Pantanalgebied
Campo Grande & Corumba
Vanuit de lucht leek
Campo Grande maar een klein stadje
in een lege vlakte, maar op de grond bleek dat wat anders. Ze is sinds haar stichting rond 1875 (als de stad van
Santo Antônio de Campo Grande) uitgegroeid tot een stad van ruim 600.000
inwoners. De echte groei begon pas toen ze in 1914 verbonden werd met een
spoorweg.
Het is de hoofdstad en het economisch centrum van Mato Grosso do Sul dat zich in 1977 afscheurde van Matto Grosso. De veeteelt is vanouds de voornaamste bron van inkomen, alhoewel de laatste jaren nogal wat industrie in Campo Grande is gekomen.
Zowat de enige bezienswaardigheid is het ‘Museo Dom Bosco’. Het heeft een grote collectie over indianenstammen uit de regio, een uitgebreide verzameling opgezette dieren (o.a. 10.000 insecten en 7.000 vlinders) en een tentoonstelling over de minerale rijkdom van dit deel van Brazilië. Verder is er niks te beleven in deze stad en zou ik begot niet weten wat de mensen aantrekt om hier in deze warmte te leven. De meeste reizigers gebruiken deze stad dan ook alleen als springplank naar het Pantanalgebied. Ook wij deden dat en daarom zochten we in de buurt van het busstation een logement. In de buurt werd trouwens rechtover en dat was op het lawaai na wel een meevaller omdat we erg vroeg moesten vertrekken.
Corumba (90.000 inw.) of Cidade Branca (witte stad) aan de Rio Paraguay is de toegangspoort tot de zuidelijke Pantanal. Ze werd in 1776 gesticht door Luis de Albuquerque en was rond 1840 de grootste rivierhaven ter wereld. De gebouwen langs de rivier zijn de stille getuigen van de rijke geschiedenis van de stad. Maar door de nabijheid van de Boliviaanse grens (Puerto Suarez ligt amper 19 km. verder) heeft het ook naam van drugstrafiek en smokkelstad en het is niet onmogelijk dat je een gewapende inwoner tegenkomt.
Deze stad ligt 403 km. ten westen van Campo Grande en die afstand overbrugden we in ongeveer 7 uur met een (luxe)bus. De bussen tussen verschillende steden zijn dan ook niet te vergelijken met onze lijnbussen maar met de luxueuzere autocars. Ongeveer de laatste 200 kilometer van de rit reden we al dwars door de Pantanal met links en rechts van ons niks dan groen, moerassen, poelen en in die poelen héél veel kaaimannen. Die poelen zijn ontstaan omdat ze voor het ophogen van de weg grond nodig hadden.
Hier
boekten we een 4-daagse trip naar het zuidelijke Pantanalgebied. Eén ding
waren we nog niet gewoon geworden en dat was het begrip ‘tijd’. De chauffeur
was wel op tijd, maar onze gids liet op zich wachten. Eerst voor het
boekingskantoor, later bij een benzinestation en uiteindelijk bij de toegangspoort
(een echte!) van de stad. Ik schat dat we alles bij elkaar zo’n anderhalf a
twee uur op die gids moesten wachten. Maar ja, dat is Zuid-Amerika hé.
|
Campo Grande
Veel meer dan dit was er niet te zien in deze stad. Alhoewel? Het lage gebouw links is het ‘Museo Dom Bosco’. Het heeft een grote collectie over indianenstammen uit de regio, opgezette dieren en de minerale rijkdom van dit deel van Brazilië.
Pantanal
Het Pantanalgebied heeft ongeveer de grootte van half Frankrijk, 230.000 km2, waarvan er zo’n 100.000 km2 in Bolivië en Paraguay liggen. Graag zou men van dit gebied één groot nationaal park maken, maar het probleem is dat 90 % van de oppervlakte in privé bezit is. Het ganse gebied ligt amper 100 tot 200 m. boven de zeespiegel
Corumba (90.000 inw.) of Cidade Branca (witte stad) aan de Rio Paraguay is de toegangspoort tot de zuidelijke Pantanal. Ze werd in 1776 gesticht door Luis de Albuquerque en was rond 1840 de grootste rivierhaven ter wereld. De gebouwen langs de rivier zijn de stille getuigen van de rijke geschiedenis van de stad. Maar door de nabijheid van de Boliviaanse grens (Puerto Suarez ligt amper 19 km. verder) heeft het ook naam van drugstrafiek en smokkelstad en het is niet onmogelijk dat je een gewapende inwoner tegenkomt.
Deze stad ligt 403 km. ten westen van Campo Grande en die afstand overbrugden we in ongeveer 7 uur met een (luxe)bus. De bussen tussen verschillende steden zijn dan ook niet te vergelijken met onze lijnbussen maar met de luxueuzere autocars. Ongeveer de laatste 200 kilometer van de rit reden we al dwars door de Pantanal met links en rechts van ons niks dan groen, moerassen, poelen en in die poelen héél veel kaaimannen. Die poelen zijn ontstaan omdat ze voor het ophogen van de weg grond nodig hadden.
Hier
boekten we een 4-daagse trip naar het zuidelijke Pantanalgebied. Eén ding
waren we nog niet gewoon geworden en dat was het begrip ‘tijd’. De chauffeur
was wel op tijd, maar onze gids liet op zich wachten. Eerst voor het
boekingskantoor, later bij een benzinestation en uiteindelijk bij de toegangspoort
(een echte!) van de stad. Ik schat dat we alles bij elkaar zo’n anderhalf a
twee uur op die gids moesten wachten. Maar ja, dat is Zuid-Amerika hé.
|
Pantanal
Het dorpje aan de veerpont van de Rio Paraguay. De huizen staan op palen omdat in het regenseizoen de rivier een héél stuk hoger staat, maar toch ook een beetje om minder lieve beestjes buiten te houden. En vermits we in voetballand Brazilië zijn mag natuurlijk geen voetbalpleintje ontbreken.
Om alle foto's (157 ex.) van het Pantanalgebied te zien 'KLIK HIER'