Mexico

 









egypte


Onze trip:

Van 24 mei tot 9 juni 1998

Onze rondreis begint in Mexico City dan gaan we naar
Oaxaca vervolgens naar Palengue, via Campeche naar
Merida en tenslotte naar Cancun.

(klik op de plaatsnamen voor meer informatie)

De kaart

 

Foto's

Klik hier voor onze foto's

De Film:

Bezochte plaatsen:

Mexico Stad

Mexico-Stad, vaak Mexico (Spaans: México) genoemd, is de hoofdstad van Mexico. Bestuurlijk gezien is Mexico identiek aan het Federaal district (Spaans: Distrito Federal, D.F.), en in de volksmond wordt de stad dan vaak ook gewoon D.F. genoemd. Mexico-Stad is een van de grootste steden ter wereld en tevens de grootste hooggelegen stad. Het Federaal District heeft 8,8 miljoen inwoners, de agglomeratie Mexico-Stad, die zich ook uitstrekt over de deelstaat Mexico, ruim 20 miljoen. Mexico-Stad is gelegen in het Dal van Mexico op 2240 meter boven de zeespiegel en is het politieke, economische en culturele centrum van het land.
Geschiedenis
De stad werd in 1325 als Tenochtitlan door de Azteken gesticht. Volgens de legende zou hun stamgod Huitzilopochtli de plaats aanwijzen waar de op dat moment nog nomadische Azteken zich moesten vestigen, door een adelaar op een cactus een slang te laten verslinden. Dit tafereel staat afgebeeld op het wapenschild van de vlag van Mexico. Deze gebeurtenis vond plaats op een eiland in het Texcocomeer, dus daar stichtten de Azteken hun hoofdstad. De stad breidde zich al snel uit over andere eilanden, zodat er een soort Venetië ontstond. Op haar hoogtepunt had Tenochtitlan 200.000 tot 300.000 inwoners, op Parijs en Constantinopel na de grootste stad ter wereld.
In 1519 bereikte de Spaanse conquistador Hernán Cortés de stad. Na eerst vriendelijk te zijn ontvangen werd hij later de stad uitgejaagd. Na een maandenlange belegering gaf de stad zich op 13 augustus 1521 over. Het werd de hoofdstad van het onderkoninkrijk Nieuw-Spanje en na 1821 van het onafhankelijke Mexico, alhoewel vanwege burgeroorlogen meerdere malen andere steden tijdelijk de hoofdstad zijn geweest. In 1847 werd Mexico-Stad bezet door de Amerikanen en in 1863 door de Fransen.
In de twintigste eeuw begon het inwonertal fors te groeien, en het was zelfs een tijdlang de grootste stad ter wereld. In 1968 werden de Olympische Spelen in Mexico-Stad georganiseerd maar dat jaar wordt in Mexico vooral herinnerd wegens het bloedbad van Tlatelolco dat twee weken voor de opening van de spelen plaatsvond. Op 19 september 1985 werd de stad getroffen door een zware aardbeving (het epicentrum lag zuidelijk van de stad in Michoacán), waarbij 5.000 (volgens de regering) tot 20.000 doden vielen. Bovendien waren er tienduizenden daklozen.
In 1997 werden democratische hervormingen doorgevoerd, waarmee de burgemeester en de districtsraden voortaan door de bevolking gekozen worden.
Bezienswaardigheden
Een van de meest bezochte plaatsen in Mexico-Stad is het in het historische centrum gelegen Zócalo, waar zich de Azteekse templo mayor, het Nationaal Paleis en de Spaanse kathedraal bevinden. Het Zócalo is het op twee na grootste plein ter wereld.
Van de Avenida de los Insurgentes, die de stad van noord naar zuid doorsnijdt, wordt gezegd dat het de langste avenue ter wereld is. De Avenida kruist in het centrum de Paseo de la Reforma, die wel de 'Seine van beton' genoemd wordt. Op rotondes in de Paseo bevinden zich talrijke monumenten, waaronder de Ángel de la Independencia, dat tevens dienst doet als mausoleum voor een aantal onafhankelijkheidsstrijders. Aan de Paseo de la Refoma bevindt zich bovendien de Torre Mayor, het hoogste gebouw van Latijns-Amerika. Aan het westelijke uiteinde van de Paseo bevindt zich Chapultepec. Dit is een groot park gelegen op een heuvel. Van oudsher is dit het oord waar inwoners van de hoofdstad naartoe gaan om ontspanning te zoeken; de Azteekse keizers hadden er al een residentie en de Spaanse vicekoningen lieten er het Paleis van Chapultepec bouwen. Na de onafhankelijkheid werd het paleis een kazerne, en weer later het paleis van keizer Maximiliaan. Tegenwoordig is het een museum. Het Nationale Antropologiemuseum, dat een groot aantal bijzondere pre-Columbiaanse voorwerpen bezit, bevindt zich in dit park, evenals de presidentiële residentie Los Pinos.
Meer naar het noorden, in Tlatelolco, de oude Azteekse marktstad, bevindt zich het Plein van de Drie Culturen. Daar in de buurt bevindt zich ook de Basiliek van Guadalupe, gebouwd naar aanleiding van de verschijning van de Maagd van Guadalupe in 1531. De Basiliek trekt per jaar miljoenen pelgrims.
In het zuiden van de stad bevindt zich de kunstenaarswijken Coyoacán en San Ángel. Hier zijn veel zijn schilderingen van Diego Rivera te vinden, maar ook schilderingen van andere muralisten zijn door de gehele stad te vinden. In Coyoacán bevinden zich ook de voornaamste campus van de Nationale Autonome Universiteit van Mexico en het Aztekenstadion. Coyocán was ook de wijk waar Leon Trotski werd vermoord. Zijn voormalige woonhuis is nu een museum. De binnenstad van Mexico is samen met Xochimilco opgenomen in de lijst van Werelderfgoed van de UNESCO.
Problemen
Mexico-Stad is gebouwd in het Dal van Mexico. Het Dal van Mexico wordt aan alle kanten omgeven door vulkanen (waaronder de Popocatépetl). Dit heeft als gevolg dat luchtvervuiling, zoals smog blijft hangen. Er wordt wel eens gezegd dat een dag lucht inademen in Mexico-Stad gelijkstaat aan een pak sigaretten roken. Vooral in de wintermaanden, als de lucht boven het dal koud is en de warme lucht uit de stad (door inversie) niet kan opstijgen, is de luchtvervuiling sterk. De Popocatépetl, in de Azteekse en koloniale periode vanuit de stad goed zichtbaar, kan door de smog nog zelden vanuit de stad gezien worden.
Een ander milieuprobleem is de instabiele ondergrond. Toen de Azteken Tenochitlan stichtten bestond de stad uit eilandjes in het Texcocomeer. Gedurende de eeuwen is dit meer vrijwel geheel drooggevallen of drooggelegd. De grond is nog steeds erg instabiel, op sommige plaatsen verzakt de stad 25 centimeter per jaar. De Ángel de Independencia heeft er bijvoorbeeld een aantal keren trappen bijgekregen om boven de grond te blijven. Doordat Mexico-Stad ook nog eens op het laagste punt van het dal ligt, kunnen afvalstoffen moeilijk afgevoerd worden. Wat overgebleven is van het Texcocomeer is daardoor bijzonder giftig. Dit zorgt weer voor een drinkwaterprobleem. Er is wel eens voorgesteld een pijpleiding van Veracruz aan de Golf van Mexico naar Mexico-Stad aan te leggen om dit op te lossen, maar het bleek dat dit lastig haalbaar was en dat het bij wijze van spreken eenvoudiger en goedkoper zou zijn om heel Mexico-Stad naar Veracruz te verplaatsen.
In veel wijken is er een hoge criminaliteit en er zijn veel straatkinderen, volgens sommige cijfers 50.000. Mexico heeft het op één na hoogste aantal ontvoeringen per 100.000 inwoners ter wereld. De criminaliteitscijfers dalen licht, maar de politie, die zelf ook gebukt gaat onder corruptie, kan het probleem nog steeds moeilijk aan.
Verkeer en vervoer
Een probleem van een andere orde is de verkeerschaos. Mexico-Stad is een van de grootste steden ter wereld. Het heeft ongeveer 22 miljoen inwoners en dat aantal groeit nog steeds. Er is weliswaar een uitgebreid metrosysteem maar tijdens de spits kan die nog nauwelijks iedereen vervoeren. Nieuwe metrolijnen of andere vormen van openbaar vervoer zijn vaak al achterhaald op het moment dat ze voltooid zijn, alhoewel een aantal recente experimenten met hoogwaardig openbaar vervoer de druk iets weten te verminderen.
De luchthaven van de stad is Benito Juárez International Airport. Mexico-Stad heeft een metrosysteem en er rijden trolleybussen.

Oaxaca

Oaxaca de Juárez is de hoofdstad en tevens de belangrijkste stad van de Mexicaanse staat Oaxaca. De stad heeft 265.006 inwoners (census 2005), het stedelijk gebied een half miljoen en ligt op ruim 1500 meter hoogte in de Vallei van Oaxaca in de Zuidelijke Sierra Madre.
Geschiedenis
Oaxaca de Juárez ligt vlakbij de Zapoteekse vindplaats Monte Albán. De stad werd in 1532 als Antequera de Oaxaca door de Spanjaarden gesticht op de plaats van de Azteekse plaats Huaxyácac. Zij kreeg haar huidige naam ter ere van de Mexicaanse president Benito Juárez, die in de buurt van deze stad geboren is. De bekendste persoon uit Oaxaca zelf was Porfirio Diaz. In de achttiende eeuw groeide de stad uit tot mogelijk de op twee na grootste stad in Nieuw Spanje, dankzij de productie van karmijn, een rode kleurstof, gewonnen uit de Cochenilleluis.
De stad had zwaar te lijden onder aardbevingen in 1854 en 1931. De laatste grote aardbeving vond plaats in 1999.
In 2006 was de binnenstad van Oaxaca een aantal maanden bezet door de Volksassemblee van de Volkeren van Oaxaca (APPO), die het aftreden van gouverneur Ulises Ruiz Ortiz eiste. In december werd de APPO uit de binnenstad verdreven door federale veiligheidstroepen, maar de situatie is nog steeds gespannen. Het aanzienlijke toerisme is door de onlusten sterk teruggelopen.
Stadsbeeld
De binnenstad staat op de lijst van werelderfgoed van de UNESCO. Het stadsbeeld wordt bepaald door het voor koloniale steden kenmerkende schaakbordpatroon en door de koloniale architectuur uit de zestiende tot achttiende eeuw. De ligging van de stad in een aardbevingsgevoelig gebied heeft geleid tot een bouwwijze met lage, stevige muren.
Bezienswaardigheden
Aan het Zócalo, het centrale plein, bevinden zich de kathedraal van Oaxaca en het gouverneurspaleis.
Het voornaamste monument in Oaxaca is het klooster van Santo Domingo de Guzmán, gebouwd vanaf 1570, waarin een museum is ondergebracht met onder meer kunstschatten uit Monte Albán. De kloosterkerk heeft een weelderig versierd barok-interieur. De stad telt verder vele andere oude kerken en kloosters.
Oaxaca de Juárez ligt vlakbij de Zapoteekse vindplaats Monte Albán

Palenque

Palenque is een archeologische vindplaats van de Maya beschaving niet ver van de Usumacinta-rivier in de gemeente Palenque, Chiapas, Mexico op ongeveer 130 km ten zuiden van Ciudad del Carmen.
Als vindplaats is het van middelmatige grootte, vergeleken met de grote plaatsen Tikal of Copán, maar de vondsten zijn van grote waarde. De beste architectuur, het beste beeldhouwwerk en stucreliëf kunnen er gevonden worden. In 2005 was ongeveer 2,5 km² van de stad blootgelegd. Men schat dat dit nog geen 10% is van de totale oppervlakte die Palenque ooit bestreek. De rest van het gebied, dat waarschijnlijk nog meer dan duizend gebouwen en andere constructies bevat, ligt nog verborgen in het oerwoud. De oorspronkelijke naam van Palenque was Lakam Ha, dat Groot Water betekent naar de bronnen en riviertjes die er ontspringen. Het was de hoofdstad van een stadstaat die de naam B'aakal (Been) droeg. Palenque was al lang verlaten toen de Spanjaarden het land veroverden. Vader Pedro Lorenzo de la Nada was een van eersten die de plaats bezochten en er een verslag van schreef in 1567. In die tijd noemde de plaatselijke Chol Maya het Otolum ofwel Land met Sterke Woningen. De la Nada vertaalde dat ruwweg in het Spaans met Palenque, dat 'versterking' betekent. In de 17e eeuw werd er, op enkele ruïnes aan de rand van de oude stad, een nieuw dorp gesticht dat de naam Santo Domingo del Palenque kreeg. Pas in 1773 werd er aandacht geschonken aan de oude Mayastad, toen Ramón de Ordoñez y Aguilar de plek bezocht en erover rapporteerde. Dit leidde tot een tweede bezoek, waarbij werd vastgesteld dat het om belangrijke ruïnes ging. Twee jaar later kwam de ontdekkingsreiziger en architect Antonio Bernasconi, vergezeld door een klein leger, naar Palenque om de plaats vast te leggen. De agressieve zoektocht van de militairen zorgde voor veel schade aan de gebouwen. De architect Bernasconi maakte de eerste (moderne) kaart van Palenque.
Ontdekkingen in de 19e eeuw
In 1807 maakte de tekenaar Luciano Castañeda meer kaarten van de stad. In 1822 werd het eerste boek over Palenque, 'Descriptions of the Ruins of an Ancient City, discovered near Palenque' uitgegeven in Londen. In 1834 verschenen er nog twee publicaties, gebaseerd op dezelfde bronnen als het eerste boek. Men dacht, tot aan de 19e eeuw, dat de figuren die afgebeeld waren op de beelden en reliëfs van Palenque, representaties waren van Egyptenaren, Polynesiërs en van de 'tien verloren stammen van Israël'. De militaire ontdekker Juan Galindo was de eerste die, in 1831, opmerkte dat de representaties meer leken op de lokale bevolking van het gebied dan op de andere exotische groepen die men tot dan toe als model had voorgedragen. In 1832 bracht de Fransman Jean Frédéric Waldeck (antiquair, cartograaf en ontdekker) twee jaar door in Palenque om schetsen te maken, die 34 jaar later gepubliceerd werden. In 1840 werden door de regering van Brits-Honduras (het huidige Belize) een aantal ontdekkers ingeschakeld om de stad te verkennen. Onder deze ontdekkers bevonden zich ook John Lloyd Stephens en Frederick Catherwood. De Franse fotograaf Désiré Charnay nam in 1858 de eerste foto's van de site. De Brit Alfred Maudslay verbleef vanaf 1890 in Palenque en gebruikte later de vele foto's die hij gemaakt had van de kunst en inscripties om er modellen van papier en plastic van te maken.
Ontdekkingen in de 20ste eeuw
Aan het begin van de 20ste eeuw vonden vele expedities plaats. Eén van de belangrijkste hiervan werd gedaan door Frans Blom in 1923. Hij maakte kaarten van zowel de bekende als de onbekende delen van de stad, en gaf de Mexicaanse regering aanbevelingen ter behoud van de ruïnes.
Tussen 1949 en 1952 stuurde de Mexicaanse regering een onderzoeksgroep naar Palenque, onder leiding van de Mexicaanse archeoloog Alberto Ruz L'Huillier. Dit team vond onder anderen, onder de Tempel van de Inscripties, de tombe van Pakal de Grote (K'inich Janaab Pakal). Dit was in die tijd de meest belangrijke tombe die gevonden was in Meso-Amerika. In de jaren '70 werd er nog een expeditie gehouden, en rond dezelfde tijd werd er in de regio een archeologisch museum opgericht met de naam Museo de Sitio Dr. Alberto Ruz L'Huillier.
In 1973 vond, naar initiatief van Merle Green Robertson, de eerste Ronde Tafel-sessie plaats van Palenque, waarbij nieuwe ontdekkingen en inzichten over de Maya werden bediscussieerd. en onderzocht. Robertson droeg veel bij aan het onderzoek in Palenque, met name over (de sporen van) het gebruik van kleur op de beelden. Sindsdien zijn er bijna onophoudelijk opgravingen en onderzoeken uitgevoerd in Palenque.
In de jaren 70 werd er ook een klein museum gebouwd en Palenque is daarna een drukbezochte toeristenbestemming geworden.
Geschiedenis van het oude Palenque
De informatie over Palenque wordt, door het vele onderzoek dat er gaande is, continu veranderd en aangevuld. Hier zal een overzicht worden gegeven van de informatie over Palenque die beschikbaar is aan het begin van de 20ste eeuw.
Algemene gegevens
Men veronderstelt dat de Maya Lakam Ha stichtten rond 100 v.Chr., tijdens de Formatieve Periode (2500 v.Chr.-300 na Chr.). Het was toen een klein dorpje dat hoofdzakelijk landbouw bedreef en voordeel genoot van de vele beekjes in rivieren in het gebied.
Tijdens de Vroege Klassieke Periode (200-600 na Chr.) groeide de bevolking aanzienlijk en werd het dorp een echte stad. In de Late Klassieke Periode (600-900 na Chr.) werd het zelfs de hoofdstad van de regio B'akaal (bot), liggend in de zones Chiapas en Tabasco. De oudste structuur die men ontdekt heeft in Palenque stamt uit deze periode (ongeveer 600 na Chr.).
Tussen de 5de en 9de eeuw na Christus was B'akaal een belangrijk centrum van de Maya beschaving. Het beleefde periodes van glorie en van catastrofe, van allianties en van oorlogen. Meerdere malen ging B'akaal verbanden aan met Tikal, de andere grote Maya-stad uit die tijd. Samen streden ze tegen de expansie-drift van Calakmul, ook wel het Koninkrijk van de Slang genoemd. Twee keer, in 599 en in 611 na Chr., won Calakmul.
De leiders van B'akaal claimden hun oorsprong te hebben in het verre verleden, soms zelfs teruggrijpend op de creatie van de huidige wereld, volgens de Maya-mythologie in 3114 v. Chr. Moderne archeologische theorieën plaatsen de oorsprong van de leiders bij de Olmeken.
Vroege Klassieke Periode
De eerste Heer van B'akaal (''Ajaw'' genoemd) van wie we informatie hebben, was K'uk B'alam (Quetzal Jaguar), soms Grote Heer van Toktan genoemd. Hij regeerde van 431 t/m 435 na Christus. Hierna kwam er een ajaw aan de macht die de archeologen Gasparín noemen. De twee volgende ajaws waren waarschijnlijk zijn zonen. Over de eerste, B'utz Aj Sak Chiik, wist men weinig, totdat in 1994 een tablet werd gevonden dat een ritueel van de ajaw beschreef. Dit zelfde tablet noemt ook zijn opvolger Ahkal Mo' Naab I als een jonge prins, waaruit men zou kunnen opmaken dat de twee verwant aan elkaar waren. Ahkal Mo' Naab I had, om voor ons onbekende redenen, veel aanzien. Zijn opvolgers lieten namelijk trots zien dat ze van hem afstamden.
Na de dood van Ahkal Mo' Naab I in 524 schijnt er vier jaar lang geen ajaw geweest te zijn, totdat K'an Joy Chitam I in 529 gekroond werd in Toktán en regeerde voor de volgende 36 jaar. Zijn zoons Ahkal Mo' Naab II en K'an B'alam I regeerden hierna, met een periode tussen de twee waarvan men niet weet of er een ajaw was. K'an B'alam I was de eerste ajaw die de bijnaam Kinich, of Grote Zon, gebruikte, die daarna ook gebruikt werd door latere Heren. K'an B'alam I werd in 583 opgevolgd door Yol Iknal, van wie men denkt dat ze de dochter was. Tijdens haar regime vond er, volgens de inscripties, een strijd plaats waarbij Calakmul Palenque binnenviel en plunderde. Dit gebeurde op 21 april 599.
Twaalf jaar later vond er een 2de overwinning voor Calakmul plaats. Dit gebeurde onder Zak K'uk, een buitenstaander van koninklijk bloed die ingewijd werd als grote Dame en moeder van Pakal de Grote. Bij deze overwinning trok de ajaw van Calakmul persoonlijk de stad binnen, wat de zware militaire nederlaag van Palenque extra bevestigde. Er volgde dan ook een periode van chaos en politieke instabiliteit in Palenque. Dit had als gevolg dat, toen Pakal in 615 de troon besteeg, er een belangrijke periode van (re)constructie begon in Palenque, wat voor een groot deel het huidige beeld van de stad heeft bepaald.
Late Klassieke Periode
Aan het begin van de Late Klassieke Periode verkeerde B'aakal in wanorde, veroorzaakt door de overwinningen van Calakmul. Geschreven teksten uit 613 zijn pessimistisch: 'verloren is de goddelijke vrouw, verloren is de koning'. Ze vertellen ook dat een aantal fundamentele rituelen niet zijn uitgevoerd. Er zijn bovendien geen aanwijzingen gevonden voor een regering in die periode.
Men gelooft dat na de dood van Aj Ne'Ohl Mat een man aan de macht kwam met de naam Janaab Pakal, soms Pakal I genoemd. Janaab Pakal vervulde wel de rol van ajaw, maar werd nooit officieel gekroond. Hij werd opgevolgd in 612 door zijn dochter, de vrouw Sak K'uk, die slechts drie jaar regeerde. B'aakal begon vanaf dit moment weer op te bloeien.
De zoon van Sak K'uk is de meeste bekende Heer van de Maya; K'inich Janaab' Pakal, ook wel Pakal de Grote genoemd. Hij regeerde Palenque vanaf zijn twaalfde, tussen 615 en 683 na Christus. Pakal, ook wel de beschermer van de goden genoemd, bracht Palenque op een hoger niveau qua rijkdom en pracht, ondanks de donkere periode waar de stad tot dan toe in zat. Pakal de Grote trouwde in 624 met de prinses van Oktán, en hier kwamen twee kinderen uit voort.
Tijdens de regering van Pakal werden de meeste paleizen en tempels van Palenque gebouwd; de stad bloeide als nooit tevoren, Tikal ver achter zich latend. Het centrale complex, bekend onder de naam Het Paleis, werd meerdere malen, waaronder in 654, 661 en 668, verbreed en aangepast. In dit complex bevindt zich een tekst waarop staat dat in deze tijd Palenque weer bondgenoot was van Tikal, en tevens van Yaxchilán. Er staat ook dat ze zes Heren van de vijandelijke alliantie gevangengenomen hadden. De rest van de tekst heeft men nog niet kunnen vertalen.
Na de dood van Pakal de Grote in 683, besteeg zijn oudste zoon, K'inich Kan B'alam, de troon; hij werd opgevolgd in 702 door zijn broer K'inich K'an Joy Chitam II. De oudste zoon zette de architectonische en beeldhouwkundige projecten van zijn vader voort. Daarnaast maakte hij de beroemde tombe van Pakal de Grote af. Ook begon hij nieuwe ambitieuze projecten, zoals de Kruis-tempels. Door al deze ondernemingen hebben we vandaag de dag veel informatie, in de vorm van beelden en tabletten, over deze ajaw. Zijn broer, die hem dus opvolgde, zette deze traditie van bouwen en reconstrueren voort. Dankzij Pakal en zijn twee zoons/opvolgers, had B'aakal een gouden eeuw van groei en rijkdom.
In 711 werd Palenque belegerd door het koninkrijk Toniná, waarbij Heer K'inich K'an Joy Chitam II gevangen werd genomen. Men weet niet wat er met hem gebeurd is, maar waarschijnlijk werd hij geëxecuteerd in Toniná. Tien jaar lang had Palenque geen ajaw, totdat in 722 K'inich Ahkal Mo' Nab' III gekroond werd. Ondanks dat hij wel van koninklijk bloed was, is het niet duidelijk of hij directe erfgenaam was van K'inich K'an Joy Chitam II. Hierdoor denkt men dat deze opvolging wellicht een breuk in de bloedlijn van de dynastie betekende; en waarschijnlijk kwam K'inich Ahkal Mo' Nab' III aan de macht door zich jarenlang te hebben gewijd aan het lobbyen en het smeden van politieke allianties. Deze ajaw, zijn zoon en zijn neef, regeerden Palenque tot aan het eind van de 8ste eeuw. Er is weinig bekend over deze periode. Uit hiërogliefen afkomstig van Toniná weet men wel dat Palenque weer een nederlaag leed tegen deze aartsvijand.
Palenque verlaten
Net als veel andere Maya-steden in de Klassieke Periode, stond Palenque in de 8ste eeuw onder grote druk. Wak Kini Janaab' Pakal, ook wel Pakal IV genoemd, betrad in 799 de troon. Ná hem verliezen we de dynastie van Palenque uit het oog. Kort na 800 werd er niets meer gebouwd in het ceremoniële centrum. Aan het begin van de 9de eeuw genoot B'aakal nog wel prestige, maar de emigratie en uittocht was al begonnen. Lakam Ha werd nog wel enkele generaties bewoond, gefocust op landbouw. Langzamerhand, onder andere door het optrekkende oerwoud, viel de stad in vergetelheid. In de 16e eeuw, toen de Spaanse conquistadores er kwamen, was de regio nauwelijks bewoond.
Bouwwerken
Enkele belangrijke bouwwerken in Palenque zijn:
Het Paleis, dat eigenlijk een conglomeraat van aan elkaar verbonden gebouwen en binnenhoven is die over geruime tijd op een breed kunstmatig terras gebouwd zijn. Het 'Paleis' bevat veel prachtige beelden, stucco-reliëfs en een opmerkelijke toren met vier verdiepingen.
De Tempels van Palenque
Het Aquaduct dat de Otulum rivier onder de vloer van Palenques hoofdplein leidt.
Structuur XII met een stucco afbeelding van de God des Doods.
De Tempel van de Graaf die zijn naam dankt aan Jean Frederic Waldeck die er een tijdje in woonde. Waldeck beweerde een graaf te zijn.

Campeche

San Francisco de Campeche (Yucateeks Maya: Kaanpeech) is de hoofdstad van de gelijknamige staat in Mexico, aan de kust van de Golf van Campeche. Campeche heeft 211.671 inwoners (census 2005).
Geschiedenis
De stad werd in 1540 door Spaanse conquistadores gesticht op de plaats van de Mayastad Ah-Kim-Pech. Deze stad had ongeveer 3000 inwoners en een aantal monumenten. Ten tijde van de komst van Juan de Grijalva in 1517 regeerde Moch-Cuoh over de stad, die succesvol Spaanse aanvallen wist te weerstaan. Pas na Moch-Cuohs dood in 1540 werd Campeche door de conquistador Francisco de Montejo onderworpen, die de stad San Francisco de Campeche doopte.
Campeche werd een belangrijke doorvoerhaven vanwaaruit goederen uit het schiereiland Yucatán naar Cuba en van daar naar Europa verscheept werden. Wegens haar rijkdom werd trok de stad snel piraten aan. Onder anderen Cornelis Jol, Abraham Blauvelt, Christopher Myngs, Henry Morgan, Francis Drake, Laurens de Graaf, Henry Every en Rock de Braziliaan wisten de stad te plunderen. Na een verschrikkelijke aanval van meerdere groepen piraten in 1663 werd overgegaan tot het bouwen van stadsmuren van 3,5 meter dik en andere fortificaties. De bouw duurde 18 jaar en had tot gevolg dat Campeche een van de best verdedigde steden in het Spaanse rijk werd.
Campeche was was de belangrijkste haven van Yucatán tot het halverwege de negentiende eeuw voorbij werd gestreefd door Sisal en Progreso. Het was tijdens de Kastenoorlog de enige stad op Yucatán die niet door rebellen werd ingenomen. In 1857 werd het de hoofdstad van de nieuw opgerichte staat Campeche.
In opdracht van gouverneur Carlos Sansores zijn in de jaren '70 onder protesten een deel van de vestingwallen geslecht om zo een rondweg aan te leggen. De vestingen en het stadscentrum zijn zo goed bewaard gebleven dat ze in 1999 op de Werelderfgoedlijst van de UNESCO terecht zijn gekomen. Belangrijke bronnen van inkomsten zijn tegenwoordig vooral de visserij, de aardolie-industrie en in toenemende mate ook het toerisme.

Mérida

Mérida (Yucateeks Maya: T-Ho’) is de hoofdstad van Yucatán, een deelstaat van Mexico. Met 734.153 inwoners (census 2005) is het de op twaalf na grootste stad van Mexico. De agglomeratie Mérida bevat onder andere Kanasín en Umán en heeft zo'n 900.000 inwoners.
Stadsbeeld
Zoals de meeste koloniale steden, is het centrum van Mérida opgebouwd volgens een schaakbordsysteem. Straten die van noord naar zuid lopen hebben oneven nummers, en straten die van oost naar west lopen even. In het centrum, met als centrale plein het Plaza Grande, zijn vele koloniale gebouwen te bezichtigen. Aan dit plein bevinden zich de kathedraal van Mérida, en de Casa de Montejo, het voormalige paleis van Montejo, de stichter van Mérida, en het Palacio Municipal (raadhuis).
Aan de Calle 60 bevinden zich het Parque Hidalgo met daarnaast de Iglesia de Jesus (Kerk van Jezus), die in 1618 door jezuïeten als deel van hun klooster is gesticht. Haaks op de Calle 60 loopt de Calle 47, of Paseo Montejo, met talrijke villa's uit de 19e eeuw. Hier bevindt zich ook het Antropologisch en Geschiedkundig Museum.
Veel toeristen combineren een bezoek aan Yucatán met een bezoek aan het strand, of aan de ruïnes van het nabijgelegen Chichén Itzá. Mérida heeft een luchthaven, de Internationale Luchthaven Manuel Crescencio Rejón, en een universiteit, de Autonome Universiteit van Yucatán.
Geschiedenis
Mérida werd gesticht in 1542 door de Spaanse conquistador Francisco de Montejo, bijgenaamd El Mozo. De stad werd gesticht op de plaats van een Spaanse nederzetting en is genoemd naar de gelijknamige stad in Extremadura in Spanje. In sommige koloniale gebouwen komen Maya-afbeeldingen voor, omdat men oude gebouwen 'hergebruikt' heeft. Vanwege de stadsmuren heeft Mérida zich in de koloniale tijd succesvol weten te verdedigen tegen Mayaopstanden. De kathedraal van Mérida werd gebouwd tussen 1561 en 1598, en is daarmee de oudste van Amerika.
In 1821 werd in Mérida de onafhankelijkheid van Yucatán uitgeroepen, maar al snel daarna werd besloten Yucatán bij Mexico aan te sluiten. In de jaren dertig en veertig van de negentiende eeuw was Mérida desalniettemin kortstondig de hoofdstad van de onafhankelijke Republiek Yucatán. Tijdens het Porfiriaat werd Mérida een welvarende stad door de productie van henequén in haar omgeving.

Cancun

Cancun (Spaans: Cancún, Yucateeks Maya: Kaank’uun) is een stad in het uiterste oosten van Mexico, gelegen op het schiereiland Yucatán in de staat Quintana Roo. De stad heeft 526.701 inwoners (census 2005) en is wereldbekend als toeristenoord.
Tot de jaren 1950 van de twintigste eeuw was Cancun een onbetekenend plaatsje op een eiland in de Caribische Zee vlak bij de kust, met enige visserij en een aantal Maya-ruïnes. De Mexicaanse regering en internationale investeerders besloten echter Cancun tot toeristenoord te ontwikkelen. Het werd door middel van een dam met het vasteland verbonden en er werd een internationale luchthaven aangelegd. Vanaf de jaren zestig begon Cancun snel te groeien.
Tegenwoordig is Cancun een grote stad, waarvan het grootste gedeelte op het vasteland gevestigd is. Het is de grootste stad van Quintana Roo en de hoofdplaats van de gemeente Benito Juárez. Cancun wordt jaarlijks bezocht door drie miljoen toeristen, de meerderheid afkomstig uit de Verenigde Staten. Het voormalige eiland Cancún is nu slechts een gedeelte van de stad waar voornamelijk grote hotels, winkelcentra en uitgaansgelegenheden gevestigd zijn. Dit wordt ook wel de "hotelzone" genoemd.
De "Cancunensen" zijn mensen die in Cancun wonen en komen uit alle windstreken, voornamelijk uit de rest van Mexico, Verenigde Staten en Canada, maar ook zijn er Duitsers, Spanjaarden, Belgen en Nederlanders te vinden.
De officiële taal is het Spaans, hoewel het "Maya" nog steeds een belangrijke taal is. Het Engels is goed geïntegreerd en ook is het Duits hier vaak op straat te horen.
Cancun was tot een jaar of tien geleden ook nog een van de veiligste steden van heel Mexico, dit is voornamelijk door slecht bestuur bijna omgekeerd.
In 2005 richtte de orkaan Wilma hier de grootste schade van heel Mexico aan. Er vielen doden en verschillende hotels en andere gebouwen werden geheel of gedeeltelijk verwoest. Bijna alle stranden verdwenen bijna in het geheel. Tegenwoordig is hier in Cancun bijna niets meer van te merken en de stranden zijn zelfs mooier dan voorheen.
In 2010 werd in Cancun de United Nations Climate Change Conference georganiseerd waar over een opvolger van het Kyotoprotocol werd onderhandeld