Touwknopen

Index

=

Knopen aan het uiteinde van een touw. Er zijn vele toepassingen waarin je zoiets gebruikt. Iedere toepassing stelt zijn eigen eisen en kent daarvoor een beperkt aantal knopen die het best geschikt zijn. Je kunt een stopper gebruiken om te voorkomen dat een touw of garen gaat rafelen. Doe dat echter alleen in goedkoop touw/garen. Gebruik anders een echte takeling.

=

Overhandknoop

De eenvoudigste knoop die er bestaat, en daarom waarschijnlijk het meest gebruikt. De overhandknoop is goed bruikbaar om knopen in garens en snaren te ondersteunen. Losse tampen worden dan met een overhandknoop iets verdikt. Wanneer dat te rommelig wordt moet worden omgezien naar een betere verbindingsknoop. Er mag geen grote kracht op een overhandknoop worden uitgeoefend. De knoop halveert ongeveer de sterkte van het touw/garen ter plaatse. Als 'anti-slip-stopper' is dat niet erg want dan wordt hij nauwelijks belast.


=

De Dubbele Overhandknoop

De dubbele overhandknoop is mooi, dikker dan de gewone overhandknoop, maar nauwelijks sterker. Dus hij kan alleen maar gebruikt worden als er maar weinig belasting te verwachten is. De dubbele overhandknoop wordt ook wel de bloedknoop genoemd als hij gebruikt is als zweeptop. De knoop kan op meerdere manieren worden gelegd en in principe op twee manieren worden afgewerkt. De twee manieren van leggen die hier getoond worden geven ook beide afwerkingen aan. De in het midden getoonde bloedknoop is de voorkeurs-afwerking van de tweede met kruisjes gemerkte knoopwijze. De bloedknoop is na belasting zeer moeilijk weer los te krijgen. Wanneer er een object door het met het kruisje gemerkte gat gestoken wordt trekt de knoop samen tot de wurgknoop Daarom is het de moeite waard deze manier te leren.

 

=

De Meervoudige Overhandknoop

Wanneer de overhandknoop meer dan twee interne rotorns heeft wordt hij dikker. (Echter nauwelijks sterker.) Bij geslagen touw is het van groot belang dat de knoop netjes wordt aangetrokken (opgewerkt) anders hebben de losse strengen sterk de neiging te kinken.

 

 

=

De Vlaamse Acht

Dit is de stopper die volume, sterkte en eenvoud van leggen/losmaken in de optimale balans samen brengt.

 

 

=

De Platte knoop

De platte knoop is slechts bruikbaar voor het eenvoudige werk. Hij is eenvoudig te leggen en beklemt zich niet waardoor hij altijd makkelijk los te krijgen is. De toepassingen variëren van het vastzetten van opgerolde zeilen, het dichtbinden van pakjes, tot de basis van de schoenstrik. De platte knoop heeft zeer veel toepassingen. Zijn naaste verwanten, het ouwe-wijf, de dievenknoop en de whatknoop hebben zo hun eigen toepassingen, maar die hebben niets met een betrouwbare verbinding te maken.


=

Het Ouwe-wijf, of de boeren-knoop

Deze knoop is bijzonder onbetrouwbaar. Het ene moment slipt hij, het andere moment beklemt hij zich tot een bijzonder lastig los te peuteren knoop. Het is de moeite waard deze knoop actief uit je gewoonte te bannen.


=

De Dievenknoop

Het verhaal gaat dat zeelui die de landrotten niet vertrouwden deze knoop op hun plunjezak legden. Een dief die de zak opende zou hem dan met een platte knoop weer sluiten en dat zou de zeeman dan opmerken.

 

=

De What-Knoop

Deze knoop schijnt gebruikt te worden bij het goochelen.

 

 

=De

schootsteek


De hier getoonde manier om de schootsteek te maken is geschikt voor het verbinden van twee touwen van gelijke dikte.  Het is de bedoeling de eerste 'lastige stapjes' met een simpele draai van de pols te realiseren. Even oefenen dus.

 
=

De wevers_schootsteek

Wanneer er twee dunne touwtjes/garens aan elkaar geknoopt moeten worden gebruiken we wever knopen. De hier getoonde is gelijk aan de schootsteek. In glad garen is het aan te raden een overhandsknoopje in de eindjes te leggen. Als dat de knoop te dik maakt moet een andere weversknoop worden toegepast.


=

Schootsteek aan een (te) kort eindje

Met de eenvoudigste schuiflus kan je aan een eindje een schootssteek leggen. Dit vereist wel enige oefening, de kans dat je het fout insteekt is 50%. Wat bij iedere knoop geldt, geldt hier in het bijzonder: goed afwerken!.


=

De Lap-Knoop

De Lap-Knoop wordt wel ten onrechte de valse schootsteek genoemd. Maar valse knopen bestaan niet. De Lap knoop wordt al eeuwen door vele volken in de wereld gebruikt. . Met name in leer is hij zeer bruikbaar, net zo betrouwbaar als de schootsteek, maar eenvoudiger en makkelijker weer los te maken. Dat laatste is belangrijk, vooral als je koude vingers hebt.
 

De Lap knoop is de knoop om een touw aan een band te zetten. Als de band erg stug is of het touw erg glad, leg dan een overhandsknoopje in het eind om slip te voorkomen.  Gedurende het trekken van verschillende zware lasten, telkens met de zelfde tape en het zelfde touw. In regen, zon, sneeuw, gedurende vele maanden. De knoop gaf geen krimp.
 

Als de Lap Knoop al de knoop is om aan een touw aan een band te leggen dan is hij zeker ook de knoop om met een touw een lus aan een band te zetten. Even oefenen en je hebt er echt plezier van.
 

Wel eens een slip-knoop nodig gehad die stevig houdt en toch direct los schiet als je de lus lostrekt? De slip-Lap Knoop is je knoop. Probeer het eens. Je zult verbaasd zijn over het effect.

 

 

=

De karaaksteek

  Er zijn maar weinig knopen die zo vaak verkeerd getekend worden als de karaaksteek. De einden moeten diagonaal tegenover elkaar uitkomen en de kruisingen moeten om en om onder- en bovenlangs uitkomen. De karaaksteek is een van de beste steken. Dit is waarschijnlijk de knoop die het dichtst bij de perfecte steek komt. Hij slipt niet, zelfs niet als het touw nat is, en bovendien is hij altijd los te krijgen, ook na zware belasting.  Voor zwaar materiaal wordt hij altijd afgebonden om slijtage te minimaliseren.


=

De Zoeteliefjes

Eigenlijk leg je twee halve steken om de staande einden van beide touwen.
Je kunt de zoeteliefjes op twee manieren leggen. Welke van de twee varianten het sterkst is weet ik niet. Met twee gelijke overhandknopen is hij symmetrisch. Dit is waarschijnlijk de meest gebruikte variant.
Met twee verschillende overhandsknopen krijg je de mooiste (Altijd netjes afwerken!)
Alleen ... de dubbele acht is zeker sterker, makkelijker los te krijgen na belasting en van alle kanten net zo decoratief als de zoeteliefjes op hun best.


=

De Dubbele Zoeteliefjes

Dit is de dubbel-stopper knoop  Eigenlijk leg je twee wurgknopen om de staande einden van beide touwen. Het is het best om de knopen tegengesteld te leggen. Bij gelijke knopen is het lastiger ze goed tegen elkaar aan te sluiten. Deze knoop wordt  veel gebruikt om twee touwen aan elkaar te knopen. Hij is sterk, betrouwbaar, maar is nogal lastig weer los te krijgen.

=
 

De Dubbele Acht

Hij is sterk, mooi, beknelt niet, dus wat wil je nog meer. Een pracht van een stopperknoop

 

 

 


=

De Wevers Acht

Dit is de beste wever knoop . Hoewel het lijkt of hij moeilijk te leggen is blijkt hij juist erg makkelijk te leggen in klein materiaal en is betrouwbaar in wol, linnen en vele ander weef-materialen. Omdat beide losse einden terugvallen op het staande part heeft hij een bijna perfecte geleiding door het werk en over de machine-onderdelen. Houd beide einden op de kruising tussen duim en wijsvinger. (eerste tekening)
Draai beide draden terwijl je het kruis vast blijft houden in twee eenvoudige bewegingen (tekening twee en drie. Nu leg je het staande eind van de draad waar je wilt aanhechten over de nieuwe draad die je wilt aanhechten. Ten slotte stop je over de lijn waar je aanhecht door de loep die je net gemaakt hebt. Nu laat je het kruis los en hou de losse eindjes tegen het staande part van de nieuwe draad en trek de knoop aan.
 
 

Voor de andere richting


Een wever op een traditioneel weefgetouw weet niet van te voren in welke richting de volgende lijn aangehecht moet worden. Daarom moet hij de weverknoop in twee richtingen kunnen leggen. (Lang niet iedere wever/weefster kan dat en dat kost tijd of netheid.) Dit is de zelfde als de hierboven beschreven knoop, alleen dan anders gelegd. Op deze manier gelegd kan de draad de andere kant op getrokken worden.

 

 

=De

enkele steek

(ook wel De Simpele Steek.)

 
Hoewel dit waarschijnlijk de meest eenvoudige knoop is die je kunt verzinnen moet je een vaardig knoper zijn om hem op een veilge manier te leggen en toe te passen. Het losse eind van het touw moet worden afgeknepen tegen een object of tegen het staande part. De beste kneep krijg je tegen een rand of riggel. (Daar zit hem de kneep! En daar komt ook deze zegswijze vandaan.) Als de steek wordt ontlast en het staande part geschud dan lost de steek direct. Hij wordt gebruikt bij het beleggen om  een wevers-naald of zelfs aan een boomtak, als begin voor het beleggen, als start voor het opwinden of als tijdelijke, snel los te maken "steek".


=

De Halve Steek


Dit is de "gekapseisde" overhandknoop. Het is een bijzonder bruikbare steek om lichte lasten te dragen die snel los te maken moeten zijn.  Je moet hem echt met rust laten.

 

=

De Mastworp




Deze belangrijke knoop heeft alleen theoretische waarde. Zonder extra ondersteuning is hij onbetrouwbaar in iedere situatie, behalve als kruisknoop. Je moet hem kennen voor de padvinderij en op zeilscholen. Als je hem toch moet toepassen werk hem dan netjes af. Trek beide einden stevig aan voor je hem belast, en dan nog alleen in de lengte-richting. Beter nog, gebruikde mastworp met voorsteek als alternatief.

 

=
 

Twee Halve Steken


De twee halve steken worden gebruikt om een touw te knopen aan een ring of paal met een haakse belasting. Het moet constant belast blijven. (Hoeft niet onder een constante belasting.) Hij beknelt zich niet. Als het object een kleine diameter heeft is het verstandig om een extra rotorn te nemen.

=

De "Buntline" Steek.


De "Buntlijn" steek werd gebruikt om de "buntlijn" van een vierkant getuigd schip vast te zetten. Het is een veilige knoop, maar heeft nijging zich te beknellen. Hij is daarom niet eenvoudig los te krijgen. Daarom is hij geschikt voor werk dat langer zonder toezicht gelaten moet kunnen blijven.

 

=

Mastworp met voorslag

De beste knoop voor belasting in de lengterichting. Het is belangrijk hem goed af te werken en goed aan te halen voordat hij belast wordt. Gebruik hem nooit voor haakse belasting want dan schiet hij echt los.

 

 

=

Scheerlijn-steek


Dit is een bijzonder nuttige steek. Hij is verstelbaar EN betrouwbaar. Iedere zeiler zou deze steek onder iedere omstandigheid moeten kunnen leggen. In het bijzonder om zichzelf te redden met het touw dat hem in het water is toegeworpen. Hij moet de lijn rond zich leggen, de scheerlijn-steek voor zich en zich tot doel stellen het losse eind tegen het staande part te houden. Dat geeft hem veiligheid en een doel in deze kritieke situatie: VASTHOUDEN! Iedere kampeerder moet deze knoop ook kennen. Het is de beste knoop om je scheerlijn aan een haring te bevestigen. Het is het eenvoudigste lid uit de verstelbare knopen familie.


=

Verstelbare steek.


Dit is de "broer" van de scheerlijn-steek en slechts een beetje minder belangrijk. Dat komt omdat hij zich eerder beknijpt. Als dat de bedoeling is, is dat natuurlijk prima zoals bijvoorbeeld voor werk dat lang zonder toezicht moet kunnen blijven.

 

 

 
=

De Koe-steek.

Deze steek is zeer bruikbaar om een koe aan een paaltje vast te zetten. Zelf zou ik een overhand knoopje in het losse eind toevoegen, maar ik ben geen boer. Zeelui gebruiken hem om een koord aan een lijkwade te bevestigen bij een zeemans uitvaart.

 

 


=

"Verkeerde" halve steken


Deze steek wordt ook gebruikt om scheerlijnen vast te zetten.   Een geoefend oog zal er de gekapseisde platte knoop in herkennen.

 

 

 
=

Lobster Buoy Steek


De Lobster Buoy Steek is ongeveer even veilig als de Buntline steek, maar veel makkelijker los te krijgen. Hij wordt gebruikt om houtbundels vast te zetten.

 

 


=

Marlsteek of Halvesteek

Deze steek is bijzonder praktisch als je een bos wil binden of een rol bij elkaar wil houden. Het werkend eind hoeft maar eenmaal doorgehaald te worden en toch schiet dit bindsel niet echt snel los.  De reeks steken wordt altijd begonnen en beëindigd met een dubbele marlsteek

 

 

=

Dubbele Marlsteek of Wurgknoop

De wurgknoop is belangrijk als tijdelijke takeling, en als permanente binding waarvan er een aantal in elkaars verlengde moeten worden gelegd. Eenmaal goed gelegd is losmaken zonder hulpmiddelen (priem of mes) bijna onmogelijk. Gebruik hem dus nooit voor iets dat snel weer los moet. Als marlsteek wordt hij altijd als eerste en laatste in een rij gebruikt. Ook als een rij marlsteken 'gevaarlijk' lang wordt, pas je de dubbele marlsteek toe als 'tussenzekering', Let op! Op deze manier gelegd hoeft het werkend eind (of het 'klosje') maar één maal doorgehaald te worden. Je moet de knoop daarna wel even netjes afwerken. Gewoon aantrekken is daarbij niet voldoende!


=

De Constrictor

De constrictor is belangrijk als tijdelijke takeling. En ook als permanente binding waarvan je er meerdere naast elkaar nodig hebt. Eenmaal goed gelegd is losmaken zonder hulpmiddelen (priem of mes) bijna onmogelijk. Gebruik hem dus nooit voor iets dat snel weer los moet. Omdat de constrictor "in de bocht" gelegd kan worden wordt hij vaker gebruikt dan de wurgknoop.

 

=

De Paalsteek

De Paalsteek is de meest gebruikte lus-knoop. Dat komt voornamelijk door de eenvoud, de betrouwbaarheid en waarschijnlijk ook de verwantschap aan de schootsteek. Houd in stap A het kruispunt tussen duim en wijsvinger van de rechterhand en draai vervolgens de pols met de klok mee. Wanneer je de lus weglaat heb je de schootsteek 

 

 


=

Gedubbelde Acht lus

De gedubbelde 8 is een door klimmers veel gebruikte knoop. De knoop is snel te leggen en is veiliger dan de paalsteek. Er is veel discussie of het losse eind nog een stopper behoeft of niet. Snelheid van leggen/losmaken is ook iets waar je voor veiligheid rekening mee moet houden. De eerste wijze van leggen is gelijk aan het leggen van de Vlaamse Acht, maar dan met een dubbel touw. Het "losse-end" vormt de lus. Deze wijze van leggen is alleen toepasbaar als de lus pas na het leggen ergens om of in gelegd wordt.
 

Wanneer de lus ergens om gelegd moet worden, (om jezelf bijvoorbeeld) dan wordt eerst een enkele losse vlaamse acht gelegd die vervolgens gedubbeld wordt. Het is hierbij belangrijk dat er ruimte genoeg is voor de lus. Dat vraagt enige ervaring. Oefenen dus!


=

De boogpees knoop

Dit is een zeer oude knoop die gebruikt werd als oog voor boogpezen. De knoop is eenvoudig en sterk. Eenmaal gelegd en stevig aangetrokken, wil je hem niet meer los knopen: je zou het een goede permanente lus kunnen noemen.
De boogpees knoop is geliefd omdat hij klein, sterk, veilig en eenvoudig te leggen is. Hij is netjes omdat er geen losse eindjes uitsteken. Moderne boogschutters geven de voorkeur aan ingesplitste ogen. Als het losse eind (gemerkt met een kruisje) niet tussen de boog en de loop gezekerd zit is het aan te bevelen om een extra overhansknoopje als stoppertje te leggen.


=

Het middenmannetje

Een eenvoudig te leggen prima lus voor toepassingen waar de lus niet aan het uiteinde maar ergens in het werkend eind gelegd moet worden. Deze lus is in alle richtingen belastbaar. Dat is belangrijk voor toepassingen waarbij de spanning aan de einden groot is ten opzichte van die in de lus zelf.
 

 


=

De Artillerie Lus

Een praktische en eenvoudig te leggen lus voor het midden van het touw. Hij is niet zo sterk als de middenman maar is iets sneller te leggen en weer los te maken. Zoals de naam al aangeeft werd hij door de artillerie gebruikt (voor het dragen van het geweer over de schouder). Belast het touw niet te zwaar zolang de lus niet belast wordt. Hij is het best toepasbaar als tijdelijke knoop om dingen te dragen of op te hangen. En zoals altijd, netjes afwerken!


=

De Pendant Steek

Een steek om een steentje in een amulet te binden. Zorg ervoor dat je het object goed in de lus zekert. Als je een lus (deze lus) gebruikt om een steentje of ander mooi object in een hanger te bevestigen is een leren veter de beste keuze. Maak een ondiep sneetje in de binnenkant van de lus. Precies diep genoeg om het oppervlak te vergroten zodat het beter grip heeft. En, zeker niet onbelangrijk, gebruik een goede schoenmakers-lijm  Het resultaat is verrassend. De pendant steek is een naast familielid van de zoeteliefjes

 

 

.

=

De Schuifknoop algemeen

WAARSCHUWING!! De schuifknoop is geen speelknoop om galgje mee te spelen. Er zijn te veel kinderen per ongeluk gedood omdat ze dachten dat ze de knoop nog wel op tijd los zouden kunnen krijgen. Ook een niet strak aangehaalde schuifknoop is uiterst gevaarlijk rond je hals!

Er zijn drie basismethoden om een schuifknoop te maken. Bij de eerste wordt het staande part door een vast oog aan het einde van het touw genomen. Dit kan een ingesplitst oog zijn maar ook een geknoopte zoals de paalsteek. (De paalsteek wordt feitelijk veel door zeilers als lopend-oog gebruikt.) Ook de enkelvoudige schuifknoop zelf wordt wel gebruikt als soepel lopend-oog.

Bij de tweede manier knoop je een lopend oog rond het staande part, ( een simpele knoop of steek ) zodanig dat de lus sluit als aan het lopend eind getrokken wordt. Dit is de meest gebruikte manier om een schuifknoop te maken. Het zorgt ervoor dat de lus makkelijk sluit (maar vaak moeilijk opent.)

Bij de derde manier leg je een knoop andersom rond het staande part, zodat als je aan het lopend eind trekt de lus opent.
Maar bij het opbinden van balen en pakketten worden ze regelmatig onbewust gelegd. Ook tijdens het oefenen van het leggen van schuifknopen eindig je in het begin met dit soort lussen.

 

 

=

De enkelvoudige Schuifknoop

Dit is de eenvoudigste schuifknoop. Hij wordt meestal gebruikt als basis voor verder werk en is nauw verwant aan de overhandknoop en de Marlsteek.  Als hij als schuifknoop gebruikt wordt is het verstandig een stoppertje te leggen in het losse eindje (de overhandknoop). Hij wordt wel als stropers-strik voor kleine vogels gebruikt.

 

 


=

De Wurg Strik

De wurgknoop is een uitstekende knoop om als lopende knoop voor een schuifknoop te gebruiken. Je kunt de kracht die nodig is voor het sluiten van de lus prima regelen. Hoe meer kracht er van binnen de lus wordt aangewend om los te komen, hoe sterker de wurgknoop zich hiertegen zal verzetten. Geen wonder dat deze knoop veel voor strikken gebruikt wordt.

 

 

 

=

De Galgen Knoop.

Zoals de naam al aangeeft een knoop met een duister verleden.

Speel nooit 'Galgje'. Het is werkelijk dodelijk.

 

 

 

 

 

=

De Beulsknoop.

Deze knoop werd ook aan de galg gebruikt. De kracht om te sluiten is beter regelbaar dan bij de galgenknoop. En omdat hij groter is in de nek neemt men aan dat hij de nek eerder breekt. Dat zou 'menselijker' zijn dan het gebruik van de galgenknoop dit meer wurgde.

Speel nooit 'Galgje'. Het is werkelijk dodelijk.

 

 

 

 

=

De reverse acht schuifknoop.

Dit is een 'verkeerd' lopende schuifknoop die wordt gebruikt voor het binden voor pakjes en ... voor het vastmaken van het touwtje aan een YoYo. Gevorderde YoYo'ers doen de lus maar één maal om de yoyo. Zo kunnen ze de yoyo draaiend beneden houden (slippend) en met een klein rukje weer naar boven roepen. Hiervoor moet de yoyo zeer snel draaien en de lus goed getrimd zijn. Beginners willen de yoyo gewoon vast hebben. Zij slaan de lus er een keer extra om en trekken alles goed aan. Leg  een overhand knoopje in de tampjes. (gemarkeerd met kruisje).

 

=

   

=

Touwknopen

Touwknopen

Index

=

Knopen aan het uiteinde van een touw. Er zijn vele toepassingen waarin je zoiets gebruikt. Iedere toepassing stelt zijn eigen eisen en kent daarvoor een beperkt aantal knopen die het best geschikt zijn. Je kunt een stopper gebruiken om te voorkomen dat een touw of garen gaat rafelen. Doe dat echter alleen in goedkoop touw/garen. Gebruik anders een echte takeling.

=

Overhandknoop

De eenvoudigste knoop die er bestaat, en daarom waarschijnlijk het meest gebruikt. De overhandknoop is goed bruikbaar om knopen in garens en snaren te ondersteunen. Losse tampen worden dan met een overhandknoop iets verdikt. Wanneer dat te rommelig wordt moet worden omgezien naar een betere verbindingsknoop. Er mag geen grote kracht op een overhandknoop worden uitgeoefend. De knoop halveert ongeveer de sterkte van het touw/garen ter plaatse. Als 'anti-slip-stopper' is dat niet erg want dan wordt hij nauwelijks belast.


=

De Dubbele Overhandknoop

De dubbele overhandknoop is mooi, dikker dan de gewone overhandknoop, maar nauwelijks sterker. Dus hij kan alleen maar gebruikt worden als er maar weinig belasting te verwachten is. De dubbele overhandknoop wordt ook wel de bloedknoop genoemd als hij gebruikt is als zweeptop. De knoop kan op meerdere manieren worden gelegd en in principe op twee manieren worden afgewerkt. De twee manieren van leggen die hier getoond worden geven ook beide afwerkingen aan. De in het midden getoonde bloedknoop is de voorkeurs-afwerking van de tweede met kruisjes gemerkte knoopwijze. De bloedknoop is na belasting zeer moeilijk weer los te krijgen. Wanneer er een object door het met het kruisje gemerkte gat gestoken wordt trekt de knoop samen tot de wurgknoop Daarom is het de moeite waard deze manier te leren.

 

=

De Meervoudige Overhandknoop

Wanneer de overhandknoop meer dan twee interne rotorns heeft wordt hij dikker. (Echter nauwelijks sterker.) Bij geslagen touw is het van groot belang dat de knoop netjes wordt aangetrokken (opgewerkt) anders hebben de losse strengen sterk de neiging te kinken.

 

 

=

De Vlaamse Acht

Dit is de stopper die volume, sterkte en eenvoud van leggen/losmaken in de optimale balans samen brengt.

 

 

=

De Platte knoop

De platte knoop is slechts bruikbaar voor het eenvoudige werk. Hij is eenvoudig te leggen en beklemt zich niet waardoor hij altijd makkelijk los te krijgen is. De toepassingen variëren van het vastzetten van opgerolde zeilen, het dichtbinden van pakjes, tot de basis van de schoenstrik. De platte knoop heeft zeer veel toepassingen. Zijn naaste verwanten, het ouwe-wijf, de dievenknoop en de whatknoop hebben zo hun eigen toepassingen, maar die hebben niets met een betrouwbare verbinding te maken.


=

Het Ouwe-wijf, of de boeren-knoop

Deze knoop is bijzonder onbetrouwbaar. Het ene moment slipt hij, het andere moment beklemt hij zich tot een bijzonder lastig los te peuteren knoop. Het is de moeite waard deze knoop actief uit je gewoonte te bannen.


=

De Dievenknoop

Het verhaal gaat dat zeelui die de landrotten niet vertrouwden deze knoop op hun plunjezak legden. Een dief die de zak opende zou hem dan met een platte knoop weer sluiten en dat zou de zeeman dan opmerken.

 

=

De What-Knoop

Deze knoop schijnt gebruikt te worden bij het goochelen.

 

 

=De

schootsteek


De hier getoonde manier om de schootsteek te maken is geschikt voor het verbinden van twee touwen van gelijke dikte.  Het is de bedoeling de eerste 'lastige stapjes' met een simpele draai van de pols te realiseren. Even oefenen dus.

 
=

De wevers_schootsteek

Wanneer er twee dunne touwtjes/garens aan elkaar geknoopt moeten worden gebruiken we wever knopen. De hier getoonde is gelijk aan de schootsteek. In glad garen is het aan te raden een overhandsknoopje in de eindjes te leggen. Als dat de knoop te dik maakt moet een andere weversknoop worden toegepast.


=

Schootsteek aan een (te) kort eindje

Met de eenvoudigste schuiflus kan je aan een eindje een schootssteek leggen. Dit vereist wel enige oefening, de kans dat je het fout insteekt is 50%. Wat bij iedere knoop geldt, geldt hier in het bijzonder: goed afwerken!.


=

De Lap-Knoop

De Lap-Knoop wordt wel ten onrechte de valse schootsteek genoemd. Maar valse knopen bestaan niet. De Lap knoop wordt al eeuwen door vele volken in de wereld gebruikt. . Met name in leer is hij zeer bruikbaar, net zo betrouwbaar als de schootsteek, maar eenvoudiger en makkelijker weer los te maken. Dat laatste is belangrijk, vooral als je koude vingers hebt.
 

De Lap knoop is de knoop om een touw aan een band te zetten. Als de band erg stug is of het touw erg glad, leg dan een overhandsknoopje in het eind om slip te voorkomen.  Gedurende het trekken van verschillende zware lasten, telkens met de zelfde tape en het zelfde touw. In regen, zon, sneeuw, gedurende vele maanden. De knoop gaf geen krimp.
 

Als de Lap Knoop al de knoop is om aan een touw aan een band te leggen dan is hij zeker ook de knoop om met een touw een lus aan een band te zetten. Even oefenen en je hebt er echt plezier van.
 

Wel eens een slip-knoop nodig gehad die stevig houdt en toch direct los schiet als je de lus lostrekt? De slip-Lap Knoop is je knoop. Probeer het eens. Je zult verbaasd zijn over het effect.

 

 

=

De karaaksteek

  Er zijn maar weinig knopen die zo vaak verkeerd getekend worden als de karaaksteek. De einden moeten diagonaal tegenover elkaar uitkomen en de kruisingen moeten om en om onder- en bovenlangs uitkomen. De karaaksteek is een van de beste steken. Dit is waarschijnlijk de knoop die het dichtst bij de perfecte steek komt. Hij slipt niet, zelfs niet als het touw nat is, en bovendien is hij altijd los te krijgen, ook na zware belasting.  Voor zwaar materiaal wordt hij altijd afgebonden om slijtage te minimaliseren.


=

De Zoeteliefjes

Eigenlijk leg je twee halve steken om de staande einden van beide touwen.
Je kunt de zoeteliefjes op twee manieren leggen. Welke van de twee varianten het sterkst is weet ik niet. Met twee gelijke overhandknopen is hij symmetrisch. Dit is waarschijnlijk de meest gebruikte variant.
Met twee verschillende overhandsknopen krijg je de mooiste (Altijd netjes afwerken!)
Alleen ... de dubbele acht is zeker sterker, makkelijker los te krijgen na belasting en van alle kanten net zo decoratief als de zoeteliefjes op hun best.


=

De Dubbele Zoeteliefjes

Dit is de dubbel-stopper knoop  Eigenlijk leg je twee wurgknopen om de staande einden van beide touwen. Het is het best om de knopen tegengesteld te leggen. Bij gelijke knopen is het lastiger ze goed tegen elkaar aan te sluiten. Deze knoop wordt  veel gebruikt om twee touwen aan elkaar te knopen. Hij is sterk, betrouwbaar, maar is nogal lastig weer los te krijgen.

=
 

De Dubbele Acht

Hij is sterk, mooi, beknelt niet, dus wat wil je nog meer. Een pracht van een stopperknoop

 

 

 


=

De Wevers Acht

Dit is de beste wever knoop . Hoewel het lijkt of hij moeilijk te leggen is blijkt hij juist erg makkelijk te leggen in klein materiaal en is betrouwbaar in wol, linnen en vele ander weef-materialen. Omdat beide losse einden terugvallen op het staande part heeft hij een bijna perfecte geleiding door het werk en over de machine-onderdelen. Houd beide einden op de kruising tussen duim en wijsvinger. (eerste tekening)
Draai beide draden terwijl je het kruis vast blijft houden in twee eenvoudige bewegingen (tekening twee en drie. Nu leg je het staande eind van de draad waar je wilt aanhechten over de nieuwe draad die je wilt aanhechten. Ten slotte stop je over de lijn waar je aanhecht door de loep die je net gemaakt hebt. Nu laat je het kruis los en hou de losse eindjes tegen het staande part van de nieuwe draad en trek de knoop aan.
 
 

Voor de andere richting


Een wever op een traditioneel weefgetouw weet niet van te voren in welke richting de volgende lijn aangehecht moet worden. Daarom moet hij de weverknoop in twee richtingen kunnen leggen. (Lang niet iedere wever/weefster kan dat en dat kost tijd of netheid.) Dit is de zelfde als de hierboven beschreven knoop, alleen dan anders gelegd. Op deze manier gelegd kan de draad de andere kant op getrokken worden.

 

 

=De

enkele steek

(ook wel De Simpele Steek.)

 
Hoewel dit waarschijnlijk de meest eenvoudige knoop is die je kunt verzinnen moet je een vaardig knoper zijn om hem op een veilge manier te leggen en toe te passen. Het losse eind van het touw moet worden afgeknepen tegen een object of tegen het staande part. De beste kneep krijg je tegen een rand of riggel. (Daar zit hem de kneep! En daar komt ook deze zegswijze vandaan.) Als de steek wordt ontlast en het staande part geschud dan lost de steek direct. Hij wordt gebruikt bij het beleggen om  een wevers-naald of zelfs aan een boomtak, als begin voor het beleggen, als start voor het opwinden of als tijdelijke, snel los te maken "steek".


=

De Halve Steek


Dit is de "gekapseisde" overhandknoop. Het is een bijzonder bruikbare steek om lichte lasten te dragen die snel los te maken moeten zijn.  Je moet hem echt met rust laten.

 

=

De Mastworp




Deze belangrijke knoop heeft alleen theoretische waarde. Zonder extra ondersteuning is hij onbetrouwbaar in iedere situatie, behalve als kruisknoop. Je moet hem kennen voor de padvinderij en op zeilscholen. Als je hem toch moet toepassen werk hem dan netjes af. Trek beide einden stevig aan voor je hem belast, en dan nog alleen in de lengte-richting. Beter nog, gebruikde mastworp met voorsteek als alternatief.

 

=
 

Twee Halve Steken


De twee halve steken worden gebruikt om een touw te knopen aan een ring of paal met een haakse belasting. Het moet constant belast blijven. (Hoeft niet onder een constante belasting.) Hij beknelt zich niet. Als het object een kleine diameter heeft is het verstandig om een extra rotorn te nemen.

=

De "Buntline" Steek.


De "Buntlijn" steek werd gebruikt om de "buntlijn" van een vierkant getuigd schip vast te zetten. Het is een veilige knoop, maar heeft nijging zich te beknellen. Hij is daarom niet eenvoudig los te krijgen. Daarom is hij geschikt voor werk dat langer zonder toezicht gelaten moet kunnen blijven.

 

=

Mastworp met voorslag

De beste knoop voor belasting in de lengterichting. Het is belangrijk hem goed af te werken en goed aan te halen voordat hij belast wordt. Gebruik hem nooit voor haakse belasting want dan schiet hij echt los.

 

 

=

Scheerlijn-steek


Dit is een bijzonder nuttige steek. Hij is verstelbaar EN betrouwbaar. Iedere zeiler zou deze steek onder iedere omstandigheid moeten kunnen leggen. In het bijzonder om zichzelf te redden met het touw dat hem in het water is toegeworpen. Hij moet de lijn rond zich leggen, de scheerlijn-steek voor zich en zich tot doel stellen het losse eind tegen het staande part te houden. Dat geeft hem veiligheid en een doel in deze kritieke situatie: VASTHOUDEN! Iedere kampeerder moet deze knoop ook kennen. Het is de beste knoop om je scheerlijn aan een haring te bevestigen. Het is het eenvoudigste lid uit de verstelbare knopen familie.


=

Verstelbare steek.


Dit is de "broer" van de scheerlijn-steek en slechts een beetje minder belangrijk. Dat komt omdat hij zich eerder beknijpt. Als dat de bedoeling is, is dat natuurlijk prima zoals bijvoorbeeld voor werk dat lang zonder toezicht moet kunnen blijven.

 

 

 
=

De Koe-steek.

Deze steek is zeer bruikbaar om een koe aan een paaltje vast te zetten. Zelf zou ik een overhand knoopje in het losse eind toevoegen, maar ik ben geen boer. Zeelui gebruiken hem om een koord aan een lijkwade te bevestigen bij een zeemans uitvaart.

 

 


=

"Verkeerde" halve steken


Deze steek wordt ook gebruikt om scheerlijnen vast te zetten.   Een geoefend oog zal er de gekapseisde platte knoop in herkennen.

 

 

 
=

Lobster Buoy Steek


De Lobster Buoy Steek is ongeveer even veilig als de Buntline steek, maar veel makkelijker los te krijgen. Hij wordt gebruikt om houtbundels vast te zetten.

 

 


=

Marlsteek of Halvesteek

Deze steek is bijzonder praktisch als je een bos wil binden of een rol bij elkaar wil houden. Het werkend eind hoeft maar eenmaal doorgehaald te worden en toch schiet dit bindsel niet echt snel los.  De reeks steken wordt altijd begonnen en beëindigd met een dubbele marlsteek

 

 

=

Dubbele Marlsteek of Wurgknoop

De wurgknoop is belangrijk als tijdelijke takeling, en als permanente binding waarvan er een aantal in elkaars verlengde moeten worden gelegd. Eenmaal goed gelegd is losmaken zonder hulpmiddelen (priem of mes) bijna onmogelijk. Gebruik hem dus nooit voor iets dat snel weer los moet. Als marlsteek wordt hij altijd als eerste en laatste in een rij gebruikt. Ook als een rij marlsteken 'gevaarlijk' lang wordt, pas je de dubbele marlsteek toe als 'tussenzekering', Let op! Op deze manier gelegd hoeft het werkend eind (of het 'klosje') maar één maal doorgehaald te worden. Je moet de knoop daarna wel even netjes afwerken. Gewoon aantrekken is daarbij niet voldoende!


=

De Constrictor

De constrictor is belangrijk als tijdelijke takeling. En ook als permanente binding waarvan je er meerdere naast elkaar nodig hebt. Eenmaal goed gelegd is losmaken zonder hulpmiddelen (priem of mes) bijna onmogelijk. Gebruik hem dus nooit voor iets dat snel weer los moet. Omdat de constrictor "in de bocht" gelegd kan worden wordt hij vaker gebruikt dan de wurgknoop.

 

=

De Paalsteek

De Paalsteek is de meest gebruikte lus-knoop. Dat komt voornamelijk door de eenvoud, de betrouwbaarheid en waarschijnlijk ook de verwantschap aan de schootsteek. Houd in stap A het kruispunt tussen duim en wijsvinger van de rechterhand en draai vervolgens de pols met de klok mee. Wanneer je de lus weglaat heb je de schootsteek 

 

 


=

Gedubbelde Acht lus

De gedubbelde 8 is een door klimmers veel gebruikte knoop. De knoop is snel te leggen en is veiliger dan de paalsteek. Er is veel discussie of het losse eind nog een stopper behoeft of niet. Snelheid van leggen/losmaken is ook iets waar je voor veiligheid rekening mee moet houden. De eerste wijze van leggen is gelijk aan het leggen van de Vlaamse Acht, maar dan met een dubbel touw. Het "losse-end" vormt de lus. Deze wijze van leggen is alleen toepasbaar als de lus pas na het leggen ergens om of in gelegd wordt.
 

Wanneer de lus ergens om gelegd moet worden, (om jezelf bijvoorbeeld) dan wordt eerst een enkele losse vlaamse acht gelegd die vervolgens gedubbeld wordt. Het is hierbij belangrijk dat er ruimte genoeg is voor de lus. Dat vraagt enige ervaring. Oefenen dus!


=

De boogpees knoop

Dit is een zeer oude knoop die gebruikt werd als oog voor boogpezen. De knoop is eenvoudig en sterk. Eenmaal gelegd en stevig aangetrokken, wil je hem niet meer los knopen: je zou het een goede permanente lus kunnen noemen.
De boogpees knoop is geliefd omdat hij klein, sterk, veilig en eenvoudig te leggen is. Hij is netjes omdat er geen losse eindjes uitsteken. Moderne boogschutters geven de voorkeur aan ingesplitste ogen. Als het losse eind (gemerkt met een kruisje) niet tussen de boog en de loop gezekerd zit is het aan te bevelen om een extra overhansknoopje als stoppertje te leggen.


=

Het middenmannetje

Een eenvoudig te leggen prima lus voor toepassingen waar de lus niet aan het uiteinde maar ergens in het werkend eind gelegd moet worden. Deze lus is in alle richtingen belastbaar. Dat is belangrijk voor toepassingen waarbij de spanning aan de einden groot is ten opzichte van die in de lus zelf.
 

 


=

De Artillerie Lus

Een praktische en eenvoudig te leggen lus voor het midden van het touw. Hij is niet zo sterk als de middenman maar is iets sneller te leggen en weer los te maken. Zoals de naam al aangeeft werd hij door de artillerie gebruikt (voor het dragen van het geweer over de schouder). Belast het touw niet te zwaar zolang de lus niet belast wordt. Hij is het best toepasbaar als tijdelijke knoop om dingen te dragen of op te hangen. En zoals altijd, netjes afwerken!


=

De Pendant Steek

Een steek om een steentje in een amulet te binden. Zorg ervoor dat je het object goed in de lus zekert. Als je een lus (deze lus) gebruikt om een steentje of ander mooi object in een hanger te bevestigen is een leren veter de beste keuze. Maak een ondiep sneetje in de binnenkant van de lus. Precies diep genoeg om het oppervlak te vergroten zodat het beter grip heeft. En, zeker niet onbelangrijk, gebruik een goede schoenmakers-lijm  Het resultaat is verrassend. De pendant steek is een naast familielid van de zoeteliefjes

 

 

.

=

De Schuifknoop algemeen

WAARSCHUWING!! De schuifknoop is geen speelknoop om galgje mee te spelen. Er zijn te veel kinderen per ongeluk gedood omdat ze dachten dat ze de knoop nog wel op tijd los zouden kunnen krijgen. Ook een niet strak aangehaalde schuifknoop is uiterst gevaarlijk rond je hals!

Er zijn drie basismethoden om een schuifknoop te maken. Bij de eerste wordt het staande part door een vast oog aan het einde van het touw genomen. Dit kan een ingesplitst oog zijn maar ook een geknoopte zoals de paalsteek. (De paalsteek wordt feitelijk veel door zeilers als lopend-oog gebruikt.) Ook de enkelvoudige schuifknoop zelf wordt wel gebruikt als soepel lopend-oog.

Bij de tweede manier knoop je een lopend oog rond het staande part, ( een simpele knoop of steek ) zodanig dat de lus sluit als aan het lopend eind getrokken wordt. Dit is de meest gebruikte manier om een schuifknoop te maken. Het zorgt ervoor dat de lus makkelijk sluit (maar vaak moeilijk opent.)

Bij de derde manier leg je een knoop andersom rond het staande part, zodat als je aan het lopend eind trekt de lus opent.
Maar bij het opbinden van balen en pakketten worden ze regelmatig onbewust gelegd. Ook tijdens het oefenen van het leggen van schuifknopen eindig je in het begin met dit soort lussen.

 

 

=

De enkelvoudige Schuifknoop

Dit is de eenvoudigste schuifknoop. Hij wordt meestal gebruikt als basis voor verder werk en is nauw verwant aan de overhandknoop en de Marlsteek.  Als hij als schuifknoop gebruikt wordt is het verstandig een stoppertje te leggen in het losse eindje (de overhandknoop). Hij wordt wel als stropers-strik voor kleine vogels gebruikt.

 

 


=

De Wurg Strik

De wurgknoop is een uitstekende knoop om als lopende knoop voor een schuifknoop te gebruiken. Je kunt de kracht die nodig is voor het sluiten van de lus prima regelen. Hoe meer kracht er van binnen de lus wordt aangewend om los te komen, hoe sterker de wurgknoop zich hiertegen zal verzetten. Geen wonder dat deze knoop veel voor strikken gebruikt wordt.

 

 

 

=

De Galgen Knoop.

Zoals de naam al aangeeft een knoop met een duister verleden.

Speel nooit 'Galgje'. Het is werkelijk dodelijk.

 

 

 

 

 

=

De Beulsknoop.

Deze knoop werd ook aan de galg gebruikt. De kracht om te sluiten is beter regelbaar dan bij de galgenknoop. En omdat hij groter is in de nek neemt men aan dat hij de nek eerder breekt. Dat zou 'menselijker' zijn dan het gebruik van de galgenknoop dit meer wurgde.

Speel nooit 'Galgje'. Het is werkelijk dodelijk.

 

 

 

 

=

De reverse acht schuifknoop.

Dit is een 'verkeerd' lopende schuifknoop die wordt gebruikt voor het binden voor pakjes en ... voor het vastmaken van het touwtje aan een YoYo. Gevorderde YoYo'ers doen de lus maar één maal om de yoyo. Zo kunnen ze de yoyo draaiend beneden houden (slippend) en met een klein rukje weer naar boven roepen. Hiervoor moet de yoyo zeer snel draaien en de lus goed getrimd zijn. Beginners willen de yoyo gewoon vast hebben. Zij slaan de lus er een keer extra om en trekken alles goed aan. Leg  een overhand knoopje in de tampjes. (gemarkeerd met kruisje).

 

=

   

=