Hypertekst: Lichtvoetig lezen, lichtvoetig denken?

Hypertekst verandert onze manier van schrijven en lezen. Zal het ook onze manier van denken veranderen?

Article that appeared in 1994 in Wave, a popular Belgian Internet magazine which shamelessly copied the look of the American Internet magazine Wired. This article was one of the very first articles in Dutch in which the "World-Wide Web" was mentioned and where the Web was already being described as "the future face of the Internet".

Hypertekst en hypermedia (de combinatie van hypertekst en multimedia) worden algemeen beschouwd als een belangrijk nieuw kennismedium. On-line hypertekst laat ons immers toe van kennis voor te stellen zonder nog langer gebonden te zijn aan de beperkingen van de traditionele, lineaire manier van schrijven en lezen op papier. Hypertekst zal in de toekomst ongetwijfeld een ingrijpende invloed hebben op de manier waarop we teksten creëren en hanteren, maar is het wel de juiste manier om het gedachtengoed van onze beschaving vorm te geven?

Is hypertekst wel zo nieuw?

Hypertekst is niet-lineaire, multi-dimensionele tekst die bestaat uit stukjes informatie die met elkaar verbonden zijn op velerlei manieren. Voorbeelden van hypertekst die we allemaal wel kennen zijn de helpfunctie in Microsoft Windows of Microsoft's multimediale encyclopedie Encarta. Het idee zelf van hypertekst is niet zo nieuw, maar dateert reeds van 1945. In dat jaar stelde Vannevar Bush, wetenschappelijk adviseur van president Roosevelt, de zgn. "Memex" of "memory extender" voor (Fig. 1). Hierbij was het de bedoeling een systeem te bouwen waarmee de gebruiker zou kunnen bladeren in een omvangrijke persoonlijke bibliotheek met artikels, aantekeningen, schetsen en foto's. De gebruiker zou de verbindingen tussen de dokumenten zelf kunnen vastleggen op microfilm fiches, om ze vervolgens met een druk op de toets bliksemsnel te doorlopen. Hij zou ook zijn eigen ideeën, bedenkingen en opmerkingen kunnen verbinden aan de bestaande dokumenten, om zo een nieuw geheel aan kennis te creëren. Pas in de jaren zestig gaf Theodor Nelson aan deze nieuwe benadering van informatie-opslag de naam hypertekst. Het zou dan nog tot de tweede helft van de jaren tachtig duren alvorens computers krachtig genoeg werden om dergelijke systemen echt te kunnen verwezenlijken. Sindsdien is hypertekst uitgegroeid tot het dominante paradigma voor het creëren en hanteren van grote hoeveelheden elektronische informatie.

Illustration of Memex

Figuur 1. Hoe men dacht dat de Memex er zou kunnen uitzien.

Lezen zo snel als je zelf denkt

Wat is er eigenlijk zo bijzonder aan de notie van met elkaar verbonden stukken tekst? Een gewone papieren bibliotheek vormt toch eigenlijk ook al een netwerk van onderling verbonden teksten, boeken, en afbeeldingen? Het grote verschil tussen deze papieren vormen van hypertekst en de elektronische tegenhanger ervan bestaat echter uit de onmiddelijke beschikbaarheid van elektronische informatie en de enorme verscheidenheid aan verbindingen die tussen die informatie kan gelegd worden. In een papieren bibliotheek moet je zelf op zoek gaan naar het juiste boek waarnaar verwezen wordt in de tekst die je aan het lezen bent. In een elektronische, hypertekstuele bibliotheek spring je onmiddellijk naar de juiste plaats in het juiste boek. In een papieren boek beperkt de gedachtengang zich noodzakelijkerwijs tot één enkel betoog, in een hypertekst boek kunnen meerdere betogen tegelijkertijd naast elkaar bekeken worden. Hypertekst verandert op ingrijpende wijze het leesproces. Lezen verandert van een traag, bedachtzaam proces van opzoeken en verwerken van informatie in een ogenblikkelijk, opgewonden proces van verkennen en vergaren van informatie. Een hypertekst lezen is zoals het denken zelf: associatief, intuïtief, steeds nieuwe zijwegen verkennend, voortdurend andere gezichtspunten ontdekkend. De lezer verandert van een passieve toeschouwer van de tekst in een actieve deelnemer aan het verhaal.

Het verhaal schrijft zich al lezend

Hypertekst verandert ook drastisch wat het betekent een schrijver te zijn. In een hypertekstueel verhaal is een schrijver niet langer iemand die zowel de inhoud van het verhaal als de volgorde waarin je het verhaal dient te lezen onwrikbaar vastlegt. De schrijver wordt nu iemand die alleen nog alternatieve inhouden bepaalt en mogelijke leesvolgordes suggereert. De schrijver kan interactieve verhalen ontwerpen waarvan de lezer zelf de afloop bepaalt. Het is nu immers aan de lezer om te beslissen of hij iets in een verhaal ook werkelijk leest. Zo kan een lezer hetzelfde liefdesverhaal gaan beleven door de ogen van de man of van de vrouw, gewoon maar door verschillende verbindingen doorheen hetzelfde verhaal te volgen. Hij kan eventueel zelfs kiezen voor een niet zo romantisch einde, door op een totaal andere manier door het verhaal te lopen. Zo wordt in de hypertekst "Victory Garden" van Stuart Moulthrop het verhaal verteld van Emily Runbird die tijdens de Golfoorlog als soldate gelegerd is Saoudi-Arabië. In sommige versies van het verhaal komt Emily om door de inslag van een SCUD-raket, in andere versies blijft ze in leven. De betekenis van vele passages in het verhaal verandert echter kompleet als we beseffen dat Emily weldra zal sterven. In sommige hypertekstverhalen wordt de lezer zelfs de mogelijkheid gegeven om zelf veranderingen aan te brengen in de structuur van het verhaal, of totaal nieuwe wendingen toe te voegen. Op dat moment vervaagt het klassieke onderscheid tussen schrijver en lezer volledig. Lezen wordt dan een proces van samen-creëren, het scheppen van een volkomen nieuw en uniek verhaal.

Wordt ons denken te lichtvoetig?

Hypertekst kan dus gebruikt worden voor de creatie van volkomen nieuwe vormen van on-line literatuur. Hypermedia is ook bij uitstek geschikt voor het raadplegen in electronische vorm van technische kennis, die immers bestaat uit grote hoeveelheden informatie, in vele media-vormen en met vele dwarsverbindingen. Het valt echter te betwijfelen of hypertekst wel zo geschikt is als een medium voor onderwijskundige of algemeen vormende toepassingen als sommigen geloven. De media-filosoof Neil Postman beweert dat de doorbraak die het schrift betekende ten opzichte van de mondelinge traditie er precies in bestond dat het schrift het mogelijk maakte om ingewikkelde kennis gericht door te geven. Op papier neergeschreven kennis mag dan wel een welbepaalde, beperkte visie op de werkelijkheid zijn, het is een visie die op zijn minst het voordeel biedt van samenhang en éénduidigheid. Je kan die visie dan ook aanvaarden, aanvullen, bekritiseren of verwerpen. Kennis in hypertekst vorm kan echter zó veelzijdig zijn, kan trachten zoveel verschillende facetten van een probleem tegelijkertijd recht te doen dat het uiteindelijk weinig betekenisvol wordt. Teveel nuance in een betoog kan leiden tot een nietszeggend betoog. Daar bovenop komt de lichtvoetigheid die het gebruik van een hypertekst kenmerkt, het gemak waarmee men zijsprongen kan maken en van de eigenlijke tekst afdwalen. Het verwerven van kennis bestaat ook uit het moeizaam veroveren van de tekst waarin die kennis vervat zit. Het is mogelijk dat een moeiteloos lezen niet leidt tot een moeiteloos denken, maar tot een achteloos denken.

's Werelds kennis hapklaar

Toen Theodor Nelson de term "hypertekst" bedacht had hij niet enkel een alleenstaand, individueel systeem voor ogen, maar droomde hij reeds van een wereldomvattend, collectief hypertekstsysteem, genaamd Xanadu. Xanadu zou de "moeder van alle hypertekstsystemen" worden, het collectief geheugen van de mensheid waarin elk stukje informatie dat in elektronische vorm bestond on-line zou kunnen opgeslagen en geraadpleegd worden. Iedereen zou toegang tot dit "docuverse" hebben, en zou zelf nieuwe teksten en verbindingen kunnen toevoegen aan het systeem. Xanadu zou werken via een systeem van franchises, een soort "informatie McDonald's", waar de hongerige lezer/schrijver om een virtuele "infoburger" kan gaan, een stukje eigen informatie kan ontlenen of toevoegen aan de gigantische hoeveelheid informatie reeds aanwezig in het Xanadu systeem. De gebruiker zou dan betalen voor de hoeveelheid informatie die hij uit het systeem haalt, en voor de kwaliteit van die informatie. De gebruiker die zelf informatie wenst toe te voegen zou op zijn beurt betaald worden naarmate andere gebruikers van zijn gegevens gebruik maken, of zijn verbindingen volgen. Nelson voorzag zelfs het ontstaan van het beroep van "trailblazer", mensen die hun brood zouden verdienen door het uitdenken en aanbrengen van nieuwe, verrassende of gewoonweg efficiënter verbindingen tussen reeds bestaande stukjes informatie. De huidige generatie "netsurfers" zijn nog maar de vroege voorlopers van dergelijke hyper-informatie smaakmakers.

Wordt echte wijsheid onvindbaar?

Alhoewel Theodor Nelson nu al reeds een kwarteeuw beloofd dat Xanadu "weldra" werkelijkheid zal worden, en AutoDesk (de makers van de AutoCAD software) nu reeds meer dan 10 jaar zijn onderzoek betalen, is er nog steeds geen wereldomspannend hypertekst systeem. De Xanadu droom wordt momenteel echter wel het dichtst benadert door de World-Wide Web omgeving op het Internet. In het WWW vinden we nu reeds enorme hoeveelheden hypertekst en hypermedia informatie, en het aantal entoesiaste gebruikers neemt exponentieel toe. De grote vraag blijft echter of een dergelijke hyperruimte vol informatie uiteindelijk niet zijn gebruikers boven het hoofd zal groeien. In het verhaal "De bibliotheek van Babel" (Nederlandstalige vertaling) beschrijft Jorge Louis Borges hoe de mens een bibliotheek vindt die zo enorm groot is dat elk mogelijk boek dat ooit kan geschreven worden er zeker is in opgeslagen (Fig. 2). Opgewonden gaat men meteen op zoek naar Het Boek dat het antwoord bevat op alle grote vragen des levens. Naarmate men echter boek na boek vol betekenisloze krabbels of waardeloze teksten vindt daagt langzaam het verlammende besef dat men Het Boek nooit zal vinden, ja zelfs nooit zal kunnen vinden. De bibliotheek is gewoon té groot, té veelzijdig. Hetzelfde gevoel krijg je als je langere tijd het WWW gebruikt: je leest en ziet vanalles, je springt van de ene verbazing naar de andere, maar uiteindelijk beklijft er heel weinig. Er is gewoon te veel informatie aanwezig, te veel mogelijks interessante verbindingen die om je aandacht vragen.

Illustration of Library of Babel

Figuur 2. Hoe de bibliotheek van Babel er zou kunnen uitzien.

Verhuizen naar de hyperruimte

Het Web is een levend, groeiend geheel van informatie dat voortdurend verandert van uitzicht en inhoud. Het is duidelijk dat naarmate de omvang van deze on-line hyperruimte met informatie verder toeneemt, de beperkingen van de huidige generatie computersystemen en grafische gebruikersinterfaces zich steeds scherper zullen laten voelen. De interfaces zoals we die nu kennen zijn immers ontwikkeld voor kleine hoeveelheden traag veranderende informatie. In een wereldwijd hypertekstsysteem zullen we echter geconfronteerd worden met gigantische hoeveelheden onophoudelijk veranderende informatie. Zo'n hypertekstsysteem zal uitgroeien tot een wereldbrein: bruisend van de ideeën, voortdurend nieuwe verbindingen makend, geen tweemaal écht hetzelfde. Als we in contact willen blijven met dit wereldbrein zullen we uiteindelijk zelf moeten verhuizen naar de hyperruimte waarin het leeft. Dit betekent dat we volkomen nieuwe virtuele realiteitstechnieken zullen moeten ontwikkelen waarin we informatie als dusdanig kunnen visualizeren en hanteren. We kunnen dan informatie gaan verkennen zoals we de werkelijkheid om ons heen verkennen: interactief, tastend, samen met anderen. Alleen op die manier mogen we hopen dat de rijkdom en diversiteit van hypertekst ook leidt tot rijkdom en diversiteit in ons denken.

Written by Hans C. Arents
Published on-line Sep 12, 1994
Coded in valid XHTML 1.0 Creative Commons License Made with Cascading Style Sheets