FAQ's.

Hier volgen enkel Frequent Ask Questions waarmee beginners en/of gevorderde dikwijls worstelen. Indien hier opmerkingen, aanbevelingen, tekorkomingen, ... zijn, mail ze gerust door en ik pas het zo snel mogelijk aan.

 

1. Wanneer gaat mijn slang vervellen?

Dit gaat men merken aan de doffe huid en ogen. De ogen gaan blauw worden gedurende een 5tal dagen. Daarna krijgen ze gedurende 2 dagen terug hun normale kleur van ogen en dan zal de vervelling gebeuren.  Eenmaal het vel is losgekomen duurt het ongeveer een 30 tot 45 minuten voordat de slang haar oude vel heeft afgeworpen. 

Tijdens deze periode (dit dus zo'n 6 dagen duurt) moet men de slang niet voeden. Ze zal trouwens geen zin hebben in eten.

 

2. Mijn slang vervelt slecht of het vel komt er in stukken af.

Hier kunnen twee redenen voor zijn:

- Een te droog terrarium. Tijdens de vervelling is het aan te raden om dagelijks de bevochtigen met een sproeier.

- Een tekort aan vitaminen A

 

3. Hoe hanteer ik mijn slang het beste?

- Niet-giftige / niet-agressieve slangen: met twee handen losjes op ongeveer 1/3 van de kop en 1/3 van het einde

- Agressieve, onbekende, niet giftige slangen:  zo dicht mogelijk achter de kop maar niet al te hard drukken

 - Reuze slangen: met meer dan één persoon, neem zo'n één persoon per meter

- Kleine slangetjes: met enkele vingers in het midden

 

4. Hoeveel moet ik mijn slang voedren.

Eén a twee prooien per week. Reuzenslangen eten een grote prooi per 3 a 4 weken. Vrouwtjes in de paartijd en na de eileg mogen meer eten krijgen.

De dikte van de prooi mag 3 keer de kop zijn of de grote van het dikste gedeelte van hun lichaam.

 

5. Hoe zit het met de huisvesting.

Een terrarium van 100 x 40 x 40 is zo wat de gemiddelde grootte voor een volwassen dier. In het begin kunnen ze ook in kleindere terrariums gezet worden.

De temperatuur overdag mag schommelen tussen de 26°C en 30°C, onder de spot kan dit hoger oplopen (35°C  - 40°C). 's Nachts mag de temperatuur dalen tot minimum 18°C.

Een klimtak wordt niet heel veel gebruikt mag toch op prijs gesteld.

Qua vochtigheid is het voldoende om regelmatig met een vernevelaar te sproeien. Zoals reeds eerder vermeld bij het vervellen, mag het in de vervelperiode iets vochtiger zijn.

 

6. Hoe ondersheid men mannetjes en vrouwtjes.

Qua uitzicht is dit moeilijk te zien. Een mannetje heeft over het algemeen een dikkere staartwortel. Om dit meer met zekerheid te weten moet men overgaan tot sonderen. Hierbij gaat men met een stompe naald inde cloaca van de slang . Bij mannetjes zal men dan 4 à 6 schubben ver komen, bij vrouwtjes zal dit maar 1 of 2 zijn. Hierbij gebeurd het dat het mannetje zijn peniszakje dichtnijpt zodat het een vrouwtje lijkt.  Deze methode is af te raden bij jonge slangen. Wanneer men de slang gaat sonderen moet deze goed stil gehouden worden om inwendige verwondingen te voorkomen.

Opmerking: Laat het sonderen steeds door een ervaren iemand doen of onder begeleiding van een ervaren iemand.

 

7. Hoe erken je gezonde slang.

Hier zijn enkele basisregels waaraan je een gezonde slang kan herkennen.

- ze voelt krachtig aan, zeker een wurgslang

-  ze heeft een ronde rug

- ze zal snel en veel tongelen, zeker als men iets voor de slang houdt

- de bek is goed gesloten

- heeft een gave en gladde hud zonder stukken vel van slechte vervelling

- heeft geen openstaande schubben

- heeft heldere ogen

- als de slang rust zal ze steeds in opgerolde houding leggen, dus niet languit