|
|
|
| Lexicon (vakjargon):"Fr"Verklaring van een aantal moeilijke of
speciale vakbegrippen i.v.m. tuinieren en tuinbouw: fractioneren bemesting,
framegroeier, frezen, fruitbomen, fruitboom, fruitboomteelt, fruitoogstwagen,
fruitteelt, fruitteler, fungi-jargon, fungicide, fusarium, fysiologisch ras,
fysiologisch rijp zaad, fytohormonen, fytopathologie, fytotoxiteit.
|
fractioneren van de bemesting |
De meststoffen in verschillende stappen toedienen aan de planten. Men kan regelmatig kleine hoeveelheden samengestelde (NPK) of enkelvoudige meststoffen toedienen. |
Framegroeier |
Framegroeier, kadergroeier of het basistone groeitype. (Belangrijk bij de snoei van fruitbomen) guy.dekinder@bigfoot.com |
Frezen |
1. Met een machine de kluiten grond fijn maken. 2. Met een machine het onkruid onder de grond stoppen. |
Fruit, vruchten, ooft |
Een verzamelnaam voor eetbare
vruchtensoorten: aalbes, aardbei, abrikoos, appel, braambes, framboos,
jostabes, kiwi, kruisbes, nectarien, perzik, pruim, ... Sommige fruitsoorten zijn rijk aan anti-oxidanten en beschermen ons lichaam tegen ziekten. Nuttige weblink: Welk fruit bevat de meeste anti-oxidanten? |
Fruitbomen, fruitboom |
Dit zijn loofbomen die eetbare vruchten geven. De inheemse fruitbomen zijn o.a. appel, peer, pruim, kers, abrikoos en perzik. Bij de meeste fruitbomen is er kruisbestuiving nodig. Er moet dan een ander gelijkbloeiend ras in de omgeving staan. Voor een optimale groei kunnen fruitbomen best in november - december geplant worden. Mits een goede verzorging kan planten in de maanden januari - maart ook nog gebeuren. Men onderscheidt 4 groepen: laagstam, halfstam, hoogstam en leivormen. Voor meer info zie Fruit ABC en fruitboek |
fruitboomteelt |
De teelt en vermeerdering van fruitbomen en bessenstruiken. (Stekken en enten) |
Fruitoogstwagen |
Werktuig, veelal uitgerust met transportbanden of rollenbanen, voor het in fust verzamelen van geplukt fruit. |
fruitteelt |
De teelt of het kweken van
vruchten/ bessen aan bomen/ struiken. (Zie
Fruit
ABC ) Nog meer informatie over fruitsoorten, fruitrassen, snoei en verzorgingstips nodig? Zie "Groente- en Fruit Encyclopedie". Uitgeverij Groenboekerij. (NUR 423 ) ISBN 90 215 3845 8 |
Fruitteler |
Iemand die fruit teelt om het te verkopen. (Beroep fruitteler) |
Fungi-jargon |
Voor oningewijden een moeilijk verstaanbare taal i.v.m. schimmels en paddestoelen. |
Fungicide |
Een scheikundig middel om schimmels te bestrijden. Sommige, in de handel verkrijgbare producten, zijn tevens bacteriedodend. |
fusarium |
Een bodemschimmel die voet- en vaatziekten veroorzaakt. |
Fysiologisch ras, fysio |
Een vaste systematische eenheid, een forma specialis (meervoud: formae speciales), binnen een bepaalde schimmelsoort. |
Fysiologisch rijp zaad |
Zaad dat volledig onafhankelijk is van de moederplant en dat met succes kan geoogst en bewaard worden. |
Fytohormonen, Plantenhormonen |
Natuurlijke plantengroeistoffen. |
Fytopathologie |
Plantenziekteleer. |
Fytotoxiciteit |
Een plantenbeschadigende eigenschap. |
Nuttige weblinks:
Tuinkrantenforum:
tuin- en plantenvragen
Blauwbessen, koningin der bessen
Plantennomenclatuur
Fruit
encyclopedie
Planten interactief
Fruit
ABC
Nieuw!
Groente & Fruit Encyclopedie.Auteurs Luc Dedeene en Guy De Kinder. |
|