De schoolvisie

De taalvaardigheid bij leerlingen bevorderen hebben we als algemeen uitgangspunt genomen.
Taalzwakke kinderen hebben moeilijkheden met de Nederlandse taal daar ze die niet voldoende begrijpen, vaak zijn onze kinderen taalzwak o.a. door het milieu waarin ze opgroeien (dialect of een vreemde thuistaal).
Zorgbreedte heeft te maken met de aandacht die de school besteedt aan de kinderen, met de wijze waarop ze omgaat met verschillen tussen de kinderen.
De schoolteamleden trachten hun onderwijs af te stemmen op de mogelijkheden van de individuele kinderen die ze op school begeleiden.
Op klasniveau maakt men werk van het inbouwen van de binnenklasdifferentiatie met het oog op het ondersteunen van elk kind in zijn ontwikkelingsmogelijkheden.
Andere vormen van differentiatie die aangewend worden binnen onze school zijn contractwerk, hoekenwerk, niveaulezen, peer-tutoring, klasoverstijgende differentiatie en de individuele klas ondersteuning door de leerkrachten GOK.

De school gebruikt het kindvolgsysteem van Dr. F. Laevers. Het geeft aan wie extra zorg behoeft (signaleren) en het zet een weg uit om het probleem duidelijker te zien en zo tot succesvolle initiatieven te komen en deze te evalueren.
De componenten welbevinden en betrokkenheid liggen aan de grondslag van dit kindvolgsysteem en niet de competentie.
Om goed te functioneren moet de leerling plezier beleven aan het hele schoolgebeuren. Daartoe moet aan zoveel mogelijk behoeften van het kind voldaan zijn. Zo zal de leerling meer openheid vertonen en zich soepeler aanpassen aan de omgeving en blijk geven van zelfvertrouwen.
Daarnaast moet het kind ook betrokken zijn, d.w.z. het moet intens kunnen bezig zijn. Hierdoor is de leerling moeilijk afleidbaar, werkt nauwkeurig, is creatief en beleeft voldoening aan de activiteit. Een kind dat betrokken bezig is, wil één en ander beter kennen, kunnen en begrijpen. Het wordt gedreven door zijn/haar exploratiedrang en functioneert aan de grens van zijn/haar mogelijkheden.

Om dit alles goed te kunnen begeleiden hebben wij heel regelmatig overleg en wordt er 3 keer per jaar een multidisciplinair overleg vastgelegd waarin we trachten de oorzaak van een bepaald probleem te vinden, we zoeken naar oplossingen, begeleiden acties, schakelen eventueel een medewerker van het centrum voor leerlingenbegeleiding (CLB) in. Er worden voor de leerlingen individuele dossiers geopend, die ingevuld worden door de klasleerkracht, GOK-leerkracht en zorgcoördinator, brugfiguur.
Op deze manier tracten we het kind zo optimaal mogelijk te begeleiden. Hierin worden de ouders eveneens betrokken, deze worden uitgenodigd tot een gesprek aangaande de vorderingen van hun kind.

 

 

 

Terug