Costa Verde

Ilha Grande
Ilha Grande is het grootste eiland voor de
Costa Verde. Een groot gedeelte van het eiland is nationaal park, maar de
bevolking wil dat gans het eiland uitgeroepen wordt als nationaal park. Nu zijn
er plannen om een golfterrein aan te leggen.
Er
is één stadje, Abraćo en de regel is dat er maar gebouwd mag worden tot 20 m.
boven zeeniveau. Er zijn ook nog ruļnes van een gevangenis, zowel vlakbij Abraćo
als aan de andere kant van het eiland.
Het
eiland heeft 12 stranden of strandjes en deze zijn alleen te bereiken te voet of
met bootjes. Het eiland is zo heuvelachtig dat wandelingen erg zwaar zijn. De
meeste vissers hebben als bijverdienste watertaxi spelen voor toeristen. Ook wij
namen zon bootje en terwijl we naar onze bestemming vaarden waren de vissers
hun vis aan het kuisen. Eens ter plaatse zouden we eerst eten voor we het eiland
overstaken naar het Lopes Mendes strand. En waar ging de kok zijn vis
halen? Juist, hij kocht ze van onze vissers. Als dat geen verse vis was?
Ilha Grande kerkje Abraćo
Een uitzichtpunt op weg naar een waterval. Op de achtergrond zie je het vaste land van Braziliė.
Op het ganse eiland rijden er buiten de hulpdiensten en vuilkar (= tractor met aanhangwagen) geen auto's rond. Alle transport gebeurt dan ook met karretjes zoals je hier ziet bij het kerkje van Abraćo.
Het strand van Abraćo. Abraćo was het enige stadje op het eiland en hier waren ook bijna alle restaurantjes en pousada's. Het was dan ook voor bijna 100 % afgestemd op toerisme.
Eén keer op een dag vertrekt de veerboot naar Angra dos Reis en dat is (samen met de aankomst van de boot later op de dag) dan ook het drukste moment van de dag.
Nogmaals het bewijs van het slechte weer dat we hadden. Hier waren we bijna terug in Abraćo. 's Avonds was het echt vuurwerk, want dan kwam er een hevig onweer over dat werd afgesloten met een enorme knal. Die knal zorgde ervoor dat we toch een tijdje zonder elektriciteit zaten. Maar eten bij kaarslicht was ook gezellig.
Met deze boot deden we een daguitstap. Het was die dag spijtig genoeg heel slecht.
We vaarden naar dit strandje met een visserbootje. Onderweg werden de vissen gekuist en onmiddelijk verkocht aan het restaurantje waar we aten. Verser kan niet.
De naam van onze pousada was Colibri Resort en rond de bar en eetplaats hing het dan ook vol met colibri drinkbakjes. Het was prachtig om bij je ontbijt die vogeltjes te zien af- en aanvliegen.
Een uitzichtpunt op weg naar een waterval. Op de achtergrond zie je het vaste land van Braziliė.
Parati
Het oude stadsgedeelte van dit stadje (28.000 inwoners) staat met recht en
reden op de UNESCO lijst.
De naam Parati zou volgens een legende ontstaan zijn toen de 'Schepper' het
land aan het verdelen was en een deel aan de duivel schonk. Para ti
(Dat is voor jou) zei hij tegen de duivel.
De eerste bewoners waren de Guaiana-Indianen.
Later kwamen de Portugese zeevaarders en rond 1600 bouwden ze een kapel. Zo
heroverden ze dit gebied opnieuw van de duivel. De eerste bloeitijd (rond 1800)
heeft het te danken aan de ontdekking van goud en diamanten in Minas Gerais. De
natuurlijke haven had voldoende diepgang en er liep een oud indianenpad tussen
het mijngebied en Parati. Het stadje groeide dan ook uit tot een belangrijke
havenstad. Dit duurde tot een nieuwe (veel kortere) weg klaar was tussen het
mijngebied en Rio de Janeiro.
In de 19e eeuw kwam er een nieuwe bloeiperiode toen de
koffieplantages uit de Paraļba-vallei hun koffie met muilezels naar de haven
van Parati brachten. Maar ook nu snoepte Rio deze handel af van Parati, door een
spoorlijn naar het koffiegebied aan te leggen. Het
stadje raakte weer in verval, maar in de jaren vijftig werd het uitgeroepen als
historisch monument. Vanaf toen werd het een toeristische trekpleister.
Bootjes aan de Rio Perequa Aēu met de 'Nossa Senhora dos Remédios' kerk. Vooral de onweerswolken op de achtergrond maakten het mooi.
Brug over de Rio Perequa Aēu.
De Santa Rita kerk en het witte gebouwtje ervoor is de oude markthal.
Het stadje gezien vanaf de havenpier.
Voor auto's is het oude stadsgedeelte verboden gebied.
Ook deze straat (de Com. José Luis) geeft een mooi beeld van deze oude havenstad.
De Samuel Costa is een van de vele typische straatjes in het oude stadscentrum.
Een originele manier om werken aan te duiden vond ik.
Bootjes aan de Rio Perequa Aēu met de 'Nossa Senhora dos Remédios' kerk. Vooral de onweerswolken op de achtergrond maakten het mooi.
Omgeving Parati en terug naar
huis
De
voorlaatste dag van onze reis planden we een boottochtje, maar het slechte weer
besliste er anders over. Als vervanging kozen we een daguitstap in de omgeving
van Parati. We bezochten een caichacha-distillerie,
een fazenza en een bromeliakwekerij en maakten wandelingen naar enkele
watervalletjes. Ik ontdekte dat ananas een bromeliavrucht is.
En
aan alle mooie liedjes komt een einde, dus ook dit liedje. We profiteerde nog en
laatste keer van een lekkere maaltijd en dan zat onze vakantie er alweer op.
Afscheidmaaltijd Rio de Janeiro
Een caichacha-distillerie. Caichacha of Pinga zoals ze het in deze streek noemen, is een Braziliaanse rhum van suikerriet. Hier persen ze het suikerriet en van dat sap maken ze het typisch Braziliaanse drankje.
Caichacha is ook het basisbestanddeel van caipirinha en dat is een erg lekkere Braziliaanse cocktail. De andere ingrediėnten zijn limoen, suiker en water.
De omgeving van Parati is erg groen met een weelderige plantengroei. Er zijn ook verschillende watervalletjes en stroomversnellingen in de buurt.
Ook nu was het weer rotweer en dat kan je duidelijk zien aan dit wandelpad.
Het grote raadsel van deze reis. Bij bijna alle bussen en vrachtwagens zag je deze rare darmpjes hangen. Het zou een systeem zijn waar de chauffeur al rijdend meer of minder druk op zijn banden kan zetten, al naargelang de wegkwaliteit.
Op weg naar Rio passeerden we de enige kerncentrale van Braziliė. Voor de werknemers waren er vlakbij twee nieuwe steden gebouwd. Dit is er eentje van en zoals je kan zien heeft het wat weg van een gevangenis. Let wel, het is niet om de mensen binnen, maar buiten te houden.
Na een busrit van 4 uur kwamen we in Rio terecht en moesten we nog ergens gaan eten. Deze twee Brazilianen die ook in ons busje zaten bij de uitstap rond Parati zaten toevallig op dezelfde bus als wij en raden ons dit restaurant aan. Héél lekker en eigenlijk voor weinig geld. Churrasco noemt men deze maaltijd. De garēons komen blijven langskomen tot je genoeg hebt. De bijhorende slaatjes moet je wel zelf opscheppen aan een salat bar.
Trouwens nog een aangename manier van eten in Braziliė is het kilo-eten. Je schept aan een buffet zoveel op als je wilt en aan de kassa wordt je bord gewoon gewogen. ik vond het een prachtig systeem.
Een caichacha-distillerie. Caichacha of Pinga zoals ze het in deze streek noemen, is een Braziliaanse rhum van suikerriet. Hier persen ze het suikerriet en van dat sap maken ze het typisch Braziliaanse drankje.
Caichacha is ook het basisbestanddeel van caipirinha en dat is een erg lekkere Braziliaanse cocktail. De andere ingrediėnten zijn limoen, suiker en water.
Om alle foto's (157 ex.) van de Costa Verde te
zien 'KLIK HIER'
