wel voor mijzelf.’ We krijgen dan in sociaal opzicht een eerder over-assertief zijn en het toch niet komen tot dialoog en verbinding.

In de hulpverlening is het hoofdthema uiteraard het zichtbaar maken van de investering van het kind. Dat brengt herstel van het vertrouwen in zichzelf en in anderen. Op deze wijze wordt het ook zelf betrouwbaarder voor anderen.
Het is belangrijk erkenning geven voor het onrecht dat de zondebok is aangedaan en gelijktijdig werken aan het besef dat het ook anderen onrecht aandoet. Het is moeilijk hun gedrag zichtbaar te maken als zijnde zorg voor het gezin, het is nog moeilijker om dat voor anderen zichtbaar te maken.

Echtscheidingsproces, partnerconflicten en ouderschap

Chronisch wantrouwen van de ouders (partners/ex-partners) ten opzichte van elkaar is de voornaamste bron van schade voor hun kinderen.
In therapie zullen de (ex-)partners geholpen moeten worden om het verleden af te sluiten, over hun pijn heen te komen en gevoelens van woede, hulpeloosheid en het trauma van verlies te verwerken. Dit werk omvat allerlei tot dan toe vermeden kwesties, zoals betrouwbaarheid, autonomie, irreële verwachtingen, botsingen met ouders en veroordelende vrienden, vergeldende schoonfamilie, maar ook de verschuiving in het sociale en gemeenschapsleven, nieuwe liefdesverhoudingen en de zorg voor en het gedrag van de kinderen, de toekomst van de kinderen en allerhande regelingen met de consequenties vandien.

Het zal daartoe nodig zijn minder te steunen op het juridische systeem en meer te steunen op het pleiten voor wat billijk is. Het is daartoe noodzakelijk de ouders attent te maken op het onderscheid wanneer zij zich in de rol van ex-partner dan wel van ouder gaan opstellen.

In het contextuele werk zal veelzijdig gerichte partijdigheid dan ook als het leidende principe en de methode aangehouden worden ten aanzien van beide volwassenen. Het veilig stellen van de belangen van de kinderen dient primair doel te zijn en zal uiteindelijk ook het best de belangen van de ouders dienen.

Het is vanzelfsprekend dat niet alleen bij echtscheiding maar bij elke situatie van relatieconflict tussen de ouders, de belangen van het kind gegarandeerd blijven. Met name aandacht voor gepaste zorg voor en zorg van de kinderen.

Aandacht voor het feit dat kinderen ook steeds zelf zorg aanbieden voor de ouders is van cruciaal belang, het aanvaarden en erkennen van zorg en het niet leunen op investeringen die hun mogelijkheden te boven gaan. Een kind kan groeien en zich ontwikkelen door het bieden van hulpbronnen van zorg, loyaliteit en beschikbaarheid, indien deze goed worden gebruikt. Tegenstrijdige eisen leiden echter op de duur tot de moeilijke omstandigheid van gespleten loyaliteit. Het is een ondankbare en onmogelijke taak voor een kind om voortdurend als scheidsrechter te moeten fungeren in de gevechten tussen zijn ouders en de consequenties – zoals hierboven, onder ‘parentificaties’ beschreven – zijn vandien.

Voor de (ex-)partners moeten mogelijke hulpbronnen van vertrouwen worden aangeboord. Investeringen van beide ouders dienen gezien en erkend te worden. Alsook erkenning voor onrecht, gevoelens van gekwetst zijn, onmacht, onzekerheid over de toekomst, zorg voor de kinderen en bezorgdheden over de relatie met kinderen. Ook het in ogenschouw nemen van de eigen ouderlijke relaties kan verhelderend zijn in een zoektocht naar eigen parentificaties, mogelijke delegaties of roulerende rekeningen en het zoeken naar mogelijke hulpbronnen aldaar. De ouder die zich bewust is van eigen - mogelijk destructieve – parentificaties, zal een klaardere kijk verwerven op wat hij al dan niet doorgeeft aan de eigen kinderen, beter oog hebben voor het bieden van gepaste zorg en voor de investeringen van zijn kinderen. Daardoor krijgen de kinderen een gedegen basismodel mee voor de toekomst en vertrouwen in zichzelf, de ander en de wereld.

Kinderen die voortdurend geparentificeerd worden, worden niet alleen uitgebuit en gemanipuleerd, maar ook worden hun energie en hulpbronnen leeggehaald.
Binnen de contextuele ervaring dienen kinderen erkenning te krijgen voor hun opofferende bijdragen aan hun ouders en aan het familieleven, zodat zij uit de valstrik van parentificatie kunnen worden bevrijd. Zij zullen tevens hulp nodig hebben bij het omgaan met de met schuld beladen insinuaties die hun ouders gebruiken om hen in een positie te houden waarin zij te veel moeten presteren.

Ouders dienen ook hulp te krijgen bij het leren geven van erkenning voor wat hun kinderen gegeven hebben; door hen op deze wijze krediet te geven zullen zij hun kinderen daadwerkelijk kunnen bevrijden uit de gevangenschap van parentificatie.

 

 
Omhoog
 

20 verzoeken van kinderen
aan hun (echt)gescheiden ouders

opgesteld door Dr. Karin Jäckel
opgedragen aan Dieter Mark

http://www.karin-jaeckel.de:80/

Alle rechten worden aan de auteur voorbehouden.

Als een gezin uit elkaar breekt, reageren de kinderen meestal met een treurig zwijgen. Daarom heb ik de belangrijkste punten opgeschreven, die de kinderen in deze moeilijke situatie aan hun ouders graag willen overbrengen.

(Zie daarvoor ook: Karin Jäckel, Mein Kind gehört auch zu mir; Handbuch für Väter nach der Trennung, 1999 ff.)

1. Vergeet het nooit dat ik het kind ben van jullie beiden. Ik heb nu weliswaar één ouderdeel bij wie ik in hoofdzaak woon en die de meeste tijd voor mij zorgt. Maar ik heb mijn ander ouderdeel evenzeer nodig.

2. Vraag mij niet wie van jullie beiden ik het liefste zie. Ik hou van jullie beiden evenveel. Maak de andere dus niet slecht voor mij. Want dat doet me pijn.

3. Help mij met mijn andere ouder bij wie ik niet voortdurend ben, contact te onderhouden. Kies voor mij zijn telefoonnummer of schrijf voor mij zijn adres op een briefomslag. Help mij voor Kerstmis of voor zijn verjaardag een mooi cadeau voor de andere in elkaar te knutselen of te kopen. Maak van de foto’s van mij ook altijd een afdruk voor de andere.

4. Praat met elkaar als volwassen mensen. Maar praat. En gebruik mij niet als boodschapper tussen jullie – zeker niet voor boodschappen die de andere treurig of woedend maken.

5. Wees niet treurig als ik naar de andere ga. Hij of zij van wie ik wegga hoeft ook niet te denken, dat ik het de volgende dagen slecht zal hebben. Liefst van al zou ik toch altijd bij jullie beiden zijn. Maar ik kan mijzelf niet in stukken snijden – alleen maar omdat jullie ons gezin uit elkaar gerukt hebben.

6. Maak nooit plannen in de tijd, die mij toebehoort bij de andere ouder. Een deel van mijn tijd behoort mijn moeder en mij toe en een deel mijn vader en mij. Houd je consequent daaraan.

7. Wees niet ontgoocheld of boos wanneer ik bij de andere ben en ik niets van me laat horen. Ik heb nu twee huizen. Die moet ik goed uit elkaar houden – anders ken ik in mijn leven helemaal de weg niet meer.

8. Geef me niet voor de huisdeur als een pakje aan de andere af. Vraag de andere een ogenblikje binnen te komen en praat erover hoe jullie mijn moeilijk leven eenvoudiger kunnen maken. Wanneer ik afgehaald of gebracht wordt, zijn er korte ogenblikken waarin ik jullie beiden heb. Verstoor dat niet doordat jullie elkaar ergeren of ruzie maken.

9. Laat mij in de kleutertuin of bij vrienden afhalen, als jullie niet kunnen verdragen de andere onder ogen te zien.

10. Maak geen ruzie terwijl ik erbij ben. Wees ten minste zo hoffelijk zoals jullie tegenover andere mensen zijn en zoals jullie het ook van mij verlangen.

11. Vertel mij niets over zaken, die ik nog niet kan verstaan. Spreek daarover met andere volwassenen, maar niet met mij.

12. Laat mij toe mijn vriendjes naar elk van jullie mee te brengen. Ik wil heel graag dat zij mijn moeder en mijn vader leren kennen en tof vinden.

13. Kom met elkaar fair overeen over het geld. Ik zou niet graag willen dat een van jullie veel geld heeft en de andere heel weinig. Het zou jullie zo goed moeten gaan, dat ik het bij jullie beiden gelijk gezellig vind.

14. Probeer niet mij om ter meest te verwennen. Zoveel chocolade kan ik namelijk echt niet eten als ik jullie graag zie.

15. Vertel mij open als jullie het soms niet kunnen redden met het geld. Voor mij is tijd toch al veel belangrijker dan geld. Ik heb veel meer plezier aan een lollig gezamenlijk spelletje dan aan een nieuw speeltuig.

16. Zorg niet altijd voor “actie” met mij. Het moet niet altijd iets tof of nieuw zijn, als jullie wat met mij ondernemen. Het mooiste voor mij is als wij gewoon blij zijn, spelen en een beetje rust hebben.

17. Laat als het mogelijk is veel in mijn leven zoals het voor de scheiding was. Dat begint met mijn kinderkamer en stopt bij kleine dingen, die ik helemaal alleen met mijn vader of met mijn moeder gedaan heb.

18. Wees lief voor mijn andere grootoudersook als zij bij jullie scheiding meer de partij gekozen hebben voor hun eigen kind. Jullie zouden het toch ook voor mij opnemen als het slecht zou gaan met mij! Ik wil niet dat ik ook mijn grootouders zou verliezen.

19. Wees fair tegenover de nieuwe partner, die een van jullie vindt of al gevonden heeft. Met die persoon moet ik ook overeenkomen. Dat kan ik beter als jullie elkaar niet jaloers begluren. Het zou in elk geval voor mij beter zijn als jullie beiden vlug iemand vinden om lief te hebben. Dan zijn jullie niet meer zo boos op elkaar.

20. Wees optimistisch. Jullie huwelijk hebben jullie niet voor elkaar gekregen – maar laat ons ten minste die tijd daarna goed doorbrengen. Overloop nog eens alle verzoeken aan jullie. Wellicht praten jullie daarover met elkaar. Maar twist niet met elkaar. Gebruik mijn verzoeken niet om de andere te verwijten hoe slecht hij voor mij was. Wanneer jullie dat doen, hebben jullie niet gesnapt hoe het nu met mij gesteld is en wat ik nodig heb om mij lekkerder te voelen.

Dr. Karin Jäckel

Copyright: http://www.karin-jaeckel-autorin.de
Nauwkeurige verwijzing:
http://www.karin-jaeckel.de/werhilft/waskinderwollen2.html

Vertaling vanuit de originele Duitse tekst Ghislain Duchâteau – mei 2005.


 
Omhoog
 

Waarom beschermen we kinderen niet bij scheiding?

door WIM ORBONS

Artikel op 16 november 2004 in de Stentor.

Is de 'kwaliteit' van een relatie reden voor een scheiding waarbij
minderjarige kinderen betrokken zijn? De nasleep van een scheiding is veel
ingrijpender dan vaak wordt aangenomen. De recente drama's in Berghem,
Doetinchem, Alphen aan de Rijn, Naaldwijk en Vught zijn daar vijf
verschillende voorbeelden van.

Waarom gaan mensen scheiden terwijl ze 'net' een kind op de wereld hebben
gezet? Bij de duizenden echt- en flitsscheidingen en verbreking van
samenwoonrelaties zijn jaarlijks circa 65.000 minderjarige kinderen
betrokken, terwijl scheiden in verreweg de meeste gevallen niet in hun
belang is. Volgens de Nederlandse Gezinsraad leidt scheiding voor meer dan
de helft van dat aantal kinderen tot een permanente ontwrichting van de
relatie tussen de ouders onderling én tussen vader en kind. Dit gebeurt
ondanks een wet uit 1998, die bepaalt dat ouderlijk gezag doorloopt na
scheiding. Maar hoe kan je gezag uitoefenen als er geen contact is?

Uit onderzoek door de Universiteit van Iowa naar 40.000 scheidingen blijkt
dat zaken als alcohol, drugmisbruik, overspel of huiselijk geweld een
volstrekt ondergeschikte rol spelen bij scheiding. Wel de 'kwaliteit' van de
relatie: 'we kunnen niet meer communiceren'. Dit onderzoek sluit naadloos
aan bij een grootschalig onderzoek in Nederland waaruit blijkt dat driekwart
van de scheidingen om 'niets' is, zeker in vergelijking met de gevolgen.

Is het 'kwaliteitsprobleem' een reden voor een scheiding waar minderjarige
kinderen bij betrokken zijn? Vaststaat dat de nasleep van een echtscheiding
veel ingrijpender is dan wordt aangenomen. Vaak wordt er een oorlog over de
hoofden van de kinderen uitgevochten, mede als gevolg van de polariserende
echtscheidingswetgeving. Dat vinden de hoogleraren gezinsbeleid en
gezinssociologie Kees de Hoog en familierecht en criminologie Peter
Hoefnagels.

Naast de gezinsdrama's vinden nog jaarlijks circa 1500 zelfmoorden plaats
(2001: 999 mannen en 501 vrouwen). Scheiding is niet zelden de oorzaak
daarvan. En ook doden in het verkeer (tegen boom of brug) zijn vaak
gescheiden mensen. Het lijkt erop dat huiselijk geweld, de drama's na
scheiding, veel ernstiger is dan huiselijk geweld, dus tijdens huwelijk. Dat
blijkt ook uit het proefschrift (2002) van de juriste Maria Egelkamp.

Steeds minder mensen zijn in staat hun 'kwaliteitsprobleem' (wat dat ook
moge inhouden) op te lossen. Scheiden is het antwoord, daarbij geholpen door
hulpverleners die het individu boven het gezinsbelang stellen, escalerende
twee-advocaten-procedures, en veel rechters (en kinderbeschermers) die de
wet na scheiding niet respecteren. Volgens een evaluatie van ruim honderd
wetenschappelijke studies zijn kinderen die zonder hun eigen vader opgroeien
op 54 verschillende aspecten van het leven slechter af.

Het is zeker dat het aantal scheidingen zal dalen, als aan de
voorspelbaarheid dat moeder de kinderen krijgt een einde wordt gemaakt. Dat
blijkt ook uit onderzoek in de VS. Als moeder niet de kinderen kan meenemen
met uitsluiting van de vader, zal minder lichtvaardig worden overgegaan tot
scheiding. De grote voorspelbaarheid verklaart dat circa 80 procent van de
scheidingen door moeder wordt geïnitieerd. Minder scheiden zal leiden tot
minder bloedbaden, gezinsdrama's, kindermoorden en zelfmoorden.

Minister Donner wil dat bij een echtscheiding altijd de rechter wordt
ingeschakeld. Maar het zijn juist de rechters en hun adviseurs van de
kinderbeschermers die er mede debet aan zijn dat ongeveer de helft van de
kinderen na scheiding geen of nauwelijks contact meer heeft met beide
ouders. En in het geval dat wel een contactregeling door de rechter wordt
uitgesproken kan een ouder (meestal moeder) die straffeloos naast zich
neerleggen met vaak geweld of stalking door de andere ouder als gevolg dat
wel wordt bestraft, geregeld zelfs zonder enig deugdelijk bewijs. Ook het
optreden van kinderbeschermers en politie in de zaak Naima uit Somalië roept
grote vraagtekens op. Frequent staat de deskundigheid van kinderbeschermers
en politie, en de vooringenomenheid van ook het openbaar ministerie,
centraal.

De huidige twee-advocaten-procedures bij echtscheiding zijn
contraproduktief, geldverslindend, ongezond en, waar het kinderen betreft,
kindermishandelend. De plicht tot bemiddelen, dus gezamenlijk aan tafel
onder leiding van één deskundige, maakt mensen verantwoordelijk, leidt tot
bezinning en tot overeenkomsten.

Het is, aldus Hoefnagels, contraproduktief dat de wetgeving wapens verstrekt
om oorlogen over kinderen te voeren. 'Wie samen naar bed konden om een kind
te veroorzaken, zijn verplicht samen aan tafel te gaan zitten om de zorg na
scheiding voor dat kind veilig te stellen', aldus Hoefnagels. Men doet in de
rechtspraktijk nog steeds alsof emoties onoverkomelijke grootheden zijn en
daardoor verhardt men op zichzelf veranderlijke gemoedsbewegingen. Tijdens
de bemiddeling veranderen emoties in controleerbare gevoelens en reflecties.

De verharding van de scheidingscultuur is ook een oorzaak van de toename van
valse aangiften van mishandeling en incest en daardoor weer aangiften van
valse aangiften. Maar de overheid kiest nog steeds voor symptoombestrijding.
Ze pakken de scheidingscultuur niet aan en ook niet het negeren van
gerechtelijke beschikkingen. Dat roept geweld op.

Wim Orbons is voormalig directeur en secretaris van
gezondheidszorgorganisaties en contactpersoon van de expertgroep die
voorstellen aan minister Donner van Justitie heeft gedaan om de
echtscheidingswetgeving te veranderen.

 
Omhoog
 

Slecht nieuws voor kinderen (16-9-2004)

door Wim Orbons

'Slecht nieuws voor gescheiden vaders' is de kop boven het interview in het Nederlands Dagblad (10 september) met de sociologe Tamar Fischer naar aanleiding van haar promotieonderzoek. Maar is het slechtste nieuws niet voor kinderen van (geëmancipeerde) gescheiden ouders?

Fischer onderzocht een groep van 650 echtscheidingen van voor 1990 waarbij kinderen zijn toegewezen aan de moeder. Vaders werden niet geïnterviewd. In Trouw zei Fischer: 'Het allerbeste is natuurlijk conflicten oplossen, of eerst nadenken of je bij elkaar past voor je aan kinderen begint' en 'Een gemiddelde scheiding, ook als de ouders er weinig problemen bij maken, pakt nadelig uit voor kinderen'. Ook in het Nederlands Dagblad houdt Fischer terecht een (indirect) pleidooi om niet te snel te scheiden, in het belang van het kind.

Kinderen die tussen hun elfde en veertiende levensjaar een scheiding meemaken, doen het volgens haar minder goed op school. Na een scheiding moet 'het kind zich steeds weer aanpassen' bij bezoekregelingen. 'Ruziënde ouders hanteren vaak verschillende ouderschapsstijlen', waardoor het kind niet weet waar het aan toe is. Fischer stelt dat gescheiden echtparen met liberale normen na hun scheiding meer ruzie maken dan andere ouders. Dus geëmancipeerde ouders zijn niet best voor kinderen na de scheiding. Het artikel eindigt met de invloed van werkende vrouwen op de echtscheidingspercentages, die in Spanje en Italië beduidend lager zijn dan in Nederland, omdat daar de vrouwen veel minder werken.

Schade

Uit de vakliteratuur is bekend dat voor de overgrote meerderheid van de kinderen een scheiding van hun ouders niet in hun belang is. Dat stelt ook Fischer. Bij een kwart van de kinderen blijkt scheiding ook zelfs na vele jaren nog schadelijke effecten te hebben. Een scheiding knalt door sociale netwerken en heeft financiële gevolgen, ook voor het kind. Civitas, Institute for the study of civil society, geeft na drie decennia van experimenteren met het vaderloze gezin aan, dat alleenstaande moeders op elf verschillende aspecten van hun leven slechter af zijn dan gehuwde moeders en dat kinderen, tieners en jong volwassenen die zonder hun 'eigen' vader opgroeien, op 54 verschillende aspecten van hun leven slechter af zijn. Het evaluatierapport, gebaseerd op 112 wetenschappelijke studies, eindigt met de negatieve effecten op de samenleving, waarbij vooral misdaad, geweld en de kosten in het oog springen.

Zelfstandigheid

Als scheiden zulke dramatische gevolgen voor kinderen heeft, komt de vraag naar boven: Waarom wordt zoveel gescheiden? We hebben scheiding steeds makkelijker gemaakt in onze ikcultuur. Onze persoonlijke autonomie staat boven het (gezins- en) kindbelang. Het ministerie van Sociale Zaken wil economische zelfstandigheid van vrouwen bevorderen in verband met het hoge aantal scheidingen. Maar de economische zelfstandigheid vergroot juist de kans op scheiding. 'Scheidingspromotie' noemt Theo Richel dat in HP/De Tijd. De overheid biedt zelfs de mogelijkheid om in één dag te scheiden via de zogenoemde flitsscheiding.

Circa 80 procent van de scheidingen wordt geïnitieerd door de moeder. De helft van de moeders vindt dat de combinatie van werk en de zorg voor kinderen problematischer is geworden. Het overgrote deel van de moeders wil opvoeden en niet werken, maar zijn daartoe uit financiële overwegingen vaak gedwongen. De droom van de emancipatiegolf om 'alles te kunnen doen' is veranderd in een nachtmerrie dat ze 'alles moeten doen'.

Tegenstrijdig

Moeders weten dat ze het belangrijkste uit het huwelijk, de kinderen, vrijwel altijd krijgen toegewezen (en alimentatie en/of bijstand), maar zijn waarschijnlijk niet op de hoogte van de negatieve gevolgen voor henzelf en de kinderen. Dat komt ook door de overheid, die de scheidingscultuur stimuleert met onder andere het Postbus 51-spotje 'Hoe vraag ik een echtscheiding aan?' in plaats van een spotje over de negatieve gevolgen van een scheiding voor kinderen.

Ook treft de overheid een tegenstrijdige maatregel door vrouwen te stimuleren de arbeidsmarkt te betreden en tegelijkertijd de schoolweek terug te brengen naar vier dagen. Dus nog een dag extra rennen voor kinderopvang. Het zou voor kinderen (en overheid) goed zijn als Fischer spoed maakt met haar vervolgonderzoek in hoeverre scheiding wordt beïnvloed door de context waarin we leven.

Dat de 'beste' omgangsregelingen na scheiding (het kind eens in de twee weken op 'visite' bij vader) verre van ideaal zijn voor kinderen en ook niets met opvoeding (en schoolsucces) te maken hebben is realiteit. Toch is het voor scheidingskinderen beter wanneer zij in contact blijven met beide ouders en dat die ook bij de opvoeding betrokken zijn, volgens de Amerikaanse onderzoeker Robert Bauserman na een analyse van 33 wetenschappelijke onderzoeken. Fischer nuanceert haar onderzoek door te verwijzen naar (waarschijnlijk voornoemd) Amerikaans onderzoek.

Hoe staat het met de moeders die een nieuwe relatie aangaan? Slechts bijna dertig procent is gelukkiger. Dit gegeven staaft ook het feit dat driekwart van de scheidingen om 'niets' is. En een kind dat in een stiefgezin opgroeit (meer dan 400.000 kinderen) loopt een veel grotere kans op mishandeling, kindermoord en scheiding. Dus ook hier niet de beste vooruitzichten voor een kind. Om de vaders na scheiding af te danken lijkt dus niet zo'n goed idee.

In het afgelopen jaar zijn behoorlijk wat wetenschappers in de publiciteit getreden om meer evenwicht tussen man en vrouw te bevorderen in de kinderopvang en om te komen tot eerherstel van het huwelijk. Is dat omdat de man en vader niet van belang is voor (jaarlijks bijna 70.000 (echt)scheidings) kinderen?

Wim Orbons is voormalig directeur en secretaris van diverse gezondheidszorgorganisaties en contactpersoon van een expertgroep die adviseert over echtscheidingswetgeving.

 
Omhoog
  Gescheiden ouders, gescheiden kinderen

Jaarlijks krijgen ruim 35 duizend kinderen te maken met de echtscheiding van hun ouders – een voetbalstadion vol. Zij ervaren al jong dat relaties vervelend kunnen eindigen. Wat betekent dat later voor hun eigen liefdesleven ?

‘Vijf jaar na de scheiding konden ze eindelijk zonder ruzie met elkaar omgaan’, vertelt Sharon (17) over haar ouders, die uit elkaar gingen toen ze twaalf was. ‘ik merk dat ik door de scheiding erg ongelukkig ben, en dat ik veel mensen wantrouw. Mijn vriend is mijn steun, zonder hem ben ik niks.’ De ouders van Laura (20) scheidden toen ze veertien was: ‘Ik ben me meer bewust van wat er mis kan gaan. Daarom durf ik eigenlijk geen relatie aan. Als ik een relatie heb, verloopt het contact meestal stroef. Omdat ik onzeker ben en niks durf.’

Uit onderzoek blijkt dat kinderen van gescheiden ouders anders omgaan met intieme relaties dan kinderen uit een ongebroken gezin. Ze verslijten meer korte relaties, hebben hun eerste vriend(innetje) op jongere leeftijd, verzamelen meer seksuele partners en beginnen eerder aan geslachtsgemeenschap. Ze scheiden ongeveer twee keer zo vaak als kinderen uit een goed huwelijk. Behalve hun gedrag, is ook hun kijk op intieme relaties anders. Kinderen uit een gebroken gezin kunnen meer moeite hebben om relaties aan te gaan en geloven niet zo snel dat een relatie stabiel en trouw kan zijn. Door deze onzekerheid hebben ze een grotere kans op een oppervlakkige, of juist een zeer serieuze verhouding. Op het gebied van conflicten, communicatie en vertrouwen ondervinden ze meer problemen. Ze hebben minder vaak trouwplannen en schatten hun echtscheidingsrisico’s hoger in.

Verkeerd voorbeeld
Kinderen van gescheiden ouders denken anders over relaties, omdat ze zijn opgegroeid met een verkeerd ouderlijk relatiemodel. Mensen leren van hun ouders hoe partners met elkaar omgaan, hoe ze ruzie maken en ruzie oplossen. Kinderen nemen de negatieve conflicthantering van hun ouders over en gebruiken deze in hun eigen volwassen relaties. Ze slagen er minder goed in om ruzie op een constructieve manier op te lossen. Dit geldt met name voor vrouwen. Kinderen gaan na de scheiding namelijk vaak bij hun moeder wonen en meisjes kopiëren het gedrag van de moeder sneller dan jongens. Laura: ‘Mijn moeder maakte vaak negatieve opmerkingen over mijn vader. Als ik van een weekend bij m’n vader terugkwam, durfde ik daar niet over te praten, anders was de sfeer zo weer verpest. Helemaal als ik over zijn vriendin begon.’

Een andere oorzaak voor het afwijkende gedrag van kinderen uit een gebroken gezin, is de verstoorde ouder-kindrelatie. De band tussen ouder en kind speelt een belangrijke rol bij de ontwikkeling van zelfvertrouwern en bij het aangaan van een succesvolle intieme relatie. Door een scheiding neemt het vertrouwen in een liefdesrelatie af, tenzij het kind een goede band met de ouders heeft en houdt. Helaas is de band met de ouders meestal verzwakt voor, tijdens en na de scheiding. Vooral als één ouder – vaak de vader – vertrekt. Bovendien zijn de ouders tijdens de scheiding grotendeels op zichzelf gericht. Ze hebben minder aandacht voor de kinderen en zijn vaak niet zo verdraagzaam.

Veel kinderen kunnen dit niet plaatsen en zoeken de schuld bij zichzelf. Door deze emotionele onzekerheid kunnen ze eigenschappen ontwikkelen die negatief uitwerken op hun eigen relatie. Denk bijvoorbeeld aan minder zelfvertrouwen, jaloezie en bindingsangst. Sharon onderschrijft dit. ‘Ik wantrouw heel veel mensen. Daarom bind ik me liever niet. Dan heb ik het vooral over vriendinnen. Ik doe liever dingen alleen en sluit me af voor anderen.’

Volgens Ineke Swarte, psycholoog, komen de relationele problemen echter niet alleen door het slechte voorbeeld van de ouders, en de zwakke band met hen. ‘Aangeboren eigenschappen spelen ook een rol. Niet elk kind uit een gebroken gezin komt namelijk in de problemen. Het is afhankelijk van de persoonlijke veerkracht van het kind zelf. Een kind met van nature een extraverte persoonlijkheid kan zich beter uiten en zal over het algemeen beter door een moeilijke periode heen komen dan een introvert kind.’

Hoop voor later
Is er ondanks deze treurig stemmende resultaten nog hoop? Volgens de Amerikaanse psycholoog David Mahl wet. Hij onderzocht het gedrag van kinderen uit gebroken gezinnen en vond drie typen: kopieerders, zwoegers en verzoeners.

Kopieerders praten na de scheiding nauwelijks over de situatie en herhalen het gedrag van hun ouders (onbewust) rechtstreeks in hun eigen relaties. Bij deze groep is de kans groot dat hun eigen intieme relatie later ook strandt.

Zwoegers worstelen met de scheiding en ontvangen weinig emotionele ondersteuning van hun ouders. Ze praten openlijk over de breuk, maar weten niet precies wat ze moeten overnemen uit de relatiemodellen van hun ouders. Ze zijn zich bewust van de invloed die de scheiding van hun ouders heeft op hun eigen relatie. Ze vinden een goede communicatie met hun partner erg belangrijk, maar in de praktijk lukt dit lang niet altijd.

Verzoeners hebben de scheiding geaccepteerd. Ze houden een goed contact met de ouders. Zij zien de breuk als een leermoment en hebben er iets van opgestoken. Doordat ze de relatie van hun ouders analyseren, zijn ze zich eerder bewust van signalen die duiden op relatieproblemen. Daarbij kunnen ze kenmerken onderscheiden die geassocieerd worden met een succesvolle relatie. Zo wordt het mogelijk om een andere koers te varen dan de ouders.

Niet elk kind uit een gebroken gezin is dus veroordeeld om het voorbeeld van de ouders te volgen. Zelfs als het uit een zeer conflictueus gezin komt en een zwakke band heeft met de ouders, kan het later een goede, duurzame relatie opbouwen. Daarvoor is het nodig dat het kind de band van de ouders als een negatief voorbeeld ziet en dat slechte rolmodel aan de kant zet. Ook moet het opnieuw betekenis geven aan de voorbeeldfunctie van de ouders. Bijvoorbeeld door te accepteren dat mensen vaak geen ideale ouders zijn. Dan kan de scheiding uiteindelijk toch iets opleveren.

Hilde Schreur

ZO BEPERKT U DE SCHADE

Zes tips voor ouders die hun kind zo min mogelijk willen laten lijden onder de scheiding.

1. Houd uw kind buiten conflicten, praat nooit negatief over de andere ouder. Uw kind mag niet het gevoel krijgen dat het partij moet kiezen.
2. Maak duidelijk dat de scheiding niet de schuld is van uw kind. Vertel allebei dat u van uw kind blijft houden, ook al houdt u niet meer van elkaar.
3. Als u vertrekt, maak dan duidelijk dat dit niets met uw kind te maken heeft. Hou zo goed mogelijk contact, op een manier die prettig is voor het kind.
4. Handel de scheiding goed af en creëer zo snel mogelijk een nieuwe conflictarme gezinsomgeving. Als u er samen niet uitkomt, zoek dan hulp bij bijvoorbeeld een bemiddelaar.
5. Probeer in goed overleg samen te zorgen voor uw kind.
6. Geef uw kind genoeg aandacht, sta open om over de valkuilen van uw huwelijk te praten. Een goede communicatie kan voorkomen dat de geschiedenis zich herhaalt.

MEER INFORMATIE

- http://members.lycos.nl/kigo [website voor kinderen van gescheiden ouders]

- http://www.psychotherapie.pagina.nl

- http://www.echtscheiding.pagina.nl

- http://www.geestelijke-gezondheidszorg.pagina.nl

- http://www.praktijkswarte.nl

TEKST : HILDE SCHREUR

Bron : PSYCHOLOGIE MAGAZINE JULI/AUGUSTUS 2004 blz. 32-33.

 
Omhoog
 

Opdracht aan de kinderen

Aan de kinderen
die met hun aanstelijkelijke levensvreugde
ons in verrukking brengen,
ons met hun argeloosheid verkwikken,
ons met hun onschuld in verlegenheid brengen
en ons veel te zeggen hebben,
ons met hun onbevooroordeelde liefde vleien,
ons met hun optimisme hoopvol stemmen,
en die, als ons nageslacht, ons de belangrijkste
schakel met onsterflijkheid in handen geven.

Richard A. Gardner
Opdracht in zijn boek 'Omgaan met kinderen' ('Understanding Children') 1973.





Prof. Dr. Richard A. Gardner was de kinderpsychiater van de Columbia Universiteit VS, die het Ouderverstotingssyndroom - het Parental Alienation Syndrome of PAS - heeft beschreven en in mei 2003 overleed.





 
Omhoog
  De juridische benadering van het belang van het kind

Mr. Ann De Wolf, toenmalig assistente KU-Leuven - advocate aan de balie van Brussel

1e deel van de redevoering uitgesproken bij de viering van het 20-jarig bestaan van BGMK op 11 november 1995 in de Landcommanderij Alden Biesen in Rijkhoven - Bilzen

Geachte Dames en Heren,

Mijn bijdrage zal u waarschijnlijk als de meest juridisch-technische in de oren klinken. De twee deelaspecten die ik achtereenvolgens zal belichten, zijn enerzijds het belang van het kind en anderzijds het hoorrecht van de minderjarigen.

Ik zal met u overlopen wat zij precies betekenen als juridische term en techniek, op welke manier zij een bescherming kunnen bieden voor de minderjarige, of ze erin slagen, en welk verband er eigenlijk tussen het belang van het kind en het hoorrecht kan bestaan.

Toen ik de opdracht kreeg om het belang van het kind juridisch te bekijken, moet ik eerlijk zeggen dat ik dat een moeilijke opdracht vond. Het begrip wordt te pas en te onpas gehanteerd in de juridische wereld zonder dat daar een concrete definitie aan beantwoordt, zonder dat daar een beschrijving aan beantwoordt.

Wettelijke bepalingen in verband met het belang van het kind

Ik heb dan ook eerst de wettelijke bepalingen terzake nagegaan. Daarbij valt mij op, dat het begrip op twee manieren wordt geïnterpreteerd zowel in positieve als in negatieve zin. Men kan m.a.w. zeggen dat het belang van het kind gediend moet zijn met deze of gene maatregel. Anderzijds kan men zeggen in de negatieve interpretatie, dat het nemen van een maatregel strijdig zou zijn met het belang van het kind. Ik heb voor u de artikels gerangschikt waarin het belang van het kind hetzij negatief hetzij positief voorkomt in de wet.

Ten eerste is er artikel 343 Burgerlijk Wetboek over de adoptie. Daarin staat dat een adoptie van een minderjarige slechts doorgang kan vinden, indien zij het belang van het kind dient.

Wat de overdracht van het ouderlijk gezag betreft, is er ook de vaststelling dat de rechter moet beoordelen of de overdracht van het ouderlijk gezag rekening houdt met het belang van het kind.

In het afstammingsrecht zijn er verschillende artikels waarin het begrip opduikt. Ik vermeld kort : een verzoek tot machtiging tot erkenning kan alleen maar doorgaan getoetst aan het belang van het kind, indien bewezen is dat de kandidaat-erkenner niet de genetische vader is.

Datzelfde geldt voor een onderzoek naar het vaderschap. Ook een onderhoudsvordering tegen de vermoedelijke verwekker zal worden beoordeeld op het belang van het kind.

Tenslotte zie ik dat er ook in de jeugdbescherming m.b.t. de ontzetting uit het ouderlijk gezag vermeld staat dat, bij het herstel van het ouderlijk gezag, er moet beoordeeld worden in het belang van het kind. Het feit alleen dat de ouder zijn leven gebeterd zou hebben, volstaat dus niet.

Sinds de recente wijziging in het jeugdbeschermingsrecht en het familierecht zien we dat er een aantal artikels zijn bijgekomen, waarin opnieuw melding wordt gemaakt van het belang van het kind. Vermits die artikels heel wat procedures zullen veroorzaken, zullen we een inflatie zien van procedures waarin de rechter uiteindelijk rekening zal houden met dat moeilijke begrip. Dat is ondermeer zo in het art. 36 bis van de jeugdbeschermingswet, waarin inderdaad het verplicht hoorrecht is ingelast voor kinderen vanaf 12 jaar. Een rechter kan daar oordelen dat, als het in het belang van het kind is, het kind wordt bijgestaan door een vertrouwenspersoon of zijn advocaat.

Ook in de wet van 30 juni 1994 op de echtscheidingsprocedures is het mogelijk dat de rechter opmerkingen maakt op de voorafgaande overeenkomsten bij de EOT's, indien hij meent dat er beschikkingen zijn opgenomen in strijd met het belang van het kind. Hier hebben we dus een negatieve interpretatie.

Wanneer zo'n EOT-echtscheiding definitief is geworden, is het mogelijk dat die gewijzigd wordt indien nieuwe en onvoorzienbare omstandigheden zich aandienen. Dat is niets anders dan de vroegere rechtspraak die nu opgenomen is in de wetgeving, waar men veelal vroeger erkende dat in het belang van het kind de echtscheidingsovereenkomst diende te worden herzien. Nu heeft de wetgever daar "nieuwe en onvoorzienbare omstandigheden" gestipuleerd. Men neemt algemeen aan dat men daartoe de situaties moet rekenen, waarbij bepalingen zouden zijn opgenomen die in strijd zijn met het belang van het kind. Hetzelfde geldt voor de overeenkomsten tijdens de echtscheidingprocedure op initiatief van echtgenoten.

Prof. Verhellen heeft al gesproken over de wet van 13 april 1995. Daarin zitten ook een aantal belangrijke bepalingen waar we opnieuw hetzelfde begrip tegenkomen. De nieuwe regeling is daar dat, wanneer ouders samenleven, zij het ouderlijk gezag gezamenlijk uitoefenen. Daarbij kunnen zich uiteraard problemen voordoen. Indien een ouder geen overleg pleegt met de andere ouder, maar een beslissing alleen neemt, kan de andere ouder verzet aantekenen. De rechtbank die geconfronteerd wordt met dat verzet, zal moeten oordelen in het belang van het kind. Dezelfde regeling geldt indien de ouders niet samenleven. Het is mogelijk bij niet-samenlevende ouders dat men afstapt van de gezamenlijke uitoefening en men opteert voor het vroegere systeem met uitsluitende uitoefening door één ouder. Dat kan, indien een rechter zou constateren dat de ouders het over een aantal belangrijke aspecten van de opvoeding niet eens zijn. Dat kan ook, indien de rechter oordeelt dat de gezamenlijke uitoefening van het ouderlijk gezag in strijd zou zijn met het belang van het kind.

Sinds de wet van 13 april 1995 kunnen de grootouders en derde personen die een bijzondere affectieve band hebben met het kind een omgangsrecht vragen. De toepassing van de uitoefening van het persoonlijk contact zou opnieuw worden beoordeeld met het criterium van het belang van het kind voor ogen. Grootouders hebben een recht op persoonlijk contact, maar de uitoefening ervan zal worden beoordeeld in het belang van het kind.

Tenslotte is daar nog een heel kleine bepaling die zegt dat de jeugdrechtbank bevoegd is voor het opleggen of wijzigen van alle beschikkingen m.b.t. het ouderlijk gezag. Dat is een bepaling die heel belangrijk is in dat verband. Hier staat nl. dat de jeugdrechtbank telkens zal oordelen in het belang van het kind. Dat zal ongetwijfeld aanleiding geven tot heel wat procedures waar dat belang van het kind een rol speelt.

Inhoud van het begrip "het belang van het kind"

Nu heb ik u niets wijzer gemaakt over de inhoud van dat belang van het kind. Ook de wetgever doet dat niet. Dat komt omdat aanvankelijk die norm bedoeld was als onderliggende norm bij het uitvaardigen van wettelijke regels. Niemand zal ontkennen dat dit tot op vandaag het geval is. Alle beslissingen worden geacht genomen te zijn in het belang van het kind. Maar het begrip heeft een dusdanige inflatie gekend als juridisch instrument en we vinden het in zovele artikels terug, dat het toch eigenaardig is dat er nergens een precieze en concrete inhoud aan wordt gegeven.

Er zat dan niets anders op dan de rechtspraak en de rechtsleer eventjes te raadplegen. Uit wat ik daar vind omtrent het bestaan van het begrip, dus niet omtrent de inhoud ervan, constateer ik dat ook buiten de uitdrukkelijke wetteksten gebruik wordt gemaakt van het begrip bij een beoordeling van een verlatenverklaring, bij een gerechtelijke ontvoogding van een minderjarige en ook zelfs bij uitwijzingsbevelen en bij nationaliteitsverzoeken. Daar hanteert men dus dat begrip.

Men mag echter niét stellen, dat het belang van het kind een algemeen rechtsbeginsel zou zijn. Niemand ontkent dat de beslissingen die men neemt, geacht worden in het belang van het kind te zijn. Maar een beslissing nemen met als criterium 'het belang van het kind' is niet altijd een verantwoorde beslissing. Dit wil zeggen dat het een foutieve en gevaarlijke redenering kan zijn om te zeggen telkens in concreto naar het belang van het kind te kijken. Ik zou daartoe het voorbeeld van het afstammingsrecht willen aanhalen. Indien men het belang van het kind ook buiten de specifieke situaties die de wet voorzien heeft, nl. het verzoek tot erkenning en het onderzoek naar vaderschap, zou toepassen, is dat een foutieve redenering, omdat er wettelijke regels zijn voor het afstammingsrecht. Al zou het in casu en in concreto gaan over een geval waarin een afwijking van de wettelijke regel in het belang van het kind zou zijn, dan moet de rechter toch nog steeds de wettelijke regels volgen, omdat dat de objectieve regels zijn. Wanneer de wetgever het nodig acht dat een rechter ergens rekening houdt met een subjectief element, dan zal hij wel het begrip 'belang van het kind' introduceren.

Wanneer ik de rechtsleer naga m.b.t. de inhoudelijke betekenis van het begrip, gaat men opnieuw zijn toevlucht nemen tot abstracte definities. Ze leggen echter toch een aantal richtlijnen op. De meeste auteurs constateren dat het belang van het kind proceduregebonden is. Het hangt dus af van de procedure. Ten eerste zie je dat er verschillende interpretaties gangbaar zijn in de verschillende rechtstakken. Het belang van het kind moet men anders interpreteren in de procedure m.b.t. het ouderlijk gezag en het omgangsrecht dan in de afstammingsgeschillen en het adoptierecht. In de eerste procedures van het ouderlijk gezag en het omgangsrecht moet een rechter een beslissing nemen op een bepaald moment en kan hij eigenlijk niet voorzien in de toekomst dat andere omstandigheden kunnen plaatsvinden, waardoor het belang van het kind verandert. Zijn beslissing heeft gezag van gewijsde, in die zin dat hervormd kàn worden, indien het belang van het kind dat vraagt. De rechter houdt rekening met het belang van het kind op een bepaald moment. In afstammingsgeschillen daarentegen neemt de rechter een beslissing m.b.t. een element van staat. Hij stelt : "Dit is uw moeder of dit is uw vader". Zijn beslissing heeft kracht van gewijsde en moet dus op het moment dat zij genomen wordt, al rekening houden met het toekomstige belang. Dat stelt dus niet alleen het belang van het kind op het moment dat hij die beslissing neemt, maar hij moet ook rekening houden met de toekomst.

Een ander verschilpunt is dat het belang van het kind niet altijd als alleenzaligmakend criterium geldt. Er wordt dus een verschil in belang aan gehecht en het legt een verschillend gewicht in de schaal. Bij het omgangsrecht van grootouders en derden bijvoorbeeld is het belang van het kind het enige criterium om de uitoefening te weigeren. Bij adoptie daarentegen is het belang van het kind een van de criteria, maar gelden daarnaast voor homologatie van de adoptie ook nog bijvoorbeeld de wettige redenen, belangen van anderen… Dat zijn de proceduregebonden invloeden op het belang van het kind.

Afhankelijk van het domein waarop men opereert, heeft de rechtsleer toch een aantal richtlijnen vooropgesteld. Die karakteristieken zou ik als gevalsgebonden willen bestempelen. In de materie van het omgangsrecht heeft de rechtsleer een poging gedaan om het belang van het kind te omschrijven. Daar zegt ze dat het nemen van een beslissing in het belang van het kind betekent, dat ze elke maatregel die de zedelijkheid, de veiligheid of de gezondheid van het kind schade kan berokkenen, moet uitschakelen.

Met de zedelijkheid bedoelt men de moraliteit, de levensbeschouwelijke praktijken. Bepaalde praktijken die het psychische en religieuze evenwicht van het kind kunnen verstoren dienen uitgeschakeld te worden. Met veiligheid bedoelt men niet zozeer de fysieke veiligheid dan wel de psychische stabiliteit van het kind. Bij omgangsrecht kan dat bijvoorbeeld de nestwarmte zijn die het kind krijgt. De gezondheid komt dan bijvoorbeeld ter sprake bij mishandeling en verwaarlozing. Dat kan ook voorkomen bij het omgangsrecht : dat men het kind geen lange reizen laat ondernemen omdat dat zijn gezondheid in gevaar zou brengen.

In diezelfde materie hebben we een andere formulering. Die zegt dat het belang van het kind de waarmaking van het recht van het kind is op een harmonische ontplooiing van zijn persoonlijkheid. Dat is een zware opdracht voor de rechter die dan op dat ogenblik de persoonlijkheidsstructuur van dat kind moet kennen en ook rekening moet houden met de omstandigheden die de ontwikkeling van die persoonlijkheidsstructuur zou kunnen beïnvloeden. Algemeen wordt gesteld in de rechtsleer dat, als men met het belang van het kind wordt geconfronteerd, men dat moet zien in een context waar ook nog belangen van de andere gezinsleden, kinderen en volwassenen een rol spelen. De rechtsleer zegt ook dat men alleszins rekening moet houden met de continuïteit en de stabiliteit in de opvoedingssituatie van het kind.

Er zijn dus de proceduregebonden karakteristieken en de gevalsgebonden karakteristieken en dan zijn er natuurlijk nog de tijdsgebonden karakteristieken. De rechter zal altijd het belang van het kind vaststellen op een bepaald ogenblik in de tijd. Hij zal dus rekening houden met wat op dat ogenblik algemeen sociaal aanvaard is en gangbaar is. Tot hier dus de theoretische beschouwingen.

Omdat het mij eigenlijk nog niet zoveel wijzer maakte, heb ik een steekproef gedaan via het judit-systeem van een aantal gepubliceerde vonnissen en arresten. Ik heb nagegaan hoe de rechtbanken dat alles toepassen en wat een rechter doet als hij dat criterium tegenkomt.

Een eerste constatering zegt mij dat de rechtbanken al even gretig zondermeer gebruik maken van het begrip "belang van het kind" als de wetgever. Ze zeggen een bepaalde beslissing te nemen omdat hun dat in het belang van het kind lijkt te zijn. Van de uitslagen die ik onderzocht heb, zijn er zo'n 43% die betrekking hebben op het ouderlijk gezag en het omgangsrecht, 15 % op de wijziging van de onderhoudsbijdrage bij echtscheiding door onderlinge toestemming. (In dat geval kon de overeenkomst worden gewijzigd in het belang van het kind.) 11 % heeft betrekking op de adoptieprocedure, 13 % op afstammingsgeschillen. In de overige uitspraken wordt het belang van het kind gebruikt in een heel andere context. Dat gaat dan van sociale wetgeving tot uitwijzingsbevelen. Ik maak het nodige voorbehoud bij dat cijfermateriaal, omdat ik slechts een beperkt aantal uitslagen heb onderzocht. Misschien dat er een andere verhouding zou zijn bij meer uitslagen. Ik geef dat mee ten titel van informatie.

Enkele uitspraken heb ik toch kunnen betrappen op een inhoudelijke betekenis. Binnen het raam van een verzoek om gezamenlijke uitoefening van het ouderlijk gezag oordeelt een rechter volgende uitspraak als in het belang van het kind : "Het ouderlijk gezag kan niet gezamenlijk worden uitgeoefend, omdat het milieu en de opvoeding bij beide ouders te verschillend is en er een gebrek is aan sereniteit". Een andere rechter oordeelt dat bij de toewijzing van het uitsluitend ouderlijk gezag "rekening houden met het belang van het kind" betekent, dat men nagaat welke de behoeften zijn van het kind aan zekerheid, stabiliteit en aan beschikbaarheid van een ouder. Een ander voorbeeld heeft betrekking op de adoptie. Een rechter zegt dat een adoptie in het belang van het kind is, wanneer het kind bij de adoptanten genegenheid en geluk vindt, terwijl de moeder uit zijn leven is verdwenen gedurende het grootste deel van zijn bestaan.

Bij de wijziging van de EOT-overeenkomsten ziet men dat de wijziging kan plaats vinden in het belang van het kind. Dat belang van het kind is hier niet louter materieel bedoeld. M.a.w. indien een benaderde financiële situatie van een ouder eigenlijk aanleiding zou geven tot een verandering, dan ziet men dat niet alleen het louter materiële vatbaar is. De rechter zal ook zeggen, dat die benaderde financiële situatie geen negatieve invloed mag hebben op de normale relatie tussen de ouder en het kind. Het morele aspect komt daar ook aan de orde. Ook op het vlak van de erkenning en de afstammingsgeschillen aanvaardt men dat het niet alleen over het materiële belang gaat, maar ook over het psychologische en het morele belang van het kind.

Tot slot vindt men ook wat de schoolkeuzes betreft, dat de rechter zegt dat de continuïteit van de opvoeding een heel belangrijk element is, zijnde in het belang van het kind. Zo is er een beslissing die stelt dat de moeder tegen de wil van de vader in niet kan beslissen dat het kind wordt ingeschreven in een andere school, louter en alleen omdat het kind op de eerste school in contact kan komen met het zoontje van de vriendin van haar ex-echtgenoot. De rechter zei hier dat "de continuïteit" in het belang van het kind was. Hij besliste dat het kind ingeschreven moest blijven in de eerste school. De gemeenschappelijke bedoeling van de ouders op het ogenblik van hun huwelijk en tijdens hun samenleving, is bij de schoolkeuze ook van belang. Dat speelt een rol bij het inschrijven voor zedenleer of godsdienst. Men kijkt hier naar de levensbeschouwelijke opvatting van de ouders tijdens het huwelijk, omdat dit opnieuw invloed heeft op de continuïteit van het kind.

Samenvatting

Dit thema wil ik niet afsluiten met een zoveelste poging tot definitie van het belang van het kind, maar met een samenvatting van de rechtsleer en de rechtspraak. De rechter moet zich dus gegeven de aard van de materie inleven in de wereld van het kind en een beslissing nemen die de positieve gevolgen van de maatregel die hij zal nemen, op de verlangens en de verwachtingen en tegelijkertijd op de positie in gezin en de samenleving van het kind maximaliseren. Dat is natuurlijk helemaal niet makkelijk voor een rechter.

Drie factoren spelen hier dan ook een rol :
1. de gegevens die de rechter krijgt van het parket, van deskundigen en van de partijen zelf.
2. de eigen persoonlijkheidsstructuur van de rechter. In principe moet een rechter zich bewust zijn van zijn eigen subjectiviteit teneinde niet àl te subjectief te worden.
3. de mening van het kind. Ik heb nu niet gezegd dat de mening van het kind verschilt van het belang van het kind. Als een rechter een oordeel moet vellen over een kind en zijn toekomst, waarbij de persoonlijkheid van het kind hem voor ogen moet staan, lijkt het me logisch dat hij ergens rekening houdt met de wensen, de verlangens en gevoelens van het kind of dat hij die althans kent. Ook de wetgever heeft toch in die zin gedacht, omdat hij het artikel over de invoering van het hoorrecht in de wet heeft ingelast (Art. 931 Gerechtelijk Wetboek - wet van oktober 1994).

 
Omhoog
 

Dag van de Rechten van het Kind

20 november is de dag van de rechten van het kind, reden om stil te staan bij de Nederlandse situatie.

Over Nederland is geklaagd bij het VN-Comité voor de Rechten van het Kind in Genève. Volgens het Kinderrechtencollectief voldoet Nederland niet aan het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind, en wel onder meer vanwege de subsidiebeperking waardoor deze beroepsvertegenwoordigers van onze kinderen zijn getroffen, alsmede vanwege het ontbreken van een consistent jeugdbeleid. In het Kinderrechtencollectief, dat zich opwerpt als non-gouvernementele spreekbuis van onze kinderen, zijn verenigd o.a. Defence for Children International, de Vereniging van Kinderrechtswinkels en Unicef.

Wat vinden die andere vertegenwoordigers van onze kinderen, de ouders, van de kinderrechtensituatie in Nederland? Nederlandse ouders klagen Nederland aan wegens schending van het Verdrag. Niet op de grond dat hun protesten niet gesubsidieerd worden, maar op een inhoudelijke grond. In het Nederlandse familie- en jeugdrecht worden in het belang van het kind aan duizenden kinderen hun rechten onthouden en worden gezinswaarden en -normen prijsgegeven. In het belang van het kind worden dit jaar weer tientallen duizenden kinderen beroofd van ieder contact met een van hun ouders. In hun eigen belang worden dit jaar weer 900 kinderen die zich niet schuldig hebben gemaakt aan enig strafbaar feit maandenlang opgesloten in gevangenissen. De tehuizen zijn namelijk overvol wegens stagnerende doorstroom, maar tegelijkertijd wordt niet gekeken of (een van) hun ouders in staat is of zijn hun kinderen zelf op te voeden. Een rechtsstaat voor het kind wordt niet in hun belang gevonden.

Het Nederlandse familie- en jeugdrecht kent een woelige geschiedenis. In het vorige decennium is het naar aanleiding van nieuwe inzichten op het gebied van mensenrechtenverdragen fundamenteel gewijzigd, met name op het gebied van gelijkwaardig ouderschap. Toch wordt, alsof er niets is veranderd, na echtscheiding nog altijd in het belang van het kind onderzocht aan wie van de ouders de zorg voor de kinderen moet worden toegewezen. Daardoor ontstaat strijd, want wie de kinderen niet krijgt toegewezen is overgeleverd aan de genade van de andere ouder. Bovendien levert zo’n onderzoek geen fundament voor een beslissing, want vaak zijn beide ouders even geschikt en berust de keuze op traditie. Voor het vaststellen van een omgangsregeling in die ondertussen uiterst gespannen geraakte verhoudingen wordt ook weer onderzoek gedaan, waarbij ook weer het belang van het kind centraal heet te staan. Daarmee ontstaat de uiterst cynische procedure dat bij echtscheiding tussen de ouders een oneigenlijk conflict wordt uitgelokt, en het kind wordt onderzocht in hoeverre het tegen die strijd bestand is. Het “Belang van het Kind” is een paradox. Het belang van het kind leidt tot strijd tussen de ouders en uiteindelijk verlies van een der ouders, en dat is niet in het belang van het kind.

Het heersende familierechtelijk denken gaat helaas gebukt onder de tirannie van het belang van het kind en voelt zich verplicht niet de vrede van het uiteenvallend gezinssysteem, maar het belang van het kind in enge zin centraal te stellen, met als consequentie een moralistische benadering met hulpverlening. Het familierecht, bedoeld om bij echtscheiding een rechtsorde te creëren waarin mensenrechten en fundamentele vrijheden kunnen gedijen, mist centrale beginselen die daarop gericht zijn. Op basis van rechtspsychologische concepten zouden wetgeving en rechtspraak moeten inspelen op de wetmatigheden van menselijk gedrag van procespartijen, vrij van moralisme, bevrijd van de tirannie van het belang van het kind. Moralistische principes, hoe verhuld ook, bieden geen perspectief. Cybernetische principes, die de partijautonomie intact laten, des te meer. Het huidige familierecht is slechts gebaseerd op goede bedoelingen en mist node een rechtspsychologische grondslag. Dat vergt wetenschappelijk onderzoek als uitgangspunt voor een ingrijpende cultuuromslag. Af en toe klinken in de parlementaire discussie zeer schuchter wat geluiden door, maar van een doorbraak is nog lang geen sprake.

De Nederlandse wetgever heeft in 1998 afgerekend met de polariserende alles-of-niets-benadering van ouderlijk gezag na echtscheiding, en gekozen voor gelijkwaardig ouderschap en gezamenlijk gezag. Als dat zou worden beschermd en gehandhaafd zouden ouders niet uitgelokt worden te strijden om de kinderen. De Raden voor de Kinderbescherming en de rechters geloven echter niet in de wet. Zij houden met zelfbedachte juridische constructies (toewijzing aan een der ouders van het “hoofdverblijf” van het kind, een term die in de wet geen zelfstandige betekenis heeft) kunstmatig de vorige eeuwse opvatting van ongelijkwaardigheid in stand en blijven aldus polariseren tussen de ouders. Kinderbeschermers zien ouders nu eenmaal als bedreiging voor de kinderen. Zichzelf zien zij als kinderredders die je maar beter niet moet binden aan bewijs van hun beweringen, aan rechts- en fatsoensnormen, in het belang van de kinderen.

Echtscheiding is geen kinderbeschermingsmaatregel. Voor de zorgverdeling na echtscheiding zijn alleen zaken van belang als de werktijden van vader en van moeder, de schooltijden van het kind en eventueel een verdeling van enkele taken, zo veel mogelijk aansluitend bij de situatie ten tijde van het huwelijk. Emotionele argumenten behoren geen rol te spelen bij de juridische vaststelling en bij de naleving van wat is vastgesteld. Die emoties moeten niet ontkend of genegeerd worden, maar moeten daarna, buiten het juridisch kader, worden gekanaliseerd.

Toch wordt na echtscheiding de Raad voor de Kinderbescherming ingeschakeld, zogenaamd om het kind te beschermen tegen het (uitgelokte!) conflict van de ouders. Bij echtscheiding leggen we blijkbaar heel andere maatstaven aan dan tijdens huwelijk. Immers, ook onder gehuwden zal het wel eens voorkomen dat een goede onderlinge verstandhouding ver te zoeken is. Het is in die gevallen ook niet aan de Raad voor de Kinderbescherming om in te breken in het gezag van de ouders, of aan een van de ouders ieder contact met het kind te ontzeggen. Een dergelijke ingreep mag alleen aan de orde zijn als zich een grond zou voordoen voor ontzetting. Dat is een zware kinderbeschermingsmaatregel, opgelegd door een andere rechter in een heel speciale procedure die niets met de echtscheidings- of omgangsprocedure te maken heeft, omkleed met goede rechtswaarborgen. De echtscheidings- of omgangsprocedure mag niet als verkapte ontzettingsprocedure gaan werken.

Den Haag, 20 november 2003
Mr.Ir. P.J.A. Prinsen, advocaat.


 
Omhoog
 

Kind in bemiddeling (boekpublicatie)

Over de transformatie van ex partners in collega-ouders en de kindermomenten in bemiddeling

van Cees van Leuven - Annelies Hendriks

ISBH: 90-9017401 - X
Uitg. JABALIS BV Molenschot -2003 - 172 pagina's - 22,48 EURO (inclusief verzendingskosten)

'KIND IN BEMIDDELING'

Dit boek gaat over de transformatie van ex-partners in collega-ouders en de kindermomenten in bemiddeling. Auteurs zijn Cees van Leuven (advocaat en scheidingsbemiddelaar) en Annelies Hendriks (ontwikkelingspsycholoog en bemiddelaar).

Een kind tekende tijdens ons bemiddelingscontact een huis met veel ramen. Waarom heeft jouw huis zo veel ramen?" vroegen we. Het kind: "Dan kunnen mijn ouders beter zien."

Kernachtiger kunnen de auteurs hun doelstelling niet verwoorden. Zij beschrijven de weg die ouders en hun kind(eren) bij scheiding onder professionele begeleiding van de bemiddelaar begaan om de band ouder-kind te behouden. Ouders worden geholpen hun communicatie, waar nodig, te verbeteren. Naar kinderen wordt serieus geluisterd. De valkuilen van het ouderschap na scheiding worden zichtbaar gemaakt.

Het Zorgmodel biedt ouders en kinderen de mogelijkheid te kiezen voor ouderschap op maat. Een rechter in het Hof Den Bosch noemde het Zorgmodel eens: het groeimodel (Van Teeffelen, Tijdschrift voor familie en jeugdrecht, 2000, no. 2). Door de vraagstelling raken de ouders (al is het maar even) van hun partnerprobleem af. Zij worden gedwongen te kijken naar de toekomst van hun kinderen en realiseren zich soms plotseling het idiote en tijdelijke karakter van hun huidige crisissituatie, waarin zij ongewild ook hun kinderen hebben betrokken.

Inhoud van de hoofdstukken :

  1. Echtscheidingsbemiddeling: het (ex)partnerdeel
  2. Het juridische kader van de herstructurering van het ouderschap in bemiddeling
  3. Het socio/psychologische kader waarin het zorgmodel past
  4. De herstructurering van het ouderschap na scheiding: het zorgmodel
  5. Luisteren naar kinderen in bemiddeling
  6. Afwikkeling zorgmodel en het gesprek bemiddelaar kinderen
  7. Bemiddeling, methode en technieken
  8. Forensische bemiddeling

Daarbij is er een nawoord, geraadpleegde literatuur en 7 bijlagen.

De bijlagen :

  1. Model VFAS - bemiddelingsovereenkomst en gedragsregels
  2. Het verhaal van de zeeschildpad en de landschildpad
  3. Zorgmodel
  4. Suggesties voor vragen aan kinderen, behorend bij het Zorgmodel
  5. Kinderconvenant
  6. Regels geldende in een forensische bemiddeling
  7. Model rapportage in forensische bemiddeling

Bestellen?
Vul het formulier in en maak € 22,48 over op rekeningnummer 1867 34 905 ten name van C. van Leuven te Molenschot, onder vermelding van: ZORGMODEL.
U ontvangt het boek binnen enkele dagen nadat uw betaling is ontvangen.

Doelgroep: scheidingsbemiddelaars, rechters, advocaten, psychologen, professionals in 'familylife' en ouders die willen weten hoe een goede scheidingsbemiddeling verloopt.

Website van Cees van Leuven met informatie over zijn "ZORGMODEL" e.a. nuttige informatie :

http://www.zorgmodel.nl/


 
Omhoog
 

Kinderen en echtscheiding
Lees- en werkboek voor echtscheidingskinderen, ouders en begeleiders

Door Ludo Driesen

Uitgave Garant - Leuven - Apeldoorn
2002
ISBN 90-441-1200-7

Garant
Tiensesteenweg 83 - 3010 Leuven/Kessel-Lo
Koninginnelaan 96 - 7315 EB Apeldoorn
Uitgeverij@garant.be

De flaptekst karakteriseert het boek :

Het gaat over Thomas, een jongen van 12. Zijn ouders scheiden. Thomas moet dat verwerken. Hij schrijft in zijn dagboek op wat er zich allemaal afspeelt en hoe hij zich daarbij voelt. Zijn verhaal verloopt in drie grote fasen: veel ruzie tussen de ouders, de echtscheiding, de nieuwe relatie van moeder en het nieuw-samengestelde gezin.
Kinderen kunnen dit dagboek van Thomas op hun eentje lezen. Bij elke dag staan vragen om over na te denken, als ze dat willen. Ze kunnen er misschien met vrienden over praten. Maar ze kunnen dat boek ook lezen samen met hun ouders of andere opvoeders zoals grootouders of leerkrachten, met begeleiders, hulpverleners.
Echtscheidingen verlopen op verschillende manieren. De eigen belevenissen van het kind, met eigen opvattingen, gedachten, gevoelens, reacties kunnen voorwerp van gesprek zijn. Ze kunnen immers best verschillen van die van Thomas. De vragen bij het dagboek moeten niet worden 'opgelost', ze zijn enkel als aanzet bedoeld en kunnen dus worden aangepast en aangevuld.
Het verhaal van Thomas is een volledig verhaal. Thomas heeft alle stappen van de echtscheiding meegemaakt. Sommige kinderen verkeren nog maar in de eerste fase, ruzies, andere kinderen zullen nooit de derde fase, nieuw-samengesteld gezin, kennen. Weer andere kinderen zitten midden in de fase van de eigenlijke echtscheiding. Daarom kan de begeleider keuzes maken.
Een andere doelgroep zijn de ouders. Wat Thomas schrijft, kan hen beter doen begrijpen wat hun eigen kinderen ervaren. Dat kan ouders helpen hen optimaal te begeleiden.

Ludo Driesen is klinisch kinder- en jeugdpsycholoog en gedragstherapeut. Hij is campusverantwoordelijke van het Centrum Geestelijke Gezondheidszorg Noord-Limburg in Overpelt, dat deel uitmaakt van het Centrum Geestelijke Gezondheidszorg / Limburgs Instituut voor Toegepaste Psychologie.

Typisch voor kinderen is het loyaliteitsconflict bij een beginnende echtscheiding. De ouders van Thomas dwingen hem om te kiezen tussen vader en moeder. Bij wijze van voorbeeld uit zijn dagboek de brief van Thomas, die hij in dat verband schreef op zaterdag 22 april

Hallo Dagboek!

Wat een gedoe vandaag! Papa is nog steeds niet terug thuis. De rechter heeft nu gezegd dat papa en mama een tijdje niet meer bij elkaar zullen wonen. Hij heeft ook beslist dat ik en Bart en Liezelotte voortaan bij mama zullen wonen. Hij noemt dat het hoederecht. Hij heeft ook beslist dat wij voortaan om de 14 dagen tijdens het weekend naar papa zullen gaan. Dat noemen ze het bezoekrecht. Ik ben blij dat ik nu regelmatig naar papa toe zal mogen gaan, want ik heb papa al een hele tijd niet meer gezien. Toch hoop ik dat papa weer gauw helemaal terug naar ons huis komt.
Vandaag zou papa ons om 10.00 uur komen ophalen. Maar hij was er niet. Mama zei boos dat papa ons natuurlijk vergeten was. Ze zei ook dat papa zijn afspraken nooit nakomt. Maar ik was verdrietig. Ik was bang dat papa ons helemaal vergeten was.
Gelukkig kwam hij om 11.00 uur wel. Maar mama wilde niet dat wij nog met papa meegingen. Dat viel tegen. Ze hebben ruzie gemaakt aan de deur. Papa zei dat hij zich in het uur had vergist. Mama zei dat ze nooit op hem kon rekenen. We mochten van haar niet mee.
Ik heb mij van het weekendje bij papa heel veel voorgesteld. Dat kan leuk worden bij oma. Ik was bang dat dat nu allemaal in het water zou vallen. Voor dat uurtje te laat!

Papa stelde toen een heel moeilijke vraag. Hij vroeg of wij misschien wel met hem mee wilden gaan. Natuurlijk wilde ik dat wel. Maar ik durfde hem dat niet te antwoorden. Ik was bang dat mama boos wordt als ze hoort dat ik wel graag met papa mee ga. Misschien denkt mama dat ik meer van papa houd dan van haar. Maar dat is niet zo!
******************Toen heb ik al mijn moed verzameld en haar toch maar gezegd dat ik wel met papa mee wilde gaan. Bart en Liezelotte ook.

Mama leek wel wat teleurgesteld toen wij dat zeiden. Gelukkig liet ze ons toch vertrekken. We hebben meteen onze weekendtas opgepakt en zijn bij papa in de auto gestapt. Wat een ellende toch?

Tot de volgende keer!

Commentaar bij het boek

Met veel belangstelling heb ik het boek in één ruk uitgelezen. De vragen heb ik na verloop van tijd overgeslagen. Het Nawoord voor begeleiders - De belevenigswereld van het echtscheidingskind over een 15-tal bladzijden brengen daarbij boeiende informatie en nuanceren de situaties bij echtscheidingskinderen. Daarbij haalt de auteur gegevens aan die resultaat zijn van recente wetenschappelijke observatie van kinderen bij echtscheiding. Ook in dat opzicht is het boek verhelderend. De klemtoon ligt uiteraard op het dagboek van Thomas. Wij volgen getrouw met hem aan de hand van zijn brieven wat er allemaal in hem omgaat in de verschillende fasen van het scheidingsgebeuren. Hij beleeft bezorgdheid, angst, droefheid, boosheid en blijdschap in wisselende stemmingen naargelang van de voortschrijdende situaties die hem overkomen. Al met al is het uitgangspunt van de schrijver optimistisch : de jongen van 12 wordt met de bezwaarlijke uitdeinende gezinssituatie geconfronteerd, maar hij weet zichzelf te handhaven en aan te passen aan een totale nieuwe levenssituatie. Zo vergaat het echter niet alle kinderen. Het is hier wat stereotiep rooskleurig voorgesteld. Hoewel kinderen zich onvoorstelbaar goed kunnen aanpassen, blijven toch heel wat kinderen getekend door de nare beleving. Dan denken we maar aan de kinderen die door de ene ouder worden opgezet tegen de andere ouder. Dat kan zo erg zijn dat daardoor een onomkeerbaar ouderverstotingssyndroom ontstaat, waarbij een definitieve vervreemding van de tot vijand gecreëerde ouder onvermijdelijk wordt. Daarmee verliest het kind één ouder en verliest die ouder zijn kind. Dat slaat diepere wonden. En dat soort situaties neemt overhand toe. In Nederland verliest 50 % van de kinderen het contact met één ouder - doorgaans de vader - na één jaar scheiding. Alleen zorgvuldige en efficiënte begeleiding van de ouders in het scheidingsproces zelf kan dergelijke situaties voorkomen. Dat is in het belang van de kinderen, maar ook in dat van de beide ouders. Daarom pleiten we hier nogmaals voor doeltreffende institutionalisering van die ouderbegeleiding op grote schaal bij echtscheidingen waarbij kinderen zijn betrokken. Klinische psychologen als Ludo Driesen en zijn collega's zijn bijzonder geschikt om een dergelijke taak met uitstekende resultaten op grote schaal voor hun rekening te nemen. De overheid kan op de duur niet onverschillig blijven voor de omvang van het omgangsprobleem en voor de menselijke draagwijdte daarvan.
We bevelen het boekvan Ludo Driesen graag aan. Zowel kinderen, die het dagboek inlevend zullen lezen, als ouders die zich een veel beter beeld kunnen vormen van wat in hun kinderen omgaat bij een scheiding, als begeleiders die soms voor een moeilijke en delicate opdracht staan, kunnen veel baat vinden bij de lectuur van "Kinderen en echtscheiding".

G. D.


 
   
 

Kinder- en jeugdboekenlijst over verwerking scheiding

"Thema : Kind en echtscheiding. Handleiding bij het gebruik van kinder- en jeugdboeken over kind en echtscheiding".

De provincie Limburg heeft op vrijdag 17 oktober 2003 in Hasselt een nieuwe handleiding voorgesteld over het gebruik van kinder- en jeugdboeken rond het thema ,,kind en (echt)scheiding''. De provincie wil daarmee een leidraad bieden aan leerkrachten en vormingswerkers die werken met kinderen die een echtscheiding hebben meegemaakt.

De gedeputeerde voor Welzijn Sonja Claes benadrukt dat de boeken een krachtig hulpmiddel zijn voor kinderen in het verwerkingsproces van een echtscheiding. ,,Via boeken, prentboeken en gedichten leren kinderen hun gevoelens beter verwoorden en kunnen ze steun putten uit de identificatie met een hoofdpersonage.'' Volgens de gedeputeerde is de handleiding niet specifiek op het thema (echt)scheiding van toepassing, maar op alle soorten emotionele problemen.

In de brochure zit een overzichtslijst van kinder- en jeugdboeken die over scheiding handelen, en een boekenlijst over eenoudergezinnen. De lijst bevat uitsluitend boeken voor kinderen van 4 tot 16 jaar.

***

Op vrijdag 17 oktober 2003 werd in het Provinciehuis in Hasselt voor leerkrachten, vormingswerkers en bibliotheekpersoneel een studiedag gehouden waar die aanwezigen konden kennis maken met de handleiding. Ze is bijzonder mooi uitgegeven onder de titel : "Thema : Kind en echtscheiding. Handleiding bij het gebruik van kinder- en jeugdboeken over kind en echtscheiding". Het is een uitgave van de Provinciale Dienst Volksgezondheid en de Limburgse Preventieve Gezondheidsraad. Het is het resultaat van een project van een werkgroep onder de leiding van Maruschka Huybrechs. De brochure bevat rand- en achtergrondinformatie over het thema. Ze wordt afgesloten met de keuzelijst. Die keuzelijst kan je gratis verkrijgen. De brochure kost 4 €.


 
   
 

Kinderen helpen bij verlies

Manu Keirse over rouwproces bij kinderen

Kinderen worden vaak vergeten door rouwende volwassenen of door hun omgeving. "Alle gesprekken vonden plaats een meter boven mijn hoofd", vertelde een meisje aan Manu Keirse nadat ze op dertienjarige leeftijd haar moeder verloor. Hij pleit ervoor om kinderen vanaf de prille jeugd te betrekken bij verlieservaringen.

"In de samenleving wordt vaak vergeten dat verdriet te maken heeft met verbondenheid en houden van", stelt klinisch psycholoog Manu Keirse die eerder met 'Helpen bij verlies en verdriet' een klassieker schreef over rouwverwerking. "Verdriet hoort bij het leven zoals insecten en slecht weer bij de natuur horen. Kinderen leren heel veel op school, maar niet daarover. Als omgaan met verlies en verdriet van in de kindertijd deel van het leven wordt, krijg je andere volwassenen."



Onwennig

Manu Keirse helpt onder woorden te brengen wat ouders, leraars en andere opvoeders soms zo moeilijk gezegd krijgen. Omdat ze zelf zo onwennig staan tegenover verlies en verdriet. Hij doorprikt mythes zoals 'kinderen zijn nog te klein om het te beseffen'. "Je moet natuurlijk rekening houden met de ontwikkelingsstadia van een kind. Een confronterende vraag als 'moet Wardje nu aarde eten onder de grond?' mag je niet afwimpelen, maar eerlijk beantwoorden", stelt hij. "Je moet alles, ook verdriet, met kinderen delen als dagelijkse ervaring."
Aan kinderen vertellen dat mama of papa een levensbedreigende aandoening heeft, is niet makkelijk. "Men moet niet alles vertellen, maar het mag niets anders dan de waarheid zijn", aldus Manu Keirse. "Goede informatie aan kinderen maakt dat ze zich veiliger voelen. Ze kunnen dan ook antwoorden als vriendjes vragen stellen."

Niet over te doen

Naast ziekte en overlijden is ook echtscheiding een realiteit waarmee veel kinderen worden geconfronteerd. "Het is nochtans een mythe dat dit per definitie het ergste is wat een kind kan overkomen", betoogt Keirse. "Het is schadelijker om zijn hele kindertijd in een conflictsituatie te moeten doorbrengen dan met een eerder harmonische echtscheiding te leven. De kindertijd kan je niet overdoen." Hij waarschuwt er ook voor dat de opvang in een nieuw gezin niet betekent dat de kinderen van de aandachtslijst mogen worden geschrapt. "Dit is vaak een periode van grote spanning waarop ze ook moeten worden voorbereid", aldus Keirse.

Chris Van Hauwaert

Uit Visie Nr. 33 * 29-11-2002 blz. 4

Ook SCHOOLdirect, de elektronische nieuwsbrief voor onderwijsdirecties besteedt ruime aandacht aan het boek van Manu Keirse :

School helpt kinderen bij verlies

Hoe de school kinderen, medeleerlingen en ouders kan ondersteunen bij verdriet of verlies, leest u in het boek van psycholoog Manu Keirse. Hij geeft 15 tips die zich uitdrukkelijk tot de school richten. Niet alleen bij verlies na een overlijden is ondersteuning nodig maar ook bij echtscheiding. Leraren moeten op deze taak worden voorbereid in hun opleiding of via nascholing en leren omgaan met hun persoonlijke gevoelens. Pas dan zullen ze in staat zijn om met warmte en begrip de jongeren te ondersteunen en hun veiligheidsgevoel te verhogen.

De directeur krijgt de raad een stappenplan uit te schrijven dat de school gidst als er zich een overlijden voordoet. Wanneer dat gaat om een sterfgeval in de school of van een leerling is het aangewezen ook voorbereid te zijn op contacten met de pers.

SCHOOLdirect vat het boek voor u samen, met speciale aandacht voor de tips voor de school.

Wie dus echte belangstelling heeft voor het boek, die kan de uitgebreide en grondige samenvatting en bespreking vinden door te klikken op de onderstaande link.

Doodzwijgen maakt dood dubbel erg
http://www.ond.vlaanderen.be/schooldirect/BL0203/verdriet.htm

Manu Keirse, Kinderen helpen bij verlies, uitg. Lannoo, 19,95 euro.

 

 
   
 
Toepasselijke gedichten

 
 
 
 
 

Ik ben blij dat ik je niet vergeten ben

Het lijkt een algemeen lied voor een man die een geliefd iemand weer terugziet. Pas bij goed luisteren hoor je op het einde dat het gaat om de liefde van een gescheiden vader voor zijn hervonden kind. Dat gaf ook het succes, iedereen herkent zich in het lied.

De tekst is als volgt:

Mijn lieve god, hoe is het mogelijk dat ik je hier ontmoet
Ik dacht dat ik je nimmer meer zou zien
Ik dacht, ik weet niet wat ik dacht maar ik denk nu wat is het goed
Meesterlijk en aardig bovendien

En ik ben blij dat ik je niet vergeten ben
Dat ik nog zoveel kleine dingen van je ken
Omdat ik steeds ben blijven dromen
Dat het toch zover zou komen
Ben ik blij dat ik je niet vergeten ben

Want het was zeven jaar geleden al een half jaar voorbij
Dat is verdomd een hele tijd
We waren jonger en ik hield niet meer van jou dan jij van mij
We scheidden maar ik raakte je niet kwijt

Nu je vraagt of ik je na al die jaren heb herkend
Of ik soms nog wel eens aan je heb gedacht
Wat dacht jij dan, dat je een ander bent geworden dan je bent
In een nacht

Natuurlijk zijn wij in die jaren onze eigen weg gegaan
Met anderen in ons hart en in ons huis
Maar nu ik je weer gevonden heb laat ik je niet meer gaan
Wij komen samen uit en samen thuis

Het lied was in 1975 acht weken te vinden in de Nederalndse Top 40 en haalde een zevende plaats. Volgens het Nationaal Popinstituut, is de zanger Joost Nuissl, directeur van het Amsterdams theater De Kleine Komedie.

De song is te vinden op de dubbel-cd 'Ik doe wat ik doe'. Daarop staan ook 11 nieuwe liedjes en die zijn geschreven door Lennaert Nijgh.

Bron: Kind in de knel (Bert Kerkhof)



 
 
   
 
 

Mis mij

een magistraal tienergedicht van Ted van Lieshout

Denk niet meer aan mij. Zie me
over het hoofd. Ik ga gebukt. Er is
in mij geen houden van te vinden,

geen antwoord heb ik op wat je voor me
voelt. Spijt alleen, omdat we allebei
verlangen naar verlangen, maar ik niet hier

en niet naar jou. Ik zoek iets groots
dat in de verte dwaalt, voorbij. Laat mij
niet los. Ga weg. Blijf desondanks. Mis mij.

Mis mij.

 

Uit Ted van Lieshout, Jij bent mijn mooiste landschap,
Amsterdam: Leopold, 2003, isbn 902583740.

"Ted van Lieshout is de meest getalenteerde dichter voor jongeren van deze tijd. Zijn verrassende taalvondsten, de bijzondere manier waarop hij gedachten en gevoelens verwoordt en zijn gave om de lezer aan het denken te zetten, maken het een genot én een boeiend avontuur zijn kwalitatief hoogstaande poëzie te lezen en te herlezen. Als geen andere dichter van jongerenpoëzie weet hij dat je geen gedichten maakt van gevoelens, maar van taal. En in die taalhantering is hij vituoos."

Ruud Kraaijeveld in Levende Talen Magazine 2003/4 (mei 2003)

 
 
   
 

Opvoeden is ook met liefde loslaten

Je kinderen zijn je kinderen niet.

Zij zijn de zonen en dochters van
’s levens hunkering naar zichzelf.

Zij komen door jou, maar zijn niet van jou,
En hoewel zij bij je zijn, behoren ze je niet toe.

Je mag hun geven van je liefde, maar niet van je gedachten,
want zij hebben hun eigen gedachten.

Je mag hun lichamen huisvesten, maar niet hun zielen,
Want hun zielen toeven in het huis van morgen,
dat je niet bezoeken kunt, zelfs niet in je dromen.

Je mag proberen hun gelijke te worden,
Maar probeer niet hen aan jou gelijk te maken.

Want het leven gaat niet terug,
noch blijft het dralen bij gisteren.

Je bent de boog,
waarmee je kinderen als levende pijlen worden weggeschoten.

Uit het boek van Kahlil Gibran “ De Profeet “ blz 16.


 
     
Laatste update : 19 juni 2017| Vragen welkom bij : Webmaster Top | Home