Medische info
Filaria:

zijn draadwormen (parasitaire rondworm). Ze zien er uit als zeer fijne dunne draadjes en huizen in de lymfeklieren en -vaten. Op die manier kunnen ze de afvoer van weefselvocht blokkeren, zodat het zich ophoopt.
In een eerder levensstadium leven de wormpjes in muggen, die dus ook zorgen voor de verspreiding. De wormen hebben zich aan die afhankelijkheid aangepast. Hun larven, de microfilariae, zijn alleen 's avonds laat en in het begin van de nacht in het bloed te vinden. En dat is precies de periode dat de kans op muggensteken het grootst is. Besmetting aantonen kan ook via antilichamen, maar dat is ingewikkelder.
Filaria heb je in verschillende soorten, bijv. Wuchereria bancrofti, Brugia malayi en Brugia timori.
Filaria vond men vooral in de tropen en subtropen (bijv. in Indonesië), maar tegenwoordig vinden we ze ook bij honden, die uit Spanje of Italië hierheen komen.

Filariasis:

draadwormziekte, een in de tropen en subtropen verspreide ziekte, die door dunne wormen (draadwormen of filaria) wordt veroorzaakt.
De veroorzakers van de ziekte filariasis liften als larven mee met muggen.

LEISHMANIOSE

Wat is Leishmaniose?
Leishmaniose is een tropische ziekte die door eencelligen wordt veroorzaakt. Om zich te kunnen verspreiden hebben ze een tussengastheer nodig, het zogenaamde zandvliegje (Phlebotomen). Op basis van syptomen, lichamelijk- en bloedonderzoek kan een hond verdacht worden van Leishmaniose.  Met het bloedonderzoek wordt de 'titer' bepaald. De titer is een bepaling van de hoeveelheid antistoffen tegen Leishmaniose in het bloed. Bij pups is die 'titer' waarde gewoon nog niet stabiel, waardoor de uitslag nietszeggend is.   De uitslag is in zoverre helemaal dekkend, dat als honden net geinfecteerd zijn met het Leishmania-virus als de bloedtest wordt afgenomen, dit in het bloed nog niet tot uitdrukking komt. De kans hierop is zeer gering.
Leishmaniose kan in principe overal opgelopen worden waar zandvliegjes leven die besmet zijn met Leishmania. Denk hierbij aan: Spanje, Portugal, Frankrijk, Italië, Griekenland en Turkije. Sinds kort is bekend dat ook in Zuid Duitsland en Zuid België zandvliegjes leven. Honden die het virus bij zich dragen zullen hun hele leven drager blijven, ook na behandeling. Ongeveer éénderde van de dragers wordt daadwerkelijk ziek. Door de lange incubatietijd (er zijn verhalen bekend van 6 jaar of langer) zal niet altijd het verband gelegd worden tussen de herkomst van de hond en Leishmaniose.
Wat kunnen de symptomen zijn?
De symptomen zijn divers en niet altijd specifiek voor deze ziekte; zichtbaar voor ons zijn bijvoorbeeld vermagering, haaruitval, huidschilfers, kale oorranden, zweren op of in de neus, sterke en afwijkende nagelgroei, bindvliesontsteking, moeheid en gewrichtspijnen (kreupel lopen).
Buiten ons waarnemingsvermogen gebeurt meer. Door de Leishmania worden de inwendige organen aangetast: hart, lever, nieren, beenmerg, milt, etc.
Niet alle symptomen hoeven tegelijk aanwezig te zijn. Soms zijn de zichtbare symptomen heel subtiel en kan alleen bloedonderzoek (of beenmergonderzoek) duidelijkheid verschaffen.
LET OP: mocht uw hond verdacht zijn van Leishmaniose of is er al bekend dat de hond Leishmaniose heeft, laat dan altijd ook uw hond op Ehrlichiose testen als dat nog niet gedaan is. Ehrlichiose en Leishmaniose kunnen dezelfde symptomen hebben.
Wat is de behandeling?
Honden met Leishmaniose kunnen behandeld worden. Er zijn diverse middelen. In Nederland wordt hoofdzakelijk behandeld met het humane geneesmiddel Allopurinol. Dit middel voorkomt de vermeerdering van de Leishmaniose in het lichaam van de hond. De rest moet het lichaam van de hond echter zelf doen: afhankelijk van de orgaanschade die er al is en de kracht van het immuunsysteem zal een behandeling aanslaan (of niet).
Zijn er risicogroepen?
Leishmaniose kan alle zoogdieren treffen, dus ook de mens. Het immuunsysteem van kinderen onder de 5 jaar is nog niet opgewassen tegen deze aandoening. Ook volwassenen waarbij het immuunsysteem niet goed functioneert of zwaar overbelast is, zoals bij AIDS-patiënten kunnen ziek worden als zij Leishmania bij zich dragen.
De symptomen die zij ontwikkelen zijn vergelijkbaar met TBC. Mensen kunnen echter genezen van deze ziekte.
De overdracht van een hond die besmet is met Leishmaniose naar een mens is nog nooit bewezen! Theoretisch is de overdracht wel mogelijk!
Honden met Leishmaniose kunnen trouwens gewoon lekker oud worden!

EHRLICHIOSE

Wat is Ehrlichiose?
Ehrlichiose wordt eveneens babesiose door teken verspreid en de twee ziektes komen dan ook geregeld in combinatie voor. Ehrlichia canis is een bacterieachtig organisme dat de witte bloedlichaampjes infecteert.
Wat zijn de symptomen?
Ehrlichiose is een sluipende ziekte. De eerste symptomen volgen 5 tot 20 dagen na de besmetting: koorts, rillingen, gebrek aan eetlust neerslachtigheid en bloedarmoede. De ziekte kan ook met andere verschijnselen gepaard gaan: gezwollen lymfeklieren, pijnlijke spieren en gewrichten, bloed in de urine, bloedingen in de neus en elders en oogproblemen.
Wat is de behandeling?
Ehrlichiose moet worden vastgesteld met bloedonderzoek. Verhoogde activiteit van de lever, een laag aantal witte bloedcellen en een laag aantal bloedplaatjes zijn aanwezig.
Ehrlichiose is weliswaar ernstig, maar is met antibiotica goed te behandelen. Meestal moet de hond worden opgenomen. De meeste honden herstellen goed wanneer de ziekte in een vroeg stadium wordt ontdekt. In het asiel in Spanje zijn er renovaties aan de gang om alle kennels zo aan te passen dat de hygiene beter te waarborgen is waardoor teken minder kans hebben om te schuilen en te overleven. Hierdoor wordt de kans dat honden teken hebben, verkleind. Toch, rekening houdende met het klimaat en de leefomstandigheden van de hond, is de kans dat honden teken hebben, aanwezig. 

HARTWORM
Dirofilaria

Wat is hartworm?
Hartworm wordt overgebracht door besmette muggen. Deze ziekte komt in landen rond de Middellandse Zee voor. Als de hond wordt gestoken door een besmette muskiet kan de hond besmet worden met larven die uiteindelijk kunnen uitgroeien tot wormen van 30 cm lang. Ze kunnen zich nestelen in het hart en de longslagaders.
Het dier wordt op termijn ernstig ziek en soms is de afloop dodelijk. Hartworm komt in verhouding niet vaak voor. De symptomen van een hond met hartworm is een zeer vermoeide hond. Hier wordt bij de controle van de dierenarts in Spanje goed op gelet!

Narcose bij windhonden
Elke hond moet wel eens onder narcose voor een operatie of voor een behandeling aan de tanden. Het is verstandig om dan rekening te houden met het feit dat de windhonden anders op narcose reageren als andere honden.
Wat is narcose eigenlijk.
Een narcose wordt gebruikt om een, in dit geval windhond of windhonden-mix, in een dusdanige toestand te brengen, dat de dierenarts er een operatie of andere ingreep op kan toepassen zonder dat de hond pijn voelt of wakker is.
Bij onze windhonden zijn wat meer risico's als bij andere honden, omdat de windhond een heel andere lichaamsbouw heeft als niet windhonden.
Zo heeft een windhond bijvoorbeeld veel minder vet als de gemiddelde huishond. Die heeft namelijk 25 a 30 % lichaamsvet en de windhonden maar ongeveer 15 %.
Dit zorgt ervoor dat de windhond op de operatietafel van de dierenarts sneller kan afkoelen. Ook de kortharige vacht en het grote oppervlak per kilo lichaamsgewicht van de windhond, helpen eraan mee dat het dier het op de operatietafel koud krijgt. Het probleem is, dat als de windhond het koud krijgt, het de duur van de narcose verlengt en het hart- en bloedvatenstelsel het zwaarder krijgt. Overigens is het koud krijgen van de Grey gemakkelijk op te vangen door gedurende de operatie een warmtematje (thermo-pad) te gebruiken waar de windhond dan op ligt. Of om te zorgen dat de ruimte niet te koud is.
Het lage vetpercentage van de windhond heeft ook invloed op een aantal narcosemiddelen. Een aantal narcosemiddelen gaat n.l. gedeeltelijk in het vet zitten van een hond i.p.v. in het bloed en in het vet is het middel niet werkzaam.Dit houdt dus in dat er meer in de bloedbaan blijft en de dosering dus ongewild hoger is.
Dit is bijvoorbeeld het geval bij het narcosemiddel barbituraat en dient dan ook niet gebruikt te worden bij de windhonden.
Verder is de stofwisseling van de lever van de windhond minder dan die van een andere hond. En juist de lever breekt de meeste narcosemiddelen af tot onwerkzame andere stoffen. Dit is ook een tweede reden dat het narcosemiddel barbituraat beter niet gebruikt kan worden bij uw windhond.
Ook heeft een windhond stroperiger bloed. Dit komt omdat het aantal rode bloedlichaampjes, die zuurstof naar o.a. de spieren sturen, bij de windhond veel hoger is dan bij andere hondenrassen. Dit hoge gehalte aan rode bloedlichaampjes is volkomen normaal voor dit ras. Echter tijdens de narcose kan dit “stroperige” bloed door kleine veranderingen in de werking van hart en bloedvaten, wel voor problemen zorgen. Ook dit is echter weer redelijk eenvoudig te ondervangen door een infuus aan te sluiten tijdens de narcose, dat voorkomt dat het bloed verder indikt. Tevens wordt met dit infuus een te sterke bloeddrukdaling voorkomen.
Verder staat de windhond bekend, om zonder reden in paniek raken bij het begin van de narcose en aan het einde hiervan. Dus ook al heeft de dierenarts alle voorzorgsmaatregelen genomen die hij had moeten nemen, dan nog is het risico dat een windhond vooral minder goed uit de narcose komt groter dan bij andere honden. Het enige wat hier tegen helpt is de windhond de tijd te geven om op een rustige plaats in een rustige omgeving zonder al teveel stress uit te slapen. Zorg dat de hond lekker warm blijft en controleer regelmatig dat deze niet afkoelt.
Moet uw windhondje onder narcose bespreek deze zaken even met uw dierenarts.
Tegenwoordig zijn er veel middelen die veiliger zijn en is het risico een stuk minder groot. Maar het kan geen kwaad uw dierenarts even te wijzen op de risico's die we hierboven hebben beschreven.

Waarom is de warmte gevaarlijk voor honden?

Honden transpireren niet zoals de mens. De hond heeft vrijwel geen zweetklieren. Warmte kan hij slechts afvoeren via zijn tong (hijgen) en via zijn voetzolen. Een hond kan daardoor niet tegen al te hoge temperaturen. Het bloed wordt stroperig waardoor de organen en de hersenen niet voldoende zuurstof krijgen.
Wat zijn de alarmsignalen als een hond oververhit raakt?
· Heel erg hijgen;
· Veel kwijlen;
· De hond is sloom;
· De hond voelt warm aan;
· De hond heeft rode slijmvliezen;
· De ramen van de auto zijn beslagen;
· De hond is buiten bewustzijn.

Oververhit en nu?
Een hond die oververhit is geraakt, moet zo snel mogelijk worden afgekoeld.
Dit gaat het best door een natte laken of handdoek over de hond heen te leggen, en deze steeds te doordrenken met nieuw koud water.
Geef het dier tevens kleine slokjes water te drinken.
Gooi niet zomaar een emmer koud water over de hond heen, dit kan leiden tot een hartstilstand!
Neem tevens contact op met uw dierenarts.

Kennelhoest bij de hond

Kennelhoest is een besmettelijke kriebelhoest. Deze hoest komt vooral voor als honden in grote aantallen bij elkaar komen zoals in pensions, kennels en op shows. Maar ook bij het begroeten van een hond tijdens de dagelijkse wandeling kan je hond deze ziekte oplopen.

Kennelhoest wordt veroorzaakt door zowel een virus (para-influenza) als een bacterie (bordetellla bronchiseptica).

Het is een acute ontsteking van de bovenste luchtwegen met plotseling optredende hoestbuien, vooral bij opwinding en bij trekken aan de lijn. Je hond heeft een luide droge hoest, alsof hij een graatje in de keel heeft. Je denkt: heeft mijn hond zich verslikt? Na de hoestbui moet de hond vaak kokhalzen, waarbij soms wat wit slijm geproduceerd wordt. Ook kan je hond wat niezen en waterige rode oogjes hebben. Later kan de droge hoest een slijmerige productieve hoest worden met gelige neusvloei. Je hond heeft dan al een zakdoek nodig. Dit gesnotter ziet men het meest bij pups. Veel kennelhoest-infecties verlopen mild, maar in een aantal gevallen kan de kennelhoest chronisch worden. Bij honden met te weinig weerstand kan kennelhoest zelfs leiden tot een ernstige longontsteking.

Honden met kennelhoest worden behandeld met een antibioticakuur (vaak voor langere tijd). Als je hond een droge prikkelhoest heeft, krijgt hij ook nog een hoest-onderdrukker zodat de luchtwegen de kans krijgen om te herstellen. Is het een productieve hoest dan krijgt hij een slijmoplossend product . De hond moet het ook wat rustiger aan doen. Zeker niet naar de hondenschool gaan. Contact met andere honden vermijden. Loopt je hond netjes aan de riem zonder te trekken dan is er geen probleem. Maar heb je een hond die trekt aan de riem dan kun je beter een borsttuigje of zo aanschaffen zodat er geen druk op de keel komt.

Als je hond wat minder goed eet, kun je het eten wat vochtiger maken, zodat het voer een papje wordt. Als je zelf een keelontsteking hebt, eet je ook liever zachte dingen zoals yoghurt.

Kennelhoest kan voorkomen worden. Als je hond het pension in gaat, regelmatig op hondenclubs of shows verschijnt, veel wandelingen maakt, dan is het verstandig om een extra bescherming te geven. Dit kan door je hond jaarlijks te laten vaccineren met een neusenting. Dit is een vaccin dat langs de neus wordt toegediend. Na 72 uur is je hond beschermd tegen Bordetella Bronchiseptica en na 3 weken ook tegen para-influenza. Dus als je hond naar een pension moet, denk dan tijdig aan de vaccinatie. Er bestaat ook een vaccin via injectie, een spuitje, dit moet dan halfjaarlijks toegediend worden. Het kan altijd wel zijn dat de bescherming niet 100% is. Dan kan je hond een lichte infectie doormaken maar hij zal er wel sneller overheen zijn. Net zoals bij het griepvaccin bij de mens.
 

Bij kennelhoest:

Pond donkerbruine suiker
4 grote uien
beetje water

Zet de bruine suiker op groot vuur met wat water, maak de uien schoon en snijd ze in vieren.
Als de suikerbrij kookt op een laag vuurtje zetten, uien toevoegen, lekker een uurtje laten pruttelen op je kleinste vuurtje, als de siroop te dun is, even in laten koken, als alles op gewenste siroop dikte is de pan van het vuur halen en de uien verwijderen.
Af laten koelen en ieder uur een eetlepel aan de hond geven

 

gras eten

Vanaf het moment dat het gras begint te groeien gaan sommige honden daar vrolijk op kauwen. 
Als honden gras eten, kan er nog een andere reden zijn dan het aanvullen van hun vitaminebehoefte.
Er zijn hondenbezitters die hebben gemerkt dat hun hond gras kauwt, nadat hij bijvoorbeeld diarree heeft gehad of andere duidelijke signalen van problemen met de spijsvertering. Na het eten van gras vindt de eigenaar de volgende morgen waterig, slijmerig braaksel voorzien van half doorweekt gras op de vloer. Soms bevat het braaksel een onverteerbaar object, bijvoorbeeld een stuk van een kapot gekauwd speeltje. 
 Dit zou dan betekenen dat gras eten (de gras sappen) een sterke braakreflex oproepen.  er honden die gras eten en helemaal niet braken. Ze kiezen ook vaak het wat grovere, ruwe en vooral jonge gras.  Gaat het om de eiwitten in het jonge gras?

De zogenaamde Greyhound-kramp

Acute (toxische) myoglobinurie. Een ingewikkelder verhaal moet ik afsteken voor de ziekte "acute (toxische) myoglobinurie " ten gevolge van myolyse (spierafbraak), een ziekte geconstateerd bij een van de Grey's, deze hond heeft het bijna niet na kunnen vertellen. De ziekte wordt gekenmerkt door donkergekleurde urine (myoglobine) na heftige inspanningen. Door zware spierarbeid, raken spiercellen beschadigd (door warmte en stress) uit de spiercellen treedt dan de spierkleurstof myoglobine (vergelijkbaar met hemoglobine in het bloed), de stof wordt opgenomen in het bloed en vervoerd naar de nieren, myoglobine is echter een kleiner molecuul als hemoglobine en weet door te dringen in het nierweefsel door passage van het "nierfilter", zo komt het dus in de urine terecht.
Het probleem daarbij is dat deze moleculen ernstige schade kunnen aanrichten aan de niercellen, waardoor een nierinsufficiëntie ontstaat, hierdoor wordt het een kritieke patiënt.
Door een sterke verzuring van het bloed kan bovendien de hartspier beschadigd raken, deze is vaak irreversibel. De mate waarin dit allemaal optreedt hangt af van de mate van spierbeschadiging; bij de lichte vorm is de spierbeschadiging gering en beperkt het gebeuren zich tot spierpijn, hierbij vind men ook geen donkere urine; bij de zwaarste vorm is de spierbeschadiging massaal waarbij het dier ten dode opgeschreven is; hiertussen bevinden zich allerlei gradaties.
Ernstig aangedane patiënten dienen te worden opgenomen in een dierenkliniek waar ze aan het infuus moeten worden gelegd. De problemen ontstaan vaak een dag na het incident, net na het incident zou u wat stijfheid en spierpijn kunnen constateren, rust en pijnstillers zijn in dat stadium noodzakelijk, zodat doorwerking van stress en zwelling in de spieren niet op kan treden. De genoemde rust moet u vrij dramatisch interpreteren, desnoods draagt u de hond naar de auto of naar huis. Dit kan levensreddend zijn, maar hierbij geldt toch ook weer: voorkomen is beter dan genezen.

LAAT UW HOND NIET LOSLOPEN, ALS U HEM NIET TIJDIG KUNT STOPPEN.

Tekort aan selenium en/of ijzer kan maandagziekte in de hand werken omdat die elementen heel belangrijk zijn voor het zuurstoftransport.


Maagkanteling

Iedere hondeneigenaar heeft wel eens gehoord van het fenomeen maagkanteling ook wel maagtorsie genoemd. Een maagkanteling is levensbedreigend voor een hond. Het is daarom belangrijk hierover goed geïnformeerd te zijn.

De maag is een zakvormig orgaan, met een in- en uitgang. Als er plotseling veel gas geproduceerd wordt in de maag, sneller dan dat het gas kan worden uitgeboerd en/of naar de dunne darm kan worden getransporteerd, gaat de maag uitzetten en kan als een soort ballon "opstijgen". De in- en uitgang van de maag echter blijven op hun plaats, met als gevolg dat de maag een draaiing maakt om zijn as. De in- en uitgang van de maag worden hierdoor dicht gedrukt, met als gevolg dat er niets meer uit de maag kan, terwijl de gasvorming gewoon door gaat. Door een maagkanteling kan de bloedvoorziening van de hartspier in de problemen komen. Bovendien kan de milt onherstelbaar beschadigd raken.

Een grote hoeveelheid droge hondenbrokken kan door opname van water gaan zwellen. Gasvorming zal dan met name ontstaan door beweging, bijvoorbeeld uitlaten of spelen. Geef de hond daarom meerdere keren per dag eten en laat hem meerdere keren per dag drinken. Laat de hond uit vóór het eten of geruime tijd daarna. Vlak na het eten is het zaak dat de hond rust.

Een maagkanteling is herkenbaar doordat de hond kort na de maaltijd benauwd en pijnlijk lijkt, steeds wil staan of lopen met de kop gestrekt naar voren of beneden. De hond lijkt te moeten braken zonder dat er iets komt. Vaak valt duidelijk op dat de buik, met name vlak achter de ribboog opzwelt en hard wordt.

Een maagkanteling is een SPOEDGEVAL. U dient direct de (dienstdoende) dierenarts te bellen en te melden dat u er aan komt met een mogelijke maagkanteling. De dierenarts zal proberen de maag te sonderen of via een punctie de druk af te laten nemen. Vervolgens zal (indien nodig) een buikoperatie plaatsvinden om de maag terug te draaien en aan de buikwand vast te zetten. Afhankelijk van de opgedane schade aan hart, maagwand en milt zal de hond deze acute aandoening wel of niet overleven.

Indien een hond eenmaal een maagkanteling heeft gehad, is hij de rest van zijn leven gevoeliger dan andere honden voor een herhaling. Preventie wordt dan nog meer uiterste noodzaak.

 epilepsie

Wat is epilepsie?

 Epilepsie is het herhaald optreden van toevallen. Meestal komen die aanvallen met een zekere regelmaat van gemiddeld eens per maand. Treden ze vaker op, dan zijn medicijnen noodzakelijk.
Aanvallen ontstaan doordat er in de hersenen bepaalde signalen niet worden afgezwakt. In normale gevallen worden in de hersenen een heleboel signalen ontvangen, verwerkt en verzonden. Het wordt allemaal automatisch in de juiste banen geleid. Als een hond epilepsie heeft, worden de signalen niet allemaal op de juiste manier verwerkt. Ze hopen zich als het ware op en op een bepaald moment komen ze tot een uitbarsting in de vorm van een aanval. De hond zelf merkt daar in principe weinig van.

Er bestaan twee soorten epilepsie: primaire epilepsie, ook wel idiopatische, genetische of 'echte' epilepsie genoemd en secundaire epilepsie, waarbij een aanwijsbare oorzaak te vinden is. Epilepsie bestaat zoals al eerder verteld uit het herhaaldelijk optreden van aanvallen. Bij honden zijn er drie soorten aanvallen te onderscheiden

Partiële aanvallen, waarbij bepaalde delen van het lichaam betrokken zijn, zoals bijvoorbeeld stuiptrekken, vlieghappen, zenuwtrekjes in het gezicht of het trekken met een oor

Gegeneraliseerde aanvallen, ook wel grand mal genoemd. Deze aanvallen bestaan uit twee fasen: de tonic en de clonic fase. De tonic fase is herkenbaar aan het omvallen van het dier, verlies van bewustzijn, het verstijven van de poten en krampen van het hele lichaam. Soms stopt ook de ademhaling. Deze fase duurt gewoonlijk ongeveer 10-30 seconden. De clonic fase bestaat uit het bewegen van het hele lichaam, waaronder het heftig bewegen van de poten (het zogenaamde 'lopen'). Bij beide fasen kan ook de controle over blaas of darmen wegvallen en kan er salivatio optreden. In sommige gevallen verschijnt er schuim om de mond.

Atypische aanvallen, welke niet in te delen vallen bij de vorige twee soorten.

 

De meeste aanvallen zijn in drie fasen in te delen.

De prodrome is de beginfase voor de werkelijke aanval. Hierin treedt een bewustzijnsverandering op. De hond is onrustig en vertoont soms afwijkend gedrag. Het dier kan aanhankelijker worden, of zich juist terugtrekken. Soms is er een vreemde blik in de ogen te zien. De prodrome kan enkele minuten tot enkele dagen aanhouden. Enkele seconden tot enkele minuten voor de feitelijke ictus (zie hieronder) vindt de aura plaats, een kortdurend vreemd gedrag, of raar kijken van de hond.

De ictus is de werkelijke aanval, waarin dus de tonic en de clonic fase optreden. De hond valt om, verstijfd gedurende een korte periode (± 30 seconden), gevolgd door ontspanning, waarbij krampen en heftige beweging met de poten optreed. De ictus duurt ongeveer 1-3 minuten.

De postictale fase is de periode na de aanval. De hond komt bij bewustzijn, krabbelt overeind en is meestal een poosje de kluts kwijt. Sommige honden hebben extreme honger of dorst. Vaak zien ze slecht en hebben moeite met bewegen. Enkele honden zijn vlak na de aanval overactief en anderen zijn juist geheel uitgeteld. De post-ictale fase kan enkele minuten tot enkele dagen duren

Soorten Epilepsie en aanvallen

 Er bestaan dus twee soorten epilepsie: primaire en secundaire epilepsie.

Primaire epilepsie wordt ook wel idiopatische, genetische of 'echte' epilepsie genoemd. Voor dit soort epilepsie is meestal geen oorzaak te vinden. De diagnose wordt gesteld door alle andere oorzaken uit te sluiten. Primaire epilepsie ontstaat meestal als de hond een leeftijd heeft tussen 6 maanden en 5 jaar (met een gemiddelde van 3 jaar).
Door onderzoeken is inmiddels aangetoond dat idiopatische epilepsie een erfelijke grondslag heeft. Het is dus ook verstandig met honden die epilepsie hebben niet te fokken. U kunt het beste de fokker van uw hond inschakelen, aangezien het noodzaak is de lijn waarin de epilepsie voorkomt, geheel van de fok uit te sluiten.

Secundaire epilepsie wordt gekenmerkt door een aanwijsbare oorzaak die voor de aanvallen te vinden is. Er zijn tal van oorzaken voor secundaire epilepsie, waarbij het doel van de behandeling is, de oorzaak weg te nemen, wat echter soms moeilijk is, omdat de oorzaak niet altijd duidelijk is vast te stellen.

De meestvoorkomende oorzaken voor secundaire epilepsie is hepato-encefalopathie en hersentumoren. Hepato-encefalopathie treedt vaak op bij hele jonge honden (<1 jaar) of oude honden (>6 jaar). Bij jonge honden wordt het vaak veroorzaakt door een levershunt. Een levershunt is een aangeboren afwijking waarbij bepaalde bloedvaten niet goed zijn aangelegd. Hierdoor kan de lever gifstoffen niet uit het bloed zuiveren, waardoor o.a. ammoniak in het bloed achterblijft. Deze ammoniak kan zorgen voor gedragsveranderingen, agressie en epileptiforme aanvallen.
Bij de oudere hond wordt hepato-encefalopathie vaak veroorzaakt door acute hepatitis.
Hersentumoren zijn er in vele soorten en maten. Vaak kan alleen middels een hersenscan (CT-scan) worden aangetoond of er sprake is van zo'n tumor. Over het algemeen komen hersentumoren meer bij de oudere hond voor, dan bij de jongere en helaas is er in de meeste gevallen weinig aan te doen als bij een hond een tumor wordt vastgesteld.
Secundaire epilepsie komt meestal tot uiting als de hond jonger is dan 6 maanden, of ouder is dan 5 jaar.

Naast hepato-encefalopathie en tumoren zijn er nog een aantal andere aandoeningen die epileptiforme aanvallen veroorzaken. We noemen er een aantal van:

Hypoglycemie, ofwel een te laag bloedsuikergehalte. Dit komt soms voor bij pups en bij jachthonden (hunting dog hypoglycemic syndrome). Ook bij een insulinoom wordt dit symptoom gezien. Een insulinoom is een woekering van kliercelletjes in de alvleesklier. Deze gezwelletjes produceren insuline, waardoor de hond aanvalsgewijs een veel te laag bloedsuikergehalte heeft. Doordat de hersenen te weinig voeding krijgen, kunnen er epileptiforme aanvallen optreden.

Intoxicaties, waarbij vaak acute epileptiforme aanvallen optreden. In het bloed worden veelal geen afwijkingen aangetroffen. Diagnose is echter erg moeilijk als er geen duidelijke aanwijzingen zijn.

Meningo-encephalitis (hersenvliesontsteking) is een progressief verlopende aandoening, waarbij ook epileptiforme aanvallen kunnen optreden. Vooral bij een infectieuze ontsteking kunnen de aanvallen het enige duidelijke symptoom zijn.

Epilepsie Tips !!

 Soms komt u als eigenaar van een epileptische hond in een situatie terecht, waar u niet zo gauw meer uit weet te komen. U heeft vragen maar kan uw dierenarts niet bereiken, of u twijfelt of uw dierenarts u wel het juiste verteld heeft.
Om die reden hebben wij een aantal situaties opgesomt waarin u misschien uw antwoord terug kan vinden.

Wijzig nooit zomaar de medicatie van uw hond! Het wijzigen, vergeten, uitbraken of stoppen van de medicijnen kunnen aanvallen veroorzaken en soms zelf leiden tot een status epilepticus! Raadpleeg bij elke verandering uw dierenarts.

Meldt uw dierenarts altijd dat uw hond epilepsie heeft en welke medicijnen hij gebruikt. Sommige behandelingen en/of medicijnen kunnen al dan niet in combinatie met anti-epilepsiemedicijnen aanvallen in de hand werken.

Pas op met vaccinaties! Deze kunnen epileptiforme aanvallen opwekken. Overleg met uw dierenarts voor een aangepast schema.

Geef geen voeding met chemische anti-oxidanten. De stoffen BHA, BHT en ethoxiquin zijn belangrijke opwekkers van aanvallen. Beter is het om voeding te geven die geen onnodige toevoegingen bevat, zoals versvleesvoedingen.

Shampoos, anti-vlomiddelen en bestrijdingsmiddelen kunnen aanvallen opwekken. Vermijd ze zo veel mogelijk.

Als uw hond meer aanvallen krijgt gedurende de loopsheid, zou het een optie zijn uw hond te laten castreren. Overleg met uw dierenarts of dit raadzaam is.

Hou vanaf het begin een logboekje bij. Dit is handig bij het instellen en eventueel aanpassen van de behandeling van uw hond.


WAT TE DOEN ALS...

 ... mijn hond een aanval heeft. Blijf rustig en doe zo weinig mogelijk. U kunt de aanval toch niet meer stoppen. Probeer niet tijdens een aanval medicijnen toe te dienen; dit is zinloos en gevaarlijk. Verwijder andere honden uit de kamer of hou ze uit de buurt. Praat zachtjes tegen uw hond. Probeer niet het hoofd vast te houden; uw hond maakt onwillekeurige bewegingen en kan middels het klappen van de kaken een beet veroorzaken. Dit is ook de reden dat u NIET de bek vast moet houden of een "bekbandje" moet aanleggen, zoals door ondeskundigen nog wel eens wordt aangeraden om een tongbeet te voorkomen. Een tongbeet komt echter zelden voor en het dichtbinden van de bek is derhalve enkel een onnodige belasting voor uw hond. Zorg ervoor dat uw hond zich niet kan bezeren aan meubilair of scherpe voorwerpen.

... de voorgeschreven medicijnen niet (goed) werken. U kunt overwegen het medicijn meerdere keren per dag te geven. Dus in plaats van twee keer daags drie keer daags. Zorg er wel voor dat de totale hoeveelheid medicijn gelijk blijft. Probeer ook de giften zo gelijk mogelijk over de dag te verdelen: twee maal daags betekend dus elke 12 uur en drie maal daags betekend elke 8 uur. Mocht deze wijziging ook niet effectief zijn, overleg dan met uw dierenarts om de spiegel te bepalen en/of eventueel een ander medicijn te proberen.

... mijn hond geopereerd moet worden. Vertel uw dierenarts dat uw hond epilepsie heeft en eventueel medicijnen krijgt. De toediening van de medicijnen mag niet gestaakt worden. Ook bij het nuchterblijven moet uw hond de medicijnen krijgen toegedient. Vraag uw dierenarts rekening te houden met de narcose; een aantal anesthetica kan aanvallen opwekken.

... mijn hond zijn medicijnen uitbraakt. Als uw hond kort na het toedienen de medicijnen uitbraakt en u ziet dat de tabletten nog vrijwel intact zijn, dan kunt u een nieuwe dosis toedienen. Zit er echter een (korte) periode tussen het toedienen en het uitbraken, en ziet u de tabletten niet (meer), dan is het verstandig de helft van de normale dosis toe te dienen, om te voorkomen dat de spiegel te ver daalt. Op het eerstvolgende toedien-tijdstip geeft u dan weer de volledige dosis.

... de aanvallen niet stoppen. Schakel direct diergeneeskundige hulp in! Uw hond kan in een status epilepticus verkeren en niet tijdig ingrijpen kan het leven van uw hond in gevaar brengen!

Wil u meer weten over epilepsie bij honden kan u alle informatie terugvinden op deze website : http://www.epilepsiebijhonden.nl/


home