Professor Dr. Marcel Storme gaf in 1973 Deel 1 uit van 'De afstammelingen van landbouwer, mulder en schepen te Roksem Jozeph Storme' (1792 -1872) en Sofie Maene (° Bekegem 24 februari 1805 en + in Brugge op 13 januari 1830). Via deze weg ken ik de afstamming van mijn moeder Elisabeth Storme. Stamvader Adriaen Storme is geboren rond 1450.

Stamgenoot eresenator Frans V. Verberckmoes vroeg mij op 27 juni 1994 of ik eventuele belangstelling wilde bevestigen voor een nadere kennismaking en of ik misschien ook eventuele suggesties of documentatie had.

De microbe was in mij wakker geschud. Jarenlange opzoekingen immers door in de kringen illustere vorsers, hadden over ons geslacht reeds zeer vele gegevens verzameld. Mijn diepe erkentelijkheid gaat dan ook uit naar:

Pater Aloïs Maris (+)

Pastoor emeritus en ere-burger van Kruibeke Frans Verberckmoes (+)

Officier van Justitie in Nederland Mr.Dr.J.C. Maris van Sandelingenambacht

Baron Gustave Verberckmoes ( ° Parijs 18 april 1834,+ Parijs )

Napoleon Verberckmoes( °Dendermonde 28 maart 1806,+ Limoges 15 oktober 1889 )

Eresenator Frans V. Verberckmoes (mandaat neergelegd in 1991)

The church of Jesus Christ of Latter-Day Saints (beter gekend onder de naam Mormonen)

Voorzitters van Oudheidkundige Kringen

Rijksarchivaris, Conservators, Archivarissen en medewerkers

Mede-vorsers

Mijn streven bestaat erin nog meer mensen aan te zetten tot deze boeiende hobby of opsporingsdrang...

Op 20 september 2007 nam ik contact op met Erik Lapré (1961) uit Baam - Nederland. Vanaf Pierre Jean (Petrus Joannes) Verberckmoes (1796) deeluitmakend van degeneratie VI van de stamboom van Petrus Verberckmoes (1603) en Margarita van Gavere (1607) heeft zijn immers moeder dezelfde voorouders.
Pierre Jean (Petrus Joannes) Verberckmoes (1796) krijgt 4 kinderen waaronder de broers Augustinus Verberckmoes (1828) en François Elysius Verberckmoes (1839).
Mijn tak loopt in het verlengde van Augustinus Verberckmoes (1828). François Elusius Verberckmoes (1839) vertrekt naar Nederland. In deze tak zit de moeder Maria Verberckmoes (1934)van Erik Lapré.


Stam Marienzonen -Van der Bercmost

telt zes taklijnen
(Ver)Marien-Maris, Verberckmoes, Berckmoes, Verberckt, Antheunis en Berckmans.

Wapenschilden
 

taklijn Vermarien-Maris

taklijnen Verberckmoes-Berckmans-Berckmoes-Verberckt-Antheunis  

 

Rietstap: Verberckmoes Flandre:"Ecusson de gueules et d'argent. Sur le tout d'or plein."

Herckenrode: "Schild gevierendeeld: in 1 en 4: van keel, in 2 en 3 van zilver, hartschild van goud over alles heen"
Onze bakermat bevindt zich in het “soete land van Waas”, het huidige Sint-Gillis-Waas, waar de afstammingen van Vrouwe Maria en haar gemaal gedurende verschillende generaties op het “Hof ter Clusen” woonden.
Stammoeder “Vrouwe Maria”
De afstammelingen van Vrouwe Maria, geboren circa 1220 en overleden circa 1260, droegen de naam “Vrouwe Mariesone die men heet Van der Berc(k)moes(t)" of "verMarien".
Aan haar herinnert nog heden de "Vrouw Mariestraat", de weg van Sint Gillis naar Sint Niklaas. ("Vrouwe" vermeld voor een persoonsnaam beduidde destijds uitsluitend een riddersvrouw, gesteld wordt dat haar gemaal sneuvelde tijdens de zevende kruistocht onder Lodeijk IX de Heilige waar het kruisleger werd uitgedund door ziekte, ontbering en voortdurende aanvallen en verslagen werd in 1250).
Dank zij Pater Alouis Maris, afkomstig van Bazel en Dr.J.C. Maris , een Nederlander afkomstig van dezelfde stam, doch van een tak die uitgeweken is tijdens de godsdienstoorlogen, beschikken we over enorm veel gegevens over onze naam.
Bij het opzoeken van een verklaring van de oorsprong van onze naam "van der Bercmoest" komen we bij de afleiding van de plaatsnaam die "bercmoest" genoemd werd. Berc= berk (boom) en moes=mos maar ook moer. Dus van een plaats waar berken groeien op een moer of drassige grond.
Enkele belangrijke punten uit veel bestaande artikels:
In 1295 in het hoofdcijnsboek van de St. Baafsabdij van Gent, vinden we in St.Gillis Waas, Verrebroek en Vrasene reeds 'van der Bercmoest'-namen vermeld o.a. Beatrix van der Berckmoest met haar kinderen. Uit andere dokumenten vinden we dat haar man Willem ver Marien genaamt van der Berckmoest eigenlijk met een dubbele naam genoemd werd.
Volgens pater A. Maris was 'ver Marien ook Mariesoene genoemd', de moedernaam van Willem en van der Bercmoest zijn vadersnaam. We weten dat Willem en Beatrix in 1295 reeds overleden waren en dat de naam minstens sinds 1250 of vroeger werd gevoerd. We weten ook dat uit de oorspronkelijke dubbelnaam "Van der Bercmoest alias Mariesoene" verschillende familienamen zijn ontstaan zoals Marien, Vermarien, Maris, Mariman, Verberckmoes en hieruit Berckmoes.
Tot ongeveer 1500 gebruikte men soms de dubbelnaam, doch later noemde men zich ofwel Van der Bercmoest of Vermarien of Marien.
In de 16de eeuw werd dan "van der" samengetrokken naar "Ver" en voor sommige geslachten werd dit verder afgekort naar "Berckmoes".
Voor de oudste echtparen en hun kinderen werd zowel Verberckmoes als Berckmoes afwisselend gebruikt, zelfs voor kinderen uit hetzelfde gezin. Sporadisch komt dit regelmatig terug tussen 1600 én 1800. In de stam Berckmoes is de laatste die men Verberckmoes noemt Frederik Berckmoes (ingeschreven op zijn geboorteakte als Verberckmoes(geb: 29ste Prairial achtste jaer=18 juni 1800 te Waasmunster). Hij huwt te Waasmunster op 2/11/1826 als Verberckmoes en tekent zijn huwelijksakte met Fverberckmoes. Op de geboorteakten van zijn kinderen staat bij allen Berckmoes. Hij wordt ook als Berckmoes begraven te Hamme op 5/1/1865.
In de moderne tijd (periode na 1794 de Franse Revolutie) lijken de verschillen tussen Verberckmoes en Berckmoes groot, doch in het Ancien Regime (periode voor 1794) vinden we onze naam in de Hoofdcynsboeken van Waas maar liefst op negentien verschillende manieren geschreven (tijdspanne van 1250 tot 1796). Sinds de 'Code Napoleon' (toepassing wet 23/08/1796) werd de huidige spelling van de familienamen in ons land vastgelegd.
Er zijn vier schrijfwijzen aldus overgebleven Ber(c)kmoes en Verber(c)kmoes al dan niet met ck of k alleen geschreven.
Deze waren bij de opzoekingen als het ware gekoppeld terug te vinden. Het verspreidingsgebied voor beide beperken zich zowat ook tot hetzelfde areaal.
In tegenstelling tot namen gekoppeld aan plaatsnamen zoals "kouter, heide , akker, dries,laar, bos, enz...', welke men in iedere gemeente praktisch voorkomen komt onze naam weinig voor. Dit staat misschien in verband met de oorsprong van de naam, zijnde voorkomend van een unieke plaatsnaam 'tBercmoest te St.Gilles Waas, dus moeras met berken, een toponiem dat niet zomaar in ieder landschap noch gemeente thuishoorde, en indien het er toch voorkwam, niet altijd zo spontaan anleiding zal gegeven hebben tot het vormen van een familienaam.
Het dierenepos "Van den Vos Reynaerde de felle metden rooden baerde", dat halverwege de 13e eeuw werd geschreven, helpt ons op weg de vraag te beantwoorden, waar 'de woestine' of dat moeras moet zijn geweest.
Het waren 'wilde of woeste landen', onherbergzame oord welke sedert eeuwen een vriendelijke landstreek is geworden met talloze bolle akkers, omzoomd met canadapopulieren of elzenstruiken.
De gebeurtenissen ervan spelen zich grotendeels af in het noordoostelijke deel van het Land van Waas. De dichter geeft blijk met dat landschap goed bekend te zijn. Als dan Reinaert op de rechtsdag van koning Nobel zijn schelmerijen moet verantwoorden en om zijn vel te redden een leugenachtig verhaal ophangt over de verborgen schat van wijlen koning Ermeric, laat de dichter hem de plaats waar die schat zou liggen beschrijven als een bron "Kriekeputte" in een bos "Hulsterloe" tussen Hulst en Kieldrecht. In die omgeving stonden jonge berken en onder de berk die het dichtst bij de put stond zou de schat begraven zijn.
Het Land ten Kriekeputte, zo'n 36 bunders, werd begrensd door de Goudekensberg en de straat die de Reke heette ten noorden, de 's Gravenstraat ten zuiden, het land van de St. Pietersabdij ten westen en het land van dezelfde abdij alsmede het land van Willem den Hert en dat van de erfgenamen van Pieter filius Marien en oosten. Die Pieter was Pieter vrou Mariezone de oude, die in 1418 nog turf vertolde te Iersekeroord.
Die 13 bunders strekten zich dus uit van de Klingedijk, tussen de Reke en de 's Gravenstraat, tot in de omgeving van de Turfbanke. In die omgeving moet dan het Land ten Kriekeputte hebben gelegen, waarbij het Bercmoes aansloot, als het er al geen deel van uitmaakte.
Tussen de Turfbank en de 's Gravenstraat liep in 1421 de Bercmoesstraat, die kennelijk haar naam heeft gekregen omdat ze naar het Bercmoes leidde, zoals de Broekstraat leidde naar het Broek.
Willem Vermarien a. Van der Bercmoes moet hier als ondernemer-ontginner werkzaam zijn geweest. (lit. A.Maris, De bakermat van de Verberckmoessen, Land van Beveren 1980, blz. 61 e.v.), zoon van vrouwe Marie.
Mijn stamovergrootmoeder (11 generaties) Margarita van Gavere (zie parenteel), blijkt af te stammen van Ridder Jan van Gavere de genaamde Mulaert. Ze was gehuwd met Petrus Verberckmoes. Zij overleed  te Sinaai op 25 februari 1684:
Wat betreft afstamming 'van Gavere':
  • bij http://www.herweijer.org/maris/  nr 8192 en  6385 en bij Nr 18752
    voor RAAS IV VAN GAVERE, 1181-1217 heer van Gavere, Chièvres, Eksaarde en Liedekerke, ridder, boutelgier van Vlaanderen 1181-1217, overleden vóór 1220, zoon van RAAS III VAN GAVERE, heer van Gavere en Chièvres, boutelgier van Vlaanderen, ridder 1156, overleden vóór 1190 (nr 37504), zoon van RAAS II VAN GAVERE, heer van Gavere, overleden 1150,
    (nr 75008), zoon van voor RAAS I VAN GAVERE, heer van Gavere, ridder, boutelgier van Vlaanderen, overleden 1149 (nr150016).
    WILLEM VAN GAVERE, geboren ca. 1285, overleden vóór 1354, zoon van ELISABETH VAN AXEL en JAN VAN GAVERE, GEHETEN MULAERT, overleden 1288, begraven te in abdij van Baudelo. Hij was ridder, heer van Eksaarde, hoogschepen van het Land van Waas en bezat gronden in Vrasene en Haasdonk. In 1274 was hij meerderjarig. Zoon van SOFIE VAN BREDA en RAAS V VAN GAVERE, 1217-1241 heer van Gavere, Liedekerke en Chièvres, zoon van CLARA LIEDEKERKE VAN HERZELE en RAAS IV VAN GAVERE, 1181-1217 heer van Gavere, Chièvres, Eksaarde en Liedekerke, ridder, boutelgier van Vlaanderen 1181-1217, overleden vóór 1220, zoon van MACHTELD VAN LIEDEKERKE en RAAS III VAN GAVERE, heer van Gavere en Chièvres, boutelgier van Vlaanderen, ridder 1156, overleden vóór 1190, zoon van EVA VAN CHIEVRES en RAAS II VAN GAVERE, heer van Gavere, overleden 1150, zoon van ELISABETH VAN GENT en RAAS I VAN GAVERE, heer van Gavere, ridder, boutelgier van Vlaanderen, overleden 1149
  • In de "Staeten van Goed Gent" stadsarchief Gent reeks 330- nr 42 p.439 verso en volgende leest men
    “item in daginghe ten vervolghe van Jane Sanders als houder bliven achter joncvr. Johannen Camericx over haar zelve u pende ten laste van Lievin Mulaert ende Wouter Berchmost als in huwelyke utgecosen voogden de houders Van Gheert Mulaert te apartlic alhier in wettelijke vierschaer om Neesen te anhoorne ofwel te …. en t… wie ..ghelyck Van den Neesche wysen de …. ende up hander te punten …
     
    De taklijn Mariman – (Ver)Marien loopt langs het vrouwelijke spoor voorbij onze stamouders tot Koning Dagobert I en nog verder tot het jaar 612.
    Ondertussen wordt het heraldisch onderzoek via alle beschikbare kanalen verder gezet. Rijks- en stadsarchieven in het land worden bezocht. Hoofdcijnsboeken, Tienjarige tafels, tafels van Parochieregisters, Passagierslijsten en andere bronnen  worden geraadpleegd. Uiteindelijke bedoeling moet zijn alle verzamelde gegevens te archiveren en beschikbaar te stellen.
  • Op 21 oktober 2007 vond een tweede stamreunie plaats te Wachtenbeke op het Provinciaal Domein Puyenbroeck in 'de vier seizoenen'.
    Bij die gelegenheid werd het tweede boek van eresenator Frans Verberckmoes uitgegeven.
    De eerste stamreunie ging door op 21 oktober 2000 te St Gillis-Waas