China

 









egypte


Onze trip:

Van 15-10-2002 tot 31-10-2002

   Onze rondreis begon in Beijing,Xian,Luoyang,Nanjing,Shuzou,Shangai

 

(klik op de plaatsnamen voor meer informatie)

De kaart

Film

 

Foto's

Klik hier voor onze foto's   

 

Bezochte plaatsen:

Beijing

Beijing (of Peking) is de hoofdstad van China en een van de vier stadsprovincies.
Samen met Tsjoengking (Chongqing), Shanghai, Kanton (Guangzhou) en Tianjin is Peking sinds 2005 een van de vijf Chinese nationale stedelijke gebieden die dezelfde status hebben als een provincie. De gemeente Peking grenst in het noorden, westen en zuiden aan de provincie Hebei. In het oosten grenst het ook voor een klein stuk aan deze provincie (grensgebied tussen Peking en Tianjin). In het zuidoosten grenst Peking aan de gemeente Tianjin.
Na Shanghai is Peking met een inwonertal van net geen 20 miljoen (census 2010) de grootste stad van de Volksrepubliek. De stad is een belangrijk knooppunt voor verschillende vormen van vervoer met vele spoorwegen, autowegen en autosnelwegen die in en uit de stad gaan. Peking wordt vooral gezien als het belangrijkste centrum voor bestuur, onderwijs en cultuur. De economische hoofdsteden van China zijn echter Shanghai en Hongkong. Peking is een van de vier historische hoofdsteden van China.
Namen
In lijn met de tradities die gelden in Oost-Azië, waar de naamgeving 'hoofdstad' expliciet in de naam van de stad voorkomt, is Peking als zodanig benoemd. Beijing (北京) betekent "noordelijke hoofdstad" (北 (běi) = noorden; 京 (jīng) = grote stad), in tegenstelling tot Nanjing ((南京); Nanking), dat "zuidelijke hoofdstad" betekent. Tonkin (het huidige Hanoi) en Tokio, betekenen beide "oostelijke hoofdstad". Kioto (京都) in Japan en Gyeongseong (京城; het huidige Seoel) in Zuid-Korea, betekenen beide simpelweg "hoofdstad".
De naam Peking vindt zijn oorsprong bij een groep Franse missionarissen van 400 jaar geleden: het is de naam voor de hoofdstad in de taal Yue (Kantonees). Het correspondeert met een archaïsche uitspraak die geen rekening houdt met de klankverandering van 'k' naar 'j' in Mandarijn, die optrad gedurende de Qing-dynastie. In de Nederlandse taal is Peking het woord voor deze stad, maar steeds vaker wordt ook de naam Beijing gebruikt.[1]
In China heeft de stad vele namen gehad. Tussen 1911 en 1949, stond de stad bekend als Beiping (北平 Wade-Giles Peip'ing) of "Noordelijke Vrede". De naam werd veranderd omdat de regering van de Kuomintang de hoofdstad verplaatste naar Nanking (Nanjing), waardoor Peking niet langer de hoofdstad van China was. Ook werd ermee aangegeven dat de regering gevormd door krijgsheren niet de legitieme regering van China was.
In 1949 werd de naam Beijing hersteld door de Communistische Partij van China om aan te geven dat de stad weer de hoofdstad van China was. De regering van de Republiek China op het eiland Taiwan heeft dit formeel nooit erkend omdat zij zich zien als legitieme vertegenwoordiger van heel China, gedurende de jaren '50 en jaren '60 van de vorige eeuw was het heel gebruikelijk dat er in Taiwan gesproken werd over Beiping (Peiping), tegenwoordig gebruikt bijna heel Taiwan (inclusief de regering) de naam Beijing.
Yanjing (Wade Giles: Yenching) is en was een andere populaire naam voor Peking, het is een referentie aan de oude staat Yan die bestond tijdens de Zhou-dynastie. Deze naam komt terug in het lokaal gebrouwen Yanjing bier en in Yenching University, een instituut voor hoger onderwijs dat voorheen in Peking was gevestigd.
Peking werd door Marco Polo aangeduid met Cambaluc (Khanbalik).
Geschiedenis
Er waren al steden in de buurt van Peking in het 1e millennium v.Chr. De hoofdstad van de staat Yan (燕), een van de machten tijdens de Warring States Period, werd gesticht te Ji (T: 薊 / S: 蓟), nabij het moderne Peking. Ji wordt vaak gezien als het begin van Peking, maar voor de 6e eeuw werd de stad verlaten. De exacte locatie van de stad is tot op heden onbekend, ondanks dat er veel moeite is gestoken in het vinden van de plaats.
Gedurende de Sui- en Tang-dynastieën, bestonden er enkele kleine nederzettingen in de buurt van het huidige Peking. Vele oude dichters kwamen hierheen om te rouwen om het verlies van Ji.
In 936, tijdens de Late Jin-dynastie (regeerperiode 936-947) stond de dynastie een deel van Noord-China (inclusief een groot deel van de noordelijke grens en het huidige Peking) af aan de Khitan Liao-dynastie. In 938 zette deze dynastie een tweede hoofdstad op in wat nu Peking is. In 1125 annexeerden de Jurchen het gebied. De hoofdstad van de Jin-dynastie werd in 1153 verplaatst naar de voormalige hoofdstad van de Liao, waarbij de naam werd gewijzigd in Zhongdu (中都), of "de centrale hoofdstad".
Mongoolse troepen brandden de stad Zhongdu tot de grond toe af in 1215 en herbouwden op deze plek hun "grote hoofdstad", Dadu (大都, Wade-Giles: Ta-tu), in 1267, wat het begin is van het huidige Peking. De Mongoolse heerser, Koeblai Khan, die keizer van China wilde worden, vestigde in Dadu, dat dicht tegen zijn machtsbasis in Mongolië lag, zijn hoofdstad. Dadu was gelegen ten noorden van het moderne Peking. Het centrum lag bij het noordelijke stuk van de tweede ringweg, en strekte zich in noordelijke richting uit naar de derde en vierde ringweg. Resten van de stadsmuur uit de Mongoolse tijd staan nu nog overeind.
Cambaluc of Chan-Balik ("Stad van de Heerser"; 汗八力) is de naam waar het huidige Peking onder bekendstond tijdens de Mongoolse overheersing van China. Veroverd in 1215 door Dzjengis Khan, werd het in 1284 door Koeblai Khan tot hoofdstad van het rijk gemaakt en bleef dat tot 1368, toen de Mongolen verdreven werden door de Ming-dynastie.
De stad stond in het Chinees bekend als Dadu, de "Grote Hoofdstad", en is beschreven door Marco Polo. Het was toen een van de grootste steden ter wereld, met vermoedelijk een paar miljoen inwoners. Cambaluc of Cambalu is de westerse verbastering van de oorspronkelijke Mongoolse naam, welke laatste in Mongolië nog steeds voor Peking gebruikt wordt. In 1307 werd het een bisschopszetel.
In 1403 verplaatste de derde Ming-keizer Yongle (朱棣) de hoofdstad van Nanking naar Peking. Hij gaf de stad ook zijn huidige naam. De huidige vorm van de binnenstad werd eveneens gelegd door de Ming-dynastie. De stadsmuur uit het Ming-tijdperk liep op de plaats wat nu de tweede ringweg is.
Ligging van de Verboden stad in het vroegere Peking
De Verboden Stad (Zijin Cheng) werd gebouwd tussen 1406 en 1420, gevolgd door de Hemeltempel (1420) en verscheidene andere bouwwerken. Tiananmen (Poort van de Hemelse Vrede), wat het staatssymbool van de Volksrepubliek is, brandde tot twee keer toe af. De laatste keer werd het herbouwd in 1651.
Nadat de Mantsjoes de Ming-dynastie omver geworpen hadden en hun eigen Qing-dynastie stichtten, bleef Peking de hoofdstad van het Keizerrijk China.
Na de revolutie in 1911, gericht om het feodale keizerrijk om te vormen tot een republiek, zou oorspronkelijk de hoofdstad worden verplaatst naar Nanking. Nadat de hoge Qing-officier Yuan Shikai de laatste Qing-keizer (Pu Yi) tot aftreden had gedwongen, en hiermee het succes van de revolutie had verzekerd, accepteerden de revolutionairen in Nanking dat hij president van de Republiek China werd, en dat de hoofdstad Peking zou blijven.
De staatsman Yuan consolideerde meer en meer macht, wat in 1915 uitmondde in een kortstondig nieuw keizerrijk onder zijn leiding. Deze gebeurtenis was erg impopulair. Zijn bewind viel echter met zijn dood in 1916. Hierna grepen in China de krijgsheren de macht en vochten onderling verschillende oorlogen uit die ook Peking bedreigden.
Na het succes van de Noordelijke expeditie door de Kuomintang, waarbij de noordelijke krijgsheren werden gepacificeerd. Nanking werd in 1928 officieel de hoofdstad van de Republiek China, waarmee de naam Peking werd veranderd in Peiping.
Tijdens de Tweede Chinees-Japanse oorlog, viel Beiping in Japanse handen op 29 juli 1937. Tijdens de bezetting werd de stad weer aangeduid met Peking, en het werd het bestuurlijk centrum van de Noord-Chinese Uitvoerende Raad (North China China Executive Comité) (T: 華北政務委員會 / S: 华北政务委员会), een vazalstaat bestuurd door Japan dat de bezette gebieden bestuurde in Noord-China. Met de capitulatie van Japan op 15 augustus 1945 werd deze staat beëindigd en werd de naam weer Peiping.
Op 31 januari 1949, tijdens de Chinese Burgeroorlog, veroverden de Communistische strijdkrachten Peiping zonder gevechten de stad. Op 1 oktober van dat jaar riep de Communistische Partij van China, onder leiding van Mao Zedong, de Volksrepubliek China uit vanaf de Poort van de Hemelse Vrede (Tiananmen). Enkele dagen daarvoor was Peiping gekozen tot hoofdstad, waarmee de oude naam Peking in ere werd hersteld.

Xi'an

Xi'an is een stad in China. Het is de hoofdstad van de provincie Shaanxi. Het was ooit de hoofdstad van China. Xi'an is het oostelijke eindpunt van de Zijderoute en ligt aan de rivier de Wei he. In vroeger tijden werd het Chang'an (长安, 長安 pinyin: Cháng'ān) genoemd, dat 'lange vrede' betekent. Tijdens de Tangdynastie was het de hoofdstad van China met een bevolking van 1 miljoen inwoners op een oppervlakte van 84 km², waarmee het de grootste stad op aarde was.
De bevolking bedraagt thans naar schatting 4 miljoen inwoners, en 7,5 miljoen als het omliggende gebied met de stad Xianyang (ter grootte van bijna 10.000 km²), dat bestuurlijk onder Xi'an valt, wordt meegerekend. Xi'an heeft, mede als gevolg van de Zijderoute, ook een grote moslimwijk met de van oorsprong 1250 jaar oude Grote Moskee van Xi'an.
De stad vormt het hart van het begin van de Chinese beschaving. De Qin-dynastie, de eerste dynastie die China verenigde, had vlakbij zijn hoofdstad. Het graf van keizer Qin Shi Huangdi met het bijbehorende Terracottaleger, is vlak bij de stad te bezichtigen.
Terracottaleger
Het Terracottaleger is een benaming voor de archeologische vondst van 9099 terracottafiguren die als grafgiften zijn meegegeven aan de eerste keizer van China, Qin Shi Huangdi. Het 'leger' bevindt zich tussen de berg Li en het hedendaags Xi'an. Deze overblijfselen bij het graf van keizer Qin Shi Huangdi (221-214 v.Chr.) behoren tot het UNESCO-Werelderfgoed.


Luoyang

Luoyang is een stadsprefectuur in het westen van de Chinese provincie Henan. De stad ligt op de Noordelijke Chinese Vlakte, een van de ontstaansplaatsen van de Chinese beschaving en was een van de historische hoofdsteden van China (bijvoorbeeld van de Oostelijke Han-dynastie en het Koninkrijk Wei. In de stad woonden in 2004 ongeveer 6.383.900 mensen.
De stad grenst in het oosten aan de provinciehoofdstad Zhengzhou, in het zuidoosten aan Pingdingshan, in het zuiden aan Nanyang, in het westen aan Sanmenxia, in het noorden aan Jiyuan en in het noordoosten aan Jiaozuo.

Nanjing

Nanjing, de voormalige hoofdstad van China en op slechts korte afstand van Shanghai, is stad waar je de Chinese geschiedenis van dichtbij kunt beleven.
Nanjing Sunyatsen
In een bocht aan de Yangtze enkele honderden kilometers stroomopwaarts van Shanghai ligt Nanjing, wat letterlijk staat voor zuidelijke hoofdstad. Gedurende verschillende periodes was dit de hoofdstad van China en het is de perfecte bestemming voor iedereen die meer van de rijke Chinese geschiedenis wil proeven dan het moderne Shanghai te bieden heeft. Aangezien het met de nieuwe hogesnelheidstrein in iets meer dan een uur te bereiken is, leent het zich uitstekend voor een uitstapje van enkele dagen. Naast bijna ontelbare historische bezienswaardigheden, zullen bezoekers van Nanjing ook ontdekken dat het met schoongeveegde straten, rustgevende parken, een moderne metro en een grote verscheidenheid aan eetgelegenheden ook een van de meest aangename Chinese steden is.
Bezienswaardigheden
Waar Shanghai het vooral moet hebben van een zeer indrukwekkende skyline met duizenden wolkenkrabbers en andere grote steden in de buurt zoals Suzhou en Hangzhou bekend staan om hun charme, zul je toch echt in Nanjing moeten zijn voor de Chinese geschiedenis. Door de hele stad verspreid ligt de historie als het ware voor het oprapen.
Purperen Berg
Hoewel de hoogste wolkenkrabber in het moderne stadscentrum inmiddels hoger is, domineert de 447-meter hoge Purperen Berg ten oosten van de stad nog altijd het gezichtsveld van Nanjing. Naast, als de luchtvervuiling niet al te erg is, een geweldig uitzicht, is het ook de locatie van vele tientallen historische attracties.
De belangrijkste hiervan is zonder meer het mausoleum van de Hongwu-keizer (1328-1398), de stichter van de illustere Ming-dynastie. Met verschillende gigantische hallen, een kilometerslange Weg der Geesten met aan weerszijden enorme stenen beelden, en vele weelderige parken zal het niet als een verrassing komen dat in totaal honderdduizend arbeiders gewerkt hebben aan deze graftombe. Iets verder op de helling van de berg is de veel modernere maar niet minder imposante graftombe van Sun Yat-sen te vinden. Sun was na de val van het keizerrijk in 1911 een van de belangrijkste politieke leiders van het moderne China en wordt nog altijd geëerd. Behalve graftombes zul je op de berghellingen ook nog oude tempels en het oudste observatorium van het land aantreffen. Voor luie donders is er verder een kabelbaan die je in 25 minuten naar de top van de berg brengt.
Stadsmuren en binnenstad
Beginnend aan de voet van de Purperen Berg ligt de binnenstad van Nanjing. Aan de afmetingen van de stadsmuren, gebouwd tijdens de Ming-dynastie (1368-1644) en met een oorspronkelijke lengte van 35 kilometer, is te zien dat Nanjing destijds een der grootste steden ter wereld was. Het grootste deel van de stadsmuren staat er vandaag de dag nog steeds, met verschillende verdedigingswerken bij de poorten waar je als toerist naar binnen kunt.
Meer geschiedenis vind je onder andere in de Trommeltoren, een toren die in het verleden hoog boven de stad uitstak en vanaf waar als er vijandige troepen gesignaleerd werden alarm geslagen kon worden. Vind je tempels echter leuker, dan is in het zuiden van de stad de Confucius-tempel te vinden. Dit meer dan 2.500 jaar oude complex is door de eeuwen heen steeds groter geworden en tegenwoordig zijn de straten rondom de tempel tevens een uitgaansgebied met veel restaurants en winkeltjes. Voor een grimmigere en meer recente historische gebeurtenis tenslotte, kun je terecht in in het museum over het Bloedbad van Nanjing, toen Japanse soldaten tijdens de oorlog in slechts enkele maanden tijd honderdduizenden Chinezen vermoordden.
Naast historische bezienswaardigheden tref je in het moderne en schone stadscentrum echter ook talloze moderne winkelcomplexen aan waar je vele restaurants hebt om uitgebreid te eten. Daarnaast kent de stad talloze parken, waar het park op de met bruggen verbonden eilandjes in het Xuanwu-meer bij het treinstation een van de mooiste is.

Suzhou

Suzhou is een stadsprefectuur en stad in het zuiden aan de Jangtsekiang in de oostelijke provincie Jiangsu in de Volksrepubliek China.
De oude stad
Suzhou is één van de oudste steden in de delta van de Jangtsekiang en was eeuwenlang groter dan Shanghai. De stad is in 504 voor Chr. opgericht door Koning Helü van Wu. Hij liet een muur bouwen, waarvan nu nog vier delen bestaan. Binnen de muur werd een stad gebouwd, die naar hem de Great City of Helü werd genoemd, en langs de stadsmuur werd een gracht gegraven. De oude stad heeft een oppervlakte van ruim 14 hectare.
[bewerken]De Eeuwige Brug
De oudste brug over deze gracht, de Eeuwige Brug, heet in het Engels de Bridge Forever, maar in het Chinees De Brug voor 100.000 Jaren. Hij werd tijdens de Tweede Wereldoorlog vernield, en pas in 1999 gerestaureerd, gebruik makend van de stenen van de oude brug.
Het water
Aangezien de gracht binnen de muren ligt, is het noodzakelijk het water jaarlijks te verversen. De laatste jaren zijn veel oude huisjes aan de gracht weggehaald om drie parken aan de rand van de oude stad aan te leggen.
De stad wordt omwille van de vele kanaaltjes die in de stad voorkomen soms ook wel eens het 'Venetië van het Oosten' genoemd. Al het vervoer in de oude stad gaat te voet of per boot.
De nieuwe stad
De oude stad heeft zich buiten haar muren uitgebreid. Suzhou had in 2004 2,3 miljoen inwoners, en de gehele stadsregio (stadsprefectuur) 6 miljoen inwoners.
In Suzhou zijn 500 internationale bedrijven gevestigd, dat is meer dan in Peking en Shanghai. Hierdoor is er ook veel industrie.
De stad staat bekend om haar mooie tuinen, bruggen en gebouwen en wordt daarom door veel toeristen bezocht. Er wordt nog steeds zijde geproduceerd van een zeer goede kwaliteit. Suzhou is daarnaast bekend omwille van de vele klassieke tuinen met sprookjesachtige namen.

Shanghai

Shanghai of Sjanghai is de grootste stad van China. De gemeente is sinds 2005 een van de vijf steden in China die de status van nationale centrale stad hebben. Tevens is Shanghai qua inwoneraantal de grootste gemeente ter wereld en is het een van de grootste metropolen ter wereld.[1]
Shanghai ontstond als een dorpje dat leefde van de visserij en de textielindustrie, maar door het Verdrag van Nanking dat in 1842 met het Verenigd Koninkrijk werd gesloten, groeide Shanghai uit tot een havenstad met wereldwijde verbindingen. Sinds de jaren 90, na de economische hervormingen van Deng Xiaoping, is de stad bezig zich te herontwikkelen, zo is het zakendistrict Pudong uit de grond gestampt. De stad heeft sinds 2004 de grootste haven ter wereld en heeft daarmee de positie van haven van Rotterdam overgenomen. In 2010 werd de wereldtentoonstelling Expo 2010 in de stad gehouden.
Naam
Shanghai betekent 'boven zee'.
Geschiedenis
Voordat de stad Shanghai werd gesticht, was het een dorp genaamd Huating , onderdeel van Songjiang, dat werd geregeerd door de Suzhou-prefectuur. Onder de Tang-dynastie werd het een zelfstandige prefectuur, die vanaf de Song-dynastie Shanghai werd genoemd.
In 1553 werd een stadsmuur gebouwd, wat over het algemeen gezien wordt als het begin van de stad Shanghai. Gedurende de eerste Opiumoorlog in het begin van de 19e eeuw waren Engelse troepen aan de macht in Shanghai. Toen de oorlog in 1842 werd beëindigd met het Verdrag van Nanking werden enkele havensteden geopend voor internationale handel, waaronder de haven van Shanghai.
In 1850 begon de Taiping-opstand en in 1853 werd Shanghai bezet door een triadengroep van rebellen die zichzelf het Kleinezwaardengenootschap noemde. De vele gevechten verwoestten de landelijke gebieden om de stad, maar de buitenlandse nederzettingen werden met rust gelaten. Veel Chinezen, voor wie het voorheen verboden was om in de buitenlandse nederzettingen te komen, vluchtten hier naar toe. In 1854 werden nieuwe voorschriften uitgevaardigd die meer land beschikbaar maakten voor de Chinese bewoners. In hetzelfde jaar werd ook de eerste jaarlijkse bijeenkomst van de gemeenteraad van Shanghai gehouden, die werd opgericht om de buitenlandse nederzettingen te beheren. In 1863 werden de Britse en Amerikaanse nederzettingen samengevoegd tot de Internationale Concessie. Tussen 1850 en 1900 steeg het bevolkingsaantal van de stad van circa 250.000 tot rond de 650.000.
De Eerste Chinees-Japanse Oorlog (1894-1895) om de macht in Korea werd afgesloten met het Verdrag van Shimonoseki. In dit verdrag werd China gedwongen de onafhankelijkheid van Korea te erkennen en enkele gebieden (waaronder Taiwan) af te staan aan Japan. Tevens betekende het de opkomst van Japan als een extra buitenlandse macht in Shanghai. Japan bouwde de eerste fabrieken in Shanghai en dit voorbeeld werd snel gevolgd door de andere aanwezige buitenlandse machten. Het betekende het begin van de industrialisatie van Shanghai.
Shanghai was inmiddels de belangrijkste financiële stad in het Verre Oosten. Onder bewind van de Republiek China werd in 1927 de stad uitgeroepen tot "speciale stad" en in 1930 verheven tot provincie.
Op 28 januari 1932, tijdens het Shanghai-incident, bombardeerde de Japanse marine de stad in een poging om studentendemonstraties de kop in te drukken, die als gevolg van het Mantsjoerije-incident en de daarop volgende bezetting van Mantsjoerije waren begonnen. Shanghai werd veroverd door Japan in de Slag om Shanghai van 1937 en bleef onder Japanse bezetting tot de overgave van Japan in 1945. Gedurende de Tweede Wereldoorlog was Shanghai een regionaal centrum voor vluchtelingen vanuit Europa. In die tijd was het ook de enige stad ter wereld die zonder voorwaarden was opengesteld voor Joden.
In de eerste decennia van de 20e eeuw gaf het bevolkingscijfer van de stad een fenomenale groei te zien. In 1900 bedroeg de bevolking circa 650.000, maar in 1918 werd al de grens van 1 miljoen bereikt. In 1940 was de bevolking geëxplodeerd tot 3,6 miljoen. De woningbouw hield geen gelijke tred met deze groei, dus de leefomstandigheden van het grootste deel der bevolking waren erbarmelijk.
Op 27 mei 1949 kwam Shanghai onder het bestuur van de Chinese Communistische Partij. Shanghai en Peking waren de enige onder de Republiek China zelfstandige steden, die ook nu nog een zelfstandige status behielden. Andere steden kwamen weer onder het bestuur van de lokale provincie te vallen. In het hierop volgende decennium werden de grenzen van de districten en counties binnen Shanghai veelvuldig aangepast.
Na 1949 verplaatsten de meeste buitenlandse bedrijven hun kantoren naar Hongkong, vanwege de communistische regering die nu aan de macht was gekomen. Gedurende de jaren 50 en 60 werd Shanghai een industrieel centrum en een links revolutionair bolwerk. Desondanks wist Shanghai gedurende deze tijd een hoge productiviteit en sociale stabiliteit te behouden. In de geschiedenis van de Volksrepubliek China heeft Shanghai bijna altijd de grootste bijdrage geleverd aan belastingen aan de staat. In het begin van de jaren 80 kwam 70-80% van de nationale belastingopbrengsten uit Shanghai. Dit had echter wel vérstrekkende gevolgen voor de economie van Shanghai doordat de hoge belastingdruk ten koste ging van kapitaalopbouw en onderhoud en investeringen aan de infrastructuur. In de zuidelijke provincie Guangdong werden gedurende de jaren 80 grootschalige hervormingen doorgevoerd. Door de grote financiële afhankelijkheid van China van Shanghai, werden pas in 1991 hervormingen in Shanghai gestart.
Skyline van Pudong
Sinds lange tijd wordt Shanghai gezien als opstap naar posities binnen de centrale regering van de Volksrepubliek China. In de jaren 90 werd er vaak gesproken van de "Kliek van Shanghai", die onder meer de president van de Volksrepubliek China, Jiang Zemin, en de premier Zhu Rongji omvatte. Vanaf 1992 is Jiang Zemin gestart met hervormingen van het belastingbeleid van Shanghai. Door de sterk verlaagde belastingdruk werden vele binnenlandse en buitenlandse bedrijven aangetrokken tot de stad, waardoor Shanghai sterk is gegroeid als economisch centrum in Oost-Azië. Sindsdien kent de stad een economische groei van 9-15% per jaar.
Van 2 tot en met 11 oktober 2007 vonden de Special Olympics World Summer Games plaats in de stad. Hieraan hebben 7000 sporters met een verstandelijke beperking meegedaan. In 2008 is Shanghai bezig om de infrastructuur op allerlei punten te verbeteren, zoals een extra ringweg, de aanleg van een uitgebreid metronetwerk en verbeteringen aan het spoor en de havens. Veel aandacht wordt gegeven aan de voorbereidingen voor de Expo 2010 die in Shanghai plaatsvindt.